Verdergaan naar hoofdinhoud

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
Achtergronden 2014
Achtergronden 2013
Achtergronden 2012
Achtergronden 2011
Aanslagen op Hitler
10 vragen over de oorlog
Boekenlijst WO2
Boere: Aken-blog
Curaçaose stakers 1942
D-day 2014
Dossier Vorden 2013
Dossier Wulff en Gauck
Gauck niet-Faber wel
Euthanasie
Gauck PERS
Geschiedvervalsing
Grijs verleden
Herzberg-lezing
Hilversum oorlog
Koninkrijk - De Jong
Market Garden 2014
Mein Kampf h1
Mein Kampf h2
Mgr Lampert: onthoofd
Rode Kruis
Roofkunst
Roofkunst links
Troostmeisjes
Verliezen WO2 per land
WO1 - De machine
Colofon
70 jaar bevrijding
Onderduyik
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
VANDAAG GEBEURD
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
cvw-vp



D O D E N H E R D E N K I N G   
2 0 1 3 / 1 4

D O S S I E R


 V O R D E N 




 V E R V O L G    V A N    V O O R P A G I N A

COMMENTAAR

 2014: Vorden herdenkt zijn Duitsers nu 'officieus'


door Louis van Overbeek - 19-04-2014

 

Dit jaar staat Vorden, het dorp in de Achterhoekse gemeente Bronckhorst, dat sinds enkele jaren berucht is vanwege het herdenken van nazi-soldaten tijdens de nationale dodenherdenking, niet officieel stil bij zijn gesneuvelde Duitse soldaten. Vorden is één van de zeer weinige dorpen in Nederland waar nog gesneuvelde Wehrmacht-soldaten liggen op de algemene begraafplaats.

 

Met dit ‘niet officiële herdenken’, zo meldt Omroep Gelderland op 16 maart jl., wordt de lijn voortgezet van vorig jaar, toen het plaatselijke 4 mei-comité en de gemeente Bronckhorst evenmin een oproep deden, zoals ze dat wel in 2012 hadden gedaan, om - in een verkeerd begrepen streven naar verzoening met de vroegere vijand - langs de graven van de Duitse soldaten te defileren. Bezoekers aan de herdenking deden dat niettemin massaal uit eigen beweging toch en veroorzaakten zo voor het tweede jaar op rij landelijke commotie rond de Nationale Dodenherdenking.

 

Over de oorzaak van de beleidswijziging van gemeente en het 4 mei-comité blijft het overigens een beetje gissen. Juist vorig jaar heeft men in Vorden immers van de rechter in een opmerkelijke uitspraak in hoger beroep te horen gekregen dat het herdenken van gevallen Wehrmacht-soldaten op 4 mei wel mag, en men wekt in het dorp evenmin de indruk zelf tot bezinning te zijn gekomen. Waarschijnlijk is men dus van besluit veranderd onder druk van verzetsorganisaties en uit angst voor nog meer commotie, terwijl men met de positieve reacties van neonazi’s ook niet onverdeeld gelukkig zal zijn geweest.

 

Van de schande van het Moffen-herdenkende Vorden zijn we daarmee als Nederland echter nog niet verlost. Want hoewel Vorden nu dus ‘officieel’ geen gesneuvelde Duitse soldaten uit WOII meer herdenkt op 4 mei, en er geen gezagsdragers meelopen in de herdenkingsstoet, gaat dat ‘officieus’waarschijnlijk nog wel degelijk gebeuren, zoals de Vordense bevolking ook vorig jaar massaal langs de Duitsers defileerde, en bij wijze van stil protest tegen de rest van de betweterige wereld haar kinderen bloemen liet leggen op hun graven.

 

Om te voorkomen dat we elk jaar weer geconfronteerd worden met een dergelijke, al dan niet officiële,  wanvertoning in het niet voor rede vatbare Vorden, waar de geest weer uit de antisemitische fles is - op de website van regionale Omroep Gelderland en sufferdje de Stentor zijn de anti-joodse uitlatingen al weer niet van de lucht - rest er nog maar één mogelijkheid: het herbegraven van de in Vorden liggende Duitse soldaten op de centrale Duitse begraafplaats in Ysselsteyn, waar vrijwel alle Duitse militairen uit WOII liggen verzameld, zodat het in het Achterhoekse dorp fysiek niet langer mogelijk is langs hun zerken te defileren. Snel doen dus!






Gemeente Bronckhorst overlegt met kerken over 4 mei 2014 Vorden

BRONCKHORST, 22-05-2013 - De gemeente Bronckhorst heeft vorige week donderdag overlegd met het Cairo-overleg van de kerken over de dodenherdenking op 4 mei 2014 in Vorden.


Foto rechts: burgemeester Aalderink op 4 mei 2013  bij Pauw en Witteman luisterend naar Adriaan van Dis, die geen voorstander is van vermenging van slachtoffers en daders op één herdenking.


Volgens mevrouw Hanneke Gelderblom, ex-senator voor D66 die namens progressieve Joden aan dit overleg deelnam, vraagt de gemeente zich nu af hoe de dodenherdenking in Vorden komend jaar moet verlopen.

Voorzitter Hartelman van het Comité 4 mei Vorden had op 4 mei na afloop van de gewraakte dodenherdenking met bezoek aan  o.m. nazigraven tegen de plaatselijke pers gezegd dat hij het volgend jaar weer zo wilde doen. Onduidelijk is of hij dit standpunt nog aanhangt.

Het Cairo-overleg heeft benadrukt dat slachtoffers en daders niet tegelijk herdacht kunnen worden, en dat verzoening, zoals die door Bronckhorst is voorgesteld, niet afgedwongen kan worden en bovendien alleen betrekking kan hebben op de levenden. Ook verwijst de Cairo-groep naar andere data dan 4 mei, een dag die zowel door de staat als door het nationaal Comité, en door de traditie, voorbehouden is aan het herdenken van uitsluitend slachtoffers in Nederland  van het  nazi-systeem. Op waarschijnlijk 20 juni 2013 volgt er een openbare discussie van o.m. het CIDI met de gemeente over de naziherdenking. Het Cairo-ovberleg heeft daar volgens mevrouw Gelderblom nog geen uitnodiging voor ontvangen, maar zal als die wel komt graag deelnemen..

Het Cairo-overleg telt deelnemers uit Christelijke, Moslim en Joodse kring en opereert onder de hoede van de Raad van Kerken in Nederland. De Vordense Raad van Kerken, waarvan Hartelman ook lid is, heeft niet deelgenomen aan de eerste Joodse herdenking  in Vorden sinds de oorlog van 17 gedeporteerde en vermoorde Joodse Vordenaren. Ook de gemeente nam daar niet officieel aan deel. De burgemeester heeft wel een aantal mlaen in hetopenbaar het nazi-element van de soldaten gebagatelliseerd  of gerelativeerd. Tegen  hem loopt daarom een onderzoek wegens holocaustontkenning.

Het Cairo-overleg wil graag in gesprek blijven met de gemeente. Maar volgens mevrouw Gelderblom moet de gemeente voor oplossingen zorgen. Eén van de opties die groep heeft neergelegd bij de gemeente  is dat de graven worden verplaatst naar de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn, waar vrijwel alle in Nederland gestorven nazisoldaten, plus  Nederlandse nazisoldaten zoals SS-ers en andere Duitse soldaten liggen. Volgens mevrouw Gelderblom stuit dit alleen op een praktisch probleem, namelijk dat Ysselsteybn niet de grote gemeenschappelijke grafsteen met de 10 namen accepteert, Op die begraafplaats staan alleen uniforme éénpersoons zerken.

Het  gesprek vond plaats op 16 mei 2013 in het gemeentehuis van Bronckhorst. Aanwezig waren burgemeester Aalderink, de heer Hartelman als voorzitter 4 mei Comité van Vorden en tevens voorzitter Raad van Kerken in Vorden en de heer Van Cranenburgh, Hoofd Dienstverlening. Van de kant van het Cairo-overleg waren aanwezig: Hanneke Gelderblom (Joodse Gemeenschap), Rasit Bal (Contactorgaan Moslims en Overheid) en Jan Post Hospers (Raad van Kerken).

De aanleiding om langs de Duitse graven te gaan was een brief van inwoner  uit Vorden. Getroffen door de vergevingsgezinde houding van de Indonesiërs die hij ervoer tijdens een bezoek aan dat land, stelde hij voor om ook langs de graven van de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Duitsers te lopen. De situatie op het kerkhof in Vorden is zo, dat je van de weg naar de herdenkingsplek waar Engelse soldaten liggen, twee uitgangsmogelijkheden hebt, een ervan is langs de Duitse graven. Dit vormt de achtergrond van het besluit van de Gemeenteraad en het 4 mei Comité om op 4 mei 2012 na afloop van de herdenkingsplechtigheid de uitgang langs de Duitse graven te nemen.

Volgens Hartelman hadden hij en de gemeente de reactie die opriep,  niet voorzien en ze waren daarvan geschrokken. Het is volgens een verslag van het gesprek van Cairo-lid  Jan Post Hospers van de Raad van Kerken ook nooit de bedoeling geweest om wie dan ook te kwetsen. Duidelijk is dat het nu uit de lokale sfeer is getrokken en een landelijk discussiepunt is geworden. Daarom is dit jaar besloten dat na afloop van de herdenking de Burgemeester en het 4 mei Comité niet langs de Duitse graven lopen, maar de Vordense bevolking de gelegenheid te geven om hierbij een eigen keuze te maken. Getuigen hebben waargenomen dat Hartelman de gang langs de nazigraven echter nadrukkelijk met een gebaren heeft aangemoedigd.

Burgemeester Aalderink zei te staan voor een dilemma. Hij zei ook begrip te hebben voor de gevoelens van Joodse zijde. Voor hen is het herdenken van diegenen die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord en omgekomen heel wezenlijk. Tegelijkertijd sdtelt hij dat er bij de plaatselijke bevolking de wens bestaat om een handreiking te doen naar de toekomst. Enkele malen gevraagd naar het hoe en waarom van die handreiking - 70 jaar na dato - kon  hij echter bij Pauw en Witteman, daarnaar gevraagd door Adriaan van Dis, geen toelichting geven. Van de burgemeester is bekend dat hij pogingen doet om de contacten met Duitse grensgemeenten te verstevigen, hoewel Bronckhorst zelf geen grensgemeente is.

Het Cairo-overleg heeft in het gesprek benadrukt dat dit zeker niet alleen een probleem van de Joodse gemeenschap is. Het overleg benadrukt ook dat het virus dat racisme en discriminatie veroorzaakt is niet dood en het kan helaas steeds weer de kop opsteken.

Rasit Bal, vertegenwoordiger van de Moslims, stelde in het overleg in Bronckhorst dat om aan de nieuwe generatie Moslims in Nederland uit te leggen wat er gebeurd is, de boodschap heel helder moet zijn. Als daders en slachtoffers dan op hetzelfde moment of vlak na elkaar herdacht gaan worden, dan helpt dat niet om duidelijk te maken dat herdenken eigenlijk kijkt naar om het proces van uitsluiten van mensen om wie ze zijn.  Dit is voor moslims in Nederland ook een belangrijk punt. Daarom heeft het Contactorgaan Moslims en Overheid ook een verzoek gestuurd naar de bij haar aangesloten moskeeën om in het vrijdagmiddaggebed van 3 mei op te roepen om als moslimgemeenschap mee te doen aan de plaatselijke herdenkingen op 4 mei. Deze oproep is door 300 moskeeën gehonoreerd.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft o.a. in dagblad Trouw van 2 mei 2013 laten weten, dat zij nu op het standpunt staan dat op 4 mei alleen de slachtoffers herdacht moeten worden en niet de daders. Het Cairo-overleg is blij met deze duidelijke uitspraak en hoopt dat ook in Vorden deze keuze gemaakt gaat worden.


Verder kwam nog aan de orde dat de factor tijd: “het is zo lang geleden”, zoals o.m. de burgemeester heeft verwoord, volgens de Cairo-groep niet van toepassing kan zijn. Er leven nog 1,5 miljoen mensen die geboren werden vóór 5 mei 1945. Het Cairo-overleg wijst er ook op dat de geschiedenis van de profeten uit de heilige boeken van de Joden, Christenen en Moslims en die van bijvoorbeeld Willem van Oranje ook lang geleden is. WOII vormt volgens de groep  een onmisbaar onderdeel van de geschiedenis van Nederland. Dat duidelijk maken is de kern van het antwoord waarom wij herdenken.

De burgemeester en de voorzitter van het 4 mei Comité van Vorden deelden in elk geval volgens de Cairo-groep de visie dat bevrijding en verzoening niet kan zonder voortdurende alertheid op het kwaad dat de mensheid bedreigt en zich steeds weer in nieuwe vormen kan manifesteren. Hoe in Vorden zowel aan het ‘herdenken’ als aan de ‘handreiking met het oog op de toekomst’ vorm gegeven moet worden: dat vergt nog veel overleg, nadenken en creativiteit.




Vader van oorlogsveteraan werd vermoord in Vorden

VORDEN, 10-05-2013 - De vader van oorlogsveteraan Günther Meier werd in 1944 in Vorden vermoord door de nazi's , zo meldt Daniël Kooistra in de Weekkrant Fryslán. Nog dagelijks denkt Günther Meier (82) uit Stiens terug aan die 24ste september 1944 - de dag dat zijn vader, een verzetsstrijder, in zijn rug werd geschoten door de Duitsers en stierf. Nog ieder jaar woont de Stienser de 4 mei herdenking in de Nieuwe Kerk in Amsterdam bij en loopt hij mee tijdens Veteranendag. De geschiedenis van Meier toont nog eens aan, tot welke daden de nazi's in Vorden kwamen.

Günther Meier is door de gebeurtenissen in WOII voor het leven getekend, maar geniet desondanks iedere dag nog volop van het leven. In zijn tijd alsmarinier en later als lid van de luchtmacht, ontving hij enkele onderscheidingen.De oorlog was voor de jonge Günther, in die periode een tiener, een spannende periode. Hij groeide op in de Achterhoek, Gorssel. Nog bijna iedere dag denkt hij daaraan  terug. “We leefden thuis op een tijdbom”, vertelt Meier. “Het mag eigenlijk een wonder heten dat ik hier nu nog zit.

Meiers vader zat in het verzet, en bovendien hadden zijn ouders twee Joodse onderduikers. "Mijn vader had grind rondom het huis aan laten leggen zodat we de Duitsers eventueel aan konden horen komen.” In september 1944 gaat het toch mis. Om 5.00 uur ‘s ochtends vindt er een inval in het dorp plaats. Er worden 23 gijzelaars, waaronder Meiers vader, meegenomen naar Zutphen.

Meier zelf werd in Hattem in veiligheid gebracht. “Mijn vader was werkzaam als politieagent. In de oorlogsjaren wist je veel als politie. Mijn vader moest verzetsstrijders aanwijzen. Dat weigerde hij, waarop de Duitsers hem arresteerden.”

In Zutphen wordt hij er als enige tussen de 23 gijzelaars uitgepikt. “Zijn dienstpet hoefde hij niet op te doen. ‘Die heb je niet meer nodig’, zeiden ze. Vervolgens zeiden ze mijn vader dat hij mocht gaan, waarna hij in zijn rug werd neergeschoten.” Tot op de dag van vandaag heeft de Stienser het hier moeilijk mee. “Na de oorlog kwamen we erachter dat ze mijn vader daar twee dagen hebben laten liggen.”

De gebeurtenissen uit de oorlog maakten dat Meier hier sterker uitkwam. Zo diende hij onder meer achttien maanden in Nieuw Guinea en maakte hij bij de mariniers deel uit van de staf van Prins Bernhard. Zijn militaire carrière eindigde bij de luchtmacht, waar Meier als vaderfiguur voor de jongere jongens gold.

“Op mijn 58ste ging ik met pensioen, normaal ga je er met 55 uit, maar ik kon nog een paar jaar door.”
Na zijn werkzame leven nam Meier deel aan talrijke parades en defilés. Anno 2013 wandelt hij nog vele lange afstandsmarsen in binnen- en buitenland, mede daardoor oogt hij vitaal voor zijn leeftijd. “Ik heb veel meegemaakt. Als ik altijd op kantoor had gezeten was het waarschijnlijk niks met me geworden.”



'Burgemeester Bronckhorst ontkent Holocaust'

BUSSUM, 10-05-2013 - Burgemeester van Bronckhorst Henk Aalderink wordt beschuldigd van ontkenning van de Holocaust. De antifascistische organisatie AFVN-BvA en uitgever Arthur Graaff bereiden een aanklacht tegen de burgemeester voor, zeggen zij vrijdag tegen Novum Nieuws.


De aankondiging komt op de dag dat de nazi's Nederland zonder oorlogsverklaring overvielen in 1940, wat leidde tot vijf jaar extreme terreur en 240.000 Nederlandse doden.


Foto rechts: bij Pauw en Witteman kreeg Aalderink geen steun voor zijn opvattingen. O.m. Adriaan van Dis vroeg zich af waarom nazisoldaten moesten worden herdacht, en waarom op 4 mei. Aalderink gaf daar geen antwoord op.


De plannen voor de dodenherdenking in Vorden, dat in Bronckhorst ligt, zorgden dit jaar en vorig jaar veel ophef. Vorig jaar wilde Aalderink ook langs graven van nazimilitairen lopen, maar dat werd hem verboden door de rechtbank. Uiteindelijk bepaalde het gerechtshof dat het toch wel had gemogen.


Dit jaar wilde de gemeente een wethouder langs de graven laten lopen, maar toen tegenstanders  demonstraties aankondigden werd hiervan afgezien. Deze demonstraties werden in overleg met de gemeente daarna weer afgeblazen. Wel liepen toch honderden ongeveer 300 bezoekers langs de graven, die niet door de gemeente waren afgezet ondanks de eerdere aankondiging van de gemeente dat de naziherdenking was afgelast. Alle oorlogsinstellingen in Nederland hadden toen al hun afkeuring van de naziherdenking uitgesproken.


De burgemeester heeft volgens Graaff, die een nieuwssite over de Tweede Wereldoorlog beheert, steeds aangegeven dat hij de soldaten in de graven niet als nazi's beschouwd. "Daarmee heeft hij een grens overschreden. Hier is sprake van een goodwillcampagne voor het nazisme. Er zitten nog altijd hakenkruizen op de uniformen in die graven. Het metaal waar die van zijn gemaakt vergaat niet snel."


In de graven liggen ook Duitse vliegtuigbemanningsleden. "Om in de luchtmacht te komen moest je een stuk gedrevener zijn dan een militair die gedwongen naar het front wordt gestuurd", zegt Graaff. Door afstand te nemen van de stelling dat het om nazi's gaat, maakt de burgemeester zich volgens Graaff schuldig aan ontkenning van de Holocaust. "Het gebeurt vrijwel nooit dat iemand de Holocaust direct ontkent, dat gebeurt altijd indirect en dit is hier een voorbeeld van. Door de uitspraak van het hof denkt de burgemeester dat de weg vrij is om alles te zeggen," zo schrijft Novum.


De burgemeester zet de Duitse Wehrmacht van destijds neer als een gewoon leger, zegt voorzitter van AFVN-BvA Hein van Kasbergen. "Maar in de processen na de oorlog is bepaald dat het om een criminele organisatie gaat die heeft meegewerkt aan de Holocaust. Door nu te doen alsof het een gewoon leger is ontkent de burgemeester dat sprake was van een Holocaust."


Toen de gemeente aangaf een wethouder langs de graven te willen laten lopen, werd dat volgens Graaff toegejuicht op de neonazistische website stormfront.org. "Hoe veel bewijs wil je hebben dat je fout zit? Ik heb de burgemeester meerdere keren gevraagd of hij hier afstand van neemt, maar hij heeft niet gereageerd. Na wat al eerder is voorgevallen was dit voor ons het moment om te besluiten tot actie over te gaan."


