Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Indische Koopvaardijramp
Onderzeedienst
Pearl Harbor
Redding Duinkerken
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS

N I E U W S  -   W O 2  . T K

  

 

 



Z  E  E

O  O  R  L  O  G

 

 

 

 


 V E R V O L G   V A N    V O O R P A G I N A

 





Ramp ss Slamat definitief uit vergetelheid door documentaire

ROTTERDAM, 5-04-2015 - Het Koninklijke Rotterdamsche Lloyd Museum in Friesland presenteert 2 mei in Rotterdam een documentaire over de grootste ‘vergeten' scheepsramp van Nederland..


Dat is die  met de Nederlandse Slamat, 27 april 1941, waarbij 983 Nederlandse en Britse opvarenden omkwamen bij evacuatie van geallieerden uit Griekenland - een uitzonderlijk hoog aantal.


De film gaat op die dag in première in het filmtheater LantarenVenster in Rotterdam.


Maker is de oud-stuurman Ed van Lierde (70) die enkele jaren terug het Kon. Rotterdamsche Lloydmuseum bij zijn huis in Oudehorne in Friesland oprichtte.


Als eerste interviewde hij waarschijnlijk de laatste overlevende, de Brits George Dexter, in 2010. Dexter was toen 94. De film bevat een 3d-reconstructie van de ramp.


Foto links: kapitein Tjalling Lui\dinga van het ss Slamat.


Voor de documentaire heeft het Vfonds € 6680 gedoneerd. Er zijn ook diverse bijdragen van een tiental andere fondsen ontvangen. Ook van vele particulieren, onder hen ook nabestaanden van slachtoffers, zijn forse bijdragen ontvangen. De docuemntaire komt in de verkoop en op Youtube.


In een poging de grootste ramp in de Nederlandse koopvaardijgeschiedenis ‘uit de vergetelheid’ te krijgen, heeft de Stichting Koninklijke Rotterdamsche Lloyd Museum een documentaire laten produceren.


Het gaat hierbij niet alleen over de feiten van deze  ramp en de context waarin deze in 1941 bij de evacuatie van geallieerden van Kreta plaatsvond, maar juist ook over de menselijke tragedie en achtergronden.


Essentieel lijkt dat de producenten dat de documentaire  duidelijk maken wat er zo’n 73 jaar geleden is gebeurd. De Tweede Wereldoorlog had in de oorlog een groot gat geslagen in de vloot van de roemruchte rederij, de Rotterdamsche Lloyd (de latere Koninklijke Rotterdamsche Lloyd).


Foto links: kapitein Cartwright van HMS Diamond.


De rederij had 3 van haar 5 grote passagiersschepen, vele opvarenden verloren daarbij hun leven. Aan elke ondergang ligt uiteraard een tragedie ten grondslag, maar de ramp met het ss SLAMAT , viel daarbij op door het uitzonderlijk hoge aantal slachtoffers. Deze waren ook afkomstige van de Britse destroyers HMS Wruyneck en HMS Diaomnd die de Slamat tevergeefs te hulp schoten en geallieerde soldaten.


Na aanhoudende aanvallen bracht de Luftwaffe  bovengenoemde schepen in de Middellandse Zee tot zinken gebracht. Het gedecodeerd informeren van de familie thuis bleek pas na zes maanden mogelijk.


Natuurlijk had men in Nederland ook van de oorlog te lijden en had men de handen vol met eigen problemen.


Foto links: commandant Lane van HMS Wryneck.


Hierdoor valt te verklaren dat deze grootste ramp in de Nederlandse koopvaardijgeschiedenis niet de aandacht kreeg, waarop het zeer zeker recht had.


U kunt nu al de Documentaire-DVD via e-mail (krl-museum@kpnmail.nl) bestellen. Vanaf 5 mei 2015 worden de DVD's, na betaling, via de post naar u verzonden.
PRIJZEN:
Binnenland: € 20,-  (inclusief verzending)
Buitenland: € 22,-  (inclusief verzending)
Het betreffende bedrag graag overmaken op bankrekening van het KRL-Museum te Oudehorne: NL 25 RABO 0144299909 Dit onder vermelding van DVD en aantal stuks.
Foto onder: een 3d-beeld uit de documentaire.






Onderderdelen marinewrakken na 73 jaar weer op thuisbasis



DEN HELDER, 17-10-2014 - Vier onderdelen van de wrakken van Nederlandse marineschepen zijn maandag overgedragen aan het Marinemuseum in Den Helder.


Foto rechts: Marinecommandant luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk is net als schout-bij-nacht b.d. Jan Spoelstra onder de indruk van een van de terug gevonden spreekbuizen van Hr.Ms. De Ruyter. Een van de terug gevonden spreekbuizen van Hr. Ms. De Ruyter wordt uitvoerig bekeken. Foto Marine.


Het gaat om delen van de onderzeeër HrMs KXVI en van de kruiser HrMs De Ruyter die beide in de Tweede Wereldoorlog tot zinken zijn gebracht.


De bijzondere overdracht vond plaats aan boord van het museumschip Abraham Crijnssen, zo meldt de marine.


Eén van de onderdelen is de bovenkant van het stuurboord (rechtse) navigatielicht van de op 25 december 1941 getorpedeerde onderzeeboot HrMs KXVI.


Verder zijn dat 3 spreekbuizen van de op 27 februari 1942 in de Slag in de Javazee vernietigde De Ruyter. De objecten doken eerder dit jaar op bij een veiling in Perth (Australië) aangeboden. Dankzij grote diplomatieke inspanning kwamen de spullen terug in Nederland.


Commandant Zeestrijdkracht luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk benadrukte in zijn toespraak dat het voor de Koninklijke Marine belangrijk is dat de scheepswrakken van marineschepen gerespecteerd worden. "Het heeft niet veel gescheeld of deze onderdelen zouden geveild worden. Dat mag nooit gebeuren.”


Schout-bij-nacht b.d. Jan Spoelstra, de voorzitter van het Comité Nabestaanden Nederlandse Onderzeeboten, omschreef de terugkeer van de onderdelen als een uitstekende samenwerking tussen Defensie en de ministeries van Buitenlandse Zaken van Australië en Nederland. “Dit is een terugkeer naar de rechtmatige eigenaren van deze objecten, die diepe emotionele waarde hebben voor de nabestaanden.”


