Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
Achtergronden 2014
Achtergronden 2013
Achtergronden 2012
Achtergronden 2011
Aanslagen op Hitler
10 vragen over de oorlog
Boekenlijst WO2
Boere: Aken-blog
Churchill
Curaçaose stakers 1942
D-day 2014
Dossier Vorden 2013
Dossier Wulff en Gauck
Gauck niet-Faber wel
Euthanasie
Februaristaking
Gauck PERS
Geschiedvervalsing
Grijs verleden
Herzberg-lezing
Hilversum oorlog
Koninkrijk - De Jong
Market Garden 2014
Mein Kampf h1
Mein Kampf h2
Mgr Lampert: onthoofd
Rode Kruis
Roofkunst
Roofkunst links
Troostmeisjes
Verliezen WO2 per land
WO1 - De machine
Colofon
70 jaar bevrijding
Onderduyik
Churchill pers
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS
N I E U W S  -   W O 2  . T K 

 

 


  D  O  S  S  I  E  R  

.

T R O O S T

M E I S J E S

.




 Bedrog - mensenhandel - dwangprostitutie - verkrachting - ontkenning - afwimpeling - onrecht 




Niet te herstellen - In gesprek met Yongsoo Lee over dwangprostitutie tijdens de Tweede Wereldoorlog

AMSTERDAM, 9 JULI 2016 - (tekst: NIOD) - Het gebruik door Japan van dwangprostituees – de zogenaamde ‘troostmeisjes’ – eind jaren dertig van de vorige eeuw en tijdens de Tweede Wereldoorlog haalt nog steeds het nieuws. Japan zette gedwongen en systematisch jonge vrouwen en meisjes aan het werk in bordelen op militaire bases in heel Azië.


Foto rechts: Yongsoo Lee


De naar schatting 200.000 slachtoffers kwamen onder andere uit China, Taiwan, Nederlands-Indië en voor het overgrote deel uit Korea. Overlevenden zwegen decennialang over wat hen was overkomen. Pas begin jaren negentig spraken de eerste vrouwen zich uit en werd omvang van het seksueel misbruik duidelijk.

FOTO BOVEN: Een afvaardiging van de Japanse vrouwenbeweging op bezoek bij de vice-minister van Binnenlandse Zaken, Akagi, om te praten over de afschaffing van de 'troost-stations'. Foto: Beeldbank WO2/NIOD

Japan weigert nog steeds deze oorlogsmisdaden officieel te erkennen. Regelmatig zorgt dat voor diplomatieke relletjes met Zuid-Korea. Excuses worden uitgedeeld en ingetrokken, reparatiegelden worden beloofd maar niet uitbetaald en monumenten worden neergezet en moeten weer worden weggehaald.


Eén van de overlevenden is de inmiddels 87-jarige Yongsoo Lee uit Zuid-Korea. In 1944 namen Japanse soldaten het toenmalige 16-jarige meisje mee om te werken in een zogenaamd ‘troost-station’ in Taiwan. Pas in 1992 vertelde ze voor het eerst wat haar tijdens de Tweede Wereldoorlog was overkomen. Ze getuigde voor het Tokio Tribunaal. Inmiddels reist ze de wereld over om te strijden voor vrouwenrechten en erkenning voor wat haar en alle andere vrouwen is overkomen.


Op zaterdagmiddag 9 juli vertelt ze over haar strijd en de moeizame weg naar mogelijke erkenning en waarom dit zo belangrijk is.

Programma

15.00 uur             Opening
15.05 uur             Inleiding door Peter Keppy (NIOD)
15.20 uur             Interview met Yongsoo Lee
16.10 uur             Gelegenheid voor vragen uit het publiek
16.30 uur             Afsluiting

Peter Keppy is senior onderzoeker bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Zuidoost-Azië.

Georganiseerd door het NIOD Instituut voor Oorlogs, Holocaust- en Genocidestudies, De Balie, EUROCLIO en History NGO Forum for Peace in East Asia.





Professor Muraoka:

Japanse keizer moet excuses maken aan  dwangprostitutées uit WO-2

door Arthur Graaff

UTRECHT - 4 juni 2016 - De Japanse keizer moet zijn excuses maken aan dwangprostitutées in het Japanse leger in WO-2. Dat vindt de Japanse professor dr. Takamitsu Muraoka (foto links), die sterk betrokken is bij de verzoeningsbeweging voor oorlogsslachtoffers.

De professor gaf zaterdag in Utrecht een toelichting hierover na een conferentie over krijgsgevangenen en dwangarbeid in Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Japanse keizer is volgens de professor in staat om de pijn en het lijden van de oorlogsslachtoffers van zijn vaders regime te begrijpen, maar de professor denkt dat het huidige Japanse politieke landschap deze stap verhindert.

Volgens de professor schiet de huidige regering onder de conservatieve premier Abe volledig tekort in het oplossen van zowel de zaak van de dwangarbeid als de zg. 'troostmeisjes', de dwangprosituées.

In beide groepen bevonden zich vele honderden Indische en Nederlandse burgers. Het Japanse onderwijs negeert of ontkent verder volgens prof. Muraoka stelselmatig alle oorlogsmisdaden van het Japanse leger.

De Japanse regering kan volgens prof. Muraoka maar één ding doen: de realiteit volledig onder ogen zien en een zinvolle oplossing zoeken. De professor was met name zeer kritisch tegenover de 'spijtbetuiging' van de premier in de zaak van de zg. 'troostmeisjes',  de oude Japanse term voor dwangprostituées. De professor: "Abe heeft zijn spijt betuigd - maar waarom wilde hij eind vorig jaar toen hij in Zuid-Korea was de overlevende troostvrouwen niet ontmoeten? Abe zei: 'We bieden onze excuses aan'. Maar wie zijn 'we'? De Japanse regering? Het parlement? Deze afwikkeling moet op twee niveaus plaatsvinden: op regeringsniveau en onder de burgers,' aldus prof. Muraoka.

Hij wees er verder op dat de regering nog steeds regelmatig bezoeken brengt aan de Yasukuni-tempel, waar zoals bekend Japanse militairen uit de oorlog begraven liggen, onder wie oorlogsmisdadigers. De professor benadrukte, dat er zelfs een hoge militair ligt, die in 1947 in Batavia door een voorlopig militair tribunaal veroordeeld was voor het organiseren van Japanse legerbordelen in toenmalig Nederlands-Indië.

De professor benadrukte in zijn rede aan het slot van de conferentie over de Nederlandse krijgsgevangen dwangarbeiders, dat deze in strijd met de Conventie van Genève in naar Japan  waren getransporteerd en daar moesten werken in cruciale bedrijfstakken zoals scheepsbouw en mijnen. 

In februari heeft één Nederlandse krijgsgevangenen uit een kamp bij Nagaksaki, de heer Buchel - als eerste buitenlander ter wereld,een proces tegen de Japanse staat gewonnen. Hij is nu officieel erkend als slachtoffer van de atoombom - in Japan aangeduid als 'hibakusha'- en krijgt een uitkering (zie bericht hierbij uit het AD). Professor Muraoka heeft hem daarbij begeleid en als tolk geholpen.

De heer Buchel kreeg ook steun  van het Japanse Prisoners of War Research Network, zo meldt de professor. De professor is tevens bestuurslid van de Stichting Oorlogsgetroffenen in de Oost (S.O.O.), die bij deze zaak nauw betrokken was.






Japanse premier haalt beetje bakzeil in zaak troostmeisjes


TOKIO, 6-01-2015 – De regering van premier Shinzo Abe in Japan wil berouw uitspreken over de rol van het land in de Tweede Wereldoorlog. Dat heeft Abe maandag tegen de pers gezegd. Vanuit China en Zuid-Korea is de laatste jaren toenemende druk uitgeoefend op de rechtse regering om dit te doen.


Vooral de zaak van de troostmeisjes speelt nog steeds een grote rol voor China en Zuid-Korea. Het Japanse leger dwong naar schatting 200.000 vrouwen en meisjes uit diverse bezette landen in Azië, onder hen  ook Indonesische en Nederlandse vrouwen, tot prostitutie.


De verklaring zou in augustus moeten uitkomen in verband met de herdenking van het einde van de oorlog 70 jaar geleden. Abe wil op die manier de relatie te verbeteren met China en Zuid-Korea, die beide zwaar onder de Japanse bezetting hebben geleden. China heeft twee weken terug voor het eerst een nationale herdenking van de zg. 'Verkrachting van Nanking' in 1937 gehouden.


Daar werden door de japanners vanaf 12 december ongeveer 100.000 mensen, de meerderheid burgers van alle leeftijden, afgeslacht. Zie ook ons bericht daarover dd. 18-12-2014 op de pagina Achtergronden.


De Japanse regering wil nu de ervaringen van overlevenden van de oorlog en informatie van deskundigen samenvoegen en die verwerken in een nieuwe verklaring, die gepubliceerd wordt ,,om de wereld ons berouw te tonen en onze weg als democratische natie naar vrede te laten zien”, zei Abe.


In 1993 heeft de toenmalige Japanse regering al uitdrukkelijk zijn spijt betuigd over de troostmeisjes. Dat gebeurde toen in de zg. 'Kono-verklaring', opgesteld door het hoofd van de kanselarij van het kabinet, de heer Kono.


In Zuid-Korea en China bestaat grote argwaan tegen de premier. Niet alleen wil hij het budget voor defensie vergroten, maar ook was zijn grootvader Nobusuke Kishi minister tijdens de oorlog. Kishi werd na de oorlog wegens oorlogsmisdaden gearresteerd. Leden van Abes aprtij hebbend e afgelopen jaren regelmatig het bestaan van troostmeisjes in twijfel getrokken of ontkend.




Troostmeisjes weer in actualiteit


TOKIO, 02-12-2014 - Twee dagen terug heeft de Japanse regering wederom aangedrongen op verwijdering van de standbeelden van dwangprostituées in Seoul bij de Japanse ambassade en in Glendale, Californië.


De grootste en conservatieve Japanse krant deYomiuri Simbun, met een oplage van 10 miljoen  heeft eergisteren zijn excuses aangeboden voor het gebruik van de term seksslavinnen, hoewel deze term feiteljk correct is. De Yomiuri Shimbun stelt nu dat er geen bewijs is dat de vrouwen tot prostitutie werden gedwongen. 

Nederlanders met een Indische achtergrond noemen de 'verontschuldigingen' van de Yomiuri volgens de Telegraaf "stuitend en walgelijk". Indië-veteraan lt-kol b.d. Jac Brijl in de Telegraaf: "Alsof troostmeisjes vrijwillig in Japanse militaire bordelen seks hadden, ronduit schandalig", noemt hij de uitlatingen. "Gezichtsverlies is het ergste wat een Japanner kan overkomen. Dan nog liever verkrachting, moord of doodslag."


Foto onder: de eerste dwangprostituée die de openbaarheid zocht, Kim Hak Sun . Zij is in 1997 overleden.


De


Zuid-Koreaanse president mevrouw Park Guen-hye heeft gisteren opnieuw aangedrongen op een 'ernstige' houding van Japan ten opzichte van dwangprostituées. Dat zei zij bij de ontvangst  van de machtigste Japanse industrielobby in Seoul.


In een uitgebreid artikel over de uiterst bloedige Slag om Okinawa in maart tot juni 1945 in de jongste publicatie van Japan focus, komt ook het lot van de dwangprostituées op dat eiland aan bod. Er waren op Okinawa vanaf juni 1944 ongeveer 130 legerbordelen. Toen de slag over was, gingen de Amerikaanse soldaten een aantal van de bordelen gebruiken. In totaal moeten er op Okinawa 8.000 Koreaanse mannen zowel als vrouwen omgekomen zijn.