Aalderink heeft volgens Graaff nooit duidelijk gemaakt waarom de Duitsers op 4 mei moeten worden herdacht. "Waarom kan dat niet op de Duitse Volkstrauertag in november? Op de Duitse begraafplaats in IJsselstein liggen duizenden Duitsers die daar ieder jaar worden herdacht."

De klacht moet volgende week worden ingediend, zegt Graaff. "Als een burgemeester hiervoor wordt veroordeeld, wordt hij uit zijn ambt gezet."


Een woordvoerder van de gemeente zegt het moeilijk te vinden om te reageren omdat nog geen aanklacht is ingediend. "Maar als er zo'n aanklacht zou komen, vinden wij dat ongepast en bezijden de waarheid. Een eventuele aanklacht zal binnenkomen bij de politie, wij wachten dus bericht van de politie af."



Gemeente Bronckhorst haalt bakzeil tegenover Nieuws-wo2 en verdraait waarheid

door Eddy Kokelenberg
VORDEN, 6-05-2013 - De gemeente Bronckhorst heeft bakzeil gehaald tegenover onze site, Nieuws-wo2. In de zaak rond de nazigraven heeft de gemeente beweerd dat onze site 'onwaarheden' verspreidde over de herdenking, zonder dit te substantiëren, ondanks herhaalde verzoeken. Uiteindelijk bleek het te gaan om ons gebruik van de term 'nazigraven' en 'naziherdenking'. Deze gemeentelijke pagina is waarschijnlijk vandaag zonder verdere aankondiging van het web gehaald. Uitgever-hoofdredacteur Arthur Graaff had daar dan ook op aangedrongen.




De gemeente heeft nog geen rechtzetting gepubliceerd. Nieuws-wo2 heeft ook een vordering  ingediend wegens smaad en kosten van het rechtzetten, dat een tijdrovend proces is. Alleen al de gemeentelijke voorlichtster aan de lijn krijgen kostte vorige week twee uur en 11 keer bellen.

De gemeente had twee weken terug laten door schemeren dat zij een strafklacht tegen Nieuws-wo2 zou indienen, wegens het publiceren van een spotprent burgemeester Aalderink als Gauleiter Adolf Aalderink. In weerwil van zijn herhaalde uitroep dat vrijheid van meningsuiting voorop staat, vindt hij als een echte dictator dat deze prent moet verdwijnen. Van de strafklacht is niets meer vernomen.

De gemeente verdraait echter opnieuw de waarheid.

Maandag 6 mei 2013 heeft zij gepubliceerd:
"Herdenking in Vorden waardig verlopen
Actueel

De dodenherdenking in Vorden is zonder problemen en waardig verlopen. Om de waardigheid van de herdenking te garanderen was de keuzemogelijkheid om langs de Duitse graven te lopen, geschrapt uit het programma. Aanleiding hiervoor was een eerder aangekondigd breed protest van enkele organisaties. Een groot aantal mensen koos er wel voor om de gang langs de Duitse graven te maken. Ruim 350 belangstellenden namen deel aan de plechtigheid."
http://www.bronckhorst.nl/actueel/laatste-nieuws_3382/item/herdenking-in-vorden-waardig-verlopen_65677.html


De naziherdenking is zeer onwaardig en met grote probemen verlopen. De gemeente kiest hier in haar voorlichting een autistisch struisvogelstandpunt. Er waren delegaties van Nederlandse antifascisten, die door agenten in burger gevolgd werden en met hun aanwezigheid wilden verduidelijken dat zij nooit nazi's zullen herdenken. Er was een groep Duitse antifascisten, er waren een stuk of tien onrustige journalisten waaronder drie cameraploegen, zoals van het NOS Journaal met Gerri Eickhof, en de spanning was te snijden.

Rabbijn Tamarah Benima stond bij de herdenking op de begraafplaats te kijken en huilde van pijn, teleurstelling en verontwaardiging. Dat meldt de gemeente Bronckhorst niet.

Vanaf vandaag gaat een aantal organisaties een zero-tolerancebeleid volgen tegen de gemeente in de zaak-Vorden. Daarnaast zal zo snel mogelijk een gemeenschappelijke petitie van al deze organisaties aan de minister van Binnelandse Zaken verschijnen, om de Vordense graven naar IJsselsteyn te verplaatsen. Dat dient dan vóór de Duitse herdenkingsdag te gebeuren, 15 november. Er bestaat onder de betrokkenen buiten Vorden een grote  eenstemmigheid dat de Vordense naziherdenking nooit meer mag plaatsvinden. Dat geldt ook voor herdenkingen van nazi's in andere plaatsen.

Reden is dat de gemeente heeft gedoogd dat er toch weer mensen langs de nazigraven liepen. Daartegen hebben alle organisaties uit de oolrogssector categorisch geprotesteerd, plus een groot aantal inviduen. Nieuws-wo2 heeft dat ook gedaan, en bovendien een schrijversprotest opgezet, open brieven  geschereven aan de burgemeester en de gemeenteraad, persberichten uitgestuurd en een Joodse herdenking georganiseerd.

Dat heeft de gemeente er niet toe kunnen brengen deze vorm van holocaustontkenning - aldus de jurist prof mr H. Loonstein - onmogelijk te maken, hoewel de gemeente afgelopen woensdag de indruk wekte, juist dat wel te willen doen. Daarmee is de gemeente in strijd gekomen met de Nederlandse wet, die nazisme en openlijke positieve referenties daaraan verbiedt. Tegen de gemeente en haar bestuurders zal een aanklacht wegens holocaustontkenning ingediend worden. Mocht deze worden erkend, dan kan dat volgens de wet ook betekenen dat de betrokken bestuurders uit hun ambt gezet worden.

Daarnaast verzaakt vanuit juridisch oogpunt de gemeente ook haar zorgplicht: geen enkele Nederlandse gemeente kan gedogen of toestaan dat er, laat staan meewerken aan, volstrekt onnodige activiteiten in zo'n gemeente plaatsvinden die grievend, pijnlijk of kwestend zijn voor een bepaalde bevolkingsgroep. Deze bevolkingsgroep bestaat uit Joodse mensen, mensen met een actieve rol in het verzet of een rol als slachtoffer, of hun nabestaanden.




Vorden ontsnapte aan mogelijke bomaanslag




Foto boven: voorzitter Uwe Koopmann van de Duitse DKP spreekt antifascisten toe in Vorden bij de kranslegging bij het Verzetsmonument om 6 uur op 4 mei 2013. Bij deze herdenking verschenen geen dorpsbewoners. De fotograaf is van de Volkskrant. De Duitse antifascisten keerden daarna terug naar Duitsland, in de veronderstelling dat de naziherdenking niet door zou gaan. Dat bleek anders te liggen.

VORDEN, 6 mei 2013 - De Achterhoekse plaats Vorden is zaterdag ontsnapt aan een rechtsextremistische terroristische bomaanslag. Dat zegt een bron bij de Duitse antifascististen. Enkele radicale neonazi's in het Ruhrgebiet hadden vergevorderde plannen om een bomaanslag te plegen op het gemeentehuis van Vorden (Bronckhorst) of op de woning van de burgemeester, als de herdenking van nazisoldaten op het kerkhof feitelijk was geblokkeerd. Die herdenking is nu wel doorgegaan: ongeveer 300 aanwezigen deden eraan mee. Vorig jaar waren dat er 500.


De gemeente Bronckhorst zegt maandag via woordvoerder Margreet Ahrends niets van een  bomaanslag te hebben vernomen. Er is volgens haar ook geen extra bewaking geweest bij het gemeentehuis en de woning van de burgemeester. De politie Oost-Gelderland kon nog niet reageren op dit bericht.

In Vorden was afgelopen vrijdag en zaterdag een forse geüniformeerde politiemacht plus beveiligers op de been, aangevuld met een ploeg rechercheurs in burger. Deze laatsten volgden zaterdag de Nederlandse en Duitse antifascistiche beweging van de AFVN/BvA en de DKP.

Volgens dezelfde bron is met name de komst naar Vorden op 4 mei van de Duitse communistische antifascistische beweging, die connecties heeft met vele andere linkse bewegingen in Duitsland, de aanleiding geweest om van de bomaanslag af te zien. De neonazi's zouden beducht geweest zijn voor eventuele repercussies van hun tegenstanders in Duitsland zelf. De Duitse en Nederlandse antifascisten hebben zich in uitvoerig overleg met de gemeente op het laatste moment zeer gereserveerd en gedisciplineerd opgesteld.

Vrijdag was er in Vorden al, voor het eerst sinds de oorlog, een herdenking van de 17 vermoorde Joden uit die plaats, georganiseerd door de oorlogssite Nieuws-wo2. Ook deze werd intensief door politie en bewakers begeleid. Er namen 50 mensen aan deel, onder de Sinto-leider Zoni Weisz, voorzitter Jacques Grishaver van het Auschwitz Comité, rabbijn Tamarah Benima, professor Herman Loonstein, enkele provinciale afgevaardigden,  Joodse inwoners uit Vorden en andere Vordenaren en niet-Vordenaren. De uitnodiging aan B&W van Bronckhorst voor de Joodse herdenking was ingetrokken. Het Comité 4 mei en de Raad van kerken waren ook uitgenodigd, maar zijn niet verschenen.

De Nederlandse antifascisten van het AFVN/BvA hebben zich twee maanden geleden na contact met hoofdredacteur Arthur Graaff van Nieuws-wo2 voor Vorden geïnteresseerd. Via hun internationale contacten hebben de Nederlanders de Duitsers erbij betrokken. Op zaterdag 4 mei hadden deze twee organisaties, die goed georganiseerd en gemotiveerd zijn, met in totaal 20 Nederlanders en 30 Duitsers, demonstratief aan de herdenkingen in Vorden deel willen nemen. Bij de organisaties bestonden plannen om verder de aansluitende gang langs de nazigraven fysiek te blokkeren. Dat zou voor de neonazi's het signaal geweest zijn om in de zaterdagnacht dan bommen te laten ontploffen bij de overheden.

De herdenking in Vorden is door de meeste media weergegeven als 'waardig en rustig'. De 'gang langs de Duitse graven' was echter woensdag door de gemeente Bronckhorst en het Vordens comité 4 mei op een officiële persconferentie afgeblazen, waarna de algemene indruk ontstond dat de gemeente bijvoorbeeld, als beheerder van de begraafplaats, deze gang zou blokkeren. In de loop van vrijdag kwamen er echter berichten van met name het Vordens comité 4 mei, dat het iedereen nog steeds vrij stond om langs de nazigraven te lopen. De gemeente heeft dat op geen enkel moment meer afgeraden en verder gedoogd.

Dönermoorden
Vandaag is in München het proces begonnen tegen de neonazistische verdachten van de Dönermoorden van de Nationaalsocionaalsocliatische Union, het groote neonaziproces sinds de Tweede Wereldoorlog. In de grensstreek van Nederland en Duitsland zijn onder meer enkele neonazistsiche punkbands actief. In Vorden hebebn de gemeente en de politie  tot nu toe de betrokkenheid van neonazi's gebagatelliseerd. Drie weken terug verschenen er echter op neonazi-sites steunbetuigingen voor de naziherdenking in Vorden. De gemeente wilde toen desondanks geen afstand nemen van de naziherdenking. De gemeente stelt in een persbericht en op haar site dat de term 'naziherdenking' onjuist is, en dat deze in strijd met de waarheid verbreid is door de oorlogssite Nieuws-wo2. De gemeente geeft echter geen argumenten waarom dit onjuist zou zijn.

Vervolging wegens holocaustontkenning
Of dat gedogen nu zal leiden tot vervolging van de gemeente wegens een vorm van holocaustontkenning, zal nu via een belissing door de betrokken officier van justitie. Algemeen is door alle organisaties die bij de olrog betrokken zijn, erkend dat het niet gaat om 'neutrale' Duitse oorlogsslachtoffers, maar om feitelijk nazigraven omdat de begravenen in de strijd gestorven zijn in actieve dienst van nazi-Duitsland stonden. Zowel de gemeente Bronckhorst als het plaatsleijk comité 4 mei spreken dit tegen, wat volgens de jurist prof mr Loonstein een vorm van holocaustontkenning inhoudt.

Vanuit enkele betrokken particuliere organisaties is intussen geopperd dat alle nog resterende nazigraven zo spoedig mogelijk verplaatst moeten worden naar de algemene Duitse oorlogsbegraafplaats in IJsselsteyn (gemeente Venray). Enkele organisaties willen zo spoedig mogelijk daarover overtleg starten met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie. Binnen de Tweede Kamer is er ook al interesse getoond in Vorden en wordt de opvatting om de dodenherdenking op 4 mei te beperken tot Nederlandse slachtoffers van de Duitse en Japanse agressie, in algemeen aanvaard, in ieder geval door de grote linkse partijen  en ook binnen de VVD.

Er is al door betrokken organisaties geopperd dat de betrokken graven uiterlijk te verplaatsen vóór 1 november - de kerkelijke feestdag van Allerzielen, wanneer onder meer in Duitsland de doden ongeacht hun voorgeschiedenis worden herdacht.




Naziherdenking Vorden: tranen





Foto boven: de herdenking in Vorden, gisteravond. In het midden meneer Hartelman van het comité 4 mei.

door Arthur Graaff

VORDEN, 04-05-2013 - Meneer Hartelman, organisator van de naziherdenking in Vorden, neemt na afloop glimlachend gelukwensen in ontvangst bij het hek van de begraafplaats en schudt handen. Rabbijn Tamarah Benima staat een meter of vijf van hem af treurig naar hem te kijken. Ze heeft net gehuild. Meneer Hartelman komt naar ons toe. Ik zeg: "Meneer Hartelman, u hebt iemand aan het huilen gemaakt." Meneer Hartelman kijkt vertwijfeld naar haar en mij en zegt: "Daar kan ik niets aan doen."

De dodenherdenking in Vorden is opnieuw pijnlijk verlopen. Ongeveer 300 inwoners van het dorp en 30 anderen woonden de plechtigheid bij. De meesten van hen liepen aansluitend op de officiële herdenking  langs het graf van 10 nazisoldaten. Rabbijn Benima: "Ik had gehoopt dat maar de helft zou meedoen." Ik geef haar een arm en we lopen de begraafplaats af. Een lichtpuntje: vorig jaar waren er bijna 500  mensen. Veel Vordenaren willen dit niet meemaken, zoals ze o.m. onze redactie hebben laten weten.

Het organiserend comité en wethouder Paul Seesing van de gemeente Bronckhorst (waarvan Vorden deel uitmaakt)  liepen niet langs de nazigraven. Volgens hen wegens mogelijke protestacties hebben ze afgelopen week de tocht langs het graf  geschrapt.

De Vordenaren konden zelf wel via het gewraakte graf naar de uitgang van de begraafplaats wandelen. Maar voorzitter Hartelman noemde bij het sluiten van de herdenking niet die mogelijkheid. Hij gaf wel met een handgebaar de richting aan, en met een zachte klop op de schouder geleidde hij de eerste Vordenaren richting Duitse graven. Meneer Hartelman heeft geen fout woord gezegd.

Wethouder Seessing zou aanvankelijk ook meelopen. Hij zei tegen de Telegraaf vandaag dat hij blij was met het waardige verloop van de herdenking. Hij herhaalde ook langs het nazigraf te willen lopen, maar is achteraf tevreden dat vermeende problemen zijn voorkomen door het schrappen. ,,Ik hoop dat we volgend jaar hier weer een gewone Vordense herdenking kunnen houden, in welke vorm dan ook.''

In Vorden worden altijd kransen gelegd bij een klein houten kruis op de begraafplaats, waar alle omgekomen Vordenaren worden herdacht, en bij de graven van in totaal 19 Britse en Canadese militairen daarnaast. Enkele meters verderop is het graf waar tien Duitse militairen zijn begraven. Voor het begin van de plechtigheid lagen daar al tien bloemen en bloemstukken. Een daarvan droeg een kaartje met de tekst: Ook jullie werden gestuurd en hebben hier niet om gevraagd.

De AFVN/Bond van Antifascisten heeft samen met een delegatie van Duits communistische antifascisten om 6 uur een krans gelegd bij het verzetsmonument in Vorden, op het Verzetsplein. De Duitsers wilden niet blijven om een naziherdenking mee te maken, en reisden daarna terug naar essen en Borkum. Ze zeiden dat ze ook geen enkele behoefte hadden aan verzoening, waar het Vordens comité 4 mei en de burgemeester steeds op hameren als reden voor de naziherdenking.

De gemeente Bronckhorst heeft ondanks uitvoerig overleg met de AFVN gesteld, dat zij vreesde voor ordeverstoringen door die organisatie tijdens de herdenking. De AFVN had dit al uitgesloten, en het is ook niet voorgevallen. Wel kreeg de AFVN tijdens eenkopje koffie zatyerdagmiddag op een terras een brief van de politie uitgereikt, waarin allerlei regels en beperkingen staan. Tijdens de dodenherdenking mag zo geen gezichtsbedekkende kleding worden gedragen, of kentekenen van een beweging.

Na afloop was er buiten het hek van de begraafplaats een discussie met enkele omstanders. Rabbijn Benina stapte op iedereen af en had ook een gesprek met de dochter van meneer Hartelman. Ook die kon niet begrijpen dat de herdenking de rabbijn veel verdriet  deed. De dochter vertelde dat ze vorig jaar naar Israël was geweest, en vorige week in Zutphen een discussie met rabbijn Van de Kamp had meegemaakt.

Van de omstanders kon niemand uitleggen waarom de herdenking van nazigraven toch door moest gaan, als je weet dat je daarmee mensen pijn doet en Duitsers zelf deze afwijzen.






'Naziherdenking Vorden is vorm van holocaustontkenning'

Vorden, 3 mei 2013

 

Rede uitgesproken door prof. mr. H. Loonstein op de joodse begraafplaats te Vorden

 

Wij staan hier op de joodse begraafplaats in Vorden. Volgens de joodse religie is de status van een begraafplaats gelijk aan die van een gebedshuis. Een plaats bij uitstek geschikt en bestemd voor gebed voor de zielenrust van overledenen en voor bezinning. In 1869 had Vorden achttien joodse inwoners. De joodse gemeenschap van Vorden behoorde oorspronkelijk tot de joodse gemeente Lochem. In 1877 kocht zij een eigen begraafplaats aan de Wildenborchseweg. Vijf jaar later werd Vorden als een zelfstandige joodse gemeente erkend. De godsdienstoefeningen werden bij een van de leden thuis gehouden. Sinds 1959 zorgt de plaatselijke overheid voor de joodse begraafplaats. Nou ja, zorgt…...

 

Wij staan hier dus op een heilige plek. In Nederland zijn er zo een 250 joodse begraafplaatsen. Op alle joodse begraafplaatsen in Nederland en daarbuiten zijn lege plekken. Graven die een bestemming hadden, maar die leeg zijn gebleven en zullen blijven.  De voor 1940 in Vorden geboren joden zijn weggevoerd, naar de vernietigingskampen. Zij keerden niet terug. Zij hebben geen graf. Zij hebben binnen deze gemeente geen gedenksteen. Steeds meer burgerlijke  gemeenten in dit land richten gedenkstenen op met de namen van degenen, die als gevolg van handelingen van het naziregime geen laatste rustplaats hebben. In schril contrast met deze ontwikkeling negeert de gemeente Bronckhorst het verzoek om een gedenksteen voor Vordense joden op te richten.

 

Dat is bizar. Het past wel bij de historie van Vorden. Eigenlijk, zo moeten we misschien concluderen, is er niets veranderd. Na verraad van een locale NSB’er werden tijdens de Tweede Wereldoorlog Leentje Frankenhuis en Kitty Hillesum in de cel achter het gemeentehuis van Vorden opgesloten. De NSB’er was op eigen gelegenheid op zoek gegaan naar onderduikers en trof deze twee joodse vrouwen aan in een gecamoufleerd kippenhok alhier, bij het Bosket, vlakbij de Wildenborch, een paar meter hier vandaan. Door een wonder konden beide vrouwen de oorlog toch overleven.

