Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
Chronologie
Jodenjagers
Jodenredders
Oorlogsmisdadigers 2012
Holocaust Musea
Kindertransporten
Overzicht
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS

 

 


 

 

J O D E N J A G E R S 

 

Jodenjagers in Nederlandtijdens de Tweede Wereldoorlog


 


 


 



Foto boven: de eerste grote razzia op 21 februari 1941, op het Jonas Daniël Meyerplein in Amsterdam, vormde de aanleiding voor de Februaristaking

 

 

VERVOLG VAN HOMEPAGE

Wiesenthal Center start nieuwe ronde opsporing oorlogsmisdadigers

   

JERUSALEM, 6-10-2011 - Het Simon Wiesenthal Center (SWC) in Jerusalem heeft gisteren aangekondigd een nieuwe campagne te starten voor opsporing oorlogsmisdadigers. Over twee maanden komt er een persconferentie in Berlijn over deze campagne. Ook start de Duitse justitie een intesieve opsoring van oorlogsmisdadigers als gevolg van de uitspraak in de zaak Demjanjuk.

 

Dat zegt directeur dr Efraim Zuroff ( foto rechts, tijdens een persconferentie in september in Nieuwspoort) van het Center.

 

Deze actie is een vervolg op de 'Operation Last Chance', de vorige actie van het SWC tot opsporing en berechting van nog gezochte oorlogsmisdadigers. Zuroff verwacht dat er minstens 40 mensen berecht kunnen worden.

 

Nummer 1 op de lijst van oorlogsmisdadigers van het SWC staat momenteel de veroordeelde Nederlandse SS-er Klaas-Carel Faber, die nog vrij in Ingolstadt in Duitsland leeft. Het Duitse openbaar ministerie is bezig te bezien of zijn levenslange straf, die in Duitsland ook erkend wordt, in Duitsland uitgevoerd kan worden.

 

Zuroff noemt ook Alois Brunner, de assistent van Adolf Eichmann, die als SS-er die verantwoordelijk is voor ruim 100.000 doden in Oostenrijk, Griekenland en Frankrijk, maar die volgens Zuroff waarschijnlijk dood is.

 

Op Brunners hoofd staat in Oostenrijk nog steeds eden premie van 50.000 euro, uitgeloofd door de ministerer van justitie, Maria Berger. Onder het bewind van de Duitse kanselier Helmut Kohl bleken, zo ontdekte het Duitse weekblad Der Spiegel dit jaar, alle stukken over Brunner vernietigd.

 

De Duitse justitie liet gisteren weten bij monde van landelijk (federale) procueur-generaal van justitie Kurt Schrimm bij de Zentralstelle zur Verfolgung von NS-Kriegsverbrechen in Ludwigsburg, dat er een vernieuwde en versnelde actie tegen andere nazi-oorlogsmisdadigers opgestart wordt. In augustus had Schrimm volgens de New York Times een ontmoeting met Zuroff over de mogelijkheid een aantal vervolgingen alsnog te openen.

 

Schrimm onderzoekt niet alleen documenten in Duitsland, maar laat ook zonodig ook onderzoek in betrokken landen doen, zoals Rusland, belarus, Griekenland en Brazilië (waar een aantal oorlogsmisdadigers hun toevlucht hebben gezocht).

 

Het Simon Wiesenthal Center (SWC) geeft daar ook zijn steun aan. De aanleiding was het Demjanjuk-proces, dat veel publiciteit in Duitsland heeft opgeroepen. Bovendien schipe dit proces een precedent, namelijk dat niet meer bewezen lijkt te hoeven worden dat iemand daadwerkelijk zelf direct betrokken was bij Jodenvervolging of moord.

 

John Demjanjuk (foto rechts) werd in mei tot 5 jaar gevangisstraf veroordeeld wegens zijn werk als bewaarder in Sobibor, waardoor de rechtbank in München hem medeplichtig achtte aan 28.000 moorden.

 

Heinrich Boere, een Nederlandse SS-er, werd vorig jaar tot levenslang veroordeeld in Aken en zal naar het zich laat aanzien één dezer dagen daadwerkelijk opgesloten worden.

 

Schrimm is nu in Luwigsburg bezig soortgelijke gevallen van lagere rangen en andere helpers te beoordelen. Volgens het SWC gaat het om tegen de 1000 gevallen - en moord en oorlogsmisdaden verjaren niet in Duitsland.

 

Behalve betrokkenen bij kampen wil Schrimm ook kijken naar de zg. 'Einsatzgruppen', de mobiele moordbrigades die in Oost-Europa rtienduizenden mensen hebben vermoord.

