Verdergaan naar hoofdinhoud

...............................................................................................................

.......................................................
DOSSIER MARKTPLAATS
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
FOTO'S
JODENVERVOLGING
Chronologie
Jodenjagers
Jodenredders
Oorlogsmisdadigers 2012
Holocaust Musea
Kindertransporten
Overzicht
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek

 N I E U W S  -  W O 2  . T K    


 

 

J O D E N

V E R V O L G I N G







 V E R V O L G    V A N     V O O R P A G I N A 





Hengelo, Dordrecht, Raalte en Zwolle kregen eerste Stolpersteine; totaal 178 geplaatst



BUSSUM, 10-04-2014 - Er zijn de afgelopen week 178 Stolpersteine in het plaveisel geplaatst van diverse gemeente ter herdenking van omgebrachte inwoners. Hengelo (Ov.), Dordrecht, Raalte en Zwolle kregen ze voor het eerst.

Foto rechts: vlak voor de onthulling op maandag 7 april in Zwolle; in het midden burgemeester Meijer. Foto Stichting Stolpersteine Zwolle.

In alle gevallen werden de steentjes door de bedenker ervan, de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, zelf met de hand geplaatst. In enkele plaatsen zij  nu steentjes voor alle vermoorden geplaatst, zoals in Emmen, waar in de oorlog 138 Joden na deportatie zijn vermoord.

Ook in Pekela zijn nu alle Joden en verzetsstrijders herdacht. In veel gemeente zijn plaatselijke comité die voor alle Joden en tegenwoordig ook vermoorde verzetsmensen steentjes willen plaatsen.

Verder volgen nog  op 11 april in Schiedam, 12 april Goeree-Overflakkee, 15 april in Amsterdam, 16 april in Beverswijk op opnieuw in Amsterdam.


Op 12 en 13 april worden in Pekela de laatste 93 stenen gelegd op 37 locaties die herinneren aan de Joodse medeburgers en Pekelder verzetsstrijders die in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters om het leven werden gebracht. Daarmee is de doelstelling van de in 2010 samengestelde werkgroep gerealiseerd. Van ieder slachtoffer ligt dan een herdenkingssteen, verspreid over tientallen locaties in zowel Oude, Nieuwe als Boven Pekela in de bodem van Pekela verankerd. In totaal gaat het dan om 147 exemplaren.

Dit jaar komt er volgens de site van Gunter Demnig ook een serie plaatsingen in Noorwegen. Daar reist hij dan niet heen per busje, zoals zijn gewoonte is, maar per vliegtuig. De meeste steentjes (feitelijk bronzen vierkantjes) komen dit jaar in Duitsland.

Hengelo
Voor een woning de Paul Krugerstraat 25 in Hengelo liggen sinds vorige week donderdag - de dag dat Hengelo werd bevrijd - 4 messing gedenksteentjes met de namen van het gezin Pagrach dat daar woonde. Het zijn de eerste Stolpersteine in Hengelo. Mede op initiatief van een buurjongen die getuige was van hunverdwijning, Marinus van Rooy en geregeld door stichting Levend Verleden Oost-Nederland.

Aan  de onthulling namen leerlingen van de Anninksschool en de Titus Brandsmaschool deel. Burgemeester Sander Schelberg liet 4 van hen het zand op de stenen wegvegen. Hij wees daarbij op de 6 miljoen joden die in de oorlog door de nazi's werden vermoord: "We vegen zes miljoen zandkorrels weg en daaronder komen vier individuen terug. Bedenk dat ieder van hen z'n eigen verhaal heeft, en zo maar uit de Hengelose samenleving werd weggerukt. Daarom liggen hier hun namen in brons. Om ze nooit meer te vergeten," zo berichtte dagblad Tubantia. De steentjes zijn de vbolgendfe dag tijdelijk verwijderd in verband mert grondwerk.


Herdenking Bedum

De gemeente Bedumis dit jaar de plaats voor het Groningse bevrijdingsfestival.

Ook basisscholen in Bedum schenken aandacht aan de oorlog en m.n. de razzia van 25 april 1944. Toen executeerden de nazi-Duitser in Bedum 18 Nederlandse burgers. De razzia volgde op een aanslag op collaborateur Luitje Keijer bij het station van Bedum op 22 april 1944.

Verzetsstrijders schoten de SD-handlanger daar neer, hij overleed even later in Groningen. De bezetter sloeg hard terug en sloot Bedum, Zuidwolde, Winsum en Middelstum af. De kinderen vand e Bedusme scholen wandelen langs plaatsen in Bedum waar in ’40-’45 geschiedenis werd geschreven.

Ook komt er een tentoonstelling waarin ook persoonlijke bezittingen van de slachtoffers. Op maandag zijn er ook Stolpersteine in Bedum gelegd

De Duitse kunstenaar Gunter Demnig legde maandag 7 april ‘Stolpersteine’ voor 17 van de 18 dodelijke slachtoffers van een razzia op 25 april 1944. De 18de steen wordt op 25 april gelegd; 70 jaar na de wraakneming door de Duitsers.


Stolpersteine - lezing Emmen
In de bibliotheek aan het Noorderplein in Emmen houdt op dinsdagavond 22 april  dhr. Klaas Hoogenboezem een lezingh over de ‘Stolpersteine in Emmen’.

In de gemeente Emmen heeft het plaatselijke Comité Stolpersteine de afgelopen jaren 138 ‘struikelstenen’ geplaatst, voor alle omgekomen Joden. Marcel Bulte heeft hierover het boek geschreven: ‘Hun namen worden niet vergeten’. 

Hij zal op de lezing hierover een korte inleiding geven. Het boek is deze avond ook te koop. De lezing begint om 19.30 uur en de toegangsprijs bedraagt € 5,00. Niet-bibliotheekleden betalen € 7,50.

Stolpersteine Rotterdam
Ter hoogte van Schieweg 91c en Rochussenstraat 77c zijn gisteren 9 april 3 Stolpersteine geplaatst. Burgemeester Aboutaleb was daarbij aanwezig.  Stolpersteine zijn een creatie van kunstenaar Gunter Demnig.

Met deze steentjes wordt de herinnering levend gehouden aan de Joodse slachtoffers uit de oorlog. Op de Schieweg woonde de familie Ossendrijver, op de Rochussenstraat de Tuschinski’s (o.a. Abraham Tuschinski, de bioscooptycoon en naamgever van het Amsterdamse theater). Een overlevende telg van de familie Ossendrijver is Josua Ossendrijver. Hij ontdekte pas enkele jaren terug dat hij Joods was en niet Klaas Slegt heette, de naam van de pleegouders die hem tijdens de oorlog opnamen.

Zutphen
De Duitse kunstenaar Gunter Demnig heeft voor de deur van zeven huizen in Zutphen zondag in totaal 16  zogeheten Stolpersteine (struikelstenen) geplaatst. Er lagen in Zutphen al 15.

Zwolle
In Zwolle zijn zondag 6 april de eerste 11 Stolpersteine op 3 plaatsen in de stad gelegd door de bedenkenr, de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. De voglende dag zijn zij onthuld.  Uit Zwolle werden ruim 450 Joodse mensen vermoord. DeStichting Stolpersteine Zwolle is doende voor alle omgekomen Joden stenen te laten leggen.


Stolpersteine Dordrecht 11 april

Op 11 april worden er voor het eerst 8 Stolpersteine geplaatst in Dordrecht.  Honderden Joodse Dordtenaren werden in de oorlog door de bezetters weggevoerd om niet meer terug te keren.

In het Stadhuis kwam er een kwart eeuw geleden een herdenkingsmonument. Aan de Grote Markt is ook een plaquette te zien, die de Joodse buurt van voor de oorlog laat zien.

De Dordtse werkgroep Stolpersteine wil uiteindelijk 278 herdenkingssteentjes in Dordrecht laten aanbrengen voor alle omgebrachte Joden.


De opkomst in Zwolle op maandag was groot, meer dan 100 geïnteresseerden (waaronder nabestaanden en donateurs) kwamen naar de synagoge voor het eerste deel van de bijeenkomst. Daar spraken Jaap Hagedoorn (voorzitter Stichting Stolpersteine), burgemeester Meijer en rabbijn Spiero over de waarschuwende functie van de Stolpersteine.

Daarna maakte de groep gezamelijk de ronde langs de gelegde Stolpersteine in de Sassenstraat en op de Melkmarkt. Daar werden stuk voor stuk de stenen onthuld en was er voor de nabestaanden de ruimte voor een persoonlijke herdenking.

Raalte
De eerste 13 van in totaal 38 zogenoemde stolpersteine zijn zondag 6 april  geplaatst in Raalte. Het zijn de eerste van het dorp. De eerste monumentjes werden zoals gebruikelijk geplaatst door de bedenker, kunstenaar Gunter Demnig. Zes steentjes liggen in de Stationsstraat en de andere 7 liggen in de Nieuwstraat en de Herenstraat.

Pekela
Zaterdag zijn in Pekela 4 Stolpersteine geplaatst  tijdens een sobere plechtigheid. Zondag is een compleet middag- en avondprogramma samengesteld met steenlegging in het bijzijn van familieleden en genodigden en muzikale omlijsting. Ook staat in de namiddag een bezoek aan de Joodse begraafplaats in Oude Pekela op het programma. Dan zal een informatiebord worden onthuld.

Stolpersteine  Wolvega
Gunter Demnig heeft maandag 5 Stolpersteine gelegd in Wolvega. De gedenkstenen zijn gelegd aan de Helomalaan en Hoofdstraat West, vanwaar in de Tweede Wereldoorlog de families Mendels werden gedeporteerd.











Amsterdam geeft toestemming voor Namenmonument slachtoffers holocaust


AMSTERDAM, 28-03-2014 - De gemeente Amsterdam geeft toestemming voor het Namenmonument ter nagedachtenis van alle 102.000 Joodse en Roma/Sinti slachtoffers van de Holocaust uit Nederland. Dat heeft het Auschwitz Comité, initiatiefnemer van het monument, bekendgemaakt.

