Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
Chronologie
Jodenjagers
Jodenredders
Oorlogsmisdadigers 2012
Holocaust Musea
Kindertransporten
Overzicht
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS

 N I E U W S  -  W O 2  . T K     

 

 

J O D E N V E R V O L G I N G

 

 

 

J O D E N

R E D D E R S

 

 

 

 



 V E R V O L G   V A N    V O O R P A G I N A 


Families uit Haarlem en Overveen en krijgen Yad Vashem

DEN HAAG - 11-11-2015 - Op donderdag 12 november 2015 zal de Yad Vashem onderscheiding aan twee familes, uit Haarlem en Overveen, worden uitgereikt. De ondescheidenen zijn de heer Geert de Boer en zijn vrouw Margaretha Hendrika de Boer-Niemöller en de heer Paul van Westering en zijn vrouw Johanna van Westering-van Schreeven. Deze Jodenredders zijn overleden en daarom hun familie neem de onderscheiding in ontvangst in Overveen uit handen van de Israëlische ambassadeur Haim Divon.

Hieronder volgt een deel van de geschiedenissen waarop de aanvragen voor deze Yad Vashem-erkenningen is gebaseerd. Dat meldt de ambassade van israël.

 


De familie de Boer-Niemöller

Het gezin de Boer woonde met hun dochters en zoon in Overveen op de Oranje Nassaulaan 67. Onder de schuilnaam Lodewijk Peereboom, een evacuee uit Rotterdam, werd Levi Samson (Amsterdam, 13 september 1940) op 20 juni 1943 ondergebracht bij Geert en Margaretha de Boer en hun kinderen Ruud, Gerda en Jan. Het vervalste bewijs staat hiernaast afgebeeld.


De heer en mevrouw De Boer hadden zich aangemeld voor de opvang van kinderen uit Rotterdamse gezinnen die door het bombardement dakloos waren geworden. Ook was mevrouw De Boer benaderd door een van de zusters Van Vliet, die ook aan de Oranje Nassaulaan woonden, met het verzoek of zij een Joods kind onderdak zouden willen geven. Het echtpaar De Boer reageerde hier positief op.


Op de bewuste dag in juni 1943 verbleven er acht kinderen bij de zusters Van Vliet. Hun huis fungeerde als  doorgangs-adres. Levi ging met mevrouw De Boer mee. Loekie, zoals hij genoemd werd, vond gedurende de hele oorlog een veilig onderdak bij de familie De Boer, als ware hij hun vierde kind.  Ruud, Gerda en Jan de Boer waren toen respectievelijk 13, 9 en 7 jaar.


"Niet alleen qua leeftijd, ook qua omgang paste hij goed in ons gezin. Voor zover ik mij kan herinneren waren er geen aanpassingsmoeilijkheden. Wij als kinderen hadden er - tijdelijk - een lief 'broertje’ bij",  vertelt mevrouw Ruud Wubbe-de Boer in haar verklaring aan Yad Vashem. Aan het einde van 1943 kwam ook hun grootvader bij het gezin De Boer wonen, nadat hij weduwnaar was geworden.


Het grootste probleem was om voor zeven personen aan voedsel te komen. Mevrouw Margaretha de Boer ging enkele keren op de fiets naar boerderijen in Noord-Holland om aardappels en bonen te kopen. En in de Hongerwinter hebben ze ook bloembollen gegeten.

 

De familie Van Westering-van Schreeven


De tiener Hester Waas kwam bij de familie Van Westering in januari 1943, waar ze bleef tot na de Duitse bezetting.


Ze verzorgde de kinderen en hielp mee met het huishouden. Hester was geboren op 2 mei 1927 in Zandvoort waar ze met haar ouders en broertje Isaac woonde. Haar ouders gaven in 1942 gehoor aan de oproep om zich te melden bij de Hollandsche Schouwburg.


De laatste keer dat Hester haar ouders zag was toen ze de straat uitliepen op weg naar de Hollandsche Schouwburg.Een vriendin van Hester waarschuwde haar dat wanneer de Duitsers voor haar ouders kwamen, ze zeker ook voor haar zouden komen.


Aangezien de vriendin (Rosa Cymbalis) actief was in het verzet kon ze Hester voorzien van illegale papieren waardoor ze als Helen Waasdorp door het leven zou gaan.


Hester vertelt; “ Voorjaar 1943 herinner ik me dat ik voor een korte tijd in verschillende huizen verbleef voordat ik bij de familie Van Westering arriveerde. Mijn eerste ontmoeting met mijn redder was in een kerk. Ik heb geen herinnering welke kerk in Haarlem het precies was. Een man zat voor mij in de kerkbanken. Het eerste wat hij me vroeg was om 88 uit te spreken.


De Joden uit Amsterdam stonden bekend om hen specifieke uitspraak. Toen hij bevestigde dat ik niet Joods klonk, en me dus niet zou verraadden in mijn spraak, kon ik met hem mee”.  Door haar lichte haar en blauw/groene ogen had Hester een niet-Joods uiterlijk en was het niet noodzakelijk om zich angstvallig te verbergen. Uit voorzorg bleef ze vooral toch veel binnen. De weinige keren dat ze het huis verliet was om haar leraar te bezoeken die haar lesgaf in de Engelse en Duitse taal.


Het verblijf van Hester bij de familie Van Westering duurde van april 1943 tot januari 1946. Tijdens haar verblijf bij de familie had ze een warme band met de kinderen. Na de oorlog werd duidelijk dat haar ouders en broertje vermoord waren. Tegen de wil van meneer en mevrouw Van Westering wilde Hester zo snel mogelijk weg uit Nederland om zich bij haar familie (ooms en tantes en grootvader) te voegen in New York, die de oorlog wel hadden overleefd.

 

 





Israëlische ambassadeur bezoekt reddersdorp Nieuwlande (Dr)

NIEUWLANDE, 6-11-2014 - Op donderdag 6 en vrijdag 7 november brengt de Ambassadeur van Israël, Haim Divon, samen met zijn vrouw Linda een bezoek aan Drenthe en Friesland. In Drenthe bezoekt de Ambassadeur het dorp Nieuwlande, zo meldt de Israëlische ambassade.

Foto rechts: Onderduikers in Nieuwlande, jaar en exacte plaats onbekend.

Op 11 april 1985 is Nieuwlande door Yad Vashem geëerd als dorp voor de collectieve onderduikhulp aan Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. In oorlogstijd werd door de inwoners van Nieuwlande besloten dat in ieder huishouden een Joodse familie ondergebracht zou worden.

Alle 117 inwoners van het dorp zijn geëerd als "Rechtvaardigen Onder de Volkeren". De Ambassadeur zal na een presentatie door de lokale historicus, de heer Van der Sleen, o.a. een krans leggen bij het monument in aanwezigheid van de burgemeester van Hoogeveen, de heer Loohuis.

In Nieuwlande was de gangmaker van de hulp dorpsbewoner, boer en wethouder Johannes Post. Deze zou later een grote rol in het gewapend verzet spelen, en kwam daarbij ook om. Nieuwlande is niet de enige groep uit de oorlog die door Yad Vashem onderscheiden werd.

Ook de zg. 'NV', een groep kinderhelpers die vanuit Amsterdam en Utrecht opereerde, en de gezamenlijke Februaristakers werden onderscheiden.  In geen enkel ander land ontvingen drie groepen deze onderscheiding. Nederland is realtief verrweg het meest onderscheiden land wegens Jodenhulp tijdens de bezetting. Eén op de 1700 Nederlanders is door Yad Vashem onderscheiden. Dat is het hoogste aantal ter wereld.




Yad Vashem onderscheidt recordaantal Nederlanders  in Den Haag

DEN HAAG, 6-11-2014 - Volgende week dinsdag, 11 november 2014, ontvangen in het stadhuis van Den Haag 23 Nederlanders onderscheidingen wegens het redden van Joden in de oorlog.

Onder hen is ook één priester, Hendrikus Theissen uit Hodenpijl (bij Schipluiden). Alle ontvangers zijn al overleden, en hun fa,milieleden nemen de versierselen en oorkonden in ontvangst. De uitreiking geschiedt tijdens een uitgebreide plechtigheid door de ambassadeur van Israël, Haim Divon. Burgemeester Jozias van Aartsen en zijn vrouw zijn daarbij aanwezig als
eregasten.

De onderscheiding gaat naar mensen, die zelf niet Joods zijn en die met gevaar voor eigen leven en vaak ook dat van hun huisgenoten, Joodse medeburgers probeerden te redden tijdens de bezetting.


De geëerden mogen de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ dragen. Ook worden hun namen gebeiteld in de Eremuur van het Yad Vashem Instituut in Jeruzalem.

Aansluitend aan de plechtigheid wordt in het Atrium de tentoonstelling ‘Visa for Life, diplomats who rescued Jews’ geopend. De tentoonstelling vertelt de verhalen van internationale diplomaten die Joden hebben kunnen redden uit de handen van de nazi’s. Deze diplomaten, waaronder enkele Nederlanders, zijn allen onderscheiden door Yad Vashem.

De bekendste is Raoul Wallenberg, die betrokken was bij het redden van tienduizenden Joden in Boedapest, samen met andere diplomaten in de stad. De bekendste Nederlander is de toenmalige consul in Kaunas, Jan Zwartendijk (foto rechts) De tentoonstelling is te bezichtigen van 11 tot en met 21 november 2014.





Haagse Surinamer krijgt Yad Vashem-onderscheiding


DEN HAAG, 23-09-2014 - Donderdag ontvingen  de zoon en dochter van de Haagse Surinamer William Egger de Yad Vashem onderscheiding uit handen van de ambassadeur van Israël, Haim Divon. Hun ouders hebben tijdens de oorlog Joden gered. Mevrouw Engelina Egger-jas was van oorsprong Joods en vooral haar familie kon bij haar en haar man in huis onderduiken. In totaal ging het om 12 mensen die gered werden.

De ouders ontvingen de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ , zoals vermeld op de bijbehorende oorkonde en medaille. De Yad Vashem-onderscheiding is bedoeld voor mensen, die zelf niet Joods zijn en die met gevaar voor eigen leven en vaak ook dat van hun huisgenoten, in de Tweede Wereldoorlog Joodse medeburgers probeerden te redden.

William Egger en zijn vrouw woonden tijdens de oorlog in Den Haag en groef een schuilkelder onder hun huis, waar clandestien van tijd tot tijd Joden een aantal dagen logeerden, totdat hij voor hen een vaste schuilplaats had gevonden. De nazi's ontdekten de schuilkelder na verraad door een vrouw omdat haar man een geheime relatie had met de schoonzus van de redder. William Egger werd opgepakt en naar het concentratiekamp Vught gestuurd, vanwaar hij na anderhalf jaar werd bevrijd. Zijn vrouw kwam in enkele concentratiekampen terecht, en overleefde dat om, maar volgens informatie van de Israëlische ambassade geestelijk gebroken.

Wim Egger, de zoon van William Egger, schreef over deze Haagse geschiedenis het boek ‘Surinaamse Rug, Joodse Buik’.






Ontwerpwedstrijd voor  monument voor redders van Poolse Joden

WARSCHAU,9-09-2014 - Enkele overlevenden van de holocaust willen een internationale wedstrijd opzetten om redders van Joden een monument te bezorgen in Warschau.

Initiatiefnemer van het monument project is de overlevende van de holocaust Zygmunt (Sigmund) Rolat (foto rechts).

Deze zakenman emigreerde na de oorlog naar de Verenigde Staten waar hij zijn fortuin maakte en is al jaren betrokken bij culturele instellingen in Polen, waaronder het nieuwe Museum van de Geschiedenis van de Poolse Joden in Warschau. De Remembrance and Future Foundation organiseert de competitie en de bouw.

Polen is het land waarvan de inwoners van de staat Israël via Yad Vashem de meeste onderscheidingen voor het redden van Joden ontving - nu 6.200 zg.'Rechtvaardigen onder de volkeren'. Nederland komt direct daarna met 5.300 onderscheidingen. De Polen ontvingen gemiddeld 1 onderscheiding per 5.300 inwoners, Nederland 1 per 1.700.

Het monument zal worden gebouwd in de directe omgeving van het Joods historische museum in Warschau, in de wijk van het voormalige getto van Warschau. Voor de Tweede Wereldoorlog woonden in Polen, de grootste Joodse bevolking van Europa, ongeveer 3 miljoen mensen, 10% procent van de totale bevolking. Polen was in de oorlog het zwaarst getroffen land met in totaal 6 miljoen doden.

Architecten hebben tot 5 december om hun voorstellen, bij de organisatoren dienen. De uiteindelijke winnaar wordt medio april bekendgemaakt.

Rolat (84) ontving in 2013 uit handen van de Poolse president Bronislaw Komrowski de hoogste Poolse onderscheiding, commandeur met kruis in de Orde van Verdienste. Rolat groeide op in Csestochowa, werkte als slaaf in een nazi-munitiefabriek en zijn gehele familie werd door de nazi's vermoord.




Jodenredder stuurt lintje terug



EEMNES, 15-08-2014 UPDATE 16-08-2014 - Een 91-jarige Eemnesser heeft zijn hoge Israëlische onderscheiding voor het redden van een Joodse onderduiker, teruggestuurd. Zelfs de New York Times schrijft erover.


Foto rechts: de familie Zanoli in Eemnes, in 1942. Henk is de tweede van rechts.Het geredde jongetje Elchanan Pinto van toen 13 staat hier niet op. Het is mogelijk dat hij nog leeft in Israël, waar hij volgens Yad Vashem nu de naam Hameiri draagt. Het is onduidelijk of dat zijn voor- of achternaam is.


De gever van de onderscheiding, Yad Vashem,zei tegen die krant de teruggave te betreuren.Er zijn vrijwel geen gevallen van teruggave bekend. Nederland is het land met per hoofd verreweg het grootste aantal, 5.300, Yad-Vashem-onderscheidingen voor het redden van Joden, oftewel1 per 1700 inwoners van toen. Polen heeft er meer in absolute aantallen, 6.100 maar per hoofd is dat nauwelijks de helft van Nederland:


De Nederlandse Noaber-stichting Lunteren van de ICT-familie Baan uit heeft enkele jaren terug  één miljoen euro gedoneerd aan Yad Vashem, en de regering een ton,beide voor ICTY-projecten.


Henk Zanoli (mogelijk links midden op de foto) was ontvanger van de hoge Yad-vashemonderscheiding. Hij stuurde die terug nadat door een Israëlisch bombardement 6 van zijn aangetrouwde familieleden waren gestorven in de Gazastrook.Dat bericht het Israëlische dagblad  Haaretz.


Volgens de krant is de achternicht van Zanoli getrouwd met een Palestijn, wiens familie werd gedood tijdens een bombardement.


'Wij zijn geschokt door de moord op onze verwanten in Gaza. Vermoord door de staat Israël', schreef Zanoli in een brief aan de Israëlische ambassade in Den Haag. De achter-achterkleinkinderen van mijn moeder hebben hun oma, drie ooms, een tante en een nichtje verloren. Wat er met hen is gebeurd zal ongetwijfeld boven tafel komen.'

Zijn moeder (postuum) en hij ontvingen de onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren in 2011 wegens het redden van een Joods jongetje tijdens de nazibezetting van Nederland. Hij nam hiermee een forsrisico, omdat zijn familie streng in de gaten werd gehouden door de nazibezetter. Zanoli's vader en zwager sneuvelden omdat ze in het verzet zaten. De officiële Israëlische holocaustinstelling Yad Vashem publiceert de redding door Zanoli op de website van de instelling.

  KLIK  HIER VOOR DE BRIEF VAN DHR. ZANOLI AAN DE ISRAËLISCHE AMBASSADEUR>>>





Yad Vashem-uitreiking voor 6 Horstenaren

 


DEN HAAG, 3-03-2014 - Yad Vashem-onderscheidingen wegens het redden van 7 Joodse kinderen worden uitgereikt een nabestaanden van 6 inwoners van Horst aan de Maas. Dat gebeurt op donderdag 6 maart 2014 om 13.30 uur.

Het gaat om de riskante verzetsdaden van de heer Jozef Wijnen en zijn vrouw Antonetta Wijnen-Muijsers, de heer Antonius Verrijt en zijn vrouw Anna Verrijt-van Roij, en de heer Leonardus Nabben en zijn vrouw Maria Nabben-Vermeulen. De ceremonie zal plaatsvinden in de Raadzaal van het Gemeentehuis Horst aan de Maas, Wilhelminaplein 6, 5961 ES Horst. De medailles en het certificaten zullen worden uitgereikt door Silvia Berladski-Baruch, attaché voor Culturele en Publieke Zaken van de Ambassade van Israël.

Het echtpaar Wijn-Muijsers heeft  het leven gered van Abraham Locher. De heer en mevrouw Verrijt-Van Roy hebben het leven gered van Max Vogel en twee Joodse meisjes. Het echtpaar Nabben-Vermeuen heeft hebben het leven gered van Miriam Dasberg, Isaac van Creveld en Jacob Grootkerk. Daarvoor worden zij geëerd met de Yad Vashem-onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’. Hun namen staan voor altijd gebeiteld in de Eremuur van holocaust-herinneringscentrum Yad Vashem in Jeruzalem.



De heer Jozef Andreas Wijnen en mevrouw Antonetta Regina Wijnen-Muijsers

Abraham Locher werd geboren in Amsterdam in 1932 in een warm Joods gezin. Hij groeide op in de Dapperbuurt, waar zijn vader en grootvader op de markt stonden met verse en gerookte vis. Appie, zoals hij werd genoemd, hielp graag mee en hij zou mogelijk de familietraditie op de Dappermarkt hebben voortgezet als er geen oorlog was gekomen.

Nadat in mei 1940 de Duitsers Nederland waren binnengevallen, veranderde er in eerste instantie niet zoveel in het dagelijkse leven, maar al gauw moesten Joodse burgers steeds meer van hun rechten en vrijheden inleveren.

De familie Locher stond bekend als zogenaamde surrogaat-Joden omdat ze niet aan het Joodse religieuze leven deelnamen. Appie ging ook gewoon naar een openbare lagere school. Maar na een tijdje begon duidelijk te worden wat de Duitsers van plan waren: de vernietiging van alle Joden. Appie moest naar een Joodse school, mocht niet meer met zijn vriendjes in een park spelen, zijn vader mocht niet meer op de Dappermarkt staan en ze moesten een ster gaan dragen.

Appies zus Mietje kreeg een oproep om in Duitsland te gaan werken. Ze gaf daar gehoor aan, tegen de wil van haar ouders in. ‘Als ik niet ga, dan zullen de Duitsers jullie arresteren.’ Waarschijnlijk is ze via het Kamp Westerbork op de trein gezet naar het concentratiekamp Sobibor in Polen. Er is nooit meer iets van haar vernomen, behalve een briefkaart die ze nog uit de trein had gegooid. Zo deden de Duitsers dat: op de trein naar een concentratiekamp om er te werken of om er meteen vergast te worden.

De ouders van Appie konden niet langer aanzien hoe hun familieleden bij razzia’s werden opgepakt. Ook zij werden gearresteerd, maar ze konden ontsnappen uit de Hollandsche Schouwburg, de plek waar de Joden werden verzameld. Dankzij de ondergrondse konden zij onderduiken in Haarlem. Appie zelf werd van het ene naar het andere onderduikadres gebracht, want Nederlanders stonden niet te springen om een onderduiker in huis te nemen: er stonden namelijk zware straffen op. Tot een jong meisje met hem op de trein stapte en hem na een avontuurlijke reis afleverde bij de familie Wijnen in Grubbenvorst.

Jozef en Antonetta Wijnen-Muijsers waren getrouwd in 1921. Vanaf 1942 woonden ze op de Sevenumseweg nr. 2 in Grubbenvorst, vlak bij het gemengde agrarische bedrijf dat zij exploiteerden. Ze hadden zes kinderen, twee dochters en vier zonen die respectievelijk 19, 18, 16 en 14 jaar oud waren. Joep en Tona, zoals ze genoemd werden, waren mensen van weinig woorden en van hard werken voor hun gezin. Zoals het merendeel van de Limburgers waren ze rooms-katholiek. Hun leven werd geleid door hun geloof. Waarschijnlijk hebben ze vanuit hun geloof onderdak geboden aan het Joodse jongetje Appie Locher; Keesje werd hij daar genoemd. Appie had een prima onderduik bij de familie Wijnen, die hem met liefde in hun gezin hadden opgenomen. Hij zou er zeker tot aan de bevrijding gebleven zijn, ware het niet dat er vaak en altijd onverwachts invallen kwamen.