 

Zuroff: "We hebben het over naar schatting 4000 mensen. Als zelfs maar 2% van hen nog leeft, dan zijn dat 80 mensen - en laten we aannemen dat de helft van hen medisch iongeschikt is om een proces mee te maken, dan houden we nog 40 mensen over, dus er is een geweldig potentieel."

 

Verder verloop

 

Intussen loopt het beroep van Demjanjuk bij het Duitse hooggerechtshof in Kassel nog. Procureur-generaal Schrimm gaat wel zaken voorbereiden, maar wil pas met de feitelijke rechtzaken beginnen als de uitspraak over Demjanjuk er is.

 

Wanner die komt, is nog onduidelijk, maar het lijkt redelijk om aan te nemen dat die dit najaar nog zal volgen.

 

Een zaak tegen Demjanjuks aandeel in de oorlogsmisdaden in het concentratiekamp Flossenburg in noordoost Beieren, waar onder meer Spanjaarden werden opgesloten, loopt nog. Onder de Spaanse justitie is daarmee bezig.

 

 

Het SWC noemt Kurt Streibel als voorbeeld, commandant van het SS-kamp Trawniki waar Demjanjuk en andere bewakers hun opleiding kregen.

 

Hij werd weliswaar in Hamburg vervolgd in 1976, maar werd vrijgesproken omdat de rechters besloten dat niet vaststond dat hij wist waar de mensen die hij trainde ingezte zouden worden.

 

Maar is is volgens Zuroff een nieuwe generatie officeren van justitie en rechters die bereid zijn ook de lagere rangen te vervolgen.

 

Zuroff: "Ons doel is zoveel mogelijk mensen voor het gerecht te brengen als mogelijk is. Ze moeten niet vrijuit gaan omdat ze minder zijn dan Mengele of Himmler... bij een tragedia van deze omvang betekent het feit dat zij aan justitie ontsnapten dat de mensen van een lager niveau genegeerd kunnen worden."

 

 


 

Nederlandse politiemensen joegen systematisch op

mannen, op vrouwen, kinderen, oude mensen

 

 

 

4-10-2011

 

Na 70 jaar wordt steeds duidelijker, dat de werkelijkheid van de oorlog toch erger is dan wij, erfgenamen ervan, vaak dachten.  We hebben Abel Herzberg met 'Tweestromenland'over zijn kampervaringen gehad, als eerste; daarna kwamen Presser met zijn 'Ondergang' en dr Lou de Jong met 'De Bezetting'. Toch kenden ook zij niet alle details.

 

Ondanks de enorme omvang van De Jongs werk - 28 banden - komt bijvoorbeeld Van Groningen, de politiepresident en Jodenjager uit Den Haag, er niet in voor.

 

Het was na de oorlog, eind jaren '40, ruimschoots bekend dat er Jodenjagers waren geweest: tenslotte kregen 11 van hen een doodvonnis dat ook werkelijk uitgevoerd werd. Ook kregen 24 van hen levenslang.  Maar de 'kleinere' mannen raakten nooit bekend, en hun geschiedenis is nooit bij elkaar gezet.

 

We kenden al de Colonne Henneicke van De Jong en uit het boek van Van Liempt, de groep Jodenjagers die tegen 'kopgeld' opereerden in en om Amsterdam. Maar dat de politie vrijwel overal met zoveel inzet, wreedheid en op zo'n schaal de nazi's heeft geholpen, is schokkend. Het nieuwe boek 'Jodenjacht' geeft enkele tientallen namen van grote oorlogsmisdadigers die vrijwel nergens eerder goed aan bod zijn gekomen - alleen dat al is tamelijk onthutsend.

 

De onderzoekers bekeken de dossiers van 230 'Jodenjagers'. Deze werkten bij de speciale politieafdelingen die waren pgericht bij alle grotere korpsen, met slechts één doel: Joden arresteren, met alle middelen, ook met grof geweld, en hen doorsturen naar de Duitse Sicherheitsdienst (SD).

 

Na het begin van de openlijke deportaties naar Westerbork op 1uli 1942 en de eerste trein naar Auschwitz op 15 juli doken steeds meer Joden onder.  Dat kon volgens de Duitse bezetters, met name SS-generaal Rauter, die de Jodenvervolging in Nederland leidde, natuurlijk niet. Na overleg bleek het betere dat plaatselijke politiemensen die opsoring overnamen - zij kenden tenslotte hun eigen stad veel beter dan de Duitsers.

