Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
Achtergronden 2014
Achtergronden 2013
Achtergronden 2012
Achtergronden 2011
Aanslagen op Hitler
10 vragen over de oorlog
Boekenlijst WO2
Boere: Aken-blog
Churchill
Curaçaose stakers 1942
D-day 2014
Dossier Vorden 2013
Dossier Wulff en Gauck
Gauck niet-Faber wel
Euthanasie
Februaristaking
Gauck PERS
Geschiedvervalsing
Grijs verleden
Herzberg-lezing
Hilversum oorlog
Koninkrijk - De Jong
Market Garden 2014
Mein Kampf h1
Mein Kampf h2
Mgr Lampert: onthoofd
Rode Kruis
Roofkunst
Roofkunst links
Troostmeisjes
Verliezen WO2 per land
WO1 - De machine
Colofon
70 jaar bevrijding
Onderduyik
Churchill pers
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS

 

 

 

D O S S I E R

 

 R  O  O  F  K  U  N  S  T

 






 

V O O R    L I N K S     O  V  E  R    R O O F K U N S T :   K L I K   H I E R 



I n t r o d u c t i e



De nazi's bezaten vooropgezette plannen om kunst uit geheel bezet Europa te roven en voor zowel privégenot als voor publieke collecties in Duitsland te gebruiken. De Duitse term is 'Beutekunst', als het om militaire buit gaat, en 'Raubkunst' als er geheel geen excuus meer te bedenken viel. Vrijwel alle hoge nazi's - Hitler met zijn schildersneigingen voorop - bezondigden zich aan deze activiteiten. Met name Goering was berucht - hij 'verwierf' ook veel kunst in Amsterdam.

 

Er bestaat een waargebeurde anecdote dat Goering door de Nederlandse schilder Han van Meegeren is bedrogen: deze leverde hem zogenaamd 'onbekende' Vermeers - die hij zelf had gemaakt. Hij is de enige uit de gehele Tweede Wereldoorlog die een zo hoge nazi heeft kunnen bedriegen, en het overleefde.

Afbeelding rechts: "Madame Soler" (rechts)  van Pablo Picasso.

De Amerikanen zetten bij hun herovering van Duitsland een speciale legereenheid in, bekend als de Monuments Men, die de roofkunst bijeen trachtte te brengen en beheerde, om deze naar de landen van oorsprong terug te brengen. Die bezigheden zijn tot op heden niet voltooid. Op onverklaarbare wijze zijn een flink aantal werken in musea en collecties in de VS terechtgekomen.

 

Nederlanders speelden door hun grote activiteiten in de internationale kunsthandel, steeds een grote rol in deze zaken. Bekende namen zijn:

  • Gutmann - een collectie waarvan ongeveer 4000 werken tientallen jaren lang door de Nederlandse staat werden vastgehouden
  • Koenigs 
  • Goudstikker.

In alle drie de gevallen procederen nazaten vaak nu nog om werken terug te krijgen. Dat lukt geleidelijk aan met meer succes, al moeten er vaak wel enorme rechtszaken voor gevoerd worden.

 

Een doorbraak was de totstandkoming van het Art Loss Register, dat tracht alle ontvreemde kunst te documenteren. Wellicht nog belangrijker was een verdrag tussen 44 staten, de Washington Conference Principles on Nazi-Confiscated Art, opgesteld in december 1999. De oprichting van de Commission for Looted Art in Europe. Er zijn nog andere organisaties bezig met de roofkunst. 

 

In de meeste westerse landen zijn sinds enkele tientallen jaren overheidsdcommissies ingesteld, die de musea en regeringen adviseren over teruggave van werken. In  Nederland is dat de zg. 'Restitutiecommissie' in Den Haag, ook wel bekend als de roofkunstcommissie.

 

Nederland

Siebe Weide, directeur van de Nederlandse Museumvereniging, kondigde in januari 2009 aan dat alle 400 Nederlandse musea mee zullen werken aan een groot onderzoek naar hun kunstaankopen sinds 1933, dus vanaf de vervolging van Joden in nazi-Duitsland.

 

Dat initiatief wil achterhalen welke kunst ooit eigendom was van Joodse Nederlanders en onder de noemer roofkunst valt. Dit project loopt 4 jaar. De kunstroof in Nederland voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was veel omvangrijker dan in andere landen, omdat volgens de Belgische expert Jacques Lust Nederlandse Joodse antiquairs en verzamelaars relatief veel kunstschatten in bezaten.


De Nederlands Kunstbezit-collectie oftewel NK-collectie neemt een aparte plaats in dit verhaal in. Deze collectie telt zo'n 4000 werken: 1600 schilderijen, tekeningen, prenten, keramiek, zilver, meubels, tapijten en andere bijzondere voorwerpen. Deze collectie bleef over nadat de meeste  eigenaren na de oorlog hun bezit weer hadden teruggekregen en wordt beheerd door de Nederlandse staat.

 

Van de overgebleven kunstwerken kon de overheid geen eigenaar vinden of ging het om vrijwillige verkoop. Een gedeelte van die objecten werd geveild. Een ander deel kwam onder beheer van de staat en vormt de huidige NK-collectie. Nog altijd komen er claims tevoorschijn - de NK-collectie is geen goud in de bank.


 


 

 V E R V O L G   V A N    V O O R P A G I N A

 


Koning geeft roofkunstwerk terug


DEN


DEN HAAG, 31-03-2015 - Koning Willem-Alexander retourneert een geroofd schilderij uit de collectie van zijn familie aan de erfgenamen van een Joodse verzamelaar. Het is het schilderij 'Het Haagse Bos met gezicht op Paleis Huis ten Bosch' van de 17de eeuwse kunstenaar Joris van der Haagen.


Volgens een officiële onderzoekscommissie is dit waarschijnlijk het enige geval van roofkunst in de Oranje-collectie. De commissie Herkomstonderzoek Koninklijke Verzamelingen stelde vast dat in 1942 de Joodse verzamelaar het schilderij moest afstaan aan de roofbank voolr Joods bezit Lippmann, Rosenthal en Co in Amsterdam. Daarom geldt het als roofkunst.
Volgens de commissie belandde het schilderij in 1960 "na een aantal omzwervingen" terecht bij een Nederlandse kunsthandel. Daar kocht koningin Juliana het, zonder te weten van de herkomst, schrijft de commissie.


Tijdens de oorlog roofden de nazi’s duizenden kunstwerken, ook van Nederlandse Joden. Nog steeds zijn niet alle stukken terug bij de erfgenamen. De commissie herkomstonderzoek Koninklijke Verzamelingen onder leiding van kunsthistoricus Rudi Ekkart evalueerde sinds begin vorig jaar op verzoek van de koning of in de collectie van de koninklijke familie roofkunst zit.


De commissie onderzocht 1300 werken die na maart 1933, toen de nazi’s in Duitsland geheel legaal aan de macht kwamen, door koninklijke familie we3rden verworven. Behalve bij het werk 'Het Haagse Bos met gezicht op Paleis Huis ten Bosch' bestonden er bij nog één schilderij aanwijzingen voor een verdachte herkomst. Dat betreft het schilderij 'Landschap met de Heilige Hubertus' van Paul Bril.


Vorige maand publiceerde onderzoeksjournalist Cees van Hoore dat Juliana dit schilderij in 1948 had gekocht van de Stichting Nederlands Kunstbezit, die zich bezighield met de opsporing van geroofde kunstwerken.


Het schilderij kwam uit het bezit van de Oostenrijkse nazi Hans Fischböck, een beruchte kunstrover, die in Nederland had geopereerd. Fischböck had het gekocht van de roofinstantie Dienststelle Mühllmann, die het weer bij een Amsterdamse kunsthandel had gekocht. Voor de oorlog was het eigendom van de Joodse kunstenaar Jos Gosschalk.


Volgens de onderzoekscommissie heeft Gosschalk het schilderij eind 1939 of begin 1940, dus nog voor de bezetting, verkocht. Daarom concludeert de commissie dat niet gebleken is dat bij dit schilderij sprake is geweest van roof , dwang of andere verdachte omstandigheden. De RVD maakt niet bekend aan wie de koning het schilderij Het Haagse Bos met gezicht op Paleis Huis ten Bosch teruggeeft.  







Commissie wijst teruggave werk van Salomon Koninck af



NK 2694: Oude man met baard van S.Koninck (foto: RCE)

DEN HAAG - De Restitutiecommissie heeft de minister van OCW geadviseerd een claim op een schilderij van Salomon Koninck uit de Rijkscollectie af te wijzen. Het advies is overgenomen door de minister.

Het advies betreft het schilderij Oude man met baard van de kunstenaar Salomon Koninck (1609-1656), dat deel uitmaakt van de Nederlands Kunstbezit-collectie en dat zich bevindt in het depot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Het schilderij is in het begin van de Tweede Wereldoorlog door de kunsthandel Firma D. Katz te Dieren verkocht aan de Duitser Alois Miedl, die kort daarvoor de Amsterdamse kunsthandel J. Goudstikker N.V. had overgenomen.

Het schilderij is vervolgens doorverkocht aan een kunstinkoper voor Adolf Hitlers zogenoemde Führermuseum.

In een tentoonstellingscatalogus van Katz uit 1939 werd bij het schilderij van Salomon Koninck als vroegere collectie onder meer ‘Stettiner, Parijs’ genoemd, waarmee volgens verzoekers de joodse familie Stettiner en/of kunsthandel Stettiner et Cie. te Parijs werd bedoeld.

Bij onderzoek van de Restitutiecommissie is geen informatie gevonden over het moment waarop het schilderij uit het bezit van ‘Stettiner, Parijs’ is geraakt.

De Restitutiecommissie concludeert dat het eigendomsrecht van de familie Stettiner en/of kunsthandel Stettiner et Cie. te Parijs gedurende de voor het restitutieverzoek relevante periode niet in hoge mate aannemelijk is en adviseerde de minister van OCW daarom om de claim van verzoekers op het kunstwerk af te wijzen.

Stedelijk Museum

Het Stedelijk in Amsterdam lichtte 3.846 werken door. Bij een paar honderd heeft het museum twijfels. De 16 werken waarvan een oorlogsverleden wordt vermoed, staan op de website Musealeverwervingen.nl. Over drie van de zestien is inmiddels overleg met rechthebbenden over mogelijke restitutie:


1. Schilderij met huizen van Wassily Kandinsky werd in oktober 1940 in Amsterdam geveild uit het bezit van een Joodse eigenaresse. Waarschijnlijk ggeen vrijwillige verkoop. Er ligt nu een restitutieverzoek bij de Restitutiecommissie.

2. Odalisk van Henri Matisse was in mei 1940 door de Joodse textielhandelaar Albert Stern tegelijk met een Van Gogh en een Munch bij het Stedelijk in bewaring gegeven. Stern stierf in januari 1945 in een Beiers kamp. In 1941 kocht het museum Odalisk voor 5.000 gulden van iemand die zorgde voor de twee kleinkinderen van Albert Stern. Op een veiling zou Odalisk minstens 10 miljoen euro kunnen opbrengen. Voor eventuele teruggave is contact gelegd met Sterns nabestaanden.

3. De arbeid in de kaarsenfabriek te Gouda van Jan Toorop. Zes tekeningen, uit een serie van 12, werden in oktober 1940 aangekocht op een veiling in Amsterdam. Ze kwamen uit de collectie van de Joodse kunsthandelaar Goudstikker. De andere zes kocht het Gemeentemuseum Den Haag. Met de ergenamen van Goudstikker is contact over alle twaalf.

In februari opende de expositie ‘Het Stedelijk in de oorlog’ waar het onderzoek wordt toegelicht en de zestien dubieus verkregen objecten worden getoond.



Sinds januari 2002 heeft de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog 132 adviezen uitgebracht en werden 153 claims aan haar voorgelegd. De commissie staat sinds 1 januari 2009 onder voorzitterschap van Willibrord Davids. Zie http://www.restitutiecommissie.nl/adviezen/advies_rc_1139.htmlvoor het advies over de restitutiezaak Stettiner (RC 1.139).







Duitsland geeft  Matisse van Gurlitt terug



BERLIJN, 26-03-2015 - Duitsland heeft een overeenkomst getekend voor de teruggave van een Matisse, geroofd door de nazi's, aan de familie van de oorspronkelijke joodse eigenaar..


Femme Assise (Zittende vrouw, foto links) werd in beslag genomen in het de Munchener appartement van Cornelius Gurlitt, de zoon van Adolf Hitlers kunsthandelaar.


Experts zeggen dat het schilderij, een geschatte 20 miljoen dollar waard (13,4 miljoen pond; € 18,3 m), werd gestolen uit kunsthandelaar Paul Rosenberg.


Een overheidscommissie oordeelde vorig jaar dat het werk rechtmatig toebehoorde aan zijn erfgenamen.Duitse minister van Cultuur Monika Gruetters heeft een overeenkomst voor teruggave ondertekend.


De deal moet nu worden goedgekeurd door een rechtbank die Gurlitt's erffenis beheert.

Juridische geschillen

De Beierse autoriteiten namenl 1.280 kunstwerken uit Gurlitt's Munichse flat in beslag, als onderdeel van een onderzoek naar belastingontduiking in februari 2012.


De vondst was het gevolg van juridische geschillen rond door de nazi's geroofde werken in de jaren 1930 en '40.


Gurlitt overleed in mei vorig jaar op 81 jarige l;eeftijd, Het Berner museum in Zwitserland werd zijn "enige erfgenaam" .Het museum heeft afgesproken om de autoriteiten te helpen te ontdekken die waren werken gestolen.


Het Zwitserse museum heeft in november ingestemd honderden kunstwerken uit de collectie te nemen tot hun rechtmatige eigenaren konden worden geïdentificeerd.


Maar Duitse ambtenaren hebben gezegd dat drie kunstwerken - waaronder Femme Assise van Henri Matisse - onmiddellijk zouden worden teruggegeven, vanwege hun grote waarde en grote bekendheid.


Een soortgelijke overeenkomst werd vorige week ondertekend voor de terugkeer van een schilderij van Max Liebermann, Zwei Reiter am Strand







Juliana kocht roofkunst-schilderij



HAARLEM, 20-02-2015 -
Prinses Juliana heeft in 1948, het jaar van het inhuldiging,  een roofkusnt-schilderij gekocht. Dat kwam uit de boedel van een nazi van wie bekend was dat hij handelde in onteigende joodse bezittingen.

Het gaat om een werk van de Vlaamse schilder Paul Bril (1554-1626) dat oorspronkelijk toebehoorde aan de Joodse Jos H. Gosschalk en dat Juliana aankocht via de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK).

Het schilderijstelt voor  'H. Hubertus in een landschap' en stamt volgens de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) uit de boedel van de Joodse kunsthandelaar Gottschalk. De SNK was belast met terugvinden en terugkrijgen van geroofde kunstwerken, Maar in die naam heeft de SNK  een fout gemaakt.


Dat heeft onderzoeksjournalist Cees van Hoore ontdekt en gepubliceerd in o.m. het Noord-Hollands Dagblad. Juliana, die het werk al sinds 1946 als bruikleen in haar paleis had hangen, kocht het voor  4000 gulden.

Foto rechts: een document dat Van Hoore heeft opgespoord uit de correspondentie over de aankoop van het schilderij, waarin steeds de naam van de eigenaar foutief als 'Gottschalk' wordt vermeld, in plaats van als 'Gosschalk'.

Omgerekend naar euro's en met uitwerking van de inflatie zou dat nu ongeveer € 20.000 zijn. Dat geeft echter niet de prijsontwikkeling van de kunstmarkt weer, die veel sneller is gegaan.

,,Hier zit een luchtje aan", zegt oud-directeur Ronny Naftaniel van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël in een reactie. ,,Ik vind het bijna onvoorstelbaar dat Juliana dat schilderij zelf heeft gewild!". Naftaniël stelde vorig jaar al, dat de colelctie van het paleis op de Dam ook wel roofkunst kan bevatten.


Oud-onderzoeker Gerard Aalders van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) acht de aankoop van het schilderij in in het N-H Dagblad 'niet fris'.


,,Het aanbod van de SNK om het schilderij aan Juliana te verkopen valt idioot vroeg, al in 1947, in een tijd dat het onderzoek naar de eigenaren van geroofd bezit nog niet was afgerond." Aalders heeft het idee dat de SNK de prinses een pleziertje heeft willen doen.


De Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) heeft steken laten vallen in het onderzoek naar de oorspronkelijke Joodse eigenaar van het schilderij, zo meldt Cees van Hoore in zijn publicatie.. De verwarring rond de naam speelde een grote rol.


De betrokken  landelijke inspecteur van de SNK, mr L.J.F. Wijsenbeek,, ging bij zijn onderzoek naar de Joodse eigenaar steeds uit van de naam Gotschalk en Gottschalk. Onder die namen ontdekte hij de eigenaar echter niet.


Foto links: Wijsenbeek, inspecteur van de SNK.


Hij heeft kennelijk niet gezien dat er op het aangifteformulier een andere naam stond:  'verzameling Gosschalk, Den Haag'. Dan had hij Jos H. Gosschalk, die als overlevende uit concentratiekamp Theresiënstadt terugkeerde, kunnen bereiken om te horen dat het schilderij uit zijn collectie kwam.


Op 4 februari 1948 berichtte kunsthandelaar Mr. M.J. Schretlen aan de SNK dat hij het schilderij van Bril ´eind 1939, begin 1940' had gekocht. Hij liet weten dat daar geen enkele dwang aan te pas was gekomen, maar vermeldde niet van wié hij had gekocht.


De SNK informeerde daar evenmin naar. En dat vindt Van Hoore vreemd, want op 13 april 1948 bericht Wijsenbeek intendant van het Paleis Soestdijk, dat het onderzoek naar de eigenaar is mislukt en dat Juliana het schilderij kan kopen.


Van Hoore vraagt zich af waarom Wijsenbeek niet doorvroeg bij Schretlen? Deze had blijkens Van Hoore tijdens de oorlog contact met Walter Andreas Hofer, de kunstinkoper van Hermann Göring, aan wie hij enkele romantische schilderijen verkocht.


Foto links: De SS-0er Fischböck.


Schretlen verkocht het schilderij van Bril in augustus 1940 door aan kunsthandel P. de Boer in Amsterdam, en die weer aan de beruchte nazi Fischböck. Daarmee valt het schilderij onder de noemer roofkunst. Wat was echter de waarde van dit werk?