De oudste zonen van het gezin hadden namelijk de leeftijd dat ze opgeroepen werden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Door de oorlog had Duitsland te weinig arbeidskrachten en dus werden jonge mannen in Nederland opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. Velen van hen gingen onderduiken zoals de zonen Piet, Wiel en Jan Wijnen. Toon liep geen gevaar, die was nog te jong.

Appie herinnert zich nog goed hij met de oudste zonen de bossen in vluchtte als er weer een inval was. Soms zelfs vluchtte hij in zijn eentje. Toen het duidelijk werd dat de situatie te gevaarlijk werd, moest Appie op een fiets naar een nieuw onderduikadres gebracht worden in Deurne. Toen ze op het pad langs de spoorrails fietsten, werd de stoomtrein die daar juist passeerde beschoten vanuit Engelse vliegtuigen. Appie en zijn begeleider moesten snel dekking zoeken voor de kogels die hen om de oren vlogen. Gelukkig kwamen ze heelhuids aan op het volgende onderduikadres. Daar bracht hij de laatste maanden van de oorlog door, tot aan de bevrijding door de Amerikanen.

Jozef en Antonetta Wijn-Muijsers hebben met gevaar voor eigen leven en dat van hun kinderen het leven gered van Abraham Locher. Daarvoor worden zij geëerd met de Yad Vashem-onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’. Hun namen staan voor altijd gebeiteld in de Eremuur van Yad Vashem in Jeruzalem.

De onderscheiding wordt in ontvangst genomen door hun kleinzoon Jos Wijnen.



De heer Leonardus Jacobus Nabben en mevrouw Maria Gertrudis Nabben-Vermeulen

Leonardus en Maria Nabben woonden met hun vier kinderen (allen jongens in de leeftijd van 7-10 jaar) in het dorp Swolgen in het noorden van Limburg. Leonardus werkte als landbouwer bij de boeren in het dorp. Het was een bescheiden en gelukkige familie met slechts één wens: een dochter krijgen. De vroedvrouw van het dorp, mevrouw Van de Voort, was van deze wens op de hoogte. Zij had beloofd dat, wanneer er een meisje zou worden geboren dat niet gewild was door haar ouders, zij deze baby naar hen zou brengen.
 
Dit is het begin van het reddingsverhaal van de familie Nabben. Lei en Truuke, zoals ze werden genoemd, wisten niet dat mevrouw Van de Voort banden had met de onder­grondse en dat ze onderduikadressen zocht, hoofdzakelijk voor kinderen.

Een klein Joods meisje werd op 5 december 1942 op haar onderduikadres ontdekt door de Duitsers. Twee moedige jongens kaapten haar onder de neus van de Duitsers vandaan en brachten haar naar mevrouw Van de Voort. Deze herinnerde zich de familie Nabben en nog dezelfde Sinterklaasavond bracht ze het meisje naar hen toe. Het echtpaar Nabben, goed katholiek, was ervan overtuigd dat de heilige Sint Nicolaas hun gebeden had verhoord en het meisje naar hen had gezonden. Pas een aantal dagen later vertelde mevrouw Van de Voort dat het meisje Miriam Dasberg heette, dat ze twee en een half jaar oud was; dat ze de dochter was van een bekende rabbijn in Nederland en dat ze bijna in handen van de Duitsers was gevallen. Ondanks de kleine teleurstelling werd Miriam enthousiast ontvangen in de familie. Ze was een vrolijk en aangenaam kind en haar verschijning veranderde het hele leven in huis. Toen mevrouw Van de Voort zag wat voor een ontvangst Miriam kreeg, durfde ze te vragen of ze nog een Joods kind wilden opvangen, een baby van een paar maanden oud, Herman David Santcroos. Ook dit kind werd met liefde opgenomen, maar na een paar maanden kreeg hij difterie en ondanks alle pogingen om zijn leven te redden, overleed hij.
 
In november 1943 hielden de Duitsers veel razzia’s in de provincie Limburg om joodse onderduikers te ontdekken en jongemannen die zich verborgen om aan de Arbeitseinsatz te ontsnappen.

Op een dag zag Truuke haar buurvrouw hysterisch rondrennen met een Joods jongetje dat bij haar zat ondergedoken. De vrouw vertelde dat ze niet langer bestand was tegen de spanning van het verstoppen. Truuke had medelijden met haar en ze nam het kind mee naar huis Isaac Levi van Creveld, tien jaar oud, paste zich onmiddellijk aan aan het gezin, vooral omdat hij dezelfde leeftijd had als de eigen kinderen. Als er razzia’s waren vluchtten Miriam en Isaac naar de bossen rondom het huis, altijd met de vader of een van de zonen van de familie Nabben en dan sliepen ze ‘s nachts in het kippenhok.

Jacob Grootkerk was het laatste kind dat door mevrouw Van de Voort bij de familie Nabben werd ondergebracht. Hij had een mentale achterstand en leed aan schurft, een ziekte waarmee meteen alle kinderen besmet raakten. Het duurde twee maanden voordat iedereen weer schurftvrij was. Het verbergen van Jacob zorgde voor extra problemen in het gezin.

In de zomer van 1944 werd Limburg de frontlinie. Er waren veel bombardementen en kanonnenvuur. Lei besteedde het grootste deel van zijn tijd aan het graven van een schuilplaats. Gelukkig heeft het hele gezin samen met de drie onder­duikertjes de strijd overleefd.

Na de bevrijding van Limburg in november 1944 werd Isaac al snel herenigd met zijn ouders.

Miriam bleef tot november 1945 in het gezin Nabben. Het afscheid van Miriam was heel moeilijk voor de familie Nabben. Zij emigreerde met haar ouders naar Israël. De ouders van Jacob hadden de oorlog niet overleefd.
   
Leonardus en Maria Nabben hebben met gevaar van eigen leven en dat van hun kinderen het leven gered van Miriam Dasberg, Isaac van Creveld en Jacob Grootkerk. Daarvoor worden zij geëerd met de Yad Vashem-onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’. Hun namen staan voor altijd gebeiteld in de Eremuur van Yad Vashem in Jeruzalem.

Hanna van de Voort is door Yad Vashem onderscheiden in 1984.

De onderscheiding voor het echtpaar Nabben wordt in ontvangst genomen door hun zoon Huub Nabben.





De heer Antonius Hubertus Verrijt en mevrouw Anna Maria Verrijt-Van Roy

Al snel na de Duitse inval in mei 1940 werd duidelijk wat Hitler van plan was: de vernietiging van alle Joden in Europa. Hun rechten werden hun ontnomen, ze moesten in getto’s gaan wonen en uiteindelijk werden de meesten van hen opgepakt en via Kamp Westerbork op transport gezet naar de vernietigings­kampen.

Er waren invallen in b.v. Joodse ziekenhuizen en de patiënten en artsen gingen zonder pardon naar de kampen, tenzij ze wisten te ontsnappen en een onderduikadres konden bereiken.

Acht maanden na zijn geboorte in 1941 werd Max Vogel opgenomen in het Joodse Zieken­huis aan de Keizersgracht in Amsterdam. Hij had TBC en was ernstig ziek. Toen er geruchten waren dat het ziekenhuis door de Gestapo zou worden leeggehaald, werd Max net op tijd teruggebracht naar zijn moeder.

Ze doken onder op verschillende adressen, maar werden uiteindelijk verraden en Max belandde in de crèche aan de overkant van de Hollandsche Schouwburg. Net als veel andere kindertjes werd Max uit de crèche gesmokkeld door studenten en elders ondergebracht.

Uiteindelijk kwam hij terecht bij de familie Verrijt in Helden-Panningen, die hem liefdevol opnamen in hun gezin. Zijn moeder, grootvader, gehandicapte broertje Loutje en een tante zaten in de directe omgeving ondergedoken.

Antonius en Anna Verrijt (foto rechts) woonden in Helden-Panningen met hun negen kinderen, drie dochters en zes zonen. Antonius was aannemer in de bouw en zijn oudste zoon werkte al mee.

Anna zorgde voor het drukke huishouden en het gezin leidde tot 1940 een betrekke­lijk zorgeloos bestaan. Keken veel Nederlanders in de oorlog de andere kant op en hielden ze hun deuren dicht, zo niet de familie Verrijt. Direct na de Duitse inval werd zoon Willem betrokken bij de zogenoemde ‘passieve weerstand’.

Hij regelde vluchtroutes voor personen die op de vlucht waren voor de Duitsers. Later richtte hij samen met Wiel Houwen de verzets­groep ‘Bovesbos’ op. De activiteiten van deze groep werden steeds uitgebreider en ook steeds gevaarlijker.

De groep kreeg contact met Truus Jetten die samen met haar familie werkte voor de ondergrondse en een centrale rol had in het op­vangen en doorverwijzen van  o.a. Joodse kinderen. Antonius en Anna stem­den in met het in huis nemen van enkele kinde­ren: Rietje, schuilnaam voor Rita Cohen de Lara, een meisje dat Tonny werd genoemd en later ook Max Vogel. In die tijd gingen Antonius en twee van zijn zonen zelf elders schuilen om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen In juli 1943 was Willem gepakt, naar Kamp Amers­foort gestuurd en vandaaruit naar Berlijn om dwangarbeid te verrichten. Hij kon met een smoes ontsnappen en dook in Nederland onder, o.a. bij Truus Jetten.

Hoewel hij door de Duitsers werd gezocht zette hij zijn sabotageacties gewoon door. Toen hij een keer gesigna­leerd werd in zijn ouderlijk huis, kon hij maar net op tijd ontsnappen. Het huis werd om­singeld en Anna werd drie dagen lang verhoord, met Rita spelend in de huiskamer en Max af en toe op schoot. Toen kreeg ze een kwartier de tijd om spullen te pakken en vervolgens werd het huis opgeblazen, op 10 oktober 1944. Anna vond onderdak bij familie, Antonius bleef op zijn schuiladres, Rita kon onderduiken bij dochter Nellie en Max bij een andere familie in Panningen. Op dat adres echter viel een bom en opnieuw moest Max naar een ander adres. Uiteindelijk ging hij terug naar de familie Verrijt waar hij tot aan de bevrijding bleef.

Antonius en Anna Verrijt-Van Roy hebben met gevaar voor eigen leven en dat van hun kinderen het leven gered van MaxVogel en twee Joodse meisjes. Daarvoor worden zij geëerd met de Yad Vashem-onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’. Hun namen staan voor altijd gebeiteld in de Eremuur van Yad Vashem in Jeruzalem.

De familie Jetten heeft in 1997 de Yad Vashem-onderscheiding ontvangen.

De onderscheiding voor het echtpaar Verrijt wordt in ontvangst genomen door hun kleinzoon Twan.

 







Weduwe met 10 kinderen kreeg postuum onderscheiding van Yad Vashem




ARNHEM/ST. JANSKLOOSTER, 7-11-2013 - Jentje Weijs uit Sint Jansklooster ontving woensdag postuum de Yad Vashem-onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren. Dit gebeurde in de synagoge in Arnhem, waar een schoondochter van mevrouw Weijs de medaille en oorkonde in ontvangst nam.

De familie Weijs was woensdag met 34 personen naar de synagoge van Arnhem gekomen, waar de medaille en oorkonde uitgereikt werden aan Betje Weijs. Zij is de weduwe van een zoon van Jentje.

Jentje Weijs werd in 1941 weduwe en bleef achter met een gezin met tien kinderen. Niettemin hielp zij Joden bij het onderduiken. Dat deed ze in haar woning aan de Kloosterweg in Sint Jansklooster, gem. Vollenhoven in Overijssel.
In maart 1941 overleed haar echtgenoot Freek Weijs aan de gevolgen van reuma (op de foto in een rolstoel). Jentje Weijs bleef achter met haar kinderen, waarvan enkelen het huis al hadden verlaten.

Foto links: meneer en mevrouw Weijs vóór de oorlog.

In 1942 klopte het Joodse echtpaar Nathans bij haar aan, waarschijnlijk op advies van de plaatselijke predikant. De weduwe bood bescherming en onderdak aan 5 Joden: Bessum (voornaam onbekend), Ali en Bram Nathans, Richard en Clara Herz. 'Het was haar christenplicht,' zegt een van haar dochters.

Jentje ontving tijdens haar leven al een Amerikaanse en Britse onderscheiding en ook postuum het Verzetsherdenkingskruis.

Bij Yad Vashem, de Israëlische staatsinstelling die redders van Joden onderscheidt, was haar geschiedenis echter nog onbekend.

Foto links: achterop een foto een dankbetuiging van de familie Herz  aan de familie Weijs.
:
Op aandringen van zijn kinderen en kleinkinderen besloot zoon Appie Weijs, toen het enige nog levende kind van Jentje, begin 2011 zijn herinneringen aan de oorlogstijd op papier te zetten voor Yad Vashem, waar getuigenverklaringen essentieel voor zijn.

Yad Vashem heeft vervolgens zijn verhaal getoetst bij nabestaanden van onderduikers, en dat kostte ruim twee jaar. Juist voor zijn overlijden kreeg Appie Weijs vorig jaar de bevestiging van de onderscheiding gekregen, maar kort daarna stierf hij.

Foto onder:het huis van de familie Weijs in St.Jansklooster.































Pastoor uit Oss krijgt Yad Vashem;
Egyptische familie weigert



OSS , 21-10-2013 - Pastoor Gerardus Cox (1889-1973) uit Maren (Noord-Brabant) krijgt woensdag postuum de Yad Vashem-onderscheiding. Hij heeft in de Tweede Wereldoorlog het leven van een Joodse familie gered door die te laten onderduiken in de pastorie. In Egypte weigert de familie van een Arabische arts de onderscheiding.


Foto rechts: de pastoor en het meisje: Jetty Mok krijgt op haar huwelijk de felicitaties van de geestelijke die haar gered heeft, op de omslag van het boek dat zij schreef.

Burgemeester Wobine Buijs van Oss zal  de onderscheiding voor pastoor Cox woensdag in Amsterdam aannemen van een vertegenwoordiger van de Israëlische ambassade. Een van de geredde familieleden van de familie Mok is daarbij.

Jetty Mok heeft over haar redding een boek geschreven, getiteld 'Mijn drie levens' (omslag foto rechts). Op 6 mei 2012 besloot Yad Vashem de pastoor te onderscheiden, op aanvraag van de gheredden. Drie van de familieleden Mok overleefden de oolrog.

Egypte
Egyptische familieleden van de eerste Arabier aan wie een Yad Vashem-onderscheiding is toegekend, hebben deze afgewezen . Aan de Egyptische arts Mohamed Helmy werd de onderscheiding vorige maand postuum toegekend omdat hij in Berlijn tijdens de oorlog Joodse onderduikers in huis nam.

De Yad Vashem Stichting kon aanvankelijk geen familie van Helmy vinden. Het Amerikaanse persbureau AP slaagde er wel in 3 familieleden in Caïro te vinden. Dezen willen niets met de eervolle onderscheiding te maken hebben vanwege de slechte relatie tussen Israël en Egypte.

"Als welk ander land dan ook de onderscheiding had uitgereikt, dan zouden we er blij mee zijn geweest", zei een familielid tegen het persbureau AP. Dokter Helmy is de eerste Arabier aan wie de ionderscheiding is verleend.

Yad Vashem verleent de eretitel 'Rechtvaardige der de Volkeren' aan niet-Joden die tijdens de oorlog Joden hebben gered. In Nederland hebben zo'n 5.400 mensen deze titel ontvangen. De eerste onderscheiding werd in 1963 uitgereikt.






Duitsland verliest groot mens: Berthold Beitz


ESSEN, 5-09-2013 (NAGEKOMEN) - Een van de weinige Duitse Jodenredders, Berthold Beitz, tevens leider van het ThyssenKrupp-concern, is dinsdagavond 30 juli 2013 overleden op het eiland Sylt op de leeftijd van 99 jaar.

Hij redde in de oorlog tientallen Joden in Polen het leven, en ontving daarvoor de onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren van het Yad Vasheminstituut in Jeruzalem. Hij zou op 26 september 100 geworden zijn.

Beitz werkte als 25-jarige bij een Shelldochter in Hamburg. Tijdens de oorlog werd hij directeur van een aardoliebedrijf in de Karpaten en redde hij daar honderden Joden het leven in Polen. Dat was in Boryslaw en Drohobycz, waar overwegend Joden bij de aardolie-industrie in dienst waren. Toen de razzia's daar begonnen, had hij als 27-jarige directeur het recht Joden te selecteren die voor zijn bedrijf belangrijk waren. Hij deed dat op zeer ruime schaal, en wees ook oudere, zwakke en ziekelijke mensen als onmisbaar aan.

Ook gaf hij informatie over aankomende acties tegen de Joden clandestien door aan de hun gemeenschap. Zijn vrouw en hij - intussen hadden zij twee dochtertjes - verborgen ook af en toe Joodse vluchtelingen.

Begin 1943 liep het bijna spaak, toen twee Joodse verzetsvrouwen in de trein naar Hongarije gearresteerd werden, en in het bezit bleken van vrijstellingen die door Beitz getekend waren.

Die waren echter uit zijn kantoor gestolen door de Joodse verzetsleider Zwi Heilig - die de oorlog overleefde later kon navertellen hoeveel onrust het voorval onder de Joodse gemeenschap veroorzaakte en dat Beitz ternauwernood zijn arrestatie door de Gestapo kon tegenhouden. In maart 1944 moest hij uiteindeljk toch dienen in de Wehrmacht.

Zijn voordracht voor een onderscheiding kreeg veel steun uit Polen, van Joden die de oorlog overleefd hadden dankzij hem. Er waren echter ook critici die stelden dat Beitz het alleen deed om de productie hoog te houden en om meer te verdienen. Ook zijn positieve getuigenis in de zaak van de SS-er Hillebrand, zo meldt Yad Vashem in een necrologie van Beitz, werkte tegen hem. Hillebrand leidde het dwangarbeiderskamp, maar sloot volgens Beitz beide ogen voor de onweettige tewerkstelling van Joden in zijn bedrijf en elders in de omgeving.

Beitz leidde vanaf 1953 de gehele Krupp-groep, het grootste Duitse industriële complex van die tijd en de erfenis van staalkoning en wapenfabrikant Alfried Krupp. Beitz werd later voorzitter van de Alfried Krupp von Bohlen und Halbach Stiftung. Onder zijn leiding doneerde deze ongeveer 600 miljoen euro charitatieve doeleinden, waaronder voor de bouw van het Museum Folkwang.

Jazzconcert

Op zondag 29 september vindt er in Essen een gratis openbaar jazzconcert in de grote Alfried Kruppzaal in de Philharmonie plaats, gewijd aan Beitz. Hij had dat zelf voor zijn 100ste verjaardag gepland.

De kaarten waren in 25 minuten uitgegeven; aan de zaal zullen nog enkele kaarten te krijgen zijn op de dag zelf.

Onder meer spelen mee de Nederlands musici Bart van Lier, trombonist van het Metropole Orkest en Joost van Schaik, o.m. slagwerker van het Amsterdam Jazz Quintet. Er worden nummers gespeeld die Beitz graag hoorde, zoals 'As Time Goes By'. 


Bekende Duitsers betreuren het heengaan van Beitz. Prominente politici hebben Beitz geprezen als een markante persoonlijkheid. Duitsland heeft een man verloren, die voor de gemeenschap was niet louter een naam was, maar een vaste waarde, schreef president Joachim Gauck.

De dood van Berthold Beitz vervulde hem met diepe droefheid. Bondskanselier Angela Merkel zei in een persbericht dat in Beitz Duitsland een van zijn meest gerespecteerde zakelijke leiders heeft verloren.

SPD-kanselierskandidaat Peer Steinbrück noemde Beitz een man van het hoogste fatsoen. Duitsland heeft een van de grootste figuren in de economische geschiedenis verloren. 'The compassionate steel baron', schreef het Britse blad The Economist

Op 3 oktober 1973 erkende Yad Vashem Beitz als Rechtvaardige. Op 5 februari 2006 ontving zijn vrouw Else dezelfde eer. Beitz is op 7 augustus in kleine kring begraven. Duizenden mensen hadden toen al de condoleanceboeken getekend. Op 26 september, de verjaardag van Beitz,  is er nog een besloten herdenking in de familievilla in Essen, 'Villa Hügel'.






