Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
USAAF Aanval 4 juli
Bombardement Geleen
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS

N I E U W S  -   W O 2  . T K





 L U C H T 
 O O R L O G 


 

 



 ZIE OOK RUBRIEK: VANDAAG GEBEURD - - KLIK HIER VOOR ALLE DATUMS EN  LINKS 


05-07-2011 

 

 

Eerste Amerikaanse bomaanval in Europa was op Nederland

 

door Arthur Graaff

 

De missie naar Nederland was speciaal door de Amerikaanse generaal Henry H. 'Hap' Arnold aangevraagd en door president Roosevelt zelf goedgekeurd. Op 'the Fourth of July' vieren de Amerikanen hun nationale onafhankelijkheidsdag - ze werden toen vrij van de Britse koloniale macht in 1776.

De ironie wil dat de Amerikanen bij deze luchtaanval juist weer grotendeels afhankeljk waren van de Britten voor faciliteiten. De dag wordt in de VS geassocieerd met vuurwerk. Dat kwam er dan ook wel aan te pas op De Kooy, maar dan van het agressieve soort.

De aanval werd uitgevoerd door 6 Amerikaanse bemanningen van het 15th Bomb Squadron en 6 van de RAF. Twee vliegtuigen van de Amerikanen keerden niet terug.

 

Foto onder: een opname uit de oorlog van een A-20 op Langley, Virginia, USA.


 

De missie die De Kooy moest aanvallen werd geleid door een ervaren RAF-piloot, met kapitein Kegelman op de ene vleugel en 2de Lt F.A. Loehrl op de andere. Ze kwamen zeer laag aanvliegen, zoals te doen gebruikelijk bij dit soort aanvallen overdags, en moesten door intense luchtafweer. Vlakbij het doel werd Lt Loehrls vliegtuig geraakt en stortte brandend neer.
 

Het vliegtuig van kapitein Charles C. 'Sonny' Kegelman (1915-1945) uit Oklahoma werd ernstig geraakt door de Duitse luchtafweer - zijn rechtermotor was geraakt, stond in brand en was uitgeschakeld.

Foto rechts: kapitein Kegelman krijgt het DSC; hij was de eerste van het Eighth Air Force aan wie deze eer te beurt viel.

Ook was Kegelmans rechter propellor eraf geschoten, hij had met zijn rechtervleugel even de grond geraakt, en de romp was door een treffer opengereten; maar hij haalde het uiteindelijk net, zonder gewonden. Kegelman ontving daarvoor het
Distinguished Service Cross, op één na de hoogste onderscheiding voor moed in het Amerikaanse leger.

Het doel van de aanval was logisch in dat stadium van de oorlog, met middelzware toestellen met een beperkte actieradius: de Duitse vliegvelden in Nederland. De Duitsers hadden hier, vanaf vrijwel de eerste dag van hun bezetting, hard gewerkt aan de aanleg van ongeveer 30 grotere en kleine militaire vliegvelden (daarbij geholpen door tientallen Nederlandse aannemers en duizenden Nederlandse arbeidskrachten).

Het luchtruim boven Nederland vormde kortom 5 jaar lang een frontlinie waar dagelijks hevig gevochten werd en dagelijks slachtoffers vielen.

 

De Kooy

Marinevliegveld De Kooy (foto rechts in huidge toestand) werd al door de Duitsers overgenomen op 23 mei 1940 - acht dagen na het begin van de bezetting.

Ze begonnen snel met flinke bouwplannen. Er werd drainage aangelegd, er kwam een Luftwaffe Baubataillon van ongeveer 300 man om de aanleg te ondersteunen, plus de Nederlandse aannemers en hun personeel. Dit nog los van de Duitse Luftwaffemensen plus hun diverse diensten.

Vanaf De Kooy gingen enkele Duitse eskaders van jagers, nachtjagers en zogenaamde 'Zerstörers'- zwaardere jagers - opereren. Maar De Kooy lag uiteindelijk toch te dicht bij Engeland en al vanaf 1941 was er geen vaste Duitse bezetting van vliegtuigen meer, alleen incidenteel. In 1943 verloor het vliegveld zijn status als 'Fliegerhorst'.

De laatste Duitse opleving was in juni 1944, toen er op De Kooy opeens 3000 man van een Luftwaffe-velddivisie neerstreek. Ze verdwenen echter na drie weken weer.

De Duitsers beschouwden van meet af aan Nederland als de onmisbare verdedigings- en aanvalszone voor een luchtoorlog tegen Engeland. Nederland kreeg daarom, meer dan welk bezet land ook, een uitgrebreide luchtmacht-infrastructuur plus bijbehorende toestellen en mensen.

Die infrastructuur omvatte niet alleen startbanen, hangars, personeelsverblijven, maar ook een uitgebreid stelsel van radarposten, luchtafweer, en de vluchtleiding, die gevestigd was in de enorme Diogenes-bunker bij vliegveld Deelen (40x60x16 m; wanden 3-4 m dik) die er nu nog staat en rijksmonument is.

Daar werkten alleen al 600 personeelsleden. Naar schatting onderhield de Luftwaffe in Nederland een getalssterkte van ongeveer 40.000 mannen en vrouwen, want er waren ook vele honderden zg. Blitzmädel' ('Luftwaffehelferinnen') actief, met name voor het plotten van vliegtuigbewegingen.