De toestand van het schilderij is doorslaggevend. ter vergelijking, zo mneldt Van Hoore, kocht het Mauritshuis in 2013 Brils schilderij 'Hiëronymus in een landschap' voor 870.000 euro. Zo te zien zijn de 4.000 gulden die Juliana en Bernhard  voor hun Bril hebben betaald een niet onverstandige investering geweest, vbindt Van Hoore..



De Rijksvoorlichtingsdienst laat in een reactie aan de NRC weten dat het werk van Bril voorwerp is van een onderzoek. dat de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje begin 2014 stratte naar de herkomst van werken in de Koninklijke collectie.


Dit voorjaar zullen de uitkomsten gepubliceerd worden door een commissie onder leiding van Rudi Ekkart, die ook het onderzoek naar roofkunst in Nederlandse musea leidde. Tussentijds zullen er geen conclusies  bekend worden gemaakt, aldus de RVD. Mochten er roofkunstwerken aangetroffen worden, dan zal met de rechthebbenden overlegd worden over rechtsherstel.






Museum Arnhem start expo oorlogskunst


GERDES Eduard Ritratto Di Uomo


ARNHEM, 2-12-2014 - Museum Arnhem exposeert volgend jaar kunst die de Nederlandse staat tijdens de oorlog onder verdachte omstandigheden bijeen bracht. Op 15 februari opent de tentoonstelling 'Geaarde kunst', met schilderijen van kunstenaars als Karel Appel, Maurits Escher, Pyke Koch en Jan Sluijters.

Foto links: een werk van Gerdes.


Het is volgens het museum de eerste keer dat deze 'oorlogscollectie' voor een groot publiek zichtbaar wordt. 'Nu, zeventig jaar na de bevrijding, is het tijd om de kunst in samenhang aan het publiek te tonen', verklaarde het museum. 'De problematiek rondom de Tweede Wereldoorlog zal met nuance worden behandeld en doorbreekt het gangbare zwart-wit denken.'

Tijdens de oorlog schafte de Nederlandse staat olv. de NSB'er Eduard Gerdes (1887-1945) meer kunst aan dan ooit tevoren. Gerdes was bij het toenmalige Departement van Volksvoorlichting en Kunsten de verantwoordelijke voor aankopen van kunst.


Zelf was hij kunstenaar en voor de oorlog ook lid van talrijke kunstenaargroepen. Dat verklaart volgens het museum dat 'er zoveel bekende grootheden en werken van hoge kwaliteit' in de collectie zitten.

De aankopen betroffen vooral stillevens, figuurstukken, portretten en  landschappen, zee- en riviergezichten en stads- en dorpsgezichten. 'Er bestond tijdens de bezetting een sterke voorkeur voor realistische taferelen die het Holland benadrukten dat de bezetter voor ogen had', stelt Museum Arnhem. Na de bevrijding werd de collectie opgeslagen in depots, inmiddels beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.Nazisme.







Kunstmuseum in Bern accepteert verzameling van overleden Duitser Gurlit


BERN, 24-11-2014 - Het Kunstmuseum in Bern accepteert de kunstverzameling van de overleden Duitser Cornelius Gurlitt . De kostbare verzameling  bestaat waarschijnlijk voor een groot deel uit kunst die geroofd is van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.


Enkele dagen terug riep de vm. voorzitster van het Duitse hooggerechtshof het museum op, de collectie niet zonder meer te aanvaarden.


Gurlitt overleed een half jaar geleden in München en liet de intussen ontdekte kunstverzameling van zijn vader, Hildebrand Gurlitt, na aan het museum. Hildebrand was een bekende kunsthandelaar werkte voor Hitler. De verzameling bevat o.m. werk van Chagall en Picasso.


Na een half jaar maakte het museum nu bekend dat het de erfenis van de omstreden schat aanvaardt. Het museum werkt mee aan de restitutie van veel werken. De collectie blijft nog wel in Duitsland, zo zei directeur Christoph Schäublin van het Berner museum.


Er zijn afspraken met de auoriteiten gemaakt over de verdachte kunstwerken. Dit zijn werken waarvan on duidelijk is of ze zijn geroofd, en deze blijven in Duitsland voor onderzoek. Waarschijnlijk behoorden een aantal kunswerken toe aan Joden die door de nazi's zijn vermoord.  De museumdirecteur zegt dat de nieuwe zending geen geluksgevoelens oproept. Daarvoor is de collectie te beladen.


Nieuwe problemen ontstaan nu uit de vordering die de nicht van Gurlitt op de erfenis legt. Haar zaak is onder de rechter.







Hoge Duitse rechter bepleit

teruggave alle "ontaarde kunst"



BERLIJN - 21-11-2014 - De nazi's hielden niet van moderne kunst en namen veel ervan in beslag om dit 'ontaard' - oftewel 'entartet' zou zijn. De voormalige hoogste rechte van Duitsland, Jutta Limbach, pleit dat musea krijgen hun rug door de nazi's als 'ontaard' verbannen en verzamelde kunst. Het gaat om veel werken van o.m. Max Beckmann, George Grosz, de Zwitser Pauil Klee, de Rus Wassily Kandinski.


Beckmann verliet Duitsland voor Amsterdam de dag na Hitlers toespraak over deze kunst in 1937. Hij bleef hier 10 jaar. Ook werk van Van Gogh golden als ontaard. Vooral Emil Nolde werd getroffen, hoewel hij een lid van de nazipartij was. van zijn werken verdwenen er volgens Wikipedia 1.052 uit Duitse musea, meer dan van welke kunstenaar ook.


Mevrouw Limbach is sinds 2003 de voorzitter van de commissie, die nazi kunstroof onderzoekt in opdracht van de federale regering. Ze bepleit dat de nazi-confiscatiewet voor 'Entartete Kunst' uit 1938 wordt ingetrokken. Als mevrouw Limbach slaagt met haar voorstellen, zal het er volgens de Süddeutsche Zietung  een volksverhuizing van kunstwerken ontstaan. De term raakte vooral bekend na de start van een nazi-tentoonstelling van 19 juli tot 30 november 1937 in München. De dag ervoor hield Hitler zijn speech over dit onderwerp.

Jutta Limbach , voormalig president van de Federale Constitutionele Hof (hooggerechtshof) beveelt aan dat alle werken die de door de nazi's "ontaarde kunst" werden genoemd in de musea en collecties worden teruggeven aan de instellingen waaruit ze verdwenen in 1937. Latere eigenaren van dergelijke werken moeten van hun recht op het bezit af te zien, zo stelt mevrouw Limbach.


Adolf Hitler had in 1937 bepaald dat alle musea lijsten van werken die voor hem een ​​uiting van "cultureel verval" moesten publiceren. Een deel van deze werken behoorde oorspronkelijk aan Joodse maecenassen. De belangrijkste van de in beslag genomen werken werden getoond in de reizende tentoonstelling van 1937. Daarna werden veel van de in beslag genomen werken geveild of voor rekening van het Duitse Rijk aan het buitenland verkocht.


Mevrouw Limbach stelt voor dat in ieder geval in de openbare collecties die in het bezit zijn van dergelijke werken vandaag, deze dienen terug te geven. Ze wil de gevallen van "ontaarde kunst" dezelfde behandeling geven als de roofkunst - dat wil zeggen, de kunstwerken die de nazi's  onttrokken van Joodse eigenaren. In de Verklaring van Washington over roofkusnt uit 1998 had  de federale Duitse regering  zich verplicht zich in te zetten voor retournering van nazi-roofkunst en het onderzoeken van openbare collecties.


Privépersonen zijn volgens mevrouw Limbach niet gemakkelijk tot afgave te verplichten over te halen - maar zeker de rijksmusea. Instellingen, die nu in het bezit zijn van dergelijke werken, "konden nauwelijks verwachten deze kunst te verwerven om deze voor eens en altijd te houden".
Mevrouw Limbach heeft op het gebied van kunstteruggave veel invloed: Zij is sinds 2003 de voorzitster van de commissie, die  in opdracht van de federale regering gevallen van Nazi kunstroof onderzoekt en aanbevelingen voor of tegen een terugkeer naar de musea doet. De leden van de Commissie zijn ook de voormalige bondspresident Richard von Weizsäcker en de voormalige voorzitter van de Bondsdag Rita Siissmuth.
De plundering van de musea door de nazi's in 1938 werd retrospectief gelegitimeerd door de "Wet op de confiscatie van producten van ontaarde kunst" van Hitler. De wet werd nooit ingetrokken. Volgens mevrouw Limbach kan deze wet ook heel goed als "niet-wet" worden beschouwd, omdat deze geen gerechtigheid bevat. Voor de duidelijkheid dient de huidige wetgever uitdrukkelijk om de nazi-confiscatie wet  uit 1938 opheffen.

Voor openbare instellingen zou het volgens mevrouw Limbach vanzelfsprekend moeten zijn om een ​​restitutie aan musea, van waaruit de nazi's de kunst hadden ontvreemd, te accepteren. Het is het goede inzicht van de oude directeuren geweest, die vroeg de waarde van de moderne kunst hebben erkend. "Deze prestaties moeten worden beloond," vindt mevrouw Limbach
In de komende week wordt beslist wast er met de "ontaarde kunst" uit de verzam,eling van van de in 2014 overleden kunstverzamelaar Cornelius Gurlitt moet gebeuren. Zijn vader Hildebrand Gurlitt was één van de slechts 4 distributeurs die de "ontaarde" werken mocht verkopen. Hij hield een groot aantal van deze werken en die kwamen terecht bij zijn zoon.
Deze zoon koos het Museum Bern als enige erfgenaam. Als het museum de rfenis nu aanneemt dat moet beslissen over zowel de van Joodse eigenaren afgeperste werken als ook over de toekomst van de moderne stukken in Duitse musea.








Erfgenamen vervolgen Zwitserse  bank vanwege verkoop van roofkunst




NEW YORK, 20-10-2014 - Bij Christie's werd in 2009 Edgar Degas' "Danseuses" 'geveild voor bijna $ 11.000.000.  In de catalogus stond dat het meesterwerk deel vormde van een restitutie-overeenkomst met de "erfgenamen van Ludwig en Margret Kainer,"


Foto rechts: Les Danseuses van Edgar Degas, dat ¤ 11.000.000 opbracht op een veiling, geheel buiten medeweten van familieleden van de oorspronkelijke eigenaren.


Het gaat om Duitse Joden wiens enorme kunstcollectie werd in beslag genomen door de nazi's in de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. Nu begint echter een juridische procedure rond dit en vele andere topwerken. Het blijkt dat het in de zaak-Kainer gaat om een zeer grote collectie met topwerken. 


Een tiental familieleden van de kinderloze Kainers zijn in de VS en Zwitserland rechtzaken tegen deze stichting begonnen. Zij stellen volgens de New York Times  namelijk dat zij niets wisten van het bestaan van die stichting en evenmin van de verkoop van dit kostbare kunstwerk.


Niet alleen hebben ze niet kunnen profiteren van die verkoop, ze zeggen dat ze ook niets wisten van andere veilingen van werken van het steenrijke echtpaar, waaronder werken van Monet en Renoir.


Het blijkt dat Kainers "erfgenaam", de stichting die jarenlang de opbrengst van deze verkoop en andere restituties inde, met inbegrip van herstelbetalingen van de Duitse regering, geen familiestichting is maar werd opgericht door de Zwitserse bankfunctionarissen.


De familieleden stellen dat de bankmensen - nu onderdeel van de wereldwijde bancaire reus UBS - nooit een voldoende  poging hebben gedaan om contact op te nemen, en nog erger, de familienaam misbruikt voor een "schijnvertoning".


Zowel de betroffen stichting - genoemd naar Norbert Levy, mevrouw Kainer's vader - als UBS hebben volgens rechtbankverslagen gezegd dat ze niets verkeerd hebben gedaan, maar weigerden commentaar te geven.


Deze zaak kwam pas aan het licht toen Mondex Corporation , die helpt de geroofde bezittingen terug te krijgen, merkte in 2009 dat honderden werken ooit eigendom van de Kainers had in een internationale databank van verloren kunst uit de oorlogsjaren is genoteerd, en vervolgens hun familieleden opgespoord .


Mondex heeft bijvoorbeeld ook een belangrijk schilderij Stadhuis te Amsterdam door G.A. Berckheyde (foto links)opgespoord, dat in maart officieel door de Nederlandse staat aan de erfgenamen van Sam Bernhard Levie (1871-1943) is teruggegeven.

Omgang van de familie Kainer met Zwitserse banken gaat terug tot de periode vóór Hitlers  machtsgreep. Margret Kainer en haar vader wendden zich tot de Swiss Bank Corporation om hun fortuin te beheren.


Voor zijn dood in 1928 had de heer Levy, een grote Berlijnse metalenhandelaar, een stichting opgericht voor zijn enige dochter. Hij vertrouwde de Zwitserse bank zo veel dat in de statuten van de stichting stond dat een bankdirecteur een ​​van de twee beheerders zijn.


Toen de nazi's  aan de macht kwamen vluchtten Margret en haar man Ludwig, een vermogend man en tevens een bekende kunstenaar en illustrator die zetstukken voor Serge Diaghilev's Ballets Russes ontworpen (net als Picasso in die periode), naar Parijs. .

De Duitsers namen een groot deel van de Kainers extensieve bedrijven, die onroerend goed, effecten, bankrekeningen en een uiterst belangrijke kunstcollectie met werken van Goya, Ingrès en Renoir zowel als Chinese keramiek en oude Egyptische sculpturen bevatte opgenomen. De zaak wordt onder meer aangebracht door Max Corden, een achterneef van Norbert Levy, nu 87, die partij is bij de rechtszaak.

Na de oorlog verhuisden de Kainers  terug naar Parijs, waar de heer Kainer overleed in 1967, gevolgd door mevrouw Kainer in 1968 Aangezien zij waren kinderloos, de rechtmatige erfgenamen, de rechtszaken beweren, zijn de 12 kinderen en kleinkinderen van mevrouw Kainer's neven.


Foto links: Monet, 'Au parc M<onceau', eveneens geroofd van de familie Kainer.


De stichting, zeggen zij, is rechtsgeldig beëindigd met de dood van mevrouw Kainer. Ludwig Kainer was eerder getrouwd met de schilderes Lene Schneider, die een zoon had en met hem na de oorlog naar Bolivia emigreerde. Of deze zoon van  Kainer was, is onduidelijk.

De familieleden verwijten de bank te weinig moeite te hebben gedaan hen op te sporen. Ook een aanvraag bij bijvoorbeeld de opsoringsdienst van het Rode Kruis in Zwitserland, bleef uit. Ook contact met Joodse organisaties in het geboorteland van de Kainers, Duitsland, werd niet opgenomen.


Er werd een nieuwe stichtuing ioopgericht, genaamd de Norbert Foundation, naar de vader van Margret Kainer,  om restiitutieuitkeringen uit Duitsland te kunnen innen.


Wat niemand begreep in de jaren tot 1990 was  hoe groot de waarde van de Kainer-erfenis was. De afgelopen tien jaar zijn miljoenen dollars aan verdwenen activa en herstelde kunst opgedoken.


In de afgelopen jaren heeft de stichting ten minste $ 11.000.000 ontvangen, met inbegrip van $ 1.800.000 voor de 2009 "Danseuses" van Degas en de opbrengst uit de verkoop van ten minste drie andere gestolen werken van Monet en Renoir. Honderden andere schilderijen uit de Kainer-collectie zijn nog steeds vermist.


Mevrouw Kainer's neef, de heer Corden, een gepensioneerde econoom, heeft geen enkele waardering voor de handelwijze vamn de Zwitsers. In een email, hij zei tegen de New York Times dat hij "verontwaardigd" was door het gedrag van de Zwitserse bankmensen en de stichting. Hij zei dat hij niet uit is op  persoonlijk gewin van de rechtszaak, aangezien hij en zijn familie niet in financiële nood verkeren.








Duitse regering stemt in met centrum voor nazi-roofkunst


BERLIJN, 10-10-2014 - De Duitse Bondsregering stemt in met het opzetten van een centrum voor nazi-roofkunst. Het kabinet accepteert een voorstel voor een Deutsches Zentrum Kulturgutverluste in Magdeburg, dat musea, bibliotheken en archieven kan helpen bij vragen over de herkomst van kunst, boeken en archiefstukken die door de nazi's zijn geroofd. Vrijdag moeten de deelstaten en gemeenten vandaag nog instemmen op de Kultusministerkonferenz in Essen, het overlegorgaan van de deelstaatministers van Onderwijs.

Het  kernpunt hierbij is de financiering. De staatssecretaris voor kunst Jürgen Walter heeft al gesuggereerd dat de regering er geld in zal steken. Momenteel heeft de Duitse staat een bureau hiervoor in Magdeburg, het "Zentrum Kulturgutverluste - German Lost-Art Foundation" . Dit wordt nu uitgebreid. Vorig jaar werd een grote hoeveelheid kunst ontdekt in een flat in München, in bezit van Cotnelius Gurlitt. die in maart stierf.


Er zijn nog steeds duizenden kunstwerken niet terecht. Deels zijn de werken wel gevonden maar is hun eigenaar nog niet opgespoord. Deels zijn er eigenaren die nog steeds zoeken naar hun werken. De belangrijkste  vondsten worden nu vooral gedaan in Duitse musea. het gaat dan soms om werken die al vele tientallen jaren zonder ophef deel van de collectie uitmaakten.


Ook Nederlandse musea bezitten vele tientallen van zulke werken. Hoerveel werken de Duitse musea bezitten met een twifjelachtige herkomst, wordt sinds de laatste jaren pas voorzichtig stelselmatig onderzocht. Driekwart van de musea en andere cultuurcollecties zoals bibliotheken zijn er nog niet aan begonnen. Dat moet nu met de nieuwe Duitse instelling veranderen.


In Nederland staat gevonden kunst zonder duidelijke eigenaar onder beheer van de Nederlands Kunstbezit-collectie. Deze omvat ongeveer 4000 kunstobjecten en bestaat uit schilderijen (circa 1600), tekeningen, prenten, keramiek, zilver, meubels, tapijten en andere bijzondere voorwerpen. Deze collectie is het restant van de na de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland gerecupereerde kunstwerken en wordt beheerd door de Staat.


De kunstvoorwerpen bevinden zich in verschillende Nederlandse musea, op ambassades en in overheidsgebouwen. Ook bevinden zich delen van de NK-collectie in het depot van het Instituut Collectie Nederland (ICN). Wie in de oorlog op welke wijze dan ook kunstvoorwerpen was kwijt geraakt of informatie had over vermist kunstbezit, moest indertijd bij de Stichting Nederlands Kunstbezit aangifte doen op speciale formulieren.



