Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
Achtergronden 2014
Achtergronden 2013
Achtergronden 2012
Achtergronden 2011
Aanslagen op Hitler
10 vragen over de oorlog
Boekenlijst WO2
Boere: Aken-blog
Churchill
Curaçaose stakers 1942
D-day 2014
Dossier Vorden 2013
Dossier Wulff en Gauck
Gauck niet-Faber wel
Euthanasie
Februaristaking
Gauck PERS
Geschiedvervalsing
Grijs verleden
Herzberg-lezing
Hilversum oorlog
Koninkrijk - De Jong
Market Garden 2014
Mein Kampf h1
Mein Kampf h2
Mgr Lampert: onthoofd
Rode Kruis
Roofkunst
Roofkunst links
Troostmeisjes
Verliezen WO2 per land
WO1 - De machine
Colofon
70 jaar bevrijding
Onderduyik
Churchill pers
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS
 N I E U W S  -   W O 2  . T K 

 



o o r l o g

 7   

 J  A  A R 


 O N D E R D U I K  






Verzetsmensen van 'Groep 2000' hielpen redden 4.500 onderduikers

AMSTERDAM, 30-03-2015 - De verzetsmensen van Groep 2000, onder leiding van Jacoba van Tongeren, bleven altijd vrijwel onbekend. Over haar en haar grioep is nu een boek verschenen.

Het boek ‘Jacoba van Tongeren de onbekende verzetshelden van de Groep 2000' ertelt zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog hun verhaal.

De groep was vrijwel de enige grote groep, die onder vrouwelijk leiding stond. De andere was toevallig ook een onderduyikorganisatie, de Landelijke central voor Hulp aan Onderduikers, oftwel LO, opgezet door 'Tante Riek, mevrouw Helena Kuipers-Rietberg, die in Ravensbrück omkwam.
.
Overleden
Volgens de auteur  Inmiddels leven alle 140 leden, die samen zo’n 4500 onderduikers in Amsterdam hielpen, niet meer. Het boek, dat Jacoba’s neef Paul van Tongeren schreef samen met Trudy Admiraal, is gebaseerd op de handgeschreven notities van de verzetsvrouw.

Zij richtte de groep op en leidde deze vijf jaar.Jacoba van Tongeren had als bijnaam 'de bonnenkoningin’, omdat zij onder haar kleding een speciaal vest aanhad waarin zij duizenden rantsoenbonnen kon smokkelen.

De leden waren niet met naam en toenaam bekend, maar bezaten allemaal een codenummer. De oprichtster droeg als nummer 2000. Ook de onderduikers en onderduikadressen hadden een eigen code en nummer, die de Duitsers nooit te weten zijn gekomen. 
De onbekendheid van de Groep 2000 volgde ook uit de onbekendheid van de leden met elkaar.

Geen verzetsstrijder
Verder kampte Van Tongeren na de oorlog met haar gezondheid, zodat de groep feitelijk niet de publiciteit bereikte. In haar memoires verhaalt zij over de organisatie van de groep en hoe ze samenwerkten met andere verzetsgroepen. Ze presenteerde zichzelf hierbij niet als verzetsstrijdster, benadrukt NIOD-directeur Marjan Schwegman in het voorwoord.

Van Tongeren hamerde erop dat zij de opdracht had om als maatschappelijk werkster bij de Bijzondere Kerkelijke Gezinszorg zoveel mogelijk mensen in nood te helpen.

Burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam nam vorig week in ontvangst in De Rode Hoed. Tijdens deze presentatie waren ruim 200 familieleden van de verzetsstrijders aanwezig. Van hen ontdekten  velen pas door het boek dat hun vader, moeder, opa of oma actief was in het verzet.

Job Cohen, voorzitter van het Amsterdams 4 en 5 mei comité, overhandigde het eerste exemplaar aan van der Laan. ,,Zeventig jaar na afloop van de oorlog verschijnt het indrukwekkende verhaal van een sterke vrouw die, gesteund door haar geloof, met onvoorstelbare moed en uithoudingsvermogen een vitale en tot nu toe vrijwel onbekende rol in het Amsterdamse verzet heeft gespeeld en zo velen het leven heeft gered.”