De locatie is het Wertheimpark, waar het Auschwitzmonument van Jan Wolkers al staat. 'Ik ben ongelooflijk vreugdevol dat burgemeester Van der Laan dit plan steunt. Hier hebben wij als Nederlands Auschwitz Comité 8 jaar lang voor geknokt. De grootste hobbel voor de komst van dit belangrijke oorlogsmonument is nu genomen', zei voorzitter Jacques Grishaver van het comité tegen Het Parool.

Het Namenmonument moet dienen als herinnering voor alle 102.000 Joden en 220 Sinti en Roma die uit Nederland naar vernietigingskampen zijn gedeporteerd. Zij hebben geen graven en daarom meent het comité dat er een wand moet komen met hun namen. Behalve de gemeentelijke toezegging is voor het monument 5 miljoen euro nodig.


Het comité geeft certificaten uit waarmee iedereen een naam kan adopteren. De eerste 1.000 zijn al geboekt.


Vorige week zijn de eerste adoptiecertificaten voor het Namenmonument gedrukt. De eerste donateurs hebben in de loop van deze week hun adoptiecertificaat thuis gekregen.

Foto rechts: Jacques Grishaver  toont het eerst certificaat dat van de pers is gekomen. Foto Namenmonument.nl.

De Anne Frank Stichting, beheerder van het Anne Frank Huis in Amsterdam, heeft de namen van de 7 onderduikers uit het Achterhuis geadopteerd die de oorlog niet hebben overleefd.


Het gaat om Edith, Margot en Anne Frank, Hermann, Auguste en Peter van Pels, en Fritz Pfeffer. Dat liet directeur van de Anne Frank Stichting Ronald Leopold weten aan de initiatiefnemers van het Holocaust Namenmonument Nederland.

Gerdi Verbeet, voormalig voorzitster van de Tweede Kamer, is lid van het comité van aanbeveling van het project. Ook Jeroen Krabbé en Ruud de Wild geven op de website Holocaustnamenmonument.nl steun aan het project. Ook leden zijn o.m. de burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam, Frits Barend, Piet Hein Donner, Voorzitter Oorlogsgravenstichting en vice-voorzitter van de Raad van State, Jaap Fransman, voorzitter Centraal Joods Overleg en Ton Heerts, voorzitter FNV.

Daniël Libeskind, van oorsprong Pools-Joodse architect uit de VS, verzorgt het ontwerp. Van zijn hand is ook het Jüdisches Museum in Berlijn. In september 2015 moet het monument onthuld worden, 70 jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog.





Berlijn herdenkt 20 jaar struikelstenen


BERLIJN, 18-03-2014 - Stadsminister Hella Dunger-Löper (foto rechts) van Berlijn huldigde gisteren namens de deelstaat Berlijn de onvermoeibare inspanningen van de mensen achter de Berlijnse struikelsteen-initiatieven.  Er zijn nu 20 jaar projecten voor het leggen van 'Stolpersteine'in Berlijn.


Naast 'staatssecretaris' Dunger-Loeper spraken op een bijeenkomst in het stadhuis historicus prof. dr. Michael Wildt van de Humboldt Universiteit en journalist en Duitsland-directeur van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, Marianne Heuwagen.

In Berlijn liggen nu 5300 struikelstenen (foto links) - ongetwijfeld een record. In 1933 leefden nog bijna 200.000 Joden in de stad; in 1941 daalde dat tot 60.000. Zij werden merendeels gedeporteerd en vermoord. Van hen overleefden slechts 9.000 via onderduik de holocaust.

Het leggen van struilestenen gaat niet zonder problemen. Leden van bijvoorbeeld een  initiatiefgroep genaamd "Initiative Stolpersteine Stierstraße" ontvangen bedreigingen.

De struikelstenen vormen volgens de staatseceretaris een belangrijk onderdeel van de alledaagse cultuur van herinnering . Mevrouw Dunger-Löper zei o.m.: " In Berlijn zijn struikelstenen in de stad van de cultuur van herinnering onmisbaar geworden. Ruim 5300 stenen voor gebouwen in onze stad herinneren aan de voormalige bewoners en bewoners, die werden vervolgd door de nazi's en moesten vluchten, in de dood werden gedreven of gedeporteerd en vermoord. Hoe verschillend de lotgevallen  van de vervolgden konden zijn tijdens de nazi- dictatuur, ook daarvan getuigen de struikelstenen op een indrukwekkende manier."

Sinds 20 jaar herinnert de Keulse kunstenaar Gunter Demnig met zijn verzonken stenen in de bestrating  van 10 bij 10 cm en ongeveer 2 kg zwaar aan de vevrolgden door de nazi's.


Foto rechts: Günther Demnig legt in de Rosa Luxemburstrasse in Berlijn 7 struikelstenen. Foto www.stolpersteine-berlin.de.


Ondertussen zijn struikelstenen verspreid in meer dan 900 Duitse steden en in 17 deelstaten en vormen het  "grootste gedecentraliseerde monument".


Ze documenteren indrukwekkend de Europese dimensie van de systematische uitroeiing van joden en zigeuners. Struikelblokken verwijzen ook naar de slachtoffers van de "euthanasie", over de vervolging van homoseksuelen, verzetsstrijders en vermeende "asocialen".


Struikelstenen kunnen alle groepen herdenken, niet alleen Joden. In Gronignen zijn bijvoorbeeld vorig jaar al struilestenen gelegd voor communistische verztesmensen.

In elke wijk van Berlijn liggen er nu struikelstenen. , het centrale punt voor de aanleg wil veel leden van de Nazi-vervolging uit binnen-en buitenland. Veel van de stenen worden gelegd met behulp van vrijwlligers, particulieren en scholen.








Rotterdamse wethouder presenteerde boekje vermoorde Joodse kinderen


ROTTERDAM, 13-02-2014 - De Rotterdamse wethouder van onderwijs Hugo de Jonge (foto links) presenteerde gisteren een nieuw boekje over vermoorde Joodse kinderen uit zijn gemeente. Dat gebeurde in het kader van het basisschoolproject 'Jij hoort in onze klas' dat vorig jaar begon.

De wethouder las gistermiddag het verhaal voor over de Joodse Lea Maks. Zij was een van de 686 kinderen die in de Tweede Wereldoorlog vanuit Rotterdam is weggevoerd en vermoord. Het verhaal maakt onderdeel uit van het onderwijsproject 'Jij hoort in onze klas'.

Vandaag vond bij het Stadsarchief de presentatie plaats van het nieuwe lesmateriaal. De aanwezige docenten uit het basisonderwijs kregen ook de speciale uitgave ‘Het gezicht achter de naam’ met daarin verhalen en foto’s van de weggevoerde kinderen,met meldt het Stadsarchief Rotterdam..

Op 10 april 2013 onthulde burgemeester Aboutaleb samen met 686 levende kinderen het Joods Kindermonument (foto rechts)  aan de Stieltjesstraat in Rotterdam. Op het monument staan de namen van Joodse kinderen tot en met 12 jaar, die Tweede Wereldoorlog vanuit Rotterdam werden weggevoerd en vermoord.

Voorafgaand aan de onthulling is het onderwijsproject 'Jij hoort in onze klas' van start gegaan op meer dan 50 basisscholen. Leerlingen van de deelnemende scholen verdiepen zich in de achtergrond van de kinderen die op het monument worden vermeld.


Het Stadsarchief Rotterdam helpt hen met bijvoorbeeld foto’s en kaarten uit het bevolkingsregister. Het project wordt elk jaar overgedragen aan de volgende groep, zodat de geschiedenis levend blijft.

Bjj het onderzoek naar de namen van de Joodse kinderen in het Stadsarchief kwamen belangrijke nieuwe gegevens boven water. Het Stadsarchief Rotterdam en de stichting Joods Kindermonument bundelden deze in de uitgave ‘Het gezicht achter de naam’.


Het onderzoek werd uitgevoerd door Huib van der Steen en Andries van der Wal, beiden van de stichting Joods Kindermonument, en Esther Beens en Louisa Balk van het Stadsarchief Rotterdam. Interviews met nabestaanden maakten het mogelijk om aanvullende verhalen over een aantal weggevoerde kinderen op te tekenen. Deze verhalen kunnen worden verteld in de klas en stimuleren ook om op zoek te gaan naar de verhalen van de andere kinderen.

De stichting Joods Kindermonument en het Stadsarchief Rotterdam werken samen om ook deze Joodse kinderen weer een 'gezicht' te geven.







Oostenrijk voltooit vergoeding schade aan slachtoffers nazi's


WENEN, 6-02-2014 - Oostenrijk beëindigt de vergoeding  van schade aan nazislachtoffers. Dat heeft het 'Nationalfonds der Republik Österreich für Opfer des Nationalsozialismus' in Wenen woensdag bekendgemaakt.

Alle 20.702 beslissingen over schadeloosstelling van slachtoffers zijn de eerste februari 2014 formeel gedeponeerd. Ongeveer 500 besluiten waarin een bekendmaking aan de begunstigden niet mogelijk was, zijn ion januari officieel gedeponeerd  bij het secretariaat-generaal van de fonds. Het fonds meldt dat het zijn inspanningen om geautoriseerde personen te vinden nog zou vergroten.

Tot nu toe hebben ongeveer 23.000 mensen uit 78 landen een betaling van het fonds ontvangen. Van hen waren 15.000 slachtoffers, 5.000 erfgenamen en 3.000 mede-erfgenamen 

De totale uitbetaling bedroeg van $ 211 miljoen (€ 156 miljoen). Ongeveer 1700 verzoeken betalingen zijn nog onbeslist. Ongeveer de helft van de aanvragers komt uit de VS.