Afgelopen woensdag trad in Leiden prof Carol Gluck in functie (zie artikel hieronder) , en hield haar oratie over troostmeisjes. Zij benadrukte dat op diezelfde dag, elke week, in Seoul enkele heel oude voormalige
dwangprostituées demonstreren bij de Japanse ambassade.


Er bestaat voldoende betrouwbare documentatie, ook van Nederlandse auteurs en documentairemakers, over het bestaan van dwangprostituées in het Japanse leger in WO2. Een Nederlandse vrouw die voor haar verleden uit durfde te komen, heet Ellen van der Ploeg, een andere die de publiciteit niet schuwt, is Jan Ruff-O'Herne (1923), die nu in Australië woont en in 2001 in de publiciteit kwam. Zij publiceerde hierover haar boek  'Fifty Years of Silence' (foto links).


De Yomiuri stelde  het ongepast te vinden dat deze en vergelijkbare termen gebruikt zijn in zijn Engelstalige editie. Het gaat om in totaal bijna 100 artikelen die tussen 1992 en 2013 zijn gepubliceerd. Deze krijgen nu voetnoten of andere aandudingen.


In september deed de tweede krant van het land, de meer links georiënteerde Asahi Shimbun, ongeveer hetzelfde. het ging hier voornamelijk om artikele aan de hand van onjiiste getuigenissen van Seiji Yoshida, die had gesteld dat hij zelf als soldaat op het Koreaanse eiland Jeju had gezien dat ongeveer 200 vrouwen naar Japanse legerbordelen werden ontvoerd.


De huidige regering conservatieve Abe tracht echter dit begrip uit te bannen om zo onjuist te stellen dat er vrijwlligheid bij de dwangprostitutie in het japanse legr meespeelde.


In artikelen in de Yomiuri sinds 1993, toen vooral de Koreaanse 'troostmeisjes' of ook ;'comfort women' zoals ze verhullend genoemd worden, in de internationale publiciteit kwamen, was de neiging in de demeeste Japanse media om de te erkennen dat het om dwang ging. Nu echter wordt die erkenning weer afgezwakt.


Ook  Nederlandse in Indonesië vrouwen werden destijds onder dwang tewerkgesteld in bordelen voor Japanse militairen. Hier ging het om waarschijnlijk tussen de 40 en 200 vrouwen. Daarnaast werden half-Indonesische vrouwen en meisjes gedwongen tot prostitutie, plus Indonesische. Daarnaast gebnruikte het japanse keger vrouwen uit alle landen die het in Azië bezette.


Zuid-Korea, dat door Japan el decennia vóór WO2 hard gekoloniseerd werd, stelt dat Tokio "zijn historische fouten witwast". Ongeveer 200.000 Koreaanse vrouwen verdwenen in de bordelen. De Japanse neiging tot ontkenning van deze oorlogsmisdaad verhindert een verbetering van de verhouding tussen beide landen.


In 2010 won de Nederlandse filmmaker Frank van Osch met de documentaire ‘Omdat wij mooi waren’ (foto rechts) enkele prijzen op Amerikaanse filmfestivals. Frank van Osch reisde samen met fotograaf Jan Banning en journaliste Hilde Janssen door Indonesië, waar zij tientallen ‘troostmeisjes’ interviewden. In de documentaire vertellen enkele van deze hoogbejaarde vrouwen hun verhaal ondanks het taboe dat op het onderwerp rust. Ze vertellen over de verkrachtingen, de bordelen, de angst en hoe dit alles hun leven heeft beïnvloed. Deze documentaire op dvd is te bestellen is bij: www.vofprodukties.tv .









Universiteit van Leiden eert 'Troostmeisjes' met aanstelling professor Gluck


door Arthur Graaff

LEIDEN, 01-12-2014 - De 'Responsabilty to Protest' is tegenwoordig een doctrine van de VN. De Leidse professor Cleveringa nam die verantwoordelijkheid toen hij openlijk protesteerde tegen de uitsluiting van Joden, op 26 november 1940. Gasthoogleraar Carol Gluck, Japanologe en professor aan de Columbia University in New York wees daarop bij het uitspreken van haar oratie in Leiden als nieuwe Cleveringa-hoogleraar voor het jaar 2014. Zij sdprak voor een volle zaal.




Foto boven: na haar oratie krijgt prof Gluck gelukwensen van de Leidse rector magnificus prof Carel Stolker. Foto A. Graaff.


Zij behandelde het geval van de zg. 'troostmeisjes', de dwangprostituées uit Korea, Nederland, Indonesië, China, Taiwan, Maleisië en de Filippijnen die in Japanse legerbordelen systematisch verkracht werden. Hun zaak is nog steeds door de Japanners niet voldoende afgedaan en de enkele overlevende en fitte 'troostmeisjes', vrouwen van in de 80 en 90, protesteren nog elke woensdag in Seoul bij de Japanse ambassade. Ook op de dag, maar dan zo'n twaalf uur eerder, dat prof Gluck haar rede uitsprak, zo zei zij in het Leidse Academiegebouw. En daar spark prof Cleveringa destijds weer zijn protest uit.


WO2 explosief onderwerp

De Tweede Wereldoorlog is, zo stelde professor Gluck, bijna 70 jaar na de beëindiging nog altijd een explosief onderwerp. In een toelichting na afloop voegt zij daaraan toe dat Korea en Japan nog niet klaar zijn met de afhandeling van die oude erfenis. Ook Nederland en Indonesië zijn dat nog niet, en dan gaat het vooral om de 'politionele acties' oftewel de koloniale onderdrukkingsoorlog van 1947 tot 1950. Volgens onduidelijke berichten van Indonesische zijde kostte die aan Indonesische zijde minstens 40.000 doden.


Cleveringa  protesteerde op 26 november  1940 tegen het ontslag van Joodse collega's, maar dat deden ook zijn collega's Barge en Van Holk - zo is nu pas door de universiteit van Leiden bekendgemaakt. Vlak voor de oratie werd er daarom een monumentje voor de drie onthuld, door familieleden van de drie professoren en de rector magnificus. prof mr Carel Stolker. Het is een stenen lessenaar bij de ingang van het academiegebouw, waar de namen van de drie op staan.


Ter herinnering aan hun optreden is dit jaar prof Gluck naar Leiden gekomen. Haar rede behandelde de geleidelijk toenemende invloed van de gruwelijke persoonlijke geschiedenissen van de troostmeisjes op de manier waarop WO2 herinnerd en beschouwd wordt.


Nederland-Indonesië
Volgens prof Gluck heeft Nederland nog een aantal zaken te regelen vanwege de koloniale oorlog van 1947-50 in Indonesië.

Op de receptie na haar oratie kwamen er 7 mensen naar haar toe die vaders of moeders hadden die in Jappenkampen hadden gezeten, en 3 van wie de vaders aan de Dodenspoorlijn in Birma hadden gewerkt.

Zij is heel blij dat 15 agustus hier herdacht wordt, de dag van de Japanse capitulatie in Azië, maar wijst er ook op dat 17 augustus, de dag van de oprichting van de Indonesische staat, vrijwel genegeerd wordt.

Haar rede werd door enkele hooggeleerde toehoorders zeer goed ontvangen, onder wie rector magnificus Stolker, prof Van Creveld, hoogleraar Chinese taal- en letterkunde, die zij dat prof Gluck in staat was te spreken over onbespreekbare gruwelijkheden. Ook prof Marjan Schwegmann, directeur van het NIOD, was positief. Diverse andere aanwezigen onder haar gehoor waren ook lovend.


Een kritische opmerking kwam  van prof mr Laurens Jan Brinkhorst, die de toespraak te zeer Amerikaans vond waarbij Guantanamo en Aboe Ghraib ontbraken.


Individuele getuigenissen over de oorlog zijn volgens prof Gluck een steeds machtiger wapen gaan vormen. ‘Moedige mensen als Cleveringa en voormalige troostmeisjes durfden zich uit te spreken en zorgden voor een betere toekomst.’  


Minder nationalisme

Ook op andere terreinen is er een verandering waarneembaar volgens prof Gluck. Vóór de oorlog zowel als decennia erna lag er sterke nadruk op het nationale element. In de eerste decennia na de oorlog ging de aandacht daarbij ook uit naar de grote oorlogsmisdadigers, zoals de 28 Japanse militaire en politieke leiders, die op het tribunaal in Tokio terechtstonden, en nazi's op de processen van Neurenberg.


Toen ontwikkelde zich geleidelijk de internationale doctrine dat oorlogsmisdaden niet meer mochten verjaren omdat zij te bijzonder waren. Vooral de laatste tien of twintig jaar neemt het nationale element in de beschouwing van WO2 volgens prof Gluck steeds meer af, en dat is volgens haar mede door het moedige openbare optreden van de Koreaanse dwangprostituées.


SS-ers in Ysselsteyn

Vorige maand vond in Ysselsteyn, gem. Venray, een grote herdenking plaats op de enige Duitse militaire begraafplaats in Nederland, met 31.000 graven.

Daarvan zijn er zeker 2.500 van SS-ers.
Prof Gluck vindt het oingelooflelijk dat zo'n herdenking daar plaats kan vinden, en ondanks duidelijke protesten van de Bond van Antifascisten.

Overigens is zij zeer te spreken over de manier waarop goedwillende Duitsers met hun geschiedenis omgaan. Wel is zij zeer somber over de integratie van Turken in Duitsland. 


De belangstelling voor hen is nu interationaal geworden: zelfs de Amerikaanse wetgevers hebben er al een resolutie over aangenomen, er staan standbeelden voor de troostmeisjes in Californië en New Jersey en hun protesten klinken door in de internationase pers.


Volgens prof Gluck zorgen in Oost-Azië en Oost-Europa de gevolgen van én de herinneringen aan de oorlog nog steeds voor politieke en sociale spanningen. Met name de herhaalde terugtrekkende bewegingen die de huidige conservatieve Japanse regering Abe onderneemt  in pogingingen om onder de officiële Japanse excuses van 1993 aan de dwangprostituées uit te komen, zijn storend.


De ontwikkeling van de manier waarop tegen de oorlog aan wordt gekeken is bijzonder: van het algemene, gericht op naties, naar het persoonlijke, met bovendien een internationaal aspect. Daarvan vormen de troostmeisjes een illustratie, zo meent prof Gluck.


De eerste jaren na de oorlog was er nauwelijks aandacht voor hun verhaal en werd het bestaan van legerbordelen, waar deze vrouwen en meisjes moesten werken, eigenlijk niet als bijzonder of schokkend gezien. Voor het Tokio Tribunaal in 1948 presenteerden de Japanners als volk zich als slachtoffers van 28 foute leiders die het volk in een oorlog mee hadden gesleurd.


Foto rechts: prof Gluck tijdens haar oratie in Leiden, op[ de plaats waar in 1940 prof Cleveringa zijn protyest tegend e Jodenvervolging uitsprak. Foto Arthur Graaff.


Legerbordelen kwamen daar helemaal niet aan bod. Prof Gluck: ‘Net als in de andere landen was het officiële oorlogsverhaal een zwart-wit verhaal over helden tegenover slechteriken. Er was geen ruimte voor diversiteit in de ervaringen, zoals de rol van collaborateurs of dat wat dat de troostmeisjes was overkomen.'


Geleidelijk kwam er toch meer aandacht voor de onofficiële verhalen  en verslagen over de oorlog. Individuen, slachtoffers zowel als daders, gingen hun verhalen vertellen. Dat deden zij aan tribunalen, activisten, welzijnwerkers, historici en journalisten. Hierdoor kwamen nieuwe pijnlijke gebeurtenissen in de openbaarheid die meer recht deden aan de geschiedenis.


Individueel getuigenissen

Gluck noemt deze individuele getuigenissen cruciaal. ‘Deze nieuwe verhalen zorgden voor een wereldwijde herinneringsscultuur die van grote invloed is geweest op zowel het recht, op de kennis over de oorlog, de verplichtingen die staten en samenlevingen voelen ten opzichte van burgers én op de politieke en morele verantwoordelijkheid die latere generaties op zich nemen.’