Roofkunst in 't Loo, Rijksmuseum en mogelijk paleis op de Dam



door Arthur Graaff

AMSTERDAM, 14-06-2014 - De collecties van paleis Het Loo, het Rijksmuseum en nog 3  Nederlandse  musea bevatten waarschijnlijk roofkunst.


Foto rechts: paleis op de Dam.Foto R. Scarth, WIkipedia.


Ook in het Paleis op de Dam zijn mogelijk geroofde werken aanwezig. De RVD heeft een vraag hierover in behandeling.


Het gaat bij Het Loo om 15 delen van een kostbaar porceleinen Meissen-servies dat eigendom zou zijn van de Joods-Duitse familie Gutmann en in april 1934 onder druk van de nazi’s zou zijn geveild. De afgelopen weken, 80 jaar na dato, wist het Amsterdamse onderzoeksbureau Artiaz dit porcelein op te sporen.


„Wij nemen dit zeer serieus en gaan onmiddellijk een herkomstonderzoek instellen”, reageerde een woordvoerster van de Stichting Paleis Het Loo Nationaal Museum gisteren tegen de Telegraaf.


Friedrich (Frits) Gutmann, (foto rechts) een zoon van de Duitse bankier Eugen Gutmann, leefde in Heemstede vanaf 1918 en zette in Amsterdam de bank Proehl & Gutmann op. Hij woonde in Heemstede op het landboed Bosbeek (foto onder)  en had daar ook zijn kunstcollectie, deels geërfd van zi9jn schatrijke vader.. Hij beschouwde zichzel;f niet als Jood, en zijn vrouw Louise net zo. Zowel zijn ouders als Friedrich zelf waren protestant. Voor de nazi's telde dat kennelijk niet.


In 1941 kwam de nazi-kunsthandelaar Karl Haberstock naar Heemstede om de collectie te 'kopen'. In 1943 werden beiden gedeporteerd, en Friedrich werd in 1944 in Theresienstadt doodgeslagen, terwijl Louise in Auschwitz werd vermoord. Gutmanns kleinzonen Nick en Simon Goodman zijn nog bezig met het terugkrijgen van honderden vermiste voorwerpen.


Afgelopen najaar stelde de commissie-Ekkart vast dat 139 kunstwerken in Nederlandse musea zijn geroofd van Joodse families. De Rijksvoorlichtingsdienst maakte vervolgens bekend te gaan onderzoeken of in de kunstcollectie van de Oranjes ook roofkunst zit. De uitkomst van dat onderzoek is nog niet bekend.


 Ook het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen gaat de herkomst van zes stukken porseleinen serviesgoed onderzoeken, dat volgens een onderzoeksbureau in 1934 onder dwang van de nazi's is geveild. Dat meldt een woordvoerder van het museum aan RTV NH. Onderzoeksbureau Artiaz ontdekte de kunst in een oude veilinggids, meldde onderzoeker Arthur Brand. Ook in het Rijksmuseum in Amsterdam zou een bord van de roofkunst afkomstig zijn. Het Historisch Museum Deventer zook een deel bezitten.


het bureau Artiaz vond de serviesdelen in o.m. oude veilingdocumenten. „Pikant is dat de commissie-Ekkart eerder een groot onderzoek naar roofkunst in Nederlandse musea afsloot zonder deze serviesdelen te achterhalen”, aldus Arthur Brand die de naspeuringen verrichtte met David Kleefstra en Alex Omhoff.


Het Berlijnse bureau Facts and Files heeft dit geval in onderzoek voor de nog in Duitsland levende familie Gutmann. het bureau bevestigt dat de 15 porceleinen sauskommen en borden tot gisteren nog als vermist bekend stonden.


De serviesdelen horen bij een uniek 435-delige Meissen-servies dat stadhouder Willem V rond 1774 van de Verenigde Oost-Indische Compagnie als cadeau ontving. De prins verkocht het servies met Nederlandse stads- en dorpsgezichten tijdens zijn ballingschap in Engeland.


Herbert Gutmann kocht deze 26 delen later. Hij was een zoon van bankier Eugen Gutmann, oprichter van de Dresdner Bank. Toen de nazi’s in 1933 in Duitsland aan de macht kwamen, schoven zij Gutmann een torenhoge schuld in de schoenen en beroofden hem van zijn meeste bezittingen.


De familie van Gutmann zal vermoedelijk snel aan de Nederlandse staat en de zogeheten Restitutiecommissie vragen de werken terug te geven. De Duitse regering vond in 2009 uit dat er een schilderij van Gutmann in de Bondsdag hing. Dat hebben ze vol schaamte teruggegeven. Dat gebeurde ook in Oostenrijk. Bij een vroeger onderzoek van de commissie-Ekkart naar roofkunst in Nederlandse musea kwam de serviesdelen niet aan het licht.









Gurlitt bezit nog een onbekende collectie van 180 werken in Salzburg



SALZBURG, 27-03-2014 - De Oostenrijkse publieke omroep ORF heeft nog eens minstens 180 werken otndekt in de Salzburger villa van de Duitse roofkunsteigenaar Cornelius Gurlitt. Zij mochten daar filmen en zonden gisteren hun ontdekking uit.

In februari werden er al 60 onbekende werken in de Oostenrijkse villa gevonden. De man van 81 had de verzameling van zijn vader geërfd, zoals eind vorig jaar duidelijk werd.

Onder de stukken bevindt zich een olieverfschilderij van Claude Monet uit 1903, de Tower Bridge, dat tot nu toe als verloren beschouwd werd. Er is op het web gene afbeelding van te vinden. De waarde kan volgens de Oostenrijkse pers oplopen tot € 10.000.000. Ook schilderijen van Edouard Manet , een bronzen beeld van Auguste Rodin en tekeningen van Gauguin , Cézanne en Picasso zijn anagetroffen. onder de Salzburger werken.

De waarde van de nu ongeveer 240 Salzburger kunstwerken zal aanzienlijk boven die van de collectie in München liggen, zo meent de ORF - in München bevinden zich ongeveer 1000 werken . Bovendien is de Salzburg vondsten waarschijnlijk uit het bezit van Gurlitt 's grootvader Louis en vallen volgensd de ORF niet onder verdenking van roofkunst .

In het Münchener appartement van Cornelius Gurlitt werd een spectaculaire kunstschat gevonden. Het Om van Augsburg trof daarbij in 2012 bij een huiszoeking vanwege mogelijke belastingfraude  meer dan 1.000 kunstwerken die teruggaan op Gurlitts vader Hildebrand, die als kunsthandelaar onder meer werkte voor Adolf Hitler. Van bijna 600 van de werken  wordt vermoed dat ze nazi roofkunst zijn.

Gurlitt is staat nu onder juridisch toezicht. Volgens de informatie van de Duitse media op woensdag , is de zoon van de kunsthandelaar  van plan allegestolen werken terug te geven aan Joodse eigenaren. Als eerste werk zou dat het portret "Zittende vrouw"  van Henri Matisse (foto links) worden, dat binnenkort gaat naar de afstammelingen van de Parijse kunstverzamelaar Paul Rosenberg .


Het schilderij werd gestolen door de nazi's en belandde in de collectie van Hermann Göring. Via omwegen kwam het in bezit van Gurlitts vader.


De hele collectie werd  eidn 2012 in beslag genomen, maar dat werd pas in november vorig jaar bekend toen het Duitse weekblad Focus de zaak  publiceerde. De collectie bevat schilderijen, tekeningen en prenten van kunstenaars als Beckmann, Monet, Renoir en Picasso.










Stad Hamburg bezit slechts 8% echt nazivrije kunst 



HAMBURG, 26-12-2013 - De stad Hambur blijkt volgens de plaatselijke fractie van de Grüne slechts 7,4 % nazivrije kunst te bezitten. De rest, dus ruim 90%, is op de een of andere manier verdacht en mogelijk in verband te brengen met de nazitijd. Dat is het hoogste aantal dat in jaren openbaar geworden is.

Dat blijkt uit opmerkingen van woordvoerster Christa Goetsch (foto rechts) van de Grüne in Hamburg. De stad bezit
volgens het Hamburger Abendblaat 6 miljoen kunstwerken.


Van slechts 10.700 is zeker dat deze niets met nazisme te maken hebben. Mevrouw Goetsch vindt die aantallen 'verschrikkelijk'. Haar partij eist nu een vergaand onderzoek.

De Duitse overheid en de Duitse musea zijn al vele tientallen jaren bezig met het uitzoeken van de herkomst van hun bezit. Sinds 1994 heeft de overheid daarvoor de nationale Koordinierungsstelle für Kulturgutverlüste opgericht, die in Magdeburg zetelt. Deze werkt samen met het internationale Art Loss Register.

De kans dat er vele duizenden werken van roofkunst bij zitten, is voglens de partij groot. 


Momenteel zijn er twee ambtenaren met het uitzoeken van de herkomst van de gemeentelijke kunst belast, maar mevrouw Goetsch acht dat te weinig omdat het op die manier decennia kan duren voordat alles uitgezocht is.

In de stad Mainz zijn 5 beeldjes (foto links: 1 ervan) uit de verzameling van de kinderloze bankiersweduwe  Emma Budge uit Hamburg aan haar erven teruggegeven


Het ging om porcelein uit de 18de eeuw,met per stuk een waarde van ongeveer € 50.000. In Neurenberg zijn 8 voorwerpen geïdentificeerd, die nu erkend worden als roofkunst. De gespecialiseerde onderzoeker in die stad, Dominik Radlmaier, heeft sidns sinds aanstelling in 2004 nu 600 verdachte objekten getroffen. Hij verwacht dat de helft zuiver is.

In de Duitse editie van de Wall Street Journal staat een uitgebreid artikel over de aktiviteiten van onderzoeker Wesley Fisher, die vanuit de VS roofkunst opspoort.\











Erven Koenigs krijgen kunstverzameling voorlopig niet terug van Staat


AMSTERDAM, 11-12-2013 - De erfgenamen van Nederlands-Joodse kunstverzamelaar Franz Koenigs krijgen de kunstwerken die ze opeisten niet terug.


Minister van Cultuur Jet Bussemaker (PvdA) heeft dinsdag het advies daarover van de Restitutiecommissie bevestigd. Het gaat om 34 schilderijen en 37 tekeningen die voor de oorlog van Koenigs waren en nu in bezit van de staat der Nederlanden zijn..

Volgens de Restitutiecommissie, ook wel bekend als de ciommissie roofkunst, die terugvorderingen van roofkunst beoordeelt, is nog altijd niet aannemelijk dat het bezitsverlies van Franz Koenigs verband houdt met de nazi's.


De bankier droeg zijn collectie voor de Duitse inval in 1940 over aan een Nederlandse bank waarbij hij een schuld had. Pas daarna kwamen de werken in handen van de nazi's.

De erven van Koenigs trachten al jaren de kunst van hun voorvader terug te krijgen. Een kleindochter diende in 2002 een verzoek daartoe in, dat echter werd afgewezen. Daarna onderzochten andere familieleden wat er met de schilderijen was gebeurd in de oorlog, waarna in 2010 een nieuwe vorderingen op tafel kwam.

De nabestaanden van Koenigs hadden eerder dit jaar via een kort geding getracht inspraak te krijgen in het advies van de Restitutiecommissie,maar die eis werd afgewezen. De rechtbank in Den Haag oordeelde dat de commissie zorgvuldig genoeg werkt.

De werken vormen nu onderdeel van de Nederlandse Kunstbezit-collectie, een staatscollectie met overwegend kunstobjecten die na de oorlog uit Duitsland naar Nederland kwamen. Het meeste werk is in bezit van het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen. Een schilderij van Rubens behoort tot de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.

De erven van Koenigs houden vast aan hun visie dat het advies en het besluit niet deugen. Volgens hen heeft de commissie roofkunst steeds op een bepaalde uitkomst gemikt. De betroken werken zijn vele miljoenen waard, en de belangen zijn dus groot. "Een toewijzend besluit op het verzoek van de erven was wegens de belangen die daarmee zijn gemoeid op voorhand uitgesloten", menen de ervan. Zij zullen de ingezette civielrechtelijke procedures voortzetten.






Duitse overheid start publicatie kunstschat Gurlitt

MÜNCHEN, 12-11-2013 - Duitse overheden hebben 25 kunstwerken uit de opzienbarende collectie van Cornelius Gurlitt op internet gezet. Het gaat om 25 werken. Dat is gebeurd om het zoeken naar de rechtmatige eigenaren te vergemakkelijken. 


Foto rechts: De nazitentoonstelling over wat zij beschouwden als 'ontaarde kunst'


Een woordvoerder van bondskanselier Merkel zei dat haar regering haast wil maken met de  identificatie van de werken en hun voregere eigenaren, zei

Cornelius Gurlitt is de zoon van de in 1956 verongelukte kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt, een verzamelaar die o.m. door de nazi's was belast met de verkoop van kunst die zij als ongewenst beschouwden of van Joden hadden geroofd en niet zelf wilden bezitten.


Een week terug bleek uit een artikel in het weekblad Focus dat de Duitse politie een jaar terug in de woning van Gurlitts zoon in München zo'n 1400 kunstwerken zijn gevonden, daaronder schilderijen van Picasso, Delacroix, Matisse, Macke, Beckmann en Otto Dix.Intussen is Cornelius Gurlitt weer gesignaleerd, maar hij is niet verdacht en blijft vrij 


Foto links: een screenshot van de website lostart.de.

Van 590 werken moet de overheid nu  uitgezocht of het om 'roofkunst' gaat: kunstwerken die door de nazi's zijn afgenomen van Joodse eigenaren, zo meldt de Duitse overheid.

 De eerste selectie van 25 schilderijen is te zien op de website lostart.de. Gisteravond was die niet bereikbaar, vermoedelijk door de grote belangstelling.

Al in juli maakte de Duitse regering bekend meer moeite te gaan doen om de herkomst van werken na\ te gaan. Die taak ligt bij de Arbeitsstelle für Provenienzrecherche/-forschung (AfP)

Onder de doeken zijn 270 werken die omschreven werden als 'ontaarde kunst', dat zijn destijds moderne  werken die de nazi's beschouwden als 'schadelijk' voor Duitsland en 'ontaard'

Volgens kenners ind e Duitse pers zijn 315 werken rechtmatig eigendom van zoon Cornelius Gurlitt. Mocht iemand bewijzen dat ze onder druk zijn verkocht, dan kan een doek door de rechthebbenden (nabestaanden van de voormalige eigenaren) worden opgeëist.

De woordvoerder van mevrouw Merkel stelt “te begrijpen” dat o.m. Joodse organisaties vragen hebben over de schilderijen. Van 315 werken zou nu vaststaan dat ze rechtmatig aan Cornelius toebehoren, maar de voormalige, soms Joodse, eigenaren die hun werken gedwongen moesten afstaan kunnen mogelijk aanspraak maken op teruggave van de geïdentificeerde werken.


Erfgenamen van Joodse families die kunst verloren in de periode 1933-1945, zoals Anne Sinclair, de ex van Dominique Strauss-Kahn,  museumdirecteuren en organisaties op het gebied van de restitutie van roofkunst dringen sinds vorige week bij de Beierse politie sterk aan op het publiceren van al de werken. Als de afbeeldingen en titels op het web staan, kan iedereen zelf bekijken hoe een werk in Gurlitts verzameling is beland. 




DE LIJST VAN  25


- Antonio Canaletto: "Sa. Giustina in Prà della Vale" in Padua, Druckgrafik, 1751/1800

- Marc Chagall: "Allegorische Szene", undatiertes Gemälde

- Hans Christoph: "Paar", Aquarell, 1924

- Honoré Daumier: "Don Quichote und Sancho Panza", Gemälde, um 1865

- Eugène Delacroix: "Conversation mauresque sur une terrasse", undatierte Bleistiftzeichnung


- Otto Dix: "Dame in der Loge", Aquarell, 1922

- Otto Dix: "Dompteuse", Aquarell, 1922

- Conrad Felixmüller: "Paar in Landschaft", Aquarell, 1924

- Erich Fraaß: "Mutter und Kind", Aquarell, 1922

- Bonaventura Genelli: "Männlicher Akt", undatierte Zeichnung

- Ludwig Godenschweg: "Männliches Bildnis", undatierte Druckgrafik

- Ludwig Godenschweg: "Weiblicher Akt", undatierte Druckgrafik

- Otto Griebel: "Kind am Tisch", undatiertes Aquarell

- Otto Griebel: "Die Verschleierte", Aquarell, 1926

- Bernhard Kretschmar: "Straßenbahn", undatiertes Aquarell

- Wilhelm Lachnit: "Mädchen am Tisch", Aquarell, 1923

- Wilhelm Lachnit: "Mann und Frau am Fenster", Aquarell, 1923

- Max Liebermann: "Reiter am Strand", Gemälde, 1901

- Fritz Maskos: "Sinnende Frau", Druckgrafik, 1922

- Henri Matisse: "Sitzende Frau / In einem Sessel sitzende Frau", Gemälde, um 1924

- Auguste Rodin: "Etude de femme nue debout, les bras relevés, les mains croisées au-dessus de la tête", undatierte Zeichnung

- Théodore Rousseau: "Vue de la vallée de la Seine", undatierte Zeichnung

- Carl Spitzweg: "Das Klavierspiel", Zeichnung, um 1840

- Christoph Voll: "Mönch", Aquarell, 1921

- Christoph Voll: "Sprengmeister Hantsch", Zeichnung, 1922

 








Duitse regering wil informatie over Münchener kunstschat vrijgeven



MÜNCHEN, 7-11-2013 - De Münchener kunstschat doet nog steeds meer vragen rijzen dan er beantwoord worden. De  Duitse regering wil nu informatie vrijgeven over de gevonden kunstwerken uit een appartement in München. Momenteel dient de schat als onderpand voor een belastingschuld.
Foto rechts: kunstverzamelaar Gurlitt sr.

Een deel van de erzameling  blijkt direct na de oorlog door de geallieerden in beslag te zijn genomen en opgeslagen, zo meldt de Süddeutsche Zeitung. Ongeveer100 kunstwerken werden echter later teruggegeven aan de kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt. Daaronder werk van Picasso, Chagall en Paul Klee. Volgens de Duitse kunstkenner Uwe Hartmann betreft de verzameling  in veel gevallen geen nazi-roofkunst. Hartmann werkt als specialist van herkomst van kunstwerken bij aan de staatsmusea in Berlijn.


Een deel van de werken zou vóór of tijdens de oorlog door de nazi's in beslag zijn genomen. Dat betekent dat er waarschijnlijk rechthebbenden zijn die aanspraak op de eigendomsrechten moeten kunnen maken. De Duitse
kunstexpert Maike Hoffmann heeft ongeveer 500 van de werken gezien, en een aantal als 'entartete Kunst' herkend - dat zijn dan schilderijen die de nazi's in beslag hebben genomen bij handelaren of musea.