In totaal werden er 160.000 aanvragen ingediend.  De aanvragen werden beoordeeld door een internationaal comité van 3 mensen, sinds 2001 onder leiding van de Britse rechter en professor in internationaal recht Sir Franklin Berman (foto links)

Het fonds werd opgericht als gevolg van de Overeenkomst van Washington van 2001. Deze betreft specifiek de Oostenrijkse geschiedenis en medeondertekenaar is de Conference on Jewish Material Claims Against Germany - beter bekend als 'Claims Conference'. Oostenrijk maakte vanaf maart 1938 (de zg. 'Anschluss')  tot in april1945 deel uit van het nazirijk.

Er bestaat voor Oostenrijkse slachtoffers van de nazi's die in 1933 en 1945 uit Oostenrijk werden verdreven nog altijd de mogelijkheid voor een bijdrage uit Oostenrijk in de kosten van de verzorging (zg. 'Pflegegeld'). Die vergoeding loopt van € 154 tot € 1.655 per maand. Ook voormalige verzetsmensen uit Oostenrijk kunnen een uitkering aanvragen, als zij lichamelijk gewond zijn geraakt vanwege hun verzet of hun politieke overtuigingen, religie of invaliditeit. Sommige uitkeringen kunnen ook aan nazaten verstrekt worden.

De Claims Conference heeft in januari ook twee deskudnigen voorgedragen voor de werggroep die de kusntverzameling van Cornelius Gurlitt gaat evalueren. Dat zijn Agnes Peresztegi en Sophie Lillie. De Claims Conference dringt erop aan de deze zaak zo openlijk mogelijk wordt afgehandeld.





Plaquettes voor 1258 vermoorde patiënten en verplegers Apeldoornsche Bosch







APELDOORN, 22-01-2014 - Tijdens de herdenking gisteren werden in Apeldoorn twee plaquettes onthuld met daarop de namen van alle 1258 Holocaustslachtoffers van het Apeldoornsche Bosch, zo meldt het Ned.-Israëlitisch Kerkgenootschap.

Op 21 januari 1943 werden 1069 patiënten en verplegers van de Joodse psychiatrische instelling door de Duitse bezetter op transport gesteld naar de Duitse vernietigingskampen. Later volgden nog eens 189 achtergebleven medewerkers. 

Burgemeester Berends en opperrabbijn Jacobs (foto links) hebben de plaquettes onthuld.. Ze  zijn tot stand gekomen dankzij de inzet en bijdragen van de Gemeente Apeldoorn en de Nederlandse Spoorwegen. De spoorwegen droegen destijds zorg voor het vervoer.

"Als de samenleving intolerante en antisemitische geluiden laat horen, dan beïnvloedt dat het klimaat en zal het dierlijke dat ieder mens in zich heeft, en dat ten goede moet worden aangewend, snel kunnen veranderen in een levensgevaarlijke, schadelijke stier ...", zo zei

opperrabbijn Jacobsgisteren bij de onthulling van de twee plaquettes.

Tijdens de herdenking in 2013  werden voor het eerst alle namen van de slachtoffers voorgelezen. De namen van alle Joodse slachtoffers worden ook continu geporjecteerd in het
herinneringscentrum van kamp Westerbork.

Het drama begon op  op 20 januari 1943, toen de joodse Ordedienst uit Westerbork arriveerde. Zij vormde voorhoede van de troepen die de volgende dag de inrichting zouden ontruimen. Veertig goederenwagons stonden klaar op het station van Apeldoorn voor het transport van zowel patiënten als personeel. Ongeveer honderdvijftig verpleegsters en broeders en tachtig patiënten slaagden er in te vluchten.

Op donderdag 21 januari 1943, reden rond 6 uur ‘s avonds honderd SS’ers het terrein op,  dreven alle patiënten en personeel bij elkaar en sloten ze op. Vervolgens werden ze afgevoerd naar het station in Apeldoorn en in goederenwagonswagens geladen. De trein met bijna 1300 patiënten en 50 verplegers vertrok naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau waar de patiënten direct na aankomst werden vermoord. De overige artsen en verplegers werden eerst overgebracht naar kamp Westerbork en van daaruit naar de vernietinigskampen gedeporteerd.

Ook veel kinderen uit het naastgelegen tehuis voor zwakbegaafde en moeilijk lerende kinderen Paedagogium Achisomog, werden de dag na de razzia vanuit Apeldoorn op transport gesteld naar Auschwitz. Niemand van hen overleefde deze verschrikking. Het overige personeel werd doorgevoerd naar kamp Westerbork, waarvan slecht 14 personen overleefden.

In opdracht van CODA heeft Martine Letterie rondom dit thema in een boek geschreven: Hanna's Reis. Dit boek gaat over een vijftienjarig joods meisje dat in de oorlog met haar familie in Amsterdam woonde en vanwege het feit dat zij moeilijk opvoedbaar bleek, naar Paedagogium Achisomog werd gestuurd. Bij het boek heeft CODA een educatieve box met bronkaarten en werkbladen ontwikkeld. Beide uitgaven zijn in CODA Winkel te koop en via www.coda apeldoorn.nl/webwinkel .


Het Apeldoornsche CODA Museum geeft met de tentoonstelling Het Apeldoornsche Bosch vanaf 17 januari aan de hand van filmbeelden, brieven en persoonlijke verhalen een idee van het dagelijks leven gedurende de oorlogsjaren.




'Jodenroute' in Oost-Europa op komst

LUBLIN - 17-01-2014 - Een groep historici in Oost-Europa bereidt een toeristische route voor langs regio's waar voor de oorlog Joden meer dan 10% van de bevolking vormden. Deze 'Jodenroute' voert langs circa 50 steden en dorpen in Polen, Wit-Rusland en Oekraïne.

Foto rechts: Een model van Moshe Verbin van de synagoge in Warka, bij Warschau.

Het gaat om gebieden die vóór de aanval van Hitlers Duitsland en Stalins Sowjet-Unie op Polen in 1939 nog deel uitmaakten van Polen. Van de 100 houten synagogen in Polen van 1918 is er door nazi-vernielingen niet één over.

Langs deze route zijn nog steeds veel Joodse overblijfselen te zien, zoals synagoges of restanten daarvan. De initiatiefnemers in het Lublin meldden woensdag dat ze hopen met steun van de EU langs de route ook nog te redden wat er te redden valt aan cultureel erfgoed. Naar schatting 90% van de synagogen is verwoest door de nazi's.

Na de oorlog werden restanten onder het communistisch bewind vaak verder afgebroken en gebruikt voor bouw van wegen an gebouwen. Veel gebouwen waren van hout. In het nieuwe museum van de Joodse geschiedenis in Warschau vormt een houten synagogue het middelpunt van de tentoonstelling.

Polen had kort voor de Tweede Wereldoorlog een grote Joodse bevolkingsgroep. Ongeveer 3,3 miljoen mensen of 9 procent van de bevolking was Joods in augustus 1939. Vooral door de nazivervolging verloren 3 miljoen Joden uit Polen het leven in de 6 grote vernietigingskampen die de nazi's vrijwel allemaalvesryigden in wat nu Oost-Polen is.

De meeste overlevenden verlieten de regio na de oorlog. Via het web is er gaandeweg informatie verzameld over de vroegere Joodse wereld. Shtetl.org.pl is een site met uitgebreide informatie, en veel foto's van modellen van houten synagogen die gemaakt zijn uit stro door Moshe Verbin in Israël.

Het armzalige Joodse leven in de voormalige 'shtetls' is in de jaren '60 vooral bekend geworden door de musical 'Fiddler on the Roof' die voor het eerst werd uitgevoerd op Broadway op 22 september 1964.

Het gebruikte als basis de Jiddische roman 'Tevye en zijn dochters' (of 'Tevje de Melkboer en andere verhalen') uit 1894 van de Russisch-joodse schrijver Sholom Aleichem. In 1971 werd de musical verfilmd door Norman Jewison met in de hoofdrol Chaim Topol. Een andere belangrijke schrijver over het Joodse leven in Polen was Isaac Bashevis Singer, de Nobelprijswinaar.









Anatomieprofessor J-H Scharf uit Halle verdachte als ex-bewaker Auschwitz





HALLE, 18-12-2013 - Uit onderzoek van deze site blijkt dat een gepensioneerde anatomieprofessor van de universiteit van  Halle-Wittenberg, prof dr Joachim-Hermann Scharf, 93 jaar oud, verdacht is als mogelijk voormalig bewaker in Auschwitz. Er is in Duitsland een justitieel onderzoek naar hem geopend.

Foto rechts: een Google-opname van het huis waar Scharf woont (oranje pijl).

Scharf woont in een dorpje vlakbij Halle en Leipzig en nam de telefoon gisteren niet op. Zijn naam is naar voren gebracht door de zg. 'Zentralstelle', het centrale Duitse bureau voor het onderzoek van nazimisdaden in Ludwigsburg.  De Zentralstelle heeft overigens de naam van de professor niet bekendgemaakt. Deze website huldigt het principe dat voor nazi's deze terughoudendheid niet geldt.

Volgens de biografie van Scharf op
de Duitse Wikipedia werd hij in 1939 lid van de nazipartij, en dat gegevens werd in maart 2013 toegevoegd. Zijn  bio vermeldt verder:  "Nach Kriegsdienst und Verwundung begann er das Medizin-Studium in Wien, wechselte dann an die wiedergegründete Johannes Gutenberg-Universität Mainz, promovierte dort nach dem Staatsexamen 1950 zum Dr. med.[2] und erhielt eine Assistentenstelle bei Max Watzka am dortigen anatomischen Institut." Hij werd professor aan de Martin Luther Universität in Halle, waar hij van 1959 tot 1987 werkte.

Scharf is een zeer geachte professor geweest die hoge onderscheidingen heeft ontvangen. Hij kreeg o.m. in 2000 het "Grosses Bundesverdienstkreuz", een middelhoge Duitse staatsonderscheiding. Hij werd verder ook erkend in het buitenland, en werd o.m. in 1974 'Honorary Fellow of the Royal Microscopical Society in Oxford', wat voor een professor uit de toenmalige DDR, aan het einde van de Koude Oorlog, bijzonder was.