Obama gaat Russen vragen

naar Wallenberg


STOCKHOLM, 5-09-2013  - President Barack Obama van de VS zal in St. Petersburg de Russische regering vragen wat er is gebeurd in het Zweeds Jodenredder Raoul Wallenberg.


Deze werd door de Sowjets in Hongarije in  hechtenis genomen en verdween in 1945 , Wallenberg familie heeft dat aan de Zweedse media bekendgemaakt. 

Wallenberg werd als een Zweedse diplomaat gepost in het door nazi's bezette Boedapest in juli 1944 en redde tienduizenden Joden  door hun beschermende paspoorten te geven in de laatste maanden van de Holocaust


Uit Hongarije werden in totaal 475.000 van de 840.000 Joden vermoord. Een groep van ongeveer 10 diplomaten en anderen in Boedapest trachtte dat te voorkomen. Wallenberg verdween na zijn arrestatie door Sovjet-troepen in Hongarije op 17 januari 1945.

Obama ontmoette woensdag tijdens een bezoek aan Stockholm de Wallenberg-familie, beloofde de kwestie bij Rusland aan te snijden tijdens een G20-bijeenkomst in Sint Petersburg op donderdag en vrijdag. Dat zei Wallenbergs 92 -jarige halfzus Nina Lagergren tegen het  Zweeds dagelijks Svenska Dagbladet . Zij dacht dat Obama zou in staat zijn om een aantal antwoorden uit Rusland krijgen . "Ja , ik denk dat de tijd is gekomen ," zei ze .

Zij ontmoette Obama in de Grote Synagoge van Stockholm, waar hij Wallenberg artefacten bekeek , met inbegrip van zijn adresboek, agenda en Zweedse paspoort. De Sowjet-Unie en later Russische functionarissen hebben beweerd de Zweed overleed aan hartfalen in Sowjetbewaring op 17 juli 1947, maar zij hebben nog nooit overtuigend bewijs geproduceerd .

Sceptici plaatsen vraagtekens bij die lezing, en sommigen nemen aan dat Wallenberg werd geëxecuteerd . In 2000 zei het hoofd van een Russische commissie van onderzoek dat Wallenberg werd gedood in de Lubyanka, het beruchte hoofdkwartier van de KGB.

Tijdens een ceremonie in Boedapest in augustus 2012 startte een jaar herdenking van de 100ste verjaardag van Wallenber zei de Zweedse minister van buitenlandse zaken Carl Bildt dat zijn land nooit officieel de Russische verslagen betwist had, maar hield eraan vast dat er onvoldoende bewijs is om definitieve conclusies te trekken.








Zweden viert Wallenberg-dag


STOCKHOLM, 27-08-2013 - Zwedenviert vandaag de  officiële Raoul Wallenberg Dag. Deze wordt jaarlijks herdacht op elke 27ste augustus, te beginnen dit jaar. In 2012 viel de 100ste geboortedag van de Zweedse held, die bekend werd door zijn verdwijning na het redden van tienduizenden Joden in Budapest.


Vanmiddag is er een bijeenkomst op het centrale plein van Stockholm met Wallenbergs achternicht en de ministers Erik Ullenhag and Birgitta Ohlsson

Eerder dit jaar, hebben een aantal bekende Zeden, onder wie de voormalige premiers Göran Persson en Thorbjorn Falldin, evenals Wallenbergs zus Nina Lagergren en schoonzuster  Matti von Dardel een voorstel ingediend om de belangrijkste luchthaven van Stockholm te vernoemen naar Wallenberg. Het vliegveld heet nu Arlanda, naar de plaatselijke parochie.


Dat hernoeming dient volgens de internationale Wallenberg stichting IRWF als een belangrijk signaal tegen antisemitisme en antiracisme, zowel in Zweden en wereldwijd.


In Budapest waren overigens zeker  5 diplomaten actief bij het redden van Joden. De meest onbekende is tevens de meest succesvolle onder hen: de Zwitser Carl Lutz. Hij redde naar schatting 62.000 Joden in Budapest. Wallenberg zou 20.000 mensen hebben gered door hen te voorzien van Zweedse paspoorten.


Verder waren daar ongeveer even betrokken in deze operatie monseingneur Angelo Rotta en de Zwitser Friedrich Born en de Spaamse diplomaat Angel Sans Briz, de Zweed Per Anger.en de Poolse diplomaat Henryk Sławik. Een Italiaanse asielzoeker, Giorgio Perlasca, deed zich als diplomaat voor en kon zo ook enkele duizenden Joden helpen.

De IRWF, waarvan ook meer dan 300 staatshoofden lid zijn, plus Nobelprijswinnaars en zelfs kardinaal Jorge Mario Bergoglio (tegenwoordig beter bekend als paus Franciscus)  ondersteunt dit initiatief.

In 2012 in opdracht van de IRWF zijn twee borstbeelden van de Zweedse diplomaat geplaatst op de internationale luchthaven Ezeiza (Buenos Aires, Argentinië), en bij de del Este internationale luchthaven van Punta (Uruguay). 


Foto links: een plaquette in Budapest ter herdenking van Wallenbergs inzet.


In augustus 2012, bij het gebouw van de Verenigde Naties in New York, heeft de IRWF een beloning van 500.000 euro uitgeloofd voor verifieerbare informatie over de verblijfplaats van Wallenberg en zijn chauffeur, Vilmos Langfelder. De aankondiging werd gedaan door Eduardo Eurnekian en Baruch Tenembaum, voorzitter en oprichter van de IRWF, tijdens een bijeenkomst met VN-secretaris-generaal, Ban Ki-moon en zijn adjunct, Jan Eliasson.

Het feit dat Wallenbergs lot nog onduidelijk is, is volgens de IRWD de directe verantwoordelijkheid van de Russische autoriteiten die een volledige en onbelemmerde toegang tot de KGB-archieven tegenwerken .

De IRWF dringt er bij de Zweedse regering op-de druk op de Russische autoriteiten om dit mysterie op te lossen. Als Raoul Wallenberg dood is, verdient hij naast zijn ouders begraven worden.










Roosendaals echtpaar onderscheiden

door Yad Vashem


ROOSENDAAL, 21-08-2013 - De  heer Hendrikus Cornelis Raats en zijn vrouw, mevrouw Maria Johanna Raats-van Beek uit Roosendaal hebben postuum de Yad Vashem-onderscheiding ontvangen. Deze is in ontvangst genomen door hun dochter Cocky. De onderscheiding is uitgereikt door Meir Cohen Sit, consul van de Ambassade van Israel.


Het echtpaar Raats had twee dochters van de familie Flinker (foto rechts: Mozes Flinker) bij zich laten onderduiken en de rest van de familie hulp geboden. De familie vluchtte naar Brussel en werd daar gearresteerd, behalve de twee dochters en hun broer Caim Aron, die de oorlog overleefden.


In september 2010 stond een artikel in de Streekkrant van Roosendaal door Govert van Veen, over een educatieve film gemaakt door John Braat, Shoa onderzoeker, getiteld “Roosendaal 1940-1945”.

Dagboek van Mozes Flinke

Dagboek van Mozes Flinker toont de belevingswereld van een orthodox-joodse jongen tijdens de Tweede Wereldoorlog, zo meldt de uitgever van het dagboek.

Mozes Flinker is geboren en opgegroeid in Den Haag. In 1942 vlucht hij als zestienjarige met zijn ouders, broer en vijf zusjes naar België. Uiteindelijk vinden ze in Brussel onderdak, waar ze - doorgaand voor een niet-joods gezin - een redelijke bewegingsvrijheid genieten. In Brussel begint Mozes zijn dagboek.

Hoewel het dagboek van Mozes Flinker lang niet zo beroemd is als dat van Anne Frank of Etty Hillesum, bevat het, zoals Dick Houwaart in zijn voorwoord zegt, 'een aantal elementen van zo specifiek joodse aard, dat het alleen daarom al een gelijkwaardige plaats naast de andere twee toekomt.'

Mozes Flinker geeft in zijn dagboek uiting aan zijn diepe verbondenheid met de joden in de concentratiekampen en met Erets Jisraël (Palestina), dat hij als zijn eigenlijke vaderland beschouwt en waar hij zich na de oorlog wil vestigen.

Vanuit zijn grote Godsvertrouwen probeert hij een verklaring te vinden voor het leed dat de joden in de oorlog wordt aangedaan. Hij gelooft dat deze oorlog niet zal eindigen met de overwinning van een van de strijdende partijen, maar met een overwinning van God met de uiteindelijke verlossing van het joodse volk.

'In Dagboek van Mozes Flinker', aldus nogmaals Dick Houwaart, 'overleeft het pure, religieuze jodendom, en daar was het om te doen.'
'Anne Frank, Etty Hillesum, Mozes Flinker, een joods drieluik. Het dagboek van Mozes Flinker is het godsdienstige paneel, veel felle kleuren, in wanhoop geschreven, maar in een diep Godsvertrouwen.'
Mozes Flinker werd in 1944 gedeporteerd en keerde niet meer terug.

Dagboek van Mozes Flinker werd geschreven in het Hebreeuws. In 1973 verscheen de Nederlandse vertaling van de hand van Dr. Jacob Soetendorp. Deze vertaling werd herdrukt door Amphora Books, met een nieuw voorwoord van Dick Houwaart, voorzitter van de Anne Frank Stichting.

Hierin vertelt Braat o.a over de familie Flinker, In dat artikel staat ook een foto van Mozes Flinker uit de periode van de Shoa.


Toen de dochter Cocky Raats deze foto zag, herkende zij Mozes als de broer van de twee meisjes die bij haar vader Hendrik Raats en moeder Maria Raats-van Beek ondergedoken waren in augustus 1942. In die periode waren die twee ondergedoken zusjes zogenaamde nichtjes uit Amsterdam.


Zij hebben ook in het poëziealbum van Cocky geschreven, met foto's erbij. Cocky nam contact op met John Braat, om het adres van de familie Flinker te weten te komen. Zij leefden in Israël.

Zo werd het contact na 70 jaar vernieuwd. In november 2011 vond op het vliegveld van Tel Aviv een hele emotionele en hartelijke ontmoeting plaats. “We hebben met Leah, Gusta, Rebecca en hun familie een onvergetelijke tijd gehad.”

De familie Raats mag de eretitel "Rechtvaardige onder de Volkeren" dragen, zoals vermeld op de bijbehorende oorkonde en medaille. Hun namen zullen gebeiteld worden in de Eremuur van het Yad Vashem Instituut in Jeruzalem. Deze onderscheiding is bedoeld voor mensen, die zelf niet Joods zijn en die met gevaar voor eigen leven en vaak ook dat van hun huisgenoten, Joodse medeburgers probeerden te redden.

De Joodse familie Flinker leefde voor de Tweede Wereldoorlog in Den Haag. De ouders kwamen uit Polen naar Nederland in 1919 en hun kinderen werden in Nederland geboren. De familie telde 9 leden: vader Lazjer, geboren op 4 juni 1898, was textielhandelaar, moeder Mindla de Rochanini, geboren op 16 mei 1895 en hun 7 kinderen: Esther Malka, Mozes Wolf, Lea, Gusta Gitel, Rebecca, Rachel en Chaim Aron.


In Roosendaal zijn zg. Stolpersteine geplaatst voor het gezin Flinker. Op de site 'Ere wie ere toekomt' staat meer over het gezin en de situatie in Roosendaal tijdens de oorlog.



































Yad Vashem eert al 50 jaar
redders van Joden


door Arrhur Graaff
JERUSALEM, 28-06-2013 - Yad Vashem in Jeruzalem reikt al 50 jaar onderscheidingen uit voor het redden van Joden tijdens WO2. Daarom heeft het officiële Israëlische holocaust-instituut woensdag een expositie geopend over de ”Rechtvaardigen onder de volkeren” onder de titel ”Ik ben mijn broeders hoeder”.
Yad Vashem startte met zijn werk op 4 september 1962, en reikte zijn eerste onderscheidingen uit in 1963, aan ongeveer 80 mensen in ongeveer 10 landen. Onder hen vier Nederlanders: Hannes Bogaard, een boer uit Hoofddorp die 100 Joden had verborgen; Margaretha van Mansum uit Utrecht die Joodse kinderen hielp onderduiken in Limburg; en Joop en Wilhelmina Westerweel, een onderwijzersechtpaar uit Rotterdam dat Zionistische jongeren tijdens de oorlog de Belgische grens over hielp en waarbij Joop Westerweel  betrapt werd, wat hem zijn leven kostte.

Tot ”Rechtvaardigen onder de volkeren” benoemt Yad Vashem niet-Joden die tijdens de Holocaust Joden hebben gered, dikwijls met gevaar voor eigen leven. De jubileumexpositie omvat ook 5 films die elk een ander thema behandelen.

Anton Schmid
De oorsprong van de term 'Rechtvaardigen onder de volkeren' heeft te maken met een een Wehrmachtsergeant in Vilnius in Litouwen in 1941, Anton Schmid, oorspronkelijk een elektricien uit Wenen (foto links). Hij liet leden van de Joodse verzetsgroep Dror bijeen komen in zijn woning in Vilnius en hielp verder 250 Joodse mannen, vrouwen en kinderen.

Zijn Joodse vrienden vertelden hem dat ze hem naar Israël zouden uitnodigen en dat hij dan een gouden ster van David zou krijgen. Hun verslag kwam in Warschau terecht en werd na de oorlog ontdekt.

Schmid werd gesnapt en dat kostte hem zijn leven, hij werd geëcuteerd op 13 april 1942. Bij het verslag had de auteur ervan, Lonka Koziebrodzka, een zionistische koerier, vermeld dat Schmid een 'Khassidei Umot Ha'Olam' oftewel 'rechtvaardige onder de volkeren' was. Die term sloeg aan.  Schmid kreeg een onderscheiding van Yad Vashem in 1964.

Yad Vashem heeft een speciale jubileumwebsite 'I Am My Brothers Keerper'opgezet vanwege 50 jaar onderscheidingen. Dat slaat op de woorden die  uit de bijbel van de tweede zoon van Adam en Eva, de slechte Kain. God vraagt hem waar zijn broer Abel is - maar Kain heeft hem net uit jaloezie vermoord en zegt daarom tegen God: 'Ben ik mijn broeders hoeder?" - bedoelend: Waarom zou ik dat moeten weten? Maar God bestrafte hem met levenslange vluchtelingenschap als vagebond (Genesis 4:10-4:12).

Truus Wijsmuller-Meijer
Op de jubileumsite krijgt de Nederlandse 'tante ' Truus Wijsmuller-Meijer (foto rechts) een van de hoofdrollen - zij was  de eerste Nederlander die zich inzette voor het redden van Joden, in haar geval Joodse kinderen, al vanaf in 1938 twee jaar lang. Ze staat te boek de hand te hebben gehad in de redding van de 10.000 kinderen van wat latere de zg. 'Kindertransporte' naar Engeland werd genoemd.

Zij wist zelfs van de hoge nazi Adolf Eichmann persoonlijk 600 Weense kinderen los te krijgen - de eerste groep kinderen uit Oostenrijk die gered werd. Zij verzorgde ook het allerlaatste transport uit continentaal Europa, van 74 kinderen, onder meer uit het Burgerweeshuis in Amsterdam, op 14 mei 1940, de dag vóór de bezetting van Nederland begon .

Jubileumfilms
Filmmaker Shula Spiegel zei volgens het Reformatorisch Dagblad dat zij en haar productiepartner Dana Eden meer dan een jaar aan de films hebben gewerkt. In sommige gevallen met acteurs. Ook bezocht ze een aantal onderduikplaatsen. „Voor elke film gebruikten we een andere stijl”, zei Spiegel. „We gebruikten onze creativiteit, maar we moesten ons precies houden aan de informatie die Yad Vashem heeft over deze verhalen.”

De film ”In kelders, putten en op zolders” gaat over Joden die voor onbepaalde tijd een schuilplaats kregen in soms overvolle plekken en die totaal afhankelijk waren van hun verzorgers. De film ”Opnieuw afscheid nemen” gaat in op het lot van kinderen die verborgen zaten en vervreemd raakten van hun achtergrond.

”Onder de zegen van het kruis” behandelt de rooms-katholieke, protestantse en orthodoxe geestelijken die Joden hebben verborgen. ”De moed om uit te dagen” gaat over de weinigen die weigerden bureaucratische regels op te volgen. ”Het betalen van de hoogste prijs” vertelt het verhaal van rechtvaardigen die werden gedood omdat ze Joden hielpen.


The Pianist

De commissie van Yad Vashem verantwoordelijk voor de toekenning van de titel ‘Rechtvaardige onder de Naties’ gaf (postuum) deze onderscheiding aan Wehrmacht-kapitein Wilhelm Hosenfeld.

Zijn verhaal vormt de basis voor Roman Polanski's film 'The Pianist'.


Als nazi-officier beschermde Hosenfeld op het einde van WO II de Joodse pianist Wladyslaw Szpilman.

Deze kwam later in de schijnwerpers na de verschijning van zijn autobiografie, die enkele jaren geleden  bewerkt werd door de Frans-Poolse filmregisseur Roman Polanski.


Diens film De Pianist kende wereldwijd succes en won de meest begeerde prijzen, van de Gouden Palm in Cannes tot een Oscar in Hollywood. Polanski, was zelf een Joodse overlevende van het getto van Krakau, en een deel van zijn familie werd uitgeroeid.

Hij beschouwt ‘De Pianist’ als zijn levenswerk.De Duitse acteur Thomas Kretschmann speelt Hosenfeld.


Hosenfeld kwam onder de wapenen kort voor het uitbreken van de oorlog. Aanvankelijk geposteerd in de Poolse stad Pabianice verhuisde hij in juli 1944 naar Warschau. Het merendeel van de tijd werkte hij daar als officier van sport en cultuur.

Tijdens de Poolse opstand in de zomer van 1944 leidde hij de eenheid voor ondervraging van gedetineerden.

De Sowjets berechtten hem na de oorlog - een proces zonder advocaat en tolk, dat volgens Michael Goldman, commissielid van Yad Vashem 1 uur duurde - kreeg Hosenfeld levenslang, maar die straf werd verminderd tot 25 jaar. Hosenfeld stierf echter in 1952 als gevangen.


Ford Foundation
Gisteren kondigde de Ford Foundation, één van de grootste weldoenersfondsen van de VS, dat het fonds $ 1 miljoen doneert aan Yad Vashem voor het onderhoud van het bos.

Dat bos bestaat uit bomen die voor elke onderscheiden Jodenredder in het park van Yad Vashem geplant werden. Pikant is dat Henry Ford, oprichter van de Ford-fabrieken, een virulent antisemiet was, die zelfs door de nazi's onderscheiden werd.

Het park is echter vol, en de namen van de rechtvaardigen worden nu op een muur in het park gebeiteld. Yad Vashem bezit ook een muur met de namen van vrijwel alle 6 miljoen vermoorde Joden.

Eerste Ierse
Half mei werd voor het eerst een Ier onderscheiden. Het gaat om Mary Elms, die voor het kerkgenootschap van d e Quakers in 1942 in Perpignan in Frankrijk vele tientallen Joden hielp. Omdat haar land neutraal was in de oorlog kon zij in Frankrijk blijven. Ze overleed in 2002.

UNESCO
Een week terug heeft de UNESCO, de wereldcultuurorganisatie van de Verenigde Naties, de database met biografische gegevens van Holocaustslachtoffers van Yad Vashem opgenomen in het ‘Memory of the World Register’.

De database van Joodse slachtoffers van Yad Vashem is via internet toegankelijk en bevat korte biografische notities in 15 verschillende talen.  De notities zijn gebaseerd op getuigenissen van overlevenden van de concentratiekampen of verwanten van de slachtoffers. Er is ook een database van de redders.

“Voor vele overlevenden en familieleden van slachtoffers van de Holocaust zijn deze getuigenissen het enige tastbare bewijs dat hun verwanten ooit echt hebben geleefd”, zegt directeur Avner Schalev van Yad Vashem. Yad Vashem zegt dat het er inmiddels is in geslaagd om 4,2 miljoen van de 6 miljoen slachtoffers van de Holocaust te identificeren.














Italiaanse 'Jodenredder' blijkt nazi-collaborateur


NEW YORK - 21-06-2013 - Een door Yad Vashem onderscheiden Italiaanse Jodenredder is onmtmaskerd als een nazicollaborateur. Hoewel dat niet uniek is, gaat het in dit geval om politie-inspecteur Giovanni Palatucci, die ook wel bekend staat als de 'Italiaanse Schindler' omdat hij 5.000 Joden zou hebben gered.