Eén van die nabestaanden is Katja Boonstra-Blom. Haar vader, Willem Blom, voer op de KXVI en kwam in 1941 om het leven toen de onderzeeboot tot zinken werd gebracht. Mevrouw Boonstra-Blom zocht jarenlang naar de KXVI en het wrak van de boot werd uiteindelijk in 2011 door sportduikers gevonden bij Borneo.


“Deze overhandiging is voor mij een bevestiging dat we er goed aan hebben gedaan om te blijven zoeken”, vertelde ze na afloop van de ceremonie. “Er is nu weer een stukje ervan thuis en dat geeft een geweldig gevoel.”





USS Houston teruggevonden in Javazee




DJAKARTA, 21-08-2014 - Eén van de verdwenen schepen uit de verrnietigende Slag in de Javazee, de Amerikaanse zware kruiser USS Houston (CA 30), is teruggevonden. Dat heeft de Amerikaanse marine eergisteren bekendgemaakt.


Foto rechts: De Houston was het enige schip met 9 kanons van 20 cm  en daarmee even krachtig als de Japanse aanvallende kruisers. (Hr Ms De Ruyters grootste kanons waren 150 mm, waarvan het schip er 7 had.) De bijnaam van de Houston  werd 'The Galloping Ghost of the Java Coast". Het schip had verder 4 watervliegtuigen aan boord voor verkenning, had een waterverplaatsing van 9200 ton, een lengte over alles van 183 m en een bemanning van bijna 1100 man.


De Houston, te water gelaten in 1930, was de Amerikaanse bijdrage aan het smaldeel dat onder bevel stond van schout-bij-nacht Karel Doorman, die zelf omkwam bij het zinken van de lichte kruiser De Ruyter, waarop hij voer.


De Slag in de Javazee was bedoeld om de Japanse opmars naar Java te stuiten,maar dat mislukte volkomen en bij deze slag en de aansluitende slagen kwamen ongeveer 3.500 marinemannen van diverse geallieerden naties om.


De slag maakte een einde aan de Nederlandse en geallieerde oppervlaktezeemacht rond Indonesië. De Japanners wonnen de slag doordat zij grotere kanonnen, verder reikende torpedo's, betere communicatie en een vliegdekschip bezaten.


De Houston zonk 3 dagen na de slag,op 28 februari 1942, in de Slag van de Straat Soenda. Daarbi kwam ruim 700 opvarenden om en konden slecht 291 de ramp overleven. Onder de doden was ook de kapitein van de Houston, Albert H. Rooks. Hij ontving postuum ook de Nederlandse Militaire Willemsorde, de hoogste Nederlandse militaire onderscheiding.


De plaats van de scheepsramp wordt door de Amerikanen als een oorlogsgraf beschouwd.Volgens de marine is de plaats populair bij duikers, en zijn er onderdelen van het schip gestolen. In juni legden de Amerikanen er een krans, samen met de Indonesiërs.


Foto links: een Amerikaanse diplomate en twee marineofficieren leggen een krans op de plek waar de Houston is gevonden op 11 juni 2014. Foto US Navy.


Halverwege die maand hebben de Amerikanen samen met de Indonesiërs naar het wrak gedoken als onderdeel vaneen gezamenlijke oefening.


Marinearcheoloog dr Alexis Catsambis nam aan deze oefening deel en heeft de gegevens en foto's geanalyseerd en vastgesteld dat het omde Houston gaat.


De Houston voerde de slag samen met de Australische HMAS Perth, eveneens een overlevende van de Slag in de Javazee. Na hun aftocht daar ontdekten zij bij het eiland Bantam (Banten) een Japanse landing. Zij vielen aan en verneitigden 3 schepen, waarna zij zelf vernietigd werden.







Liverpool herdenkt 70 jaar Slag om de Atlantische Oceaan

LIVERPOOL, 26-05-2013 - Zondag hielden de Britten een grote herdenking van de Slag om de Atlantische Oceaan.


Er vond een herdenkingsdienst van de 70ste verjaardag in de kathedraal van Liverpool plaats ter ere van de 36.000 geallieerde slachtoffers van de slag, onder ook wie ongeveer 1.500 Nederlandse opvarenden.

Foto rechts: prinses Anne praat met een vrouwelijke militair tijdens de herdenking in de kathedraal.Foto BBC.

De Britse prinses Anne en haar man, vice-admiraal b.d. Sir Timothy Laurence, woonden deze dienst bij. De prinses draagt de ererang van admiraal in de Royal Navy.

Ook voeren afgelopen  weekeinde 25 marineschepen naar de haven om de slag te herdenken. In mei 1943 werd de climax van de slag bereikt.

Foto links: de U255 bij zijn terugkeer in Noorwegen. Hets chip voert vier overwinningsvlaggen, plus de originele vlag van het ss Pauluis Potter, die de U255 ook heeft vernietigd.Hier vielen geen Nederlandse doden bij.

De herdenkingsdienst vormde een onderdeel van een weekend van herdenking van wat de BBC noemde ' de langste ononderbroken militaire campagne in de Tweede Wereldoorlog'.

Hij duurde van 3 september 1939 tot 8 mei 1945. De dienst  werd gevolgd door een voettocht naar de duizenden die tijdens de strijd hun leven verloren herinneren.

Meer dan 3500 geallieerde koopvaardijschepen en 175 oorlogsschepen gingen verloren tegen 783 U-boten, die onderdeel vormden van de nazi-Duitse vloot van bijna 1,200 onderzeeërs.De deelnemende grote kruisers en slagschepen van de Kriegsmarine werden bijna allemaal vernietigd. Ruim 36.000 geallieerde matrozen en 30.000 Duitse marinemannen vonden hierbij de dood. Van de Nederlandse koopvaardijvloot die in 1940 nog bestond uit ruim 1.100 zeeschepen, waren er in 1945 nog 779 over.

In de slag sneuvelden  ook ongeveer 1.500  Nederlandse opvarenden. Zij dienden destijds onder de zg. vaarplicht, te vergelijken met dienstplicht, opgelegd door de regering. Zij waren zo gedwongen om te bijven varen op de Nederlandse vloot. Deze was destijds in grootte de vijfde ter wereld.

De strijd draaide om vitale aanvoerroutes uit de VS, meteen al toen de oorlog uitbrak in 1939 en de UK afgesloten was van aanvoer vanaf het vasteland van Europa.


Foto rechts: een konvooi. Opd e foto zijn ongeveer 45 schepen te tellen.