In Duitsland gelden voor het publiceren door de pers strengere regels dan in Nederland. Alleen de boulevardkrant Bild acht zich vrij om door eigen onderzoek namen van verdachten te publiceren. De Duitse pers kan wel namen publiceren als dat in het buitenland al gebeurd is. Er is tot nu toe geen foto van hem op het web gepubliceerd.








De wond van meneer Kotek
door Arthur Graaff


Meneer Kotek blijkt een dokter, die als sinds zijn zevende een wond heeft, althans een litteken, op bij de palm van zijn linkerhand, bij zijn pols. Hij is nu al 83, maar hij heeft het over die wond in de Portugese synagoge op zaterdagavond, waar hij spreekt. Daar zit het helemaal vol mensen die door de regen zijn gekomen om de Kristallnacht te herdenken, ernstige mensen, belangrijke mensen, machtige mensen. Ik vind de wond fantastich: hij laat opeens de naziterreur voor me leven. Meneer Kotek was Duits, is Joods, is naar Nederland gevlucht, en heeft het allemaal overleefd.

Hij kwam aan die wond toen hij in Wuppertal, waar hij toen woonde, in 1937 door jongens van 8, 9 10 jaar werd aangevallen en aan zijn benen over straat werd gesleurd - een tenger jongetje van zeven? Jongens die vroeger niet echt naar hem omkeken, waar hij misschien mee speelde. Er lag glas op straat en hij kreeg een slagaderlijke bloeding aan de pols van zijn linkerhand. Maar hij werd geholpen, nog wel door een nazidokter,
die toevallig bij die plek woonde, die bond de wond af,  en het jongetje Kotek werd naar het ziekenhuis gestuurd zonder dat de dokter doorgaf dat hij Joods was. Hij bleef er drie dagen en zo is hij gered.

Hij vraagt of zijn oudste kleinzoon van 15  naast hem wil komen zitten, daar midden in die grote groep mensen in dat 400 jaar oude gebouw. Hij geeft hem het gebedenboek dat hij zelf van zijn grootvader kreeg, om een goed mens te worden, eerlijk, nederig, behulpzaam. Daar in die volle ruimte vertelt hij het verhaal niet aan ons, maar aan zijn kleinzoon. Ik ben blij dat we erbij kunnen zijn.

Wat later, in de donkere, zachte regen voor de Hollandsche Schouwburg, waar de kinderen met fakkels staan, bedank ik hem voor zijn toespraak een feliciteer hem met zijn wond, omdat die de geschiedenis zo tastbaar maakt en omdat dat zo sterk werkt. Hij zegt lachend dat hij dat precies zo vindt en ik vraag of ik er een foto van mag maken. Dat mag. Ik houd zijn hand open met mijn ene hand en maak een foto met de andere. Hij wijst het litteken aan. Dus hier in Amsterdam staat een levend iemand met een wond direkt uit dat andere deel van de geschiedenis, dat onbereikbaar verre duistere deel, uit het begin van de Jodenvervolging en ik mag er een foto van maken en die hand aanraken. Dus Joden zijn écht vervolgd, jongetjes van zeven zijn écht pijn gedaan.

Ik ben zelf zeven geweest, mijn jiongste zoon is nu acht, mijn andere een paar jaar ouder, iedereen is zeven geweest, en dan begrijp je weinig van nazi's of Hitlers of kampen of de dood en dat is prima. Je begrijpt haat, pijn en verdriet. Je begrijpt het als iemand je een hand geeft en je naar elkaar glimlacht.




































Meer Nederlandse plaatsen dan ooit herdenken Kristallnacht



AMSTERDAM, 9-11-2013 - Op meer plaatsen dan vorig jaar herdenken mensen zaterdagavond de Kristallnacht. Het is dit weekeinde precies 75 jaar geleden dat de eerste nazi-progrom in Duitsland plaatsvond.


Foto rechts: een SA-man in de Ohel Jaakov-synagoge in München, op 10 november 1938.


In de nacht van 9 op 10 november 1938 werden in heel Duitsland Joden aangevallen. Er werden 1.400 synagogen werden in brand gestoken en meer dan 7.000, winkels en andere gebouwen aangevallen, tussen 90 en 400 Joden werden vermoord.


In de dagen  erna werden ongeveer 30.000 Duitse Joden naar concentratiekampen afgevoerd, zonder vorm van proces. De SS had deze aanval georganiseerd en deze geldt als de eerste openlijke vervolging van Joden in nazi-Duitsland.

Ook allerlei andere Joods gebouwen, woningen, begraafplaatsen, scholen en ziekenhuizen werden aangevallen. Bovendien hadden de Joden hadden het geweld zelf uitgelokt, vonden de nazi's, en moesten daarna als boete een kwart van hun vermogen aan de nazistaat afdragen.

De Kristallnacht dankt zijn naam aan de vele glasscherven van winkelruiten die met de aanvallen gepaard gingen. Het was de eerste landelijke geweldsuitbarsting in nazi-Duitsland sinds de nazi's daar in maart in 1933 - overigens geheel legaal - aan de macht kwamen.

In de meeste Europese steden zijn herdenkingen van méér dan alleen de pogrom van 1938 en is de geurtenis uitgegroeid tot de Internationale Dag tegen Fascisme en Antisemitisme. Volgens overkoepelend organisator UNITED 'groeit er in Europa een sfeer van haat en willen burgers een schuldige aanwijzen. In Nederland blijft het aantal antisemitische incidenten gestaag stijgen.

Verschillende steden in Nederland herdenken daarom vandaag de Kristallnacht. In Herinneringscentrum Kamp Westerbork vertellen Duitse jongeren aan het eind van de middag over de Reichsprogromnacht, zoals de Duitsers het noemen. Ook een ooggetuige van de verschrikkingen doet haar relaas: Mirjam Weitner-Smuk. Zij maakte de Kristallnacht als 8-jarige mee in de Duitse stad Essen, waar ze samen met haar ouders en zus woonde.. Het programma wordt gevolgd door een fakkeltocht.

In Amsterdam worden er vanaf 19.30 uur bij het stadhuis toespraken gehouden door onder meer Lalla Weiss van de Sinti en Roma organisaties en schrijfster Anne Ruth Wertheim, georganiseerd doro het platform Stop Racisme. Om 20 uur is er een herdenking bij de Protugese synagoge.

In Breda is eind van de middag een herdenkingsbijeenkomst bij het Joods Monument in het Wilhelminapark gevolgd door een herdenking in de de kathedraal. Na afloop daarvan lopen de deelnemers met kaarsen naar de Grote Markt.

Daarnaast zijn er onder meer plechtigheden in Leeuwarden (nabij de Waag op de Nieuwstad, 20.00), Breda (Joods Monument, 18.00 uur), Zaandam (Filmtheater De Fabriek, 22.00) en Tilburg (Synagoge, Willem II straat, 20.00).






Merkel vindt Kristallnacht na 75 jaar donkerste fase Duitse geschiedenis





AMSTERDAM/BERLIJN, 5-11-2013 - Afgelopen zaterdag heeft kanselier Angela Merkel op haar website haar afschuw over de zg. 'Kristallnacht' uitgesproken, in Duitsland ook wel bekend als 'Reichspogromnacht'. Zij noemt 'dit de 'donkerste fase in de Duitse geschiedenis'.

Foto rechts: de kanselier, die hier geïnterviewd wordt door een stagiair over de Kristallnacht.

In 2013 is het op 8/9 november  75 jaar terug dat de eerste grote nazi-pogrom plaatsvond in Duitsland: de Kristallnacht. Daarbij werden 1.400 synagoges in brand gestoken,  duizenden Joodse winkels aangevallen en vernield, en 100 Joden vermoord, terwijl 30.000 van hen in concentratiekampen werden opgesloten in de dagen erna.

Mevrouw Merkel noemde ook met name het Joodse museum in Berlijn, waar zij elke maal als zij er komt geraakt wordt door het verlies voor de Joden en voor Duitsland.

Zij prees ook de het plaatsen van 'Stolpersteine' oftewel struikelstenen, die in Duitsland (en ook in Nederland en andere landen) geplaatst worden ter herdenking aan slachtoffers van de nazi's. Zij betreurt het dat de huidige levendige Joodse gemeenschap in Duitsland speciale piolitiebescherming nodig heeft.


Van 8 november 2013 tot 2 maart 2014 presenteert de stichting Topographie des Terrorsin Berlijn samen met de Stichting Monument voor de vermoordeEuropese Joden en de Nieuwe Synagoge Berlin-Centrum Judaicum de tentoonstelling "Het brandt ! 75 jaar na de Kristallnachtin 1938."


Foto rechts: een brandende synagoge in Hannover op 9 november 1938.


Dit is een verbeterde uitgave van de tentoonstelling van 2008. Deze richt zich op de gebeurtenissen in de hoofdstad Berlijn en toont 26 voorbeelden van de architectonische diversiteit van de Joodse godshuizen in Centraal-Europa, hun vernietiging en de ruïnes in 1938.


De presentatie wordt vergezeld van een vierdelig evenementenprogramma met vooral lezingen in de maand november..

In Berlijn wordt de Kristallnacht verder herdacht doordat 100 winkels stickers op hun ruitenplakken zodat het lijkt alsof ze ingeslagen zijn, net als in 1938. Op zaterdag 9 november geeft Philharmonisch Koor Toonkunst Rotterdam een herdenkingsconcert in de Gedächtniskirche in Berlijn. Het koor voert dan het stuk A Child of Our Time van de Britse componist Michael Tippett op. Hij schreef dit speciaal vanwege het geweld tegen Joden tijdens de Kristallnacht.


Herdenkingen in Nederland
Het Centraal Joods Overleg (CJO) in Amsterdam nodigt iedereen uit tot het bijwonen van de Kristallnachtherdenking op donderdag 8 november a.s. in de Portugese Synagoge aan het Mr. Visserplein te Amsterdam. De bijeenkomst vindt plaats van 17.00 – 18.00 uur.