Veel slachtoffers zoals de voormalige troostmeisjes konden hun verhaal aan niemand vertellen, laat staan  in de openbaar maken. Dat had vaak redenen van persoonlijke schaamte, maar ook uit angst of  walging. Dikwijls kwamen ze er pas mee naar buiten nadat bijvoorbeeld hun mannen waren overleden. In één geval braken de kinderen van een Koreaanse troostvrouw met haar toen zij haar verleden openbaarde.


Ook kregen deze vrouwen pas de laatste decennia eindelijk serieuze vragen over hun geschiedenissen.  In Zuid-Korea, het land dat decennialang een hard onderdrukte kolonie van Japan vormde, zou het tot 1991 duren voordat één slachtoffer haar verhaal aan de media dorst te vertellen. Toen barstte de publiciteit los en bleek hoeveel andere, soortgelijke getuigenissen er al circuleerden in Oost- en Zuid-Oost Azië.


Verkrachting

De misdaad 'verkrachting door soldaten' werd dankzij de groeiende stroom aan getuigenissen en aanklachten serieuzer genomen, door de samenleving en door juristen. Prof Gluck: ‘Eindelijk zag men in dat het niet alleen een schending is van de vrouwelijke eer.’ Maar pas in 1998 legde het Internationaal Strafhof vast dat verkrachting door soldaten een ‘misdaad tegen de menselijkheid’ is. Het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag veroordeelde in 2001 voor het eerst drie mannen op deze grond. Prof Gluck benadrukt ook dat 'het 50 jaar heeft gekost om de schaamte van vrouwen om te vormen tot misdaden van mannen'.


Prof Gluck refereert tot slot weer aan Cleveringa. ‘We moeten niet alleen verantwoordelijkheid nemen voor het verleden, maar ook voor de toekomst. Dat is wat professor Cleveringa deed toen hij uitsprak dat het ontslag van zijn Joodse collega’s onrechtvaardig was. De troostmeisjes toonden ook hun moed als burgers toen zij hun moeilijke verhalen openbaarden. Het verleden kunnen we niet veranderen, maar wel de toekomst. Ik denk dat Cleveringa onze toekomst veranderde, hij maakte het beter, nobeler, rechtvaardiger en verantwoordelijker. We moeten zijn voorbeeld volgen.’








Top Korea-Japan kan pas na oplossing voor  'troostmeisjes'


SEOUL, 22-10-2014 - Kim Kwan-jin, hoofd van de Zuid-Korea's nationale veiligheidsdienst heeft de Japanse adviseur Shotaro Yachi van premier Abe in Seoul ontmoet.


Foto rechts: de Zuid-Koreaanse president mevrouw Park.


Daarmee is een opening in het overleg geschapen, die volgens de media kan leiden tot een topontmoeting. De Koreanen stellen echter het regelen van de kwestie van de dwangprostitutie in de oorlog, de zg. 'troostmeisjes', als voorwaarde.


Kim legde uit dat de Japanse politieke leiders eerst oprechte pogingen moeten doen de littekens uit het verleden te genezen.


Dat heeft  vooral met betrekking op het oplossen van de kwestie van seksuele slavernij van vrouwen het Japanse keizerlijke leger tijdens de koloniale overheersing van Korea. Zopnder een oplossing van deze kwestie is volgens de Koreaanse adviseur een topconferentie van leiders onwaarschijnlijk.


De twee regeringsadviseurs bespraken het verbeteren van de bilaterale betrekkingen, defensiesamenwerking en Noord-Korea.


De eerste ontmoeting tussen de mannen in Seoul gisteren leidde tot  speculatie dat de eerste bilaterale topontmoeting tussen president mevrouw Park Geun-hye en premier Shinzo Abe uiteindelijk tot stand zal komen.


Kim zei verder, "Bij de markering het 50ste jaar van de normalisering van de banden tussen Korea en Japan, is er behoefte aan oprechte inspanning in het smeden van relaties voor een toekomstgerichte relatie."

De Japanase adviseur Yachi voegde eraan toe dat Japan nauw zal samenwerken met Seoul en de Verenigde Staten in een soort onderhandeling met Pyongyang.


Japan's NSC, gemodelleerd naar de Amerikaanse National Security Council, werd in januari gelanceerd als onderdeel van de Abes streven om Japans rol te versterken in de regionale veiligheid. Dit geldt ook voor Japans streven naar het recht op collectieve zelfverdediging of om de militaire hulp te bieden aan een aangevallen bondgenoot. In de regio vrezen buurstaten een terugkeer Japans militaristische verleden.


De Japanse media meldden dat Yachi vergezeld voormalige premier Yasuo Fukuda, in het geheim een ​​ontmoeting met de Chinese president Xi Jinping in Beijing jhad in juli, ook gezien als een stap om de weg vrij te maken voor een toekomstige top van Japan-China.


Xi heeft net als mevrouw Park geweigerd om een ​​topontmoeting met Abe houden als soortgelijke historische en territoriale kwesties niet geregeld zijn. Japan heeft tijdens de bezettuing van Mantsjoerije en de aansluitende periode gruwelijk massamoorden op grote schaal gepleegd in China en ook duizenden Chinese vrouwen tot prostitutie gedwongen.


De leiders van de drie Noordoost-Aziatische landen zullen naar verwachting het komende Asia-Pacific Economic Cooperation (APEC) forum in Peking bij te wonen op 10 november en 11. Daar zal volgens enkele media in de wandelgangen zeker overlegd worden over het oplossen van de problemen rond de dwangprostitutie.








Kritiek op Japan wegens 'troostmeisjes' neemt toe



COLOMBO / NEW YORK, 12-08-2014 - De kritiek op Japan wegens 'troostmeisjes' neemt toe van diverse kanten.


In Colombo op Sri Lanka heeft een voormalige medewerkster van de mensenrechtenorganisatie van de Verenigde Naties Japan bekritiseerd wegens zijn aanpak van sexuele slavernij in WO2.


Het gaat om  Radhika Coomaraswamy (foto rechts, foto UN), speciale rapporteur van de VN over geweld tegen vrouwen van 1993 tot 2003.


De discussie tussen Japan en vooral Zuid-Korea over het oplossen van de problemen rond de zg. 'troostmeisjes' is dit jaar heftiger geworden.


Het Japanse leger gebruikte naar schatting 200.000 vooral Koreaanse vrouwen als sexslavinnen. De Zuid-Koreaanse regering gaat ook een nota, een zg. 'White Paper' over de problemen publiceren.


Verder heeft de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, Navi Pillay (foto links,foto UN), woensdag haar grote spijt uitgesproken over Japans aanpak van sexuele slavernij uit WO2.

In 1996 publiceerde mevrouw  Coomaraswamy een rapport over de tekortkomingen van Japan ten opzichte van de voormalige sexslavinnen. Nu stelt zij dat Japan onder aanvoering van de rechtse premier Shinzo Abe is teruggekeerd naar een harde opstelling.

Mevrouw Coomaraswamy wijst erop dat dit probleem het enige op het gebied van internationale mensenrechten is, dat Japan hoeft op te lossen en dat de huidige opstelling niets oplevert.


Japan heeft volgens VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten mevrouw Pillay nagelaten een definitieve oplossing van het probleem van de seksuele slavernij in oorlogstijd te zoeken. Mevrouw Pillay wees er ook op dat de mensenrechten van de slachtoffers, bekend als 'troostmeisjes' en onder wie enkele duizenden Nederlandse en Indonesische vrouwen waren, , nog steeds worden geschonden, decennia na het einde van de Tweede Wereldoorlog.


“Tijdens mijn bezoek aan Japan in 2010, heb ik de Japanse regering opgeroepen om effectieve schadeloosstelling te bieden aan de slachtoffers van de seksuele slavernij tijdens de Tweede Wereldoorlog”, zei de Hoge Commissaris. “Nu, tegen het einde van mijn ambtstermijn doet het me pijn, te zien dat deze moedige vrouwen, die hebben gevochten voor hun rechten, een voor een komen te overlijden, zonder dat hun rechten hersteld zijn en zonder het ontvangen van de schadevergoeding waar zij recht op hebben”.


Dit is geen probleem dat verbannen kan worden als zijnde geschiedenis. Het is een actueel onderwerp, de schendingen van de mensenrechten tegenover deze vrouwen blijven bestaan zolang er geen sprake is van herstel van die rechten en van genoegdoening.


De Hoge Commissaris zei ook dat de vrouwen nog steeds worden geconfronteerd met weigeringen en vernederende opmerkingen van publieke figuren in Japan. Een rapport van een door de regering benoemde studie commissie op 20 juni 2014, verklaarde dat "het niet mogelijk was om te bevestigen dat de vrouwen met geweld werden geworven."

 

Op 4 augustus 1993 publiceerde de Japanse regeringssecretaris Kono op gezag van toenmalig premier Tomichi Murayama eenofficieel excuus van de Japanse regering. Dit excuus was uiterst opmerkelijk en werd uitgrebreid vermeld in de media.

In 1995 werden ondertekende exemplaren van het Japanse excuusoverhandigd aan o.m. 60 Koreaanse, 211 Fiilippijnse, 13 Taiwanese en 79 Nederlandse vrouwen.


Naar aanleiding van de publicatie van dat rapport heeft Tokio verklaard dat de troostmeisjes geen seksslavinnen waren maar oorlogsprostituees. "Dergelijke uitspraken moeten enorme pijn veroorzaken bij de vrouwen, maar we hebben geen openbare weerlegging van de regering gezien", zei Pillay.

In de loop van de jaren, heeft Japan de aanbevelingen ontvangen van een aantal onafhankelijke deskundigen van de Verenigde Naties, de Commissie voor de Mensenrechten en van de Raad voor de mensenrechten bij de Universele Periodieke Reviews van de concrete maatregelen om het probleem aan te pakken.


Onlangs heeft de Commissie voor de Mensenrechten van de VN, die toeziet op de uitvoering van het Internationaal Verdrag over de burgerrechten en politieke rechten, Japan opgeroepen "onmiddellijke en effectieve wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen" te nemen om ervoor te zorgen dat alle beschuldigingen van seksuele slavernij worden onderzocht en dat de daders worden vervolgd.

Ze riep op toegang te verschaffen tot de rechter en tot herstelbetalingen voor de slachtoffers en hun families, de openbaarmaking van al het beschikbare bewijsmateriaal, en tot onderwijs in het land rondom de kwestie.


Mevrouw Pillay merkte ook op dat Japan de VN-verklaring inzake het voorkomen van seksueel geweld in conflictsituaties vorig jaar had ondertekend en dat het sterke steun had aangeboden aan de VN-topconferentie over seksueel geweld in conflicten.


"Ik moedig Japan om de zoektocht naar een uitgebreide, onpartijdige en duurzame oplossing van het seksuele slavernij probleem in de oorlog, met dezelfde kracht voort te zetten," voegde ze eraan toe, wijzend op de bereidheid van haar Commissariaat om de nodige hulp te bieden.








Koreaanse dwangprostitutées  uitgenodigd bij pausbezoek




SEOUL, 1-07-2014 - Voormalige Zuidkoreaanse dwangprostituées (ook wel bekend als 'troostmeisjes') uit Japanse soldatenbordelen in WO2 zijn uitgenodigd om een mis bij te wonen die de paus Franciscus zal vieren bij zijn bezoek aan Zuid-Korea.


De mis zal op 18 augustus worden gevierd. Volgens een zegsvrouw van hetorganiserend comité is deze uitnodiging bedoeld om vrede en verzoening te bewerkstelligen.