Maar uit onderzoek blijkt nu dat er in de oorlog in de betroffen regio slechts 500 Joden leefden en dat Palatucci eigenlijk een collaborateur was.

Woensdag heeft het toonaangevende US Holocaust Memorial Museum in Washington DC echter het verhaal van Palatucci verwijderd uit een tentoonstelling. Hij zou geen 5.000 joden gered hebben van de nazi's, zoals eerder werd geloofd, maar integendeel doorlopend mensen hebben uitgeleverd, zo schrijft de The New York Times.

Het  holocaustmuseum werd attent gemaakt op de resultaten van een studie van een onderzoekspanel van meer dan 12 wetenschappers van het Centre Primo Levi uit New York . Die lazen meer dan 700 documenten uit WOII, waaruit nu blijkt dat Giovanni Palatucci "een enthousiaste uitvoerder van de rassenwetten was en - na de eed van Mussolini's Sociale Republiek te hebben afgelegd - collaboreerde met de nazi's".

Palatucci was een politie-inspecteur in Fiume - het huidige Rijeka in Kroatië, dat tijdens de oorlog een zeer radicale bondgenoot was van de nazi's en waar Joden hevig vervolgd werden. Toen de nazi's de stad Fiume in 1943 bezetten zou Palatucci documenten hebben vernietigd, waardoor volgens geruchten duizenden joden uit de stad gered zouden zijn van de concentratiekampen. Hijzelf werd in 1944 gedeporteerd naar Dachau waar hij op 35-jarige omkwam.

Maar voor die vermeende hulp van de politieman aan duizenden Joden vonden de onderzoekers geen enkel bewijs in Italiaanse en Duitse documenten, o.m. in  de archieven van Rijeka.

Volgens de berichten zou Palatucci tussen 1940 en 1944 Joden hebben gered. Dat is ook  opmerkelijk omdat Yad Vashem, de officiële Israëlische staatsinstelling die onderscheidingen aan Jodenredders geeft, over het algemeen grondig onderzoek verricht.


Italiaanse Jodenvervolging

In Italië was de Jodenvervolging een fractie van wat deze in zowel Westeuropese als Oosteuropese landen was.

Er werden ongeveer 9.000 Joodse burgers uit Italië gedeporteerd, van wie er waarschijnlijk 8.000 werden omgebracht - uit Nederland werden 105.000 van de 140.00 Joden omgebracht.

De oorlog duurde in Italië iets meer dan 3 jaar en er leefden ongeveer 45.000 Joden aan het begin van de oorlog. Dictator Mussolini had weinig interesse in het vervolgen van Joden.

De eerste meldingen van de Jodenreddding doken pas op in 1952. Er zijn documenten gevonden die erop wijzen dat Palatucci de bezetters zelfs assisteerde om joden te identificeren.

Zijn eigen deportatie naar Dachau had betrof niet de hulp aan joden, maar met verduistering en verraad rond plannen voor de naoorlogse onafhankelijkheid van Fiume. Palatucci stierf in het kamp Dachau.

De onderzoekers van het Centre Primo Levi  hadden zich overigens aanvankelijk niet gericht op de daden van Palatucci. Zij wilden uitzoeken wat de rol was van Fiume als broeihaard voor fascisme, de stad waar Palatucci werkte. Tijdens dat onderzoek doken de bezwarende documenten op.

De historici vragen zich af hoe die mythe rond Palatucci heeft kunnen ontstaan en vervolgens stand houden. Palatucci's oom was bisschop, en die heeft waarschijnlijk de mythe gebruikt of zelfs bedacht om een pensioen van Palatucci's ouders te regelen bijd e staat, zo veronderstelt onderzsoekster dr Natalia Indrimi van het Centre Primo Levi.

In 1995 ontving Palatucci postuum een hoge Italiaanse onderscheiding, de gouden medaille voor Merito Civile, en in 2000 startte de katholieke kerk een proces voor zaligverklaring van Palatucci. Dit leidde niet tot zaligverklaring maar tot uitroeping tot 'Dienaar van God'. In maart 2009 gaf de Italiaanse staat een postzegel uit gewijd aan Palatucci.

Yad Vashem gaat nu opnieuw de onderscheiding van Palatucci bekijken. Het komt zeer zelden voor dat een onderscheiding van Yad Vashem wordt herroepen.





Polen eert redster van Joodse kinderen

WARSCHAU, 16-05-2013 -- De Poolse verpleegster, sociaal werkster en Jodenredster Irena Sendler, die in de oorlog 2500 Joodse kinderen redde uit het getto van Warschau, heeft gisteren in Warschau een voetpad naar zich  vernoemd gekregen. Het ligt in het voormalige getto.


Het pad loopt tussen het monument voor de Joodse opstand in 1943, en het nieuwe museum voor de geschiedenis van de Poolse Joden. De onthulling van haar naambordjes bij het pad werd bijgewoond door de Poolse president Bronislaw Komorowski, de burgemeester van Warschau Hanna Gronkiewicz-Waltz en mevrouw Sendlers dochter Janina.


Mevrouw Sendler zelf overleed in 2008. In de oorlog smokkelde zij de kinderen het getto uit en bracht hen onder bij christelijke families.


Op 8 nmei verscheen een biografie van haar in het Pools. Dat is een vertaliong van het boek 'Life in a jar' (Leven in een weckfles), vanwege de eckflessen waarin mevrouw Sendler de adressen van de Joodse kinderen stopte, en die zij in haar tuin begroef. Haar even is in 2009 ook verfilmd door John Harrison, onder de titel 'The Courageous Heart of Irena Sendler'.


Mevrouw Sendler was de (katholieke) dochter van een Warschause arts en werd verpleegster voor epidemiecontrole. Zoende had zij  toegang tot het getto van Warschau.


Samen met anderen lukte het haar om 2500 Joodse kinderen uit het getto te smokkelen en hen onder te brengen bij Poolse families, kloosters en weeshuizen. Via contacten in het ministerie van welvaart kregen de kinderen valse papieren. Op het helpen van Joden in welke vormdasn ook, stelden de nazi's alvroeg in de oolrog in Polen de doodstraf (foto links - klik op de foto voor een vergoting)


In 1943 werd mevrouw Sendler door de Gestapo aangehouden  en ter dood veroordeeld. Zij werd gefolterd - haar beide benen en voeten werden gebroken - en moest de namen van de geredde kinderen opbiechten, maar ze verraadde niets.


Om een latere hereniging van de kinderen met hun ouders mogelijk te maken, had Sendler versleutelde namenlijsten bijgehouden en in weckflessen onder een appelboom in een tuin verstopt.


Het lukte de verzetsbeweging Żegota om mevrouw Sendler door  omkoping vrij te krijgen. Een SS-er sloeg haar op weg naar haar executie neer en liet haar aan de kant van de weg liggen.


Dat de executie officieel wel plaats had gevonden, ervoer ze later via mededelingsborden van de bezetter. Mevrouw Sendler veranderde daarop haar identiteit en leefde tot aan het eind van de oorlog ondergronds onder een valse naam.


In 1965 kreeg mevrouw Sendler van Yad Vashem de eretitel Rechtvaardige onder de Volkeren. Op 10 november 2003 werd ze onderscheiden in de Orde van de Witte Adelaar, de hoogste onderscheiding in Polen. Ze ontving nog meer onderscheidingen en werd daarnaast in 2007 door de Poolse senaat voorgedragen als een van de 181 genomineerden voor een Nobelprijs voor de Vrede. In 2007 onmtving ze deOrde van de limlachvan kinderorganisaties.


In mei 2009 ontving mevrouw Sendler postuum de Audrey Hepburn Humanitarian Award. Deze prijs, genoemd naar  de overleden actrice en ambassadeur van Unicef van Nederlandse komaf, wordt toegekend wegens het helpen van kinderen aan personen en organisaties.


In demotivering herinnerde de Audrey Hepburn Stichting aan mevrouw Sendlers heldhaftige pogingen zo'n 2500 joodse kinderen te redden tijdens de Duitse bezetting van Polen.


Mevrouw Sendler was de laatste overlevende van de verzetsorganisatie Zegota , deizij vanaf augustus 1943 tot het einde van de oorlog had geleid. Irena Sendler is overleden in Warschau op 12 mei 2008, 98 jaar oud.






















Onbekende Duitse Jodenredder Berthold Beitz wordt 100

ESSEN, 11-04-2013 - De in Nederland vrijwel onbekende Duitse Jodenredder Berthold Beitz zal in Essen in Duitsland op 13 september 100 worden, en hij verkeert in goede gezondheid.


Hij redde als directeur van een nazi-oliebedrijf vele honderden Joden, waarvoor hij in 1973 werd geëerd met de onderscheiding ' Rechtvaardige onder de Volkeren'  van de Israëlische staatsinstelling Yad Vashem. Zijn vrouw Else ontving daarna ook de onderscheiding in 2006. Het Reformatorisch Dagblad wijdt vandaag een uitgebreid artikel aan hem.

Gezien zijn leeftijd hoefde Beitz niet aan te treden bij de Wehrmacht. Maar zijn carrière bij de Pommerse Bank werd toch vaak onderbroken door verplichte deelname aan de mobilisatie. Min of meer gedwongen nam hij een baan aan bij Shell in Duitsland.

Na de Duitse inval in de Sowjet-Unie op 22 juni 1941 ging Beitz werken als commercieel directeur van Karpathen-Öl in Boryslaw, toen bij Lwow in Polen. Hier zit aardolie, en het bedrijf exploiteerde deze onmisbare grondstof voor de oorlog


Naar schatting vormde de Joodse gemeenschap in Boryslaw vóór de bezetting meer dan 40 procent van de bevolking. het Simon Wiesenthal Center in Los Angeles noemt het getal van 15.000 Joodse slachtoffers uit die plaats alleen. De Joden verdienden de kost als arbeiders in de olie-industrie, kleine mijnexploitanten, kleine boeren, handelaren, handarbeiders. In Boryslaw had Beitz een zekere bewegingsruimte bij de aanstelling en het onderbrengen van Joden. Van zijn werknemers was ongeveer 20 procent Jood.

Tussen 1941 en 1944 kon Beitz vele honderden Joden van de internerings- en vernietigingskampen redden, zolang hij maar kon bewijzen dat ze onmisbaar waren de oorlogsindustrie. Tot zijn medewerksters hoorde Hilde Berger, die later secretaresse was van Oskar Schindler in het kamp Plasow bij Krakau. Karpathen-Öl kreag een Duitse bedrijfsleiding, maar het lukte Beitz om Joden door te laten werken, ondanks instructies van de regering. In maart 1944 verloor Beitz zijn baan en werd bij de Duitse Wehrmacht ingelijfd. Veel Joden die hij beschermd had, vluchtten naar de omringende bossen. Zo overleefden ze tot het einde van de oorlog in Galicië.

De Gestapo stelde in 1943 een onderzoek naar Beitz in. Op het nippertje ontliep hij zijn arrestatie. Na de oorlog kwam hij terecht in Russisch krijgsgevangenschap , maar hij kon na twee jaar ontvluchten. Met steun van de Britse bezetters in Hamburg kreeg hij daar een aanstelling als verzekeringsinspecteur, en werd directeur. In 1953 werd hij algemeen directeur bij het Kruppconcern. Daar bleef hij. Hij is nu nog steeds voorzitter van de Krupp Stiftung.


Op de Duitse Wikipedia heeft hij een biografie.









Görings broer krijgt wellicht onderscheiding

voor redding van Joden



JERUSALEM, 14-03-2013 - De jongere broer van Hermann Göring, Albert,  krijgt mogelijk een onderscheiding van de staat Israël voor het redden van het leven van Joden tijdens de Holocaust. Albert Göring heeft Joden verborgen tijdens de oorlog.

Albert Göring was een Duitse zakenman die stierf in 1966. Van hem wordt gezegd dat hij honderden Joden en politieke dissidenten tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gered.

Irena Steinfeldt, directeur van de afdeling onderscheidingen bij Yad Vashem, het officiële instituut voor onderzoek van de Holocaust  in Jerusalem, bereidt volgens de Britse krant The Daily Telegraph een dossier voor met Gestaporapporten en -verslagen van het Amerikaanse leger. Daarin zitten ook verslagen van verhoren van de jongere Göring, alsmede verklaringen van personen die hij heeft gered. De onderscheiding wordt uitgereikt aan hen die niet alleen Joden redden, maar daarbij hun leven riskeerden.

Er is een campagne gaande ter ere van de jongere broer van de nazileider, enige jaren tweede man na Hitler. Er is een groeiende erkenning van zijn inspanningen om de slachtoffers van de nazi's te redden van de concentratiekampen en bij het verkrijgen van vertrekvergunningen voor Joden. Op een keer schreef hij een brief aan de commandant van Dachau, waarin hij de vrijlating van een arts genaamd Charvat eiste; twijfel over wie dat precies was resulteerde in de vrijlating van twee mannen met dezelfde achternaam.

Een woordvoerder van Yad Vashem zei dat mevrouw Steinfeldt de afdeling werd een dossier voorbereidt over Albert Göring voor de commissie die ontvangers van de ondcerscheiding 'Rechtvaardige onder de Volkeren' keurt.

Ze zei volgens The Daily telegraph: "De commissie zijn degenen die beslissen De afdeling bereidt docciers voor om voor te leggen aan de Commissie, zodra er een gevoel is dat er genoeg primair bronnenmateriaal is. Deze zaak is nog niet klaar voor indiening..."

Ondanks hun tegenstrijdige politieke opvattingen, bleven de Göring-broeders in nauw contact. Volgens verkalringen van de familie accounts, zocht Albert met succes de steun van zijn broer ten behoeve van Joodse vrienden of politieke gevangenen. De familienaam beschermde hem ook tegen intensieve controle door de Gestapo. Een Gestaporapport vermeldt zelfs zijn afkeer voor de nazigebruiken, hij had een hekel aan de verplichte begroeting 'Heil Hitler'.

Oskar Schindler, de Duitse industrieel en Jodenredder, en Raoul Wallenberg, de Zweedse diplomaat die Joden in  bezette Hongarije redde, zijn onder degenen die zijn erkend als 'Rechtvaardigen onder de Volkeren'. Schindler is een van de ongeveer 500 Duitsers te hebben ontvangen van de eer.

Hermann Göring, oprichter en maarschalk van de Luftwaffe, pleegde zelfmoord in 1946, de nacht voordat hij zou worden opgehangen. Zijn jongere broer bracht twee jaar door in de gevangenis. Hij moest veel moeite doen om de geallieerde autoriteiten  van zijn onschuld te overtuigen. Dat leidde tot onder meer het samenstellen van een lijst van 34 mensen die hij had gered. Volgens het boek van William Hastings Burke over de zaak, Thirty Four, ervoer Albert het als moeilijk  het stigma van de familienaam af te schudden en werd depressief en alcoholist na de oorlog.

Tijdens de oorlog werkte hij als export directeur van de Skodafabriek in bezet Tsjecho-Slowakije. Op dat moment was dat een grote wapenfabrikant. Na de oorlog werd hij berecht in Praag voor zijn rol, maar vrijgesproken na getuigenissen van fabrieksarbeiders.

Göring was getrouwd met een Tsjechische vrouw genaamd Mila, met wie hij een dochter had. Het echtpaar scheidde na de oorlog en hij trouwde met zijn huishoudster kort voor hij stierf.
 




Jongste Joodse geredde uit Schindlers

fabriek overleden

WHITTIER, 15-01-2012 - Leon Leyson, Schindlers jongste geredde Joodse werknemer, overleefde de Holocaust in Krakau. Hij stierf maandag in Californië op 83-jarige leeftijd. 


Foto rechts: Leib Lejzon, zoals hij tijdens de oorlog nog heette, als nr. 289 op de lijst van Oskar Schindler.

Leyson was één van de 1100 Joden die in de oorlog werden gered door de industrieel Oskar Schindler en diens vrouw, wier rol meestal verzwegen wordt. Leyson was pas 13 toen hij, staand op een doos, de machines in Schindlers fabriek in Krakau bediende en even zwaar werk verrichtte als een volwassene.

Leyson werd op 15 september 1929 geboren in een Pools dorp bij de Russische grens. Later verhuisde hij met zijn familie naar Krakau, waar hij in de oorlog in het getto woonde. Hij werd gered doordat Schindler Joodse werknemers in dienst nam aanvankelijk louter uit weinstbejag, en claimde dat ze onmisbaar waren voor de Duitse oorlogsindustrie.

Na de oorlog trok Leyson naar de VS en zei ooit in de Los Angeles Times dat hij zich tientallen incidenten uit de oorlog herinnerde die hem het leven hadden kunnen kosten. "Als ik dan een stap naar rechts of naar links had gedaan, was ik er niet meer geweest,", zo meldt de NOS.

"Kleine Leyson", zoals Schindler hem aanduidde, werkte net als de volwassenen dagelijks 12 uur in Schindlers fabriek. Hij kreeg aleen twee keer zoveel eten van Schindler toen die merkte hoe zwak de jongen was geworden. Toen Leysons zicht verslechterde, ontlastte Schindler hem. "Hij zette alles op het spel", herinnerde Leyson zich in 2010 over Schindler. "Ons behandelen als mensen was al illegaal. Hij deed het omdat hij een fatsoenlijk mens was."

In 1993, toen Steven Spielbergs film over Schindler uitkwam, raakte Leyson door het zien ervan flink van zijn stuk. Vooral bij scènes waarin jongens vluchtten voor de nazi's: "Het was alsof ik uit mijn lichaam was getreden", zei hij tegen de Los Angeles Times. "Die kinderen die weg probeerden te komen. Dat was ik, met mijn vrienden." Leysons enige kritiek op de film was dat Schindlers slechte  eigenschappen te veel aandacht kregen.

Leyson immigreerde in 1949 naar de Verenigde Staten. Hij studeerde in Los Angeles industriële kunst en werd leraar. Hij praatte aanvankelijk vrijwel nooit over zijn tijd in Polen. Vanaf 1993, na het uitkomen van Schindler's List, gaf hij door de VS en Canada lezingen over zijn ervaringen.






Kardinaal onderscheiden door Yad Vashem



JERUSALEM, 21-12-2012 - Yad Vashem heeft een kardinaal, Elia Angelo Dalla Costa , aartsbisschop van Florence, onderscheiden als Rechtvaardige onder de Volkeren. Dat heeft de officiële Israëlische holocaust-instelling bekendgemaakt.

Kardinaal Dalla Costa (1872-1961) werd erkend vanwege zijn een toonaangevende rol bij de redding van van 110 Italiaanse en 220 buitenlandse Joden in Florence tijdens de Holocaust. De naam van de kardinaal zal worden gegraveerd op de Eremuur in de Tuin van de Rechtvaardigen in Yad Vashem, zo heeft de instelling gepubliceerd op 26 november 2012.

Tijdens de Holocaust werd Florence het toneel van een grote reddingspoging, zo schrijft Yad Vashem. Op initiatief van Rabbi Nathan Cassuto en Raffaele Cantoni, werd het een gezamenlijke inspanning van Florentijnse priesters, geleid door de kardinaal,  en Joodse persoonlijkheden.


Dit Joods-christelijke-netwerk, opgezet naar aanleiding van de Duitse bezetting van Italië en het begin van de deportatie van Joden, heeft volgens Yad Vasdhem honderden lokale Joden en Joodse vluchtelingen gered uit gebieden onder Italiaanse controle, en uit in Frankrijk en Joegoslavië.

Kardinaal Dalla Costa ïnitieerde de reddingsactiviteiten nam er persoonlijk aan deel.  Hij benoemde zijn secretaris, de moseigneur Meneghello, als leider van deze gevaarlijke operaties. Dalla Costa speelde een centrale rol in de organisatie en de werking van een wijdverspreid reddingsnetwerk. Het netwerk rekruteerde redders uit de geestelijkheid, leverde aanvebevlingsbrieven aan zijn deelnemers zodat ze  de abten en abdissen van kloosters konden overhalen om onderdak Joden te geven. Ook beschermde de kardinaal vluchtende Joden in zijn eigen paleis voor een korte periode, totdat zij werden overgebracht naar veilige plekken.

In december 1943, na verraad, werden de meeste van de Joodse helpers gearresteerd. Vanaf die tijd was het de katholieke kerk in Florence die het grootste deel van de verantwoordelijkheid voor de reddingsactie droeg, zo schrijft Yad Vashem. Ook werden diverse geestelijken ook gearresteerd en in sommige gevallen zelfs gemarteld.