Meer Joodse onderduikers dan eerder bekend

AMERSFOORT, 27-03-2015 - Volgens de jongste gegevens blijkt dat de groep ondergedoken Joden in Nederland niet 25.000 mensen groot was, maar 28.000. Dat zei directeur Ronald Leopold van het Anne Frankhuis, die vrijdag in kamp Amersfoort een nationaal monument  voor onderduikgevers onthulde.

In totaal doken bijna 350.000 Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog onder. Hoeveel  gastheren en -vrouwen er daarnaast precies waren, is echter onbekend. Over het algemeen kwamen onderduikers in gezinnen terecht, en alleen.

Leopold meldde ook met instemming dat het NIOD nu een studie naar de onderduik is gestart. Volgens de definitie van de oprichter van het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, dr Loe de Jong, golden onderduikgevers niet als verztemensen omdat zij niet in een groep van minstens drie mensen waren georganiseerd. Tot nu toe zijn de gegevens over onderduikers en hun gastheren en - vrouwen, gebaseerd op schattingen. Het jongste onderzoeksprogramma van het NIOD gaat extra aandacht geven aan de rol van vrouwen in het verzet. Onder meer de pas herontdekte verzetsleidster Jacoba van Tongeren en haar Groep 2000 komen daarbij aan bod.

Zo ging het bij de April-meistakingen van 1943 om de terugkeer in krijgsgevangenschap van het gele Nederlandse leger, 270.000 man - en vrijwel geen enkele militair nam daaraan deel, maar officële gegevens bestaan daar niet over. Bijde Spoorwegstaking van 17 september 1944 legden volgens betrouwbare gegevens 30.000 mennen en vrouwen hun werk neer, en waren vervolgens gedwongen om onder te duiken.

Aan de dwangarbeid in Duitsland namen volgens betrouwbare dopcumentatie in totaal 550.000 Nederlandse mannen deel, in de leeftijd van 18 tot 50 jaar (10% van hen overleed daarbij). In 1940 waren er in Nederland 1,2 miljoen mannen in die leeftijd - dus ruwweg 700.000 miljoen volwassen mannen gingen niet en hadden daarvoor vrijstellingen iof doken onder. Onderziocht moet worden heo groot die groep was.

De directeur van het NIOD, prof dr Marjan Schwegman,  heeft al in 2011 in een college gesteld dat er 350.000 onderduikers in Nederland waren, en dat zij nu wel degelijk meetellen als verzetsmensen. Door beter onderzoek en nieuwe gegevens is het nu mogelijk om preciezer vast te stellen, uit welke groepen de totale groep onderduikers bestond, en ook wie de onderduikgevers waren. prio Schwegman is bovendien een groot voorstander van het erkennen en eren van de verztesmensen uit de oolrog. Zij neemt daarmee afstand van het beleid van haar voorganger, prof Blom, die het goed-fout denken uit de eerste naoorlogse decennia sterk relativeerde.

Nog sterker deed een promovendus van hem, dr Chris van der Heyden dat. Deze stelde simpelweg dat het verzet in Nederland weinig voorstelde, net als wat hem betrof de collaboratie. Zijn omstreden boek met die opvattingen, 'Grijs Verleden', verscheen in 2001 en beleefde 10 drukken. Het boek negeerde de onderscheidingen van Yad Vashem aan 5.300 Nederlanders, relatief het hoogste aantal ter wereld.

Ook stelde dit boek o.m. dat er in nazi-Duitsland geen technologische vernieuwing mogelijk was en dat Nederland tussen 1900 en 1940 weinig presteerde, waarbij de auteur fenomenen negeerde als 9 Nederlanders die Nobelprijzen wonnen, de Afsluitdijk, de grote scheepswerven en rederijen, en de opkomst van reuzenbedrijven bedrijven als Philips, Enka-Aku, KNSM, Shell, KLM, Unilever. Het boek wordt nu volgens uitgever Contact niet meer herdrukt.