De paus komt op 14 augustus 2014 aan in Zuid-Korea, en vertrekt op 18 augustus. Het is bekend dat er nu nog iets meer dan 50 vrouwen uit de dwangprostitutie leven. De mis zal gevierd worden in de kathedraal van Myeongdong in Seoul.


White paper

Zondag maaklte de Zuidkoreaanse regering bekend dat zij een zg. 'white paper' over de dwangprostitueés wil publiceren.  Van zowel de Zuidkoreaanse premier mevrouw Park als de minister van gezinszaken Cho Yoon-Sun is bekend dat zij beiden fervente aanhangers van de zaak van de dwangprostituées zijn.


Minister Cho deed de aankondiging. Dit rapport zal ook beelddocumentatie bevatten, zo heeft het ministerie aangekondigd. Uit vacature-advertenties blijkt dat het om een rapport van 3 delen plus een aanhangsel gaat.


Arrestatiebevel

De afgelopen week zijn er opnieuw problemen geweest tussen Zuid-Korea en Japan over deze zaak. Tegen een rechtse Japanse activist, Nobuyuki Suzuki (49 jaar, niet te verwarren met een jongere acteur van die naam), is door een rechtbank in Seoul een arrestatiebevel uitgevaardigd.


Suzuki is lid van een extreemrechtste partij en tracht regelmatig door zijn acties de aandacht voor de zaak van de dwangprostituées is diskrediet te brengen. Daarvoor moest hij in Seoul terecht staan nadat hij zich vorig jaar had laten fotograferen naast het standbeeld van een zg. troostmeisje',  met een bord waarop hij claimt dat de omstreden Takeshima-eilanden Japans en niet Zuidkoreaans zijn. Suzuki verblijft nu volgens berichten in Japan.


Verder tracht de rechtse premier Abe regelmatig de Japanse excuses daterend uit 1993 te ontkrachten. Vorige week werd de uitkomst van een onderzoek van het Japanse parlement bekend waarin bekeken werd of de aangevoerde argumentatie voor de officiële Japanse excuses uit 1993 onder de progressieve premier Koizumi wel houdbaar waren. Dit onderzoek was door premier Abes aanhangers aangevraagd.  De uitkomst was dat de excuses wel degelijk aanvaardbaar beargumenteerd waren.
http://www.mofa.go.jp/policy/women/fund/state9308.html


In 2007 relativeerde Aber dit excuus, maar zag zich door heftige reacties uit Zuid-Korea en andere landen gedwongen om die uitlating in te trekken. In dat jaar hield het Amerikaanse Congres ook een zitting van de commissie buitenlandse zaken waarin getuigen van deze wandaden hun verhaal deden. Dat waren twee Koreaanse vrouwen en een Nederlandse. Zij werden soms tot 40 keer per dag verkracht.







Aanhoudende spanning rond Japanse oorlogsmisdaden


BEIJING, 28-02-2014 - De spanning rond de Japanse oorlogsmisdaden blijft stijgen. Het Chinese Volkscongres heeft gisteren besloten om 3 september in te stellen als officiële herdenkingsdag voor het einde van WO2, zo meldt het Chinese staatspersbureau Xinhua.

Foto links: ex-premier Tomiichi Murayama. Foto MOFA gov jp.


Verder heeft de linkse Japanse ex-premier Murayama  de huidige rechtse Japanse premier Abe sterk aangeraden het officiële Japanse standpunt over oorlogsmisdaden, m.n. over de dwangprostituées, niet te veranderen.

Het Chinese Volkscongres heeft besloten om 13 december in te stellen als officiële herdenkingsdag van de Japanse massamoord in Nanking (Nanjing) in 1937. Daarbij kwamen volgens de Chinezen ruim 300.000 mensen om, overwegend burgers.

Japan bezette vanaf 1931 grote delen van China, om te beginnen Mantsjoerije. Het agressief militaristische land land breidde die bezetting in 1937 uit na het Marco-Polobrug-incident vlakbij Beijing. Daarbij werden Japanners beschoten en die grepen dat aan om forse delen van China te overrompelen tijdens de zg. Tweede Sino-Japanse Oorlog.

Ex-premier Tomiichi Murayama was de eerste socialistische Japanse premier 40 jaar na de oorlog. In 1995 bood  hij als premier openlijk en als eerste Japanse premier in een speech  ter gelegenheid van de 50ste herdenking van WO2 officiële  excuses aan voor de gruwelijkheden die Japan tijdens de oorlog had begaan.

In 2007 bekritiseerde Murayama premier Abe (foto rechts) al, toen deze relativerende geluiden maakte ten aanzien van met name de dwangprostituées.


Sinds begin van dit jaar is Murayama actief met de zaak van de sexslavinnen bezig. Hij bezocht op 12 februari Zuid-Korea gedurende 3 dagen, en had daar een ontmoeting met enkele voormalige dwangprostituées.


Hij wenste hen een goed gezondheid en ontving een kunstwerk van hen. De Zuidkoreaanse premier mevrouw Park wilde hem echter niet ontvangen, terwijl de Zuidkoreaanse regering de voormalge sexslavinnen uitdrukkelijk steunt. Zij verlangen dat ook de huidige Japanse regering hun lot erkent..

Ex-premier Murayama is  tevens de eerste president van het Asian Women's Fund, dat een documentatiesite heeft.


Op deze site staat uitvoerig vermeld welke incidenten met dwangprostitutie er zijn geweest en wie daarvoor verantwoordeljk was. In het geval van Nederland zijn er bijvoorbeeld na de oorlog processen geweest.


Daarbij werd één militair, major Okada, door het tijdelijk bijzonder gerechtshof in Batavia (nu Djakarta) op 14 februari 1948 ter dood veroordeeld, terwijl er 13 andere officieren tot gevangenisstraffen werden veroordeeld van 3 tot 20 jaar - alle wegens betrokkenheid bij dwangprostitutie.

Het japanse ministerie van buitenlandse zaken vermeldt op zijn site een aantal documenten die op deze prostituie en op het Asian Women's Fund betrekking hebben, zonder enige reserve of  enig voorbehoud.

Uit Nederland hebben zich eind jaren '90 in totaal 78 vrouwen zich aangemeld bij het fonds en medische of maatschappelijke steun ontvangen.Dit project werd in 2001 beëindigd. Op Java waren er volgens de documenten van het AWF 6 plaatsen met Japanse militaire bordelen, en zijn 300 tot 400 Nederlandse en/of Indonesische vrouwen daarbij onder dwang betrokken geweest.






Troostmeisjes opnieuw in actualiteit




TOKIO, 21-02-2014 - De zaak van de 'troostmneisjes' blijft terugkomen in de actualiteit. China en Zuid-Korea hebben zich kwaad gemaakt over Japanse regeringspogingen om het Japanse excuus voor de sexuele slavernij tijdens WO2 van 20 jaar terug, ter discussie te stellen in het parlement.

Vandaag heeft een hoge Japanse ambtenaar, Nobuo Ishihara, in het Japanse parlement verklaard dat hem niets bekend is over dwang vij het werven van prostiituéés voor het Japanse leger. Hij was destijds assistent kabinetschef en werkte mee aan het opstellen van de officiële verontschuldiging van de Japanners in 1993. Dit was het zg. Kono-document, genoemd naar de kabinetschef van toen.


Ishiharea zei gisteren als getuige in een hoorzitting voor het Japanse palement dat de verklaring op alleen 16 getuigenverklaringen gebaseerd was, niet op officiële schriftelijke bewijzen. Hij zei ook dat de betrokken schrijvers van de verklaring destijds ook niet wilden uitsluiten dat de Japanse overheid betrokken was bij de dwangprostitutie. De getuigenis werd afgelegd in aanwezigheid van o.m. premier Abe in het parlement.

De 16 getuigen werden een week lang in Seoul ondervraagd in 1993. daaruit volgde het excuus voor de sexuele slavernij van omstreeks 200.000 Koreaanse en Chinese vrouwen. Ook Filippijnse, Indonesische en Nederlandse vrouwen werden tot prostitutie gedwongen.

Er komt opnieuw een standbeeld vor 'troostmeisjes' ditmaal in Sydney. Vandaag heeft een voormalige hoge Japanse ambtenaar verklaard dat hem geen officieel bewijs bekend is over dwang vij het werven van prostituées voor het Japanse leger. Op 17 februari verklaard een bezoekende Amerikaanse politicus, Ed Royce dat premier Abes recente bezoek aan het Yasukuni monument onverstandig was. Er komt ook een Zuidkoreaanse musical over de sexslavinnen. Deze krijgt als titel 'Trouwschoenen'. De audfies zijn vorige week in Seoul beëindigd.

De Aziatische gemeenschap in Sydney heeft een aanvraag ingediend voor het plaatsen van een kopie van het standbeeld dat in Seoul staat, vlakbij de japanse ambassade. Bij dit standbeeld demonstreren vrouwen elke woensdag voor erkenning van de Japanse wandaden tegen vrouwen uit bezette landen. De aanleiding was het recente bezoek van premier Abe aan de Japanse tempel waar ook oorlogsmisdadigers begraven liggen.

In Californië en New Jersey staan ook al kopieënvan dit standbeeld. Tegen dat in Californië is door enkele Japanners een officieel bezwaar ingediend, nadat vorige maand een delegatie van Japanse parlementsleden op bezoek was geweest.
http://www.globalpost.com/dispatch/news/kyodo-news-international/140221/lawsuit-seeks-removal-comfort-women-statue-california

Op 17 februari verklaarde een bezoekende Amerikaanse politicus, Ed Royce (foto links) dat premier Abe's recente bezoek aan het Yasukuni monument onverstandig was. Royce is voorzitter va de commissie voor buitenlandse zaken van het Amnerikaanse congres en had ook een ontmoeting met premier Abe.








Drie US-Congresleden willen actie van Kerry over zaak-Troostmeisjes

WASHINGTON, 3-02-2014  Drie afgevaardigden uit het Amerikaanse Congress hebben minister Kerry verzocht om actie te ondernemen in de heikele zaak van de Koreaanse sexuele slavernij uit WO2. Dat meldt The Korea Times.Ook was er dit weekend ophef in Frankrijk over Zuidkoreaanse strips over 'troostmeisjes' op het stripfestval van Angoulême.De Zuidkoreaanse minister van gezin verscheen om de deelexpositie te openen.

Het gaat om de congresleden Scott Garrett (Republikein-New Jersey), Bill Pascrell (Democraat-New Jersey) and de Adam Schiff (Democraat-Californië). In de brief bendadrukten zij dat het gaat om waarschijnlijk 200.000 vrouwen, sommigen vanaf 14 jaar - die door het Japanse leger tot prostitie werden gedwongen.

Bij alledrie in hun staten bevindt zich een kopie van het standbeeld van een zg. 'troostmeisje', (foto rechts) zoals dat ook staat bij de Japanse ambassade in Seoul en waar wekelijks op woensdagen door voormalige 'troostmeisjes' wordt gedemonstreerd. Opvallend is wel, dat er niet vaak over sexslavinnen van Chinese, Filippijnse, Indonesische en Nederlandse afkomst wordt bericht. Ook is het meestal stil op dit punt vanuit Noord-Korea.

De aanleiding voor hun optreden is de houding van het conservatieve Japanse kabinet van premier Abe. Deze laat door daden en uitlatingen steeds meer twijfel ontstaan over de in 1995 aan de Koreanen aangeboden excuses. Ook was er vorige week het bericht dat de  nieuwe voorzitter van de Japanse nationale omroep, Monii, al meteen bij zijn aantreden het lot van de vrouwen en meisjes relativeerde.

Stripfestival
In  Frankrijk is de afgelopen week het Internationaal Stripfestival van Angoulême (Festival international de la bande dessinée d'Angoulême) gehouden. Daar zijn 4 Zuidkoreaanse strips over de troostmeisjes gep[resenteerd: gepresenteerd,met steun van de Zuidkoreaanse minister van geslacht en familie, Cho Yoon-Sun.  Zij woonde ook het stripfestival bij.