Justitie onderzoekt de zaak, maar heeft zelfs nog geen gedeeltelijke lijst gepubliceerd van de meer dan 1400 kunstwerken. Joodse organisaties in Duitsland dringen aan op openheid, zodat nabestaanden van Holocaust-slachtoffers en andere rechtmatige eigenaren van de schilderijen zich kunnen melden. Ook de regering heeft om deze reden voorstander te zijn van vrijgave van de informatie.


De werken werden in februari 2012 aangetroffen in het vervuilde appartement van Cornelius Gurlitt, de 80-jarige zoon van kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt. De man is sinds de zomer niet meer gezien. Ook de politie heeft geen idee waar Gurlitt is. Ook in zijn appartement in Salzburg is hij lang niet gezien. Hij zou dood kunnen zijn.








Kunstschat

München bevat topwerken


MÜNCHEN, 6-11-2013 - De collectie geroofde kunstwerken, die in een appartement in München is gevonden, bevat ook topwerken. Bijvoorbeeld het schilderij Zittende Vrouw van Henri Matisse (Foto rechts), dat werd getoond tijdens een persconferentie gisteren


De Duitse autoriteiten lieten dinsdag weten dat in de verzameling van circa 1400 (niet 1500 zoals wij eerder berichtten) ook onbekende werken van Marc Chagall en Otto Dix zijn aangetroffen.

De Zentralrat der Juden in Deutschland dringt nu aan op snellere openbaarheid over de herkomst van de werken. De overheid deed er geheimzinnig ober, omdat het in eerste instantie om een belastingzaak ging, waarin de overheid tot geheimhouding verplicht is.

Advocaat Markus Stötzel van een Joodse erfgenaam van onteigende kunstwerken bekritiseerde de geheimhouding. Dat deden ook de Newyorkse advocaat david Rowland, die 30 tot 40 belangehbenden vetrtegenwoordigt, en de Berlijnse advocate Imke Gielen.

Het Duitse weekblad Focus bracht zondag de primeur over de vondst van de collectie. De zoon van kunstkenner en -verzamelaar Hildebrand Gurlitt, Cornelius Gurlitt, nu 80, had ze allemaal in huis. Vader Gurlitt werd volgens het Hamburger Abendblatt door de nazis gezien als familie van Joden en verloor daarom zijn baan als direkteur van het Hamburger Kunstverein.

Al snel werd bekend dat er schilderijen van onder andere Pablo Picasso en Paul Klee bij waren. Het gaat om kunst die de nazi's vóór of in de oorlog in beslag namen als zg. 'ontaarde kunst' ('entartete Kunst')


Ook gaat het om werken die waren geroofd bij Joodse eigenaren. Hildebrand Gurlitt heeft de werken opgekocht, en op dit moment is nog volstrekt onduidelijk of dat formeel en moreel legitiem geschiedde. Gurlitt, Karl Buchholz, Ferdinand Möller en Bernhard Boehmer stichtten een winkel in Schloss Niederschonhausen, net buiten Berlijn.


Foto links: de verzamelaar, Gurlitt senior.


Daar wilden zij ongeveer 16.000 werken verkopen die Hitler en Goering in 1937-38 uit Duitse musea lieten verwijderen. Dat meldt de BBC. Hoeveel werken er daadwerkelijk werden verkocht is niet duidelijk. 


Tijdens de oorlog kocht Gurlitt in Parijs van 1941 tot 1945 werken op voor het Führermuseum dat in Linz moest ontstaan (maar niet ontstond). Gurlitt verwierf kunst op twee manieren: door huizen van gevluchte Fransen, onder hen Joden, te bezoeken en werken simpelweg in beslag te nemen. Verder bezocht hij e veilingen van het bekendste Parijse veilinghuis Drouot, waar hij aanzienlijke bedraqen besteedde.


Gurlitt besteede meer dan 1 miljoen Franse francs aan de 4 duurste werken die tijdens de oorlog in Parijs werden geveild - de verameling van  Georges Viau Impressionisten geveild door Etienne Ader tussen 11 and 14 december 1942, die maar liefst £922,000 opbracht in de waarde van toen. Gurliitt betaalde 5 miljoen francs voor Cézannes Vallée de l'Arc et Mont Sainte Victoire. Maar dit kleine werkje, waarvoor Gurlitt maar liefst 94 keer de recordprijs voor een Cézanne tot dan toe betaalde, bleek vals.


Na de oorlog werkte Gurlitt met de Amerikaanse bezetters samen.Zijn zoon Cornelius heeft de kunstwerken uiteindelijk al die jaren in zijn woning in München gehad. Duitse justitie heeft overigens geen idee van de huidige verblijfplaats van Cornelius Gurlitt.

Foto links: een nazitentoonstelling van Enteartete Kunst.


Focus meldde dat de collectie in 2011 was gevonden, maar dat is volgens justitie 2012 geweest. Het betreft 121 ingelijste doeken en 1285 werken die niet zijn ingelijst.


De schilderijen in de woning in München bevonden zich in goede staat. „We vonden talrijke schilderijen, die professioneel waren opgeborgen en in zeer goede staat verkeerden”, aldus een woordvoerder van Duitse justitie op een  persconferentie gisteren in Augsburg.

Justitie is niet van plan een lijst van de gevonden doeken te publiceren. Mensen die vermoeden dat er werken tussen zitten die van hun familieleden zijn geweest, moeten zich uit eigen beweging melden.

Erfgenamen van de Joodse kunsthandelaar Alfred Flechtheim zijn zeer geïnteresseerd in de collectie. De kans lijkt groot dat er schilderijen in de collectie zitten die de kunsthandelaar onder druk van de nazi's heeft moeten afstaan, zei de advocaat Stötzel van de erfgenamen dinsdag.

De Oostenrijkse autoriteiten hebben laten weten dat de Cornelius Gurlitt naast zijn huis in Múnchen ook nog een huis in Salzburg had. In het huis in Salzburg is nog niet naar kunstwerken gezocht. De woning zou door niemand worden bewoond of verzorgd. Hij zou al meer dan 40 jaar in het bezit van de familie Gurlitt zijn.


Vijf jaar terug maakte de Oostenrijkse regering bekend dat zij 10.000 werken had getraceerd in het land, waarvan de eigenaren onbekend waren. Dit ondanks pogingen deze eigenaren op te sporen. De werken berusten bij kloosters en musea langs de Donau.






Erven Goudstikker krijgen 3 werken uit Gouden Eeuw terug



DEN HAAG, 6-11-2013  -  Minister Bussemaker van OCW gaat 3 schilderijen uit de Gouden Eeuw teruggeven aan de erven van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker. De Restitutiecommissie ('commissie roffkunst') heeft dat aan de minister geadviseerd.


Het advies gaat over de schilderijen Twee mannen met een paard aan het strand van Philips Wouwerman (FOTO RECHTS), Jongen met hond van Dominicus van Tol en Man met wijnglas in de hand van Hendrik Gerritsz. Pot.

Deze schilderijen maakten tijdens het begin van de oorlog deel uit van de handelsvoorraad van de Amsterdamse kunsthandel J. Goudstikker N.V., in die tijd een van de belangrijkste kunsthandels van Nederland.

Nadat de joodse directeur Jacques Goudstikker in mei 1940 Nederland was ontvlucht, verkocht zijn personeel de complete handelsvoorraad en de onroerende goederen van het bedrijf aan nazi-kopstuk Hermann Göring en de Duitse koopman Alois Miedl.

De drie schilderijen waarom het nu gaat, zijn door het personeel verkocht en geleverd aan Göring. Nadien zijn de kunstwerken terecht gekomen in de verzameling van een Duitse industrieel. Daarna werden zij onderdeel van de collectie van het Museum der Bildenden Kunste te Leipzig. In verband met Nederlandse aanspraken zijn de drie schilderijen uiteindelijk op 4 maart 2012 door Duitsland aan de Nederlandse Staat overgedragen, waarna zij onderdeel werden van de rijkscollectie.


Het advies van de Restitutiecommissie tot teruggave van de drie schilderijen volgt bijna acht jaar na een eerdere restitutie van 202 schilderijen aan de erven Goudstikker. Destijds besloot de staatssecretaris van OCW om de kunstwerken die in de oorlog waren geleverd aan Göring terug te geven aan de erven Goudstikker.


De drie schilderijen die nu worden geclaimd maakten in 1940 deel uit van dezelfde transactie, maar waren voorheen nog geen onderdeel van de rijkscollectie en konden daarom niet eerder worden teruggegeven. Nu de kunstwerken wel onderdeel zijn geworden van de rijkscollectie en door de erven Goudstikker zijn geclaimd, adviseert de commissie de minister over te gaan tot teruggave. Hiervoor verwijst de commissie naar de beslissing van de staatssecretaris van OCW van 6 februari 2006.


De Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog adviseert over claims op tijdens de naziperiode verloren cultuurgoederen, zogeheten nazi-roofkunst. Sinds haar start in 2002 heeft de Restitutiecommissie 126 adviezen uitgebracht en zijn 139 claims aan haar voorgelegd. Sinds 1 januari 2009 is Willibrord Davids voorzitter van de Restitutiecommissie.







Roofkunst: musea moeten zelf eigenaren van roofkunst gaan zoeken

AMSTERDAM, 3-11-2013 -  Advocaat Paul Russell, gespecialiseerd in kunst en recht en voormalig Eerste Kamerlid, wil de Nederlandse musea actief op zoek gaan naar rechtmatige eigenaren van roofkunst. Dat zei hij in het programma Juridische Zaken van de radiozender BNR.

Nederlandse musea maakten deze week bekend dat zij zeker 139 kunstvoorwerpen in hun collectie hebben die zijn geroofd van Joden of op een andere manier onrechtmatig in handen van de nazi's kwamen. Dat blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Museumvereniging naar stukken waarvan de herkomst tussen 1933 en 1945 dubieus was.

Al in 2001 stelde staatssecretaris van cultuur R. van der Ploeg dat musea uit eigen beweging duidelijk moeten vermelden welke kunstwerken als gevolg van de Tweede Wereldoorlog terecht kwamen in het Nederlands openbaar kunstbezit.

Volgens Russell, die veel ervaring heeft met restitutiezaken van roofkunst, blijven er nog belangrijke vragen openstaan:   Wat gaat er nu met deze werken gebeuren? En is nu voor eens en altijd duidelijk wie waar recht op heeft? Ook Johan Bosch van Rosenthal, kunstkenner en eigenaar van ArtConsult,  onderschrijft in het programma de slechte positie van de rechtmatige eigenaren.






Grote vondst 1500 werken roofkunst t.w.v. 1.000 miljoen al 2 jaar terug gedaan

MÜNCHEN, 3-11-2013 - In een woning in München hebben Duitse douaniers een kunstschat aangetroffen ter waarde van mogelijk meer dan 1.000 miljoen euro. Dat bericht het Duitse weekblad Focus vandaag op zijn site.

De vondst is echter al 2 jaar geleden gedaan, maar nu pas bekendgemaakt. Het blad publiceert er uitvoerig over in zijn editie van morgen onder de titel Der Nazischatz. Het artikel is tegen betaling ook online te lezen. .  
Foto: de printuitgave van Focus zoals die morgen uitkomt.

Het gaat om ongeveer 1500 schilderijen van o.m. Picasso, Matisse, Chagall, Marc, Dürer en Liebermann. Deze waren enkele tientallen jaren zoek. De werken waren bezit van Joodse handelaren en zeker 300 daarvan golden in de jaren '30 en '40 als 'verboden kunst' ('entartete Kunst').

Deze werden dan in opdracht van Hitler in beslag genomen, of onder dwang verkocht door Joodse verzamelaars. Die ontvingen daar vrijwel nooit een redelijk bedrag voor. van de werken zijn er 200 vermeld op officiële lijsten van gezochte werken.

De douane trof de schilderijen in het huis van de 80-jarige Cornelius Gurlitt, zoon van de kunsthandelaar die ze tijdens het nazibewind in opdracht van de nazi's moest laten verdwijnen. De douane snapte Gurlitt tijdens een treinreis naar Zwitserland, toen hij veel baar geld bij zich bleek te hebben.

Foto links: Max Beckmann:  LÖWENBÄNDIGER - ZIRKUS (LION TAMER - CIRCUS) 1930  

De volgens Focus als 'Einzelgänger' bekend staande Gurlitt had de werken verstopt in zijn huis. De woning stonk verschrikkelijk van rottend voedsel, aldus de rechercheurs. Volgens Focus liet Gurlitt na de razzia in ieder geval 2 schilderijen - waaronder een van Max Beckmann – voor 864 000 Euro bij veilinghuis Lempertz in Köln veilen. Lempertz vermeldt dit werk nog op zijn site, en noemt bij de herkomst keurig Gurlitt. het werk zou rond € 300.000 hebben opgebracht. Beckmann is in Nederland extra bekend, omdat hij hier vanaf 1937 tien jaar in Amsterdam woonde en werkte.

Een Berlijnse kunsthistorica zal zich nu wijden aan het opsporen van de rechtmatige eigenaren. Zoals bekend is dat moeilijk, omdat niet alleen veel eigenaren zijn vermorod, maar hun nazaten vaak naar de VS of Zuid-Amerika zijn verhuisd.

Bij de ontdekte werken bevindt zich ook een schilderij van Henri Matisse, dat toebehoorde aan de Joodse verzamelaar en kunsthandelaar Paul Rosenberg. Deze moest bij zijn vlucht uit Parijs zijn verzameling achterlaten. Zijn kleindochter Anne Sinclair, Frans journaliste en de ex-vrouw van Dominique Strauss-Kahn, strijdt al jarenlang voor de teruggave van deze collectie roofkunst. Volgens Focus weet Sinclair echter niets van een in München gevonden vrouwenportret van Matisse.





Zwitserse staat start met

webportal voor nazi-roofkunst



BERN, 20-6-2013 - Het federale Zwitserse ministerie voor cultuur heeft  een webportaal opgezet voor nazi-roofkunst en herkomstonderzoek. De portal werd  maandag gepresenteerd in het Zentrum Paul Klee in de federale Zwitserse hoofdstad.

Op dezelfde dag werd ook bekend dat een schilderij van Oskar Kokoschka, 'Portrait Tilla Durieux' (foto rechts), terug moet worden gegeven door de stad Keulen.

Dit portret uit 1910 van de antinazistische Oostenrijkse schilder werd opgeëist door familieleden van de Joodse kunsthandelaar Flechtheim.


Het hangt in het museum Ludwig, en de direkteur ervan neemt zo snel mogelijk contact op met de erfgenamen om te zien of het portret nog in het museum kan blijven, mogelijk op basis van lening.

Het museum verwierf het schilderij in 1946 uit de nalatenschap van de Keulse jurist en verzamelaar Josef Habrich, die het in 1934  op goed geloof gekocht zou hebben. De teruggave in keulen is bereikt door een ebslissing van de 'Commissie Limbach', een Duitse commissie die bemiddelt in zaken van roofkunst.


Zwitserse portal
Zwitserland was tijdens de oorlog, waarin het land neutraal bleef, een populaire markt voor de verhandeling van kunstwerken, waarvan er vele waren met een onverklaarde herkomst. Het land kent nu, anders dan Duitsland en de voormalige bezette landen of oorlogsdeelnemers, geen regeling die musea verplicht om de herkomst van hun kunstbezit te onderzoeken.

Dat betekent, dat er in Zwitserse musea nog heel wat, vooral minder bekende, kunstwerken zullen zijn die op onrechtamtige basis verkregen zijn en in feite teruggegeven moeten worden aan de oorspronkelijke eigenaren. Zwitserland heeft geen gegevens bekendgemaakt over de omvang van dit cultuurbezit.

De Zwitserse Confederatie levert met de operning van de protal volgens haar eigen verklaring een verdere bijdrage aan de uitvoering van de richtsnoeren van de Conferentie van Washington in 1998 over roofkunst uit de nazitijd. Daarmee wil de staat voglens de website duidelijk maken dat zij groot belang hecht aan het probleem van nazi-roofkunst.

De nieuwe roofkunst portal biedt een scala aan informatie over nazi-roofkunst, zoals een gids en een checklist voor het uitvoeren van herkomstonderzoek, een overzicht van relevante archieven. De portal bevat ook literatuursuggesties, een geannoteerde lijst van links, een lijst van relevante databases over de nazi-roofkunst .

De verdieping van herkomstonderzoek is volgens Zwitserland een belangrijke stap in de uitvoering van de richtlijnen van de Washington Conference over kunstwerken die in beslag werden genomen door de nazi's. De Zwitserse Bondsstaat heeft deze niet-bindende intentieverklaring aangenomen in 1998, samen met 43 andere landen.


Het webadres is www.bak.admin.ch / rk.






Boosheid over weigering teruggave schilderijen

DEN HAAG - 10-05-2013 - Erfgenamen van de Duits-Joodse kunstverzamelaar Richard Semmel (1875-1950), zijn boos over een bindend advies van de zg Restitutiecommissie. Die bepaalde woensdag dat drie schilderijen die worden teruggevraagd als roofkunst uit de nazitijd, niet terug hoeven naar de betroffen kleinkinderen. Dat Restitutiecommissie is beter bekend alsd de commissie Roofkunst.

Hun advocaat Olaf Ossmannn  uit Winterthur in Zwitserland wil in beroep tegen deze beslissing, omdat het eigendom van de werken wel wordt erkend. Semmel leefde in Duitsland, waar hij succes had. In 1933 werd het hem te moeilijk, ook vanwege zijn actviteiten in de Deutsche Demokratische Partei, en vluchtte hij. Zij verzameling werd geveild.

Het gaat om schilderijen uit het Frans Hals Museum in Haarlem, het Centraal Museum in Utrecht en Museum de Fundatie in Heino/Wijhe. Twee van die werken, Christus en de Samaritaanse vrouw bij de bron van Bernardo Strozzi, dat in Museum de Fundatie hangt, en Madonna met wilde rozen van Jan van Scorel, uit het Centraal Museum, hoeven niet te worden teruggegeven omdat ze voor de musea waar ze hangen „van groot belang“ zijn voor de collectie en het publiek. Dat weegt zwaarder dan het belang van de claimende familieleden, die geen directe nakomelingen van Semmel zijn, aldus de commissie.


Het derde schilderij, Duinlandschap met hertenjacht van de 17e-eeuwse schilder Gerrit Claesz. Bleker uit het Frans Hals Museum, hoeft niet terug omdat volgens de Restitutiecommissie niet overtuigend is aangetoond dat het eigendom van Semmel was.