Het belang van de konvooien groeide nog toen  e VS vanaf 8 december 1941 aan de oorlog ging deelnemen. Hetland kon grote hoeveelheden wapens, grondstoffen en voedsel naar Europa transporteerde, zowel naar de UK als de Sowjet-Unie. Ook de enorme capaciteit van de Amerikaanse scheepsbouw begon toen een positieve invloed te hebben.

Een groot probleem was het beveiligen van een konvooi, dat noodzakelijkerwijs voer met de snelheid van het traagste deelnemende schip, meestal niet meer dan 12 zeemijl per uur (20 km/u). De geallieerden beschikten de eerste twee jaar van de oorlog simpelweg over te weinig oorlogsschepen voor deze taak.

Liverpool, in de oorlog de grootste haven van Europa,  was de bestemming van vele Atlantische konvooien in oorlogstijd en de thuisbasis van de Western Approaches Command van de Royal Navy.

De climax van de strijd werd bereikt in mei 1943, toen U-Bootvloot van Duitsland zijn zwaarste verliezen ooit in de Atlantische Oceaan leed. Er werden in één maand 41 U-Boote uitgeschakeld, tegen een jaar eerder slechts 4. In april 1945 liep dat nog één keer op tot 53. Dat alles was het resultaat van steeds betere opsporing en andere tegenmaatregelen, zoals o.m. de ontwikkeling van de ASDIC (sonar) en meer beveilgingsschepen en nieuwe dieptebommen, zoals de Hedgehogs. Dit waren groepen mortierachtige dieptebommen, die in een groep van 24 tegelijk werden afgeschoten.



Foto boven: een brandende tanker op de Atlantic, waarschijnlijk 1942. Niet bekend waar of wanneer precies.


Extra gevaarlijk was de tocht naar Moermansk - van het konvooit PQ 17 in juni-juli 1942 bereikten slechts 11 van de 35 schepen hun einddoel. Onder de verloren schepen was het ss Paulus Potter. Jan de Hartog beschreef dit konvooi in zijn boek 'The Captasin'(vertaald in het Nederlands als 'de Kapitein').

Schermutselingen in de Atlantic werden voortgezet totdat de oorlog eindigde in 1945, maar de geallieerden vernietigden bijzonder grote aantallen U-boten in mei 1943, waarmee zij na eerdere grote eigen verliezen effectief de Slag om de Atlantische Oceaan wonnen.


Een belangrijk element daarin was het bemachtigen van de geheime code van de U-boot-vloot waarmee de Enigma-coderingsmachines werkten

Onder degenen die kransen legden in de kathedraal was onderzeebootkapitein Patrick Walker, wiens grootvader kapitein Johnnie Walker een nationale held was voor zijn niet aflatende strijd tegen U-Boote in de Tweede Wereldoorlog.

De Cammell Laird scheepswerf in Birkenhead tegenover Liverpool was van vitaal belang voor de strijd en heeft ook voor het eerst in 20 jaar voor de herdenking haar deuren geopend . Haar 12.000 medewerkers werkten de klok rond om elke 21 dagen een oorlogsschip elke te produceren,

De mijlpaal werd ook herdacht in Londen en Londonderry. In Nederland was er geen herdenking.


Foto onder: het SS Paulus Potter.










Zoeken naar O13 gaat door in voorjaar



DEN HELDER - 21-12-2012 - De zoektocht naar de nog steeds vermiste Nederlandse onderzeeboot O13 heeft veel informatie, maar nog geen spoor van het wrak opgeleverd.


Het zoeken op zee zal in het voorjaar weer doorgaan. Er komt ook een documentaire over de boot.


Foto rechts: de O13 naast de O11. Deze verging bij een ongelkuk in maart 1940. 


De O13 was de eerste van de 7 onderzeeërs van de marine die tijdens de oorlog  verloren gingen, en is nu de laatste die nog steeds vermist is. Van de 34 gesneuvelde opvarenden van de boot die sinds 18 juni 1940 vermist is, woonden er destijds 24 in Den Helder.

Het onderzoek van defensie staat onder leiding van overste Jouke Spoelstra. Dat meldt het blad 'Levend verleden' van de Helderse historische vereniging. Deze is bezig met het verzamelen van gegevens over de opvarenden en de ondergang van de boot.

De commandant Ltz1 E.H. Vorster (foto links) van de O 13 was getrouwd met Jo de Korte, een tante van de nog levende ex-minister Rudolf de Korte. Ook hij toonde zich geïnteresseerd in het terugvinden van de boot, waar zijn oom in omkwam.


Documentaire
De documentaire is deels gereed, maar wanneer deze klaar zal zijn hangt ook af van wat er nog aan gegevens te voorschijn komt, zo laten de makers weten. Zij hebben de hoop dat het wrak gevonden wordt, in ieder geval nog niet opgegeven. Het Vfonds en Omroep MAX financieren de documentaire.

Er zijn al filmopnamen gemaakt in Nederland, Engeland en Duitsland. Ook oud-premier en voormalig commandant van een onderzeeër, de nu 97-jarige Piet de Jong, heeft een interview gegeven aan de documentairemakers van het bedrijf Novus Mediaproducties in Hilversum.  Met de hulp van twee historici hebben de documentairemakers  in Londen en Freiburg documenten over de O13 gevonden. Inmiddels zijn de makers overtuigd geraakt dat de O13 niet op 8 juni 1940 door de Duitsers tot zinken is gebracht. En ook vermeende rammen van de O13 door de Poolse onderzeeboot Wilk is,  betwijfelen de makers sterk.

De marine heeft wel in 2009 in de Noordzee een Duitse onderzeeër uit de Eerste Wereldoorlog gevonden, die aanvankelijk voor de O13 werd aangezien.


Foto rechts: de O13 op zee.


Het ministerie van Defensie heeft de vondst pas in maart 2011 bekendgemaakt omdat de Duitse autoriteiten de informatie moesten bevestigen. Ook zijn nabestaanden op de hoogte gebracht. De betreffende onderzeeër, de U-106, zonk op 7 oktober 1917.





Britten: onderscheidingen voor Moermansk-konvooien

en Bomber Command



LONDEN, 20-12-2012 - Premier Cameron van Groot-Brittannië heeft gisteren aangekondigd dat er een speciale onderscheiding komt voor zeelieden op de konvooien naar Moermansk. Churchill noemde deze ´the worst journey in the world' .


Ook voor bemanningen van de bommenwerpers uit de oorlog komt er een aparte onderscheiding.