Het gaat om een speciale bijdrage onder de titel: Bloemen die niet verwelken. De strips zijn:  Hyun-sae Lees ‘Duck-feet Nipon’ tesamen met ‘The Butterfly’s Song’ getekend door Kwang-sung Kim en geschrteven door Gi-young Jeong, ‘The Spring of the 14-year-old Girl’ door Se-young Oh, ‘Flower Ring’ door Young-ho Tak, en ‘Where Are We Going?’ door In-sun Choi.

Van Japanse zijde was er bezwaar aangetekend tegen deze werken op het festival, middels een petitie,ondertekend door 16.000 mensen. De Japane ambassade in Parijs liet weten 'diepe spijt' te hebben van het vertonen van deze strips op het festival en gaf zelfs pamfletten uit op het festival om het Japanse standpunt toe te lichten.

De organisatoren van het festtval hebben ook een Japanse stand laten sluiten, omdat deze werd gebruikt als uitvalsbasdis voor tegenstanders van het Koreaanse sdtandpunt, zo meodt het Franse dagblad Libération.

Op het stripfestival was ook een jubileumexpositie gewijd aan de Nederlandse cartoonist Willem (Holtrop), die o.m. werkt voor Libération en HP/deTijd en daar vorig jaar de grote prijs won.

Onderzoek
Vorige week maakte China officieel bekend een Zuidkoreaanse voorstel voor een internationale studie naar de geschiedenis van de Japanse oorlogsagressie te steunen. Het officiële staatspersbureau Xinhua maakte dit bekend. De aankondiging weerd gedaan door de officiële woordvoerster van de regering, Hua Chunying. Volgens het staatspersbureau is Japan bezig de geschiedenisboeken voor scholen in nationalistische zin te veranderen.









'Troostmeisjes' opnieuw

struikelsteen in relatie

Zuid-Korea en Japan

SEOUL, 28-01-2013 - Vrijwel alle Zuidkoreaanse politieke partijen hebben het ontslag geëist van de nieuwe voorzitter van de Japanse nationale publieke omroep NHK, Katsuto Momii (foto rechts)  wegens een grievende opmerking over 'troostmeisjes' afgelopen zaterdag .

Verder heeft de Zuidkoreaanse regering maandag een verdubbeling van het budget voor hulp aan en voorlichting over de dwangprostituées bekendgemaakt.

Naar schatting 100 tot 200.000 Aziatische vrouwen dienden in die rol, en ook enkele honderden Nederlandse en Nederlands-Indische vrouwen en meisjes. Er leven volgens het persbureau Yonhap nu nog 55 Zuidkoreaanse voormalige dwangprostituées, nu vrijwel allemaal ouder dan 85 jaar.

Katsuto Momii is in dienst sinds 25 januari en ontkende in het openbaar in zijn eerste toespraak dat Japan tijdens de oorlog fout was geweest bij het werven van Koreaanse sexslavinnen, 'comfort women' oftewel dwangprostituées. Momii heeft intussen wel een soort excuus gemaakt door te stellen dat hij dat niet had moeten zeggen omdat het zijn persoonlijke opvattingen zijn.
http://koreatimes.co.kr/www/news/nation/2014/01/113_150567.html

Momii. die ook de Japanse nationale pers haalde,  voegde er later aan toe dat 'zulke instellingen' (legerbordelen)  in elk land bestonden en dat deze alleen als fout werden gezien op basis van de huidige moraliteit. Hij verweet Zuid-Korea ook de zaak zo voor te stellen dat het leek of Japan het enige land was dat legerbordelen bezat (de Wehrmacht en de SS bezaten die bijv. ook, waaronder in concentratiekampen, RED.)

Volgens de Koreaanse pers is Momii voor de rechtste rpemier Abe de ideale en geprefereerde keuze. Abe heeft ook al diverse aanvaringen met de Z|uid-Koreanen, vooral sinds hij in december op bezoek ging in de Yasunari-tempel, waar ook oorlogsmisdadigers begraven zijn.

Op 27 januari 2014 berichtte de regering van Zuid-Korea dat zij het budget voor de zaak van de sexslavinnen ruim heeft verdubbeld van 4.58 miljard  won (US$4.23 million) voor programma's, voorlcihting over en evenemente betreffende 'troostmeisjes'. Dat is een verhoging van 130% vergeleken 2 miljard won in 2013.

Daarbij inbegrepen zijn uitkeringen aande slachtoffers van 1,2 miljard won. De rest van het bedrag wordt besteed aan diverse herdenkingen, ook internationaal, voorlichtende documentaires e.d..

De betroffen minister van geslachtsgelijkheid en familie, Cho Yoon-sun (foto links  zei maandag: 'De regering zal jaarlijks geleidelijk de steun aan de slachtoffers vergroten en nauw samenwerken met diverse niet-gouvernementele organisaties, experts en internationale organisaties om de zaak van de 'troostmeisjes' tot een goed einde te brengen."

Op 22 januari 2014 was er een demonstratie voor de japanse ambassade in Seoul. Daar kwamen Aziatische en Afrkaanse vrouwen bijeen met de symbolische vlinders van de 'sex slavinnen' zoals ze in de Zuidkoreaanse pers worden aangeduid.

Ze demonstreren daar elke woensdag sinds ruim 10 jaar.De eis is nog steeds een verontschuldiging van de Japanse regering. De minister nam deel aan het World Economic Forum in Davos. Zij richtte  vorig jaar mede de Koreaanse Oorlogsveteranen Organisatie op.

Op 15 januari 2014 prees het Zuidkoreaanse ministerie van Buitenlandse Zaken de oproep in het Amerikaanse congres aan de Amerikaanse regering. Het congres wil dat de regering druk uitoefent op Japan om een formeel excuus aan te bieden aan Zuid-Korea.

Het Congres heeft House Resolution 121 opgesteld die gewijd is aan sexslavinnen. Deze werd in 2007 ingediend door de Japans-Amerikaanse afgevaardigde Mike Honda (foto links). Honda was een afgevaardigde voor  San José County in Californië, omvattend o.m.Silicon valley, in wat politiek als progressief deel van de VS omschrven kan worden.

 In de VS is er toenemende tegenstand van de zijde van de Japanse Amerikanen tegen de zaak van de sexslavinnen uit de oolrog. Een Japanse delegatie op bezoek in Glendale, Californië, maakte daar vorig najaar bezwaar tegen het standbeeld van de sexslavinnen (zie bericht hjeronder dd 21-12-2013).




Japanse kamerleden willen standbeeld troostmeisje weg uit Californië

GLENDALE, CALIFORNIË, 21-12-2013 - Japanse kamerleden op bezoek in Californië willen dat een standbeeld van een Koreaans troostmeisje verdwijnt uit die plaats. Dat bericht persbureau Al Jezeera.

Foto rechts: het standbeeld in Seoul, waarvan een exacte kopie in Glendale staat, en in in New Jersey..

Het standbeeld werd in juli geplaatst op verzoek van de Koreaanse gemeenschap in de streek. Het is een kopie van het standbeeld dat in de hoofdstad Seoul van Zuid-Korea staat, vlak bij de jaopanase ambassade. Deze standbeelden van een zittende jonge vrouw in een tradiotionele Koreaanse dracht, met blote voeten, is bedoeld om te herinneren aan de gedwongen prostitueie die volgens chattingen 20.000 Koreaanse vrouwen in het Japanse leger moesten doorstaan tijdens WO2.

De 3 Japanse politici Hiromu Nakamaru, Yuzuru Nishida en  Mio Sugita zijn leden van de conservatieve Japanse Restauratiepartij (Nippon Ishin no Kai) die vorig jaar werd opgericht. Bij hun bezoek lieten zij het gemeentebestuur vragen of het standbeeld verwijderd kon worden.

Volgens Kathy Masaoka (foto links) , vice-voorzitster van de Japans-Amerikaanse lobbygroup Nikkei for Civil Rights and Redress, zeiden de politici tegen haar dat zij onderzoek wilden doen naar aspecten van de dwangprostitutie, maar dat zij daar weinig van gemerkt had. In de regio leven volgens het bericht 100.000 Koreaanse Amerikanen.

Eind november hebben twee Japanse medianetwerken, Sankei Shimbun en Fuji News Network, in Japan een martkonderzoek gehouden naar Japanse oorlogsmisdaden. Dat onderzoek volgde op een Japans gerechtelijk bevel aan divers Japanse bedrijven om vergoedingen te betalen vooraan Koreaanse dwangarbeiders. Daaruit bleek dat 70% van de respondenten Korea niet vertrouwde en dat 80% tegen de betalingen was.

Volgens Kathy Masaoka geeft deze uitslag niet per se de mening van het Japanse parlement weer. Zij verwacht meer van het instellen van een Japanse commissie die de zaak onderzoekt. Zij is zelf dchter van ouders die door de Amerikaanse regering in een concentratiekamp werden geplaatst tijdens de oorlog, en die daar volgens haar pas over wilden spreken toen er een openbaar en officieel onderzoek van die zwarte periode in de Amerikaans geschiedenis kwam.




Documenten geven details over Japanse dwang tot prostitutie op Nederlandse vrouwen

door Eddy Kokelenberg

FUKUOKA, 3-12-2013 (NAGEKOMEN) - Een reeks officiële Japanse documenten uit de oorlogstijd toont aan hoe ongeveer 35 Nederlandse vrouwen uit een gevangenkamp in Indonesië werd afgevoerd voor dwangprostitutie. Zij werden door het Japanse leger gedwongen tot werk als zg. " troostmeisjes". Dat blijkt uit documenten in het Nationaal Archief Japan in Tokio die zijn opgespoord door een Japanse actiegroep uit Kobe. Dat zeiden leden van de groep tegen de Japan Times die daarover op 7 oktober 2013 publiceerde.

Deze week (29-11-2013) werd in Japan een omstreden wet aangenomen, die alle informatie over defensie, diplomatie en terrorisme tot staatsgeheim kan bestempelen. Geheime informatie zou pas na 60 jaar openbaar worden en overtreders worden bedreigd met maximaal 10 jaar gevangenis. 

De documenten waren onderdeel van het bewijsmateriaal achter een verklaring uit 1993 uitgegeven door de toenmalige chef-secretaris van het Japanse kabinet, Yohei Kono. Daarin bekent Japan schuld en verontschuldigde zich voor de betrokkenheid van de militairen bij de werving van vrouwen voor seksuele slavernij. Van deze achtergronddocumenten was tot nu toe alleen het bestaan, maar niet de exacte inhoud bekend.

Het gaat om documenten getiteld "Klasse - B en - C ( re: Nederlandse tribunalen) Batavia tribunalen , zaak nr. 106 , " De documenten betreffen een tijdelijk militair tribunaal opgericht door Nederland in Batavia , zoals Jakarta heette in het voormalige Nederlands-Indië
. Hier stonden oorlogsmisdadigers met de aanduiding klasse B en klasse C - terecht en werden 5 Japanse militairen en 4 burgers in 1949 voor verkrachting en andere misdaden veroordeeld.

De ongeveer 530 bladzijden tellende documenten bevatten gegevens van het tribunaal, met inbegrip van aanklachten en uitspraken en ook de resultaten van interviews met de officieren , en een samenvatting gemaakt door het ministerie van Justitie. Dit document werd gebruikt als bron bij het opstellen van de Kono-verklaring.

De originele documenten werden in 1999 verplaatst van het ministerie naar de nationale archieven.Op verzoek van de actiegroep kwam daarover   eind september een officiële verklaring.