 

Je zou dus zeggen: Vorden heeft wat goed te maken. Het tegendeel is realiteit. Ook nu heult het gemeentebestuur met Duitsers. Het enige verschil is: toen waren het levende Duitsers; nu dode. Of dit pijn doet, veel pijn, aan tienduizenden, joden en niet-joden, in of buiten Nederland maakt niet uit. Het belang van deze meestal hoogbejaarde oorlogsgetroffenen moet wijken voor iets anders, dat men verzoening noemt. Geen verzoening met oorlogsslachtoffers en hun nabestaanden. Neen, alleen verzoenen op 4 mei met vertegenwoordigers van het naziregime. Dat is het hoogste ideaal. Daar staat anno 2013 de burgemeester van Bronckhorst voor. “Het gaat niet om notoire nazitstrijders, maar om gewone wehrmacht soldaten”, horen we uit de mond van de locale burgervader. Ook zij zouden slachtoffer zijn.

 

Dit gedrag is op een lijn te stellen met Holocaustontkenning, die in vele landen waaronder Nederland strafbaar is. Het ontkennen of bagatelliseren van de Holocaust doet pijn. Maar er is meer, Holocaustontkenning opent de weg naar walgelijke gedragingen van meestal jeugdigen, die we ook in Nederland recent hebben moeten aanschouwen. Dan kan het gebeuren dat in Arnhem enkele in Nederland geboren en getogen jongens lachend doen over de moord op zes miljoen joden inclusief baby’s. Zij waren samen om het dagboek van Anne Frank te lezen en te bespreken. En wat gebeurt? Er wordt goedkeurend over de Holocaust gesproken. Adolf Hitler is bewonderenswaardig omdat hij heeft getracht het Joodse ras te vernietigen en het uitmoorden van 6 maanden oude baby`s was een gerechtvaardigde daad zolang het Joodse zuigelingen waren. Dat gebeurt anno 2013 in Nederland.  Dan kan het ook voorkomen, dat twee meisjes in Amsterdam in Hollandsche Schouwburg als grap de Eeuwige vlam uitblazen. Kunnen we dat deze jongeren aanrekenen? Misschien een beetje. De ware schuldigen zijn de gezagsdragers en anderen die het voorbeeld moeten geven, doch niet alleen geen voorbeeld geven, maar het foute voorbeeld te geven. Deborah Lipstad, een autoriteit op het gebied van Holocaustontkenning, introduceerde voor deze vorm van Holocaustontkenning de term Soft-Core Denial. Deze Soft-Core ontkenning zien we in meerdere verschijningsvormen. Prominente Palestina activisten als Gretta Duisenberg voeden het idee dat de situatie van de Palestijnen in de veroverde gebieden min of meer gelijk moet worden gesteld aan het leed van de Joden in de concentratiekampen. De burgemeester van Bronckhorst, doet het op zijn manier, hij dicht Duitse soldaten en piloten dezelfde slachtofferrol toe als geëxecuteerde verzetstrijders en vergaste joden. Alsof een  30-jarige Duitse piloot die op een ochtend eind maart 1945 met gevulde buik in een vliegtuig stapt om bommen te gooien op onschuldige burgers in één adem genoemd kunnen worden met een ondergedoken kind, die lange tijd nauwelijks te eten krijgt, verraden wordt en via Westerbork naar Sobibor gaat om daar vergast te worden. Ook dat is het bagatelliseren, ontkennen of goedpraten van de Holocaust, dan wel feiten of omstandigheden die daar onlosmakelijk mee verbonden zijn. De locale gezagsdragers zien over het hoofd, dat Befehl ist Befehl geen Duitser in de rechtszaal heeft geholpen.

 

Blaam treft ook het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het Comité zou zich niet willen inlaten met locale herdenkingen. Maar dat is wel één van haar taken. Artikel 2 sub a van het Instellingsbesluit Nationaal Comité 4 en 5 mei d.d. 27 november 1987 bepaalt, dat het nationaal Comité onder meer tot taak heeft het “geven van richting aan de zingeving van herdenken en vieren”. Het Comité voert de opgedragen taak inzoverre niet uit. Dat is de leden van het Nationaal Comité aan te rekenen. Dit onderdeel van het takenpakket is wellicht de meest belangrijke taak van het Comité.

 

Laat mij op deze plaats de hoop uit spreken, dat de nagedachtenis van degenen die hier of elders begraven zijn en van degenen die geen graf hebben nimmer zal worden bezoedeld. Wij hopen en bidden, dat de Allerhoogste wijsheid zal geven aan alle gezagsdragers.

 

 





Aalderink: treedt af


door Eddy Kokelenberg
VORDEN, 2-05-2013 - De gemeente Bronckhorst heeft bij monde van haar burgemeester deze website Nieuws-wo2 beticht van het verbreiden van leugens. De burgemeester wenst echter geen toelichting te geven over welke leugens dat dan zouden moeten zijn. Volgens deze website kan Aalderink beter aftreden.

Uitgever Arthur Graaff stelt dat hij sinds zijn eerste contact met de burgemeester drie maanden terug, nooit enige melding van hem of van de zijde van de gemeente Bronckhorst heeft ontvangen dat op Nieuws-wo2.tk leugens verbreid zouden worden. Deze site heeft de burgemeester verzocht om een gesprek morgen, maar daar geen reactie op gekregen.

Graaff: "Nu de burgemeester bakzeil heeft moeten halen in de zaak Vorden toont hij zich een slechte verliezer door ons leugens aan te gaan wrijven zoals hij dat op de site van zijn gemeente heeft gezet. Ik citeer: "Door AFVN/Comité Vorden Fout? en FP media worden berichten verspreid die een onjuiste weergave geven van het programma van de herdenking in Vorden. Het karakter van deze berichten versterkt ons inziens, samen met de aankondiging van het protest, het risico van verstoring van de waardigheid van de reguliere herdenking in Vorden."Ik heb vandaag enkele malen getracht met de burgemeester in contact te komen maar die weigert met mij te spreken."

Nieuws-wo2 heeft een spotprent (zie hieronder) van de heer Aalderink gepubliceerd in nazi-uniform, met daarbij 'Gauleiter Adolf Aalderink'. Aalderink heeft verzocht die prent weg te laten halen. Daar waren wij aanvankelijk toe bereid, vooral toen vanochtend bekend werd dat Bronckhorst de gewraakte herdenking schrapte. Nu wij echter beticht worden van leugens, zullen wij die prent niet weghalen. Eveneens blijft de burgemeester niet welkom op de Joodse herdenking die wij morgen, ism. het Ned. Isr. Kerkgenootschap, op de oude Joodse begraafplaats in Vorden organiseren, tenzij hij de ongefundeerde aantijgingen tegen ons van zijn site verwijdert.

Onze stelling is steeds geweest dat het niet aangaat om überhaupt nazidaders of hun vrienden op 4 mei te herdenken, en dat dan allereerst de vermoorde Vordenaren, met name de Joodse, die allen met de dood en uitroeiing werden bedreigd, herdacht moeten worden.

Burgemeester Aalderink roept nu enkele keren om een 'nationale discussie' waar hij aan mee zou willen doen. Daar is hij volgens ons volstrekt ongeschikt voor, omdat hij niets van de oorlog weet en er evenmin iets van begrijpt. Bovendien is die discussie halverwege vorig jaar al gevoerd in het Verzetsmuseum in Amsterdam, met deelname van deskundigen van het NIOD en andere wetenschappers, en van adjunct-directeur Jan van Kooten van het Nat. Comité 4 en 5 mei. De gemeente Bronckhorst en de burgemeester hebben dat niet opgemerkt en waren er niet bij.

Graaff:
"Burgemeester Aalderink zou er verstandig aan doen af te treden nadat hij door zijn domme eigenwijsheid deze zaak zo hoog heeft laten opspelen, terwijl hij dat vorig jaar met het grootste gemak had kunnen - en moeten - voorkomen. Hij heeft een heleboel slachtoffers van de oorlog met zijn onverklaarbare halsstarrigheid pijn gedaan. Hij heeft niet naar ettelijke beleefde en goed-beargumenteerde waarschuwingen willen luisteren, sommigen in de meest milde termen gesteld. Hij wenst nu met sommige partijen in dit debat niet te communiceren. Prima, dan communiceert hij niet."



Duitse communisten gaan in Vorden demonstreren tegen naziherdenking
door Eddy Kokelenberg
VORDEN, 01-05-2013 - Antifascisten van de Deutsche Kommunistische Partei uit Essen zullen deelnemen aan de dodenherdenking van Nederlandse slachtoffers in Vorden. Zij zullen echter niet meedoen aan de herdenking van nazisoldaten die het plaatselijk comité 4 mei heeft georganiseerd, zo hebben zij in een verklaring laten weten. De groep zal naar schatting uit 25 tot 30 mensen bestaan en op 4 mei 's-middags al een krans leggen bij het verzetsmonument in Vorden.

De Duitse antifascisten wijzen ook de zg. 'verbroedering' met de Duitsers af, die in Vorden is gebruikt als reden voor de naziherdenking. Zij wijzen o.m. op de uitgebreide militaire samenwerking die er tussen Nederland en Duitsland al weer jaren bestaat, o.m. in het Eerste Duits-Nederlands Legerkorps in Münster, dat sinds 1995 operationeel is en momenteel door een Nederlandse generaal, Ton van Loon, geleid wordt. Ook noemen zij de dit voorjaar ontstane Duits-Nederlands samenwerking bij de Patriot-batterijen in Zuid-Turkije.

Ook Nederlandse antifascisten van de AFVN/BvA nemen met een delegatie deel aan de Vordense herdenking. Zij hebben verder het comité Vorden Fout? opgericht, in een poging duidelijk te maken dat herdenken van  Duitse oorlogsslachtoffers niet kan op 4 mei tegelijk met de slachtoffers. De AFVN zegt in een toelichting dat het in Vorden een kleine minderheid van de bevolking is, die vasthoudt aan het herdenken van nazigraven op 4 mei.

Op vrijdag 3 mei zal aan de alternatieve Joodse herdenking van de 13 Joodse vermoorde Vordenaren ook het Nederlands Auschwitz Comité deelnemen in de persoon van zijn voorzitter, Jacques Grishaver, zo heeft hij zaterdag verklaard.

Vorden is de kern geworden van de discussie over wie er op 4 mei wel en niet herdacht kunnen worden. Vrijwel alle betrokken Nederlandse organisaties hebben nu uitgesproken dat 4 mei uitsluitend voor de Nederlandse slachtoffers van de nazi's (en van de Japanners) in WO2 bedoeld is. Vorige week onderstreepte de overheid dat nog eens bij monde van de directeur van de overheidsstichting het Nationaal Comité 4 en 5 mei in Amsterdam, Nine Nooter, die dat uitdrukkelijk zei voor de EO-microfoon.

Vele slachtoffers van de nazi's en hun nabestaanden hebben in het afgelopen jaar duidelijk gemaakt dat het voor hen zeer pijnlijk is dat slachtoffers en daders op dezelfde dag herdacht worden. De gemeente Bronckhorst en het Vordens comité 4 mei hebben van geen enkele organisatie of instelling nog steun voor hun herdenking.

Organisator Arthur Graaff van de Joodse herdenking op 3 mei heeft laten weten dat hij het besluit van de Bronckhorster gemeenteraad om deel te nemen aan een naziherdenking, bij de provincie zal voordragen voor vernietiging.

Graaff: "Het kan niet zo zijn dat de Nederlandse staat elke associatie met nazimse verbiedt: je mag in Nederland in het openaar geen hakenkruizen vertonen of de nazigroet brengn en de verkoop van Hitlers boek Mein Kampf is hier verboden. Dan gaat het natuurlijk niet aan dat een lagere overheid het zich permitteert om mee te doen aan een naziherdenking. Helemaal niet wanneer deze door een neonazi-organisatie als het Stormfront wordt onderschreven, zoals nu ook gebeurd is."




Schrijvers  en  professoren  protesteren
tegen  naziherdenking  in  Vorden


VORDEN, 26-06-2013 - Een groep schrijvers, wetenschappers en geïnteresseerden in de Tweede Wereldoorlog, maakt ernstig bezwaar tegen de herdenking van nazisoldaten uit de oorlog op 4 mei 2013 in Vorden, tegelijk met hun slachtoffers. Dat hebben zij de gemeente Bronckhorst laten weten.

Onder hen o.m. Zoni Weisz (foto links), bestuurslid van het Auschwitz Comité, die als enige van zijn Sinti-familie de oorlog overleefde. Toevallig logeerde hij in Vorden toen zijn familie gearresteerd werd maar kon van daaruit ontsnappen.

Onder meer de schrijvers Nelleke Noordervliet, Tomas Ross, verder professor Meindert Fennema, opperrabbijn Binyomin Jacobs en oorlogsverslaggever Arnold Karskens (foto linksonder) ondersteunen
dit protest.

De groep vindt dat de gemeente als overheid geen enkele medewerking aan een  naziherdenking moet verlenen. Herdenken van Duitse soldaten kan volgens de groep op andere dagen. De ondertekenaren roepen iedereen op, niet deel te nemen aan het herdenken van daders in Vorden op 4 mei 2013. 

Met tevredenheid hebben leden van de groep vastgesteld dat ook het Nationaal Comité 4 en 5 mei sinds deze week nadrukkelijk adviseert op 4 mei alleen slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te herdenken, zoals directeur Nine Nooter van het comité dinsdag uitsprak op Radio 1 tegen de EO.

De betrokken graven worden vaak als 'Duitse graven' aangeduid, maar zij hebben niets met het Duitsland van Bach, Mozart, Mendelssohn, Goethe of Brecht te maken. Het zijn nazigraven van soldaten die nog altijd getooid zijn met hakenkruisen.

Vorig jaar hebben na de eerste herdenking bij de nazigraven in Vorden diverse schrijvers en publicisten zich ook al individueel tegen deze herdenking uitgesproken. De rechter verbood deelname van de gemeente, maar dat stond het gerechtshof later weer toe.Sindsdien is er voortdurende onrust rond deze herdenking.

Zelden is er zo uitgebreid bezwaar tegen een herdenking geweest als tegen die van nazigraven in Vorden in 2013. De Duitse ambassadeur is uitgenodigd een verklaring van afkeuring van de naziherdenking te zenden.

De ondertekenaren zijn:
  • Martine Letterie (foto rechts) ,
    schrijfster, voorzitster van de Stichting Vriendenkring Neuengamme, Vorden
  • Nausicaa Marbe,
    columniste, De Volkskrant, Amsterdam
  • Nelleke Noordervliet (foto rechtsonder),
    schijfster, historica, Amsterdam
  • Binyomin Jacobs,
    opperrabbijn NIK, Amersfoort
  • Zoni Weisz,
    Sinti-overlevende, bestuurslid Auschwitz-Comité, Uden
  • Arnold Karskens,
    oorlogsverslaggever, Brussel
  • Rob van Olm,
    schrijver, Rotterdam
  • Louis van Overbeek,
    publicist, Zutphen
  • Tomas Ross,
    schrijver, Den Haag
  • prof dr Meindert Fennema,
    Universiteit van Amsterdam
  • prof dr Sjoerd Karsten,
    Universiteit van Amsterdam
  • prof dr Herman Loonstein,
    advocaat, Amsterdam
  • prof em.dr Dick Pels,
    Brunel University Londen, Rijskuniversiteit Groningen, Groningen
  • Arthur Graaff,
    hoofdredacteur, Bussum
In de afgelopen maanden hebben verder vrijwel alle organisaties op het gebied van de Tweede Wereldoorlog zich uitgesproken tegen het herdenken of anderzins gedenken van nazigraven op 4 mei. Daaronder
  • het Nederlands Auschwitz Comité, Amsterdam
  • het Simon Wiesenthal Center, Los Angeles
  • het Centraal Joods Overleg, Den Haag
  • de oud-verzetsmensen en oorlogsslachtoffers verenigd in het COVVS, Haarlem
  • de antifascisten van het AFVN/BvA, Hedel
  • uitgeverij FP Media, uitgever van de oorlogssite Nieuws-wo2, Bussum
  • de sticthing Nationaal Comité 4 en 5 mei, Amsterdam.




Joodse herdenking op 3 mei in Vorden


Op vrijdag 3 mei 2013, vindt om 13.30 een herdenking plaats van de 13 Joodse nazislachtoffers uit Vorden op de oude Joodse begraafplaats, Binckhorsterweg hoek Kamphuisweg, Vorden.

De vrijdag is gekozen om het aan orthodox Joodse mensen mogelijk te maken ook deel te nemen - zij reizen niet op sjabbat. Iedereen die niet meedoet aan de naziherdenking op 4 mei, is welkom om door het bijwonen van deze bijeenkomst louter de slachtoffers van de nazi's te herdenken.

Deze herdenking is opgenomen in de online database van herdenkingen van het Nationaal Comité 4 en 5 mei te Amsterdam. Mannen wordt aangeraden op de Joodse begraafplaats een hoofddeksel te dragen. Op Joodse begraafplaatsen worden geen bloemen of kransen gelegd.

Prof Loonstein zal een korte toespraak houden. Hoofdredacteur Arthur Graaff zal er een boodschap van opperrabijn Binyomin Jacobs voorlezen. De rabbijn neem op hetzelfde moment deel aan een herdenking in kamp Amersfoort. Indien er tien Joodse mannen zijn, zal er het kaddisj voor de Joodse doden gezegd worden.





Ook Nationaal Comité keurt eindelijk Duitse herdenking op 4 mei in Vorden af
Door Arhur Graaff

AMSTERDAM/HILVERSUM, 24-04-2013 - Ook het Nationaal Comité 4 en 5 mei keurt eindelijk de Duitse herdenking op 4 mei in Vorden af. Herdenken en verzoenen dienen gescheiden te blijven, stelde directeur Nine Nooter van het Nationaal Comité dinsdag in het Radio 1-programma Dit Is De Dag. van de zijde van de gemeente Bronckhorst is er nog geen reactie.

De aanleiding voor haar opmerking is de voortdurende discussie over het herdenken van gesneuvelde nazi-Duitsers in Vorden. Nooter is de laatste in een lange reeks instellingen die die herdenking afkeuren. Alleen de plaatselijke gemeente steunt nog dit plan.

"Verzoenen en herdenken zijn wat ons betreft andere thema's", aldus Nooter, die vorig jaar overigens zei 'verbijsterd' te zijn door de grote afkeuring van haar plan om een SS-gedicht te laten voorlezen op de Dam op 4 mei. Intussen is er een grote beweging ontstaan tegen de Vordense herdenking.

Daaronder het Auschwitz Comité, het voormalig verzet verenigd in het COVVS, het Simon Wiesenthal Center in Jerusalem, de Vriendenkring Dachau, de antifascistenbond AFVN, de Vriendenkring Neuengamme, het Centraal Joods Overleg, het Centrum Informatie en Documentatie Israël en uitgeverij FP Media, uitgever van deze site. Het Nationaal Comité, een stichting die door de overheid is opgezet en wordt gefinancierd,  is daarvan de laatste.


Een aanwijzing dat het Nationaal Comité 'om' was, ontstond uit de afwezigheid van de herdenking in Vorden in de database van herdenkingen op de site van het Comité. Wel opgenomen is echter een alternatieve Joodse herdenking, die de dag ervoor, op vrijdag 3 mei om 13.30, plaatsvindt. Deze is opgezet om de Joodse slachtoffers uit Vorden, waarvan de gemeente jarenlang het bestaan niet wist, onder de aandacht te brengen. Het uitgangspunt daarvoor is, dat wie op 4 mei zonodig alle deelnemers aan de oorlog gaat herdenken, de Joden niet ongenoemd kan laten. Overigens net zo in als de homosexuelen, de Sinti, de Roma, de vele vermoorde protestante dominees, katholieke priesters en socialistische en communistische voorlieden, en de gehandicapten.