Foto rechts: ijsvorming aan boord van de HMS Sheffield in de Noord-Atlantic. De marineman tracht een seinlamp te bedienen.

Het gaat om de nieuwe Arctic Star Medal. Deze is een aanvulling op de Atlantic Star die in 1946 werd ingesteld. Deze was echter alleen van toepassing op opvarenden die minstens een half jaar hadden gevaren.


Door de uitzonderlijke omstandigheden van de Moermasnk-konvooien kwam het merendeel van de opvarenden niet aan die voorwaarde toe

Ook Bomber Command-bemanningsleden krijgen een eigen onderscheiding, zo kondigde Cameron aan. De leden van deze groep van 125.000 militairen, onder hen vele tientallen Nederlanders, liepen grote risico's.


Er stierven 55.000 bemanningsleden van de bommenwerpers. Zij worden nu geljkgesteld met de behandeling van Fighter Command, de RAF-afdeling van de jagers. De overlevenden kunnen nu de Bomber Command Clasp krijgen.


Foto links: schemering tijdens een konvooivaart gefotografeerd vanaf de HMS Sheffield.


De zogenaamde 'Arctic convoys' duurden van 1941 tot 1944, en er namen ook een aantal Nederlandse schepen een deel. Ze vervoerden oorlogsmaterieel en allerlei andere voorraden naar de Sowjet-Unie via de noordelijke havens van Moermansk en Archangelsk.


Het risico op deze reizen, die vanaf IJsland verliepen, was groot omdat een flink deel ervan langs de kust van Duits bezet Noorwegen. Het aantal Britten dat sneuvelde liep op tot 3.000.

Er zijn geen Nederlandse opvarenden gesneuveld van de drie Nederlandse schepen die deelnamen: de Pieter de Hooch, de Mijdrecht en de Paulus Potter, het enige Nederlandse schip dat verloren ging, overigens zonder verlies van mensenlevens. Er namen in totaal convoy pq17 1942 | SS Paulus Potter1400 vrachtschepen deel aan de noordelijke konvooien. Daarvan vergingen er 85. De reis duurde ongeveer 10 dagen afhankelijk van het weer.

Foto links: het ss Paulus Potter


PQ-17

PQ-17 was het Moermansk-konvooi dat het zwaarst te lijden had van alle geallieerde konvooien. Het konvooi verliet IJsland op 27 juni 1942 met 35 vrachtschepen en werd op 1 juli opgemerkt  door een Duits verkenningsvliegtuig die de Duitse U-boten en oorlogsschepen waarschuwde. Het escorte, meestal bestaand uit evenveel schepen als een konvooi, bestond uit 21 oorlogsschepen, inclusief 2 onderzeeërs.

Niettemin werd tweederde oftewel 24 vrachtschepen vernietigd waarbij totaal 142.500 BRton en 153 zeelui verloren gingen. Daaronder het Nederlandse schip SS Paulus Potter (7168 ton), waarvan alle 73 opvarenden gered konden worden. Het aantal verloren gegane goederen liep op tot 3350 motorvoertuigen, 200 bommenwerpers, 430 tanks en 93.316 ton andere vracht. Eén van de ontsnapte schepen van PQ-17 werd alsnog tot zinken gebracht op de terugweg.

De konvooien werden in Nederland o.m. bekend door de roman 'De Kapitein' van Jan de Hartog, dat het leven van een sleepbootkapitein in een konvooi naar Moermansk beschrijft.








Ondergang ss Slamat: grootste ramp uit geschiedenis Nederlandse koopvaardij

AMSTERDAM, 27-04-2012 - Vandaag in 1941 vond bij Griekenland de grootste ramp uit de geschiedenis van de Nederlandse koopvaardij plaats: de ondergang van het troepentransportschip ss Slamat. Daarbij kwamen 983 mensen om.

Vorig jaar werd er eindelijk een monument opgericht voor deze ramp, en wel in het museum van de rederij, de Koninklijke Rotterdamssche Lloyd, echter in Friesland in Oudehorne.


De 70 jarige herdenking van de ramp met het stoomschip vond plaats in de Laurentiuskerk in Rotterdam, en daar werd het monument ook onthuld.

 

Op 27 april 1941 vielen Duitse duikbommenwerpers bij Griekenland het Nederlandse passagiersschip SS Slamat (1924, middelgroot, 12.000 ton) aan.Het schip voer met Nieuw-Zeelandse,  Australische en Nederlandse soldaten van Kreta, waar de geallieerden verslagen waren door de Duitsers, naar Nauplia in Griekenland.


De Britse destroyers HMS Wryneck en HMS Diamond schoten het SS Slamat te hulp. Deze twee werden ook vernietigd.

Een grotere ramp vond plaats op 18 september 1944 bij de westkust van Sumtra met het Japanse vrachtschip de Junyo Maru, waarbij 5620 doden vielen, onder hen 1377 Nederlandese krijgsgevangenen. Bij de ramp met de Wilhelm Gustloff op 30 januari 1945 in de Oostzee stierven 9.400 mensen.


 


 


Unieke film van vergane HrMs Java gevonden

 

DEN HAAG, 29-02-2012 - Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie heeft onlangs unieke filmbeelden van de Nederlandse kruiser HrMs Java gekregen.

 

Dit schip verging - kansloos - zoals andere Nederlandse en geallieerde schepen tijdens de Slag in de Javazee, op 27 februari 1942, zo meldt het NIMH.

 

Het gaat om een 8 mm amateurfilmpje, gemaakt door lt-z-1-kl Eric Ferwerda. Het toont momenten op de Java in het najaar van 1941, kort voor het uitbreken van de oorlog met Japan.

 

Vooral de beelden van de opvarenden, onder wie de broer van de filmer, lt-z-3kl Richard, geven een extra lading aan dit materiaal. Velen van hen, ook Richard Ferwerda, sneuvelden in de Javazee.

 

De koopvaarder Poelau van Stoomvaartmaatschappij Nederland is ook nog even in beeld. Dit vaartuig werd op 7 maart 1942 door Japanse bommenwerpers tot zinken gebracht.

 


 

Slag in Javazee ‘verankerd in geschiedenis’

 

DEN HAAG, 27-02-2012 - Het toekomstige Joint Support Schip van de marine krijgt de naam van de in de oorlog omgekomen schout-bij-nacht Karel Doorman.