De beslissing valt slecht bij de erfgenamen, zo laat hun advocaat weten. De kleinkinderen, die in Zuid-Afrika wonen, voelen zich unfair behandeld en onderzoeken of ze de uitspraak bij een Nederlandse rechter kunnen aanvechten.

Overigens zal een vierde werk, Riviergezicht met aanlegplaats (39 x 55,5 cm) van de 17e-eeuwse kunstenaar Maerten Fransz. van der Hulst, wel worden teruggegeven. Het schilderij is nu in bezit van het Groninger Museum. Dit schilderij rust in het depot van het museum.

De Berlijnse kunstverzamelaar Semmel ontvluchtte nazi-Duitsland en vestigde zich in Amsterdam. Daar liet hij in 1933 een deel van zijn collectie veilen. De Restitutiecommissie beschouwt die verkoop als onvrijwillig en verband houdend met de vervolging van Semmel door de nazi's.

Semmel, in 1950 kinderloos overleden in New York, had een goede vriendin, Grete Gross-Eisenstaedt,  tot erfgename benoemd. Haar kleinkinderen hebben de claim ingediend. Vooraf hadden zowel zij als de musea vastgelegd zich aan het advies van de Restitutiecommissie te zullen houden.







Louvre geeft 4 werken van nazi-roofkunst terug
 

PARIJS, 17-02-2013 - De  Franse staat geeft 7 geroofde schilderijen terug aan nabestaanden van de vroegere Joodse eigenaren.


Daaronder ook 4 werken uit het staatsmuseum het Louvre in Parijs, waaronder het beroemde schilderij De verleiding van de heilige Antonius van de Italiaanse kunstenaar Sebastiano Ricci (1659-1734) en een portret van de Venetiaan Pietro Longhi (1702-1785).


Foto links: Abraham en de engelen van Sebastiano Ricci.

De opvallende beslissingen komt na kritiek wegens de traagheid van de Franse staa bijhet afhandelen van teruggaveclaims.


Britse kranten schreven gisteren dat nu ook de Britse teruggavecommissie heeft gezegd nieuwe aanvragen te willen overwegen.

Zes van de 7 kunstwerken behoorden toe aan Richard Neumann, een Oostenrijkse Jood, die de werken onder dwang fors onder de waarde aan de nazi's verkocht om uit Frankrijk te kunnen vlchten.


Daar was hij na de vervolgingen van 1938 heen gevlucht. Hij ontkwam naar Cuba. Het zevende schilderij was gestolen van een Joodse bankier in Praag, Jozef Wiener. Hij werd gedeporteerd naar Thersienstadt, waar hij vifj dagen na aankomst werd vermoord. Dit gezicht op Delft kwam bij vergissing na de oolrog uit d everzamling van Martin Bormann terecht in Frankrijk.

Alle schilderijen waren aangemerkt voor het zg. Hitlermuseum in de Oostenrijkse stad Linz.In dit museum zouden kunstwerken terecht komen die de nazi's uit musea en particuliere collecties in heel Europa hadden geroofd, waaronder een aanzienlijk aantal uit Nederland..

de Franse staat gaf vorig jaar na jaren onderzoek toe dat de zeven kunstwerken aan de Joodse eigenaren of hun nabestaanden van moesten worden teruggegeven. De 6 werken van Neumann gaan naar zijn kleinzoon Tom Selldorff (82), die in de VS woont.


Foto links: een schilderij van Palko, de Apotheose van Johannes Nepomuk, dat geretourneerd wordt.
























Foto links: Le mûr rose van Henri Matisse gaat ook terug.

































Erven Katz krijgen 188 schilderijen niet

en één wel terug

DEN HAAG, 25-01-2013 - De erfgenamen van de Joodse kunsthandelaren, de broers Benjamin en Nathan Katz, krijgen geen 188 schilderijen terug van de Staat der Nederlanden.


Dat is een opmerkelijke uitspraak van de officiële zg. commissie roofkunst, die nog niet eerder een zo grote vordering afwees. Eén schilderij, van Ferdinand Bol, krijgen de erven wel terug.

De erven dienden 5 jaar geleden een claim in bij de staat. Ze vorderden 189 schilderijen terug die volgens hen tijdens de Tweede Wereldoorlog onder dwang aan de bezettende Duitsers werden verkocht. Er gaat nu slechts één schilderij terug, een werk van Ferdinand Bol, Man met hoge baret (foto rechts).

De onafhankelijke commissie roofkunst, officieeel geheten de restitutiecommissie, heeft de claim enkele jaren onderzocht en is tot dit advies aan de minister Bussemaker gekomen. De minister neem altijd de adviezen over. 


Het is een curieus oordeel van de commissie. Deze baseert zich in haar oordeel op het eigendom van de werken: het z\ou hier zijn gegaan om de handelsvoorraad van de twee gebroeders, niet om persoonlijk eigendom.


Het enige schilderij dat de minister  aan de familie zal teruggeven , is Man met hoge baret van Ferdinand Bol, op dit moment in Museum Gouda. Dit werk verkochten de gebroeders Katz eind november 1941 aan de Duitse museumdirecteur Hans Posse.


Volgens de commissie verkocht de familie Katz het kunstwerk onder druk om te ontkomen aan de nazivervolging. De datum is daarbij belangrijk: het was ná de verharding van de Jodenvervolging die begin 1941 begon, en hoog opliep in de Februaristaking van 25 februari 1941.


Het is wel van belang erop te wijzen dat de naz-Duitse Jodenvervolging in Nederland uitstekend bekend was, vooral sinds 9 november 1938, de Kristallnacht, die 400 doden en 1500 vernielde synagogen opleverde, en bovendien duizenden Joods-Duitse vluchtelingen. Het Joodse vluchtelingenkamp Westernork, maar ook Hoek van Holland en Beesel,  waren al in gebruik, maar nog niet onder Duitse beheer.

Het grootste deel van de geclaimde kunstwerken maakt onderdeel uit van een partijverkoop aan de Duitse kunsthandelaar Alois Miedl. In augustus 1940 kocht Miedl enkele honderden kunstwerken van de broers.


Ze kregen daar 1,8 miljoen euro voor. Ook daarna verkochten de broers nog een aantal schilderijen aan Miedl. Deze schilderijen zijn volgens de commissie gewoon onderdeel van de activiteiten van Kunsthandel Katz. Benjamin Katz heeft na de oorlog zelf geschreven dat Miedl nooit druk heeft uitgeoefend op hem of zijn broer.

Datzelfde oordeel gaat op voor de schilderijen die de broers verkochten aan een inkoper van Hermann Göring. Volgens de commissie zijn die stukken zonder dwang of dreiging in het bezit van de Duitse Rijksmaarschalk gekomen.


 De commissie roofkunst noemt  de na-oorlogse verwijten van collaboratie aan de twee gebroeders Katz, die tot geruchtmakende processen, maar niet tot een vertoordeling leidden . Collaboratie onder Joden kwam voor, waarbij de vraag steeds is of deze ernstig en mogelijk verwijtbaar was. De grote Joodse industrieel an internationale vatenfabrikant Van Leer werkte het eerste jaar van de oorlog ook met  de Duitsers samen;  hetzelfde geldt voor de regenjassenfabriek van Hollandia Kattenburg in Amsterdam-Noord; de Bijenkorf weigerde evenmin aan Duitse soldaten te verkopen  en zo deden vele andere Joodse bedrijven.


Belangrijk is te vermelden dat  collaboratie het eerste jaar van de oorlog in heel Nederland ongelofelijk groot was: ruwweg 99% van alle bedrijven werkte - in ieder geval formeel - met de Duitsers mee. Oorzaak daarvan was in de eerste plaats de instructie van de gevluchte regering aan de bevolking van juist na de capitulatie om gewoon door te werken.

Terugkijkend blijft het onbegrijpelijk dat bedrijven als de enige wapenfabriek in Nederland, de Rijks Artillerie Inrichtingen bij de Hembrug in Amsterdam-, überhaupt niet spontaan explodeerde op de eerste dag van de oorlog. Of de Rotterdamse Dok Maatschappij, waar onderzeeérs en andere oorlogsschepen werden gebouwd. Of de zenderfabriek van Philips in Hilversum - daar werd alleen de grote zendmast op 10 mei 1940 opgeblazen. En dat was het dan...

In veel gevallen van Joodse bedrijven was nog aannemelijk te maken dat de Duitsers druk op die bedrijven uitoefenden om door te gaan, onder meer met productie voor de Wehrmacht. Nu de commissie roofkunst niet nadrukkelijk ontkent dat er van collaboratie sprake is geweest, laat zij deze suggestie bestaan. Het kan voor de betrokkenen, zeker als het om een Joodse familie gaat, uiterst pijnlijk zijn om naar deze stilte te moeten luisteren.


Bovendien is het van een historisch belang dat hier duidelijkheid over komt: hoe hebben de gebroeders Katz het gedaan? Maakten zij gemene zaak met de Duitsers? Waarom betaalden de Duitsers hen vele tonnen als ze de schilderijen inderdaad gewoon hadden kunnen meenemen door simpelweg een pistool als betaling aan te bieden? Als de commissie het vraagstuk van collaboratie te moeilijk vindt, had zij het moeten laten rusten. Dat heeft zij niet gedaan.



Ook speelt een belangrijke rol dat de gebroeders Katz 500 schilderijen in één keer verkochten in augustus 1940, toen de Duitsers zich in Nederland nog zeer welwillend opstelden en er nog van Jodenvervolging geen sprake was. 


Op 1 juli 1940 troffen zij  de eerste algemene antisemitische maatregelen: Joden moesten de luchtbeschermingsdienst verlaten, en op 5 augustus 1940 werd ritueel slachten verboden. In oktober volgde het beroepsverbod voor Joden als ambtenaren.

Benjamin Katz - beide broers en veel van hun familieleden overleefden de oorlog - beschreef na de oorlog dat zijn broer en hij anders nooit zo'n grote partij in één keer hadden verkocht, zoals de commissie roofkunst ook memoreert.


Zij ontvingen daarvoor 1,8 miljoen gulden. Een vraag die onbeantwoord blijft in het oordeel van de commissie roofkunst is: was dat genoeg of juist erg weinig? Gemiddeld was het in ieder geval fl. 3.600. Bij een tweede transactie met 17 schilderijen ontving Katz dlf. 385.000, oftewel gemiddeld dfl. 1.240. De bedragen daalden.

De Duitser Posse verzamelde een kunstcollectie voor het zg. 'Führermuseum' dat Adolf Hitler wilde bouwen in de Oostenrijkse stad Linz. In 1940 kocht Posse een grote hoeveelheid schilderijen in de Dierense kunsthandel van de broers Katz. Van Nathan Katz werd verder verwacht dat hij de Nederlandse kunstmarkt zou afzoeken naar werken voor Hitler. Zo bleef de Joodse familie tijdelijk beschermd.

Toen die maatregelen scherfper werden, liep de familie opnieuw gevaar. Nathan was volgens de commissie van Posse afhankelijk voor het krijgen van de juiste papieren om naar Zwitserland te kunnen reizen. Hij moest voglens de commissie zijn vlucht met een schilderij moeten 'kopen'.

De zoon van Nathan Katz, David, diende in 2007 samen met zijn drie zussen bij de Nederlandse staat een vordering in op een groot aantal schilderijen uit de rijkscollectie. Deze schilderijen zijn niet door de Duitse bezetter van de broers geroofd, maar de erfgenamen stelden dat zij onder dwang werden verkocht.

Na mei 1945 kreeg Nederland de schilderijen terug. Het grootste deel van de 17e eeuwse Katz-collectie hangt bij allerlei musea verspreid over het land in bruikleen. In 2006 leidde een claim van de erfgenamen van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker tot teruggave van 202 schilderijen.


KLIK HIER VOOR HET COMPLETE RAPPORT VAN DE COMMISSIE OVER DE COLLECTIE-KATZ




Rijksmuseum kan twee topsculpturen

uit oorlog houden


DEN HAAG, 18-01-2013 - Het Rijksmuseum in Amsterdam kan twee topsculptuten uit de oorlog houden. De minister van OCW wijst een oorlogsclaim op twee sculpturen van Tilman Riemenschneider in het Rijskmuseum af. De zg. Restitutiecommissie die zich met roofkunst in Nederland bezighoudt, heeft de minister van OCW dit geadviseerd.

Het gaat om twee albasten sculpturen Annunciatie (NK 124 en NK 125) van de Duitse kunstenaar Tilman Riemenschneider, één van de belangrijkste beeldhouwers van de Laatgotiek en de vroege Renaissance. De vijftiende-eeuwse sculpturen behoren volgens de commissie roofkunst tot de 1000 topstukken uit de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam.


De sculpturen maakten oorspronkelijk deel uit van de verzameling van de Duits-joodse bankier en kunstverzamelaar Maximilian von Goldschmidt-Rothschild. In 1938 verkocht hij zijn kunstcollectie onder druk van nazi-maatregelen aan de stad Frankfurt am Main.

De twee geclaimde beelden maakten echter geen deel uit van deze verkoop. Uit het onderzoek van de Restitutiecommissie bleek namelijk dat Von G-R de twee sculpturen al eerder, tussen 1934 en 1936, had geruild met de Joodse bankier en kunstverzamelaar Fritz Mannheimer (FOTO LINKS) uit Amsterdam.

Er bleken vele onduidelijkheden te bestaan over de omstandigheden van het bezitsverlies. De commissie besloot vorig jaar tot  dat nader onderzoek en heeft op 25 mei 2012 nadere vragen gesteld aan verzoekers, waarop zij op 27 juli 2012 hebben geantwoord - alles per brief.

Daarnaast is de directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD), prof.dr. R.E.O. Ekkart, om zijn expertise gevraagd en is nader onderzoek verricht in Duitse archieven. Tevens zijn vele informatieverzoeken verstuurd naar instellingen en personen in binnen- en buitenland.

De commissie heeft de resultaten van dit uitvoerige onderzoek aan de erfgenamen toegestuurd. Bij brief van 4 september 2012 heeft de commissie de herziene versie van het onderzoeksrapport ter informatie toegestuurd aan de minister en aan het Rijksmuseum te Amsterdam. In het onderzoeksrapport zijn  de nieuwe gegevens verwerkt en het is uiteindelijk vastgesteld op 6 december 2012. Verzoekers hebben zich tijdens de procedure voor de commissie laten vertegenwoordigen door dr. S. Rudolph te Dresden, Duitsland.

De commissie stelt geen enkele aanwijzing te hebben gevonden dat deze ruil een afgedwongen was. De commissie concludeerde dat geen sprake is geweest van onvrijwillig bezitsverlies door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime. Daarom adviseerde de commissie de minister het restitutieverzoek van de erven Maximilian von Goldschmidt-Rothschild af te wijzen.





Roofkunstcommissie organiseert symposium in Vredespaleis

DEN HAAG, 4-10-2012 - in het Vredespaleis in Den Haag wordt eind november een internationaal symposium over roofkunst georganiseerd. Het symposium wil vaststellen hoe de diverse roofkunstcommissies in betrokken landen functioneren. De nadruk zal liggen op particuliere zaken.

De commissie roofkunst oftewel de Restitutiecommissie, een onafhankelijke regeringscommissie die adviseert over claims op nazi-roofkunst, bestaat tien jaar. Daarom organiseert zij een op 27 november dit symposium over nazi-roofkunst.

In 2002 vormde de Nederlandse regering deze Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog.


Foto rechts: de opstanding van Christus, een stuk in de manier van de meester van Virgo inter Virgines, uit de collectie Goudstikker en in 2006 met 267 andere stukken geretourneerd aan de erfganamen.


De commissie geeft sinds die tijd onafhankelijk advies over verzoeken tot teruggave van kunstwerken of vergelijkbare zaken die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's werden gestolen of onrechtmatig verkregen, zoals door gedfwongen verkoop tegen een laag bedrag of tegen de wil van de eigenaar.
.
Tijdens de oorlog voerden de nazi’s systematisch kunst weg uit de bezette gebieden. Vrijwel alle hoge nazi's deden daaraan mee, onder wie Hitler en Goering.


Die laatste bezocht enkele malen Nederland voor het verwerven van kunst (Goering liet zich zelfs met valse schilderijen bedriegen door Han van Meegeren, die zelfgemaakte Vermeers aan hem leverde).

Bekende zaken uit Nederland zijn die van de

  • Goudstikker-collectie,
  • de Mannheimer-collectie en
  • de Koenigscollectie,
alledrie Joods bezit. Daarover is decennialang gedebatteerd en geprocedeerd. De meeste stukken zijn nu op weg naar de rechtmatige Joodse eigenaren.Er zijn honderden artikelen, rapporten en boeken over gepubliceerd.


Na de oorlog werden veel van die kunstwerken soms door de geallieerden teruggebracht naar het land van herkomst; soms verdwenen ze naar Rusland of de VS. In de herkomstlanden kwamen de stukken dan onder beheer van de overheden, die er vervolgens ook moesten zorgen de werken terug te bezorgen bij rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen.

De Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) werd opgericht voor de teruggave van roofkunst. Een deel van de kunstwerken die na de oorlog niet teruggingen naar hun eigenaren, werd in de jaren '50 geveild.

Tegen het einde van de vorige eeuw kwam er weer meer aandacht voor roofkunst.


Als gevolg daarvan werden in 1998 werden tijdens een internationale conferentie de Washington Principles on Nazi Confiscated Art vastgesteld, mede op aandringen van Joodse orgaansiaties. Doel raadvan was een soepel teruggavebeleid voor roofkunst.


Foto links: Corn. Pietersz. Bega, zelfportret, coll, Goudstikker, retour 2006.


In 2001 besloot de Nederlandse regering een adviescommissie in te stellen die claims op roofkunst moest onderzoeken en beoordelen. Dit werd de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, die sinds januari 2002 werkt.


De commissie bestaat uit juristen, een historicus en een kunsthistoricus. Voorzitter is momenteel Willibrord Davids, oud-president van de Hoge Raad; lid is o.m. prof dr Jan Bank.
 
Tijdens het symposium debatteren leden van vijf Europese roofkunst-commissies, vooraanstaande wetenschappers, (kunst)historische experts, vertegenwoordigers van musea, kunsthandelaren, veilinghuizen, en belangengroeperingen over de vraag wat een rechtvaardige oplossing bij geschillen over nazi-roofkunst inhoudt.


De Duitse Wikipedia biedt een interessante lijst van teruggaven.