 

Het totaal aantal ondergedoken Joden is niet bekend, maar 25.000 van de 160.000 in Nederland levende Joden overleefde de oorlog. Hoeveel slachtoffers de Jodenjagers maakten, is niet exact bekend. Het boek rekent aan de 230 onderzochte gevallen 9000 opgespoorde en gedeporteerde Joden toe.

 

De groep onderzoekers ging het werk van deze afdelingen na. De dossiers bevinden zich in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, een deel van het Nationaal Archief, waar 500.000 dossiers van verdachten van collaboratie en oorlogsmisdaden berusten.


De Jodenjagers kregen een premie. Over die premiejacht heeft Ad van Liempt al eerder een boek geschreven, getiteld 'Kopgeld'. De premie ('kopgeld') begon aanvankelijk met 5 gulden, werd daarna 7,50 en liep op tot 40 gulden per arrestant - dat laatste bedrag is nu 240 euro waard. Een Amsterdamse brigadier in het boek Jodenjacht heeft het over 800 à 900 gulden arrestatiepremies per week – omgerekend naar nu 5000 euro. De Jodenjagers stalen ook vaak, vooral geld, ooksieraden, drank en huisraad.

 

Bij de Haagse politie nam dat zulke vormen aan, dat de eigen recherche 10 politiemannen wilde arresteren, wat de hoofdcommissaris tegenhield omdat hij geen schandaal wilde en bovendien besefte, dat veel meer politiemannen met name van Joden hadden gestolen en dat er dan veel meer politiemannen in de probl;emen zouden komen. Doofpot dus, een reprimande.

 

Geld
Maar het ging de Jodenjagers niet om geld, zo stellen de onderzoekers, maar om antisemitisme. "Misschien hebben de Nederlandse Jodenjagers de Joden niet willen vernietigen. Zij hebben er wel de grootst mogelijke bijdrage aan geleverd. De meesten uit volle overtuiging", schrijven auteurs Jan Kompagnie (archivaris Nationaal Archief) en onderzoeksjournalist Ad van Liempt

Afgelopen april 2011 bleek al dat leden van de NSB een voorname rol in de Jodenjacht hebben gespeeld. De Duitse bezetters hadden weinig met de NSB op, die zij te slap en niet voldoende antisemitisch vonden. Vóór de oorlog waren er zelfs nog Joden lid geweest van de NSB en Mussert had tijdens de oorlog een groep Joden speciale bescherming geboden in het kasteel Barneveld. Maar dit sloeg niet op individuele NSB'ers bij de politie.

"In de NSB-gelederen waren de trouwste handlangers te vinden, de fanatiekste antisemieten, de hardvochtigste Jodenjagers." Van de onderzochte 230 politiemannen was 96 procent lid van een nationaal-socialistische organisatie, meestal van de NSB (met 82 procent). De gemiddelde Jodenjager had een redelijk opleiding, was huisvader, protestant (70 %) of katholiek (30 %).

Overal
Vrijwel alle grotere korpsen bezaten Jodenafdeling: ze heetten Bureau Joodsche Zaken (Amsterdam), Groep X (Rotterdam) of Documentatiedienst (Den Haag). Geleidelijk verwerden de speciale afdelingen tot volkomen misdadige organisaties binnen de politie, die geen enkele rgesn meer respecteerden.. "Ze joegen met alle middelen op hun slachtoffers, ze overtraden daarbij alle denkbare rechtsregels, ze roofden waar ze konden, ze gebruikten geweld, ze pasten misleiding toe - en dat alles werd van hogerhand toegestaan, op een enkele uitzondering na, en vaak zelfs gestimuleerd", aldus Kompagnie en Van Liempt.

Als uiterst agressief staat het Judenreferat van de Haagse politie beschreven, onder leiding van Kees Kaptein. Hij mishandelde arrestanten met een gloeiende pook en schopte mannen in het kruis 'om hen onvruchtbaar te maken'. Volgens Kapteins eigen verklaringen heeft hij tussen de 1750 en 2000 Joden naar de Duitsers doorgezonden. Hij kreeg na de oorlog een doodvonnis vanwege 'het ernstigste en afschuwelijkste geval van jodenvervolging'. Uit Nijmegen werd bekend dat zelfs een commissaris, Van Dijk, persoonlijk mishandelingen uitvoerde en stal uit huizen van Joden.