Nederlandse onderduikgevers eindelijk geëerd


door Arthur Graaff
AMERSFOORT, 28-03-2015 - De Nederlandse onderduikgevers, de gastheren en zeker ook -vrouw, alle helpers, zijn 70 jaar na de oorlog eindelijk geëerd. In Amersfoort werd in kamp Amersfoort voor hen een nationaal monument onthuld door directeur Ronald Leopold, directeur van het Anne Frankhuis.

Leopold benadrukte in zijn toespraak vooral dat de enorme prestatie van de onderduikverleners de afgelopen decennia veel te weinig aan bod is gekomen, doordat sterk de nadruk is gelegd op de zogenaamd afwachtende, afzijdige Nederlanders met een  'grijze' houding, in wat hij 'een doorgeschoten vergrijzing' noemde. Aan de andere kant wees hij ook het beeld van verzetsmensen als opportunistische rokkenjagers af.

Opperrabbijn Jacobs van het Ned. israëlitisch kerkgenootschap, zelf kind van een ondergedoken vader en moeder, sprak bij de onthulling zijn dankbaarheid uit jegens onderduikgevers. 'Zonder hen stond ik hier niet', zei hij.

De AFVN-Bond van Antifascisten bood zijn gelukwensen aan voor de oprichting van dit monument. Woordvoerder Arthur Graaff zei in een toespraak dat hij de onderduik de grootste prestatie van de Nederlanders uit de oorlog vindt. Deze is bovendien in geen enkel ander bezet land geëvenaard. Hij hoopt vooral dat de onderduik via het onderwijs aan kinderen wordt overgeleverd. Dat is volgens hem tot nu toe veel te weinig gebeurd.

Leopold noemde ook enkele sterke persoonlijkheden uit het verzet, zoals profesor Cleveringa, die zich in november 1940 openlijk uitsprak tegen het verwijderen van Joden uit overheidsdienst, Bernard IJzerdraat, de Vlaardinger die als eerste een verzetsgroep startte op 16 mei 1940 en al op 18 maart 1941 gefusilleerd werd, en ds Overduin uit Enschede, die honderden mensen hielp onderduiken. Bij de eerste generatie geschiedschrijvers werd het aanbieden van onderduik niet gezien als verzetswerk.Volgens Leopold menen sommige wetenschappers zelfs, dat bij één onderduiker 25 anderen betrokken waren, de bakker, de slager, enzovoorts, aldus Leopold.

Volgens een andere spreker, de heer Slomp, zoon van de beroemde onderduikorganisator dominee Slomp,  bedroeg het aantal onderduikhelpers 2 miljoen mensen. Zijn vader ds Slomp was ook bekend als 'Frits de Zwerver'. Vanwege het illegale werk van zijn vader moest zoon Slomp zelf ook onderduiken - op 26 achtereenvolgende adressen.

Het monument is er gekomen is dankzij de Stichting Schuilplaatsverleners. Het bestaat uit platen geroest staal waarin een silhouet van een mens en een halfopen deur te zien zijn. Het is ontworpen en gemaakt door Eric Claus.

Volgens voorzitter Piet Hoevenaars van de Stichting, zelf een als kind ondergedoken,  is dit kamp een historische plek voor de onderduik. Mensen die werden betrapt met onderduikers in huis kwamen zij namelijk vaak in dit kamp terecht. Velen moesten het enorme risico dat zij namen met de dood bekopen.

De schuilplaatsverleners hebben honderdduizenden mensen het leven gered. Ze werkten tijdens de oorlog in alle stilte en in het diepste geheim. Ze verdienen een nationaal eerbetoon voor hun moed en heldhaftigheid, aldus Jos Pothof, secretaris van de stichting.
Er bestond in Nederland nog geen nationaal monument voor deze groep mensen. Wél hebben Joden die de oorlog overleefden dankzij hun onderduikgevers, in het verleden individuele Nederlanders voorgedragen voor een onderscheiding van Yad Vashem, het Israëlische centrum voor de herdenking van slachtoffers van de Holocaust.

Het aantal door Yad Vashem onderscheiden Nederlanders is relatief veel groter dan dat uit welk ander land ook. In totaal zijn er 24.000 mensen wereldwijd onderscheiden door Yad Vashem, van wie er 5.300, bijna één kwart, uit Nederland komen.