Foto rechts: de aankondiging van kamp Westerbork.


Aansluitend is een kranslegging bij de ingang van de Hollandsche Schouwburg. Deze bijeenkomst is op vrijdag vanwege de sabbat die veel Joden naleven en die deelnemen op zaterdagen - de formele herdenkingsdag -  onmogeljk maakt.

Met een speciaal programma herdenkt het Herinneringscentrum Kamp Westerbork (foto rechts) op zaterdag 9 november ook de Kristallnacht. Het programma start om 16.30 uur met een ooggetuigenlezing in het Herinneringscentrum en sluit met een fakkeltocht waarbij door diverse sprekers ook over hedendaags racisme zullen spreken. Ook in Breda is een herdenking.


Nieuw boek

Naar aanleiding van zijn boek over de Kristallnacht houdt advocaat en historicus Sidney Smeets een pleidooi voor de vergelijking tussen de Duitse jaren 30 en het Rusland van vandaag de dag in GayKrant 680 (vanaf nu in de winkel).


Hij vraagt zich af of deze twee historische perioden met elkaar vergeleken mogen worden. Op 6 november 2013 verschijnt zijn boek 'De Wanhoopsdaad' (foto links) bij uitgeverij Balans


De Wanhoopsdaad is het verhaal van Herschel Grynszpan. Op 7 november 1938 liep deze 17-jarige Pools-Joodse jongen de Duitse ambassade in Parijs binnen en schoot daar de Duitse diplomaat Ernst vom Rath neer. Als reden voor zijn daad gaf hij dat hij wraak wilde nemen voor de recente deportatie van Poolse Joden uit Duitsland, onder wie zijn ouders. De nazi-propagandachef Himmler greep de gelegenheid aan om de eerste grote nazi-program tegen de Joden te ontketenen.


Homokoor Cantus Obliquus, Ensemble Klezmore en Clownstheater Gigi herdenken met twee concerten de Kristallnacht en ook hedendaagse vormen van ophitsing en discriminatie. In hun persbericht schrijven zij:


“De Kristallnacht staat model voor het gevaar dat hierin schuilt: deze nacht vormde de overgang van discriminatie naar vervolging van Joden in nazi-Duitsland. Diverse minderheden, waaronder homo's, lesbiennes, biseksuelen en transgenders, staan vandaag de dag, mede door de toegenomen migratie, nog steeds bloot aan dit gevaar.” Op zaterdag treden zij op in Kleef, net over de grens, en op zondag in Nijmegen. Kaarten zijn te bestellen via info@cantusobliquus.nl






Martine Letterie treedt op in Westerbork




WESTERBORK, 22-10-2013 - Martine Letterie, de kinderboekenschrijfster, treedt zondag 27 oktober om 14 uur op in Westerbork. Zij vertelt dan over Leo, een Joods jongetje van 7 dat in de oorlog het kamp zat en later omkwam.


Ze schreef over Leo haar nieuwste boek 'Groeten van Leo, een kind in kamp Westerbork'. Dat boek verscheen eerder dit jaar.

Zaterdag ging een 'doe & voel' tentoonstelling over Leo open in herinneringscentrum Westerbork. Deze is bedoeld voor kinderen van 8-12 jaar. Ze mogen daarbij alles aanraken, zo meldt het centrum.

Het verhaal van deze Leo Meijer, een Joods jongetje in de oorlog, staat centraal in de expositie. Leo, uit Zwijndrecht,  belandde in kamp Westerbork met zijn vader en moeder. Hier tekende hij over het dagelijks leven in het kamp. En over de herinneringen aan zijn leven in Zwijndrecht, waar hij woonde, zoals een tekening met een circus en olifanten. Van Leo zijn veel tekeningen, foto's en briefjes bewaard gebleven.

In de expositie is te zien hoe Leo opgroeide in Zwijndrecht. In de eerste oorlogsjaren, Leo was toen 6, moest hij een gele ster dragen. In november 1942 werd er aangebeld bij de familie Meijer en moedt de familie mee naar het gemeentehuis van Zwijndrecht. Na uren in de raadszaal gezeten te hebben gingen ze op transport naar de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam.

Opnieuw moet Leo met zijn familie lang wachten, ditmaal in een benauwde ruimte met honderden onbekende mensen. Uiteindelijk moeten ze naar kamp Westerbork in Drenthe.  Daar gaat Leo overdag naar school, speelt hij in de speeltuin van het kamp en in december wordt er zelfs een Sinterklaasfeest georganiseerd.

Leo heeft genoeg kinderen om mee te spelen, maar veel vriendjes blijven maar kort in kamp Westerbork. Uiteindelijk moet Leo op 4 september 1944 ook met de trein mee. Samen met zijn vader en moeder wordt hij naar Theresienstadt gestuurd.


De tentoonstelling is te zien van 19 oktober tot en met 5 januari 2014. In de herfstvakantie (19 t/m 27 oktober) en kerstvakantie (21 december tot en met 5 januari) zullen er naast de expositie extra activiteiten aangeboden worden, zoals het knutselen van een boekje over Leo Meijer.





Sobibor: eerste grote herdenking, met staatssecretaris van Rijn



SOBIBOR, 14-10-2013 - Vanmiddag vindt voor het eerst een grote herdenking van de opstand in vernietigingskamp Sobibor plaats op het terrein van het voormalige kamp. De NOS zendt vanavond om 19.50 uur op Nederland 2 een verslag daarvan uit.

Ook toont de NOS dan een interview dat Rob Trip had met Jules Schelvis (92), een van de Nederlandse Joden die vanuit Sobibor tewerk werd gesteld in een ander kamp. Schelvis is de motor achter vele herdenkingen en publicaties gewijd aan Sobibor, waar hij overigens maar één dag doorbracht, maar wel 6 andere kampen overleefde..

Namens de Nederlandse regering woont staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) de herdenking bij. Nederland heeft een belanbgrijke subsidie gegeven voor de bouw van een herinneringscentrum.

Aansluitend is hij bij de onthulling van de herinrichting van het kampterrein in Sobibor. "Sobibor is een gruwelijk en onlosmakelijk onderdeel van de Nederlandse geschiedenis", aldus Van Rijn tegen de NOS. "Dit centrum is een blijvend eerbetoon aan een ieder die hier vermoord is."

Jules Schelvis (foto links) krijgt bij de herdenking een speciale onderscheiding van de Poolse regering. Hij verrichte de afgelopen 30 jaar veel onderzoek naar Sobibor, om zo veel mogelijk informatie over het kamp boven tafel te krijgen. Hij schreef enkele boeken, gaf talloze lezingen en trad op als mede-aanklager in onder andere het proces (2009-2011) tegen kampbewaker John Demjanjuk. Hij ontving voor zijn onderzoekswerk in 2008 een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam.

Vanuit kamp Westerbork werden tussen maart en juli 1943 ruim 34.000 Nederlandse joden naar Sobibor getransporteerd. Jules Schelvis arriveerde begin juni 1943 in het kamp, samen met zijn vrouw Rachel Borzykowski en zijn schoonfamilie.

In de uitzending vertelt Schelvis dat niemand destijds wist van het bestaan van Sobibor. Volgens hem dacht Iedereen op het transport dat ze naar Auschwitz gingen en dat ze zouden moeten werken voor de Duitsers. Sobibor was een geheim vernietigingskamp, waar de nazi's mannen en vrouwen en kinderen na aankomst van elkaar scheidden en direct naar de gaskamers brachten. Er werd geen arbeid verricht. Het kamp is na de oorlog in de vergetelheid geraakt, en is nu zelfs voor de meeste Polen onbekend, omdat er geen Polen omgebracht zijn.

Een selecte groep gevangenen kreeg zoals in alle kampen een aanstelling in het Sonderkommando, waar ze moesten helpen bij het sorteren van kleding en waardevolle spullen en het begraven van de lichamen. Hun lot was uiteindelijk ook de dood in de gaskamers. Een ander deel van de Sonderkommando's moest werken in nabije kampen, waar ze zich vaak letterlijk doodwerkten.

Schelvis kwam terecht bij de groep mannen die moest werken in turfkamp Dorohucza. Zijn vrouw en schoonfamilie bleven achter en werden omgebracht.


Kamp Sobibor betekende voor de gevangen vrijwel altijd een onmiddellijke dood.

In dit nazi-vernietigingskamp in aan wat de de grensrivier de Bug is in wat nu Oost-Polen is, werden tussen april 1942 en november 1943 ruim 170.000 mensen vermoord, overwegend Joden.

Vandaag precies 70 jaar geleden kwam daar een kleine groep gevangenen in opstand. Enkele honderden gevangenen ontkwam zodoende, maar slechts 42 van hen overleefdende oorlog. 



Op 14 oktober 1943 lukte het enkele leden van het Sonderkommando een opstand in Sobibor te organiseren. Het plan was nauwgezet voorbereid onder leiding van de Russische krijgsgevangene Alexander Petsjerski - die militaire ervaring had - en de Pool Leon Feldhendler.


Een deel van de SS-kampleiding werd weggelokt, onder het mom dat ze nieuwe kleding moest komen passen of schappen moest inspecteren, en vervolgens met messen of met de hand vermoord door de gevangenen. Hun wapens

Tijdens een avondappèl lukte het ongeveer 365 gevangenen te ontvluchten en van hen wisten 200 het bos te bereiken. Er volgde echter een klopjacht, duie de meeste vluchtelingen het leven kostte. De overige gevangenen in het kamp werden direct gedood. De SS-ers besloten na de opstand het op te heffen en zoveel mogelijk te vernietigen en de resten onvindbaar te maken, in de hoop dat niemand ooit het bestaan zou ontdekken.

Ook twee twee Nederlandse vrouwen overleefden het kamp en de oorlog. Over een van hen, Selma Wijnberg, schreef Ad van Liempt in 2010 een biografie: 'Selma: de vrouw die Sobibor overleefde'. Haar Poolse vriend Chaim Engel speelde een actieve rol in de opstand. De NOS zond destijds een documentaire over Wijnberg uit. Toen zij zich na de oorlog met haar vriend in Nederland wilde vestigen, kreeg hij daarvoor gene toestemming.