 

Plaats  Leider(s)Naam afdelingAantal leden
Amsterdam 

R.W, Dahmen von Bucholtz

(geen Duitser), commissaris van politie, vermeld in De Jongs Koninkrijk- ontheven van leiding na ontdekking dat hij stal

Adjunct: Abraham Kaper

 Joodse Zaken 16
Rotterdam    Groep X 30
Den Haag  

W. van Groningen,

politiepresident (niet vermeld in De Jongs Koninkrijk)

 Documentatiedienst 12
Den Haag 

Kees Kaptein

'grootste Jodenjager van Nederland'

 Judenreferat ?
 Nijmegen

Verstappen

Van Dijk

 ? ?
Utrecht  o.m. P.I.M. Thijssen,

inspecteur van politie

 ? ?
Apeldoornkorpschef Meijer ? ?



Betaalde verraders leverden ook informatie over ondergedoken Joden zaten. Dit waren zg. V-mannen en -vrouwen (de V van 'Vertrauen') die soms zelf bedreigingen kregen over deportatie. Ook gearresteerde verzetsleden gaven soms onder druk informatie prijs, uit lijfsbehoud. De Joodse Ans van Dijk is de beruchtste verraadster uit de oorlog. Ze werd zelf gearrestyeerd en fors onder druk fgezet om mee te werken. Ze gaf zich uit voor medewerker van het verzet en verraadde ruim 100 honderd Joden. Zij werd na de oorlog als enige Nederlandse vrouw terechtgesteld.

Mishandeling en marteling konden op een arrestatie volgen, soms in samenwerking met de Sicherheitsdienst, om meer over andere onderduikers te achterhalen. Als het om vrouwen ging, werden deze  soms seksueel misbruikt, hoewel de dossiers daar volgens de auteurs weinig over melden. Dat gemis wijten zij aan het naoorlogse taboe op seksualiteit.

 

Maar zij schrijven wel: "Want het is bijna onvoorstelbaar, dat de gewelddadige, soms zelfs sadistische agenten de kwetsbare vrouwen die in hun handen vielen, zomaar hebben laten gaan."


 

Nader onderzoek door verwanten

 

Dit onderzoek vermeldt 9.000 namen van slachtoffers. Zo kunnen familieleden uitzoeken door wie hun verwanten zijn aangehouden en wat er met hen gebeurde. De namen zijn bovendien gekoppeld aan de site Digitaal Monument Joodse Gemeenschap (www.joodsmonument.nl).

 

Bij de namen staat of er sprake is geweest van Jodenjacht. In dat geval kunnen nabestaanden de dossiers van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging inzien na een afspraak met het Nationaal Archief in Den Haag.

Na de oorlog trachtten de Jodenjagers vaak hun straffen te vermijden door te wijzen op een 'ambtelijk bevel' en onwetendheid over het lot van de gearresteerde Joden. De bijzondere gerechtshoven bleken niet gevoelig te zijn voor deze excuses. Maar spijt van hun daden toonden de Jodenjagers vrijwel niet.

 

"Uit de strafdossiers, met alle verklaringen, bewijsstukken en verhoren, blijkt niets van massale spijtbetuiging," schrijven de onderzoekers. Overigens waren er wel uitzonderingen, maar die enkelingen die toch berouw toonden, werden niet per se beter behandeld.

Zo werkte in Den Haag werkte politieman Maarten Spaans. Hij zou 362 Joden hebben gearresteerd, van wie zo'n 260 de oorlog niet hebben overleefd. Spaans in een citaat in het boek: "Na de capitulatie van het Nederlandse leger in mei 1940 heb ik Duitsers niet meer beschouwd als vijand van het Nederlandse volk en had ik er ook geen bezwaar tegen, om als politie met hun mee te werken."

Spaans leek later wel spijt te hebben, wat weinig invloed op zijn straf had, levenslang. Hij ging in beroep maar de Bijzondere Raad van Cassatie vond 'dat het bewezene een dermate afschuwwekkend karakter draagt dat niet met een lichtere straf kan worden volstaan'. In 1958 zette justitie de straf om in 22 jaar cel en Spaans kreeg een jaar later zijn vrijheid terug.


 


 

SAMENVATTING DOOR NATIONAAL ARCHIEF

Jodenjacht, schokkend boek over rol agenten bij deportaties

Fanatisme Jodenjagers werd zelfs Duitsers te gortig

Het boek Jodenjacht, onder eindredactie van archivaris Jan Kompagnie en journalist en programmamaker Ad van Liempt, is de weerslag van een onderzoek in ongeveer 230 strafdossiers van politieagenten in het CABR, het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging dat het Nationaal Archief bewaart. Jodenjacht bevat veel schokkende verhalen over de operaties van de speciale afdelingen.