 

Het wordt daarmee het vierde schip van de Koninklijke Marine dat deze naam zal dragen. Daarmee wil de marine de nagedachtenis aan de Slag in de Javazee blijvend verankeren in de hedendaagse marine.

 

Dat maakte Commandant der Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom bekend tijdens de herdenking van de Slag in de Javazee, die vandaag precies 70 jaar geleden plaats had.

 

Prins Willem-Alexander woonde in de Kloosterkerk in Den Haag de plechtigheid bij, plus minister Hans Hillen en commandant der strijdkrachten generaal Peter van Uhm.

 

Foto: rechts admiraal Borsboom, naast hem prins Willem-Alexander, bij de scheepsbel van HrMs De Ruyter, die zonk in de Slag in de Javazee, waarbij het grootste deel van de opvarenden, 345 man, inclusief schout-bij-nacht Doorman en commandant kapitein-ter-zee Lacomblé.

De bel hangt in de Kloosterkerk, waar de herdenking vandaag plaatsvond. Foto Defensie. Hier hangt ook een plaquette ter herinnering van Doorman. Foto Min. v. Defensie.

 

Bij de Slag in de Javazee op 27 februari 1942, 7-0 jaar geleden, probeerde een Amerikaans-Brits-Nederlands-Australisch eskader van 14 schepen onder commando van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman vergeefs een Japanse invasievloot m et een escorte van 19 schepen te stoppen.

 

Deze Japanse vloot was op weg was naar Java, het hoofdeiland van Nederlands-Indië. Een gevecht van meer dan 7 uren eindigde kort voor middernacht met de dramatische torpedering

Wrakken

 

Op 1 december2002 werden HrMs De Ruyter en Java teruggevonden in de Javazee, bij het eilandBawean, zo meldt Wikipedia.

 

Een internationale groep duikers die op zoek was naar HMS Exeter (eveneens vergaan bij de Slag in de Javazee) stuitte op de De Ruyter met sonar. Het schip ligt op circa 69 meter diepte, met een kleine slagzij naar stuurboord. Duikers konden vaststellen dat het daadwerkelijk om de De Ruyter ging.


De ontdekking kreeg weinig aandacht, maar haalde in 2004 het nieuws toen uit beide wrakken 4 scheepsbellen werden gestolen en te koop werden aangeboden. De Marine is nu weer eigenaar van de scheepsbellen, maar onduidelijk is hoe dat is gebeurd.

 

Eén van de bellen is in Soerabajageplaatst op het Karel-Doormanmonument aldaar. Twee bellen zijn in Den Helder, in het Marinemuseum en in het Commandementsgebouw ' De Admiraliteit', en de vierde bel is uitgeleend aan de Kloosterkerkin Den Haag.

 

De twee kruisers worden beschouwd als zeemansgraf, en verstoring van de rust geldt als grafschennis.

 

van de kruisers Hr.Ms. Java en Hr.Ms. De Ruyter. Ruim 900 Nederlandse marinemensen lieten het leven. Deze strijd ter zee wist de invasie maar met 1 dag te vertragen.

 

Sommige bemanningsleden die het overleefden, ondergingen 3,5 jaar zware ontberingen in Japanse krijgsgevangenenkampen.

 

Een van die overlevenden van de Slag, M.G.J. van Zeeland, oud-bemanningslid van Hr.Ms. Witte de With en Isaäc Vaarzon Morel, achterkleinzoon van schout-bij-nacht Karel Doorman, legden een krans in de kerk. Ook de zoon van schout-bij-nacht Doorman, Theo, was bij de herdenking aanwezig.

 

Laatste brief

Doormans schreef zijn laatste brief  aan zijn schoonouders, die in februari 1942 in Alexandrië in Egypte waren. Doorman:

 

"Wij vechten met de rug tegen de muur, vooral na de val van Singapore, dus de kansen dat ik jullie later in het hiernamaals terugzie, zijn oppervlakkig gezien groter dan op het ondermaanse, doch met Gods hulp kan alles zich ten goede keren. In ieder geval is het beter om te sterven als een man dan te leven als een slaaf van Hitler en consorten.”

 

 


 

 

SAMENVATTING VAN  NED. INST. V. MILITAIRE HISTORIE

Slag in de Javazee (27 februari 1942)

 

Het geallieerd eskader, de Combined Striking Force onder commando van schout-bij-nacht Karel W.F.M. Doorman (foto rechts), ter sterkte van 2 zware kruisers, 3 lichte kruisers en 9 jagers, vertrekt in de avond van 26 februari naar de Javazee. Doorman dient een Japanse invasie van Java te voorkomen.

Japans eskader superieur
De volgende dag raakt het eskader ter hoogte van het eiland Bawean slaags met een Japans eskader, ter sterkte van 2 zware kruisers, 2 lichte kruisers en 14 jagers, dat een invasievloot dekt. Het door schout-bij-nacht Takagi Takeo geleide Japans eskader is superieur op het gebied van torpedo's, heeft een groter bereik en beschikt over vliegtuigen.

Geïmproviseerde vloot
Een bijkomend nadeel voor de geallieerden is dat de Combined Striking Force een geïmproviseerde heterogene vloot vormt, opgebouwd uit schepen van 4 verschillende marines die niet gewend zijn gezamenlijk te opereren.

Verliezen voor geallieerde zijde
De Japanse vlootvoogd, die door zijn vliegtuigen sneller en beter op de hoogte is van de positie(verandering) van zijn tegenstander, blijft zich tijdens het gevecht steeds tussen het geallieerd eskader en de invasievloot opstellen, en loopt daarbij weinig verliezen op. 

Aan geallieerde zijde is de schade aan het eind van de middag al aanzienlijk: een zware kruiser raakt zwaar beschadigd en 3 jagers zinken. Aan het begin van de avond gaat het contact tussen de beide vloten verloren. Die avond stuurt Doorman 4 Amerikaanse jagers terug naar Soerabaja omdat hun brandstof opraakt en de torpedo's zijn verschoten.

Japan wint de strijd
Aan het eind van de avond wordt het gevecht in alle hevigheid hervat, ditmaal met desastreuze gevolgen voor de beide Nederlandse kruisers. De overgebleven Australische kruiser Perth en de Amerikaanse zware kruiser Houston breken het gevecht af en zetten koers naar Tandjong Priok. Doorman gaat met zijn schip ten onder. De door hem verloren Slag in de Javazee kost aan zo’n 1000 marinemensen het leven.

 


 

1942 - Analyse Slag in de Javazee - door Arthur Graaff

Ik val aan... volgt mij...?