Zie ook: Restitutiecommissie.nl





Eerste internationale training in nazi-roofkunst in Duitsland


MAGDEBURG, 16-6-2012  - Medewerkers van musea, veilinghuizen en overheidsinstanties hebben  deze week in Duitsland aan een training deelgenomen over nazi-roofkunst en -cultuurgoed. De experts, onder wie uit het Rijksmuseum in Amsterdam, kregen een training om hun kennis te vegroten van cultureel erfgoed dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gestolen of ongewenst vervreemd.

Nederland veel te maken met roofkunst. Hier ging het met name om drie collecties: die van de Joodse kunsthandelaar Jaques Goudstikker uit Amsterdam, de grootste kunsthandelaar van Nederland, waar Hermann Goering veel stukken uit verwierf;  verder de Koenigscollectie van de Nederlandse bankier Franz Koenigs en de collectie van de bankier Fritz Mannheimer, die door Hitler zelf werd gekocht..


Foto onder: Hitler schenkt Goering een schilderij vor zijn verjaardag.




De zesdaagse conferentie in Magdeburg werd georganiseerd door het nieuwe European Shoah Legacy Institute (ESLI), opgericht in 2009 en gevestigd in Praag. Dit was de eerste keer dat de training onder de titel Provenance Research Training Program (PRTP)  werd gehouden. Er bestond tot nu toe vrijwel geen formele training op dit gebied. Gastheer was de Duitse instelling op dit gebied, de Koordinierungsstelle Magdeburg.


De training is het gevolg van de Holocaust Era Assets Conference uit juni 2009 in Praag en de daaruit voortkomende Terezin Declaration die door 47 landen, waaronder Nederland, werd ondertekend.


650.000 werken


Vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog stalen na nazi's, onder wie met name Hitler en Reichsmarschall Goering, zo'n 650.000 kunstwerken of verkregen deze onder dwang.

Tussen de 100.000 en 200.000 schilderijen en andere kunstwerken zijn nog steeds vermist. Van de teruggevonden kunst kon ruwweg de helft aan de rechtmatige eigenaar worden gegeven.

Vrijwel alle landen die betrokken zijn geweest bij de oorlog hebben nog kunst en ander cultureel erfgoed zoals boeken in hun bezit, waarvan de herkomst niet bekend is.


Daarnaast hebben al deze landen collecties door de nazi's ontvreemde kunst. Deze is deels tentoongesteld. In Nederland beheert het Instituut Collectie Nederland de roofkunst die nog niet is teruggegeven.


In Nederland behandelt de zg. Restitutiecommissie aanvragen voor teruggave door familieleden van vorige eigenaren.

 
In totaal nemen er 35 kenners deel van bedrijven zoals Sotheby's en Christie's en instellingen als het Hunt Museum in Ierland, het Israël Museum en de National Gallery in Canada.


Er waren bijdrage en seminars van vooraanstaande kenners, waaronder van Harvard University. Uit Nederland is er een bijdrage van het International Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Bijna 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog worden nog steeds vele tienduizenden culturele voorwerpen vermist die tijdens de heerschappij van de nazi's zijn gestolen of verdwenen. Daarnaast zijn er duizenden erfgoedstukken waarvan bekend is dat zij roofkunst zijn, maar waarvan de eigenaren of hun erfgenamen niet teruggevonden zijn .Het ESLI wil de zoektocht naar de objecten bespoedigen door de trainingen vaker en in verschillende landen aan te bieden.

Sinds 2009 loopt er een actie van de Nederlandse Museumvereniging, waarbij musea zelf hun collecties controleren op nazi-herkomst. Een aantal kleinere musea zijn daar al mee klaar, enkele grotere zullen en nog een jaar of twee langer over doen.



Roofkunstcommissie geeft antieke kist aan erfgenaam terug


DEN HAAG, 25-05-2012 - De Roofkunstcommissie wijst een 17de-eeuwse kist toe aan de erfgenaam, zo heeft de commissie vandaag bekendgemaakt.


Verder zijn de Nederlandse musea bezig hun bezit te inventariseren op het punt van roofkunst. Het rapport daarover wordt in 2013 verwacht, zo meldt de woordvoerster van de commissie, Evelien Campfens. Een uitzondering daarop vormt het Rijksmuseum vanwege de enorme omvang van zijn collectie.

Het gaat bij de jongste restitutie om een 17de-eeuwse kist van beukenhout uit de rijkscollectie, afkomstig uit de inventaris van antiekhandel S. van Leeuwen te Den Haag. Deze Joodse antiekhandelaar raakte tijdens de oorlog door het naziregime in een steeds benardere positie. De bezetter stelde in zijn zaak een beheerder (Verwalter) aan. Daardoor verloor Van Leeuwen van de een op andere dag zijn inkomen en kon zijn zaak zelfs niet meer binnen.


Met hulp van zijn niet-Joodse procuratiehouder wist Van Leeuwen zijn bedrijf te redden van onteigening door de bezetter. Ondertussen had hij financiële moeilijkheden en was hij met zijn vrouw en pasgeboren zoon ondergedoken.

De 17de-eeuwse  kist werd hoogstwaarschijnlijk op 31 juli 1944 door de Duitser W. Geisler te Wiesbaden gekocht bij de antiekhandel, in afwezigheid van Van Leeuwen, ondergedoken, die waarschijnlijk ook niets van de verkoop afwist. De
Restitutiecommissie (zoals de commissie formeel heet) oordeelt dat er sprake is van onvrijwillig bezitsverlies als direct gevolg van het naziregime, op grond waarvan zij de staatssecretaris adviseert de kist terug te geven aan een erfgenaam van Salomon van Leeuwen. Van Leeuwen, zijn vrouw en kind hebben de oorlog hebben overleefd, Mevrouw Van Leeuwen was niet-Joods, maar maakte toch de onderduik van haar gezin mee.


De commissie heeft ook een verzoek afgewezen. Het gaat om een claim op verschillende kunstwerken uit de Rijkscollectie, van familieleden van kunsthandelaar Louis Morpurgo. De commissie concludeert dat er geen aanwijzingen zijn gevonden dat deze voorwerpen tot het privévermogen van Morpurgo hebben behoord.



Duitsland geeft zes schilderijen aan Nederland  terug

 

DEN HAAG, 19-03-2012 - Duitsland heeft er begin deze maand mee ingestemd dat er 6 oude schilderijen aan Nederland worden teruggegeven. Zij waren  tijdens WO2 in het bezit waren gekomen van de industrieel Alfred Kummerlé. Hij had ze meegenomen naar Duitsland.

 

Na 70 jaar komen de kunstwerken naar Nederland terug en daarmee is de Nederlandse aanspraak op de werken erkend. De Nederlandse ambassadeur, Marnix Krop nam de schilderijen vorige week in ontvangst. De kunstwerken maakten sinds de jaren '50 deel uit van de collectie van Museum voor Beeldende Kunsten in Leipzig. Drie van de werken waren bij het uitbreken van de oorlog eigendom van grote Nederlands-Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker en de drie anderen van kunsthandelaar Nathan Katz.

Het gaat om het schilderij 'Twee mannen met paard aan het strand' van Philips Wouwerman, 'Jongen met hond' van Dominicus van Tol, 'Drinker met baard' van Hendrick Gerritsz. Pot, 'Bathseba na het baden' van Jan Steen, 'Landschap aan de zee' van Pieter van der Croos en het werk 'Knielende vrouw voor een tulpenbed in gesprek met een man'. Tot voor kort werd dit toegeschreven aan Gerard Dou.


Als de schilderijen weer in Nederland zijn, gaan ze naar de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaren kunnen zich melden bij het ministerie van OCW om aanspraak te maken op de kunstwerken.Er wordt nog met Duitsland onderhandeld over de teruggave van nog 6 kunstwerken die nu nog in Leipzig zijn. Daarover nemen de Duitse autoriteiten binnenkort een besluit.

 

 


 

 

Foto boven: een van  de eerste posters die Hans Sach verzamelde, door Otto Fischer, Dresden, Die alte Stadt,  1896

 

 

Duitse hoge raad wijst 4.000 posters toe aan familie

 

 

KARLSRUHE, 19-03-2012 - De Duitse hoge raad heeft donderdag in hoogste beroep geoordeeld dat het Duitse Historische Museum (DHM) in Berlijn ruim 4.000 zeldzame posters moet teruggeven.

 

Het museum heeft in een persbericht verklaard, dat oordeel te accepteren.

Foto rechts: Robert Engels, affiche uit 1896

 

De rechthebbende is de joodse Peter Sachs, zoon van de oorspronkelijke eigenaar Hans Sachs. De posters, die verzameld werden vader Sachs, werden tijdens de WO2 door de Gestapo geroofd. Het gaat om posters van o.m. kunstenaars als Henry van de Velde, Käthe Kollwitz en Otto Dix.

 

Het DHM is een nationaal museum dat een goede reputatie heeft. Op de sit6e van het museum staat een compacte weergave van de Tweede Wereldoorlog, waarin bijvoorbeeld ook de Duitse daden in Nederland met enige historische afstand correct worden weergegeven.

 

Het museum wijdt ook een uitvoerige buigrafie op zijn site aan Sachs onder de titel: 'Hans Sachs, Der Plakatfreund', compleet met links naar de kunstenaars van wie hij werk verzamelde. Uit die biografie blijkt, dat het ging om bijna 13.000 affiches.

 

Indien het museum de stukken niet retourneert, dan blijven zo de wandaden van de nazi's voortduren, zo stelt de rechtbank. Die kans lijkt volgens Duitse kranten overigens klein.Dit is het resultaat na 7 jaar juridische strijd. 'Ik kan niet beschrijven wat dit voor mij persoonlijk betekent', aldus Sachs.'Het voelt als een rechtvaardiging voor mijn vader, eindelijk erkenning voor het leven dat hij verloor en nooit heeft teruggekregen.'

 

Van Duitse zijde wordt o.m. benadrukt, dat de collectie die op 4 miljoen tiot 16 euro geschat wordt, nu waarchijnlijk geveild zal worden omdat de in 1938 geboren zoon Sachs geen bekende kunstkenenr of -liefhebber is. Wel heeft hij al eerder duidelijk gemaakt, dat hij de collectie voor het publiek beschikbaar wil stellen.


Teruggave
Vader Sachs heeft na de oorlog volgens toen geldende regels niet tijdig een aanvraag ingediend voor teruggaaf van de postercollectie.

 

De regels die de Geallieerden na de Tweede Wereldoorlog opstelden voor de teruggaaf van geroofde kunst konden daarom niet worden toegepast. De geest van de wet pleit volgens de rechters echter voor teruggave van de posters aan Sachs.

Hagen Philipp Wolf, woordvoerder van de Commissaris voor Cultuur en Media van de Bondsregering, zei dat de beslissing zal worden gerespecteerd. 'Het Federale Hof van Justitie heeft een besluit genomen, we hebben een duidelijke uitspraak, het Duits Historisch Museum moet de Sachs-posters teruggeven.'

Geschiedenis
De posters van Sachs hebben een geschakeerde geschiedenis achter de rug. De vader van Sachs, Berlijnse tandarts Hans Sachs, begon met het verzamelen van posters van tentoonstellingen, cabaretvoorstellingen, films en allerhande producten toen hij op de middelbare school zat.

In 1905 was hij al een van de belangrijkste posterverzamelaars van Duitsland. In 1938 werd de postercollectie in opdracht van de nazi-minister van propaganda Joseph Goebbels in beslag genomen. Kort daarna, in de Kristallnacht, werd Hans Sachs opgepakt en gedeporteerd naar het concentratiekamp Sachsenhausen. Twee weken later kwam hij vrij en de familie Sachs nam direct de wijk naar de VS.

Museum
Na de oorlog meende vader Sachs dat zijn collectie vernietigd was en accepteerde hij in 1961 een schadevergoeding van 225.000 D-mark, nu ongeveer 600.000 euro waard. Al 5 jaar later merkte hij dat een deel van de collectie nog bestond en was inbezit was van een museum in Oost-Berlijn. Vader Sachs deed een beroep op de Oost-Duitse overheid om de stukken te mogen zien, maar tevergeefs. Hij stierf in 1974.

In 1990 kreeg het Duitse Historische Museum de collectie. Peter Sachs heeft gesteld pas sinds 2005 kennis te hebben van het bestaan van de postercollectie. Sindsdien heeft de intussen gepensioneerde piloot geprocedeerd om teruggave van de 4259 posters waarvan bekend is dat van ze van zijn vader waren.

 

 


 

Roofkunst uit Leipzig terug naar Nederland

 

LEIPZIG, 7-03-2012 - De Nederlandse staat krijgt 6 schilderijen terug uit Duitsland die geroofd werden in de Tweede Wereldoorlog. Het gaat om werken van Hollandse meesters uit de collecties van de Joods-Nederlandse kunsthandelaren Jacques Goudstikker en Nathan Katz. Ze waren 60 jaar in bezit van het Museum der bildenden Künste in Leipzig.

 

Afgelopen zondag ondertekende de Nederlandse ambassadeur in Duitsland Marnix Krop in Leipzig een overeenkomst met Duitsland. De schilderijen komen uit de tot eind juni lopende tentoonstelling "Die schönsten Holländer in Leipzig".

 

Langs allerlei omwegen kreeg de Duitse industrieel Alfred Kummerlé 30 schilderijen uit Nederland in zijn bezit. Hij droeg de werken over aan zijn vrouw, die ze liet opslaan in een bankkluis. In 1953 vluchtte zij uit de DDR en die staat onteigende de werken en bedeelde ze toe aan het museum in Leipzig. Nederland heeft aanspraken op alle 30 werken, en heeft die aanspraken ook onafgebroken sinds 1945 herhaald.

 

Duitsland krijgt tegelijkertijd ook gestolen werken uit Rusland terug. Het gaat in dit geval om 44 stukken die nu in het Museum für Byzantinische Kunst im Berliner Bode-Museum in Berlijn zijn teruggekeerd. Deze bleken deels al jaren in Leizig te zijn en werden daar geïdentificeerd. Tot eind maart 2012 zijn deze stukken in het Bode Museum te zien.

 

 


 

Italiaans paneel uit 16de eeuw moet terug naar erven Rosenberg

 

 

DEN HAAG, 17-02-2012 - Een Italiaans paneel uit 16de eeuw moet terug naar erven S. Rosenberg. Zij krijgen echter 12 andere objecten niet terug. Twee verdere kunstwerpen gaan niet naar de erven Guttmann.Dat heeft de offociële Resitutiecommissie voor roofkunst in Den Haag besloten. De adviezen

zijn onlangs (31 januari 2012) overgenomen door de staatssecretaris van OCW.

 

Op 19 december 2011 bracht de Restitutiecommissie advies uit over 13 voorwerpen die werden geclaimd als voormalig bezit van I. Rosenbaum N.V. Deze Amsterdamse kunsthandel werd gedreven door Duits-joodse kunsthandelaren, onder hen Saemy Rosenberg, die vanwege Hitlers machtsgreep uit Duitsland waren vertrokken.

 

Naast de kunsthandel in Amsterdam dreven leden van de familie kunsthandels in Parijs, Londen en New York. De commissie komt in haar advies tot de conclusie dat één van de 13 geclaimde werken, een 16e eeuws paneel uit het atelier van Palma il Vecchio (NK 1436), teruggegeven zou moeten worden aan de kleinzoon van Saemy Rosenberg, destijds directeur van kunsthandel Rosenbaum.

 

 

Restitutiecommissie

 

Sinds januari 2002 heeft de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog 107 adviezen uitgebracht en werden 130 claims aan haar voorgelegd.

 

De commissie staat onder voorzitterschap van Willibrord Davids (foto links).

 

Zie http://www.restitutiecommissie.nl/overzicht_adviezen.html voor de adviezen over de restitutiezaken Rosenbaum-A (RC 1.82-B) en Gutmann IV-A (RC 1.115-A).

 
Dit schilderij bleek tijdens de bezetting uit het bezit van de kunsthandel geconfisqueerd te zijn door een Duitse roofinstelling, de Dienststelle Mühlmann. De commissie adviseert de claim voor wat betreft de overige twaalf objecten af te wijzen.

 

Omdat kunsthandel Rosenbaum destijds nauw samenwerkte met een andere Amsterdamse kunsthandel, en de kunsthandels werken van elkaar in consignatie maar ook in gezamenlijk eigendom hadden, was een van

de lastige vragen in deze zaak of Rosenbaum als eigenaar van de werken kon worden aangemerkt.

 

Ten aanzien van 2 van de geclaimde schilderijen oordeelt de commissie dat deze werken niet kunnen worden aangemerkt als eigendom van Rosenbaum (Meester van de Cappella Medici Polyptiek, St. Nicolaas van Bari(NK 2915) en N. Maes, Portret van een man (NK 3269)). De commissie adviseert dan ook de claim op deze werken af te wijzen.

 

Drie andere kunstwerken bleken wel eigendom van Rosenbaum te zijn geweest, maar in de loop van 1940 in eigendom te zijn overgedragen aan de hiervoor genoemde andere kunsthandel (N. Neufchatel, Portret van een man (NK 1457); I. van Ostade, Interieur van een stal met drie spelende kinderen (NK 1474) en J. van Loo, Drie mannen in een wijnkelder(NK 2173)).

 

Die eigendomsoverdracht merkt de commissie niet aan als onvrijwillig. Ten aanzien van de overige zeven voorwerpen (voornamelijk porselein en aardewerk) adviseert de commissie eveneens tot afwijzing van de claim op grond van een onzekere eigendomspositie.

 

Gutmann

Het tweede advies, van 19 december 2011, betreft vier sculpturen van brons die werden geclaimd door de erven van de joodse bankier en kunstverzamelaar Herbert Gutmann. De kunstwerken maakten in elk geval in 1912 deel uit van de collectie van de vader van Herbert, Eugen Gutmann, en werden op een onbekend moment vóór 25 juni 1934 verworven door de joodse bankier en kunstverzamelaar Fritz Mannheimer te Amsterdam.

 

Uit het onderzoek van de commissie bleek dat tussen 1912 en de machtsgreep van Hitler in 1933, een periode van eenentwintig jaar, diverse stukken uit de collectie Eugen Gutmann zijn verkocht aan Fritz Mannheimer. De commissie komt in haar advies tot de conclusie dat het niet aannemelijk is dat de vier geclaimde voorwerpen tijdens het naziregime nog behoorden tot de collectie Eugen Gutmann. Zij adviseert de staatssecretaris van OCW daarom tot afwijzing van de claim.

