Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
Achtergronden 2014
Achtergronden 2013
Achtergronden 2012
Achtergronden 2011
Aanslagen op Hitler
10 vragen over de oorlog
Boekenlijst WO2
Boere: Aken-blog
Churchill
Curaçaose stakers 1942
D-day 2014
Dossier Vorden 2013
Dossier Wulff en Gauck
Gauck niet-Faber wel
Euthanasie
Februaristaking
Gauck PERS
Geschiedvervalsing
Grijs verleden
Herzberg-lezing
Hilversum oorlog
Koninkrijk - De Jong
Market Garden 2014
Mein Kampf h1
Mein Kampf h2
Mgr Lampert: onthoofd
Rode Kruis
Roofkunst
Roofkunst links
Troostmeisjes
Verliezen WO2 per land
WO1 - De machine
Colofon
70 jaar bevrijding
Onderduyik
Churchill pers
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS

N I E U W S  -   W O 2  . T K

  

 

h e t

 

R O D E   K R U I S


t i j d e n s    d e


 

O O R L O G 

 

 

 


 V E R V O L G   V A N    V O O R P A G I N A

 

 

 

Excerpt uit


Het KONINKRIJK der NEDERLANDEN

in de  TWEEDE  WERELDOORLOG

1939-1945

Dr L. de Jong

 

DEEL 5

Eerste helft

pag 128-136 - (in de PDF: 136-140)

 

"

Het rode Kruis


Wij komen nu tot de poging, het Nederlandse Rode Kruis bij de strijd aan het oostehjk front in te schakelen. In het deel van ons werk dat gewijd zal zijn aan het lot der Nederlanders die in gijzeling of gevangenschap dan wel ter deportatie weggevoerd werden, zullen wij verscheidene aspecten van het Rode Kruis-werk uitvoerig behandelen. Het is evenwel noodzakelijk, hier iets over de organisatie in het algemeen te vertellen.

 

Het Nederlandse Rode Kruis was een vereniging die alom in den lande afdelingen had; deze waren in kringen gegroepeerd. In '40 waren er 135 afdelingen, het ledenaantal bedroeg toen 33 000. De leden betaalden een bescheiden contributie; het totaal dier contributies, gevoegd bij de opbrengst der jaarlijkse collecten, was onvoldoende om de vele werkzaamheden die het Rode Kruis verrichtte, mogelijk te maken; het verschil werd bijgepast door het departement van defensie waar de vereniging vóór de oorlog onder ressorteerde.

(In 1940 werd door het hoofdbestuur f 3 000 aan contributies ontvangen; de in de herfst gehouden collecte bracht f 65 000 op, van het rijk werd f380 000 ontvangen. Bij de uitgaven werd in dat jaar de grootste post gevormd door een bedrag van f 250 000, nodig voor de inrichting van hulpziekenhuizen.).

 


Foto boven: een oorkonde ter herinnering aan de oorlog.

 

 

Afdelingen en kringen van het Rode Kruis hadden een vrij grote mate van zelfstandigheid, maar dan toch binnen de algemene beleidslijnen die door het in Den Haag gevestigde bestuur aangegeven werden. De bestuursstructuur nu, was na de meidagen van '40 zwakker dan voordien. De plaats van de voorzitster, prinses Juliana, was leeg; bovendien werd toen ook het algemeen bestuur waarin de kringen vertegenwoordigd waren, niet meer bijeengeroepen.

 

Zonder dat er nog van een levend contact met de provincie sprake was, kwam dus de algemene leiding geheel te berusten bij het dagelijks bestuur; dat bestuur vergaderde als regel eenmaal per week in aanwezigheid van de secretaris-generaal der organisatie die men zien moet als de directeur van het in Den Haag gevestigde hoofdbureau.

 

Na de capitulatie werden de vergaderingen van het dagelijks bestuur gepresideerd door de ondervoorzitter, mr. W. J. baron van Lynden, een 61-jarige edelman die, nadat hij zijn advocatenpraktijk neergelegd had, op sociaal gebied met name in hervormde kring actief gebleven was; hij was opperkamerheer in buitengewone dienst van de koningin.

 

In het dagelijks bestuur zaten voorts drie medici waarvan één, de Haagse arts dr. H. K. Offerhaus, 65 jaar oud, tevens hoofdcommissaris voor het ziekenhuiswezen was, en twee gepensioneerde officieren; er waren ook twee verwante organisaties in vertegenwoordigd: de Johanniter Orde en de Souvereine Orde van Malta, de eerste in de persoon van de Utrechtse gedeputeerde ir. F. C. C. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen.