AMSTERDAM, 27-02-2012 - Waar vond de grootste Nederlandse zeeslag uit de 20ste eeuw plaats? Daar komen veel Nederlandse 40-plussers na enig gepeins misschien nog wel op: in de Javazee tijdens de oorlog. Bij die slag verloor Nederland eigenlijk Indië voorgoed, en er verdwenen vijf hele Nederlandse, Amerikaanse en Britse kruisers in de golven en er stierven binnen vier weken 3.500 zeelieden, zo'n 1.000 van hen gewoon uit Nederland.

 

Deze slag vormde tevens het einde voor de Nederlandse marine als speler op wereldschaal - vrijwel elk Nederlands oppervlakteschip van de  marine van betekenis in Oost-Azië werd door de Japanners binnen drie weken uitgeschakeld. Eigenlijk bleven alleen enkele onderzeeboten over.

 

Met de Slag in de Javazee hadden de Japanners voor zichzelf vrij spel gecreëerd in Oost-Azië. Daar hadden zij, veel sneller nog dan de Duitsers in Europa, al hun doelen bereikt, inclusief het verslaan van de Nederlanders, de Britten, de Fransen en de Amerikanen. Andere tegenstanders waren daar niet meer. 

 

De Britse vloot in India roerde zich niet of nauwelijks. Het oude Amerikaanse vliegdekschip USS Langley was op weg, maar werd door Japanse vliegtuigen aangevallen en kwam er niet door. De Japanners hadden nu de enorme oliebronnen van Borneo en Sumatra in handen, de Indische rubber, tin en rijst. Totaal onmisbaar voor hun oorlogsvoering, en nergens anders te krijgen.

 

De Japanse aanval op Indië kostte de levens van in totaal zo'n 4.000 militairen, voornamelijk jongens uit Helmond, Zaandam, Dordrecht, Meppel – noem maar op. Hier vochten Nederlanders direkt tegen Japanners.

 

Foto rechts: de na-oorlogse poster met de gewraakte tekst. Doorman seinde echter : 'All ships - follow me'.

 

Maar één figuur springt eruit: schout-bij-nacht (lees: assistent-admiraal) Karel Doorman - hij werd door deze slag voor eeuwig beroemd. Hij heeft in Nederland 10 lanen, 9 straten, 7 wegen en 4 pleinen naar zich vernoemd gekregen.

 

Dat is overigens een topscore - bijvoorbeeld Churchill, destijds een staatsman met een forse fanclub en die wèl wat had gewonnen, namelijk WO2, kreeg eveneens 9 lanen maar slechts 8 straten en 3 pleinen. De Franse generaal Deslaurens, die in mei 1940 sneuvelde bij Vlissingen, kreeg niets. En hij dekte nog wel de aftocht van de Franse verdedigers van Nederland.

 

Er blijft zo een vraag liggen die weinig gesteld wordt: waarom is Doorman zo beroemd - hij verloor toch? En bovendien: waarom verloren we die slag dan wel? Ogenschijnlijk verpestten de Nederlanders het bij elke vorm van militair optreden tussen mei 1940 tot februari 1942. Maar we hebben ondanks dat toch hele bijzondere dingen gepresteerd - bijvoorbeeld de halve Duitse luchtvloot uitgeschakeld in mei 1940, 525 vliegtuigen binnen drie dagen. En de onderzeedienst schakelde met beperkte middelen tijdens de oorlog 54 vijandelijke schepen uit.

 

Enige held

Hoe zit het dan dan met Doorman? Doorman (foto links, als luitenant-ter-zee 1ste klasse) blijkt eigenlijk de enige nationale militaire held uit onze hele oorlog te zijn, zelfs uit de hele vorige eeuw als je Van Heutzs niet meerekent, de enige waar we als natie enig eervol houvast aan dachten te hebben. 

Hij had bij de aanval volgens de overlevering naar de andere schepen uit zijn eskader (afdeling) geseind: "Ik val aan, volgt mij". En ging vervolgens met schip, bemanning en al ten onder. Dat klonk prachtig, en het werd na de oorlog zelfs door de regering gebruikt op wervingsposters (zie boven). Bovendien had het nog het extra pluspunt, dat Doorman dit zei tegen onder meer Amerikaanse en Britse kruisers die toen onder zijn bevel stonden.

 

Maar dat hád Doorman helemaal niet geseind. Hij seinde, zo is uitvoerig uitgezocht: "All ships follow me". Dat klinkt al minder lekker, maar werd pas tien jaar na de oorlog bekend, en toen had hij zijn straten al binnen. Het zij hem verder gegund, want uiteindelijk verloor hij zijn leven bij de verdediging van de Nederlandse belangen en meer nog, hij ging de strijd aan op een moment dat hij kon vermoeden of zelfs wist dat hij het niet zou redden. 
 

In de drie maanden ervoor hadden de Japanners alles wat zij in Oost-Azië nodig dachten te hebben verslagen, Amerikanen in Pearl Harbor en de dag erna op de Filippijnen, de Britten in Hong Kong en Singapore, inclusief het nieuwe slagschip HMS Prince of Wales. Vietnam, toen bekend als Frans Indochina, was overgenomen. Korea bezaten de Japanners al vanaf de eeuwwisseling.

 

Foto links: torpedo's laden op de De Ruyter.

 

Doorman verging met de kruiser De Ruyter en 344 man na één torpedo van de Japanse kruiser Haguro. Eén? Was er misschien iets mis met dat schip, dat het zo snel verging?

 

Er bleek inderdaad iets met het schip te zijn, al leek alles aanvankelijk in orde. Het schip stamde uit 1936 van de werf Wilton-Fijenoord te Schiedam en kwam in dienst in de Oost-Indische wateren. Daar was het ook steeds voor bedoeld: Nerderland moesten daar wat meer aan de verdediging doen, omdat Japan zo militaristisch deed, sinds 1930 oorlog in China voerde en niet veel ophad met koloniale mogendheden.

 

Hoe zat het dan met de De Ruyter en met bijvoorbeeld de Japanse kruiser die haar ondergang werd, de Haguro? Hier is een vergelijking, en daarbij de destijds beroemde Admiral Graf Spee als illustratie van wat een modern Duits oorlogsschip toen aan boord had. De Graf Spee hield het overigens nog geen vier jaar vol, en de De Ruyter toch nog zes.