Er zijn een aantal Joodse getuigenissen over persoonlijke betrokkenheid Della Costa in reddingsactiviteiten. Mevrouw Lya Quitt getuigde dat ze begin september 1943 vluchtte uit Frankrijk naar Florence en in het paleis van de aartsbisschop de nacht doorbracht met andere Joden die daar worden beschermd. De volgende dag werden ze naar verschillende kloosters in de stad gebracht.

Giorgio La Pira beschreven Dalla Costa als "de ziel van deze 'activiteit van de liefde' erop gericht om zoveel broeders te redden". De eerwaarde Cipriano Ricotti schreef: "Ik weet niet over andere steden, maar in Florence werd een echte organisatie om joden te helpen opgericht door de wens van kardinaal Elia Dalla Costa. Ik herinner me te zijn ontboden naar het kantoor van de aartsbisschop - het was 20 september 1943. Ik meldde mij, begeleid door de provinciale overste, pater Raffaele Cai. De aartsbisschop vroeg mij, (in aanwezigheid van monseigneur Meneghello), of ik geloofde dat ik mezelf kon wijden aan het helpen van Joden. Hij gaf me onmiddellijk een introductiebrief die hij geschreven had, zodat ik zou de bevoegdheid zou hebben me tot kloosters te wenden - waarvan er vele hun poorten niet geopend zouden hebben zonder zo'n brief - om onderdak te vinden voor de vele personen lijden. " Kloosters zijn volgens het kerkrecht juridisch onafhankelijk van bischoppen en bisdommen. De abt, meestal gekozen, vormt er het hoogste feitelijke en juriidische gezag.
File:Gino Bartali.jpg
Bartali

Een curieus toeval is dat een andere Florentijn, de wielrenner Gino Bartali(foto rechts), die intensief betrokken was bij het maken van valse papieren voor 800 Joden, stierf aan een hartaanval in zijn huis aan het Kardinaal Elia Dalla Costaplein in de stad.
 

Eerder dit jaar, Yad Vashem erkend kardinaal Elia Angelo Dalla Costa als Rechtvaardige onder de Volkeren.


Ondanks vele inspanningen is Yad Vashem niet in staat geweest om nabestaanden van de aartsbisschop te vinden, en dus blijven de medaille en oorkonde in Yad Vashem.


Tot nu toe zijn meer dan 24.000 mensen erkend door Yad Vashem als Rechtvaardige onder de Volkeren. Uit Italië zijn er ruim 500 mensen onderscheiden voor het redden van Joden. Uit Nederland ruim 5.000. Klik hier voor informatie, verhalen en statistieken.











Echtpaar Kolff krijgt Yad Vashem-onderscheiding

KAMPEN, 26-11-2012 - De uitvinder van de kunstnier, de arts prof dr Willem Kolff en zijn ex-vrouw Janke krijgen postuum de Yad Vashem-onderscheiding. Eerder deze maand kregen 24 andere Nederlanders al deze onderscheiding.

Zij krijgen de hoogste Israëlische onderscheiding voor het redden van een 6-jarig Joods jongetje dat zij tijdens de oorlog in Kampen clandestien onderdak boden. In oktober 2013 wordt de onderscheiding in Groningen uitgereikt aan hun familie, die in de VS woont. 


Foto rechts: een standbeeld van prof. Kolff in Kampen. Foto Wikipedia.

De jongen die Kolff en zijn vrouw drie maanden opnamen, heette Erik Meijler, die op zijn vorige onderduikadres verraden was. De Kolffs deden alsof het jongetje een vriendje van hun eigen 4 kinderen was. Kolff nam met deze verzetsdaad volgens zijn biograaf Herman Broers een "enorm en levensgevaarlijk risico, omdat elke beweging van de arts in de kleine stad Kampen opviel".

De heer Meijler is nu 75 en wilde de familie Kolff eren. Biograaf Broers steunde hem bij  de aanvraag van de onderscheiding. De biograaf vond een foto die als bewijs diende voor de onderduik. Op het kiekje staan een zoon en dochter Kolff in een zandbak, met de kleine Erik Meijler tussen hen in. (De database van Yad Vashem vermeldt hem overigens als 'Erik Meijer').

Verder verrichtte Kolff verzetswerk in de Tweede Wereldoorlog. Hij werkte als specialist in Kampen en redde ongeveer 800 mensen rondom Kampen uit de handen van de bezetter. Hij gaf verklaringen af dat ze te ziek waren voor een reis naar Duitsland.

Kolff overleed in februari 2009 in de Verenigde Staten. Hij werd beroemdf doordat hij in 1942 de kunstnier uitvond, de voorloper van de moderne dialyse. Hij is vier keer genomineerd voor een Nobelprijs.

De Yad Vashem-onderscheiding wordt volgend jaar uitgereikt tijdens het Kolff-congres in Groningen. In die stad begon hij 75 jaar geleden zijn carrière.











Moeder en dochter Pel ontvingen Yad Vashem

 ZAANDAM, 26-11-2012 - Geertje Pel-Groot uit Zaandam krijgt postuum de Israëlische  onderscheiding Yad Vashem. Geertjes dochter Trijnie Pfann-Pel ontvangt dit eerbewijs eveneens. In totaal ontvingen half november nog 24 andere Nederlanders deze hoge onderscheiding.

In 1944 redden Geertje en Trijnie Pelhet leven van de Joodse Marion Swaab, toen nog een baby. Zij was bij de familie Pel ondergebracht aan de Prins Hendrikstraat in Zaandam. Geertje werd betrapt en werd vergast in concentratiekamp Ravensbrück. Trijnie (89) leeft nog. De onderscheiding is de hoogste van de staat Israël voor niet-Joden, wordt uitgereikt op 27 januari in het Zaans Museum tijdens de Holocaust Memorial Day.

Op 12 november  heeft mevrouw Nijland-Leneman (86) voor haar overleden schoonouders Gert en Hanna Nijland de onderscheiding Yad Vashem in ontvangst genomen.

In de Portugese Synagoge in Amsterdam zijn op 12 november  in totaal 24 Nederlanders postuum geëerd, onder wie Gert en Hanna Nijland uit Zwolle bij Groenlo.Ze hadden in de Tweede Wereldoorlog voor vijf onderduikers een schuiladres. Alle vijf overleefden de bezetting door de Duitsers.

Verder werden geëerd Theo en Marie Koopman uit Spierdijk. Het echtpaar verborg in 1943 de Joodse Abraham -Appie- Konijn voor de Duitse bezetters.

De kinderloze Theo en Marie Koopman beschouwden Abraham als hun zoon. Hij bleef anderhalf jaar op hun boerderij. Pleegzoon Nico Steur heeft  deonderscheidingin ontvangst genomen in de Portugese Synagoge. Appie Konijn die de onderscheiding aanvroeg, was erbij.

Ook Hendrikje van Daalen-Terpstra uit Heemstede kreeg postuum de  Yad Vashem-onderscheiding. Zij bood de zesjarige Sara Teeboom een onderduikadres en redde zo haar leven. De nu 76-jarige Sara Teeboom droeg Hendrikje Van Daalen voor en was aanwezig bij de plechtigheid.







 

Monument Kindertransporten verlicht vlak voor Kristallnacht

HOEK VAN HOLLAND, 6-11-2012  - Het monument 'Channel Crossing to Life' ter herdenking van de redding van Joodse kinderen aan de Koningin Emmaboulevard in Hoek van Holland is vanaf deze week in de avonduren verlicht.

Het monument in de gemeente is nu het enige beeld van de bronzen beeldenreeks, die Frank Meisler heeft vervaardigd ter nagedachtenis aan de ‘Kindertransporten’ (1938-1939), dat in de avonduren verlicht is.


Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, na de Kristallnacht (9 -10 november 1938), namen bijna 10.000 voornamelijk Joodse kinderen deel aan de transporten. zonder hun ouders. Eén van de gangmaaksters achter deze redding was mevrouw Truus Wijsmuller-Meijer, die daarvoor door Yad Vashem werd onderscheiden.

Vanuit nazi-Duitsland, Oostenrijk, Polen en Tsjecho-Slowakije werden de kinderen  via Hoek van Holland voor het grootste deel naar het veilige Engeland gestuurd. De kinderen werden opgevangen in gastgezinnen, tehuizen en op boerderijen. De meesten overleefden dankzij deze reddingsoperatie, die bekend werd onder de naam ‘Kindertransporte’. Ter markering van de route van de kindertransporten heeft Frank Meisler, kunstenaar en één van de kinderen van toen, bronzen beelden ontworpen en geplaatst in Gdansk, Berlijn, Londen en Hoek van Holland bij de treinstations waar de kinderen vertrokken en aankwamen.

Op 1 december 1938 vertrok het eerste transport uit Berlijn naar Nederland en Engeland. Op 10 december 1938 het tweede, ditmaal uit Wenen. Na de Duitse bezetting van Tsjechië in maart 1939 volgden ook kinderen uit Praag, en in februari en augustus uit Polen. Het laatste transport kwam uit Duitsland op 1 september 1939, de dag dat Duitsland de Tweede Wereldoorlog begon met de aanval op in Polen.


Het laatste transport uit Nederland vond plaats op 14 mei 1940 vanuit IJmuiden, met het schip het SS Bodegraven (foto links) Dit waren 74 kinderen die in het Amsterdamse Burgerweeshuis verbleven, en op het laatste moment door mevrouw Wijsmuller naar IJmuiden vervoerd konden worden. Dit schip werd getorpedeerd door een U-Boot in 1944.

Eind vorig jaar heeft burgemeester Ahmed Aboutaleb samen met kunstenaar Frank Meisler in Hoek van Holland het monument ‘Channel Crossing to Life’ onthuld. Vanaf het begin waren zowel de burgemeester als het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hoek van Holland het erover eens, dat het prachtige monument, ter nagedachtenis aan de reddingsoperatie ‘Kindertransport’ (1938-1940), ook in de avonduren moet zijn te bewonderen.

Voorzitter Hestia Reukema is blij dat het monument nu echt af: "De kinderen van toen zagen hier in Hoek van Holland het licht naar de vrijheid. Dit monument verdient het daarom om in het licht te staan. De cirkel is rond." Wethouder Korrie Louwes benadrukte in haar speech dat het belangrijk is dat het verhaal over de 10.000 joodse kinderen die aan de dood wisten te ontsnappen, wordt doorverteld aan de kinderen van nu.


"Precies omwille van deze boodschap is het belangrijk dat dit monument in Hoek van Holland er staat en dat er de mooie site www.voetstappennaareennieuwleven.nl is, waar de verhalen levend worden gehouden. En daarom is het ook belangrijk dat er nu licht is, zodat niemand - ook niet in het donker - zonder de beeldengroep te zien, voorbij zal lopen," aldus wethouder Louwes.



Staatssecretaris steunt digitale documentatie Yad Vashem met 100.000 euro

JERUSALEM, 13-10-2012 - Nederland gaat de officiële Israëlisch staatsinstelling Yad Vashem steunen bij de digitale opslag van getuigenissen uit de oorlog. Met de hulp is 100.000 euro gemoeid.

Het bedrag is toegezegd door staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (VWS), zo meldde haar ministerie gisteren.De bewindsvrouw deed de toezegging tijdens haar bezoek aan Yad Vashem deze week en zei daarbij: ‘Juist als deze verschrikkelijke tijd verder weg zal zijn, hebben wij de voorbeelden van rechtvaardigen nodig’.

Yad Vashem is onder andere een museum en bibliotheek, en beheert de getuigenissen die de basis vormen voor de onderscheiding ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’. Deze eretitel is voor niet-Joden die hun leven op het spel hebben gezet door tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden te redden.


Nederland bezit relatief de meeste van deze onderscheidingen, namelijk 5.200 oftewel voor één op de 1800 Nederlanders. Polen heeft 6.300 erkenning ontvangen, en dat komt neer op de 4.300. Tegelijkertijd zijn er uit Nederland ook relatief veel Joden gedeporteerd en vermoord door de nazi's, met medewerking van duizenden Nederlandse politiemensen, spoorwegmensen en andere ambtenaren, namelijk 77% van de Joodse bevolking oftewel 104.000 mensen.

Yad Vashem wil het daarbij gebruikte bewijsmateriaal nu digitaal opslaan om de getuigenissen en verhalen voor komende generaties. ‘Op onze schouders rust de beveiliging van de toekomst’, aldus Van Zanten.

Donderdag ontvingen twee Aaltenaren, de heer en mevrouw Wiggers, postuum de onderscheiding. De onderscheiding is ook toegekend aan de februatistakers en het dorp Nieuwlande in Drenthe, woonplaats van verzetsleider Johannes Post, welk dorp als geheel volgens een vaste verdeling Joodse onderduikers opname.




Yad-Vashem-onderscheiding voor Aaltense verzetshelden


AALTEN, 12-10-2012 - Onderduikgevers Hendrik Jan en Aleida Wiggers uit Aalten hebben postuum de Yad-Vashem-onderscheiding ontvangen van de Israëlische staat. Aalten was tijdens de oorlog de gemeente met relatief de meeste onderduikers van Nederland.

Het Aaltense echtpaar huisvestte in de Tweede Wereldoorlog een Joods gezin. De drie dochters van het echtpaar, Lien (79), Leis (76) en Sina (86) namen de onderscheiding donderdagmiddag in ontvangst in de Aaltense Musea.

Aanwezig waren o.a. locoburgemeester Ted Kok van de gemeente Aalten, Joop Levy, voorzitter Stichting Vrienden van Yad Vashem Nederland en ongeveer 100 geïnteresseerden. Bij de familie Wiggers zaten ondergedoken vader Salli Meijler, moeder Paula Katz en hun twee zonen Hanri en Arthur.

"De aankondiging dat deze onderscheiding kwam, heeft in de familie veel losgemaakt", zei kleinzoon Jan Wikkerink in een dankwoord. "Er is een verlangen om meer over opa en oma te weten. Wie waren ze precies? Wat waren hun drijfveren?"

In de loop van de dertiger jaren nam het aantal joden in Aalten toe, doordat er vluchtelingen uit Duitsland opgenomen werden. Gedurende de bezetting werden er, zoals overal in Nederland, maatregelen genomen om de joodse bevolking te isoleren.


In 1942 vonden de eerste deportaties naar Westerbork plaats, de rest van de joodse bevolking werd in 1943 gedwongen hun woonplaats te verlaten.


Iets meer dan de helft van de vooroorlogse Joodse bevolking van Aalten overleefde de oorlog door onder te duiken, de anderen zijn gedeporteerd naar de vernietigingskampen en daar vermoord.


Foto rechts: de drie gezusters Wiggers tijdens de uitreiking, gisteren.


In 1939 had Aalten ongeveer 85 Joodse inwoners, maar dat daalde naar 70 vlak voor de oorlog.

Aalten heeft gedurende de bezetting onderdak geboden aan ruim 50 Joodse en honderden andere onderduikers - op een bepaald moment 2500 op een inwoneraantal van destijds  13.000. Zij werden vaak geholpen werden met geld dat in de plaatselijke gereformeerde gemeente ingezameld werd.


In oktober 1941 werd de eerste razzia op Joden in de Achterhoek uitgevoerd. Daarbij werd voor het eerst een Aaltense jood, Arnold van Gelder, gedeporteerd. Hij werd op 13 november 1941 in het concentratiekamp Mauthausen vermoord.

Dinxperlo

In Dinxperlo, gem. Aalten, werd op 13 juni 2012 de Yad-Vashem-onderscheiding toegekend aan  Arend Jan Ruesink en zijn dochter mevrouw Dora Albertina Seesink-Ruesink.

De onderduikster, mevrouw Bettie (Bep) Heimans - Frankenhuis was zelf bij de ceremonie aanwezig. Zij was een paar jaar geleden pas in staat haar ervaringen op papier te zetten, waarna ze de aanvraag bij Yad Vashem heeft ingediend.

De Yad-Vashem-onderscheiding is inmiddels al aan 5224  Nederlanders uitgereikt. Na Polen is Nederland daarmee het land met de meeste onderscheidingen.

Per hoofd van de bevolking is Nederland het land met de meeste Jodenredders: 1 op de 1800 Nederlanders heeft tijdens de oorlog Joden gered en is daarvoor door Yad Vashem een onderscheiden. In Polen was dit 1 op 4300 mensen.
 


In oktober 1942 werden 12 Joden uit Aalten weggehaald en via het doorgangskamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. In april 1943 deporteerden de Duitsers in totaal 13 Joden naar Sobibor. Al deze werden vermoord. Bij elkaar zijn 52 Joden uit Aalten slachtoffer van de sjoah geworden.  

 
Van de 52 mensen die zijn ondergedoken, overleefden er 26. Het bekendst zijn hier wel de lotgevallen van Aron Jedwab. Hij werd door de plaatselijke dokter te vondeling gelegd bij goedwillende Aaltenaren, die hem opnamen en bij de gemeente lieten isnchrijven als een gewone vondeling.


Na de bevrijding keerden 46 Joden naar Aalten terug. Door emigratie naar Israel en de USA daalde het aantal Joden in Aalten sterk.

Tijdens de bezetting zijn er twee pogingen gedaan om de synagoge uit 1850 in brand te steken. Het interieur van het gebouw is vernield, maar de Tora-rollen en de rituele objecten zijn op tijd verborgen en zodoende behouden. Op de joodse begraafplaats in Aalten werden in de oorlogsjaren vernielingen aangericht.

http://mizrach.fsmail.postinbox.com/frame-nl.html




Hoornse verzetsheldin gestorven

HOORN, 7-10-2012  - Op vrijdag 5 oktober 2012 is de verzetsheldin mevrouw Gré Visser uit Hoorn op 95-jarige leeftijd in haar woonplaats overleden.

Mevrouw Visser heeft tijdens de oorlog enkele tientallen onderduikers in huis gehad, onder hen Joden. Mevrouw Visser ontving daarvoor het ereburgerschap van Hoorn omdat zij daarmee tijdens de Tweede Wereldoorlog haar eigen leven op het spel zette. Zij was de eerste ereburgeres van de gemeente.

Het gemeentebestuur van Hoorn heeft met leedwezen kennisgenomen van het overlijden van mevrouw Visser en medeleven met de nabestaanden betuigd. Gré Visser was de na de oorlog één van de grote heldinnen van West-Friesland.

Zelfs nadat ze in de oorlog door NSB-Landwachters werd opgepakt en maar ternauwernood bij de SD in Amsterdam ontsnapte, nam ze het risico om opnieuw onderduikers te helpen. Mevrouw Visser heeft daar jaren over gezwegen. In 2011 bracht zij haar verhaal uit in boekvorm, onder de titel ‘Toen was ik Greetje van Hoorn…nu Gré Visser’.

Eén van haar Joodse onderduiksters heeft bij het toekennen van het ereburgerschap in 2011 gezegd dat zij een Yad-Vashemonderscheiding voor mevrouw Visser zou aanvragen. Hoever het daarmee is, is nu nog onduidelijk.


Foto links: het huis aan de Grote Oost 35 te Hoorn, waar mevrouw Visser haar onderduikers herborg.








Speech bij uitreiking ereburgerschap

Egbert Ottens, voorzitter van de Vereniging Oud Hoorn,

Opening bijeenkomst  12 september 2011

Het is een bijzonderheid dat wij elkaar hier vanavond mogen ontmoeten. Wij, dat bent u, mevrouw Visser in de eerste plaats, met uw familie, en verder: een vertegenwoordiging van het Hoornse gemeentebestuur, waaronder burgemeester Onno van Veldhuizen, vertegenwoordigers van het Hoornse comité 40-45, enkele andere belangstellenden, en bestuursleden en vrijwilligers van Oud Hoorn, waarbij ik bij uitzondering éen naam noem, die van Jaap Wiggers. Hij zette ons op het spoor van uw verhaal en daarmee is hij, naast u die vanavond middelpunt bent, ook een beetje de aanstichter van deze avond. Mevrouw Visser, familie Ruiter, burgemeester Van Veldhuizen, u allen, hartelijk welkom. Dank dat u gekomen bent.