"Op 4 mei herdenken we de Nederlandse slachtoffers", zei mevrouw Nooter. Volgens haar horen daar nog geen Duitsers bij en is dat meer een thema voor een dag later. Zij noemde echter niet het feit dat er jaarlijks in Nederland half november een grote herdenking is, de zg. Volkstrauertag van de gesneuvelde Duitsers op hun  eigen militaire kerkhof in IJsselsteyn gemeente Venray, waar 32.000 voornamelijk nazi-soldaten liggen. Onder hen ook Nederlandse SS-ers.

"Verzoenen is voor 5 mei." Nooter benadrukte daarmee dat haar comité verder geen zeggenschap over heeft over wat mensen op 5 mei moeten doen. Haar uitspraak is opvallend, omdat er vrijwel geen Duitse daders meer leven met wie slachtoffer of hun nabestaanden zich kunnen verzoenen.

Het is voor eerst dat het Nationale Comité zich zo duidelijk uitspreekt over het gescheiden laten van herdenken en verzoenen. Deze scheiding was vrij absoluut tot in de jaren '70, toen voor elke Nederlander de leuze 'Voor hen die vielen' op Nederlandse oorlogsmonumenten niets anders betekende dan 'als slachtoffer van de Duitse agressie'. Bij het geleidelijk terugtreden van de eerste generatie organisatoren van herdenkingen in die tijd, kwamen er soms geforceerde vernieuwingen. In Vorden is die vernieuwing echter pas gekomen, toen de daders allang dood waren en er niets meer te verzoenen viel.

Volgens Nooter moeten we het verleden niet vergeten en blijven herdenken zodat de oorlog niet wordt vergeten. Zij bedoelt daarbij niet dat er in haat moet worden teruggekeken, aangezien haat juist de basis van het nazisme vormt.

Graven
Dit jaar loopt voor het eerst een afvaardiging van de gemeente Bronckhorst, waar Vorden onder valt, mogelijk mee met het plaatselijk comité 4 mei langs de graven van gesneuvelde nazi-Duitsers. Er wordt nog steeds heftig bezwaar gemaakt tegen dat plan. Er is bovendien aangifte van discriminatie gedaan tegen de wethouder die zal meelopen, Paul Seesing. Die heeft daar nog niet op gereageerd.

De organisatie had dezelfde herdenking vorig jaar al georganiseerd, maar ddeelname van de gemeente werd toenverboden door de rechtbank in Zutphen. Federatief Joods Nederland had een kort geding aangespannen. De gemeente volgde de uitspraak maar ging wel in hoger beroep.

Het gerechtshof in Arnhem besloot in februari dat de rechtbank het herdenken van Duitsers niet - op basis van de aangekeverde mtoivatie van het vonis - terecht had verboden. Volgens het hof waren er overigens in Vorden niet voldoende mensen meer die door een dergelijke herdenking gekwetst konden worden.  Het hof had daat echter niet zelf onderzocht, en liet evenmin weten hoeveel gekwetsen er dan moesten zijn om die herdenking wel te verbieden.

Er  bestaat een definitie van het rijk van de herdenking op 4 mei. Deze luidt::
Tijdens de Dodenherdenking (officieel: de Nationale Herdenking) op 4 mei worden alle slachtoffers herdacht die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties en bij vredesoperaties zijn omgekomen en vermoord. Dit gebeurt in het hele land om 20.00 uur.
Volgens het dwalende comité 4 mei in Vorden waren de nazisoldaten ook slachtoffers. het comité wil er echter niet aan, dat deze nazisoldaten anders dan de Nederlandse bevolking, tevens daders waren. Deze argumenten worden dor de voorzitter van het plastelijk comité afgedaan als 'woordspelletjes'. Dat er daadwerkelijk mensen niet slapen en pijn ehbben van zijn herdenking, heeft hij nog nooit bevestigd.





Daders en slachtoffers: Boston en Vorden

Rede Opperrabbijn Binyomin Jacobs

Joods-Christelijke Avondwake Spoorwegmuseum Utrecht, zondag 21-04-2013




Geachte aanwezigen: enige maanden geleden mocht ik voor een groot gezelschap niet-Joodse mensen een lezing geven. Ik doe dat graag, want onbekend maakt onbemind en dus vertellen over Jodendom en misvattingen wegnemen, zie ik als een deel van mijn opperrabbinale opdracht. Na afloop kreeg ik echter een onverwacht compliment. Een van de toehoorders complimenteerde mij voor de inhoud van mijn lezing en vermelde dat mijn Nederlands zo goed was. Ik antwoordde hierop ietwat beduusd en zei: ‘maar ik ben toch Nederlander! Waarop zijn reactie was: ‘o sorry, ik dacht dat u Joods was!’


We zijn nog nauwelijks in de Nederlandse samenleving aanwezig, ernstig gedecimeerd. Als mijn collega de dominee of collega pastoor op een begraafplaats komt en hij ziet lege plaatsen, is hij blij….ik huil! Hoe mooi ware het geweest als zij die vergast werden ver van hun geboorteland en hun geboorteplaats hier in hun eigen vaderland begraven hadden mogen worden.

Waarom zijn we hier bijeen? Om te leren van het verleden? Misschien wel. Want het Spoorwegmuseum heeft toch als doel educatie. Opdat we leren van het verleden, van de geschiedenis? Geachte aanwezigen: ik ben geen historicus, maar één historische wetmatigheid staat voor mij als een paal boven water: ik durf met een keiharde zekerheid te stellen dat het een historisch gegeven is dat er van de historie niets en nooit wordt geleerd.

De historie blijft zich herhalen, begint onschuldig en eindigt rampzalig….om vervolgens, eerst gebukt gaande onder een diep en oprecht schuldbesef, langzaam weer te vervallen in een verleden dat inmiddels al te ver weg is om herhaling te kunnen voorkomen en waarin de grens tussen dader en slachtoffer langzaam maar zeker verdwijnt.

Hoe zou u reageren als ik u verkondig dat ik van mening ben dat in Boston de slachtoffers van de gruwelijke aanslag en de dader in een gezamenlijke dienst moeten worden herdacht? 

En terwijl ik dit zeg zie ik u verbijsterd en vol onbegrip naar mij kijken…terwijl in Vorden, een uurtje hier vandaag, op 4 mei de onschuldige slachtoffers en de bewuste daders in gezamenlijkheid worden herdacht: Verzoening? En wat met de gevoelens van de slachtoffers die overleefden? De grens en het onderscheid lijkt verdwenen!

Mijn lieve vader heeft mij als kind steeds verteld: mijn jongen, wees niet bang, dit zal nooit weer gebeuren. Maar een tiental jaren later zei hij: zorg dat je steeds Fl. 8000 in huis hebt, voor als je zou moeten vluchten, want je kunt niet weten. En op zijn sterfbed waarschuwde hij mij: zoonlief, wees op je hoede, want het kan zo weer geschieden!

Ben ik nu bang? Neen, maar ik ben wel ernstig bezorgd. En van mijn bestuur mag ik niet ’s avonds laat in een trein zitten, dat is te riskant, je kunt niet weten. Als ze teveel hebben gedronken, krijg ik, zo zichtbaar Joods, de klappen. Of word ik beschoten van verre met een katapult. Het onschuldige steentje scheerde rakelings langs mijn hoofd. Kinderspel, evenals die auto die langs me heen scheurt en luidkeels ‘Joden’ brult. Op zichzelf geen onwaarheid en zelfs op te vatten als een compliment…maar ik vermoed dat de schreeuwer het niet als een compliment bedoelde.

Een jaar geleden kwam bij mij thuis een Syriër. Hij was opgevoed als een Islamiet en op latere leeftijd bekeerd tot het christendom. Hij was grootgebracht met de weet dat ‘Joden’ iets heel ergs is dat moest verdelgd worden. Wat ‘Joden’ was wist hij niet. Een volk? Een Land? Een ding? Het was hem onbekend! Maar één ding stond vast: het was iets heel ergs en slechts!

Is het verwonderlijk dat een kind met zo een opvoeding Joden haat?  Daarom is het van vitaal belang dat er hier een confronterende tentoonstelling is. Dat de jeugd hier komt. Ook en juist de leerlingen van scholen waar over de Holocaust niet gesproken mag worden.



Treinen die de verkeerde kant opgingen, een verkeerd traject kozen, bestuurd door verkeerde machinisten of misschien door goede machinisten die de verkeerde weg volgden, meededen met de meute, geen eigen richting durfden te bepalen. Weet u, lieve mensen, in Nederland waren maar weinigen echt fout, maar ook waren maar weinigen echt goed!

De meesten lieten het gebeuren, volgzaam en lijdzaam, misschien hebben ze hun verstand en bovenal hun gevoel op nul gezet. En zo vervoerden ze hun medemens naar de hel om daarna met een lege trein terug te keren, op weg naar de volgende vracht die weer precies op tijd moest vertrekken en worden afgeleverd.

Is dit geschiedenis?  Louk, mijn vriend, jij hebt als kind in de beestenwagen gezeten die hier binnen staat opgesteld. Is dit geschiedenis? Is dit voor jou verleden tijd?

We wilden samen, Louk en ik, met de trein naar Utrecht komen om hier in gezamenlijkheid, Christenen en Joden, de jaren ’40-’45 te herdenken. Maar Louk kan geen trein in, het noodzweet breekt hem uit, het transport van 70 jaar geleden wordt voor hem weer akelig actueel. Het is geen geschiedenis voor Louk en het mag niet tot geschiedenis verworden voor ons allen.

De treinen reden de verkeerde kant op…….terwijl hier aan de Maliebaan, op slechts enige honderden meters afstand, in de kluis van het Aartsbisschoppelijke Paleis, de cartotheek was opgeborgen met namen van kinderen die door verzetshelden werden ondergebracht bij duikouders die, met groot gevaar voor eigen leven, Joodse kinderen in hun gezin liefdevol opnamen. Het summum van lafheid en het summum van moed, zo dicht bij elkaar.

Lieve mensen, ik ben dankbaar dat deze tentoonstelling er is, op deze plaats en zo bewust verbonden aan de Nederlandse Spoorwegen.

Maar eigenlijk zijn we hier niet bijeengekomen om te spreken over het nut, de educatieve waarde, de les uit het verleden ten behoeve van het heden en ten behoeve van de toekomst.
We zijn hier bijeen om te gedenken, eer te betonen aan hen die wij, de Nederlandse samenleving, hebben afgevoerd, vernederd, vermoord, vergast.

We willen ze even hier in hun Utrecht, waar ze zo erg graag gewoon hadden willen sterven, een plekje geven, in onze gedachten, dicht bij de trein die dienst deed als lijkwagen en hen afvoerde via de schoorstenen van de crematoria naar de duisternis van de vergetelheid. Wij willen ze nog even gedenken.


Gebed
Minuut stilte

                                                           
 
Binyomin Jacobs, Opperrabbijn
Utrecht, Avondwake 21 april 2013, Spoorwegmuseum







'Burgemeester Aalderink minacht gevoelens oorlogsgeneratie'


BENNEKOM, 21-04-2013 - Een overlevende van de oorlog, die o.m. van Market Garden in Arnhem meemaakte, heeft burgemeester Aalderink en de wethouders van Bronckhorst beschuldigd van 'minachting' van de gevoelens van de overlevenden van de oorlog. De schrijver doet een beroep op de gemeente en wethouder Seesing om af te zien van deelname aan de herdenking van Duitse soldaten. Hij noemt die deelname een 'provocatie'

De heer Pieterse, schrijver van een protestbrief aan de gemeente, kreeg ook antwoord op zijn klacht van burgemeester Aalderink.

Die schrijft: "Het is duidelijk dat er mensen voor en tegen de gekozen invulling van de Vordense herdenking zijn, waarbij er een keuzemogelijkheid is voor de aanwezigen om na afloop van de plechtigheid via het graf van de Duitse soldaten naar de uitgang te lopen of via een andere route. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed in Nederland. Wij respecteren ieders overtuiging. De verzoenende boodschap die het organiserende 4 mei Comité uit Vorden wil uitdragen met de gang na afloop, gaf voor ons de doorslag om met een gemeentelijke vertegenwoordiger aan te sluiten bij de totale activiteit."


De heer Pieterse noemt dat "een kille, bijna  onverschillige uitleg die de raad geeft - je hoeft niet mee te lopen / het gebeurt na de officiële plechtigheid / vrijheid van meningsuiting is heilig / verzoening is waardevol / wij hebben respect voor iedereen/ "

Hij vervolgt:  " Aan deze uitleg ontbreekt ieder vertoon van begrip voor de mening van onze leeftijdsgroep inclusief onze Joodse vrienden.
Deze uitleg ontwijkt het kernpunt, namelijk wat wij voelen als een belediging van de nagedachtenis van onze doden, door hen, die het ons aandeden, tegelijkertijd te herdenken.  U kunt mij niet wijsmaken dat dat punt aan B en W  is ontgaan.
Daarom spreek ik van minachting. Het komt neer op een kwetsen van de gevoelens van Uw medeburgers. De raad verschuilt zich achter het organiserende 4 mei comité, want die zijn verantwoordelijk voor het plan.

Ik vraag U dringend Uw Raad te bewegen Wethouder Seesing alsnog te laten afzien van deze provocatie."



Politie onderzoekt wethouder Seesing van Bronckhorst wegens discriminatie

Foto links: wethouder Paul Seesing. Foto gem. Bronckhorst.

VORDEN, 20-04-2013 - door Eddy Kokelenberg - Er is gisteren aangifte wegens discriminatie gedaan tegen wethouder Seesing van de gemeente Bronckhorst. Deze heeft namelijk aangekondigd dat hij gaat deelnemen aan een herdenking van nazi-oorlogsgraven op 4 mei in Vorden, aansluitend op de plaatselijke dodenherdenking. Hij vertegenwoordigt daar dan zijn gemeente. Dat kan een misdrijf opleveren op grond van artikel 137f, g en h.Wetboek van Strafrecht.

Het is opmerkelijk dat de politie de aangifte heeft aangenomen, aangezien het feit nog niet heeft plaatsgevonden. De herhaalde aankondigingen echter van de gemeente en de wethouder zelf, gaven echter een basis voor deze aangifte. De politie stelt nu een onderzoek in naar de wethouder en de gemeente om te zien of zij zich inderdaad aan dit misdrijf schuldig maken.De wethouder was vrijdag niet beschiklbaar voor commentaar.

De aangifte is verricht door de uitgever/hoofdredacteur van deze site. Hij wijst erop dat in de 10 graven nazisoldaten liggen, gesneuveld in functie, terwijl zij de opvattingen van massamoordenaar Hitler daadwerkelijk ondersteunden. Zij zijn dan ook in hun uniformen met daarop hakenkruizen begraven.

Er staat maximaal 3 maanden gevangenisstraf op, eventueel verzwaard voor diegene die dat misdrijf in functie of herhaaldelijk begaat.
Het is voor Graaff daarom onacceptabel dat deze mensen op 4 mei aansluitend op de herdenking van de slachtoffers herdacht worden. Hij heeft uitvoerig contacten gehad met de burgemeester, de wethouder, raadsleden en overige afdelingen van de gemeente. Dat leidde niet tot een herziening van het gemeentelijk standpunt.


Wetboek van Strafrecht

Artikel 137f

Hij die deelneemt of geldelijke of andere stoffelijke steun verleent aan activiteiten gericht op discriminatie  van mensen wegens hun ras, hun godsdienst, hun levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.


Artikel 137g

    1. Hij die, in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf personen opzettelijk discrimineert wegens hun ras, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

    2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie opgelegd.


Artikel 137h

Indien de schuldige een van de strafbare feiten, omschreven in de artikelen 131 tot en met 134, 137c tot en met 137g en 147a, in zijn beroep begaat, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.


Graaff neemt het de gemeente en vooral B&W zeer kwalijk dat zij hun voornemen ook uitdrukkelijk doorzetten nadat een organisatie van neonazi's. Stormfront,  twee weken terug steun betuigde aan de herdenking in Vorden. Hij baseert zijn aangifte op artikel 137f, Wetboek van Strafrecht:

Vorden is de enige plaats in Nederland waar nog nazi-soldatengraven op de gewone begraafplaats liggen. Tegen het Duitse deel van Vordense herdenking en de gemeentelijke deelname daaraan wordt al een jaar lang ernstig bezwaar gemaakt.

 Aanvankelijk verbood de rechter de deelname van de gemeente na een kort geding aangespannen door Federatief Joods Nederland, maar het gerechtshof in Arnhem stond dat in februari weer toe.

Daarna maakte het Vordens comité 4 mei bekend dat het opnieuw deze herdenking ging organiseren, en de gemeente liet weten daaraan dan te zullen deelnemen, in de persoon van wethouder Seesing.

Dat leidde ertoe dat van vrijwel alle organisaties die iets met de oorlog te maken hebben, Joods en niet-Joods, zoals het Auschwitz Comité, het Centraal Joods Overleg en het NIOD, protesten kwamen tegen het vermengen van slachtoffers en daders op 4 mei.

Ook de antifascisten-organisatie AFVN/BdA heeft nu aangekondigd in Vorden een demonstratie gaan houden op 4 mei, samen met Duitse antifascisten.

Voor de motivering van het plaatselijk comité, namelijk 'verzoening met Duitsers', bestond geen enkel begrip omdat de tegenstanders van de herdenking stellen geen probleem te hebben met de meeste nu levende Duitsers, behalve met neonazi's onder hen.

Op vrijdag 3 mei heeft Graaff een herdenking van de Joodse slachtoffers van de nazi's georganiseerd op de oude Joodse begraafplaats in Vorden.

Aanvankelijk zouden B&W van Bronckhorst daaraan deelnemen, maar Graaff trok de uitnodiging in toen B&W vast bleek te houden aan de naziherdenking. Vervolgens heeft de gemeente van Graaff geëist dat hij een vergunning aan vraagt voor deze herdenking op de Joodse begraafplaats. Deze is eigendom van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, dat geen bezwaar tegen deze Joodse herdenking heeft.








DR JOLANDE WITHUIS
:
Niet van overheidswege en collectief




VOLKSKRANT 29 SEPTEMBER 2012


Dr Jolande Wthuis is schrijfster, en
winnaar van de Grote Geschiedenis Prijs 2009 voor haar boek  Weest manlijk, zijt sterk. Pim Boellaard (1903-2001). Het leven van een verzetsheld. Amsterdam, 2008. Zij was afgelopen zomer één van de Zomergasten bij de VPRO

Het is de laatste jaren steeds weer raak. In de aanloop naar 4 mei duiken controversiële initiatieven op voor de dodenherdenking. Die zijn een uiting van een fundamenteler probleem: het wijdverbreide misverstand dat goed en fout niet bestaan.

We weten niet goed wat we moeten herdenken op 4 mei in Nederland. Dit jaar bleek het gebrek aan helderheid uit twee kwesties.

In het Gelderse dorp Vorden besloot het 4 mei Comité dat de stille tocht – met aan de kop de burgemeester van de gemeente Bronckhorst – vanaf dit jaar ook zou voeren langs de graven van enkele Duitse soldaten. Dat voornemen werd in de namiddag van 4 mei in de rechtbank aangevochten door de splinterorganisatie ‘Federatief Joods Nederland’. Zij werd in het gelijk gesteld. De rechter verbood de burgemeester langs de Duitse graven te lopen; bovendien moest de gemeente voorkomen dat deelnemers aan de stille tocht per ongeluk de Duitse graven zouden passeren.