 

Wie even kijkt naar de kanons van de Haguro, plus de torpedobuizen van dat schip (de De Ruyter had er voor zover bekend 0, hoewel er op de foto bij dit artikel torpedo's op de De Ruyter worden geladen) voelt het al: geen partij. De bepantsering van de De Ruyter was overigens de helft van die van de Haguro. Verkeerde zuinigheid - dat is wat er mis was. Je had beter niets kunnen hebben.

 

 

 

 

De Ruyter

 

NL

 

 

lichte kruiser

 

 

Haguro

 

JP

 

 

zware kruiser

 

 

 

Admiral

Graf Spee

D

 

 

'vestzakslagschip'

 


wapens

7 x 150 mm

kanons

 

18 overige

 

8

torpedobuizen

 10 x 203 mm

kanons

 

12 overige

 

12 x 61 cm torpedobuizen

 

 6 x 283 mm

kanons

32 overige

 

8 x 53 cm torpedobuizen

 

 

pantser

 

 

gordel 5 cm

 

 

gordel 10 cm

 

 

gordel 8 cm

 

 

lengte

 

168 m

202 m

190 m

 

snelheid

 

60 km/u

67 km/u

53 km/u

 

 

in dienst

 

 

 

oktober 1936

 

 

maart 1928

 

 

januari 1936

 

 

gezonken

 

 

27 februari 1942

 

 

16 mei 1945

 

 

17 december 1939

 

bemanning

 

 

437 man

 

345 doden,

incl. Doorman en

kapt. Lacomblé

 

 

773 man (begin)

 

900 doden

bij ondergang

 

 

 

1150 man

 

1 dode –

de kapitein, door zelfmoord

 

 

De Haguro had kennelijk alles en won alles. Het schip hield het dan ook uit tot juni 1945 - onder de omstandigheden een topprestatie, hoewel geluk vaak een rol speelt. Bij de wapens wordt het verhaal al snel duidelijk: kanons van dit schip waren een kwart groter dan die van de De Ruyter. Dat betekent niet alleen dat zijn granaten door dikker pantser drongen, maar ook dat zij verder droegen - dat maakte de Haguro in een klap veel minder kwetsbaar voor de geallieerde schepen.


 

Foto bven: de De Ruyter op zee, vurend uit de voorste kanons.


Geheim wapen?

Bezaten de Japanners misschien één ander specifiek voordeel? Dat hadden ze. De torpedo's van de Japanners bleken het dodelijkste geheime wapen aan die kant van de wereldbol - ze kwamen twee keer zover als de doorsnee westerse, en hadden een grotere bomlading. Niet verwonderlijk, omdat hun diameter ook eenvijfde groter was.

 

Ze kregen van de Amerikanen uiteindelijk de bijnaam 'Long Lance' en konden tot 20 kilometer ver iets raken. In de eerste jaren van hun gebruik kwam het voor dat de Amerikanen dachten dat hun oorlogsschepen spontaan ontploften, omdat ze nog nooit van deze torpedo's gehoord hadden - als je de literatuur mag geloven.

 

Dan die Slag in de Javazee, 27-28 februari 1942 - daar ging onze Indische marine ... een totale ramp, dat is duidelijk. Maar het was niet met die ene slag over. Aansluitend wisten de Japanners binnen twee weken alle geallieerde schepen van enig belang in de buurt te kelderen.

Wat Hitler te land deed, deden de Japanners op zee - alleen dan op een grotere schaal. Indonesië alleen al is zo groot als West-Europa. Het lukte de Duitsers niet Rusland te grijpen, maar dat was de Japanners met China en heel Oost-Azië wel gelukt: ze hadden al tien jaar de helft van China stevig in hun greep plus Korea en Taiwan. Verder vanaf 8 december 1941 snel ook Hong Kong, en de Filippijnen, Vietnam, Laos, Cambodja, Maleisië, Singapore. Alleen Australië net niet, al vielen ze het wel aan. Het land miste  echter eigen essentiële grondstoffen. 

Het scheen niet Doormans schuld geweest te zijn. Hier is wat er ook nog speelde, en waar hij inderdaad zo te zien niets meer aan kon doen:

  • weinig vliegtuigen, dus geen informatie over naderende schepen

  • moeilijke communicatie met de Amerikanen en Britten van de andere schepen

  • geen goed gezamenlijk plan

  • oververmoeidheid van de geallieerde matrozen

  • hulp van het Amerikaanse vliegdekschip USS Langley kwam niet, omdat het succesvol werd aangevallen door de japanners.

 

Foto links: de Haguro, die de dodelijke torpedo op de De Ruyter afvuurde, in dok tijdens de bouw. Het schip was in alle opzichten superieur aan het geallieerde smaldeel dat het aanviel op 27 februari 1942.

 

Wát je ook leest, de meeste deskundigen schijnen het erover eens te zijn dat de Japanners op zee het eerste halfjaar, volgens sommigen zelfs langer, volkomen superieur waren.

 

Alleen de aanval op Pearl Harbor bleek later een strategische fout, omdat juist drie grote Amerikaanse vliegkampschepen de dans ontsprongen en omdat Amerika toen bovendien met een schok de oorlog in gebombardeerd werd. Van de vele oorlogsschuwe Amerikaanse politici werd toen geen woord tegen oorlog meer gehoord, van de ene dag op de andere. Dat maak je zelden mee.

 

Onafwendbaar

Het was dus 7 december 1941, 'A day that will live in infamy' , zei president Roosevelt over de Japanse sluipaanval op Pearl Harbor de volgende dag in het congres. Daar verdwenen 21 schepen waaronder 4 grote slagschepen en 200 vliegtuigen, er vielen 2500 doden. En daar bleef het voor de Japanners niet bij, ze zetten door:

Foto onder: de Japanse 'Long Lance'-torpedo ('Type 95'): langer, zwaarder, gevaarlijker; dit type werd de ondergang van de De Ruyter.

Foto Wikipedia Japan in het Yamamoto Museum

 

 

  • 7 december 1941:
    aanval op Singapore – 15 februari gevallen, 130.000 krijgsgevangenen; het nieuwe Britse slagschip HMS Prince of Wales vernietigd op 10 december 1941

  • 8 december 1941:
    aanval op de Filippijnen, Amerikaanse basis: 150 vliegtuigen vernietigd, enkele honderden doden

  • 8 december 1941:
    aanval op Hong Kong

  • 11 januari 1942: de Japanse landing in Nederlands-Indië, bij Tarakan, Noord-Borneo – was van ons, grote olieveleden – hele garnizoen gevangen – meteen ook maar een kleine slachting onder dekrijgsgevangenen gehouden.