Aanleiding voor deze bijzondere ontmoeting is het boek dat Gré Visser schreef over haar leven, vooral over haar oorlogsjaren.

metblad
In het Kwartaalblad waarvan de burgemeester vanavond mevrouw Visser het eerste exemplaar overhandigt, staat daar een artikel over. Dat artikel geeft een summiere inkijk in een duistere periode. In de zorg, de angst, de dagelijkse spanning en de hectiek van de duistere oorlogsjaren. Bij iedereen, maar vooral bij mensen die de moed hadden om zich te verzetten tegen wat een brute machthebber oplegde. Meer dan summier kan zo’n artikel niet zijn. Want hoe kun je het levensverhaal van mevrouw Visser in een aantal pagina’s vatten? Zelfs het boek dat u schreef is in dat opzicht nog ontoereikend.


Foto boven: een aantal onderduikers en helpers, en mevrouw Visser, lachend, middenvoor, zittend, met haar zonen. Genomen op 5 mei 1945.


Uw verhaal is dat van moedige mensen die weigerden zich te voegen in een regiem dat beschaving, menselijkheid, medemenselijkheid, met voeten trad, te voegen in een systeem dat uit was op vernietiging van bevolkingsgroepen, dat mensen tegen elkaar opzette, en het gemeenschapsdenken verving door een haatdragend wij-zij-denken. Een gevaar dat nog altijd in de wereld, en ook in ons land, rondwaart.

Maar tussen de regels door is het ook een verhaal van de hoop. Het verhaal dat we mensen niet in vakjes mogen indelen. Het waren Nederlandse landwachters die mevrouw Visser arresteerden, het was een onbekende Duitser die zijn rapport zo opstelde dat Aus der Fünten haar het hoofdkwartier in de Euterpestraat uitschopte. Het leert ons dat niet iedereen in het andere kamp fout is. Onlangs, in Zomergasten, zagen we dat indrukwekkend verwoord door Mitterand in zijn rede voor het Europese Parlement. Op de vlucht als krijgsgevangene van de Duitsers naar Frankrijk, vond hij bij de vijand onderdak en bescherming. Juist na de dag van gisteren, 11 september, moeten we ons dat nog eens extra inprenten.

Een van de activiteiten van Oud Hoorn is om, naast het bewaken en bewaren van de historiciteit van onze wondermooie stad, te zoeken naar de verhalen die onze stad te vertellen heeft. Sommige van die verhalen mogen niet verstommen. Dat zijn de verhalen die ons tot voorbeeld strekken, die richting wijzen naar een rechtvaardige, open, democratische, vrije en ontspannen samenleving.

‘Kom vanavond met verhalen’, schrijft de dichter Leo Vroman. ‘Hoe de oorlog is verdwenen. En herhaal ze honderd malen.’ Zo, mevrouw Visser, vroegen we u om vanavond onze gast te zijn. Om over éen van die verhalen, uw verhaal, te vertellen. geleteken2
Het verhaal dat zich afspeelde achter de gevel van het pand Grote Oost 35, dat nu, o dwaze speling van de geschiedenis, Het Gele Teken heet. Immers, wie van ons, zou ooit de dubbele betekenis achter de naam van een onschuldige stripwinkel hebben gezocht?

Wie we vanavond graag hier gehad zouden hebben is Fieke van Emden. U en Jan Ruiter regelden onderdak voor haar bij de familie Sant aan de Westerdijk. Haar ouders waren ondergedoken bij u, aan het Grote Oost. Fieke overleefde de oorlog, vestigde zich in Israël en is vanmiddag laat in Nederland aangekomen. De lange reis viel haar te zwaar om vandaag nog langs te komen. Maar ze heeft gezegd dat ze u, mevrouw Visser, gauw hoopt te ontmoeten. Maar ik mocht melden dat zij bezig is met de Yad Vashem-onderscheiding: Rechtvaardige onder de Volkeren.

Wel aanwezig van de foto die op 5 mei 1945 werd gemaakt, naast uiteraard uzelf en uw zoons, is de baby op de armen van moeder Tool. Verder mag ik u de hartelijke groeten overbrengen van de heer Emmelkamp uit Groningen. Hij vond het fantastisch dat Oud Hoorn uw oorlogsverhaal publiceert. "Een geweldige vrouw", zei hij tegen mij. "Wat ze deed kan niet genoeg worden geprezen. Een moedig mens, een ware heldin." Helaas weerhoudt zijn leeftijd hem ervan de lange reis naar Hoorn te ondernemen. In gedachten is hij bij ons.

Doordat u uw verhaal op papier hebt gezet, mevrouw Visser, zijn we ook op het spoor gezet van andere mensen, wier namen we niet mogen vergeten. Zoals van Piet Verbeek. U wist meteen over wie het ging en waar hij had gewoond. Aan de Westersingel. Verbeek had een heldenrol in het vaderlandse verzet. Hij behoorde met dominee Slomp, die na de oorlog als predikant naar Hoorn kwam, en in de oorlog bekend stond als Frits de Zwerver, tot de oprichters van de landelijke knokploegen en de hulp aan onderduikers. Ook zijn verhaal mag niet verloren gaan. Daarom gaan we proberen zijn levensverhaal te achterhalen..

U gaf aan, mevrouw Visser, dat u lid van Oud Hoorn wilt worden. Daar zijn wij uiteraard blij mee. Want elk lid telt, zeker in deze tijd. Maar tegen de trend bij de meeste andere historische verenigingen in, die leden verliezen, groeit dat van ons nog steeds. Het bestuur heeft besloten om u een lidmaatschap voor het leven aan te bieden.

Nou zullen de cynici, afgaande op uw leeftijd mevrouw Visser, denken: nou, nou, is dat niet een beetje goedkoop? Dat zal nog moeten blijken, want u bent een taaie, zoals we ook in uw boek konden lezen. Maar helemaal ongelijk hebben ze niet. We doen er iets bij.

Oud Hoorn wil uw verhaal niet verloren laten gaan. Dus hebben we de mogelijkheid van een gedenksteen aan de gevel van het pand Grote Oost 35 onderzocht. Een steen die herinnert aan het lot dat velen trof, en dat, mede op basis van uw boek leert, dat veel meer moedige burgers van onze stad, tegen alle dreiging in, hun verantwoordelijkheid namen door mensen wier leven niet veilig was een veilig onderkomen te bieden.

Die bijzondere foto, gemaakt op 5 mei 1945, met nog eenmaal de onderduikers van dat moment en de helpers bijeen, zullen wij als blijvend teken van uw moed en als een oproep tot blijvende waakzaamheid, met toestemming van de huidige eigenaar van het pand Grote Oost 35, daar laten aanbrengen. Veel ruimte is er niet, maar op de muurdam naast de deur is plek voor een mooie gedenksteen. Het duurt even voor het zover is. Grote Oost 35 is een rijksmonument en dus is vergunning vereist. Ook daar zijn we al mee bezig. Als het zover is nodigen we u en uw familie graag nogmaals uit om die steen met ons te onthullen. De uiteindelijke tekst wordt met u afgestemd, maar dit is de tekst waar wij aan denken:

foto45steen

Als gezegd, de uiteindelijke tekst maken we samen met u.

Het programma voor de rest van de avond is simpel. Ik vraag onze burgemeester, de heer Van Veldhuizen, om u hierna het eerste nummer van het Kwartaalblad te overhandigen, met daarin uw eigen verhaal. Daarna is er gelegenheid om elkaar te spreken. Oud Hoorn, zorgt voor een drankje en een hapje. Ik zou zeggen maak het straks gezellig.

Het woord is nu aan onze burgemeester, Onno van Veldhuizen.
Ik dank u.

Egbert Ottens


------------

Toespraak burgemeester Onno van Veldhuizen van Hoorn


Geachte mevrouw Visser, kinderen, kleinkinderen en andere aanwezigen,
De voorzitter van Oud Hoorn gaf het al aan. Ik ga u het eerste nummer van het kwartaalblad van Oud Hoorn overhandigen waarin uw eigen verhaal is vastgelegd voor het nageslacht. Maar uiteraard wil ik eerst nog iets tegen u zeggen.

Mevrouw Visser, wat u deed is nauwelijks te bevatten. Het was oorlog in Nederland. Elke dag onzekerheid, armoede, angst, wantrouwen, gevoelens van haat, honger, spanning, gevaar. Tot achter elke voordeur, ook in onze stad. Toch moest het leven doorgaan. U was getrouwd, kreeg een tweede kind. U moest er zijn voor hen en uw klanten. De huur moest worden betaald. Het huis was groot. En het leven in Nederland, in Hoorn, veranderde steeds meer. Het was oorlog in Hoorn.

Ondanks uw zorgen, stelde u samen met uw toenmalige echtgenoot Jan uw huis open voor onderduikers. Sjuul Soesman en zijn vrouw Sonja als eersten. Velen zouden volgen. Jong en oud. Maar u allen onbekend. Net zoals hun afkomst, hun plannen, hun betrouwbaarheid. U wist niets van ze, maar bood hulp. Zorgde ervoor dat er te eten was. Regelde persoonsbewijzen, bonkaarten en stempels. Ging het land in om het land te helpen. Intussen werd uw gezinsleven er niet makkelijker op. Financiële zorgen. De zorg voor de kleine Bob en Bart en de onderduikers kwam meer en meer op u neer. Uw man trekt zijn eigen plan. Spanningen in huis te over. Een miskraam. U gaat - hoe is het mogelijk - door.

De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers mag bij u vergaderen. U stelt uw huis open voor noodopvang. Onderduikers bleven komen en gaan. Op een dag was de dreiging zo groot, dat alle onderduikers uw huis moeten verlaten. De dag erna waagde u het om terug te gaan en hun koffers te pakken, stempels en vervalste papieren te verstoppen. Toen u een overhemd wilde afgeven aan een van uw onderduikers op zijn nieuwe adres, werd u opgepakt. Het kan niet anders dan dat u doodangsten uitstond. Het concentratiekamp leek uw eindbestemming te moeten zijn. Maar u stond uw mannetje, zoals altijd. U werd vrijgelaten.

Uw leven ging weer door. Een echtscheiding werd in gang gezet. De oorlog ging ook door. Nieuwe onderduikers hadden u nodig en vonden op Grote Oost 35 weer een laatste plaats om heen te gaan. U regelde eten en onderduikadressen in de regio. U nam het op voor uw ex-man, terwijl hij u eerder zo in de steek liet. U nam opnieuw grote risico’s, terwijl - als we dat in alle nuchterheid zouden afwegen - u inmiddels toch alle reden had dat niet te doen. Of het verstandig was, is maar de vraag. Ongelooflijk moedig, een godsgeschenk voor mensen in nood; dat was het zeker.

Het leven direct na de oorlog was ondanks uw heldendaden niet lief voor u. Maar Gré Visser bleef Gré Visser en dus knokte u door. Na enkele jaren vond u uw geluk weer in uw huwelijk met Piet Pronk. Hij overleed helaas in 1972. Op uw 90e besloot u uw verhaal naar buiten te brengen. Het maakt het geschiedenisverhaal van Hoorn weer een stukje completer. Ook dat is veel waard. Gré Visser kunnen wij nu in een adem noemen met Miep Gies en - ook op het Grote Oost - Dieuw van Vliet en Aaf Dell.

Het college van burgemeester en wethouders besloot in 2005 om op een brug bij het Jeudje een gedenksteen te plaatsen met de tekst ‘Wie één leven redt, redt een hele wereld’. Bedoeld voor allen in Hoorn die onderduikers hebben geholpen. Maar uw verhaal is meer dan dat. U redde - onder omstandigheden die dat eigenlijk helemaal niet toelieten - vele levens, vele werelden.

Het college van burgemeester en wethouders heeft dan ook besloten dat u zich voortaan ‘ereburger van Hoorn’ mag noemen. En dat is een bijzonder grote eer, ook voor de stad Hoorn. Wij zijn u dankbaar dat u ons in de gelegenheid heeft gesteld het ereburgerschap weer ‘af te stoffen’. Slechts drie personen gingen u in de geschiedenis voor: Johan Christiaan Kerkmeijer in 1937, Pieter Nooteboom in 1961 en Dirk Breebaart in 1987. Zij zijn ons helaas allen ontvallen. U bent, in het 655-jarig bestaan van onze stad, de eerste vrouwelijke ereburger.

Ik geef u eerst het kwartaalblad en wil u dan graag de bij het ereburgerschap horende oorkonde overhandigen en het draaginsigne opspelden.







Brug officieel vernoemd naar Piet Meerburg, kinderredder

AMSTERDAM, 28-09-2012 (Nagekomen) Twee weken terug, op woensdag 12 september, is de brug achter de Amsterdamse Hortus Botanicus, ter hoogte van het Hortusplantsoen en de Nieuwe Keizersgracht  hoek Plantage Parklaan en vlakbij het standbeeld van de Dokwerker en de Portugese synagoge, officieel vernoemd naar Piet Meerburg (1919-2010), verzetsman, kinderredder en theaterondernemer.

In het bijzijn van de nabestaanden van Piet Meerburg (foto rechts, een pasfoto van hem uit de oorlog) onthulden burgemeester Eberhard van der Laan en oud-burgemeester Ed van Thijn het naambord. Aaanwezig waren  ook stadsdeelvoorzitter Jeanine van Pinxteren en vele anderen.


In juli presenteerde het NIOD Meerburg als 'held van de Maand'vanwege het besluit van de deelraad centrum om de brug naar hem te vernoemen. David Banouw van het NIOD concludeerde: "Zoals zovele andere verzetsstrijders rolde Meerburg als het ware het verzet in, maar ook bij hem was één moment doorslaggevend. Toen een Joodse medestudent in het voorjaar van 1942 naar een werkkamp moest, vond hij, zo vertelde Meerburg: ‘Dat kan gewoon helemaal niet.’


‘Het dagelijks bestuur van het centrum Amsterdam neemt op 24 april 2012 het volgende besluit: de brug, gelegen ter hoogte van het Hortusplantsoen en de Nieuwe Keizersgracht, administratief bekend onder nummer 234, te vernoemen naar Piet Meerburg.’


Als rechtenstudent in Amsterdam zette Meerburg met andere studenten het zogenaamde Amsterdamse Studentengroep op, naar het voorbeeld van het Utrechts Kindercomité. Dit was een verzetsgroep (de naam ontstond pas na de oorlog) die onderduikadressen regelde voor Joodse kinderen, vaak gesmokkeld uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg. Lid waren onder meer Geert Lubberhuizen en Hetty Voûte.

Meerburg onderhield contact met Walter Süskind, de beheerder van het deportatiecentrum voor Joden, de Hollandsche Schouwburg. Meerburg werkte ook samen met de kinderreddersgroep NV uit Amsterdam, die veel contacten in Limburg had. Naar schatting, onder meer door onderzoeker Bert Jan Flim, moeten Meerburg en anderen ongeveer 500 tot 700 kinderen hebben gered, die voor een groot deel in Limburg of Friesland terechtkwamen. Gisela Wieberdink-Söhnlein, eveneens lid van de Utrechtse groep, stelt dat het er 1100 zijn geweest. Vrijwel alle kinderen in Limburg overleefden de oorlog.

Na de oorlog heeft Meerburg altijd kritiek gehad op de Nederlandse regering in Londen, zoals hij die ook heeft herhaald in een televisieinterview met de VPRO. Hij verweet de regering te weinig informatie over het lot van de Joden te hebben doorgegeven, hoewel volgens Meerburg de regering al vroegtijdig op de hoogte was van de plannen van de nazi's voor de Jodenvernietiging.

Meerburg stelde dat dan veel meer Joodse ouders hun kinderen voor onderduik hadden afgestaan. Een van die kinderen was de latere burgemeester Ed van Thijn.

In 1945 richtte Meerburg met anderen studentenbioscoop Kriterion op, een avant-garde filmtheater en dat ook als doel had studenten bijbaantjes te verschaffen. Daarna was hij mede-oprichter van het Filmmuseum, musicalproducent en o.a directeur van het Nieuwe de la Mar Theater en de bioscoop De Uitkijk. De Piet Meerburgbrug ligt dicht bij de Walter Suskindbrug, langs de Amstel over de Nieuwe Herengracht.


David Barnouw van het NIOD schreef in juli over hem onder meer:

"Op verschillende manieren werden Joodse kinderen in veiligheid gebracht. Soms waren de Joodse ouders zelf actief om hun kind te laten onderduiken, soms gingen ze er pas toe over als ze de Hollandsche Schouwburg al waren binnengebracht. In de Schouwburg werkte de Joodse zakenman Walter Süskind als beheerder. Hij had een grote rol bij het wegsluizen van de kindjes en Meerburg had veel contact met hem.

De al eerder genoemde crèche bleek een uitstekende plaats om de kleintjes te kunnen ‘ontvoeren’. Via de achtertuin, die aan de tuin van de naburige kweekschool grensde, konden de kinderen ongezien ontsnappen. Langsrijdende trams boden eveneens vluchtmogelijkheden, want deze benamen de bewakers voor de Hollandsche Schouwburg gedurende korte tijd de kans om de ingang van de crèche in de gaten te houden.

Voor de ouders was het natuurlijk hartverscheurend om hun kind aan een vreemde mee te geven. Meerburg vertelde later dat hij en zijn medestudenten eigenlijk te jong waren om te beseffen hoe moeilijk dat voor die ouders was. Er waren vanzelfsprekend ook ouders die hun kind niet mee wilden geven. Al snel bleken er echter toch meer kinderen te zijn dan het UKC aan onderduikadressen kon leveren. Piet Meerburg ging de provincie in, op zoek naar veilige onderkomens. In het begin was dat moeilijk, omdat men daar eenvoudigweg niet geloofde dat de Joden echt werden vervolgd.

Het vinden van onderduikadressen lukte gemakkelijker als de plaatselijke geestelijke, hetzij de dominee, hetzij de kapelaan of pastoor, zijn medewerking toezegde en de gelovigen aanspoorden te helpen. In Friesland had Meerburg begin 1943 geluk: in en rond Sneek konden zo’n zestig tot tachtig kinderen worden ondergebracht. Ook in het zuiden van Limburg wist Piet Meerburg adressen te vinden. Het bleek verstandig te zijn om blonde kindertjes in het noorden en donkere kindertjes in het zuiden te laten onderduiken.

Meerburg was niet alleen actief als redder van Joodse kinderen. Ook hielp hij in de Hongerwinter mee met de transporten van ondervoede Amsterdamse kinderen naar Friesland. Later zou hij verklaren: ‘Hoe armer en eenvoudiger de mensen waren, hoe groter hun bereidheid om te helpen. Dat heeft mij altijd enorm getroffen.’ Over de rol van de Nederlandse regering in ballingschap was hij minder te spreken; die had in zijn ogen veel actiever kunnen zijn toen zij wist wat er met de Joden gebeurde. "

Meerburg ontving voor zijn reddingswerk de onderscheiding 'Rechtvaardige onder de volkeren' van de staat Israël.




Beloning van 100.000 euro voor opsporing Wallenberg

MOSKOU, 16-06-2012 - De Internationale Raoul Wallenberg Foundation looft een beloning van 100.000 euro uit in de zaak-Wallenberg. Deze beloning zal gaan naar een persoon of instelling die informatie geeft die leidt tot wetenschappelijke identificatie en repatriëring van Raoul Wallenberg en zijn chauffeur, Vilmos Langfelder.

De aankondiging vond plaats in Moskou tijdens de International Academic Conference "Raoul Wallenberg - humanitarian of the 20t Century" door dominee Annemarie Werner, de Berlijnse vertegenwoordigster van deInternational Raoul Wallenberg Foundation.


Dit jaar zijn er diverse bijeenkomst en initiatieven vanwege Wallenbergs 100ste verjaardag. Yad Vashem organiseert bijvoorbeeld op 26 juni een symposium ter gedenking over Wallenberg.


Aan de conferentie namen enkele tientallen wetenschappers, diplomaten, onderzoekers en ambtenaren uit verschillende landen deel.

Wallenberg redde in samenwerking met een dozijn andere diplomaten en medestanders en een Nederlandse vriendin, Berber Smit, in 1944 in Budapest zeker 10.000 Joden het leven. Half mei verscheen het bericht dat Wallenberg bij zijn arrestatie door de Sowjets Joods goud in zijn auto transporteerde (zie bericht 19-05-2012).


Hij verstrekte hen samen met anderen Zweedse paspoorten, bezorgde hen onderdak in speciaal gehuurde huizen die voor Zweedse instellingen moesten doorgaan, en onderhandelde over het behoud van Joden met diverse Duitse en Hongaarse nazi's waarbij hij opmerkelijke resultaten wist te behalen.