Kwestie twee betrof het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het comité kiest voor de officiële nationale herdenking elk jaar een gedicht, dat is geschreven door een jongere die zijn of haar tekst dan op de Dam mag voorlezen. Dit jaar koos het comité voor het gedicht waarin een vijftienjarige jongen de oudoom gedenkt die dienst nam in de Waffen-SS en naar wie hij is vernoemd. Ook hier bleef het na felle protesten van onder meer het Nederlands Auschwitzcomité bij een voornemen.

In beide gevallen draaide de commotie dus om het in de officiële herdenking betrekken van de toenmalige vijand. In beide gevallen ook viel de echo te beluisteren van een debat dat in de geschiedwetenschap al enkele decennia woedt: het ‘debat over goed en fout’. Die discussie heeft onder historici tot onplezierige uitwassen geleid (waarover hieronder meer), uitwassen die op hun beurt invloed blijken te hebben op hoe de samenleving over de Tweede Wereldoorlog denkt en op hoe zij die oorlog herdenkt.

Dat de dodenherdenking en de viering van de bevrijding onderwerp zijn van debat of zelfs conflict, is op zich niet nieuw. Over 4 en 5 mei is altijd gesteggeld. In 1946 moest de eerste viering van bevrijdingsdag al wijken voor de zondagsrust. Na het aantreden van koningin Juliana in 1948, toen koninginnedag verschoof naar 30 april, stelde minister-president Drees voor om 5 mei te combineren met het Oranjefeest. Pas in 1990 werd bevrijdingdag een nationale feestdag, wat overigens niet betekende dat het een vrije dag werd.

Herdenkingen vormen nooit de eenvoudige afspiegelingen van een historische ervaring. Via de inhoud van een herdenking geven samenlevingen en betrokkenen betekenis aan het verleden. Dat impliceert, net als geschiedschrijving, een interpretatie van wat er is gebeurd. Zo stonden tussen 1947 en 1967 de Nederlandse natie en de bezetting meer centraal dan tegenwoordig. In dat kader konden de Indonesische Bersiapperiode en de zogenaamde ‘politionele acties’ in Indonesië als het ware meevaren onder de vlag van de Tweede Wereldoorlog; ondanks de toenmalige protesten van het voormalig verzet refereert de ‘Indische’ urn in de marmeren wand achter het beeld op de Dam, waar urnen staan voor elf provinciale fusilladeplaatsen, niet louter aan de periode 1942-1945 maar ook aan de jaren daarna.

Zeker na de communistische machtsovername in Tsjechoslowakije in 1948 verdween de goodwill die communisten en het Rode Leger tijdens de oorlog hadden verworven. Met de toename van de westerse vrees voor uitbreiding van de communistische invloedsfeer werd de Tweede Wereldoorlog retrospectief allereerst een oorlog tegen het totalitarisme, en die oorlog werd gecontinueerd. Het nieuwe totalitaire gevaar, red fascism, huisde achter het IJzeren Gordijn.

In de Koude-Oorlogs­jaren symbo­liseerde niet Auschwitz maar Dachau de Tweede Wereldoorlog. Niet de plek waar de nazi’s syste­matisch, fabrieksmatig de Europese joden uitroeiden werd gezien als de behuizing van Het Kwaad, maar het kamp waarin het nationaal-socialis­tische regime vanaf 1933 zijn politieke tegenstanders had opgesloten.

Niet de bestrijding van het racisme maar de bestrijding van het totalitarisme vormde de erfenis van de Tweede Wereldoorlog. Verzetsorganisaties en politieke partijen zagen de strijd tegen het communisme als logische voortzetting van de geallieerde strijd tegen het nazisme. De PvdA boycotte in de jaren vijftig vier- en vijf-meibijeenkomsten waar ook de CPN aanwezig zou zijn. Geheel in die lijn werden vanaf 1961 de gesneuvelden in de Koreaanse oorlog de 4-meiherdenking binnengesmokkeld.

De communisten op hun beurt gebruikten de oorlog om de achtereenvolgende kabinetten te bestrijden. Voor hen was het fascisme een uitwas van het kapitalisme en het kapitalisme derhalve een voorstadium van het aankomende fascisme. Ook na de Koude Oorlog bleef de bezettingstijd een handige kapstok om eigen doeleinden aan op te hangen. Tot voor kort misbruikte het communistische Comité Vrouwen van Ravensbrück de Nederlandse expositie in dat kamp (en zijn subsidie) om foto’s te vertonen van de demonstraties in de jaren tachtig tegen de neutronenbom.

Tegenover deze diverse vormen van politisering stonden degenen die de herdenking zo zuiver mogelijk wilden houden. Met name veel kampoverlevenden hadden als devies: we moeten onze doden herdenken, maar mogen niet namens hen spreken. Wat de doden hadden gevonden van actuele kwesties weten we niet. Bovendien zijn die doden net zo min als de overlevenden een uniform collectief.

Mij komt dit standpunt het meest zuiver voor, maar ik besef dat zo’n oningevuld beroep op de doden als doden niet meer voldoet nu de tijd nadert dat nog maar weinig mensen die doden hebben gekend en dus echte, concrete mensen herdenken.

Bij de 4 mei herdenking worden essentiële waarden van onze samenleving vastgelegd en overgedragen. Dat maakt de plechtigheid belangrijk en sommige redevoeringen aangrijpend. Maar omdat de Tweede Wereldoorlog nu eenmaal voor verschillende groepen een verschillende betekenis heeft en men er verschillende lessen voor de toekomst in leest, zal die interpretatie altijd precair zijn. Dat maant tot terughoudendheid. Terughoudendheid echter is iets anders dan het lafhartig mijden van keuzes.

Hutspotherdenking
En dat is juist wel wat op dit moment in Nederland gebeurt. We herdenken inmiddels op 4 mei alle sedert 10 mei 1940 gesneuvelde burgers en militairen, inclusief gevallenen in vredesoperaties. Daarmee is de herdenking op de Dam een ware hutspotherdenking geworden. Maar wie alles herdenkt, herdenkt niets. De impliciete boodschap luidt, dat de Tweede Wereldoorlog op zich te weinig gewicht heeft om te herdenken. Dood is dood; hoe, waarom, waarvoor en door wiens hand men stierf, lijkt er niet meer toe te doen. De keuze wie we wel en niet op die datum op die plaats herdenken wordt omzeild en daarmee de vraag welke waarden we willen overdragen.

Aan die herdenkingshutspot werden dit jaar dus ook nog bijna de voormalige vijanden en hun Nederlandse handlangers als ingrediënten toegevoegd. Alleen de rechter kon voorkomen dat de stille toch langs Duitse graven in Vorden zou trekken, publieke ophef stopte het voorlezen op de Dam van het Waffen SS-gedicht.

Die onzalige plannen zijn een ongelukkig en onbedoeld bijproduct van het debat over ‘goed en fout’, dat begon toen in 1983 de Amsterdamse hoogleraar Hans Blom (later directeur van het Niod), in zijn oratie de begrippen collaboratie en verzet bekritiseerde als uitgangspunten voor de verdere geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog. Met het dichotome duo collaboratie en verzet, dat volgens Blom het fundament vormde van het omvangrijke werk van Lou de Jong, waren morele oordelen de wetenschap binnengeslopen. Geen fatsoenlijk mens immers betwijfelt dat verzet goed en collaboratie fout was. Maar het was, stelde Blom, nu eenmaal niet de taak van de wetenschap om zulke oordelen te geven.

Al is De Jongs werk heel wat rijker en genuanceerder dan soms op grond van Bloms oratie wordt gedacht, Bloms oproep voor een minder beschrijvend en minder oordelend type onderzoek bleek vruchtbaar. De tijd was rijp voor een meer analytische en afstandelijke benadering, waarin Nederlanders geen heldenvolk waren, waarin ook naar de beweegredenen van foute Nederlanders werd gekeken, en waarin een beweging als de Nederlandse Unie meer onbevangen kon worden geanalyseerd dan met een a priori opgeplakt etiket goed of fout.

Volgens Blom verliezen we iets wezenlijks uit het oog als we deze beweging, die opriep tot samenwerking met de bezetter, simpelweg bestempelen als collaboratie. De aantrekkingskracht van de Unie lag immers mede in het feit dat de beweging werd gezien als gericht tegen de NSB. Een van Bloms favoriete termen: ‘accommodatie’, biedt de mogelijkheid te laten zien dat de meeste Nederlanders tijdens de bezetting trachtten het leven zo normaal mogelijk voort te zetten, zonder dat je ze als historicus behoeft in te delen in goed dan wel fout. Een politiek-moreel oordeel over hun gedrag past hooguit de medeburger, niet de historicus.

Bloms zakelijke benadering opende de weg voor een Europese vergelijking van de aantallen per land vermoorde joden zonder dat meteen het voormalig verzet zich zwart gemaakt voelde, wat beslist een verademing was na de eerdere taboeïsering van onderwerpen als de verkrachtingen van ex-kampgevangenen door het Rode Leger of het misbruik van joodse meisjes door onderduikgevers. ‘Goed’ bleek soms ook fout te kunnen zijn. Die verruiming van de vraagstellingen in het oorlogsonderzoek danken we overigens niet alleen aan Blom. Ook de democratisering en de ontzuiling droegen er aan bij dat de hagiografisch getoonzette heldenlevens uit de verzuilde geschiedschrijving van net na de oorlog plaats maakten voor een meer gedifferentieerd beeld.

Keuzes
Bloms positiebepaling riep ook verwarring op, sterker nog: zijn relativering van goed en fout werd vanaf het moment dat hij zijn oratie uitsprak, misbruikt. Al gauw zong bijvoorbeeld in kringen van kinderen van NSB’ers en SS’ers rond, dat Blom had bewezen dat goed en fout niet bestaan. Eindelijk, zo luidde het tevreden, werd ingezien dat ook NSB’ers ‘idealisten’ waren.
In 2001 verscheen van journalist-historicus Chris van der Heijden de monografie Grijs verleden, waarin Bloms ‘accommodatie’ werd opgerekt tot een misantroop doormodderscenario.

Volgens Van der Heijden had welbeschouwd niemand gedeugd en evenmin was iemand echt fout geweest. Seyss Inquart was een gevoelige pianist, verzetsmensen waren per ongeluk het verzet ingerommeld en hadden voor hetzelfde geld bij de SS kunnen belanden, joden was louter om financieel gewin een onderduikadres geboden. Slechts een dunne lijn scheidde collaboratie van verzet. Daders waren slachtoffers en slachtoffers waren daders. Met als grondstelling dat mensen geen keuzes maken en dus niet verantwoordelijk zijn.
 
Van der Heijden vond mede weerklank, doordat zijn visie aansloot bij de terechte kritiek op het beeld dat heel Nederland in 1940 in verzet kwam om de joden te redden. Dat beeld was overigens  lang niet zo dominant als vaak wordt gesuggereerd. Ter nuancering van die vermeende nationale zelfgenoegzaamheid werd het de afgelopen jaren haast een clichématige vaststelling dat eigenlijk alle Nederlanders de andere kant hadden uitgekeken toen hun joodse landgenoten werden weggevoerd: ‘Nederland deportatieland’.

Ik zie het werk van Van der Heijden niet als een toepassing maar als een pervertering van de theses van Blom. Waar Blom ambieerde het vak te zuiveren van moralisme, is Van der Heijdens werk juist doordrenkt van een miezerige moraal. Waar Blom transparant is, is Van der Heijden suggestief.

Zelf heb ik me als medewerker van het Niod onder Blom door zijn zakelijke en open benadering van de oorlog vrij gevoeld om bij het schrijven van mijn boek Na het kamp onderwerpen aan te snijden die in de politiek-correcte jaren zeventig onder het tapijt waren geveegd, zoals de soms dodelijke politieke tegenstellingen onder verzetsmensen in de kampen.

Tegelijkertijd motiveerde de toenemende verwarring rond goed en fout mij om verzetsman Pim Boellaard in de titel van mijn biografie nadrukkelijk te tooien met het ouderwetse woord verzetsheld. Het was in mijn ogen anno 2008 hoog tijd om het verantwoordelijke individu in ere te herstellen – het individu dat met zijn welbewuste keuze voor de goede zaak zijn leven in de waagschaal stelt. Hoe moeilijk de dilemma’s en hoe dwingend de omstandigheden ook kunnen zijn, mensen zijn meer dan een speelbal van het lot of de dwang der omstandigheden. Ze dragen verantwoordelijkheid. Als ergens goed en fout bestonden, was het natuurlijk in de Tweede Wereldoorlog.

Modderpoel
Helaas blijkt nu dus ook het Nationaal Comité besmet met het virus van de goed-foutrelativering. De puber die door zijn ouders werd opgezadeld met de naam van een SS-familielid en door het Nationaal Comité werd misbruikt voor een eigen agenda, lichtte in de dagen voor 4 mei zijn gedicht toe met een vernuftige formule waarover ongetwijfeld lang was nagedacht: zijn oudoom, zei Auke, was een ‘goed mens’ geweest die toevallig een ‘foute keuze’ had gemaakt.

De directeur van het Comité, Nine Nooter, vulde die formule verder in. Nadat haar beslissing om op 4 mei op de Dam via Aukes gedicht een SS’er te herdenken onder druk van onder meer het Auschwitzcomité was teruggedraaid, verklaarde Nooter dat Auke met zijn gedicht eenzelfde appèl deed als het Auschwitzcomité met zijn ‘kreet Nooit weer Auschwitz’, namelijk ‘Laten wij nooit meer, met elkaar, dezelfde fout maken’ (NOS-journaal, 26 april).

Met die redenering belanden we in een morele en historische modderpoel. Het is zowel verhullend om Auschwitz te reduceren tot een ‘fout’ als om in dit verband te spreken van ‘wij’ en ‘met elkaar’.  Welke ‘wij’ hebben ‘met elkaar’ de ‘fout’ Auschwitz gemaakt?

Er zijn dus twee tendensen te constateren. Aan de ene kant is de vroeger omstreden communistische praktijk om de herdenking te ‘actualiseren’ tegenwoordig bon ton. Zelfs de overheid bepleit nu dat de oorlogsherdenking aansluit bij hedendaagse problemen, rekening houdt met de veranderde samenstelling van de bevolking en een samenbindend effect sorteert. De aanbeveling van staatssecretaris J. Bussemaker bij haar aantreden, dat 4 mei in het teken diende te staan van de multiculturele samenleving, leidde tot pijnlijke pogingen om te bewijzen dat Marokkaanse soldaten een flink aandeel hadden gehad in onze bevrijding.

Aan de andere kant wordt in toenemende mate vermeden om daders en slachtoffers als zodanig te benoemen. De overeenkomst tussen die tendensen is dat ze trachten maatschappelijke samenhang te creëren. Maar een samenhang die afhangt van het verhullen van verschillen, is kunstmatig en ongewenst.

Radicaal verschillend van de lijn-Bussemaker was de aanpak van minister-president Willem Drees. Hij ontzegde in 1957 in de Eerste Kamer de communisten onomwonden het ‘morele recht’ om Bevrijdingsdag te vieren; immers, als zij het voor het zeggen hadden gekregen, waren vrijheden als van meningsuiting en vergadering allang opgeheven. Op de emotionele tegenwerping van de communistische senator en Buchenwald-overlevende Leen Seegers, dat de communisten toch bij uitstek offers hadden gebracht en vele mensen hadden verloren, benadrukte Drees dat het hem ging om Bevrijdingsdag; bij de dodenherdenking waren de communisten welkom.

Hoe kil en hard dit ook klinkt, met een dergelijke discussie krijgen herdenkingen en vieringen wel inhoud en wordt vlijmscherp afgebakend waar het ons in essentie om gaat. Nu staan er mensen op de Dam in de veronderstelling dat ze de Tweede Wereldoorlog herdenken, terwijl het daar tegelijk over een rijtje andere oorlogen gaat.

Hoe de herdenking zou moeten worden ingevuld, wie en wat er moet worden herdacht is geen wetenschappelijke maar een politieke vraag. En zeker geen eenvoudige. Behalve de overtuiging dat we de oorlogsherdenking niet zouden moeten gebruiken om ons gelijk te behalen in de waan van de dag, heb ik daar niet zo een twee drie een antwoord op. Wel kan wetenschappelijk onderzoek door een preciezer beeld van het verleden te leveren, bijdragen aan het debat over de inhoud van de herdenking. Het recente onderzoek van historicus Bart van der Boom nuanceert op grond van een analyse van oorlogsdagboeken het beeld dat Nederlanders wisten wat hun gedeporteerde Joodse landgenoten te wachten stond maar op grond van een latent antisemitisme niets deden en dus als ‘schuldige omstanders’ ook een soort daders zijn.

Dat wetenschappers in de loop der jaren andere accenten hebben gelegd in hun analyse van de Tweede Wereldoorlog, betekent niet dat er geen historische feiten zijn en dat we de oorlog naar willekeur kunnen interpreteren. In de Koude Oorlog gold het totalitarisme als de kern van het kwaad, nu zien we genocide als die kern. Uit die beide invalshoeken vallen waarden te destilleren die het herdenken betekenis kunnen verlenen. Dat zou zo abstract mogelijk moeten gebeuren. Of de islam een expansieve totalitaire ideologie is waartegen moet worden gewaarschuwd, of een onschuldige religie die moet worden beschermd tegen discriminatie – dat moeten burgers zelf uitmaken. Daarop geeft de geschiedenis geen antwoord (al draagt ze wel bouwstenen voor zo’n antwoord aan) en behoort ook een herdenking geen antwoord te geven.

Die Gedanken sind frei. Net zoals naar een begrafenis komt iedereen naar een herdenking met eigen doden in zijn hoofd. Iedereen mag en kan op 4 mei zijn NSB-opa gedenken, of die ene vriendelijke Duitse soldaat. Iedereen mag de ervaringen uit die oorlog toepassen zoals hij of zij wil. Maar graag in stilte en bescheidenheid, en voor zichzelf. Niet van overheidswege en collectief.




Antifa: Aalderink foutste
burgemeester van Nederland



VORDEN, 17-04-2013 - Volgens de vereniging van antifascisten AFVN/BvA is burgemeester Aalderink van Vorden (gem. Bronckhorst) de meest foute burgemeester van Nederland.


De aanleiding hiervoor is het plan van de gemeente om deel te nemen aan de herdenking van 10 nazigraven op 4 mei, de nationale dag van herdenking van Nederlandse slachtoffers van de nazi's. De AFVN/BvA zegt dit in een persbericht, dat zij vandaag gepubliceerd heeft.

De  AFVN/BdA gaat nu een demonstratie in Vorden organiseren, en schrijft  dat samen te zullen doen met o.m. het Nationaal Comité 4 en 5 mei en Joodse organisaties. Daar doen volgens het AFVN ook aan mee overlevenden van omgekomen familieleden en bekenden uit Duitsland en hun organisaties van vervolgden van het naziregime.

De AFVN/BvA: "Samen maken wij een vuist tegen de verering van het bezettingsleger van Hitler dat in heel Europa dood en verderf heeft gezaaid. "

De AFVN schrijft verder:  "De heer Aalderink is van plan in Vorden het bezettingsleger van Hitler te herdenken op 4 mei, onze  nationale herdenkingsdag. Dat is een grote schande en belediging voor de slachtoffers en nabestaanden van de Tweede Wereldoorlog. Een dergelijke foute herdenking zullen wij niet accepteren."

Tegen de naziherdenking is tot toe nu zeer uitgebreid geprotesteerd door vrijwel alle organisaties die iets met WO2 te maken hebben, zowel Joods als niet-Joods. Niettemin wil het plaatseljke comité 4 mei in Vorden de herdenking van de nazigraven toch gewoon doorzetten. De gemeente accepteert dit en wil eraan deelnemen. Twee weken terug verscheen van het Stormfront, een neonazi-organisatie, instemming met de naziherdenking. Ook daarna wilde de gemeente ook na uitdrukkelijk verzoek daartoe, geen afstand van die herdenking nemen.