 

 


 

Roofkunst weer gerestitueerd


DEN HAAG, 08-02-2012 - De Nederlandse staat geeft twee schilderijen en drie kunstwerken van keramiek die ooit tot Görings persoonlijke collectie behoorden terug aan de nazaten van twee Joodse antiquairs.

 

Dat heeft de zg. Restitutiecommissie bekendgemaakt.

Het gaat o.a. om een anoniem 16de-eeuws werk Portret van een man met een hond en het 18de-eeuwse schilderij Landschap met vee in ondiepe rivier van Theobald Michau. Dit laatste hoorde oorspronkelijk tot de collectie van Edouard Leon Jonas behoorde.

De twee werken zijn in de Rijkscollectie terechtgekomen door een ruil die Reichsleiter Hermann Göring met de Amsterdamse kunsthandel Goudstikker-Miedl beklonk tegen Christus en de overspelige vrouw van Johannes Vermeer.

Dit schilderij bleek jaren later overigens door meestervervalser Han van Meegeren geschilderd te zijn.

Onder leiding van o.m. Hermann Göring hebben de nazi's schilderijen geroofd van talloze Joodse families (1,800 ‘kunstwerken). Al deze schilderijen, die Göring onderbracht in zijn buitenhuis Carinhall nabij Berlijn, zijn na de oorlog verspreid op verschillende locaties en zo ook in Nederland.

Uit interviews met een psychiater in Neurenberg lijkt Göring zichzelf ervan overtuigd te hebben dat hij eigenlijk niet echt stal. Uitspraken die hij deed waren o.m. "During a war, everybody loots a little bit" en "None of my so-called looting was illegal."

 

De commissie oordeelde ook dat drie kunstwerken van keramiek moeten worden teruggegeven aan de erfgenamen van de joodse antiquair Arono Salomon Hiegentlich. Een vierde voorwerp bleek niet van Hiegentlich te zijn geweest.

 

In totaal adviseerde de commissie over 23 werken in de rijkscollectie. De overgebleven achttien voorwerpen worden niet gerestitueerd. De commissie heeft tot nu toe 107 adviezen uitgebracht.





KORT NIEUWS vrijdag 4 november 2011

 

  • Picasso

Er is een juridische strijd gaande om het schilderij ´Madame Soler´ (foto rechts) van Pablo Ruiz y Picasso. Het hangt nu de Pinakothek, een staatsmuseum, in München, maar de erven van oorspronkelijk eigenaar Paul von Mendelssohn-Bartholdy willen het terug. Volgens hun advocaat beslist de Duitse teruggavecommissie gaandeweg steeds vaker in het voordeel van musea. Uit Duitsland zijn nu zo'n 1500 werken gerestitueerd.

 

 


  • Klimt geveild

Een landschap met meer, Litzlberg am Attersee uit 1915 van de Oostenrijkse schilder Gustav Klimt (foto onder), ging woensdag in New York onder de hamer voor 40,4 miljoen dollar - ruim 29,5 miljoen euro.


Tijdens WO2 stalen nazi´s dit werk. Afgelopen juli kreeg de familie het terug, in dit geval een achterneef van Amalie Redlich, de oorspronkelijke eigenaresse. Zij erfde het doek van een Oostenrijkse staalfabrikant, Viktor Zuckerkandl. In totaal hebben de Oostenrijkers nu zo´n 10.000 werken gerestitueerd sinds de Overeenkomst van Washington over de restitutie van 1998.



 


 

Roofkunst bij Christie's op veiling

 

AMSTERDAM, 25-10-2011 - Christie's Amsterdam veilt op 1 november 2011  3 tijdens de oorlog geroofde schilderijen. Twee werden er in 1942 geroofd van de Joodse kunstverzamelaar en -handelaar Marcus Frederik de Vries.

 

De werken lagen jarenlang opgeslagen. Door een advies van de zogenoemde Restitutiecommissie voor geroofde kunst kwamen de werken in 2004 terug bij een nazaat van de oorspronkelijke eigenaar. Dit familielid biedt de 2 schilderijen nu te koop aan. Ook een kostbaar werk van de Gouden-Eeuwschilder Berckheyde wordt geveild, in de oorlog bedoeld voor Hitlers geplande Führermuseum.

 

De Amsterdammer Marcus Frederik de Vries (1897-1942) werkte samen met journalist Frans Goedhart, stichter van verzetskrant Het Parool. De Vries financierde Goedhart voor diens illegale voorloper van Het Parool, Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen, en deed dat ook voor Het Parool. De Vries was een zwager van de kunsthandelaar Matthias Lemaire, die een zaak had aan de Leidsestraat. De twee werkten ook samen.

 

Bij een toevallige politie-inval bij Goedhart op 9 juli 1942 was De Vries daar juist op bezoek. Hij belandde in Westerbork en moest vandaar naar Auschwitz, waar hij al op 18 juli 1942 werd vermoord.

 

Foto rechts:  Zandweg boerenhuis met bos,  Andreas Schelfhout

 

Uit Westerbork zond de De Vries, hoewel getrouwd, een ansicht naar een vroegere vriendin die een zoon van hem had. Hij schreef:

 

Beste Anne, Haal weg D.Willinkplein 3-2, Amsterdam, Schelfhout, Zandweg boerenhuis met bos, Pieter G. van Os, winter met herten, Jacob van Loo, Bloemstilleven, Abram Govaerts, Italiaanse Bergen, B.C.Koekoek, Landschap met watermolen en boer vee Anne voor 5/9-'29. Hartelijke groeten, V.

 

Zo wou De Vries 5 schilderijen, daaronder de 2 werken die Christie’s nu gaat veilen, toebedelen aan hun zoon. Maar de woning van De Vries werd a\l eerder leeggeroofd.

 

Pas in 2002 zag de zoon de briefkaart van De Vries. Hij vroeg Bureau Herkomst Gezocht de schilderijen te vinden. Dre ervan bleken voor te komen in de Nederlands Kunstbezitcollectie, waarin ongeveer 4.500 geroofde kunstvoorwerpen uit Duitsland zitten. In 2004 belandden 3 schilderijen van De Vries bij zijn zoon. Hij gaf een Koekkoek, het kostbaarste werk in bruikleen aan Rijksmuseum Twenthe. Volgende week veilt Christie's de van Os en de Schelfhout.

 

In 2007 besliste de Restitutiecommissie roofkunst over een verzoek van kinderen van Lemaire om enkele voorwerpen te retourneren. Daaronder ook een schilderij getiteld 'Moeder en kind bij wieg' van J. Kever. Dat wees de commissie toen af, omdat de kinderen Lemaire geen aanspraak konden maken op bezit van de Vries.

 

Volgende week komt ook Gezicht op de Haarlemse St. Bavo Kerkvan Gerrit Adriaensz. Berckheyde (1638-1698, leerling van Frans Hals) ter veiling. Zijn werk hing voor de oorlog al on o.m. het Rijksmuseum en het Louvre. Hitler selecteerde Berckheyde daarom ook voor zijn topcollectie, het zogenaamde Führermuseum, dat in Linz moest komen (maar nooit kwam).

 

Het werk van Berckheyde werd aangekocht voor een normale prijs in 1940 via de Amsterdamse handelaar P. de Boer aan Hitlers verzameling toegevoegd voor 10.000 Reichsmark. De Amerikanen namen het na de oorlog in beslag en het kwam in 1946 in Nederland terug. Daarna bezaten diverse mensen het privé.

 



Rechter in VS kan Hongarije berechten vanwege kunstroof

 

WASHINGTON, 8-09-2011 - De Amerikaanse rechter acht zich bevoegd om de staat Hongarije te berechten inzake een kunstroof, in dit geval van de familie Herzog uit Hongarije. Dat is de kern van een uitspraak van het Amerikaanse federale hof van gisteren.

 

Het vonnis is een doorbraak omdat hierdoor vele Joodse erfgenamen van beroofde Joodse kunsteigenaren in de VS nu makkelijker in staat kunnen zijn om te procederen tegen Europese staten. Deze werken over het algemeen slechts zeer traag mee aan teruggave van roofkunst.

 

Foto rechts: 'Jezus in de Hof van Gethsemane' van El Greco, één van de betwiste werken

 

Het gaat in dit geval om de enorme kunstcollectie van baron Mor Lipot Herzog, die door de Duitsers geroofd werd en uiteindelijk voor een deel weer in het bezit kwam van de Hongaarse staat.

 

Onder de kunstwerken die in het geding zijn, bevinden zich buitengewoon kostbare schilderijen ter waarde van naar schatting $ 100 miljoen van o.m.

 

Verder bevinden zich onder de kunstwerken anonieme houtsculpturen uit de 14de eeuw, diverse bewerkte stenen en cameeën en zilveren munten..

 

Nederland

Ook in Nederland lopen nog procedures door erfgenamen uit de VS, waar velen van hen terechtgekomen zijn omdat zij Europa niet veilig genoeg voor Joden meer achtten na de oorlog.

 

De ongeveer 40 schilderwerken bevinden zich in Hongaarse staatsmusea, namelijk het Museum voor schone Kunsten, de Nationale Kunstgalerij en het museum voor toegepaste kunst, terwijl er ook werken in het bezit zijn van de Technische Hogeschool van Budapest. Het bekendste werk in de collectie is El Greco's Jezus in de tuin van Gethsemane (foto boven).

 

Hoe de zaak nu verder loopt is moeilijk te voorspellen. De advocaten van de familie Herzog hebben een

lijst op internet gepubliceerd, waarin alle geclaimde werken worden opgesomd.

 


 

Geroofde piëta terug naar familie van eigenaar

 

UTRECHT, 1-09-2011 - Het beeldhouwwerk dat Museum Catharijneconvent moet teruggeven, is op weg naar de oude eigenaren. Het beeld werd eind augustus nog twee weken tentoongesteld. Het gaat om een 15de-eeuwse Pietà, een sculptuur die in de oorlog was geroofd door de nazi's.

Het beeld gaat naar de familie van de oorspronkelijke eigenaar. De sculptuur behoorde aan de kunstverzamelaar Gutmann en werd door de Duitsers meegenomen uit een kunsthandel in Parijs.

Amerikaanse militairen vonden het in een treinwagon vol kunst van Reichsmarschall Hermann Göring, de tweede man van de nazipartij na Hitler. Na de oorlog kwam het beeld in de Nederlandse Rijkscollectie terecht.
De waarde van het werk is niet bekendgemaakt maar ligt naar schatting voor dit soort werk uit de 15de eeuw op € 50.000 tot € 150.000.




'Jodin met sinaasappelen' terug in Warschau

WARSCHAU, 28-07-2011 - Het geroofde schilderij 'Jodin met sinaasappelen' van de Poolse schilder Aleksander Gierymski (1850-1901) is terug in Warschau, waar het tijdens de oorlog door de Duitsers gestolen werd.

Het schilderij bevindt zich nu in het Poolse Nationale Museum. Directrice Agnieszka Morawinska is daar uiterst verheugd over, zo zei zij tegen persbureau DPA, omdat het schilderij 'zeer waardevol' is. Volgens de minister van cultuur, Bogdan Zdrojewski, hebben de onderhandelingen 7 maanden geduurd.

Het schilderij bevond zich sinds 30 jaar in privébezit, wat de onderhandelingen vanuit een juridisch oogpunt moeilijker maakten. De minister was zeer te spreken over de hulp van de Duitse autoriteiten.

Na de Warschause opstand in 1944 plunderden Duitse eenheden alle musea en andere culturele verzamelingen in de stad, vernietigden veel en voerden de rest af naar Duitsland.
Er lopen nog onderhandelingen met Duitsland over talloze geroofde Poolse kunst- en cultuurobjecten.





































 

KORT NIEUWS maandag 25 juli 2011

 

  • ROOFKUNST
    De Restitutiecommissie heeft de Staatssecretaris van OCW geadviseerd over 3 claims op  kunstwerken uit de Nederlandse Rijkscollectie: 2 van de 3 geclaimde kunstwerken kunnen terug naar de erfgenamen van de voormalige eigenaren.




KORT NIEUWS dinsdag 28 juni 2011  

 

  • ROOFKUNST
    De gemeente Gent weigert teruggave van een schilderij (foto links) van de Tsjechische kunstenaar Oskar Kokoschka (1886-1980) aan de Joodse erfgenamen van de voormalige eigenaar. Het Gentse college van burgemeester en schepenen besloot dat afgelopen week.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Litouwen besluit tot herstelbetalingen voor Joden

 

VILNIUS, 22-06-2011 - Litouwen betaalt de komende jaren 158 miljoen litas (ruim 45 miljoen euro) ter compensatie van geroofd Joods bezit uit WO2.

 

Het geld gaat naar in een restitutiefonds voor geconfisqueerd bezit van Joodse Litouwers, zo meldt persbureau AP.. Dat is opmerkelijk, omdat het antisemitisme in Litouwen ook anno 2011 nog alomtegenwoordig is.

.

Lokale organisaties kunnen met ingang van 2013 sociale, culturele en educatieve projecten voor de kleine Joodse gemeenschap in Litouwen door het fonds financieel laten ondersteunen. Van het totaal gaat 3 miljoen litas (ongeveer 1 miljoen euro) naar pensioenen voor slachtoffers van het nazi-regime. Het bedrag is zo laag omdat het jongste slachtoffer waarschijnlijk 70+ is.

 

Het parlement in Vilnius besloot dinsdag met een ruime meerderheid tot de herstelbetalingen. Van de parlementariërs stemden 87 voor, 7 tegen en 47 niet.

 

In WO2 vermoordden nazi's en hun gedreven Litouwse helpers ongeveer 95 procent van de 220.000 Litouwse Joden. De Litouwers waren meer nog dan andere volkeren gebrand op de Joden, omdat die in hun ogen met de Sowjets hadden gecollaboreerd tegen de Litouwers, terwijl de Litouwers de Duitsers vaak beschouwden als hun bevrijders (van het communisme). De Joodse gemeenschap in Litouwen omvat nu 5000 mensen.


 

Hitlers megaplannen voor de wereld

 

02-06-2011

Dat Hitler grootste plannen had, is iedereen bekend. Dat deze plannen erop gericht waren om allerlei Duitse gebouwen de grootste van de wereld te maken, was ook niet echt geheim.

 

In de middelgrote Oostenrijkse stad Linz wilde Hitler het Hitlermuseum bouwen: een megamuseum voor de roofkunst. Het is de geschiedenis ingegaan als het Führermuseum oftewel de 'Sonderauftrag Linz' (Hitler had een deel van zijn jeugd in Linz doorgebracht).

 

Hier moesten meer dan 1200 schilderijen komen te hangen - en die waren in 1942 ook al bij elkaar gebracht, onder meer uit in beslag genomen Joods bezit. Daartoe behoorden ook werken uit de collectie-Goudstikker, de Amsterdamse kunsthandelaar die één van de grootste in Europa was. Bovendien was er een bibliotheek gepland, met 250.000 boeken.

LEES VERDER: Hitlers megaplannen>>>



 

KORT NIEUWS maandag 30 mei  2011


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 


 

Commissie roofkunst oordeelt over bezit Mathiason en Gutmann

 

DEN HAAG, 15-04-2011 - De Restitutiecommissie voor roofkunst adviseert de staatssecretaris van OCW 2 kunstwerken terug te geven aan de erfgenamen van de families Mathiason en Gutmann.

 

Het schilderij Landschap met klassieke tempel  van de kunstenaar Hubert Robert (1733-1808)(NK 1432) was oorspronkelijk eigendom van de Joodse ondernemer Karl Mathiason dan wel van zijn broer Hermann Mathiason en zijn vrouw. Het schilderij werd tijdens WO2 in Nederland in beslag genomen op last van de Duitsers. 

 

Foto rechts: een soortgelijk werk van Robert.

 

Voor dittzelfde schilderij kwam een tweede restitutieverzoek, namens de Joodse kunsthandel I. Rosenbaum N.V. te Amsterdam. De commissie wees die claim af, aangezien het schilderij geen eigendom was van kunsthandel Rosenbaum.

 

Een derde zaak gaat om een vijfdelig kaststel (NK 3223 A-E). Daarover oordeelt de commissie dat de Joodse bankier en kunstverzamelaar Fritz Gutmann de oorspronkelijke eigenaar ervan was. De commissie concludeert dat Gutmann het bezit van dit kaststel onvrijwillig verloor, als direct gevolg van het naziregime.

 

De commissie adviseerde de staatssecretaris het restitutieverzoek van de erven van Fritz Gutmann toe te wijzen. In hetzelfde advies adviseerde ze een concurrerende claim op het kaststel van een andere tak van de familie Gutmann af te wijzen. Binnenkort zal de commissie nog een advies over de kunstcollectie van de familie Gutmann uitbrengen.

 


KORT NIEUWS - woensdag 30-03-2011

  • ROOF
    Wie onderzoek doet naar de roof van Joodse en andere bezittingen tijdens WO2 kan vanaf nu gebruik maken van een nieuwe online gids van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam. De gids bevat een overzicht van alle archieven in Europa en de Verenigde Staten waar materiaal te vinden is van de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg (ERR).
  • GOUDSTIKKER
    De erfgename van de Joods-Nederlandse kunsthandelaar Jacques Goudstikker (foto rechts)  krijgt opnieuw een werk uit zijn collectie terug. Het zou gaan om een schilderij uit de 16e eeuw van Pieter de Molijn dat hangt in een museum in Amerika.


  •  

    KORT NIEUWS dinsdag 18-01-2011
     


     

    Commissie wil schilderijtje van Jan van de Velde uit Rijksmuseum teruggeven
     

    DEN HAAG, 10-12-2010 - De zogenaamde Restitutiecommissieheeft de staatssecretaris van OCW geadviseerd het schilderijtje Winterlandschap (slechts 9x12 cm) van Jan van de Velde II uit de collectie van het Rijksmuseum terug te geven.

    Het schilderij werd geclaimd door de erfgenamen van Curt Glaser, een prominente Duitse
    kunsthistoricus van Joodse afkomst (hij w
    as tevens gepromoveerd als arts).

    Onduidelijk is wanneer het schilderij daadwerkelijk teruggaat, zo laat de commissie weten, maar het kan vanwege buitenlandse documenten en notariswerkzaamheden een half jaar duren.

    De Restitutiecommissie is door het rijk ingesteld en staat onder leiding van de ex-president van de Hoge Raad Willibrord Davids. De commissie vindt dat Curt Glaser het schilderij in 1933 onvrijwillig verloor, door vervolging door nazi's. Vanaf 1924 was Glaser directeur van de Staatliche Kunstbiliothek te Berlijn.