Op 11 januari 1942 begon dus het einde van het koloniale Indische rijk. Eerst Borneo, Celebes (nu Sulawesi) volgde snel, Ambon, Zuid-Sumatra, Bali en Timor ook. Het Nederlands-Indische leger, het KNIL, leek op papier niet eens zo gek, maar verloor toch doorlopend van de fanatieke, ervaren en goed uitgeruste Japanners. Zoveel mogelijk vernielde het leger, het KNIL de raffinaderijen, vliegvelden en havens. Maar de Japanners wonnen toch, stap voor stap.


 

Foto boven: de Haguro op zee. De spitse boeg is typerend voor Japanse oorlogsschepen uit die tijd.

 

En toen kwam de beslissende zeeslag – een rijk met 1000 eilanden kun je alleen met een forse zeemacht beheersen.  Die zeemacht ontbrak volkomen.

De Japanse vloot gleed als een mes door de boter – niets hield hen tegen, en er was ook niets dat leek op bijvoorbeeld de Battle of Britain, waarbij de Engelsen uiteindelijk nog net gelijk speelden tegen de Duitsers. In Azië wonnen de Japanners overal begin 1942.


Pearl Harbor 2: Javazee

Hoe hakten de Japanners onze vloot in de pan? In ieder geval grondig, nog grondiger dan ze bij Pearl Harbor gelukt was. We verloren meer schepen dan de Amerikanen en hadden veel meer doden.

De volgende belangrijke zeeslagen of aanvallen uit dit lijstje speelden zich in voornamelijk februari 1942 de Indonesische archipel af, en kostten ons plus de Geallieerden in totaal 24 schepen. Dat is dus 3 meer dan bij Pearl Harbor, en ook 1000 doden meer, namelijk 3500. De gealieerden verloren hier de vijf kruisers:

  • HrMs De Ruyter,
  • HrMs Java
  • USS Houston,
  • HMAS Perth
  • HMS Exeter
  • plus nog 12 andere oorlogsschepen binnen 4 weken.

Er verdwenen vanaf december ook al 7 Nederlandse onderzeeërs. Daarmee was de geallieerde zeemacht van de oppervlaktewateren van geheel Oost-Azië verdwenen, en kregen de Japanners daar vrij spel zoals zelden een overwinnaar had ervaren. Het westen was met zijn eigen wapenen en tactieken verslagen. Het voornaamste Japanse doel was olie uit Indië - dat toen de 4de olieproducent ter wereld was.

 

 Slag of 

 plaats

 

 Datum 

 

februari 1942

 

  Verlies schepen e.d.

 

  Doden

Timor

3


1 marinesloep gezonken (Canopus)

 

3

Riouw

4


1 bewakingsschip gezonken (Deneb)

 

3

Straat Makassar

4


2 kruisers beschadigd

 

70

Bangka

17


1 torpedojager gezonken (Van Nes)

 

70

Soerabaja

18


1 opleidingsschip gezonken (Soerabaja)

 

11

Straat Badoeng

19-20

1 torpedobootjager gezonken (Piet Hein)

 

1 kruiser en1 torpedobootjager beschadigd

 

75

Soerabaja

21

1 hospitaalschip beschadigd

(Op ten Noort – strijdig met oorlogsrecht)

 

3

Slag in de Javazee

(de bekendste)

27-28

2 kruisers gezonken (De Ruyter en Java)


3 torpedobootjagers gezonken

 

2300

Baai van Bantam

28

1 torpedobootjager gezonken (Evertsen)

 

1 vliegbootmoederschip beschadigd (Reiger)


2

Tweede Slag in de Javazee

1 maart

1 zware kruiser gezonken (HMS Exeter )


2 torpedojagers gezonken (HMS Encounter en USS Pope)

 

8

Slag in de Straat Soenda

28 feb. –

1 maart

1 zware kruiser gezonken (USS Houston)

 

1 lichte kruiser gezonken (HMAS Perth)

 

1 torpedojager gezonken

1071

Div. plaatsen

dec-feb

 

7 onderzeeërs vernietigd

 

?

TOTAAL

 

 

24

schepen gezonken

NL, GB, VS en AUS

 

 

3524

 doden (minimaal)  d                         

 

Op 27 februari geschiedde dan de slag: een Amerikaans-Brits-Australische-Nederlandse ('ABDA') eskader onder leiding van Doorman trachtte boven Java de aanstormende Japanse invasievloot tegen te houden. Twee van onze schepen zonken, 2300 man stierven.

 

De restanten van het eskader moesten vluchten maar werden alsnog in de pan gehakt. In de nacht van 28 februari op 1 maart vielen Japanse soldaten Java dan tenslotte aan, het eiland met zijn 2000 km kustlijn – ook al onverdedigbaar als je dat als koloniale bezetter alleen, zonder de bevolking, wil trachten te verdedigen.

 

Het KNIL, meer politietroepen dan harde jongens met oorlogservaring en complete doodsverachting zoals de Jappen, moest elke dag verder terugtrekken.

 

Op 8 maart 1942 capituleerde Nederlands-Indië. Meer dan 42.000 Europese KNIL-militairen en marinemensen raakten krijgsgevangen plus ongeveer 25.000 Indonesische KNILlers - vergelijk het aantal militairen in Nederland, qua oppervlak 100 keer kleiner: 250.000.

 

De meesten van hen – meestal in strijd met het oorlogsrecht – moesten daarna zeer zware dwangarbeid aan oorlogsinstallaties verrichten; éénderde van hen overleefde dat niet.

 

De dodenbalans van de aanval: 845 Japanse militairen, 1.653 Nederlandse marinemensen en 896 KNIL-militairen. Dat lijkt allemaal erg, maar was nog niets bij wat er nog zou volgen. 

 

 

 

 

                                                              

 

 

 

I  N  D  E  X

Scroll naar beneden om de artikelen te lezen

 


 

27-04-2012

Ondergang ss Slamat:

grootste ramp Nederlandse koopvaardij

 

29-02-2012

Unieke film van vergane HrMs Java gevonden

 

27-02-2012

Slag in Javazee ‘verankerd in geschiedenis’

 

29-02-2012

SAMENVATTING VAN HET NED. INST. V. MILITAIRE HISTORIE 

27-02-2012

Ik val aan, volgt mij...?'