Vorig jaar vond deze herdenking voor het eerst plaats, en toen kreeg burgemeester Aalderink een rechterlijk verbod om daaraan deel te nemen. Dat verbod werd in februari weer teruggedraaid door een beslissing van het Gerechtshof in Arnhem.
Op 3 mei organiseert deze website een Joodse herdenking op het oude Joodse kerkhof van Vorden. Daar worden de 11 Vordense Joden herdacht, die door de nazi's vermoord werden. Die herdenking begint om 13.30.

De burgemeester kondigde aanvankelijk aan daaraan te zullen deelnemen. Toen hij echter geen afstand van het Stormfront wilde nemen, heeft de organisatie de uitnodiging aan hem ingetrokken. B&W van Bronckhorst hebben daarop laten weten niet aan deze herdenking te willen deeelnemen. Bovendien eisen zij nu opeens dat deze opnieuw officieel bij de gemeente wordt aangemeld, hoewel de gemeente al een maand geleden ervoor werd uitgenodigd. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft de Joodse herdenking erkend en op zijn site vermeld. De Duitse ambassadeur is ook voor deze herdenking uitgenodigd.


De Stentor, 16-04-2013


Aalderink wil debat over 4 mei

ZUTPHEN/VORDEN - Burgemeester Henk Aalderink van de gemeente Bronckhorst vindt dat het hoog tijd wordt voor een groot maatschappelijk debat over de invulling van 4 mei. Over herdenken en verzoenen en over de oorlog en de toekomst. Hij schaart zich hiermee achter het Centrum Informatie en Documentatie over Israël (CIDI), dat eerder een oproep deed voor een dergelijke discussie.


Maandagavond nam de burgemeester een klein voorschot op dit debat in de Zutphense bibliotheek. Op uitnodiging van de organisatie achter Zin in Zutphen - een jaarlijks project van meerdere kerken in Zutphen - sprak Aalderink over de achtergronden van de omstreden dodenherdenking in Vorden. Hij vertelde over de veelbesproken gang langs het Duitse collectieve graf en de rol die de gemeente en de burgervader hierin spelen.


Hoe beladen het onderwerp ook is, de opkomst voor de lezing was mager. Wie de zaak over de Vordense dodenherdenking het afgelopen jaar heeft gevolgd, zou op meer bezoekers hebben gerekend dan de enkele tientallen die op de bijeenkomst waren afgekomen.


De burgemeester liet weten dat hij het afgelopen jaar veel begrip heeft gekregen voor Joden die de wandeling - bedoeld als gebaar van verzoening - bekritiseren. Maar er is ook een andere kant, vindt Aalderink. "We moeten óók verder. Het is 68 jaar later. Het wordt tijd voor een maatschappelijk debat."

Hoewel de discussie soms ietwat afdwaalde - onder meer over het Gideonmonument - werd de sfeer nooit grimmig. "Het was een boeiende avond", vond Aalderink.

 

Lees meer in de Stentor editie Zutphen, van dinsdag 16 april





B&W Bronckhorst niet welkom op
Joodse herdenking Vorden


BUSSUM, 12-04-2013 - De burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst zijn niet welkom op de herdenking van omgekomen Joden op 3 mei in Vorden. Dat heeft organisator bekendgemaakt.Het Nationaal Comité 4 en 5 mei te Amsterdam heeft de Jodenherdenking in Vorden goedgekeurd en vermeldt deze op haar website. Voor deze herdenking is ook de Duitse ambassadeur uitgenodigd. Of hij komt is nog niet bekend.

Vorden is omstreden, nadat het plaatselijk comité 4 mei vorig jaar besloot er een herdenking bij graven van nazi-soldaten te houden. Vorden is de enige plaats in Nederland waar deze graven nog op een gewoon kerkhof liggen.

De burgemeester van de gemeente wilde daaraan deelnemen, maar dat verbood de rechter hem; het gerechtshof in Arnhem stond het echter weer toe. Nu wil de gemeente een wethouder afvaardigen naar dezelfde herdenking dit jaar.
 
Het zg. Stormfront, een neonazi-organisatie, heeft op zijn website verklaard de Vordense herdenking van de 'kameraden' te steunen. Organisator Arthur Graaff van oorlogssite Nieuws-wo2 heeft daarop B&W en de gemeenteraad van Bronckhorst uitdrukkelijk gevraagd daar afstand van te nemen.

B&W is daar niet op ingegaan, evenmin als de meeste raadsleden, behalve van D66. Graaff: "Ik beschouw de 4-mei-herdenking van soldaten in Vorden 'besmet' en ik meen dat mensen die daar nazi-soldaten gaan herdenken, niet kunnen deelnemen aan een herdenking van de slachtoffers. Als B&W en de raadsleden afstand nemen van de nazi's, zijn zij welkom".

Tegen deze herdenking is veel bezwaar geuit, door vrijwel alle organisaties die iets met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben: o.m. het Auschwitz-comité, het NIOD, het CIDI, de organisatie van het voormalig verzet COVVS, het Nederlands Israëlisch Kerkgenootschap, en de oorlogssite Nieuws-WO2.

Uit protest tegen deze herdenking heeft hoofdredacteur Arthur Graaff van de oorlogssite een herdenking van de 11 tijdens de oorlog vermoorde Vordense Joden georganiseerd, op vrijdag 3 mei, omdat eventuele Joodse deelnemers vanwege sjabbat op zaterdag niet reizen. Hij heeft dat gedaan in overleg met Joodse organisaties. Graaff stelt dat op 4 mei de slachtoffers van de nazi's herdacht worden, zoals de richtlijn van het Nationaal Comité ook aangeeft, en dat wie gesneuvelde soldaten wil herdenken, dat op elke andere dag kan doen. Hij vindt dat de slachtoffers en de daders gescheiden moeten blijven, ook omdat er nog altijd overlevende slachtoffers en hun familieleden zijn die echt pijn voelen van een nazi-herdenking.

De gemeente Bronckhorst weigert op vragen over nazi's in te gaan.




27-03-2013

O P E N   B R I E F

Raadsleden en burgemeester en wethouders gemeente Bronckhorst

Ten behoeve van de raadsvergadering 27-03-2013

Geachte leden van de Gemeenteraad,
Geacht college van B&W,


Met deze brief aan u wil ik u graag laten weten dat ik van mening ben dat u niet moet deelnemen aan een herdenking - in welke vorm dan ook - van Duitse soldaten van het nazi-regime op 4 mei 2013 - en op geen enkele 4de mei. Ik geef hieronder enkele overwegingen.

Ik nodig u verder uit wel deel te nemen aan een speciale eenmalige herdenking van de Joodse slachtoffers van deze nazi-soldaten, op de oude Joodse begraafplaats in Vorden, Kamphuisweg, op vrijdag 3 mei 2013 om 13.30 uur. Ik heb het initiatief genomen tot deze herdenking in overleg met andere betrokkenen.

Allereerst: U kunt zich niet meer verzoenen met de dode Duitsers in de graven - geen mens kan dat. Verzoenen kan alleen met de levenden. En met hen hebben we ons allang verzoend.

Als u een daad  wilt stellen, herdenk dan één keer nadrukkelijk de slachtoffers, en dan onder hen vooral de mensen die van meet af aan ten dode waren opgeschreven omdat zij door Hitler en de meeste Duitsers van toen, en absoluut niet alleen door nazi's, verwerpelijk werden geacht. Een groep mensen, onder wie velen die zichzelf niet als Jood beschouwden, werden niet vervolgd en vermoord vanwege wat zij deden of wilden, maar om wat Hitler, de moordenaar en haatzaaier, over hen dacht en zei.

Denazisoldaten, ook die voor hun ' nummer'  moesten, of die 'ook maar gestuurd werden', hadden niet moeten gaan - met alle consequenties van dien. Ze hadden allemaal de keus, en ze wisten waar ze aan meededen: de profeet haat had zijn sluier al afgeworden tijdens de Kristallnacht, toen de nazi's begonnen  met de openlijke vervolging van de mensen die zij besloten hadden haten. Hun slachtoffers hadden niets misdaan, maar de hoogste nazi's zweepten hun aanhang op tot grote afkeer met verschrikkelijke gevolgen.

Moeten we medelijden hebben met gesneuvelde nazi-soldaten? Natuurlijk kan dat. De dood wist alle schuld uit. Maar de geschiedenis en de herinnering blijven bestaan, en we hebben vooral rekening te houden met de levenden en hun gevoelens. De dode soldaten voelen er niets meer van, maar de levende slachtoffers en hun nabestaanden nog altijd. Respecteer hen!

Deze soldaten droegen het hakenkruis en stonden onder het gezag van de grootste massamoordenaar aller tijden: Hitler, de haatzaaier. Deze soldaten werkten met hem mee om zijn doelen te bereiken, zij hebben hun uniform elke dag weer aangetrokken: Zij hebben direkt of indirekt meegewerkt aan de dood van miljoenen onschuldigen, volkomen onschuldigen: zelfs de moord op duizenden baby's, soms van enkele dagen oud. Zij hebben zich daartegen niet verzet, en zijn gestorven in hun uniformen met het hakenkruis, en zijn in die uniformen begraven. Zij dragen nu nog steeds dit ultieme teken van pure haat. Moeten wij hen herdenken? Moet de gemeente, een staatsorgaan, de vijanden van de staat herdenken? De vijanden die vastbesloten waren onze medeburgers te vermoorden en onze staat te vernietigen?

Het is wel goed om te herdenken dat wij, levende nabestaanden, zulke misdaden nooit meer mogen bedrijven. Als wij in legerdienst zitten en van onze sergeant, of luitenant, of generaal of zelfs staatshoofd het bevel krijgen onschuldigen te onderdrukken, te terroriseren, te mishandelen, te vermoorden en te vernietigen - dan moeten wij dat weigeren. Ook al kost die weigering ons de kop.

Wie moet deze soldaten in Vorden dan herdenken? We zouden het zelfs van hun moeders en vaders begrijpen als die dat niet meer wilden, omdat hun zonen nog steeds het uniform van de haat dragen. En natuurlijk misten hun moeders en vaders deze gesneuvelde zonen, net als hun echtgenoten, kinderen, broers of zusters dat deden of doen, en andere familieleden. Moeders en vaders herdenken hun zonen omdat zij van die zonen hielden, ook terwijl die zonen het uniform van de haat droegen.

Zij hebben die dode mannen als baby's gekend, en van hen gehouden toen zij nog onschuldige jochies waren, en zij hebben getracht hen het verschil tussen goed en kwaad te leren. Dat is toen mislukt. En zij hebben hen waarschijnlijk gezien toen zij voor de eerste keer het uniform van de haat droegen. En zij hebben geweten wat hun zonen gingen doen toen zij hun huizen verlieten om naar de oorlog te gaan.


Wij moeten voor onze kinderen elke keer weer, in ieder geval op elke 4 en 5 mei, duidelijk maken wat het verschil is tussen goed en kwaad.

Ik ben uiteraard bereid om een verdere toelichting te geven.

Hoogachtend,
Arthur E.A.J. Graaff

Uitgever, FP Media VOF







PERSBERICHT GEMEENTE BRONCKHORST:

Gemeenteraad Bronckhorst staat achter Dodenherdenking in Vorden

Actueel

De gemeenteraad van Bronckhorst heeft op 27 maart 2013 in de openbare raadsvergadering gesproken over het verloop van de dodenherdenking in Vorden afgelopen jaar en de uitnodiging van het 4 mei comité in Vorden voor de herdenking in 2013.


De raad vond dat de herdenking vorig jaar, die in het teken stond van verzoening en daarom na afloop bezoekers de gelegenheid bood om ook langs het graf van tien omgekomen Duitse soldaten te lopen, waardig is verlopen.


De gemeenteraad besloot kennis te nemen van de evaluatie 'Herdenking 4 mei 2012', de uitspraak van het Hof en de melding van het Comité 4 mei Vorden. CDA en VVD dienden een amendement in waarin staat dat voor de vertegenwoordiging tijdens de herdenkingen in Bronckhorst de gebruikelijke gedragslijn wordt gevolgd en dat de gemeentelijke vertegenwoordiger aansluit bij de totale activiteit van het organiserende comité, tenzij hij of zij daar om hem of haar persoonlijke redenen deels van af ziet. CDA, VVD en één lid van de PvdA stemden voor dit amendement, waarmee het is aangenomen. Het oorspronkelijke voorstel is aangepast met deze keuzemogelijkheid.

Programma

Het programma voor de herdenking van dit jaar is nagenoeg hetzelfde als in 2012. Wethouder Paul Seesing volgt namens de gemeente het volledige programma. De gemeente staat achter de boodschap van verzoening die het organiserende 4 mei comité uit Vorden wil uitdragen. Volgens het programma hebben bezoekers de keuze om na afloop van de herdenking langs het graf van de Duitse soldaten en de graven van gefusilleerde Jehovagetuigen te lopen. Ze kunnen ook via een andere route de begraafplaats verlaten. Samen met het 4 mei comité en bezoekers die dat willen, loopt de wethouder langs de graven.

In Bronckhorst is op 4 mei om 20.00 uur in negen kernen dodenherdenking. De burgemeester, de wethouders en verschillende raadsleden rouleren elk jaar wie welke bijeenkomst bijwoont. 

Voor het volledige programma van de herdenking verwijzen wij u naar het 4 mei comité Vorden, dat de jaarlijkse herdenking in het dorp organiseert.

Reacties

In aanloop naar de raadsvergadering ontvingen wij van verschillende organisaties en mensen brieven en e-mails over de wijze van dodenherdenking in Vorden en de deelname van de gemeente hieraan. Het is duidelijk dat er mensen voor en tegen de gekozen invulling van de Vordense herdenking zijn. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed in Nederland. Wij respecteren ieders overtuiging. Zoals gezegd heeft voor ons de verzoenende boodschap de doorslag gegeven om het volledige programma te volgen.





Verzetswereld ontsteld over plan herdenking Duitsers in Vorden

HAARLEM, 10-03-2013 - Er is grote ontsteltenis ontstaan onder voormalige verzetsmensen en de nog levende slachtoffers van nazikampen. Vrijwel al hun organisaties, 16 in getal, hebben grote bezwaren tegen de plannen van het dorp Vorden in de Achterhoek om opnieuw Duitse soldaten te gaan herdenken.

En al daarvoor lieten Joodse organisaties en het Auschwitz Comité zich zeer negatief uit over het plan. Er is nog nooit eerder zo'n  eenstemmige afkeuring over een herdenking uitgesproken.


Foto rechts: de oude Joodse begraafplaats in Vorden, waar op 3 mei een dodenherdenking zal plaatsvinden.

Het Centraal Orgaan Voormalig Verzet en Slachtoffers (COVVS) spreekt namens de 16 organisaties. Hoewel de meeste verzetsmensen en andere oologsslachtoffers nu vrijwel allemaal boven de 80 zijn, hebben hun kinderen in veel gevallen hun gedachtegoed overgenomen.

Het COVVS heeft in een zeldzaam persbericht  vandaag laten weten dat het ernstig betreurt wat het 4/5 mei comité in Vorden besloten heeft.  Normaal laat het COVVS nooit van zich horen, bijvoorbeeld ook niet toen er vorig jaar plannen waren om een SS-gedicht op de Dam voor te lezen tijdens de Dodenherdenking.

Dit soort acties vinden de voorzitter de Boef en secretaris mevrouw Divendal-Klok,van het COVVS volkomen strijdig met waar het volgens hen op 4 mei bij de nationale dodenherdenking om gaat. Dat is namelijk uitsluitend om de  Nederlandse slachtoffers die tijdens de oorlog zijn omgekomen, en niet om de daders.

Op 4 mei gaat het volgens het COVVS  om vermoorde verzetsmensen, politieke gevangenen, Joden, Sinti en Roma, homoseksuelen, gijzelaars, dwangarbeiders en Jehova's getuigen. Het gaat verder ook om slachtoffers van bombardementen en andere aanvallen an Duitsers zowel als  geallieerden.

In totaal stierven er in Nederland tijdens de oorlog ruim 250.000 burgers - gemiddeld 1.000 mensen per week, vijf jaar lang. De Nederlandse burgerbevolking  werd veel zwaarder getroffen dan bijvoorbeeld de Britse, Franse of Belgische. dat kwam ook omdat Nederland als enige land vijf maal staakte tegen de Duitsers, en zelfs als enige bezette land tegen de Jodendeportaties. Bovendien lag Nederland pal onder de geallieerden bommenvluchten naar Duitsland.

Het COVVS benadrukt, dat het Duitsland van nu een totaal ander Duitsland dan het nazi-Duitsland dat deze moordpartijen op zijn geweten heeft. Er ligt een wereld van verschil tussen.

Maar het COVVS wijst er met nadrukop, dat het op 4 mei niet gaat om vergeving of verzoening. Het gaat uitsluitend om het herdenken van de Nederlandse slachtoffers als gevolg van de oorlog die door nazi-Duitsland over Europa werd uitgestort. Bij het herdenken behoort ook het respecteren van de gevoelens van de nabestaanden van de Nederlandse slachtoffers van toen. Door vermenging met andere slachtoffers raakt hun nagedachtenis in het gedrang.

Het COVVS doet  namens de verzetsmensen en andere slachtoffers dan ook een beroep op het 4/5 mei comité in Vorden en het gemeentebestuur van Bronckhorst om van hun voornemen af te zien en recht te doen aan het wezen van de 4e mei.


Bij het C.O.V.V.S. zijn aangesloten:


  • het Zaans Verzet,

  • het Nederlands Dachau Comité,

  • het Herdenkingscomité Buchenwald,

  • de Stichting Vriendenkring Mauthausen,

  • de Stichting Vriendenkring Neuengamme,

  • de Contact Commissie Noord-Holland Zuid,

  • het Comité Herdenking Februaristaking 1941,

  • de Stichting Vriendenkring Oud-Dachauers,

  • de Stichting Nationale Hannie Schaft Herdenking,

  • de Stichting Vriendenkring Oud-Natzweilers,

  • Stichting Gedenkplaats  Haaren 1940-1945,

  • de Bond Ex-geïntern. Gerepatrieerden van Overzee,

  • het Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück,

  • het Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers, 

  • de Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers 1940-1945,

  • de Landelijke Kontaktgroep Verzetsgepensioneerden.




Centraal Orgaan Voormalig Verzet en Slachtoffers:

Geen Duitsers herdenken op 4 mei

 

Het Centraal Orgaan Voormalig Verzet en Slachtoffers (C.O.V.V.S.) betreurt het dat het 4/5 mei comité in Vorden besloten heeft om bij de graven van enkele Duitse militairen te defileren op 4 mei. Dit is strijdig met waar het op 4 mei omgaat. Bij de Nationale Herdenking op 4 mei gaat het uitsluitend om het herdenken van Nederlanders die bij oorlogshandelingen vermoord of op andere wijze zijn omgekomen.


Voor het C.O.V.V.S. staat hierbij de Tweede Wereldoorlog centraal. Op 4 mei gaat het in de eerste plaats om vermoorde verzetsmensen, politieke gevangenen, joden, Sint en Roma, homoseksuelen, gijzelaars en dwangarbeiders. Het gaat ook om slachtoffers van bombardementen uitgevoerd door Duitsers en geallieerden.

 

Het Duitsland van nu is een totaal ander Duitsland dan het Duitsland van toen dat deze moordpartijen op het geweten heeft. Er ligt een wereld van verschil tussen.


Toch gaat het bij de 4e mei niet om vergeving of verzoening. Het gaat om het herdenken van de slachtoffers als gevolg van de oorlog die door Nazi-Duitsland over Europa werd uitgestort. Bij het herdenken behoort ook het respecteren van de gevoelens van de nabestaanden van de slachtoffers van toen.


Wij doen dan ook een beroep op het 4/5 mei comité in Vorden en het gemeentebestuur van Bronckhorst van hun voornemen af te zien en recht te doen aan het wezen van de 4de mei.