NOS Herdenking opstand Sobibor, 19.50 - 20.20 uur, Nederland 2 en nos.nl

  




Opnamen 1ste Auschwitzproces 1963 via

internet te horen

FRANKFURT-AM-MAIN, 8-10-2013 - Geluidsbanden van het eerste Duitse Auschwitzproces, dat 50 jaar geleden in Frankfurt begon, zijn sinds maandag te horen via internet. Het proces is het grootste uit de Duitse juridische geschiedenis.


FOTO RECHTS: De start van het eerste Auschwitzproces in het stadhuis in Frankfurt.


De processen in Neurenberg vonden namelijk plaats onder verantwoordelijkheid van de vier bezettende geallieerde landen.

Dat maakte het Fritz Bauer Institut uit Frankfurt, een wetenschappelijke instelling die zich bezighoudt met de Holocaust, maandag bekend. Dit instituut beheert de opnamen.

Het eerste Auschwitzproces duurde 154 dagen. Er stonden in het proces 20 nazi's terecht die hadden gewerkt in het concentratie- en vernietigingskamp, het grootste uit de geschiedenis.


Opvallend aan de processen was, zo blijkt uit documentaires erover, de verontwaardiging bij de aangeklaagden. Deze bleken over het algemeen weer keurige banen en respectabele posities in de maatschappij te hebben gekregen, terwijl zij daadwerkelijk betrokken waren geweest bijd e grootste massamoord uti de geschiedenis. 


Op www.auschwitz-prozess.de staan voornamelijk geluidsopnames van de slachtoffers, die getuigen over de misdaden in het vernietigingskamp Auschwitz.


'Het Beest van Auschwitz' - Wilhelm Boger

Op het proces was een van de beruchtste aangeklaagden  SS-sergeant (Oberscharführer) Wilhelm Boger, een moordenaar die de bijnaam 'de Tijger van Auschwitz' of 'het beest van Aischwitz' kreeg.

Hij had al voordat hij in Auschwitz kwam, diverse veroordelingen binnen de SS opgelopen, was gedemoveerd en was geplaatst geweest in een SS-strafbataljon aan het Oostfront.

Hij had in Auschwitz als taak met onder meer de beveiliging van het kamp, het beteugelen van opstootjes en de verhoor van gevangenen. Vooral vanwege dat laatste was hij berucht.

Hij gebruikte daarbij een rekstok, waar hij gevangenen aan hun knieën in ophing, een martelwerktuig dat de bijnaam Bogerschaukel(schommel) kreeg. Daar werden verschillende mensen doodgemarteld.

Voor de rechter zei Boger dat hij slechts bevelen uitvoerde. "De 'strenge verhoren' die werden bevolen, werden door mij uitgevoerd", zei hij. Boger zei dat hij tot inkeer gekomen
was en begreep dat de ideeën die hij had aangehangen, de ondergang van velen hadden betekend.

Hij kreeg, net als 6 andere nazi's, voor 5 bewezen moorden een levenslange gevangenisstraf plus in zijn geval 15 jaar tuchthuis en was daarmee de zwaarst gestrafte SS-er in het proces. Hij stierf in gevangenschap.


 



Er zijn echter ook de uitvluchten te horen van aangeklaagden die tijdens de processen iedere verantwoordelijkheid ontkenden.


Zij beriepen zich meestal op bevelen van meerderen. Tijdens het procves kwam echter vast te staan, dat er geen enkel geval van besdtraffing van een weigering van medewerking in Auschwity bekend was.


Op de site staan vele tientallen opnamen van 318 getuigen over de misdaden die de nazi's in Auschwitz, onder wie 181 overlevenden.


In Auschwitz werden tijdens de oorlog ongeveer 1,2 miljoen mensen vermoord op bevel van en door de nazi's. Het eerste Duitse Auschwitzproces (1963-1965) geldt vanwege de grote indruk op het publiek als zeer belangrijk.

Tien jaar terug gaf het instituut al een DVD uit met een schriftelijke weergave van de verslagen en 100 uur originele opname. Dat was uit het proces tegen SS-kapitein (Hauptsturmführer) Robert Mulka, adjudant van commandant Rudolf Höss.


Het Fritz Bauer Institut wijdt zich sinds 1995 aan de studie wen de documentatie van de geschiedenis en de uitwerking van de holocaust.


Fritz Bauer was hoofdaanklager van de deelstaat Hessen die de doorslag gaf bij het tot stand komen van het Auschwitz-procent. Bij de processen werden vaak daders tot relatief lichte straffen veroordeeld. 


Op de site van de Oostenrijkse krant Der Standard staat een helder interview met de eerste officier van justitie die bij het Auschwitz-proces optrad, Heinz Düx.









Int. Auschwitzcomité vraagt Polen dringend geld voor educatief centrum

WARSCHAU, 4-10-2013 - Het bestuur van het het Internationaal Auschwitz Comité heeft de Poolse staat dringend om geld voor een educatief centrum in Auschwitz gevraagd.


Het voormalige kamp, nu een staatsmuseum, heeft verder problemen met de financiering van het achterstallige onderhoud.


Foto rechts: gebouw 21, .waar het Nederlandse paviljoen gevestigd is op de eerste etage. Het metselwerk ziet er schamel uit.

Foto Auschwitz.org.


Op de jongste vergadering van het bestuur in Warschau, op 2 oktober 2013,  nam het bestuur unaniem een resolutie daarover aan.


Daarin vraagt het bestuur de Poolse minister-president onmiddellijk om speciale langlopende overheidsobligaties voor het Internationaal Centrum voor Onderwijs over Auschwitz en de Holocaust in het gebouw van het Oude Theater in de naburige plaats Oswiecim. Dat project moet beginnen vóór de 70e verjaardag van de bevrijding van Auschwitz, op 27 januari 2015.

Problemen met dit educatief centrum van het Auschwitz Museum vormde het belangrijkste onderwerp van de bijeenkomst van het comité. De XXV bijeenkomst werd voorgezeten door prof. Władysław Bartoszewski, zelf een overlevende en een voormalig minister. Aanwezig was ook de Poolse vice-minister van Cultuur en Nationaal Erfgoed, prof. Małgorzata Omilanowska.

Bij de vergadering werd de maandag 1 oktober 2013 gestorven prof. Israel Gutman herdacht. Hij was lid van het bestuur, een overlevende van de Holocaust, deelnemer aan de getto-opstand van Warschau, historicus, en mededirecteur van het Yad Vashem Instituut.


Volgens de zegsman Bartosz Bartyzel van het museum zijn de tot dusver ingezamelde donaties voor de restauratie van het voormalige vernietigingskamp Auschwitz niet toereikend.

Uit Duitsland, Polen, de VS, Nederland en andere landen is inmiddels zo'n 75 miljoen euro binnengekomen.

Om het kamp in stand te houden is ongeveer 89 miljoen euro nodig. De rente van dat bedrag moet het onderhoud financieren, zodat herhaalde bedelrondes onnodig zullen zijn. Het ingezamelde bedrag volstaat om volgend jaar aan de restauratie te beginnen, zei Bartyzel.

"De bakstenen barakken van het vrouwenkamp in Birkenau komen het eerst aan de beurt, maar het werk gaat meerdere jaren duren."



De directeur van het museum, dr. Piotr Cywiński, vatte op de vergadering van het comité de uiterst moeilijke situatie van het educatief centrum samen. Hij wees erop dat het centrum is opgericht bij het besluit van de Poolse regering in 2005 tijdens de 60e verjaardag van de bevrijding van de nazi-Duitse vernietigingskamp Auschwitz, in aanwezigheid van 40 staatshoofden en regeringsleiders en ex-gedetineerden.


Sindsdien zijn er inspanningen geleverd om een permanente zetel voor de ICEAH in het historische gebouw van de zogenaamde Oude Theater, gelegen in de onmiddellijke nabijheid van Auschwitz I, te creëren

Pas in 2009 kreeg dit project de status van openbaar nut, waardoor hetw erk kon beginnen. De leden van het Internationaal Auschwitz Comite vroegen de Poolse regering het museum de nodige financiële steun te geve. Die kwam niet, en het beroep werd herhaald in 2011.

In 2012 werd een donor gevonden die bereid was tot financiering tot 3/4 van de kostprijs van de investering . Vervolgens vroeg het museum aan de regio om overdracht van het gebouw en het gebied rond de Oude Theater, maar dat lukte niet vanwege bureaucratische regels. Nadat dit was opgelost, trok de donor, vanwege de langdurige procedures, zich terug uit het project.

"De enige echte oplossing is de publieke steun voor dit project. Op dit moment, bestaat het Internationaal Centrum van Onderwijs over Auschwitz en de Holocaust niet echt als een instelling, in de vorm en grootte zoals wij die hadden gepland, "zei directeur Cywiński.

Cywiński wees ook op de zichtbare afname van het aantal bezoekers uit Polen. Dat hangt volgens hem samen met veranderingen van het geschiedenisonderwijs in de Poolse scholen. Hij noemde ook de uitgebreide restauratie van blokken 2 en 3 op het voormalige kamp van Auschwitz I, de lopende werkzaamheden in Auschwitz II-Birkenau, waar onderzoek naar de beste methode van onderhoud van de bakstenen barakken loopt.

Tijdens de vergadering van het comité werd ook gesproken over de situatie van de voormalige Duitse nazi-kampen in Kulmhof (Chełmno nad Nerem), Treblinka en Sobibór. Dat laatste kamp, waar 35.000 Nederlandse Joden werden omgebracht op een totaal van ongeveer 250.000 doden, krijgt met Nederlandse steun een herinneringscentrum.





Kampoverlevende uit Warschau ontvangt eerste boek over kamp



WESTERBORK, 2-10-2013 - De Nederlandse kampoverlevende Shaul Sadan ontvangt het eerste exemplaar van het boek "In het puin van het getto".