 

De onderzoekers ontdekten dat zich bij de georganiseerde jacht op Joodse onderduikers allerlei excessen hebben voorgedaan. Het kwam geregeld voor dat het optreden van die agenten zelfs de Duitse bezetter te gortig werd, en dat er disciplinaire maatregelen volgden.

Bedreiging en geweld

Veel van de betrokken agenten bedreigden en mishandelden hun slachtoffers om meer onderduikadressen te weten te komen. Ook zijn verschillende gevallen van seksueel geweld voorgekomen: een Tilburgse agent heeft meermalen Joodse vrouwen op het politiebureau verkracht.

 

De Amsterdamse agent Auke Patist, die later in de provincie Drenthe zijn werk voortzette, hield het vierjarig zoontje van een boer boven een sloot en dreigde het kind erin te laten vallen als het de schuilplaats van de onderduikers niet wilde noemde. Het jongetje wees hem daarop de weg.

Speciale afdelingen

Het instellen van speciale afdelingen bij de korpsen, met schuilnamen als Centrale Controle (Utrecht), Groep X (Rotterdam) of Documentatiedienst (Den Haag), was een idee van de Duitse Sicherheitsdienst. Zo konden voor dit werk gemotiveerde agenten bij elkaar gezet worden en had de rest van het korps geen dagelijkse bemoeienis met het arresteren van Joden.

Meestal NSB- of SS-leden

De onderzoekers signaleren dat de overgrote meerderheid van de betrokken agenten lid was van de NSB of de SS. Ze concluderen dat de NSB als organisatie weliswaar geen rol speelde in de Jodenvervolging, maar dat individuele NSB-leden er juist een hoofdrol in speelden, en de belangrijkste uitvoerders waren van de deportatieplannen van de nazi's.

Geldbeluste antisemieten

Bij het onderzoek naar de motieven van de agenten op Jodenjacht kwam naar voren dat de meesten fanatieke antisemieten waren. Sommigen spraken openlijk hun trots uit over het aantal Joden dat ze hadden opgepakt. Zonder twijfel speelde ook geld een belangrijke rol. De onderzoekers hebben onomstotelijk kunnen vaststellen dat de politieagenten, naast hun normale salaris, premies kregen voor elke Jood die ze oppakten.

 

Zelf hebben de meesten dat ontkend, maar iemand als de Amsterdamse brigadier Pieter Schaap gaf na de oorlog toe dat hij geregeld 800 à 900 gulden per week extra verdiende aan arrestatiepremies - dat zou nu zo'n 5.000 euro waard zijn. Voorts vonden de onderzoekers een uitgebreide verklaring van een Duitse secretaresse van de Sicherheitsdienst die belast was met het uitbetalen van premies aan agenten in het oosten van het land.

Roof en verduistering

Daarnaast drukten de agenten op grote schaal Joods bezit achterover. Er is in de dossiers voortdurend sprake van volle fietstassen, sieraden die in zakken glijden, grote geldbedragen die niet aan de SD werden overgedragen maar onderling verdeeld, stapels linnengoed, grote hoeveelheden drank - er komt geen eind aan de litanie van door politiebeambten geroofde goederen. In Amsterdam hield de SD een agent aan op verdenking van diefstal: hij had 3.000 gulden in zijn portemonnee – wat tegenwoordig 18.000 euro waard zou zijn.

Politieleiding

De meeste excessen hebben zich voorgedaan in steden waar de leiding vooropging in fanatisme, zoals in Nijmegen (afdelingschef Verstappen), Apeldoorn (korpschef Meijer) en Den Haag (afdelingschef Kees Kaptein). Deze laatste ging er prat op dat hij de grootste Jodenjager van het land was. Tijdens zijn proces zei de openbare aanklager: 'Het Jodenvangen werd hem tot een ware hartstocht'.

 

Ad van Liempt, Jan Kompagnie, Jodenjacht. De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog Uitgeverij Balans (Amsterdam 2011). ISBN 978 94 600 3368 1 -- € 19,95

 

 

 

 

I  N  D  E  X

 

Scroll naar beneden om de artikelen te lezen

 


  

6-10-2011

 Wiesenthal Center start nieuwe ronde opsporing oorlogsmisdadigers 

 

 

4-10-2011 Nederlandse politiemensen joegen systematisch op

mannen, op vrouwen, kinderen, oude mensen

 

 

 4-10-2011 Jodenjacht, schokkend boek over rol agenten bij deportaties