Aan Wallenbergs energieke ingrijpen wordt ook toegeschreven, dat de nazi´s het Budapester ghetto niet met de resterende 70.000 bewoners  in brand staken. Er waren bij Wallenbergs komst al 400.000 van de 635.000 Hongaarse Joden naar Auschwitz gedeporteerd.


Foto onder: Budapest oktober 1944: Joden worden bijeengedreven in het ghetto. Foto Bundesarchiv




Ook drong dominee Werner er bij de Russische autoriteiten om de volledige en vrije toegang geven tot de KGB-archieven, om licht te laten schijnen, voor eens en voor altijd, over het lot en de verblijfplaats van Raoul Wallenberg en zijn chauffeur, Vilmos Langfelder. Zij werden waarschijnlijk ontvoerd door de Sowjet-troepen op 17 januari. 1945 en zijn sindsdien nooit meer gezien. Het IRWF legt de volle verantwoordelijkheid voor Wallenbergs verdwijning en dood bij Stalin, toen president van de Sowjet-Unie.

Dominee Werner uitte ook kritiek op de passieve rol van Zweden door de jaren heen, Volgens haar liet het land na duidelijke vragen naar hun Sovjet-collega's te presenteren, voor de vrijlating van Wallenberg en Langfelder. Bovendien, tijdens de oorlog, Zweden neutraal was, maar die Duitsland met strategische grondstoffen die nodig waren door deze laatste in haar oorlogsinspanningen.

Enkele Zweedse zakenlieden die contacten hadden met nazi's, waren neven van Raoul Wallenberg. De IRWF heeft kopieën van hun paspoorten die laten zien dat ze verschillende keren naar Berlijn gingen tijdens de oorlog. Heel verrassend is dat deze deze tak van de familie volgens dominee Werner deed ook niets om te helpen Raoul vrij te krijgen. Pastor Werner wees er ook op dat Raouls moeder en stiefvader uiteindelijk zelfmoord pleegden uit wanhoop over Raoul.

Zijn stiefzus, Nina, die nog in leven is en zijn late stiefbroer Guy von Dardel hebben kosten noch moeite gespaard voor Raoul. Zijn vrouw Matti en hun dochters, Louise en Marie, gaan met deze strijd verder volgens pastor Werner.

Over de beloning van 100.000 euro zei pastor Werner nog: "Hoewel de exacte voorwaarden zullen openbaar worden gemaakt en een officiële aankondiging, moet het duidelijk zijn dat de ontvangen informatie moet worden bevestigd door DNA en andere aanvaarde wetenschappelijke tests.

De "Raoul Wallenberg - the Humanitarian of the 20th Century" conferentie werd mede georganiseerd door het Instituut van de wereldgeschiedenis van de Russische Academie van Wetenschappen, de Ambassade van Zweden in Rusland en het Hongaarse Cultureel Centrum in Moskou.


Zie ook bericht 19-05-2012:Wallenberg transporteerde Joods goud




 

Zwolse tentoonstelling over onderduik geopend

 

ZWOLLE, 29-03-2012 - 'Schimmen op het Gordijn - Onderduikers in Zwolle 1940-1945'  - zo heet een nieuwe educatieve tentoonstelling in het Historisch Centrum Overijssel in in Zwolle. Hoeveel onderduikers Zwolle heeft gekend, weet volgens plaatselijk historicus  Paul Harmsen van het historisch centrum niemand precies. Heel Nederland had er uiteindelijk zo'n 350.000 na de start van de Spoorwegstaking op 17 september 1944. Van Joodse onderduikers is het iaantal n veel plaatsen wel precies bekend.

 

Zwolle, met in 1940 zo'n 40.000 inwoners plus 15.000 in het naastgelegen Zwollerkerspel, had een middelgrote Joodse gemeenschap van ongeveer 800 mensen aan het begin van de oorlog. Dat was inclusief ruim 100 Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Uiteindelijk stierven er 499 van hen - hun namen staan op plaquettes in de oude Zwolse synagoge.

 

Mede dankzij de onderduik konden zo'n 300 van hen overleven - een relatief hoog aantal vergeleken met bijvoorbeeld Amsterdam, waar zo'n 75 % van de 70.000 Joden werd vernoord, of een plaats van vergelijkbare grootte, zoals Hilversum, waar 90 % van de 2.000 Joden verdween.

 

Er is ook een mini-tentoonstelling 'Hiddo de Vries, onderduiker in Overijssel' (foto links) te zien. Beiden zijn van 27 maart tot 29 juni open. Zwolse Christelijke Daltonschool Koningin Emma. Dit is een verlengstuk van de jaarlijkse educatieve tentoonstelling..

 

Deze expositie bevat documenten en persoonlijke bezittingen van Hiddo en vertelt het verhaal van een ondergedoken jongeman in Overijssel, deie niet vioior dwangarbeid naar Duitsland wilde. Hij oberleefde de oolrog. De expositie is samengesteld door Gijs Dragt en Sonja de Vries, dochter van Hiddo.

 

Rineke Beernink-Renée Visscher

De Zwolse Renée Visscher, een oorlogskind dat geboren werd als Rineke Beernink, dochter van een geëxecuteerde verzetsleider, opende de tentoonstelling afgelopen vrijdag in het HCO. Zij en haar vader, de plaatselijk bekende Zwollenaar Hendrikus Beernink oftewel 'De Groene', behoren tot een van de families die centraal staan in de tentoonstelling. Beernink werkte bij de spoorwegen en leidde een verztesgroep van zo'n 20 mensen.


 

Familie Noordhof: 18 mensen op één adres

 

Al voor de oorlog had Nico Noordhof, de onderduikgever van uiteindelijk 18 Joden aan de P.C. Hooftstraat in Zwolle, kennis gemaakt met Zwolse Joden. Hij had op kamers gewoond bij de Joodse familie Koopman aan de Jufferenwal.

 

Toen de oorlog uitbrak, waren hij en zijn vrouw Atie optimistisch over de uiteindelijke uitkomst: Duitsland zou zeker verslagen worden. Minder optimistisch waren zij over het lot van de Joden. Het begon met kleine pesterijen, zo schreef Nico.

 

Een Joodse kennis, Arie Brandon, was radio-reparateur. Als jood mocht hij geen radio meer bezitten in de loop van 1941, laat staan in huis hebben om te repareren. Dat deed hij dus sindsdien bij Atie en Nico thuis. Hij bouwde er vele radio's om voor de korte-golfontvangst, waarop de Engelse zenders beter te beluisteren waren.

 

Foto onder: de meeste onderduikers van de familie Noordhof na de oorlog, voor hun onderduikadres.


 

Toen in oktober 1941 de eerste Zwolse Jodenrazzia gehouden werd, doken 2 Joodse plaatsgenoten tijdelijk bij hen onder.

 

Het was het begin van een periode van ruim 3 jaar, waarin het aantal onderduikers zou groeien.

Aanvankelijk meenden Atie en Nico plaats te hebben voor 7 onderduikers.

 

Op 14 april 1945 doken er zoals bekend uiteindelijk 14 op. Maar in de tussentijd werd ook nog tijdelijk onderdak verleend aan 4anderen.

 

Dries van Loggem was degene die in april 1942 als eerste voor langere tijd kwam onderduiken: hij zou tot het eind van de oorlog blijven. Hij was een neef van Nol van Boele, de verloofde van Koopmans dochter Klaartje.

 

Ook Koopman en zijn dochter Klaartje, Van Boele en 5 leden van de familie Caneel (schoonfamilie van een andere dochter van Koopman) zouden volgen evenals anderen. Nooit zeiden de Noordhof's nee als er onderduikers elders in de problemen waren. Ze overlegden wel met hun onderduikers of er plaats was voor meer.

 

Eén keer weigerden de onderduikers, toen Atie een baby in huis wilde nemen: het was te riskant en zou te zeer opvallen als er babyspullen gekocht moesten worden. De familie Noordhof ontving van de staat Israël de Yad Vashem-onderscheiding.

 

Ontleend aan www.zwolle40-45.nl


Hoewel mevrouw Visscher 14 dagen vóór de oorlog werd geboren herinnert zij zich alles glashelder. "We hadden altijd veel onderduikers in ons huis. Bleek dat ons huis op de lijst stond voor een inval, moesten we direct vluchten. Dan fietste mijn moeder met mij achterop snel naar één van de nood onderkomens. Mijn vader zorgde ervoor dat de onderduikers in veiligheid kwamen," zo zei tegen dagblad De Stentor.

 

De dochter van Beernink besefte duidelijk wat er om haar heen gebeurde.

 

"Mijn moeder en ik zaten een keer ondergedoken bij een oom en tante van haar, toen er een inval werd gedaan door de Duitsers. Ze wilden ons meenemen, maar mijn moeder zei: ik ga nergens heen zonder mijn dochter en ze ligt te slapen.


Eén van de Duitsers wilde haar neerschieten. Ik had geleerd om bevelen op te volgen, dus hield ik mij slapende. Ook toen de soldaat mij met zijn geweer begon te porren en uit bed rukte. Uiteindelijk hoefden we niet mee en zijn wij later door het slaapkamerraam gevlucht. Mijn moeders oom werd naar Duitsland gebracht."

Mevrouw Visscher heeft later haar naam veranderd. Na haar vaders dood - zijn geschiedenis werd na de oorlog alhgemeen bekend in Zwolle - werd er steevast hetzelfde gereageerd op haar naam. "Ben jij Rineke Beernink? Het dochtertje van de Groene? En dan ging het gesprek weer over de oorlog. Ik vond dat vreselijk!"

De tentoonstelling laat naast het verhaal van de familie Beernink, nog 4 onderduik-families uit Zwolle zien. De familie Herzberg-Pinas, Noordhof, 't Vlie & Keizer en Israëls. Deze expositie over onderduiken tijdens de Tweede Wereldoorlog is mede ingericht door leerlingen van de Koningin Emmaschool in Zwolle.

 

De tentoonstelling heeft ook luiken waar kinderen door kunnen kruipen om een beetje te ervaren wat het was om ondergedoken te zitten in een nauwe ruimte. Leerlinge Beatrijs de Jong uit groep 8 van de Koningin Emmaschool noemt de oorlog 'heel aangrijpend'. Klasgenote Juliëtte Schultink vertelt wat zij hebben gemaakt voor de tentoonstelling. "Bladen met voorwerpen van vervalste identiteitsbewijzen en voedselbonnen."

 

 













 


 






Na 70 jaar ontdekt schrijfster haar Nederlandse redder

 

FLORIDA, 12-03-2012 - Na 70 jaar heeft Paulette Cooper ontdekt wie haar het leven gered heeft. Geboren in Antwerpen als Paulette Bucholc (uitspr: Boecholtsj), dochter van een Pools-Joods echtpaar verloor zij in de oorlog haar ouders die naar Auschwitz gestuurd werden.

 

Maar dankzij onder meer de hoge Nederlandse ambtenaar Sybren de Hoo, die bevriend was met haar vader, werd een SS-commandant omgekocht en werd zij met haar zus Sarah en 16 andere kinderen vrijgekocht voor destijds 100.000 Belgische franken - nu 1,5 miljoen euro.

 

In de Telegraaf van 21 december 2011 stond een klein artikel: 'Schrijfster wil weten wie haar van gaskamer redde'. Dat bericht had de krant overgenomen uit de Antwerpse krant Het Laatste Nieuws. Daarin vroeg Paulette Cooper, geboren Bucholc, wie haar precies gered had.

 

Antwoorden kwam al snel via mailtjes, onder andere van de zoon van haar redder, Peter de Hoo.. Niet alleen haar mysterie werd opgelost, ook de naam van haar redder werd - in ieder geval deels - gezuiverd


Al snel na de publicatie in de kranten kwamen er mails, en na enige weken kreeg Paulette Cooper het verhaal vrijwel compleet. Paulette werd geboren op 26 juli 1942 in een ziekenhuis in Antwerpen, en haar ouders waren Chaim en Ruchla Bucolc.

 

Deze twee hadden al een dochtertje, twee jaar ouder, Sarah. Bucholc wwas leerbewerker en had enkele jaren voor de oorlog lerten artikelen gemaakt voor Sybren de Hoo als marineofficier, toen hij op een expeditie naar het Pooleiland Jan Mayen ging (boven IJsland, tussen Noorwegen en Groenland).

 

Later werd De Hoo ambtenaar op het ministerie van economische zaken en kreeg in 1940 de dagelijkse leiding over de het Centraal Distributiekantoor (CDK) van dat ministerie. Dat was tijdens de oorlog vrij snel belangrijk geworden, omdat het de landelijke distributie van o.m. voedsel regelde.

 

Dr L. de Jong schrijft over De Hoo en het CDK uitvoerig. Zoals vrijwel alle ambtenaren bleef De Hoo op zijn post. Zijn hoogste baas was Hans Hirschfeld, de half-Joodse secretaris-generaal van het ministerie van economische zaken.

 

Foto links: Sarah en Paulette in 1945 in een Belgisch weeshuis.

.

 

Paulettes avder werd opgepakt op 22 juli 1942, vier dagen voor haar geboorte. Via de Dossin-kazerne in Mechelen, het deportatiecentrum voor Joden, verdween hij naar Auschwitz waar hij op 8 september 1942 werd vermoord.

 

Haar moeder dook snel met haar wtee dochter onder, maar werd dat najaar toch gearrresteerd en eveneens naar Auschwitz gedeporteerd en op 24 oktoner 1942 vermoord. De twee meisjes werden toen opgevangen door vrienden van hun ouders.

 

Bij deze onderduik heeft Robert de Foy, destijds chef van de openbare veiligheid in België, nog een behuulpzame rol gespeeld. Dat heeft hij trouwens vaker gedaan, en ontving daarvoor de onderscheiding 'Rechtvaardige onder de Volkeren' van Yad Vashem. Maar volgens Het Laatste Nieuws zijn er nu berichten dat hij ook betrokkenw as bij arrestatie van oden. Yad Vashem onderzoekt nu zijn geval opnieuw.

 

De twee meisjes werden echter ontdekt - mogelijk door verraad om een pak suiker - en kwamen op 18 juni 1943 terecht in de Dossinkazerne. De bedoeling was dat zij met transport XXI naar Auschwitz zouden vertrekken.

 

 

De Jong, Koninkrijk en De Hoo

 

Lopes stierf in 1952, Sybren de Hoo in 1965. In 1976 schreef dr L. de Jong uitvoerig over hem in deel 7a (p155 e.v.) van zijn 'Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Hij betichtte De Hoo van 'amicaliteit' collaboratie. Vlak na de oorlog had De Hoo zich ook al moeten verantwoorden omdat hij de Duitsers teveel begunstigd zou hebben, en De Jong bevestigd dat beeld.

 

De Hoos zoon Peter wijst er echter op, dat zijn vader tegen hem verklaard heeft dat hij tijdens de oorlog honderden verraadbrieven ontving, met het verzoek om extra voedsel - en dat hij deze brieven allemaal heeft laten vernietigen.

 

Foto links: Sybren de Hoo.

 

Bovendien, zo benadrukt hij, was het onmogelijk om openlijk oncoöperatief tegen over de Duitsers te staan, omdat dat De Hoo zijn baan gekost zou hebben.

 

De Jong heeft De Hoo bovendien nooit gehoord, zo stelt Peter de Hoo. Bovendien was Lopes, die ook enige tijd in de oorlog in Londen had gezeten en daar De Jong weer trof, die hij al van voor de oorlog kende uit Amsterdam, zeer kritisch geweest over de Londense activiteiten van Nederlanders in de oorlog. Hij schreef er een boek over, dat nooit uitgegeven werd.

 

Lopes was tijdens de oorlog volgens Peter de Hoo daardoor zelfs enige tijd gevangen gezet op het eiland Man. Volgens Peter de Hoo speelde de vriendschap tussen Lopes en zijn vader een grote rol in De Jongs benadering van zijn vader.

 

Intussen had Sybren de Hoo van het lot van zijn vriend en zijn dochters gehoord, en besloot hen te helpen, samen met een Amsterdamse journalist met wie hij weer bevrind was,

 

Leonard Alexander Rodrigues Lopez. Ze vonden uit ddat de commandant van het kamp, SS-Sturmbannführer (majoor) Philipp Schmidtt, corrupt was, en zamelden geld in om de meisjes vrij te kopen,

 

De Hoo kon beschikken over een erfenis. De GHoo en Rdrigues Lopez zamelden 100.000 Belgsiche frank in, en het lukte hen daarmee 22 kindere vrij te kopen.

  

Paulette en haar zus kwamen op 4 augustus 1943 in een weeshuis, en na nog enkele weeshuizen werd haar zus geadopteerd door en oom en tante en werd zijzelf geadopteerd door een Amerikaans echtpaar, Ted en Stella Cooper in New York.

 

Toen Paulette als 6-jarige aankwam op het Newyorkse vliegveld Idlewild had zij alleen een bal bij zich en sprak uitsluitend Frans. Ze groeide op, studeerde psycholgie en ging schrijven voor tijdschriften en de New York Times, terwijl ze daarna 17 boeken schreef. Tussen 1969 en 1985 had zij grote problemen wegens haar publicaties tegen Scientology (die zij moderne nazi's noemt, haar boek uit 1971 luidt The Scandal of Scientology).

 

Via vervalsingen maakte deze beweging haar zwart bij de FBI, wat tot een jarenlange strijd leidde waarbij Paulette zelfs gearresteerd werd, maar na 19 aanklachten van Scientology uiteindelijk won.

 

Dankzij de publicaties heeft Paulette Cooper nu zelfs één voorwerp van haar vader ontvangen: een leren boekslag dat hij maakte voor Sybren de Hoo - het is het enige tastbare erfstuk dat zij van haar vader bezit.

 

Zie ook goed artikel met meer foto's in the Village Voice >>>

 

 


 

Foto boven: links Tineke als 21 jarige, Abraham Païs, haar toenmalige verloofde, en haar moeder.

 

Weer Rechtvaardige gestorven:

Tineke Strobos, 91

 

 

NEW YORK, 1-03-2012 - Weer is een rechtvaardige gestorven. De Nederlandse verzetsheldin en Jodenredster Tina (Tineke) Strobos is maandag 27 februari 2012 overleden in haar woonplaats Rye in de Amerikaanse staat New York. Zij leed aan borstkanker, maar werd 91 jaar.

Als 20-jarige medisch studente in Amsterdam hielp zij vanaf 1940 meer dan 100 Joden in Amsterdam onderduiken. Haar moeder, een fervent socialiste, en zij namen ze op in hun huis aan de Nieuwezijds Voorburgwal 282, waar een timmerman van het verzet een geheim schuilhok had gebouwd.

 

Daar op zolder konden 2 of 3 mensen zich verstoppen in geval van een huiszoeking . Ook de oma van mevrouw Strobos hielp mee bij het onderduikwerk. Met een alarmbel waarschuwden de dames de onderduikers bij gevaar. Ze oefenden de vluchtelingen in zo snel mogelijk uit het raam het dak op gaan, waar zij naar een aangrenzende school konden, die bij een razzia niet snel zou worden binnengevallen.

 

Vaak hielp Tineke Strobos de Joodse onderduikers aan andere schuilplaatsen. Ze maakte ook valse paspoorten voor ze, bracht op de fiets als koerierster nieuws en voedselbonnen naar Joden die zich buiten de hoofdstad verstopten en verborg van de Duitsers gestolen wapens. Tineke Strobos (foto: links) werd 9 keer door de Gestapo opgepakt en ondervraagd, waarbij ze een keer zo hard tegen een muur werd gesmakt dat ze daarvan bewusteloos raakte.

 

Ze verborg ook haar toenmalige verloofde Abraham Pais (foto boven), een kernfysicus die later een collega van Einstein en medewerker van Niels Bohr werd. Als eerste onderduiker boden zij een schuilplaats aan de beroemde Amsteramdse vakbondsman en politicus Henri Polak.

 

Ook de schilder Martin Monnickendam moet enige tijd bij hen hebben doorgebracht, maar helemaal duidelijk is dat niet. Tineke Strobos bezit wel een schilderij (foto rechts) dat hij van haar maakte.

 

Van de Israëlische organisatie Yad Vashem ontving ze samen met haar moeder in 1989 de onderscheiding 'Rechtvaardige onder Volkeren'. Volgens de directeur van het Holocaust and Human Rights Education Center in de Verenigde Staten, dat Tineke Strobos in 2009 onderscheidde, is geen van de Joden die de zij met haar moeder en oma hielp, ooit gevangengenomen.