Foto rechts: Warschau 1944, de gevangenis die op het terrein van het kamp stond. De personen zijn opstandelingen. Foto Wikipedia.

Sadan, nu Israëli,  werkte in het nazi-werk- en vernietigingskamp middenin Warschau, dat in het boek beschreven wordt en tot vorig jaar in Nederland vrijwel onbekend was. NOS-verslaggeefster Pauline Broekema herontdekte het kamp en hoeveel Nederlanders er zaten. Ze schreef samen met Helma Coolman dit boek.

Het kamp werd in de vroege zomer van 1943 op de ruïnes van het verwoeste getto van Warschau opgericht. Er zaten ook enkele honderden Nederlanders.

Op 10 oktober 2013 is de presentatie van het eerste exemplaar aan Sadan in herinneringscentrum Kamp Westerbork. Er is ook een tentoonstelling vanaf 11 oktober 2013 tot en met 5 januari 2014 over dit kamp te zien. Het boek "In het puin van het getto" is vanaf oktober verkrijgbaar in de boekenwinkels en bij het herinneringscentrum.

De Engelse Wikipedia bevat sinds 2004 een vrij uitvoerig artikel over het kamp; de Nederlandse sinds 2006. Geschat wordt daar dat het kamp maximaaal 400.000 inwoners had, waarvan er maximaal 200.000 zijn omgekomen.


Het bestond ongeveer vanaf 1943 tot de grote opstand op 1 augustus 1944 in Warschau, waarbij de opstandelingen de laatste overlevenden bevrijdden op 21 augustus 1944 360 mannen en vrouwen uit het nevenkamp Gęsiówka uitspr.: gensioefka). Daarbij gebruikten zij een buitgemaakt Duitse tank. De nazi's executeerden daarop vrijwel alle  overgebleven gevangenen. De resterende gebouwen werden na de oorlog door de Sowjets en de communistische Poolse veilgheidsdienst als gevangenis gebruikt.

In dat kamp moesten duizenden Joden uit Auschwitz dwangarbeid verrichten. Onder hen waren ook ook enkele honderden Nederlanders. 


Shaul Sadan is vermoedelijk de enige levende Nederlandse overlevende en hij komt speciaal voor de presentatie over uit Israël, waar hij woont.


De auteurs hebben hem en andere betrokkenen gesproken. Sommigen van hen vernamen voor het eerst van dit kamp. Onder hen de schrijfster Marga Minco, rabbijn Edward van Voolen, tevens conservator van het Joods Historisch Museum, en oud prof-voetballer Sjaak Polak jr. wiens grootvader Sjaak Polak als jongeman kamp Warschau overleefde.

Prof. dr. J. Houwink ten Cate, hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het NIOD, heeft een hoofdstuk aan het boek toegevoegd, dat het ontstaan en de historische context weergeeft.


De expositie over Kamp Warschau toont beelden van het dagelijks leven in het getto van Warschau, vanwaar tussen 1940 tot 1943 enkele honderdduizenden joden gedeporteerd werden naar werk- of vernietigingskampen elders in Oost-Europa.



Foto links: de roze lijn geeft het kamp aan, de rode lijnen de verblijven. De grote weg van noord naar zuid is de na de oorlog asangelegde 4 baansweg genoemd naar de Poolse paus, in het Pools Jana Pawla II. De grijzige gebouwen rondom het kamp zijn d verwoeste gebouwen van het voormalige getto. De luchtfoto is afkomstig van de RAF. Foto Wikipedia.


Dat leidde op 19 april 1943 tot de grote opstand, waarbij gewapende Joden de aanval openden op de Duitse bezettingsmacht. Zij waren echter niet opgewassen tegen de overmacht van de nazi’s en op 16 mei was het verzet gebroken. Het getto lag in puin en de overgebleven Joodse inwoners werden overgebracht naar het vernietigingskamp Treblinka. Speciaal voor deze expositie wordt het treinbord Westerbork-Auschwitz-Auschwitz-Westerbork uit het depot gehaald en tentoongesteld.

Het getto van Warschau ontstond in 1940, toen de Duitse bezetter alle Joodse inwoners van de Poolse hoofdstad samendreef in een gebied van enkele vierkante kilometers, waar sinds eeuwen de Joodse wijk was gevestigd, zo meldt herinneringscentrum kamp Westerbork. Niet veel later werd die wijk ommuurd. Kort daarna begonnen de deportaties naar werk- of vernietigingskampen elders in Oost-Europa.

Op 19 april 1943 brak er een grote opstand uit, waarbij gewapende Joden de bezetters aanvielen. Al gauw kwam het initiatief aan nazizijde en bleken de Joden niet opgewassen tegen de overmacht en op 16 mei  was het verzet gebroken. Het getto lag in puin en de overgebleven Joodse inwoners werden overgebracht naar het vernietigingskamp Treblinka.


Om elke herinnering aan deze episode uit te wissen, besloot de leiding in Berlijn dat het puin van het vernietigde getto moest worden opgeruimd. Daartoe werden medio 1943 enkele duizenden Joden uit Auschwitz naar Warschau gedeporteerd. De leefomstandigheden waren er buitengewoon slecht. De gevangenen moesten het puin van het verwoeste getto ruimen, vaak zonder enig gereedschap, omdat de Duitse bezetter het gebied in het hart van Warschau wilde ombouwen tot een Volkspark.

In het maandlandschap dat het voormalige getto was geworden troffen de dwangarbeiders tijdens hun werkzaamheden soms onderduikers, die de opstand in kelders en bunkers hadden overleefd. Ze werden door de bewakers ter plekke doodgeschoten. Een tyfusepidemie in combinatie dunde de kampbevolking dramatisch uit. Ook een onbekend aantal Nederlandse Joden stierf in deze periode. Gegevens over de gevangenen in het werkkamp ontbreken omdat bij de nadering van de Russische bevrijders de volledige administratie werd vernietigd.

In augustus 1944 werden de gevangen op een dodenmars richting Duitsland gevoerd. Bij de Poolse grens ging de reis verder in goederenwagens naar  Zuid-Duitsland. In bijkampen van Dachau haalde maar een zeer gering aantal Nederlandse gevangenen de bevrijding. Slechts enkele tientallen Nederlanders hebben dit kamp overleefd.






Int. Auschwitz-comité bezorgd over toestand kampgebouwenAuschwitz

BERLIJN, 1-10-2013 - Het Internationale Auschwitzcomité (IAC) maakt zich bezorgd over de matige toestand van gebouwen in het voormalige concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. 'We willen dringend in gesprek met de nieuwe Duitse Bondsregering over de gedenkplaats voor de slachtoffers van de Duitse naziterreur', zei comitévoorzitter Roman Kent maandag aansluitend op een bijeenkomst van overlevenden van het kamp.

Het Nederlands paviljoen, gevestigd in het stenen gebouw nr 21, is ook in een matige staat, zo stelt Jacques Grishaver, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité. Hij was vorige week in Auschwitz en heeft daarna over de toestand van de gebouwen gesproken met de Nederlandse ambassadeur in Warschau. Behalve de stenen gebouwen zijn er ook nog enkele houten barakken.

Een aantal gebouwen in het kamp op Pools grondgebied zijn bouwvallig, waarschuwt de vereniging van overlevenden. Sommige zijn niet meer toegankelijk voor het publiek of dreigen zelfs helemaal in te storten. 'De overlevenden van het concentratiekamp vragen vooral de Duitse regering meer financiële hulp te geven, zodat het monument kan worden gered.'

Het IAC is de organisatie van overlevenden, en zetelt te Berlijn. Het kamp zelf is nu een Pools staatsmuseum. Dit heeft de afgelopen jaren met succes van diverse landen grote bedragen ontvangen voor het onderhoud.


Foto rechts: houten barakken in Auschwitz. Foto Wikipedia. Achter de barakken staan alleen nog de schoostenen van intussen verdwenen barakken overeind.


Op 10 augustus van dit jaar zegde Rusland $ 1 miljoen toe. Het streefbedrag van het museum is een kapitaal $ 120 miljoen, waarvan nu $ 100 miljoen toegezegd is.


Het museum hoopt zijn onkosten uit de rente van dit kapitaal te bestrijden, om verdere herhaalde fondsenwerving te vermijden. Ook Nederland heeft daaraan bijgedragen: in november 2010 heeft ons land € 400.000 beschikbaar gesteld.

Auschwitz-Birkenau was het grootste concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zeker 1,3 miljoen mensen vonden er de dood, onder wie 1 miljoen Joden en 60.000 Nederlanders (meest van Joodse afkomst).

Vandaag overleed de vicevoorzitter van het Auschwitzmuseum, prof Israel Gutman. Hij werd geboren in 1923 in Warschau en was tijdens de oorlog een lid van het Joods verzet in de stad, het zg. ZOB. Hij overleefde de kampen Majdanek, Auschwitz en Mauthausen. Na de oorlog trok hij naar Israël en was getuige in het proces tegen Adolf Eichmann. werd hoogleraar geschiedenis en directeur van Yad Vashem. Hij schreef 11 boeken, vooral over de shoah.




Duitse justitie klaagt Auschwitz-kok

Lipschis aan


STUTTGART, 27-09-2013 - Het Openbaar Ministerie in Stuttgart heeft gisteren de 93-jarige oud-nazi Hans Lipschis aangeklaagd wegens betrokkenheid bij meervoudige massamoord in het vernietigingskamp Auschwitz. Zo heeft het OM bekendgemaakt.


Foto rechts: Lipschis als 93-jarige.

Lipschis, volgens zijn legerfiche van beroep kok,  was lid van de SS in het kamp toen er meer dan 10.000 Joden werden vergast, onder wie bijna 4.429 Nederlanders. Hij had vermoedelijk de rang van 'Oberscharführer' oftewel korporaal.


Hoewel er volgens het OM geen bewijs is dat hij direct betrokken was bij de moorden, is zijn aanwezigheid in het kamp tegenwoordig voldoende om hem te vervolgen wegens medeplichtigheid.