    Glaser kreeg al spoedig na de machtsovername van de nazi's in Duitsland in 1933 problemen. Zo moest Glaser zijn woning ontruimen en verlaten, waarna de Gestapoer zijn hoofdkwartier vestigde. Ook verloor Glaser zijn baan op grond van een wet die de verwijdering van Joden en politieke tegenstanders uit het ambtenarenapparaat regelde.

    Ter voorbereiding van zijn vlucht uit Duitsland veilde Glaser zijn uitgebreide kunst- en boekenverzameling. Onder deze werken bevond zich het schilderij van Van de Velde II. Glaser wist vervolgens in juli 1933 met zijn vrouw Duitsland te ontvluchten. Hij overleed in 1943 in de Verenigde Staten.

    Het schilderij van Van de Velde II kwam, na een aantal omzwervingen, in 1935 terecht in het Rijksmuseum, door een schenking van een particuliere verzamelaar. Omdat het schilderij van Van de Velde II rijkseigendom is, valt deze claim onder het restitutiebeleid van de Nederlandse regering.

     

    Zie ook het bericht van 10-12-20120 over roofkunst.



    Wikileaks: bericht over roofkunst uit WO2

     

    LONDEN, 9-12-2010 - Wikileaks heeft nu ook een bericht over WO2.

    Het gaat volgens het Britse dagblad The Guardian om gesprekken over een geroofd kunstwerk tussen de Amerikaanse ambassadeur in Madrid en de Spaanse minister van cultuur, Angeles Gonzalez Sinde.

     

    Rechts: Camille Pisarro, Rue Saint-Honoré, 1897,


    Inzet van het gesprek  van februari 2010 was volgens Wikileaks een claim door ene
    Claude Cassirer op een schilderij van Camille Pisarro, Rue Saint-Honoré, 1897, nu te zien in het Madrileense Thyssen-Bornemisza Museum.

    Sinds 2001 trachtte Cassirer het doek terug te krijgen en de Spaanse staat voor de rechter te dagen. De rechtbank gaf daarvoor op 8 september 2010 toestemming, maar Cassirer stierf op 25 september 2010.

    Volgens Wikileaks stelt de Spaanse minister dat het museum het schilderij legaal heeft verworven en heeft de familie ook al compensatie ontvangen van de Duitse staat.

    De Spaanse minister wilde in februari de zaak opnieuw laten onderzoeken, maar stelde dat teruggave niet zonder meer mogelijk is.

     

    Zie ook het bericht van 7-12-2010 over museum Boijmans van Beuningen en oorlogskunst.

     


     

    Museum Boijmans Van Beuningen geeft uitleg over roofkunst
     

    ROTTERDAM, 7-12-2010 - Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam gaat uitleg geven over de herkomst van zijn kunstwerken, met name in verband met de oorlog.


    Afbeelding boven: Jan Toorop, schilderij De Theems bij Londen (1885), gerestitueerd in 2009. Foto museum BvB.

     

    Op de website van het museum staat vanaf vandaag informatie over lopende en afgesloten onderzoeken naar de herkomst.

    Het gaat met name om kunstwerken verworven in en rond WO2 en die mogelijk afkomstig zijn uit particulier bezit dat onrechtmatig van eigenaar wisselde, zo laat het museum weten in een persbericht.

    .

     

    Museum Boijmans Van Beuningen onderzoekt de verwerving van kunstwerken in de periode vanaf 1933, het jaar waarin de nazi's in Duitsland aan de macht kwamen.

    Niet alleen tijdens maar ook voorafgaand aan WO2 zijn veel Joodse eigenaren, door roof, confiscatie, gedwongen verkoop of onder verdachte omstandigheden kunstwerken kwijtgeraakt. Veel daarvan is ongemerkt verdwenen in de kunsthandel en veilingen of is naderhand langs andere weg terechtgekomen in musea, die volgens Boymans nu niet altijd op de hoogte zijn van de herkomst.

    De laatste decennia hebben nazaten van toenmalige eigenaren verzocht om teruggave. In een aantal gevallen zijn die kunstwerken teruggeven nadat duidelijk werd dat het bezitsverlies destijds inderdaad onrechtmatig was. Soms moest daarover jarenlang geprocedeerd worden.

     

    In 1958 werd volgens Wikipedia de collectie van Daniël George van Beuningen (1877-1955) aan het museum toegevoegd, evenals tekeningen, beeldhouwwerken, ivoor en zilver en de collecties van Auspitz en Franz Koenigs, die Van Beuningen in 1932 en 1941 had aangekocht. Die laatste aankoop is omstreden geweest. Op 29 juni 2004 werd een groot deel van de Koenigscollectie, die in WO2 was verdwenen, aan het museum teruggegeven.

    Het museum neemt volgens zijn persbericht deel aan het landelijke project 'Museumonderzoek museale verwervingen 1933-1940 en 1948-heden', dat dit jaar is gestart op initiatief van de Nederlandse Museumvereniging (NMV). De eindrapportage wordt in 2012 verwacht. Eerder verleende het museum zijn medewerking aan het in 1998-1999 door de NMV ingestelde onderzoek naar de herkomst van kunstwerken verworven in de jaren 1940-1948. Dat heeft toen al geresulteerd in een aantal restituties aan rechtmatige erfgenamen.

    Op www.boijmans.nl staat nu een overzicht van lopende en afgehandelde restitutieverzoeken. Er wordt dieper ingegaan op individuele zaken zoals de na aanvullend herkomstonderzoek gerestitueerde kunstwerken van Dirck van Delen en Jan Toorop, die destijds veel media-aandacht kregen.

    Extra ruimte krijgt de Collectie Koenigs (tekeningen en schilderijen), die bij verschillende organisaties, waaronder het museum, wordt opgeëist door een van de kleinkinderen van een vroegere eigenaar. Daarover zijn alle in het museum aanwezige oude documenten nu ook online algemeen toegankelijk. Lijsten met literatuur, mediaberichten, webpublicaties, archieven en claims zijn toegevoegd, met veel praktische hyperlinks.

     


     

    KORT NIEUWS -  donderdag 4 november 2010

    •  ROOFKUNST - Een rechter in Boston in de VS  heeft geweigerd een verzoek tot teruggave van een schilderij  toe te kennen wegens verjaring, zo meldt de Britse krant The Daily Mail. Het gaat om een werk door Oskar Kokoschka, 'Twee geliefden" .


     

    Amerikaanse en Oekraïnse databases met roofkunst online gegaan

    Commissie roofkunst werkt nog 3 jaar door

     

    DEN HAAG, 20-10-2010 - De zogenaame 'Restitutiecommissie', die claims beoordeelt op kunst uit WO2 die van vooral Joden werd ontvreemd, werkt nog zeker 3 jaar door, voornamelijk omdat er nog aanvragen lopen.  

    De commissie krijgt in december een herbenoeming voor 3 jaar. Secretaris Evelien Campfens bevestigde tegenover het ANP een bericht hierover op de voorpagina van Trouw van vandaag. Eergisteren is verder een Duitse database met roofkunst online gegaan.

    Deze onafhankelijke commissie adviseert sinds 2002 de minster van OCW over claims van mensen die menen recht te hebben op kunstwerken. Meestal gaat het omwerk dat in de oorlog werd gestolen of onder dwang te goedkoop verkocht. Bekend zijn o.mm.de collecties Goudstikker en Guttman. Het gaat intussen vaak om nazaten van de vroegere eigenaren.

    De organisatie blijft langer actief om enkele redenen. Zo lopen er nog 20 zaken. Een andere reden vormt het nog lopende onderzoek naar aankopen door Nederlandse musea sinds 1933. Mogelijk leiden de resultaten van dit onderzoek tot nieuwe claims. Lid van de Restitutiecommissie zijn deskundigen: juristen en (kunst)historici. Sinds de oprichting heeft zij volgens het ANP 93 adviezen uitgebracht.

     

    Amerikaanse database

    Eergisteren is verder een Amerikaanse database met roofkunst online gegaan. Het gaat om een database van de Conference of Jewish Material Claims Against Germany en van het United States Holocaust Memorial Museum in Washington, D.C. Deze bevat gegevens van 20.000 voorwerpen, voornamelijk gestolen uit Frankrijk en België. Onder de voorwerpen bevinden zich ook vele etsen van Rembrandt, en bezit van baronesse Hélène van Zuilen van Nyeveldt de Haar, die in Parijs woonde.

    De diefstallen zijn gepleegd door vooral de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg (ERR), geleid door Alfred Rosenberg (foto rechts) in opdracht van Hitler zelf. Zogenaamd moesten de voorwerpen gebruikt worden voor de studie van het Jodendom. De database combineert gegevens van:

    • US. National Archives
    • Bundesarchiv in Koblenz
    • de Franse regering.


    Oekraïne

    Eind vorige maand heeft ook de Oekraïne een database online geplaatst met gegevens van Rosenbergs diefstallen. Het gaat in dit geval om 140.000 pagina's met gegevens.

     

    Foto onder: Geallieerd opperbevelhebber generaal Eisenhower bekijkt gestolen kunst in 1945.

     


     

    Teruggave kunst aan familie Gutmann nu geregeld

     

    AMSTERDAM, 27-07-2010 - De staat gaat 3 tapijten en 2 vazen teruggeven aan de erfgenamen van de Joodse kunsthandelaar Friedrich Gutmann. Daarover heeft de zogenaamde Restitutiecommissie juist een persbericht uitgegeven. Daarmee lijkt de zaak-Gutmann tot een redelijk goed einde gebracht te zijn.

     

    Verzoeken tot teruggave van deze roofkunst aan familieleden Gutmann dateren al van 1952. Dit specifieke verzoek van drie erfgenamen dateert van 2007. De waarschijnlijke reden voor deze late zaak is dat het de familieleden niet duidelijk was dat de betroffen voorwerpen in het bezit van de staat waren. 

     

    Geleidelijk kregen de familieleden meer werken terug. Dat was het gevolg van een verandering van opvatting over en inzicht in de oorlogsomstandigheden. Zo wilde de Stichting Nederlands Kunstbezit, die voor de staat vanaf 1946 roofkunst beheerde, aanvankelijk niet alles aan de familie Gutmann teruggeven. Met name een verkoop in 1943 gold voor de stcihting  niet als onvrijwillig. In 1952 al besliste een Nederlandse rechter daar al anders over.

     

    Eén kunstwerk krijgen de erven niet terug: het schilderij Venus, Bacchus en Ceres met slapende Amor van J. de Wit (NK 1960), zo blijkt uit het besluit.

     

    Al in 2002 kregen de erfgenamen veel meer kunstwerken terug. Dat blijkt uit een brief van de toenmalige staatssecretaris dr F. van der Ploeg.

     

    Restitutiecommissie

    De Restitutiecommissie vormt een onderdeel van het ministerie van OCW en kan bindende adviezen geven. Sinds zijn start in 2001 adviseerde de Restitutiecommissie de minister van OCW over 91 claims op cultuurgoederen in bezit van de rijksoverheid. Voorzitter is sinds 2009 mr Willibrord Davids (foto rechts), voormalig voorzitter van de Hoge Raad. Een belangrijk lid is de historicus prof dr Jan Bank.

     

    Daarnaast, zo schrijft de commissie op haar website, kan de Restitutiecommissie een bindend advies uitbrengen over een geschil tussen twee partijen over een cultuurgoed dat niet in het bezit is van de rijksoverheid.

     

    Andere roofkunst-zaken

    De bekendste zaak op het gebied van Nederlandse roofkunst, de zaak-Goudstikker, loopt nog steeds. Wel zijn er al 200 kunstwerken teruggegeven, in dit geval van topkunstenaars zoals Ferdinand Bol en Jan Steen. Ook loopt nog de zaak-Koenigs:  een Nederlands kunstverzamelaar, wiens collectie ook in Duitse handen viel.

     

     

     

    De geschiedenis van Friedrich Gutmann, kunstverzamelaar

     

     

    Fritz (Friedrich) Gutmann werd op 15 november 1886 te Berlijn geboren als zoon van de Joods bankier Eugen Gutmann, zo schrijft de Retitutiecommissie op haar site. Fritz Gutmann had zes broers en zusters, Walter, Lili, Toinon, Herbert, Kurt en Max. Om de zakelijke belangen van de kinderen Gutmann goed te behartigen, richtten zij in 1921 de N.V. Trust & Administratie Maatschappij (Trustenad) te Amsterdam op.


     

    Met zijn echtgenote Louise baronesse von Landau kreeg Frits Gutmann twee kinderen, een zoon  in 1914 (gestorven 1994) en diochter (geboren 1919). In 1918 vestigde Gutmann zich in Nederland, en verkreeg in 1924 de Nederlandse nationaliteit. Hij woonde met zijn gezin op het landgoed Huize Bosbeek bij Heemstede, waar hij een omvangrijke kunstcollectie bijeenbracht.


    Al voor het uitbreken van de oorlog trachtte het echtpaar Gutmann-Von Landau uit voorzorg kunstwerken in Parijs in veiligheid te brengen. Na de bezetting van Nederland in 1940 maakte het echtpaar plannen om het land te ontvluchten.

     

    Zij trachtten waarschijnlijk, zo denkt de Restitutiecommissie, daarom kunstwerken te verkopen. Zo verkocht Fritz Gutmann bij diverse transacties een groot aantal stukken aan de Duitse kunsthandelaren Böhler en Haberstock.

     

    Bij een van deze transacties verkocht Fritz Gutmann op 11 februari 1942 200 voorwerpen aan de Duitsers voor NLG 150.000,-. Daaronder waarschijnlijk 5 van de geclaimde voorwerpen.

     

    De Restitutiecommissie bezit een kopie van deze koopovereenkomst, waaruit blijkt dat de koopprijs werd betaald aan Trustenad in verband met een schuld van Fritz Gutmann aan Trustenad. Verzoekers hebben gesteld dat dit zo gebeurde om te voorkomen dat de koopprijs door de bezetter in beslag zou worden genomen.


    Het plan van het echtpaar Gutmann-Von Landau om naar het buitenland te vluchten mislukte. In 1943 werden zij gearresteerd en overgebracht naar het concentratiekamp Theresienstadt. Daar kwam Fritz Gutmann in 1944 om het leven. Zijn echtgenote Louise werd in Auschwitz omgebracht.


    De twee volwassen kinderen van het echtpaar overleefden de oorlog in het buitenland. Na de oorlog hebben zij zich jarenlang ingespannen om het verdwenen familiebezit terug te verkrijgen.


    Verschillende kunstwerken waarvan vaststond dat deze in beslag waren genomen door de nazi's in Frankrijk en die nooit warebn verkocht, gaf de Stichting Nederlands Kunstbezit in de eerste jaren na de bevrijding aan de kinderen terug.


     



     

    Teruggevonden fotoalbum Hitlers roofkunst aan overheid overgedragen
     
    BERLIJN, 21-05-2010 - In Berlijn is een fotoalbum met foto's van kunstwerken van Hitlers 'Gemäldesammlung Linz'  overgedragen aan de autoriteiten. 
     
    Het album is door de ontdekker, Robert Edsel, overgedragen aan de Duitse staat, zo bericht het Bundesamt für zentrale Dienste und offene Vermögensfragen. Dit is de instelling die zich bezighoudt met roofkunst.
     
    Edsel is oprichter van de stichting  'Monuments Men' die de activietiten van de Amerikaanse kunstofficieren van na WO2 documenteert. Deze officieren zochten naar kunstwerken die dor de nazi's geroofd waren. Wat zij vonden, stuurden zij meestal naar de VS. Edsel heeft nu dit 20ste van in totaal 31 albums met foto's van roofkunst overgedragen.
     
    De albums vormen de belangrijkste beeldbronnen voor de documentatie van de zogenaamde 'Führermuseum' in Linz. Hitler bracht daar de geroofde werken samen.
     
    Het Duitse overheidsinstituut heeft ook een vrij toegankelijke databank in samenwerking met het Deutsche Histirsche Museum. Eind vorig jaar gaf het BZDOV op basis van dit soort documentatie bijvoorbeeld het schilderij  'Siesta am Hofe der Mediceer' van Hans Makart terug aan rechtmatige eigenaren. Een afbeelding van dit schuilderij staat in het nu overgedragen foto-album.

     

     

     

     

    I  N  D  E  X

     

    Scroll naar beneden om de artikelen te lezen


     


    04-10-2012
    Roofkunstcommissie organiseert symposium in Vredespaleis


    16-06-2012

    Eerste internationale training in nazi-roofkunst in Duitsland


    19-03-2012
    Eerste internationale training in -nazi-roofkunst in Duitsland


    19-03-2012 

    Duitsland geeft zes schilderijen aan Nederland  terug

    Duitse hoge raad geeft 4.000 posters terug aan familie                               

     

    7-03-2012                         

    Roofkunst uit Leipzig terug naar Nederland

     

    17-02-2012

    Italiaans paneel uit 16de eeuw moet terug naar erven Rosenberg

     

    08-02-2012

    Roofkunst weer gerestitueerd

     

    04-11-2011

    KORT NIEUWS vrijdag 4 november 2011

    25-10-2011

    Roofkunst bij Christie's op veiling

     

    08-09-2011

    Rechter in VS kan Hongarije berechten vanwege kunstroof

     

    01-09-2011

    Geroofde piëta terug naar familie van eigenaar

     

    28-07-2011

    'Jodin met sinaasappelen' terug in Warschau


    25-07-2011

    KORT NIEUWS maandag 25 juli 2011


    28-06-2011

    KORT NIEUWS dinsdag 28 juni 2011  

     

    22-06-2011

    Litouwen besluit tot herstelbetalingen voor Joden

     

    02-06-2011

    Hitlers megaplannen voor de wereld

    30-05-2011

    KORT NIEUWS maandag 30 mei  2011 - 

     

    15-04-2011

    Commissie roofkunst oordeelt over bezit Mathiason en Gutmann

      

    30-03-2011

    KORT NIEUWS - woensdag 30 maart 2011

     

    18-01-2011

    KORT NIEUWS dinsdag 18-01-2011

     

    10-12-2010

    Commissie wil schilderijtje van Jan van de Velde uit Rijksmuseum teruggeven 

     

    9-12-2010

    Wikileaks: bericht over roofkunst uit WO2 

     

    7-12-2010

    Museum Boijmans Van Beuningen geeft uitleg over oorlogskunst

     

    4-11-2010

    KORT NIEUWS -  donderdag 4 november 2010

     

    20-10-2010 

    Amerikaanse en Oekraïnse databases met roofkunst online gegaan


    Commissie roofkunst werkt nog 3 jaar door

     

    27-07-2010

    Teruggave kunst aan familie Gutmann nu geregeld

     

    21-05-2010

    Teruggevonden fotoalbum Hitlers roofkunst aan overheid overgedragen