 

HAARLEM, 10 maart 2013.

De heer D. de Boef, voorzitter                      Mevr. T. Divendal-Klok, secretaris




Auschwitz Comité vraagt Vorden: defileer niet langs Duitse graven

AMSTERDAM, 07-03-2013 - Het Nederlands Auschwitz Comité vraagt B&W van Vorden (gemeente Bronckhorst) geen Duitsers te herdenken op 4 mei. Het comité heeft daarover een zeer uitdrukkelijk persbericht verspreid. 

Foto rechts: voorzitter Jacques Grishaver van het Auschwitz Comité
Het comité kent het plan van het plaatselijk Comité 4/5 mei om ook dit jaar langs de graven van Duitse soldaten te defileren op de Dodenherdenking op 4 mei. Na alle commotie rond de herdenking van afgelopen jaar vindt het comité het onbegrijpelijk dat de gemeente Bronckhorst opnieuw zo in de fout gaat. Noch de geschiedenis, noch de commotie van vorig jaar schijnen enig effect op deze bestuurders te hebben, zo schrijft het comité..
De gemeente brengt zo de boodschap over aan de tegenwoordige jeugd dat in een oorlog iedereen slachtoffer is en er geen duidelijk onderscheid bestaat tussen daders en slachtoffers, meent het comité Dit acht zij ongepast en gevoelloos ten aanzien van de werkelijke slachtoffers en staat gelijk aan geschiedvervalsing.

Op 4 mei staan de Nederlandse slachtoffers van het Naziregime en hun nabestaanden centraal, zo schrijft het comité. Hun leed is wat wij op die dag herdenken, zo stelt het comité. Het Nederlands Auschwitz Comité verzoekt B & W van de gemeente Bronckhorst met klem, af te zien van het voornemen op 4 mei langs de Duitse graven te defileren. Ook de Telegraaf vermeldt dit bericht.

Herdenking Joodse slachtoffers Vorden
Op 3 mei 2013 zal er wel een herdenking zijn van de Joodse slachtoffers op de oude Joodse begraafplaats in Vorden en is door de redactie van Nieuws-wo2 georganiseerd, die nadrukkelijk niet-Joods is.. Deze begint om 16 uur. B&W worden uitgenodigd om daaraan deel te nemen. In Vorden zijn elf mensen geboren, die tijdens de oorlog zijn vermoord. Burgemeester Aalderink vernam dit voor het eerst ongeveer een maand geleden.




David Barnouw over Vorden:

Strakkere definitie herdenking 4 mei nodig


door Eddy Kokelenberg

ARNHEM, 04-03-2013  - De overheid moet strakker definiëren wie en wat we op 4 mei herdenken. Dat zei David Barnouw, voorlichter  van het NIOD zondag in het gespreksprogramma In Gelderland Live op Omroep Gelderland.

Aanleiding voor deze uitspraak is de ophef over de herdenking op 4 mei van de in Vorden begraven Duitse soldaten. Het probleem is volgens velen bij zo'n herdenking is dat daders en slachtoffers vermengd worden, wat nooit de bedoeling van de oprichters van de oorlogsmonumenten is geweest.


Volgens Barnouw zouden we bij de nationale herdenking op de Dam alleen de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog moeten herdenken. Nu worden  alle gevallenen sinds de het begin van de Tweede Wereldoorlog herdacht. Lokale comités zijn volgens de oorlogsdeskundige vrij in hoe ze de herdenking vorm willen geven. Zij leunen volgens anderen echter sterk op het voorbeeld, hulp en de adviezen van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dat een zeer ruime definitie van oorlogsslachtoffers hanteert, ruimer zelfs dan die van het rijk.


Wel adviseert Barnouw het comité van Vorden te onderzoeken of de graven van de Duitse militairen alsnog naar de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn overgebracht kunnen worden. Volgens het Comité 4 mei Vorden kunnen de graven niet naar Ysselsteyn, omdat het graf in particulier bezit is.


Loonstein: mogelijk weer proces

Prof dr Herman Loonstein, voorzitter van de Joodse organisatie Federatief Joods Nederland (FJN), reageerde vrijdag verbolgen op het voornemen van het Comité 4 mei Vorden om dit jaar aansluitend op de dodenherdenking  opnieuw langs een graf met Duitse soldaten te lopen.


"Bizar dat ze nogmaals de boel op de spits willen drijven.Wij gaan zeker niet lijdzaam toezien; we overwegen een kort geding tegen het organiserend comité. Het is ook mogelijk dat we een strafklacht indienen vanwege het opzettelijk beledigen van oorlogsslachtoffers en hun nabestaanden," zei hij tegen dagblad De Stentor.


Joodse dodenherdenking Vorden

De uitgever en hoofdredacteur  van deze site, Arthur Graaff,  wil op vrijdag 3 mei 2013 een dodenherdenking voor de vermoorde Joden uit Vorden houden op de oude Joodse begraafplaats in Vorden, als B&W van de gemeente Bronckhorst, waar Vorden in ligt, toch deelneemt aan de herdenking van de Duitse soldaten. De vrijdag is gekozen omdat de zaterdag voor gelovige Joden een Sjabbat is, een rustdag, waarop de Joodse begraafplaats gesloten is.






Houding Arnhems Hof echo duister verleden
 
Louis van Overbeek  (The Post Online 22.2-13; opgenomen op Nieuws-wo2.tk dd 13-03-2013)
 
Het Gerechtshof Arnhem heeft deze week in hoger beroep bepaald dat VVD-burgemeester Henk Aalderink van de gemeente Bronckhorst op 4 mei, de dag van de Nationale Dodenherdenking, in het Achterhoekse dorp Vorden, dat deel uitmaakt van die gemeente, 
rustig ook de daar begraven nazi-soldaten mee mag herdenken, langs hun graven mag defileren en daarop - samen met de inwoners van het dorp en hun kinderen - desgewenst bloemen leggen.
 
Dat waren het plaatselijke Comité 4 mei en de burgemeester vorig jaar ook al van plan, maar dat voornemen leidde toen tot grote, zelfs nationale en internationale commotie, en tot geruchten dat op grote schaal neonazi’s naar de Vordense dodenherdenking zouden komen, waarna de Federatie Joods Nederland (FJN) een kort geding aanspande en won, waarin het burgemeester en wethouders van Bronckhorst werd verboden op 4 mei langs de Duitse graven in Vorden te defileren.
 
Dit tot grote woede van de burgemeester, die daarop het beroep aantekende waarin afgelopen week door het Arnhemse Hof uitspraak werd gedaan, de burgemeester in het gelijk werd gesteld en de uitspraak in kort geding vernietigd.
 
Bij lokale herdenkingen, zoals die in Vorden, komt volgens de hoger beroepsrechters plaatselijke comités veel vrijheid toe. “De vraag wie en welke groeperingen daarbij op welke wijze worden herdacht, is een vraag op het terrein van de uitingsvrijheid van diegenen die tezamen wensen te herdenken.” Daar gaat de voorzieningen- (= kort geding)rechter niet over.  

Ordehandhaving daarbij is primair een zaak van het lokale bestuur zelf, dat verantwoording aflegt aan de gemeenteraad. Slechts als er sprake is van grote onzorgvuldigheid, bijvoorbeeld “als met de voorgenomen wijze van herdenken wordt beoogd bepaalde personen, hun nabestaanden en/of nagedachtenis te kwetsen” is er een rol weggelegd voor de rechter. Tenminste als die gekwetste personen  behoren “tot de (lokale) kring van mensen…voor wie een dergelijke (lokale) herdenking wordt georganiseerd”. En dat is hier, aldus het Hof, niet het geval.
 
Prof. mr. Herman Loonstein van de FJN is uiteraard teleurgesteld over de uitspraak. “Je mag alleen klagen als je in de gemeente Bronckhorst woont. Dat is bizar, wrang en pijnlijk. Temeer daar veel Vordense joden tijdens WOII zijn vermoord door nazi’s.”

De legalistische opstelling van het Arnhemse Hof doet onwillekeurig denken aan een wel zeer zwarte pagina uit de geschiedenis van het Nederlandse recht, namelijk de oorlogsjaren, toen het illustere gezelschap van de Hoge Raad, dat toen, zoals de Raad het later zelf zeer eufemistisch uitdrukte, “in onvoldoende mate een verzetshouding (had) aangenomen”, zonder blikken of blozen verklaarde dat de vervolging en deportatie van joden “onder de huidige omstandigheden het karakter van wet in den zin der Nederlandse wetgeving niet (kan) worden ontzegd”.
 
Nu waren de consequenties van de uitspraak van de toenmalige Hoge Raad natuurlijk veel groter dan die van het huidige Arnhemse Hof en is de kans dat dit nazi-soldaten herdenkende burgemeestertje opnieuw een jodenvervolging zal gaan starten klein. Niettemin is hij wel bezig een kwalijke trend versterken waarbij steeds duidelijker sprake is van een vervaging van de grens tussen slachtoffers en daders in WOII, van relativering van het kwaad uit de nazi-tijd, van desinteresse in morele vraagstukken  - wat in deze procedure gebeurt is feitelijk ook niets anders dan een morele kwestie terugbrengen tot een juridisch steekspel - en een zich opnieuw ontwikkelend antisemitisme.  
 
Tijdens de Dodenherdenking in Vorden in 2012 gebeurde er iets dat wat dat betreft zowel tekenend als huiveringwekkend is. Vrijwel alle bezoekers van de herdenking liepen langs de zerken van de daar begraven nazi-soldaten en sommigen legden er zelfs bloemen. Alleen de burgemeester, die zij zo hun steun betuigden, liep niet langs de Duitse graven omdat hem dat, tot zijn grote ergernis, als gevolg van de uitspraak in kort geding (nog) verboden was. Ook verschenen op regionale websites waarop over de gebeurtenis werd bericht tal van antisemitische uitlatingen en op een begraafplaats in het eveneens Achterhoekse Winterswijk werd op diezelfde avond van de vierde mei een Joods graf bespuugd.
 
Wat de uitspraak van het Hof nog wranger maakt, is dat deze zelfde burgemeester die door het Hof in het gelijk werd gesteld waar het geldt het op 4 mei herdenken van nazi-soldaten, in dezelfde week ook nog door tout bestuurlijk Nederland als ‘Beste lokale bestuurder van 2012’ werd uitgeroepen. Een burgemeester die met wat wel genoemd is een ‘Moffenherdenking’ het weldenkende deel van zijn burgers schoffeert en dus faalt in zijn rol als ‘burgervader’, en die met zijn beleid de openbare orde in zijn gemeente in gevaar brengt door deze tot trekpleister voor neonazi’s te maken, die immers ook dol zijn op herdenkingen van gevallen Duitse soldaten uit de nazi-tijd!
 
Als tweede klap op de vuurpijl konden wij in deze zelfde week ook nog vernemen, dat deze Aalderink nu zelfs overweegt het regime, waarvoor de soldaten vochten die hij wil herdenken,  en dat tijdens de bezetting in het kader van de Arbeitseinsatz Nederlandse mannen gedwongen in Duitsland te werk stelde, na te volgen door werklozen uit zijn regio al dan niet verplicht eveneens in Duitsland te laten werken.
 
Na de uitspraak liet de FJN weten nog te twijfelen over in cassatie gaan. Mijnheer Loonstein doe dat alstublieft: deze waanzin in dit land van bestuurlijke zotheid moet worden gestopt!
 
                                              
Louis van Overbeek is freelance publicist en heeft destijds de zaak van de Vordense dodenherdenking aan het rollen gebracht met een artikel in het Katholiek Nieuwsblad van 27-04-12, dat een (inter)nationale rel veroorzaakte. Ook schreef hij in dezelfde krant een artikel over de vergeten collaboratie van de Hoge Raad met de Duitse bezetter (KN 02-05-08). Beide te vinden op de webloghttp://louisvanoverbeek.blogspot.com






OPINIE - 19 FEBRUARI 2013 


Vorden negeert belang van verdwenen nabestaanden van Joodse slachtoffers

De burgemeester van de gemeente Bronckhorst negeert het belang van de nabestaanden van Joodse slachtoffers in het dorp Vorden. In hoger beroep verviel vandaag het verbod aan hem om tijdens de Dodenherdenking van 4 mei Duitse soldaten te herdenken.

Maar de burgemeester herdenkt nog steeds niet de Joodse slachtoffers uit zijn gemeente, voor hen is er in het dorp Vorden namelijk geen monument. Dat hij wel de daders wil herdenken, is treurig. Hij wenst desgevraagd zelfs niet te verklaren dat hij een eventueel SS-gedicht, zoals vorig jaar net op tijd tegengehouden werd bij de nationale herdenking op de Dam, a priori afwijst.

De burgemeester zou een voorbeeld kunnen nemen aan zijn collega uit de gemeente Midden-Drenthe, die vorige week een algeheel verbod op kleine gedenkstenen in het plaveisel, voor vermoorde Joden, weer introk.

Opvallend in het vonnis van het hof in de zaak-Vorden is ook, dat het de plaatselijke bestuurders vrij laat om de belangen van vaak verdwenen Joodse inwoners en hun verspreide nabestaanden te negeren en zodoende soms te schaden.

In Vorden bestond een Joodse gemeenschap, die bij het uitbreken van de oorlog echter al verdwenen was. Wel zijn er Joodse mensen uit Vorden door de Duitsers vermoord. Naar hen verwijst niets in het dorp. Steeds meer gemeenten werken echter mee aan monumenten voor hun vermoorde Joodse inwoners, zoals bijvoorbeeld juist ook weer Heemstede.

Het zou de gemeente Bronckhorst sieren, als zij ook voor haar vermoorde Joodse inwoners een gedenteken wilde oprichten. De burgemeester staat er voor open, maar zegt een initiatief af te wachten.

Duitse soldaten worden overigens door Duitsers herdacht op de zg. Volkstrauertag, jaarlijks rond 13 november. Op de grote Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn met 32.000 Duitse soldatengraven in Venray, gebeurt dat ook officieel.

Elke groep heeft in Nederland ongeveer zijn eigen datums: voor Joodse slachtoffers is dat bijvoorbeeld naast 4 mei ook Holocaust Memorial Day, 27 januari of Yom Hashoa. rond 27 april. Indische Nederlanders herdenken op 15 augustus, o.m. bij het Indische monument in Den Haag. De Amerikanen herdenken hun gesneuvelde soldaten in Margraten op 29 mei, de Britten de 19.000 hunne op de bijna 500 Gemenbest-begraafplaatsen in Nederland rond 11 november; de Polen herdenken op Oosterbeek weer op 17 september.

De gemeente Bronckhorst moet toch af en toe ook over haar grenzen kijken. Ook daar gebeurt wel eens wat.

AMSTERDAM
prof dr H. Loonstein,
voorzitter Federatief Joods Nederland
06 5494 1994   

Arthur Graaff
uitgever FP Media VOF
hoofdredacteur Nieuws-wo2.tk
06 2704 7728





VERMOORDE JODEN

GEBOREN IN VORDEN


Bertha Philips

Vorden, 16 mrt 1878 - Auschwitz, 27 nov 1942

 

Henri Hoek

Vorden, 7 apr 1889 – Auschwitz, 10 feb 1944

 

Jetje Jacobson-Wertheim

Vorden, 19 mrt 1856 – Sobibor, 23 apr 1943

 

Alexander Philips

Vorden, 26 jun 1911 – Sakrau, 31 jan 1943

 

Amon Mozes Philips

Vorden, 3 jan 1886 - Auschwitz, 12 okt 1942

 

Betsy Frouwke Philips

Vorden, 24 apr 1926 – Auschwitz, 12 okt 1942

 

Frouwke Karla Philips

Vorden, 4 jul 1927 – Auschwitz, 12 okt 1942

 

Jozeph Philips

Vorden, 26 aug 1875 – Auschwitz, 21 jan 1943

 

Philip Philips

Vorden, 26 jun 1880 – Ermelo, 3 mrt 1943

 

Bertha Stoppelman-Philips

Vorden, 3 aug 1877 – Auschwitz, 23 nov 1942

 

Rosalia Vleesblok-Philips

Vorden, 21 dec 1869 – Sobibor, 20 mrt 1943

 

Jozeph Windmuller

Vorden, 26 sept 1877 – Auschwitz, 19 okt 1942

 

Rosetta Zendijk-Wertheim

Vorden, 23 nov 1858 - Sobibor, 14 mei 1943

 

 





Burgemeester Vorden mag op Dodenherdenking langs Duitse graven lopen




Foto boven: de gewraakte Duitse soldatengraven in Vorden.


ARNHEM, 19-02-2013 -  Burgemeester Henk Aalderink van het dorp Vorden in de gemeente Bronckhorst mag tijdens de Dodenherdenking van 4 mei wel langs graven van Duitse soldaten lopen.


Dat oordeelt het hof in Arnhem in hoger beroep. De rechtbank in Zutphen verbood de burgemeester dat vorig jaar ten onrechte zo meent het hof.


Federatief Joods Nederland, die de vordering instelde tegen de gemeente, is  veroordeeld tot het betalen van de kosten, ongeveer € 6.000.Volgens het hof had de Zutphense rechter niet genoeg redenen om in te grijpen in de lokale herdenking op 4 mei.


Het plaatselijke 4/5 Mei Comité in het dorp Vorden besloot vorig jaar in overleg met de gemeente om tijdens de dodenherdenking voor het eerst ook langs de graven van gesneuvelde Duitsers te lopen. De reden daarvoor bleef diffuus. Deelnemers aan de herdenking konden daarna zelf kiezen of zij dat na afloop van de officiële ceremonie ook wilden.
 
Het kerkgenootschap Federatief Joods Nederland (FJN) vond dat respectloos en spande een geding aan. De gemeente ging in hoger beroep omdat burgemeester Aalderink vond dat de rechter zich niet mocht mengen in plaatselijke aangelegenheden. Het hof deed daarover echte geen uitspraak. .
 
Foto links: burgemeester Aalderink; foto gem. Bronckhorst


Het hof erkent dat een bepaalde groep personen zich door een voorgenomen wijze van herdenken gekwetst voelt, maar acht dat is voor een dergelijk ingrijpen onvoldoende.. ,,Zeker wanneer, zoals hier, deze personen niet tot de lokale kring van mensen behoren voor wie de herdenking wordt georganiseerd.'' In een eerste reactie zegt prof H. Loonstein van het FJN dat het hof daarmee van weinig ' historisch besef'  bloijk geeft, Hij wijst erop dat er uit Vorden 11 Joden zijn vermoord, voor wie daar geen monument bestaat.
 
Het hof stelt dat plaatselijke comités veel vrijheid hebben bij de inrichting van herdenkingen, omdat er geen landelijke voorschriften voor zijn. Prof Loonstein is een sterk voorstander van een landelijk richtlijn op dat punt. De autoriteiten dienen volgens het hof die vrijheid te respecteren. Alleen als de voorgenomen wijze van herdenken  onrechtmatig is jegens derden, kan de kort gedingrechter ingrijpen, aldus het hof. 



Volgens de website JHM.nl behoorde de joodse gemeenschap van Vorden oorspronkelijk tot de joodse gemeente Lochem.

In 1877 kocht zij een eigen begraafplaats aan de Wildenborchseweg nabij kasteel De Wildenborch. Vijf jaar later werd Vorden als een zelfstandige joodse gemeente erkend. De godsdienstoefeningen werden bij een van de leden thuis gehouden.

De zelfstandige joodse gemeente Vorden is slechts een kort leven beschoren geweest.

In 1930 vertrok het laatste gezin, waarna de gemeente drie jaar later werd opgeheven en officieel weer bij Lochem werd gevoegd. Sinds 1959 zorgt de plaatselijke overheid voor de joodse begraafplaats.

 


In Bronckhorst was de bijeenkomst volgens het hof zorgvuldig voorbereid. Tevens was vooraf onderzocht of er voldoende draagvlak was.