 

 

Foto boven: Rode Kruis-helpsters in Utrecht delen voedsel uit, na de bevrijding in 1945

 

Secretaris-generaal was in mei '40 mr. dr. F. W. Donker Curtius, een Haagse advocaat die zijn functie bij het Rode Kruis combineerde met een eigen praktijk. Er was dus op het hoofdbureau geen voortdurende dagelijkse leiding aanwezig - en het werk stroomde van alle kanten toe.

 

Het Rode Kruis had tevoren verscheidene nuttige instellingen in het leven geroepen en in stand gehouden: voorradendepots, transportcolonnes, een bloedtransfusiedienst, noodziekenhuizen, parkherstellingsoorden, hulpposten langs de weg. Met het begin van de bezetting kwamen er nieuwe taken bij waarvan het opvangen van oorlogsgewonden en het organiseren van een informatiebureau en van een correspondentiebureau de belangrijkste waren.


Er waren personen zoekgeraakt: het Rode Kruis moest trachten ze te vinden en eventueel hun terugkeer naar Nederland mogelijk maken. Tienduizenden Nederlanders wilden brieven wisselen met familieleden en kennissen die zich in staten bevonden die met Duitsland in oorlog waren: het Rode Kruis zorgde voor briefformulieren die, na in Berlijn bij het Deutsche Rote Kreuz gecensureerd te zijn, contact mogelijk maakten; voorts moesten van de zomer af ook hulppaketten gereedgemaakt worden voor Nederlanders die zich in krijgsgevangenschap of in gijzeling bevonden.

 

Dat alles vergde uitbreiding van personeel. En er was niet genoeg leiding! Spoedig kwamen er klachten bij het college van secretarissen-generaal dat de zaak niet goed liep. Er werden twee maatregelen genomen. Onder druk van het college stelde Donker Curtius zijn functie ter beschikking; hij werd in september '40 opgevolgd door een beroepsmilitair, kolonel H. H. Thoden van Velzen, laatstelijk hoofd van de Étappe- en verkeersdienst op Winkelmans Algemeen Hoofdkwartier, en voorts werd het Rode Kruis na veel vijven en zessen begin '41 aan Defensie onttrokken en onder Sociale Zaken geplaatst; de directeur-generaal van de volksgezondheid, dr. C. van den Berg, werd nu tweede ondervoorzitter.

 


Foto boven: daklozen van het bombardement kregen in mei 1940 hulp van het Rode Kruis.

 

 

Er was toen al gebleken dat de meeste leden van het dagelijks bestuur gevoelig waren voor Duitse pressie.

 

Ondanks het protest van baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen (een principieel man van wie wij in ons vorige deel vermeldden dat hij naar aanleiding van de Ariëverklaring in oktober '40 zijn functie als gedeputeerde neerlegde) had het bestuur zich bereid verklaard, een in opdracht van de Duitsers door twee marine-officieren georganiseerde Nederlandse Zeereddingsdienst onder verantwoordelijkheid van het Rode Kruis te laten werken.

 

Het stond allerminst vast dat men op de vaartuigen van die dienst voldoende controle kon uitoefenen (het personeel van het loodswezen had en bloc geweigerd, zich te laten aanmonsteren) en men wist niet eens o f het Rode-Kruis-karakter van de dienst door de Engelse regering erkend zou worden; die erkenning kwam inderdaad nimmer binnen.

 

Van het neutrale Nederland uit had het Rode Kruis in de eerste wereldoorlog op tal van wijzen humanitaire hulp verleend aan de oorlogvoerende partijen. Zo had het ook, toen Nederland nog neutraal was, begin '40 besloten tot het zenden van een ambulance (eigenlijk een kleine mobiele medische eenheid) naar Finland en die ambulance was inderdaad, zij het dat Finland toen de strijd al gestaakt had, eind maart '40 vertrokken; ze keerde in september terug.

 

Op 10 juli '41 nu, de dag waarop de oprichting van het Vrijwilligerslegioen bekend gemaakt werd, verscheen in De Waag een artikel van een Haarlemse oogarts die bepleitte dat het Rode Kruis hulp zou verlenen bij het zenden van één of meer van dergehjke ambulances naar het oostelijk front. Vermoedelijk werd secretaris-generaal Verwey van Duitse of Nederlandse kant op dat artikel attent gemaakt; acht dagen later verscheen hij althans opeens in de wekelijkse vergadering van het dagehjks bestuur van het Rode Kruis.