Den Helder heeft heel zwaar geleden onder de oorlog. Britse bombardementen waren er al eind mei 1940, en het bleef maar doorgaan. Maar opmerkelijk genoeg weet vrijwel niemand dat het Amerikaanse deel van de luchtoorlog tegen Hitler in Den Helder begon...

 


 

USAF Airforce Magazine 

Valor: Forgotten Firsts

By John L. Frisbee

Contributing Editor

 

Eighth Air Force heavy bomber crews were not the first USAAF airmen to bomb targets in Europe, nor was a heavy bomber crewman the first in the Eighth to be awarded the Distinguished Service Cross.


It may surprise some readers that Eighth Air Force Bomber Command did not begin operations against occupied Europe with B-17s or B-24s. The very first bomber unit to arrive in the UK and to see action, several weeks before the heavies, was the 15th Bombardment Squadron (Light), which had trained in twin-engine Douglas A-20s, designed as attack planes to support ground troops, not for strategic air warfare.

 

There were A-20s in the Royal Air Force before the 15th Bomb Squadron arrived in May 1942. Beginning in 1940, several hundred had been transferred to the RAF, some under Lend-Lease arrangements. Close support of armies on the Continent lay some distance in the future; the first RAF A-20s, called Havocs, were modified as night fighters. Others, known as Bostons. were used as low-level bombers.

 

It was expected that the AAF squadron would operate as a night fighter unit with RAF "Turbinlight" Havocs, planes equipped with powerful search-lights to illuminate enemy aircraft for the fighters. Plans change. Before the 15th arrived, the RAF had given up "Turbinlight" tactics.

 

Lacking operational experience, 15th Bomb Squadron crews, who had arrived without their A-20s, prepared for bombing operations under the guidance of RAF 226 Squadron at Swanton Morley That squadron had been flying against targets in France and the Low Countries for several months. The Boston's small, 1,200-pound bomb load demanded very accurate delivery; hence missions were conducted at minimum altitude, where ground fire tended to be lethal.

 

By the end of June, 226 Squadron leaders judged most of the 15th's crews ready for the war. On June 29, 1942, Capt. Charles Kegelman and his crew--2d Lt. Randall Dorton, TSgt. Robert Golay, and Sgt. Bennie Cunningham--flew the first combat sortie by a USAAF bomber crew in the European theater as part of a 12-plane formation of 226 Squadron Bostons.

 

Independence Day, July 4, seemed an appropriate date for the 15th to enter combat formally. Six American crews joined six RAF crews for a low-level attack on Luftwaffe airfields in Holland. Taking off early in the morning, the Bostons formed four flights of three aircraft each and headed east across the North Sea, skimming the waves. As they crossed the Dutch coast, greeted by heavy AAA fire, the flights separated to attack their respective targets.

 

The flight assigned to hit De Kooy Airfield was led by an experienced RAF pilot, with Captain Kegelman flying one wing and 2d Lt. F A. Loehrl the other. They approached the airfield through intense enemy fire. Near their target, Lieutenant Loehrl's plane was hit and crashed in flames. Captain Kegelman's took a direct hit in the right engine, shearing off the propeller and setting the engine afire. Simultaneously, the bomb load was released

 

As Captain Kegelman fought for control, the lightened bomber surged upward, then settled back, its right wingtip striking the ground. Then the tail hit the ground, ripping off part of the lower fuselage. Jamming full throttle on the left engine, Kegelman pulled the bomber into the air and with his forward guns silenced a flak tower that had zeroed in on his battered Boston.

 

Through a combination of skill and luck, Captain Kegelman brought his crew home from their first brush with battle damage. Safely through the band of coastal flak and somewhere over that hundred miles of cold North Sea water, the fire in his left engine went out. Luftwaffe fighters, flushed out by strikes on three of the four intended airfield targets, failed to intercept Kegelman's lone and limping bomber, which would have been an easy target for the crack German pilots based along the North Sea coast.

 

The 15th's RAF tutors and Bomber Command were elated over the performance of AAF crews on their first mission. Captain Kegelman was awarded the Distinguished Service Cross and its British equivalent for his valor on that Fourth of July mission--the first Eighth Air Force man to receive the nation's second highest combat decoration. Promoted to major, Kegelman was later given command of the squadron.

 

In August, the 15th Bombardment Squadron got its own aircraft--former RAF Bostons and A-20s from the States. The squadron flew a number of missions with Bomber Command and in October was transferred to Twelfth Air Force for support of Allied landings in North Africa. Its crews were absorbed by the 47th Bombardment Group (Light), and the 15th was inactivated. Nevertheless, the 15th Bombardment Squadron and its last commander, Maj. Charles Kegelman, had earned a unique but sometimes forgotten place in Air Force history: the first AAF unit to bomb targets in Europe and the first Eighth Air Force man to be awarded the Distinguished Service Cross.

 

After completing a tour in North Africa and being promoted to colonel, Charles Kegelman returned to the States to command a base in Oklahoma. He later was sent to the Pacific, where he lost his life in a flying accident over the Philippines.

 

Published May 1991. For presentation on this web site, some Valor articles have been amended for accuracy.