 

Na de oorlog trouwde ze met een collega student, Robert Stroobos, en in 1951 emigreerden ze naar de VS, waar zij als kinderpsychiater ging werken. Ze scheidden echter in 1964, en Tineke hertrouwde met een econoom, Walter Chudson, zo meldt de New York Times in een interview uit 2009, toen ze met pensioen ging op 89-jarige leeftijd..

 

In 1995 verscheen een Amerikaans boek waarin haar verhaal verteld werd, 'To Save a Life', dor Elen Land-Weber. In de interviews die Tineke Strobos aan haar gaf, blijkt dat zij ondanks de successen die haar moeder en zij hebben gehad met hun Jodenhulp, ze tientalen jaren lang niet wilde terugdenken aan die tijd, waarvan zij zich lange jaren vooral de verschrikkingen herinnerde.

 

Ook in de VS bleef Tineke Strobos zich uitspreken voor rechtvaardigheid en tegen bijvoorbeeld martelen van terroristen. Zij laat twee zonen en een dochter uit haar eerste huwelijk achter.

 


 

A R T I K E L  I N   D E  V O L K S K R A N T  18-01-2012

 

Eén op de 1.800 Nederlanders redde Joden

door Arthur Graaff*

 

Zonder dat de overheid er aan te pas kwam, hebben veel mensen in Nederland zich in de oorlog tot het uiterste ingespannen om hun medemensen leed te besparen.

 

De oorlog wierp de Nederlanders terug op de maatschappelijke organisatie van de prehistorie: zij moesten hun eigen zaken regelen en zichzelf helpen, zonder regering. De moeder des vaderlands had de wijk genomen, haar ministers eveneens.

 

Tijdelijk staatshoofd generaal Winkelman telde al gauw niet meer mee. Het volk raakte in verwarring, maar na een jaar, zo rond 25 februari 1941, werd het ons duidelijk wat ons te doen stond. Verzet en onderduik. Daar kon of wilde de regering in Londen op dat moment helemaal geen rol in hebben.

 

Ons oudste polderverleden werd misschien weer wakker: de dijkgraaf riep alle weerbare mannen op om hun plicht te doen. In Nederland groeide een verzetsbeweging onder het volk, die zijn weerga in Europa niet heeft. Nederland is namelijk absoluut wereldrecordhouder geweldloos verzet. Hier doken 350 duizend mensen onder – misschien zelfs wat meer, de hele stad Utrecht liep leeg.

 

Die mensen werden in leven gehouden door een ongeveer even groot aantal gastheren en -vrouwen, plus verzorgers die valse papieren en geld, voedsel en dokters regelden. En soms ook illegale begrafenissen. Daarnaast hadden de onderduikers en de verzorgers nog een groep zwijgende medeplichtigen om zich heen: directe familieleden en vrienden.

 

Die wisten genoeg voor onmiddellijke arrestatie van hun halve familie, maar hielden hun mond. Je komt zo op ongeveer een miljoen mensen tussen de 12 en de 70. Zonder dat er één ambtenaar of gemeente, minister of ministerie aan te pas kwam.

 

Meeste redders

De stelling kan dus zijn: de regering liet weliswaar het volk in de steek, maar juist daardoor liet het volk het volk niet in de steek. Chris van der Heijden trachtte tien jaar terug in zijn boek Grijs verleden te beweren dat ‘de Nederlanders’ eigenlijk niets goed hadden gedaan in de oorlog en dat het verzet eigenlijk niets voorstelde. Hij heeft ongelijk.

 

Foto links: 'Tante Truus' Wijsmuller-Meijer in het Anne-Frankhuis

 

Zijn boek, waar nog andere verbazend grote fouten in staan, beleefde tien drukken. Er ontbreekt ook veel aan, zoals dat Nederlanders de grootste Jodenredders ter wereld zijn. Dat is een cijfer van de staat Israël, van Yad Vashem: van de 23 duizend Yad-Vashem-onderscheidingen wereldwijd voor het redden van Joden, zijn er 5.200 naar Nederland gegaan – ruim éénvijfde.

 

Eén op de 1.800 Nederlanders van toen redde Joden, en waarschijnlijk deden nog veel meer mensen zulke dingen.

 

De geschiedenis van het Nederlandse Rode Kruis in de oorlog is, net als die van de regering, treurig, dat hebben diverse historici al beschreven, Jan Burgers onlangs nog. Daar staat naast, en niet tegenover, dat er vele burgers zijn geweest die zich tot het uiterste hebben ingespannen om hun medemensen leed te besparen.

 

De grootste onder hen is tevens één van de meest onbekende – niet raar in een land zonder heldencultuur: ‘tante Truus’ Wijsmuller-Meijer. Zij redde met haar organisatie tussen acht- à tienduizend Joodse kinderen – net zoveel als de wereldberoemde Raoul Wallenberg. Ik noem haar naam om te laten zien dat een regering uiteindelijk een hulpmiddel, een luxe is – als je het zelf kunt, doe het dan maar.

 

Excuses wie ze wil

Wat moeten we dan nog met excuses? Het antwoord is: maar één ding. Mensen die ze graag willen, kunnen ze krijgen, zoals de Koreaanse ‘troostvrouwen’ die nog altijd erkenning en excuses voor de dwangprostitutie uit Japan willen.

 

Dat is hun keus, waar ik zeker begrip voor heb. En vooral naarmate zo’n regering als de Nederlandse in een geval als Rawagede of de Japanse bij de ‘troostvrouwen’ zich meer verzet, zou ik meer aandringen.

*) Arthur Graaff is hoofdredacteur Nieuws-wo2


Reacties

  • Ton Biesemaat | 18/01/12 om 15:37

    Het is een zienswijze dit artikel. De harde feiten:
    91% van de Nederlandse Joodse bevolking (110.000 mensen) is vermoord. Daarmee staat Nederland op een treurige tweede plaats achter nummer een Joegolsavië waar 95% van de Joodse bevolking werd vermoord (70.000 mensen). Vergelijk dat met andere Westeuropese landen waarbij Noorwegen 56% ‘scoort’ (1400 mensen) maar Frankrijk en België respectievelijk 25% en 32%. Aanzienlijk lager dan het treurige moordrecord van Nederland waar politie, spoorwegen en ambtenaren enthousiast meewerkten aan het registreren, ophalen en vervoeren van Joden. Niets verzet maar juist grootschalige collaboratie.
    Bron voor de cijfers: Der Spiegel – Artikel Die Komplizen – Hitlers europäische Helfer beim Judenmord nummer 21 18.05.2009

  •  

  • nathan | 18/01/12 om 16:38

    Op 25 februari wordt de spoorwegstaking van 25 & 26 februari 1941 herdacht. Daarna reden de treinen strikt op tijd. De hoogste SS-er in Nederland, de SS-generaal Johann Baptist Albin Rauter dankte Nederland voor de ‘voorbeeldige’ houding bij het op transport zetten van de Joden, een Nazi-voorbeeld voor de andere Europese landen.
    In Denemarken kwam maar 2% niet terug, dat is pas een voorbeeld, mogelijk door ‘natuurlijk’ overlijden in Theresienstadt. Dan Nederland. Koningin Wilhelmina liet de Joden in de steek en maakte in WOII geen enkel woord daaraan vuil. Al voor WOII verzette zij zich tegen een kamp in de buurt (Elspeet/Nunspeet) van haar residentie ‘t Loo voor de gevluchte Duitse Joden. Uiteindelijk kwam er een kamp in Drenthe in de buurt van Hooghalen, ver van de bewoonde wereld.
    Dat kamp is bekend onder de naam van kamp Westerbork en werd het doorvoerkamp naar Auschwitz en andere vernietigingskampen. Later werd dat de huisvesting voor de gevluchte Molukkers uit Indonesië.
    Waarom er zoveel Nederlanders worden geëerd door Yad Vashem? Wel dat is de keerzijde van de medaille. Nergens was het verraad zo hoog, nergens was de medewerking van de politie zo groot, nergens waren er zoveel SS-ers buiten Duitsland gerekruteerd. Dat is de keerzijde.
    De verzetsmensen waren zo dapper, omdat het verraad tot in de hoogste kringen erg groot was. Daarom en alleen daarom zijn er zoveel Nederlanders geëerd.
    Maar let wel, er is geen schoonmaak geweest. F.H. Fentener van Vlissingen hielp de Duitsers bij de opbouw van de Wehrmacht, ook in WOII. Hij kreeg van Hitler daarvoor onderscheidingen. Na WOII werd hij voorzitter van de Zuiveringsraad. Dat is Nederland.
    Begrijpt u het?
    Nanda van der Zee deed het boekje ‘Om erger te voorkomen’ open over het in de steek laten van de Joden door de familie van Oranje.
    Dat werd haar niet in dank afgenomen. De professor-lakei, geschiedsvervalser en AIVD-opperagent Cees Fasseur heeft haar zo bejegend, dat zij gestopt is met daarover te schrijven en schrijft sindsdien sprookjes.
    Ook zij wordt in Israël met respect bejegend.

  •  

  • Arthur Graaff | 18/01/12 om 21:03

    Prima toevoegingen, uitstekend niveau, duidelijk van kenners. Hier daarom enkele volmondige erkenningen:

    - Nederland heeft procentueel in W-Europa de meeste Joodse burgers verloren, als je Duitsland en Oostenrijk niet meerekent, en ook Luxemburg niet.
    Juist in dat licht is die grote Nederlandse Jodenredding zo wonderlijk.
    Maar ik bewonder ook het boek Jodenjacht van Ad van Liempt, dat nu eens veel duidelijker maakt hoe ver mensen gingen in het ellendige, moordlustige verdwazing.

    - In mijn komende boek wijd ik een apart hoofdstuk aan de immense en voor mij aanvankelijk onbegrijpelijke collaboratie – ook daarin stond Nederland aan de top – scheepswerven, voedselfabrieken, industrieën, Fokker, Shell, Philips en de kruidenier op de hoek – maar ook puur Joodse bedrijven als Hollandia Kattenburg en Van Leers vatenfabriek. Zelfs onze enige wapenfabriek, de Rijks Artillerie Inrichtingen, vloog niet de lucht in maar ging voor de Duitsers werken. Er is een uitstekend boek over de collaboratie in Rotterdam verschenen.

    - Het verzet in Nederland wordt hogelijk miskend, vooral door een geschiedenisverrader als Chris van der Heijden. Bij hem geen letter van erkenning voor tante Truus Wijsmuler, Johannes Post of Johan van Hulst (een groot redder van 600 Joodse kinderen) of de familie Bogaard uit Nieuw-Vennep (opa Hannis heeft nog steeds geen vermelding op de Wikipedia). Het enorme geweldloze verzet stond naast de enorme collaboratie. Een goed vraag is hoe dat kan.

    En Loe de Jong wijdde bijvoorbeeld te weinig regels aan het verzet in Limburg, en daarover heeft dan Cammaert een uistekend gedocumenteerde studie uitgebracht. Veel van Süskinds kinderen overleefden in Limburg.

    - Ook de zwijgende verzetsmensen moeten een plek krijgen: al die duizenden die het nooit verteld hebben, omdat het met te veel pijn verbonden was, of ze uit een soort calvinisme niet geëerd wilden worden. Want Yad Vashem bereikt alleen het topje van de ijsberg – en hoe groot dat stuk daaronder dan is, zullen we nooit precies weten.
    Maar het was gróót, en we moeten er over schrijven. Er waren dus nog veel meer verzetsmensen dan de 350.000 onderduikers en hun 350.000 helpers en de minstens 350.000 zwijgende getuigen. Ik ben blij dat de Volkskrant de opening voor dit stuk van het verhaal heeft geboden. En nu ook deze site.

    - Denemarken is wel een punt, maar ik vind het toch moeilijk te vergelijken, omdat zij maar 7.000 Joden hadden – Nederlanders (geholpen door nogal wat Duitsers overigens die de andere kant op keken) hebben er meer dan 7.000 gered, kun je cynisch zeggen.

    - Dan over standpunt van veel Nederlandse Joden: hun grote verdriet en bitterheid zijn er, en we moeten dat aanvaarden. Ik vind dat we alle getroffenen uit de oorlog moeten bijstaan om daar overheen te komen, linksom of rechtsom, zoals ik hoop dat anderen dat voor mij ook zullen doen. In slachtofferschap kun je vastlopen.
    Omdat leed niet te wegen is, heeft elke Joodse getroffene recht op hulp en steun, net als elke andere. Er moet geen afstand of onderscheid op dat punt tussen groepen zijn. Ik bedoel Diederik Samsom als straatcoach in West. Daar word ik echt blij van. En wat maakt het voor de nabestaanden uit of vader vermoord is in Auschwitz of op de Waaldorpervlakte? Dood is dood.

    - Nanda van der Zee schreef een uitstekend boek, het ligt op mijn bureau; ik ben het vergaand met haar eens. En ook belangrijke feiten werden door Sytze van der Zee opgediept, over het verraad door Nederlandse Joden – een Joodse identiteit maakt je niet immuun voor het bedrijven van kwaad. Ik vind dat het beste bewijs dat Joden echte Nederlanders zijn: ze deden in alles hetzelfde als alle Nederlanders.

    - We moeten met het debat over de oorlog doorgaan. Er zijn nog zo veel aspecten die onbekend zijn: de enorme vliegtuigverliezen van de Duitsers en het mislukken van de grootste para-aanval van de Duitsers, op Den Haag in mei 1940, de Indische Holocaust waarbij zo’n 4 miljoen medeburgers van ons stierven en de onbegrijpelijke stilte daarover, de Nederlandse luchtoorlog, waarin 6.000 vliegtuigen op onze oma’s en opa’s neerstortten (3 per dag gemiddeld) en waarbij 20.000 mensen omkwamen. Of de grote bijdrage vna de Joods verzetstrijders
    Of de onderzeedienst: 54 vijandelijke schepen vernietigd – niemand weet dat soort dingen. (er waren overigens ook Joodse marinemannen op de onderzeeërs; we hadden zelfs een Joodse generaal).

    - Dan nog enkele nederig stemmende zaken zoals de ‘Rheinwiesen’: de Amerikaanse dodenkampen voor Duitse krijgsgevangen langs de Rijn; de kleine Duitse Holocaust onder de Duitse vluchtelingen uit Tsjechië, en tenslotte onze behandeling van de NSB-ers, en dan vooral van hun kinderen en in één moeite door ook van de opstandige Indonesiërs.

    Ik wil graag de oorlog belichten vanuit de opvatting dat er altijd twee of drie kanten aan zijn, en dat geen enkele groep voor altijd het predikaat ‘goed’ of ‘fout’ hoeft te krijgen. Maar ik wil ook vrijelijk kunnen schrijven dat fout fout is en goed goed. Hij die zonder zonde is, en niks grijs.

    Maar ik tracht te streven naar de fase dat mensen willen meewerken aan waarheid en verzoening, ‘truth and reconciliation’, om met bisschop Tutu te spreken. Lijkt mij de enige weg. Dus elke aanvulling op de waarheid is welkom, als die maar niet ter beschuldiging gelanceerd wordt. Of als excuus.

    De Nederlandse onderduikers zijn niet mijn excuus voor de Jodenvervolging.

    Met vriendelijke groet en dank voor de bijdragen

    Arthur Graaff

    PS: ik ben alleen zelf nog niet zo ver dat ik op Dodenherdenking naar de Duitse oorlogsbegraafplaats in IJsselsteyn ga, maar wie weet.

  •  

  • Ton Biesemaat | 19/01/12 om 09:41

    @Arthur Graaff
    Citaat van u in de reacties: ‘Nederland heeft procentueel in W-Europa de meeste Joodse burgers verloren, als je Duitsland en Oostenrijk niet meerekent, en ook Luxemburg niet.’

    Dit komt niet overeen met de cijfers die het door mij geraadpleegde Der Spiegel-artikel presenteert. De percentagecijfers vermoorde Joden per land van Der Spiegel berusten op aantallen vermoorde Joden afgemeten tegen de volkstellingen in de Europese landen.

    Deutsches Reich volkstelling 1933 500.000 Joden daarvan is 33% vermoord
    Oostenrijk volkstelling 1938 210.000 Joden daarvan 32% vermoord
    Luxemburg volkstelling 1935 3100 Joden daarvan 38% vermoord
    Nederland volkstelling 1930 110.000 Joden daarvan 91% vermoord.

    Volgens de bron Der Spiegel kloppen uw gegevens niet. Wie heeft er gelijk? Der Spiegel of u?

  •  

  • nathan | 19/01/12 om 10:31

    @Arthur Graaf,
    u schrijft dat Denemarken met Nederland slecht te vergelijken is. Niet voor mij echter. De Denen hadden hun organisatie voor de onderduik en transport voor de Joden al klaar voordat de ellende begon. Alleen de toekomstig mogelijke slachtoffers moesten gevonden en overtuigd worden. Niet de Joden zochten een veilige haven. Integendeel de veilige haven was er al.
    Vijftig Deense Joden overleefden de oorlog in Theresienstadt niet, mogelijk een gevolg van een natuurlijk overlijden als gevolg van de omstandigheden.
    Dan Nederland. Op 17 mei 1940 verklaarden de vijf Nederlandse secretarissen-generaal zich onderdanig aan de Nazi’s. Dat was conform de beslissing van Colijn, genomen in de ministerraad in 1937: wel protesteren tegen de bezetting, maar loyaal zijn aan de bezetter. Op 18 mei kwam er een schrijven van de Nazi’s dat de ambtenaren een loyaliteitsverklaring moesten ondertekenen.
    De Oranjes gingen met de spion van IG-Farben NW7 op de vlucht naar Engeland. De derde opdracht voor deze spion? Geen woord over de Joden kwam uit de mond van de Oranjes. Meer dan 85% van de Nederlandse Joden kwam niet terug. KW spelde in 1946 de spion van IG-Farben de Militaire Willemsorde op, zie http://nos.nl/video/34386-prins-bernhard-krijgt-militaire-willemsorde-1946.html. In 1948 spelde zij zichzelf dat blik metaal op. Dus deze lafaards bedriegen ook nog de boel.
    Dan de Koning van België. Hij bleef en onderhandelde met de Duitsers slechts 30% van de Belgische Joden, nog heel veel, overleefde de oorlog niet. Hij moest aftreden wegens het heulen met de Nazi’s!
    Arthur, ook in dat perspectief en vergeet ook niet de safehafen Srebrenica, moet u de hulp en het gedrag van de Nederlandse overheid en de Oranjes zien.
    Ook, ik herdenk vandaag de oud-senator Van Hulst, die meer dan 500 Joodse kinderen redde. Ik buig diep mijn hoofd voor hem.
    Op 25 februari zal ik weer bij de Dokwerker staan en bezie.

    PS. Toen de moord op 8000 Moslims plaatsvond had Prince Sans Savoir, in het Nederlands Prins Pils, met de PvdA-premier Wim Kok en de uit de gijzeling terugkerende Nederlandse soldaten van Srebrenica een bier- en dansfeest 200 km verderop.

    Dus deze bedriegerij gaat gewoon door.
    Prince Sans Savoir trouwde met een burgermeisje, wier vader deel uitmaakte van het moorddadige Videla regime en mogelijk instigator is van dat regime als secretaris van de meest belangrijke economische Argentijnse partij, de landbouw en haar grootgrondbezitters.
    30.000 mensen werden vermoord. Hiervan was relatief 13 maal meer Joods. Dus ook deze Prince Sans Savoir kijkt wanneer het erop aankomt ook de andere kant op en drinkt een pils en doet de houten klompen dans in New York.
    (Hij deed een plas en het bleef zoals het was)
    De New Yorkers vragen zich af wat doet die man daar. Alleen deze Nederlander, Pince Sans Savoir, viert de bezetting van dat Indianen-land met aan zijn zij het pr-meisje met blonden haren en reebruine ogen.

  •  

  • evert van Wijk | 19/01/12 om 17:41

    Het hoge joodse vervolgingspercentage ligt in Nederland nog altijd erg gevoelig en verklaart mijns inziens ook de vrij kritiekloze opstelling van Nederland jegens Israel als het over de Palestijnse kwestie gaat of over de verwerpelijke nederzettingenpolitiek. De echte dappere mensen in WOII uitgezonderd die met risico voor eigen leven joden onderdak gaven, is de meewerkende opstelling van Nederlandse burgers en autoriteiten met de Duitse bezetter een heel groot taboe waarmee Nederland nog altijd niet met zichzelf in het reine is.