Volgens een uitspraak van een bevelvoerende luitenant-generaal van het Japanse leger en bijbehorende documenten , werden de Nederlandse vrouwen vastgehouden in een kamp in de toenmalige provincie Semarang op Java. DCe vrouwen werden op bevel van een Japanse officier naar 4  " troost stations " in de provincie overgebracht om seks te bieden .

De uitspraak van het tribunaal citeert een officier van toen zeggend: " We vroegen het hoofd van de provinciale politie om vrouwen uit het kamp te selecteren voor bordelen, " en:  " De vrouwen werden gebracht door provinciale ambtenaren op verzoek van ( naam van een officier ) . "

" De vrouwen werd niet verteld welk werk ze zouden moeten doen totdat ze aankwamen in de bordelen, "  zei een andere officier in een citaat.

Ook deel van de documenten voRmt een verslag van een interview uit 1966 met de luitenant-generaal in het kantoor van de prefectuur Ishikawa nadat hij terugkeerde naar Japan .

Hij werd geciteerd zoals zeggen: "Enige dwang werd uitgeoefend op een paar mensen bij het verkrijgen van schriftelijke toestemming ( om troostmeisjes te zijn). " De luitenant-generaal weersprak toen ook het oordeel van het tribunaal door te zeggen enkele van de verklaringen van de vrouwen niet waar waren omdat ze probeerden de Japanse militairen neer te halen.




Koreaanse dwangprostitutie ter sprake op vergadering VN

SEOUL, 27-09-2013 - Volgens de Koreaanse
krant de Korea Joongang Daily zal tijdens de algemene vergadering van de VN vandaag in New York het probleem van de dwangprostitutie in de oorlog aan bod komen.

De krant meldt dat de minister van buitenlandse zaken Yun Byung-se houdt onderwerp zal aansnijden. De laatste levende Koreaanse dwangprostituées wensen van Japan erkenning van hun lot en directe excuses.

De algemeen secretaris van de VN, Ban Ki-moon,  is eveneens Zuid-Koreaan. Hij heeft al enkele stekelige opmerkingen uit de Japanse pers ontvangen vanwege zijn vermeende partijdigheid. Tussen Japan en Zuid-Korea speelt ook nog de zaak van het Dokdo-eiland, waar Japan aanspraak op maakt. Korea was van 1910 tot 1945 een kolonie van Japan, dat er streng regeerde en bijvoorbeeld het Koreaans verbood.

Twee voormalige Zuidkoreaanse dwangprostituées  gaan vanaf 29 september op tournee in Japan. Zij willen aandacht vragen voor de manier waarop de Japanse regering omgaat met het probleem. Het zijn Yi Ok-seon, 85, en Kang Il-chul, 86.

Volgens de Koreanen heeft de huidige Japanse regering enkele malen gezinspeeld dat het probleem niet erg was en dat de vroegere excuses teruggetrokken zouden worden. Er zijn nog 56 voormalige Zuidkoreaanse dwangprostituées in leven. Waarschijnlijk zijn er tijdens WO2, die in Japan al in  1935 begon, meer dan 150.000 Koreaanse vrouwen tot prostitutie gedwongen.

Op de wbesite Expatica staat een uitvoerig verhaal over een 14-jarig Koreaans meisje, dat werd gedwongen tot prostitutie. Haar naam was Kim Bok-dong. Zij heeft deze week Frankrijk bezocht om daar haar verhaal te doen.
`


Zuid-Korea wil sexuele slavernij in WO2 bij UN bespreken

 



Foto boven: Op de foto een voormalige Koreaanse sexslavin, Bok Dong Kim, na de onthulling van het monument voor 'troostmeisjes' in Glendale  bij Los Angeles eind juli. - klik op de afbeelding om de video te zien


SEOUL, 22-09-2013 - Zuid-Korea wil komende week de zaak van de Koreaanse  sexuele slavernij ('comfort women') tijdens de oorlog in de Verenigde Naties aan de orde stellen. De VN houdt dan weer een algemene vergadering in New York.

De aanleiding is eeen serie uitlatingen van de Japanse regering over de afgelopen amanden, waarin de zaak van sexuele slavernij van waarschijnlijk 200.000 Aziatische vrouwen, onder hen waarschijnlijk tweederde Koreaans, stelselmatig werd afgezwakt. Er waren ook Chinese, Filippijnse, Nederlandse en Indonesische sexslavinnen.

Dat hebben Zuidkoreaanse ambtenaren tegen het dagblad The Korea Times gezegd. Het is mogelijk dat de Zuidkoreaanse minister van buitenlandse zaken, Yun Byung-se, de zaak in de VN-vergadering aansnijdt.

Zuid-Korea heeft een nieuwe ambassadeur in de VN, Oh Joon (uitspr: O dzjoen). Ook hij heeft al aangekondigd dat hij deze zaak in de VN ter sprake zal brengen, als Japan zijn houding niet wijzigt.

Volgens Oh werkt het niet om te proberen deze zaak bilateraal op te lossen, wat alleen maar meer spanning oplevert, maar  is alleen een internationale aanpak zinvol. dat zei hij in een interview met de Korea Times.

Binnen de VN is deze zaak al eerder aan de orde egweest bij het Committee Against Torture (CAT) en het Committee on Economic, Social and Cultural Rights (CESCR). Deze hebben ofwel resoluties aangenomen of uitspraken gedaan over deze zaak.

De twee instellingen veroordelen sexuale slavernij en hebben Japan opgeroepen deze zaak beter af te handelen. Japan stelt in reacties op deze stellingen volgens The Korea Times dat zij niet bindend zijn.

Foto rechts: Jan Ruff-O'Herne uit Bandoeng, tot prostitutie gedwongen door de japanners en honderden malen verkracht. Zij emigreerde naar AustralIë en hield haar verleden decennialang geheim..

Op 12 september 2013 is op de Engelse Wikipedia een nieuwe biografie van een Nederlandse verschenen, die als sexuele slavin heeft moeten werken. Het is Jan Ruff O'Herne uit Bandoeng, die later met een Australische soldaat Ruff trouwde, die haar in een na-oorlogs kamp bewaakte. Zij sprak in 2007 het Amerikaanse congres toe over Japanse sexuele slavernij

Op 31 juli 2013 is opnieuw een standbeeld opgericht voor de Koreaanse "comfort women". Het staat in Glendale, bij Los Angeles in Califonië en is een kopie van het standbeeld dat bij de Japanse ambassade in Seoul staat. Glendale heeft twee stedenbanden met Zuid-Korea en ruim 5% Koreaanse inwoners. Een betrokken pleitbezorger voor de 'troostmeisjes' is congreslid Michael Honda uit Californië, van Japanse afkomst. Hij bracht zelf zijn eerste levensjaren door in een onwettig Japans concentratiekamp in de VS.

Enkele Japans-Amerikaanse inwoners maakten bezwaar, en stelden dat de vrouwen niet werden gedwongen. Er zijn ook al twee van zulke standbeelden in de staat New Jersey, en volgens de Amerikaanse zender NBC komen er binnen afzienbare tijd in de VS nog twee .





Koreaanse 'troostmeisjes' eisen ontslag burgemeester van Osaka

SEOUL, 25-05-2013 -Twee Koreaanse voormalige 'troostmeisjes' hebben het ontslag van de burgemeester van de Japanse stad Osaka, Toru Hashimoto (FOTO RECHTS) geëist. Hij rechtvaardigde enkele dagen terug de Japanse oorlogspraktijk  waarbij tienduizenden Aziatische en Nederlandse vrouwen als dwangprosituées voor de Japanse troepen weerkten.

Hashimoto, die tevens een landelijke nationalistische partij leidt, wekte vorige week de woede van diverse buurlanden toen hij verklaarde dat het inzetten van zogenaamde 'troostmeisjes' uit vooral Zuid-Korea, China en de Filipijnen en Nederland, in bordelen aan het front tijdens de oorlog als noodzakelijk gold - in Japanse ogen dan - om de militaire discipline te handhaven en de soldaten ontspanning te geven.

De twee Koreaanse voormalige seksslavinnen zouden Hashimoto gisteren ontmoeten, maar zeiden hun afspraak af. Hashimoto verklaarde aan reporters dat hij dat betreurt maar hun standpunt respecteert. Hij zei dat hij zijn sympathie had willen uiten en zich wilde verontschuldigen voor zijn uitlatingen, die volgens hem fout geïnterpreteerd zijn door de media.

Sympathisanten van de twee bejaarde vrouwen, Kim Bok-dong en Kil Won-ok, zeggen dat er niets meer te bespreken valt omdat Hashimoto geen berouw toont over zijn uitspraken. Ze verdenken er hem van dat hij de ontmoeting met de vrouwen, die live op televisie zou komen, wilde gebruiken om de kritiek op zijn persoon te doen verstommen. De vrouwen eisen nu dat de 43-jarige Hashimoto zich verontschuldigt en ontslag neemt als de burgemeester van Japans tweede stad.

Hashimoto ergerde ook de VS toen hij suggereerde dat Amerikaanse troepen in het zuiden van Japan zelf bordelen moesten inrichten om het aantal seksuele misdrijven te beperken Hij beloofde zich te zullen verontschuldigen tegenover het Amerikaanse leger en de VS, maar ontkende dat hij vooroordelen jegens vrouwen koestert. 




Burgemeester Osaka:

Dwangprostituées waren 'nodig' in WO2

SEOEL/PEKING, 15-05-2013 -China en Zuid-Korea zijn geschokt door de uitspraak van de burgemeester van Osaka, de derde stad van Japan, dat Japanse militairen in de oorlog prostituées nodig hadden voor hun discipline.

Burgemeester Toru Hashimoto (foto rechts) zei dat maandag.De Japanse regering distantieerde zich gisteren van deze uitspraken.


Een woordvoerder zei dat het medeleven van de regering uitgaat naar "de mensen die onbeschrijfelijk veel pijn hebben geleden". Japan heeft in 1995 zijn officiële excuses aangeboden voor het oorlogsleed in het algemeen, maar niet specifiek aan de dwangprostituées. Met name die uit Zuid-Korea vechten nog steeds voor een officieel excuus.


Het Japanse leger dwong volgens sommige historici naar schatting 200.000 Aziatische, onder hen ook Indonesische en ook Europese Nederlandse vrouwen, tot prostitutie. De vrouwen werden gevangen gehouden in militaire bordelen. In de Japanse cultuur rust op prostitutie veel minder een morele veroordeling dan in Europa.


„Voor militairen die hun leven waagden was een troostmeisjessysteem noodzakelijk om hen tot rust te laten komen”, zei de jonge, populaire en nationalistische Hashimoto. „Dat is voor iedereen duidelijk.” Volgens de burgemeester bestaat er ook geen bewijs dat het Japanse leger de vrouwen dwong tot prostitutie.


De ministeries van buitenlandse zaken van Zuid-Korea en China gaven een teleurgestelde reactie op deze uitspraken. Volgens Zuid-Korea mist deze hoge Japanse ambtenaar veel historisch besef en respect voor vrouwenrechten heeft.


Een Chinese woordvoerder zei: „De manier waarop Japan met zijn verleden omgaat, bepaalt de manier waarop Japan de toekomst tegemoet treedt.” De Nederlandse en Indonesische meisjes en vrouwen die werden gebruikt als seksslavinnen kwamen uit de voormalig Nederlandse kolonie Nederlands-Indië, nu Indonesië. Het Tokio-tribunaal in Den Haag erkende in 2001 dat vele duizenden vrouwen waren misbruikt.






Japan herziet standpunt troostvrouwen toch weer niet


 TOKYO, 8-05-2013 -Japan zal haar standpunt over de "troostmeisjes" niet herzien. Dat zei kabinetschef Yoshihide Suga dinsdag. De regering verwerpt althans voor nu een verandering eerder gesuggereerd door Shinzo Abe voordat hij premier werd, zo melden Japanse kranten.