De kwestie leidde in binnen- en buitenland tot veel ophef. temeer daar op dat moment ook een rel gaande was vanwege een aangekondigd SS-gedicht dat op de nationale dodenherdenking op de Dam op 4 mei moest worden voorgelezen. Organisator het Nat. CVomit'e 4 en 5 mei trok dit na luide bezwaren uit diverse kringen terug.

De burgemeester van Bronckhorst was nog niet beschikbaar voor commentaar. Aan hem zijn de volgende vragen voorgelegd:

  • Gaat u een monument voor de vermoorde 11 Joden uit Vorden oprichten?
  • Gaat u de herdenking van de Duitse soldaten verplaatsen naar de Duitse nationale herdenkingsdag voord e olrogh, de zg. Volkstrauertag, rond 13 november, die ook op de grote begraafplaats in Ysselsteyn wordt gevolgd?





Beilen: toch Stolpersteine, andere 4-mei-tekst

BEILEN, 14-02-2013  - De gemeente Midden-Drenthe staat toch het leggen van zogeheten Stolpersteine voor huizen van verdwenen gedeporteerde Joden en verzetsstrijders. Ook neemt de gemeente uitdrukkelijk afstand van de tekst van de 4-mei-herdenking van het Nationale Comité in Amsterdam.

In november besloot de gemeente een algeheel verbod voor plaatsing van deze herinneringstekenen in te stellen. Binnen de gemeente valt ook kamp Westerbork. Directeur Dirk Mulder van het kamp maakte al ernstig bezwaar tegen het algehele verbod.

Burgemeester en Wethouders weigerden  de herdenkingssteentjes aanvankelijk, omdat er volgens hen al genoeg zou gebeuren wat betreft de herdenking van de Tweede Wereldoorlog. B en W stemmen nu toch in met de plaatsing van de steentjes, om politieke onrust te voorkomen. Burgemeester Broertjes (foto rechts)  zei tegen deze site dat B&W bij nader inzien dit onderwerp niet voorwerp van een politieke discussie wilde maken.

De Stichting Stolpersteine is blij met het besluit. Er zal overlegd worden met de huidige bewoners van de huizen waar mensen zijn weggehaald, of er steentjes in de loop van dit jaar worden geplaatst. Beilen kreeg kritiek van onder meer het centrum Informatie en Documentatie Israël.

De omschrijving van de herdenking van 4 mei luidde volgens een persbericht van de gemeente Midden-Drenthe dat het hier gaat om 'allen' die vielen in WO2, dus inclusief SS-ers, NSB-ers, nazi's, verraders. Burgemeester Broertjes zegt nadrukkelijk dat dit absoluut niet de bedoeling is. Hij wil uitsluitend de slachtoffers van de Duitse en Japanse agressie uit de oorlog herdenken.

De definitie van het Nationaal Comité, zoals die wordt voorgelezen op de dam op 4 mei, luidt:

'Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.’

Tegen deze formulering bestaat bezwaar, omdat hij ook de daders omsluit. Vorig jaar wilde het Nationaal Comité een SS-gedicht laten voorlezen op de Dam. In Vorden wilde de gemeente Duitse soldaten opnemen in de herdenking van 4 mei, waarna de rechter het aan de burgemeester verbood om daaraan deel te nemen. In Geffen ontstond vorig jaar een probleem met de vernieuwing van een oorlogsmonument, omdat een comité ook de Duitse soldaten daarop wilde vermelden.

De rijksoverheid hanteert een andere definitie en deze staat ook op enkele voorlichtingspagina's over WO2 van het Rijk:

Wat is de Dodenherdenking op 4 mei?
Tijdens de Dodenherdenking (officieel: de Nationale Herdenking) op 4 mei worden in het hele land om 20.00 uur de Nederlandse slachtoffers herdacht die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties en bij vredesoperaties zijn omgekomen.

Enkele kerken, daaronder de Israëlische, zijn in overleg met het Nationaal Comité om hun definitie te veranderen.





Kerken wensen zuivere dodenherdenking




AMSTERDAM, 4-02-2013 - De kerken, dat wil zeggen organisaties van christenen, Joden en moslims willen dat de Nationale Dodenherdenking zich op 4 mei beperkt tot slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, en niet 'alle doden uit oorlogen'. Dit schrijven deze kerken, verenigd in het zogeheten Caïro-overleg, in een brief aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

De afgelopen week voerden de organisaties en het Nationale Comité hierover een gesprek met bestuurslid Jacques Wallage van het comité. Hij zei  de kritiek serieus te nemen en het Caïro-overleg te betrekken in een komend vijfjarenplan.

Zoals de definitie er nu staat, valt De ergste Nederlandse nazi, SS-kolonel en moordenaar Henk Feldmeijer, eveneens, want ook die stierf tijdens de oorlog, net als zijn grote idool Hitler. Ook deze, nog juist gestorven tijdens de oorlog, valt binnen de te herdenken groep.

Er is met name vorig jaar veel ophef rond de Dodenherdenking geweest. Het begon met de aankondiging dat er een SS-gedicht zou worden voorgelezen op de Dam op 4 mei. Na een woedende reactie  van het Auschwitz-comité met de aankondiging dat dit comité dan niet meer zou deelnemen, en na veel ophef en protesten in de pers, o.m. van deze site, liet het Nat. Comité het gedicht vallen. Eerder had het kamp Westerbork het overigens al geweigerd voor zijn Dodenherdenking.

Vervolgens bleek dat in het dorp Vorden bij Zutphen het plaatselijk 4 en 5 mei comité een dodenherdenking ging organiseren, waarin Duitse soldatengraven betrokken werden. Een Joodse organisatie spande een kort geding aan en de burgemeester kreeg een verbod van de rechter om aan dat deel van de herdenking deel te nemen - al dan niet met zijn ambtsketen om. Dit om de gevoelens van slachtoffers en hun nabestaanden te ontzien .



SS-kolonel Henk Feldmeijer en Hitler

Volgens de Raad van Kerken, het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom, het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap en het Contactorgaan Moslims en Overheid komt de boodschap van het comité “niet meer helder over”, zo schrijft NRC Handelsblad vrijdag 1 februari 2013.

Oorzaak is volgens de schrijvers dat tijdens de dodenherdenking ook slachtoffers worden herdacht van andere oorlogen. “Verbreding leidt tot verwatering en het wegvallen van het onderscheid tussen daders en slachtoffers.”

Een argument dat zij niet noemen is dat er talloza Nederalndse daders zijn gevallen tijdwens de orlog. Volgens de definite van de herdenking worden die ook herdacht.

Daaronder vallen dus ook mensen sla de Nederlandse SS-kolonel Henk Feldmeijer,  die door de Duitsers werd gezien als hun machtigste bondgenoot in Nederland.


Hij richtte onder meer de Germaanse SS (bestaande uit voral Nederlanders) op. Hij startte ook de zg. Aktion Silvertanne, de moordpartij van een jaar onder 54 Nederlandse burgers, als represaille voor aanslagen op NSB-ers door knokploegen van het verzet. 

Feldmeijer stierf op 22 februari 1945 door een geallieerde beschieting uit de lucht. De nazi-moordenaar wordt dan óók op 4 mei herdacht samen met zijn 54 slachtoffers.

Maar ook de massamoordenaar Hitler zelf, aanstichter van de Jodenvervolging en vervolgens van de oorlog, wordt er herdacht zoals het nu geformuleerd staat, want ook hij stierf tijdens de Tweede Wereldoorlog, namelijk op 30 april 1945 en wel door zelfmoord.

Vorige week diende de bodemprocedure, en op 12 maart volgt uitspraak in deze zaak. Daar zal veel van afhangen. Het het dop Geffen wilde de gemeente een oorlogsmonument oprichten waarop ook de Duitse soldaten werden herdacht. Protesten van Joodse familieleden van vermoorde inwoners voorkwamen dat.

Het Nat. Comité weigerde op zijn site een dodenherdenking in Breda op te nemen van de slachtoffers van Nederlandse SS-er Klaas-Carel Faber, die vrij in Duitsland leefde en in 1952 uit Breda ontsnapt was. De gemeente Breda weigerde toestemming voor deze herdenking. Faber was in Nederland veroordeeld voor de moorden op 22 burgers.

Verder kwam al vroeg in 2012 de aankondiging dat de Duitse president Gauck uitgerekend op 5 mei, in Breda, juist de stad van waaruit SS-moordenaar Faber ontsnapt was, de zogenaamde bevrijdingsrede zou uitspreken.


Dat leverde een uitdrukkelijk afkeuring op van het Simon Wiesenthal Comité, het Nederlandse en het internationale Dachau-comité, de Vrienden van Mauthausen, de Israëlische ambassadeur, deze site en andere organisaties. 

Gauck kwam en sprak toch, maar in de Duitse pers en radio en tv leverde dat ruim 500 verbaasde artikelen en nieuwsitems op. Zonder het protest was het bij een klein bericht in enkele kranten gebleven.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei opereert op basis van een memorandum van de overheid uit 1961, waarin staat:

'Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.’

Hanneke Gelderblom-Lankhout, oud-D66-senator en lid van het Caïro-overleg, vindt dit volgens de NRC achterhaald:  “De boodschap wordt nu zo breed opgevat dat er onduidelijkheid is of ook omgekomen Duitsers herdacht mogen worden, zoals we in Vorden zagen. Dat is nooit de bedoeling geweest.”

Het is niet bekend of de groep er ook op zal aandringen om het 'allen' in de definitie te vervangen door 'Nederlandse slachtoffers van agressors'. Zoals een aanwezige bij een dodenherdenking in 2012 het zei: 'Ik herdenk bij het graf van mijn moeder ook niet alle moeders ter wereld'.

Bij de Indië-herdenking op 15 augustus bij het Indië-monument worden uitsluitend de Nederlandse slachtoffers van de Japanse agressie herdacht.



Duitse soldaten herdenken op 4 mei: kan dat?


ARNHEM, 29-01-2013 - Kunnen in Nederland ook de daders uit de Tweede Wereldoorlog op 4 mei herdacht worden, tegelijk met de slachtoffers?


Dat lijkt de centrale vraag in de rechtszaak in hoger beroep van de gemeente Bronckhorst tegen Federatief Joods Nederland. Deze diende gisteren bij het gerechtshof te Arnhem.


Foto rechts: burgemeester Aalderink van Bronckhorst, tijdens de Dodenherdenking op 4 mei 2012 in Vorden. Hij mocht niet langs Duitse graven lopen. Foto uit tvopname Omroep Gelderland.

Daar behandelde het hof het hoger beroep van de gemeente Bronckhorst tegen het Federatief Joods Nederland (FJN). Beide partijen voerden dezelfde argumenten aan als in mei vorig jaar.

De rechtbank in Zutphen oordeelde op 4 mei 2012 in kort geding, maar in een zeer uitgebreid gemtoiveerd vonnis. De burgemeester van Bronckhorst kreeg het verbod om mee te doen aan een herdenking van Duitse nazi-soldaten op de begraafplaats van het dorp Vorden in zijn gemeente op 4 mei, uitgerekend de dag van de dodenherdenking.

Burgemeester Henk Aalderink klaagt in een toelichting voor Omroep Gelderland-tv  dat het allemaal over procedures en wetten gaat. Dat is opmerkelijk, omdat een groot deel van zijn dageljks werk als ambtenaar bestaat uit het opstellen van regels, het uitvoeren ervan, het hanteren van procedures of het beoordelen van het gebruik ervan.

Wellicht dat de stap van de burgemeester en het plan voor de herdenking zijn igegeven door het Nationale Comité 4 en 5 mei. Dat streeft er al jaren naar om ook de daders te herdenken. dat leidde vorig jaar tot veel ophef, omdat het comité op de dam op 4 mei een gedicht over een SS-er wilde laten voorlezen. Dat ging niet toen door.


De burgemeester van Bronckhorst wilde gisteren van het gerechtshof weten of een rechter hem kan verbieden langs Duitse graven te lopen.


Foto rechts: de begraafplaats in Vorden met de Duitse graven, 4 mei 2012. Een aantal mensen liep er demonstratief langs.


Opvallend was dat de burgemeester zich vorig jaar sterk geëmotioneerd toonde bij het verbod van de rechter vorig jaar, terwijl hij toch zelf een overheidsdienaar is en een deel van zijn taak is het toezicht houden op naleving van wetten en regels.

Burgemeester Aalderink stelde tijdens de zitting dat alleen de gemeenteraad hem mag aansturen. Dat lijkt sowieso aanvechtbaar, omdat vonnissen van rechtbanken uitwerking kunnen hebben op elke burger in Nederland, of deze nu in overheidsdienst is of niet. Alleen voor militairen bestaat een aparte rechtspraak.

Advocaat Loonstein van het FJN betreurde het gisteren dat de burgemeester zich in dit geval principieel opstelt. Hij noemde deze opstelling van de burgemeester 'bizar en treurig'.

Het principiële punt is of een Nederlandse dodenherdenking behalve de Nederlandse slachtoffers ook Duitse daders kan omvatten. De rechter heeft uitvoerig gemotiveerd waarom hij vindt dat dat juist niet kan. Hij benadrukt de uiteenlopende standpunten van de slachtoffers en daders. De slachtoffers of hun nabestaanden moeten in alle rust hun doden kunnen herdenken.


De rest van het jaar kunnen ook de andere doden herdacht worden. Dat gebeurt bijvoorbeeld rond 11 november, de nationale Duitse zg.  'Volkstrauertag'. Deze wordt ook georgansieerd op het enige Duitse militaire kerkhof in Nederland, in Ysselsteijn bij Venray, waar 32.000 soldaten uit Duitse dienst liggen, onder hen overigens ook (ex-)Nederlanders, zoals Nederlandse SS-ers.





Gepubliceerd in: weekblad Contact - - publikatiedatum op deze site 02-05-2013

http://www.contact.nl/regio/artikel/568144/


"Vorden herdenkt na 67 jaar
ook de gesneuvelde Duitse soldaten"

Gepubliceerd: 13-04-2012 10:21

Bart Hartelman bij het graf van de tien bij Vorden omgekomen Duitse soldaten. Op de achtergrond zijn de witte Engelse oorlogsgraven zichtbaar.

Vorden – De tijd is er rijp voor, vindt Bart Hartelman. Nu is het moment daar om op 4 mei niet alleen de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen geallieerde soldaten te herdenken, maar ook de Duitse slachtoffers die in Vorden begraven zijn. Voor het eerst zal na de plechtigheid bij de Engelse oorlogsgraven op de Vordense begraafplaats stilgestaan worden bij de tien veelal jonge Duitsers die vlak voor de bevrijding omkwamen in en rond het dorp.

Het is op zich al bijzonder dat de soldaten afkomstig uit ons buurland in Vorden begraven liggen. Normaal gesproken werden deze mannen namelijk naar het centrale Duitse kerkhof in IJsselstein gebracht. Dat gebeurde in dit geval niet omdat ze in het collectieve graf lagen, dat was aangekocht door de familie Knobba uit Keulen.
De herdenking bij de Duitse graven zal een sober karakter hebben, legt de voorzitter van de Raad van Kerken en tevens lid van het Comité 4 mei in Vorden uit. Eerstgenoemde organiseert de kerkdienst voorafgaand aan de door het comité georganiseerde herdenking op het kerkhof. De Duitse soldaten liggen op steenworpafstand van hun Engelse lotgenoten. “Mijn idee was om op de terugweg langs de Duitse graven te lopen en dan heel kort even stil te staan. Om bij wijze van spreken alleen een korte buiging te maken.”

‘Brüder reicht die Hand zum Bunde‘
Frank Knikkink, dirigent van het Vordens Mannenkoor vond dat er meer moest gebeuren dan eventjes de pas inhouden. Hij opperde om met zijn zangers ‘Brüder reicht die Hand zum Bunde’ van Mozart ten gehore te brengen. “Een kerklied over vriendschap”, licht Hartelman toe. “Dat leek me een goed plan”.
Het Vordens Mannenkoor zingt traditioneel het Engelse volkslied, het lied Boven de sterren en daarna het eerste couplet van het Wilhelmus bij de Engelse oorlogsgraven rond het moment van stilte om 20.00 uur en de kranslegging. Ray Harris, zoon van de gelijknamige piloot die bij Vorden om het leven kwam, spreekt het publiek dan altijd toe. “Ook hij stemde volledig in met het initiatief om de Duitse soldaten uit de anonimiteit te halen.” De mensen die niet naar het Duitse graf willen, zijn vrij om een andere weg terug te nemen.

‘Nederland met Duitsland verenigd in Europa’
Jaren geleden, toen het Vordense 4 Mei-comité nog veel verzetsstrijders in de gelederen had, was een initiatief als deze ‘not done’, vertelt Hartelman. Van verschillende mensen hoorde de voorzitter van het comité afgelopen jaren geluiden om de Duitse soldaten na 67 jaar uit de anonimiteit te halen. “Zeker nu ons land met Duitsland in één Europa is verenigd.” Zelf had hij dat idee ook al een tijdje. “Ik sprak ooit een Duitser over de oorlog. Hij vertelde me hoe hij aan de dienstplicht wist te ontsnappen, maar dat veel van zijn vrienden gefusilleerd werden omdat zij weigerden.” Hartelman is van mening dat veel Duitsers puur onder dwang bij de Wehrmacht terecht kwamen.
Tien van deze jonge knapen kwamen nabij Vorden om het leven. Hartelman zocht samen met John Kreunen van het Achterhoeks Museum 1940-1945 in Hengelo en Karl Lusink uit Drempt naar de achtergrond van deze personen. Zo werd Klaus Heymann op 31 maart 1945 doodgeschoten door de zich terugtrekkende Duitse soldaten. Vermoedelijk omdat hij een deserteur was. Drie andere mannen werden gedood toen Engelse vliegtuigen een trein onder vuur namen in de omgeving van boerderij Brandenborch op de Kranenburg. Ook de inzittenden van een Duitse Junkers JU 88 nachtjager lieten het leven toen de vliegmachine werd neergehaald door een Engelse Mosquito nachtjager. Dat gebeurde ten zuiden van Kasteel De Wildenborch aan de Mosselseweg."

NASCHRIFT RED. NIEUWS-WO2.TK (02-05-2013):
Dit artikel gaat mank aan enige kritische zin, zowel bij de hoofdpersoon ervan als bij de schrijver ervan.
De bedenker van het plan, de heer Hartelman, komt hier naar voren als iemand die niet kijkt buiten de grenzen van zijn eigen dorp, en die de geschiedenis niet wil kennen en die geen kennis wil nemen van de gevoelens van slachtoffers van de nazi's. het is een zeer ondoordacht plan, dat voor sommige mensen zeer pijnlijk is. Bovendien geeft de heer Hartelman op het moment van verschijnen, er geen enkele blijk van dat er Joodse Vordenaren zijn vermoord door de medestanders van de gesneuvelde nazisoldaten.
Zouden de slachtoffers niet eerst herdacht moeten worden in plaats van de daders?

AG






 


I N D E X



10-03-2013
Verzet en ontsteld over plan herdenking Duitsers in Vorden




10-03-2013
Centraal Orgaan Voormalig Verzet en Slachtoffers:
Geen Duitsers herdenken op 4 mei

7-03-2013
Auschwitz Comité vraagt Vorden: defileer niet langs Duitse graven


4-03-2013

David Barnouw over Vorden:

Strakkere definitie herdenking 4 mei nodig


22-02-2013

Houding Arnhems Hof echo duister verleden


19-02-2013

OPINIE - 19 FEBRUARI 2013 

Vorden negeert belang van verdwenen nabestaanden van Joodse slachtoffers


Burgemeester Vorden mag op Dodenherdenking langs Duitse graven lopen


14-02-2013
Beilen: toch Stolpersteine, andere 4-mei-tekst


4-02-2013
Kerken wensen zuivere dodenherdenking


29-01-2013
Duitse soldaten herdenken op 4 mei: kan dat?