 

Hij had daartoe met Thoden van Velzen een afspraak gemaakt; van Lynden was met vakantie, dr. van den Berg die presideerde, werd door de komst van zijn eigen secretaris-generaal verrast, maar nog sterker verrast door diens voorstel: kon het Rode Kruis niet een ambulance sturen naar het oostelijk front?

 

Toen Verwey, aldus van Tuyll, zei dat het zon mooie geste was en dat de ambulance daarom uitgezonden moest worden, heb ik gezegd dat het Rode Kruis er niet was om gestes te maken en dat wij bovendien naar mijn mening geen honden waren die de hand likten die ons sloeg. Verweys voorstel werd verworpen; twee bestuursleden stemden evenwel vóór: Thoden van Velzen en Offerhaus.

 

Verwey besloot, het er niet bij te laten zitten. Nog diezelfde dag bracht hij de zaak in het college van secretarissen-generaal ter sprake. Er werd daar opgemerkt, misschien ook door voorzitter Snouck, dat het zakelijk eigenlijk nauwehjks zin had, die ene Nederlandse ambulance te sturen. Maar Verwey, en niet hij alleen, zag de zaak anders, meer politiek.

 

De vraag kwam naar voren, aldus de notulen, o f het geen verkeerde indruk zou kunnen maken om, waar Nederland steeds naar verschillende fronten ambulances heeft gezonden(ja, maar toen was het land neutraal geweest!), het zenden van zodanige ambulance thans achterwege te laten. De verantwoordelijke personen zou gewezen kunnen worden op de verkeerde indruk die het nietzenden van een ambulance in dit geval zou kunnen wekken3 - Verwey nam op zich, nog eens met het bestuur van het Rode Kruis te spreken.

 

Dat bestuur had, onmiddellijk nadat Verwey naar zijn departement teruggekeerd was, een brief van generaal Seyffardt ontvangen. Het was min of meer een ultimatum: binnen twee dagen wilde Seyffardt weten of het Rode Kruis bereid was, materiële en financiële hulp te bieden voor een medische afdeling van het Vrijwilligerslegioen.

 

Dat was zelfs Offerhaus en Thoden van Velzen te gortig: per kerende post werd aan Seyffardt bericht dat het Rode Kruis alle medewerking weigerde.

 

Seyffardt liep met die brief naar de Duitsers en in een bespreking met Wimmers Referent op medisch gebied, dr. Gero Reuter, kregen dr. van den Berg en Thoden van Velzen te horen dat Seyss-Inquart bijzonder ontstemd was. Wel vond Reuter Seyffardts Legioen eine lacherliche Geschichte : die willen pas eind augustus vertrekken en dan is de oorlog daar al lang voorbij, maar daarom nam de Reichskommissar de zaak niet minder hoog op.

 

Dr. van den Berg suggereerde daarop dat de Duitsers de medische voorraden van het Franse leger die zij in '40 in het zuiden van ons land aangetroffen en aan het Rode Kruis afgestaan hadden, alsnog als oorlogsbuit ten behoeve van het Legioen zouden vorderen; tegen Thoden van Velzen zei hij dat vooral niet méér mocht worden gegeven - vervolgens ging hij met vakantie.

 

Van Lynden kwam terug en onder diens voorzitterschap moest het bestuur zich op 25 juli opnieuw over de gehele zaak beraden. Ter tafel lag een formeel bevel van Seyss-Inquart die medewerking eiste aan een ambulance voor het Legioen; ter tafel lag óók een mededeling van Verwey dat het gehele college van secretarissen-generaal voorstander was van het zenden van een ambulance naar het oostelijk front, plus een bericht van prof. Franfois, volkenrechts-adviseur van het college, dat tegen uitzending van een ambulance naar het oostelijk front geen volkenrechtelijke bezwaren bestonden.

 

Het bestuur zwichtte voor Seyss-Inquarts bevel: met van Tuyll als enige tegenstemmer verklaarde het zich tot medewerking aan de ambulance van het Vrijwilligerslegioen bereid. En het bleef niet bij het afstaan van de gevorderde Franse goederen ter waarde van f 75 000: ruim f 25 000 aan medicamenten werd er aan toegevoegd en generaal Seyffardt ontmoette, schreef hij later, von Anfang August in Dr. Offerhaus einen vorzüglichen Mitarbeiter fE die Zusammenstellung eines Feldlazaretts.2

"


















 

 

                                                                  

 

 

                           I  N  D  E  X

Scroll naar beneden om de artikelen te lezen

 

 

 

 

Zier ook : Achtergronden -

30-03-2012

 

Rode Kruis start onderzoek naar haar omstreden rol in WO2