Suga's opmerkingen verschenen temidden van kritiek, zowel in Azië en de VS op Tokyo's houding ten opzichte van Japans gedrag in oorlogstijd. De voormalige Amerikaanse ambassadeur in Japan, Thomas Schieffer zei vorige week dat een herziening van Japans erkenning en excuus uit 1993 over de kwestie van seksuele slavernij Japanse belangen in de VS zou schaden, zo meldde het Kyodo News Agency.

Vorige week benoemde de Zuidkoreaanse professor Chung Dae-hwa (foto links), columnist voor de Korea Times, de Japanners vanwege de uitspraak van Abe, tot de 'nazi's van het oosten' 'in zijn column. Professor Chung is tevens vredesactivist en doceerde aan de Universiteit van Busan (Poesan). Hij wijst op het ongehoord wrede element in de Japanse bezetting van Korea: de Koreaanse cultuur werd verboden en sterk onderdrukt, net als de taal en het volk werd veroordeeld tot algemene slavernij in het Japanse leger en Japanse bedrijven.


In de verklaring,afgegeven door kabinetschef Yohei Kono, erkende Japan de verantwoordelijkheid van het leger voor de gedwongen rekrutering van vrouwen tot seksuele slavernij en de excuses die werden aangeboden aan de slachtoffers, onder wie ook Nederlandse en Indonesische vrouwen. Suga zei dat de regering Abe niet  een controverse over de zaak wenst om te zetten in een politieke of diplomatieke kwestie, en "niet heeft gezegd een herziening te overwegen," volgens de media.


Aanleiding voor deze bekendmaking was een interview op 3 mei 2013 waarin premier Abe duidelijk maakte dat het oude excuus gebaseerd was op een definitie van wat een invasie eigenlijk was, waar hij nog eens over moest denken.



Koreaanse 'troostvrouwen' dienen klacht in tegen Japanse rockband

GWANGJU, Korea, 13-03-2013 - Een groep voormalige Zuidkoreaanse ' troostvrouwen', ook wel 'comfort women' heeft een strafklacht ingediend tegen een Japanse rockband.

De rockband heeft een volgens Koreaanse media extreem anti-Koreaanse video gemaakt. Daarin worden ; comfort women'  aangeduid als prostitées en de band vraagt  in de video om de dood van de vrouwen. Twee weken terug werd een cd met de muziek bezorgd in een opvanghuis voor 'comfot wormen' in Gwangju. Acht vrouwen hebben een strafklacht ingediend bij de openbare aanklager. Het is niet bekend gemaakt hoe de band heet of waar de video te zien is.

De Japanse premier Abe heeft vorige week de nieuw verkozen Zuidkoreaanse president Park gebeld om hem te feliciteren. Abe zei dat de twee landen meer moesten samenwerken. De laatste jaren zijn de verhoudingen verstoord door continue incidenten rondom het probleem van de Koreaanse vrouwen die als dwangabeidsters in Japanse bordelen moesten worden, de zg. ' comfort women' . Vorige week hield president Park ook een toespraak ter gelegenheid van de herdenking van de Koreraanse opstand tegen Japanse overheersing in 1919. Volgens het persbureau Yonhap viel het op, dat Park daarin niet refereerde aan ' comfort women' .

Op 26 februari 2013 hield een groep Japanse vrouwen van Koreaanse mannen een demonstratie ten behoeve van Koreaanse ' comfort women' . Zij eisten excuses van Japan voor deze dwangarbeid, zo legde groepsleidster Miyajaki Sayoko uit




Nieuwe troostmeisje-standbeelden gepland in Azië

SEOUL, 23-01-2013 - Zuid-Koreaanse-activisten plannen de onthulling van standbeelden  ter herdenking van seksuele slavernij in oorlogstijd door Japan  in een aantal Aziatische landen, te beginnen met Singapore.

Singapore zou het eerste Aziatische land buiten Zuid-Korea zijn om een dergelijk gedenkteken te hebben, zei de Koreaanse 'Raad voor Vrouwen Aangeworven voor Militaire Seksuele Slavernij'.De zaak van de 'troostmeisjes' is begin dit jaar op scherp gezet na de aankondiging van de rechtse Japanse premier Shinzo Abe dat hij de japanse excuses van de Japanse kabinetschef Yohei Kono van 4 augustus 1993 wil intrekken.

Deze excuses waren echter voor vele betrokkenen nooit voldoende, omdat Japan daarna weigerde schadevergoedingen te betalen. De VS heeft via diplomatieke kanalen Japan deze maand gewaarschuwd voor een dergelijke intrekking, die de spanning tussen met name China en Korea en Japan zouden vergroten.

Deze groep stond achter het bronzen beeld van een jong meisje met een vlinder op haar schouder, dat werd opgericht in 2011 tegenover de Japanse ambassade in Seoul.

Het beeld vertegenwoordigt  de zogenaamde "troostmeisjes" die gedwongen werden om de Japanse bordelen sex te bieden aan soldaten voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog."Een tweede meisjesstandbeeld zal worden opgericht in Singapore, waarschijnlijk in maart, na overleg met de autoriteiten daar," activist Doseul Jeong tegen AFP.

"Het beeld zal worden gebouwd op een plaats die de Japanse troepen gebruikten voor een bordeel ," zei ze, eraan toevoegend dat andere beelden werden gepland in China, Maleisië en Indonesië. In Indonesië werden zowel Europese als Indonesische vrouwen - naar schatting ruim 2.000 - door de japanners tot sexuele slavernij gedwongen.

De groep zei dat zij al gesprekken met Singapore had gevoerd en een delegatie zou spoedig worden toegezonden aan het standbeeldplannen af te ronden.

Historici zeggen dat er ruim 200.000 vrouwen uit Korea, China, de Filippijnen, Indonesië  en andere landen werden gedwongen om te werken in Japanse legerbordelen in Azië.De "troostmeisjes"-kwestie blijft een twistappel tussen Seoel en Tokio, met Zuid-Korea aan te dringen dat Japan niet heeft voldaan aan een goede herstelbetalingen te maken.

Japan, dat Korea regeerde 1910 tot 45, zegt dat alle claims voor koloniale lijden afgewikkeld in 1965 compensatie overeenkomst met Seoul.






Nederland bekritiseert Japan in VN-raad wegens troostmeisjes



NEW YORK, 5-11-2012 - Nederland heeft tijdens de VN-Mensenrechtenraad stevige kritiek op Japan geuit. Reden is de manier waarop Japan omgaat met het troostmeisjes, de dwangprostitutie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Deze kritiek raakt ook oppositieleider en voormalig premier Shinzo Abe. Hij riep in september op een eerder excuus van de Japanse regering over de troostmeisjes van tafel te vegen. In Indonesië zijn enkele honderden vrouwen gedwongen tot prostitutie in Japanse legerbordelen.

Tijdens een vierjaarlijkse beoordeling van de mensenrechten in Japan had Nederland vooral kritiek op het Japanse geschiedenisonderwijs. De Nederlandse regering fundeert deze kritiek met een rapport van het Women's Active Museum on War and Peace, een Tokiose organisatie die zich inzet voor troostmeisjes.


Deze organisatie schrijft dat alle verwijzingen naar de Japanse dwangprostitutie tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn verwijderd uit de nieuwste geschiedenisboekjes, die door de Japanse autoriteiten goedgekeurd zijn .

In vrijwel alle Oost-Aziatische landen die Japan bezet hield tijdens de Tweede Wereldoorlog, werden lokale vrouwen verkracht door Japanse soldaten.  Organisaties voor hulp aan troostmeisjes uit Nederland, China en Zuid-Korea klagen geregeld over gebrek aan erkenning en compensatie door Japan.

De Nederlandse vertegenwoordiger bij de VN-Mensenrechtenraad is bezorgd dat Japanse scholieren te weinig leren over "de verschrikkingen die gepleegd zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog". Een medewerker van de Nederlandse ambassade in Tokio zei gisteren volgens het dagblad Trouw dat de kritiek van Nederland ook voortkomt uit "de steeds terugkerende ontkenning van prominente Japanse politici dat het seksslavensysteem zou hebben bestaan". Ook deze emdewerker doelt op oud-premier Shinzo Abe, die sinds kort weer de belangrijkste oppositiepartij LDP leidt. Er bestaat een goede kans dat Abe binnenkort weer premier wordt in een rechts kabinet.

Japan wijst er meestal op bij internationale kritiek dat schade en compensatie voor oorlogsslachtoffers zijn geregeld in het verdrag van San Francisco (1951), en deed dat ook deze keer.




  K O R T      N I E U W S   
   vrijdag  2  november 2012  -  6  berichten  


  • Prostitutie
    De Candese documentairemaakster Tiffany Hsiung uit Toronto (foto links) heeft een film gemaakt over de overlevenden van dwangprostitutie tijdens de Japanse veroveringen vanaf 1932. Volgens haar gegevens hebben 100.000 Chinese vrouwen zich moeten onderwerpen aan deze vorm van slavernij.

    De titel van de film is "Within Every Woman" en de film is voltooid in 2011. Financiering geschiedde via het internet. In 2012 in Tiffany begonnen met een oproep om het onderwerp in de VN-vergadering van november te laten bespreken.

Op 27 september 2012 wees de Koreaanse minister van buitenlandse zaken Kim Sung-hwan na zijn toespraak in de VN ook nog op de onopgeloste problemen in de relatie met Japan vanwege de Koreaanse slachtoffers van de dwangprosititutie. Hij wees er ook op dat Japan nog altijd zijn oorlogsverleden otnkent en zijn bevolking op dat punt goed niet  informeert.

Er liep in juli een Koreaanse fototentoonstelling over dwangprostitutie in Tokyo, maar dat ging niet zonder moeijkheden. De fotogrraaf Ahn Se-hong moest sponsor Nikon voor het gerecht dagen om het bedrijf te houden aan zijn eerdere beloften. Er kwamen regelmatig nationalisten protesteren of de orde verstoren.De Zuid-Koreaanse president Lee heeft verder de Japanse keizer Akihito uitgenodigd om Zuid-Korea te bezoeken om de problemen over de koloniale tijd, 1910-1945, te helpen op te lossen.




Chinese kleinzoon van 'troostmeisje' gooit bommen naar Japanse

ambassade in Korea

 


SEOUL, 8-12-2012 - Een Chinese man heeft vandaag brandbommen naar de Japanse ambassade in Seoul gegooid. Hij deed dat omdat volgens de politie zijn oma in de oorlog door de Japanners tot prostitutie gedwongen werd.

 

Japan heeft daarvoor nooit excuses aan Chinezen, Koreanen of Nederlanders of andere landen gemaakt. Korea overweegt nu een klacht bij het Internationaal Gerechtshof.

 

De zaak komt de laatste maand vrijwel om de dag in de Koreaanse pers. Bijzonder eraan is, dat het vrijwel het enige politieke punt is waarop de Noord-Koreanen het geheel eens lijken te zijn met hun zuiderburen.

 

De bommengooier is de 36-jarige Loe-ie, die op een toeristenvisum Korea is binnengekomen. Hij gooide zijn bommen, Molotovcocktails, om 8:18 naar de ambassade, aldus de politie volgens een verslag van het dagblad The Korea Times.

 

Zuid-Korea heeft een speciaal, werkgroep opgericht om de zaak van de dwangprostitutue met japan op te lossen. Voorzitter is een ambassadeur, Choi-Sukk-inn en de werkgroep maakt deel uit van het ministerie van buitenlandse zaken en handel. "Ons uiteindelijk doel is Japan laten toegeven dat het land wettelijk aansprakelijk is voor deze wandaden uit de oorlog en dat het land slachtoffers schadeloos moet stellen," zei hij tegen The Korea Times. "We zullen nooit akkord gaan met enig Japans voorstel om dit probleem op te lossen tenzij het land een formele verontschuildigingën en compensatie aanbiedt."

 

Bij de ambassade is al sinds 1992 een demonstratie van 'troostmeisjes' en hun aanhang gaande. Wekelijks komen er enkele 'troostmeisjes' en hun aanhang, in december 2011 al voor de 1000ste maal. Enkele weken terug hebben zij een bronzen beeldje geplaatst van een treurig Koreaans meisje.

 

Volgens historici zijn er zeker 10.000en, en wellicht meer dan 200.000 vrouwen door het Japanse leger misbruikt. In alle landen die de Japanners bezet hadden, China, Korea, Vietnam, Maleisië, Thailand, Birma, de Filippijnen, Indonesië - in totaal 23 landen en gebieden - heeft het Japanse leger naar alle waarschijnlijkheid dwangprostituëes geworven. De Duitsers hebben tijdens hun bezetting in West-Europa nauwelijks dwangprostitutie ingevoerd, echter wel in de concentratiekampen en in Oost-Europa.

 

De premier van Zuid-Korea heeft een maand geleden bij een officieel bezoek aan Japan de zaak van de prostituées aangesneden, wat tot een politieke probleem leidde. Japan staat op het formele standpunt dat er jaren terug al een verdrag is gesloten dat dit regelt, en ook herstelbetalingen. In 2001 werd in het Japanse parlement een wet voor de gedwongen prostituées geïntroduceerd, maar 8 maal afgewezen. Dat heeft een voormalig Japanse parlementslid, Haruko Yoshikawa, een lid van de communistische partij van Japan, volgens The Korea Times gezegd.

 

 TERUG NAAR HOMEPAGE>>>


 

 

Troostmeisjes oorzaak verkoeling tussen Japan en Korea


 

UPDATE 22-12-2011: MOTIE 2DE KAMER OVER TROOSTMEISJES 

 

KYOTO, 20-12-2011 - Korea wil topoverleg met Japan over de zogenaamde troostmeisjes, die vrouwen die tijdens de oolrog werden gedwongen in legerbordelen te werken. Maar Japan wil dat niet. Daarmee ligt de verhouding tussen de twee landen op een dood punt.


Ruim 70 jaar zijn officiële Japanse excuses en smartegeld voor Zuid-Koreaanse 'troostmeisjes' uit WO2 uitgebleven.

 

De zaak is dit jaar versterkt een probleem geworden in de betrekkingen tussen Japan en Korea. Dat zei de Zuid-Koreaanse president Lee Myung-bak tijdens zijn bezoek aan de Japanse premier Noda.

 

Foto rechts: een troostmeisje met een foto waar zij zwanger op staat tijdens de oorlog.


'Troostmeisjes' is de term voor de vrouwen die gedwongen als prostituée moesten wertken die in Japanse legerbordelen tijdens de bezetting van grote delen van Azië.

Japan houdt vol dat de kwestie in 1965, toen de betrekkingen tussen Seoul en Tokyo werden hersteld, is afgesloten door een verdrag dat de zaak regelt.

Pijnlijk voor de Koreanen is, dat Japan eerder deze maand wel zijn officiële excuses voor wangedrag in de oorlog heeft aangeboden aan zowel Canada voor de mishandeling van Canadese militairen bij de inname van Hong Kong van 8 tot 12 december 2011. Ook aan Nieuw-Zeeland en Australië bood de Japanse regering excuses aan wegensoorlogsmisdaden. 


De zaak trekt de aandacht in heel Oost-Azié, omdat vrouwen uit vrijwel alle bezette landen gedwongen werden in Japanse legerbordelen te werken. daaronder ook Chinese. Het Chinese staatspersbueau Xinhua publiceerde ook in het Chniees en Engels over het onderwerp.

 

Foto rechts: de foto die de dame vand e bovenste foto in haar handen houdt.


Volgens de New York Times werkten tot 200.000 Koreaanse en andere vrouwen uit Azië vrouwen in de frontbordelen. Korea was een Japanse kolonie van 1910 tot 1945.

De troostmeisjes kwamen ook voor in Nederlands-Indië tijdens de Japanse bezetting. Ook zij hebben geen vergoeding of excuses ontvangen.

 

De verantwoordelijkheid voor hun lot berustte destijds bij de Nederlandse staat. Door de oprichting van de Indonesische staat heeft de Nederlandse regering geen verdere inspanning gedaan voor de Indonesische slachtoffers, en slechts weinig voor de van oorsprong Nederlandse.


Spijt

Diverse Japanse bestuurders en ambtenaren hebben, soms openlijk, hun spijt betuigd voor het leed dat de vrouwen is aangedaan. Ook hebben diverse japanse instellingen, maar niet de staat, verghoedingen aangeboden. Deze werden echter vaak afgewezen. De vrouwen eisen officiële excusus van de Japanse regering plus een officiële financiële schadevergoeding en de berechting van de daders.


Bovendien neemt volgens The Korea Times het aantal nog levende vrouwen snel af. Volgesn de berichten zijn er nu nog 63 van de vrouwen in leven. Dit jaar overleden er al 13.

Volgens historici werden tot 200.000 merendeels Koreaanse en Chinese meisjes en vrouwen door de Japanse bezetters gedwongen om in legerbordelen Japanse te werken..

 

Foto links: troostmeisjes in het Japanse leger.

 

In Japan leven 600.000 mensen van Koreaanse afstamming, de meesten zijn daar beland als gevolg van de dwangarbeid van hun ouders of grootouders.


Premier Lee heeft verklaard dat hij het probleem graag wil oplossen, omdat de samenwerking met Japan voor zijn land belangrijk is.

 

In augustus heeft het Koreaanse hooggerechtshof een uitspraak gedaan, waarin het hof stelt dat het ongrondwettig voor de regering is om geen nadrukkelijke pogingen te doen deze zaak met de Japanners te regelen.


De Japanse regering heeft geprotesteerd tegen het plaatsen van een 'Vredesmonument', het sstandbeeld voor de troostmeisjes.

 

Dit beeld, een bronzen meisje in traditionele dracht met een trieste, neergeslagen blik, staat recht tegenover de Japanse ambassade in Seoul. het werd enkele dagen voor de reis van premier Lee onthuld.

 

 

Harde lijn  

 

Volgens een bericht in de Japanse krant de Yomiuri Shimbun zullen de vrowuen elke keer dat één van hen sterft, een nieuw standbeeld oprichten voor de Japanse ambassade in Korea.

 

De Yomiuri Shimbun wijst toegeeflijkheid van de Japanse regering bij voorbaat af, en bovendien ook verdere vergoedingen, omdat het verdrag uit 1965 in die visie alles al geregeld heeft.

 

De Koreaanse regering heeft de Japanse klacht afgewezen, zeggend dat er voor het plaatsen van een standbeeld geen toestemming van de regering nodig is,


In 1995 bood Japan aan om een fonds op te richten van $ 1 miljard voor de slachtoffers. De vrouwen die zich als slachtoffer bekend hadden gemaakt, wezen dit echter af, omdat het geld niet van de regering afkomstig was.


Er zijn in de hoofdstad Seoul en andere Koreaanse plaatsen wekelijks demonstraties van een aantal slachtoffers, net als de moeders van de Plaza de Mayo. De Koreaanse demonstraties vinden plaats sinds januari 1992 en hebben de 1000ste keer bereikt. Daar waren 5 slachtoffers bij en ongeveer 500 medestanders. Bij dit protest droegen zij borden met de tekst 'Compenseer' en 'Geef de misdaad toe'. De leidster van hun organisatie is Yoon Mee-Hyang.

 

Behalve de troostmeisjes deelt Korea met Nederland ook de Japanse onderdrukking en contacten met Nederlanders uit de 17de eeuw, toen Hendrik Hamel er belandde en als eerste ter wereld in 1665 een boek over het land schreef.

 

 



Motie van Tweede Kamer

over excuses aan en schadevergoeding voor

Nederlandse troostmeisjes 

Bijgewerkt: 22-12-2011

31 200 V
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2008

nr. 32
MOTIE VAN HET LID VAN BAALEN C.S.

Voorgesteld 8 november 2007

 

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat Japan een strategische partner in Azië is, waarmee Nederland al 400 jaar betrekkingen onderhoudt, waarvan 150 jaar diplomatieke in 2008, en waarmee ons land een gemeenschappelijke toekomst gestalte wil geven;

 

van mening, dat Japan zonder enige terughoudendheid in het openbaar haar volle verantwoordelijkheid moet nemen voor het systeem van gedwongen prostitutie, zoals dat in de jaren voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gehanteerd, en voor het leed dat daarbij aan de zogenoemde troostmeisjes is aangedaan en waarover geen twijfel kan en mag worden opgeworpen;

 

constaterende, dat de Japanse regering door middel van de zogenaamde Kono-verklaring uit 1993 weliswaar het lot van de troostmeisjes heeft erkend, haar spijt tegenover de slachtoffers heeft betuigd en met deze verklaring die verantwoordelijkheid heeft aanvaard,

 

maar evenzeer constaterende dat de Japanse regering en Japanse parlementariërs bij verschillende gelegenheden daarvan afstand hebben genomen, zoals blijkt uit de later herroepen uitspraken van de toenmalige premier Shinzo Abe in maart jongstleden en de advertentie van leden van het Japanse Lagerhuis in de Washington Post eerder dit jaar over hetzelfde onderwerp;

 

kennisnemende van de brief die de voorzitter van het Japanse Lagerhuis op 7 november jongstleden in antwoord op het schrijven van de Voorzitter van de Kamer van 26 juni jongstleden over de advertentie in de Washington Post heeft geschreven en waarin hij afstand neemt van de genoemde advertentie;

 

overwegende, dat bepaald lesmateriaal op Japanse scholen onvoldoende recht doet aan de erkenning van de Japanse oorlogsmisdaden, waaronder de behandeling van de troostmeisjes;

 

overwegende, dat Japan via het Asian Women’s Fund aan de voormalige troostmeisjes vormen van compensatie heeft geboden, deels gefinancierd vanuit publieke middelen, maar dat deze compensatie door een particuliere organisatie werd verleend;

 

verzoekt de regering aan de regering van Japan met klem te vragen, af te zien van enige verklaring die afbreuk doet aan de spijtbetuiging van 1993 en de volle verantwoordelijkheid te nemen voor de betrokkenheid van het Japanse leger bij het systeem van gedwongen prostitutie;

 

verzoekt de regering aan de regering van Japan met klem te vragen een aanvullend gebaar te maken door de thans nog levende troostmeisjes een vorm van directe morele respectievelijk financiële compensatie voor het aangedane leed aan te bieden;

 

verzoekt de regering aan de regering van Japan met klem te vragen te bevorderen dat al het lesmateriaal op de Japanse scholen een waarheidsgetrouw beeld geeft van de Japanse rol in de Tweede Wereldoorlog, waaronder het lot van de troostmeisjes,

en gaat over tot de orde van de dag.

 

Van Baalen

Van Gennip

Van Dam

Van Bommel

Wilders

Peters

Voordewind

Pechtold

Van der Staaij

Thieme

Verdonk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

I  N  D  E  X

 

Scroll naar beneden om de artikelen te lezen

 




13-03-2013

Koreaanse 'troostvrouwen' dienen klacht in tegen Japanse rockband


29-12-2012

ACHTERGROND

NYT: Japan Admits Army Forced Women Into War Brothels
August 5, 1993


05-11-2012

Nederland bekritiseert Japan in VN-Mensenrechtenraad wegens troostmeisjes


02-11-2012

Kort nieuws


08-01-2012

Chinese kleinzoon van 'troostmeisje' gooit bommen naar Japanse ambassade in Korea


22-12-2011

Troostmeisjes oorzaak verkoeling tussen Japan en Korea

 

22-12-2011

Motie van Tweede Kamer

over excuses aan en schadevergoeding voor Nederlandse troostmeisjes