Lipschis is geboren als Antanas Lipsys of Hans Lipsky in Litouwen. Zijn gezondheid is volgens het OM voldoende voor een proces. Hij leefde in het stadje Aalen bij Stuttgart.

Lipschis ontkent elke betrokkenheid. Hij stelt alleen  in het kamp te hebben gewerkt als kok . Opvallend is dat zijn naam ook in de pers vrijuit genoemd wordt, wat bij eerdere gevallen in de afgelopen twee jaar niet gebeurd - met uitzondering van kampbewaker Iwan (John) Demjanjuk. Opvallend is ook dat Lipschis in voorlopige hechtenis zit, al sinds mei.

Lipschis leefde na de oorlog eerste in Noord-Duuitsland en vanaf 1956 jarenlang in de VS, bij Chicago, waar veel Oost-Europeanen leven. Hij werd in 1982 al het land uitgezet toen bleek dat hij zijn SS-verleden had verzwegen. De Duitse kustitite deed vervolgens tot nu toe niets.

Jarenlang werden in Duitsland alleen nazi's vervolgd die bewijsbaar daadwerkelijk deel hadden genomen aan de genocide.


Foto links: de soldatenkaart van Lipschis. Zijn bevordering lijkt uitgegumd te zijn.


De laatste jaren worden echter ook mensen vervolgd uitsluitend in de kampen als bewasker werkten, en daardoor medeplichtig worden geacht aan de moorden. De eerste die om die reden werd veroordeeld was John Demjanjuk, die bewaker was in Sobibor.

Lipschis stond bij het Simon Wiesemnthal CVenter in de toptien van meestegzochte oorlogsmisdadigers. Momenteel loopt in de VS nog een onderzoek naar de Oekraïner Karkoc, een voormalig officier uit een Oekraïens -Duitse militaire eenheid.








Presentatie WesterborkLuisterpad

a.s. zondag
   


WESTERBORK, 26-09-2013 - Op zondag 29 september vindt de ifficiële presentatie plaats van het WesterborkLuisterpad in voormalig kamp Westerbork., zo meldt het herinneringscentrum. Op 1 oktober is er een speciale bijeenkomst over het weeshuis in Westerbork.

Het WesterborkLuisterpad is een serie verhalen van ooggetuigen in audio. Zij vertellen van de Jodenvervolging uit hun herinneringen. De serie vormt een onderdeel van het Westerborkpad. Dat is een langeafstandswandeling langs de deportatieroute die duizenden Joden in de Tweede Wereldoorlog per trein van Amsterdam moesten afleggen naar kamp Westerbork.  


Foto links: het station in Westerbork. De diesellocomotief op de afbeelding is een zg. 'Sik', door spoorwegmensen aangeduid als een 'locomotor', en dit type is nog steeds in gebruik.het werd niet gebruikt voor de reguliere transporten.


De presentatie gebeurt samen  Hummel&deBoer mediaproducties, wandelsportorganisatie KNBLO-NL en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. De start is om 10:30 bij station Beilen.

Vanaf 29 september zijn alle 60 audiofragmenten van het WesterborkLuisterpad beschikbaar via de nieuwe WBLP-app en online te beluisteren via www.wblp.nl.

Het WesterborkLuisterpad wordt in de maanden oktober en november 2013 in serieverband door de NTR uitgezonden (Dichtbij Nederland, dagelijks 21.00 – 24.00 uur op Radio 5).

Weeshuis
Op dinsdag 1 oktober a.s. is er om 14.00 uur in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork een bijzondere bijeenkomst over en met kinderen die in het weeshuis van kamp Westerbork hebben gezeten.

Speciaal hiervoor komen uit Israël de kinderen Birnbaum. Onlosmakelijk verbonden met het weeshuis in kamp Westerbork zijn de namen van Otto en Hennie Birnbaum, zo meldt het herinneringscentrum. Ondanks dat ze zelf 6 kinderen hadden, ontfermden zij zich over de wezen in kamp Westerbork. Bij dit werk kregen zij steun van hun eigen kinderen, in het bijzonder oudste dochter Sonnie. Sonnie zal met zus Gina en broers Jacob, Zwi en Samuel aanwezig zijn en aan het programma bijdragen. Ook meerdere wezen van toen zullen over hun tijd in kamp Westerbork vertellen. Speciale aandacht is er daarbij voor kinderliedjes die destijds gezongen werden.

De maand oktober staat in Drenthe in het teken van Oktobermaand Kindermaand. Het herinneringscentrum organiseert verschillende activiteiten voor kinderen in de leeftijd van 8-12 jaar. Alle oktober-activiteiten zijn gratis voor kinderen van 4 t/m 12 jaar. Volwassen betalen de reguliere toegangsprijs, waarbij een bezoek aan het museum inbegrepen is.

Werkkampen
Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork organiseert op zaterdag 5 oktober a.s. een bustocht langs sporen van Joodse werkkampen in Overijssel. De locaties van voormalige kampen bij Staphorst, Nijverdal, Kloosterhaar en Hardenberg worden bezocht, en ter plekke worden inleidingen en/of voordrachten gegeven, aan de hand van herinneringen van ooggetuigen en brieven en documenten uit de kampen.








Staatssecretaris Van Rijn

gaat naar Sobibor voor

70ste herdenking

DEN HAAG, 25-092013 - Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) zal op 14 oktober deelnemen aan de herdenking van de opstand in nazi-vernietigingskamp Sobibor in bezet Polen.


Het is  70 jaar geleden dat na een opstand honderden gevangenen er in slaagden het kamp te ontvluchten. Onder hen o.m. de Nederlandse Selma Wijnberg. het kamp is vooral bekend geworden door publicaties van overlevende Jules Schelvis.


Op 14 oktober 1943 kwamen enkele gevangenen – die dwangarbeid verrichtten in het vernietigingskamp – in opstand. Zij doodden enkele kampbewakers en bemachtigden enkele wapens,  waarop honderden gevangenen het kamp ontvluchtten. De nazi’s besloten daarop het kamp te ontmantelen en wisten de sporen van hun daden uit. Slechts 42 van de ontsnapten - waaronder twee Nederlandse vrouwen - overleefden de oorlog.


Van Rijn is verder aanwezig bij de onthulling van de herinrichting van het kampterrein in Sobibor, waar eigenlijk alleen een spoorlijnhalte en een bospad aan het kamp herinneren.


Daar wordt met financiële steun van de Nederlandse overheid een permanent herinneringscentrum gebouwd. ‘Sobibor is een gruwelijk en onlosmakelijk onderdeel van de Nederlandse geschiedenis’, aldus Van Rijn. ‘Dit centrum is een blijvend eerbetoon aan een ieder die hier vermoord is’.


Op diezelfde dag zal de van Rijn een bezoek brengen aan voormalig concentratiekamp Majdanek. Van Rijn is namens de Nederlandse regering verantwoordelijk voor oorlogsgetroffenen en de herinnering aan WO2..


De nazi's bouwden Sobibor (evenals de kampen Bełżec and Treblinka) uitsluitend als vernietigingskamp van Joden. In Polen is het kamp nauwelijsk bekend, omdat er geen Polen werden omgebracht.


Naar schatting 35.000 uit Nederland afkomstige Joden zijn in de gaskamers van Sobibor vermoord. ‘De nazi’s hebben geprobeerd hun gruweldaden in Sobibor aan onze herinnering te onttrekken. Zij zijn daar niet in geslaagd en het is tot in de lengte der dagen onze taak om te zorgen dat dit zo blijft’, aldus Van Rijn.


Staatssecretaris Bussemaker bezocht in 2009 al Sobibor en Auschwitz. Deze staatssecretaris nam in november 2009 in Amsterdam het oorlogsdagboek van de Joodse Klaartje de Zwarte-Walvisch in ontvangst genomen, die ook in Sobibor is omgebracht.  In 2011 ontving staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten Poolse leerlingen en hun leraar uit Wlodawa, Polen (bij Sobibór).








Spaans wetsvoorstel:

Vaste plek voor holocaust in Spaanse onderwijs

MADRID, 13-09-2013 - De conservatieve Spaanse  Volkspartij heeft onlangs voorgesteld om de shoah als verplicht onderwerp voor Spaanse scholieren te kiezen. De partij heeft daarvoor een wetswijziging ingediend. De Spaans minister van onderwijs staat er volgens commentaar in de pers positief tegenover.


Foto links: de conservatieve minister van onderwijs, José Ignacio Wert Ortega. Foto Wikipedia.


Indien aangenomen, zou de voorgestelde wijziging de genocide op de Joden door nazi-Duitsland opnemen in het curriculum "in verschillende stadia van het basisonderwijs," aldus het Spaanse persbureau Europa Press donderdag. Minister van onderwijs José Ignacio Wert Ortega, eveneens van de Partido Popular, steunt de wet. Hij heeft de Federatie van Joodse Gemeenschappen in Spanje (FCJE) uitgenodigd deel te nemen in een commissie die het voorstel verder bekijkt.

In Nederland vormt de shoah al een vast onderdeel van het onderwijsprogramma, en is opgenomen in de zg. 'canon van de geschiedenis'. Guy Muller van het Centrum Informatie en Documentatie Israël is postiief over het Spaanse voorstel, al kan hij de Spaanse situatie niet goed inschatten. Hij is voorstander van het invoeren van het onderwerp holocaust in het onderwijs van de gehele EU.


Jaarlijks organiseert het CIDI een educatief seminar over het holocaustonderwijs in Israël. De inschrijving daarvoor is juist weer geopend en het seminar in december-januari biedt jaarlijks plaats aan 25 Nederlandse docenten.

In commentaren op het voorstel wordt erop gewezen dat neonazisme groeit en dat Spanje met Hongarije als met antisemitisch land in Europa geldt.

De voorgestelde wijziging van de wet tot verbetering van de onderwijskwaliteit vormt een onderdeel van een bredere inspanning. Deze heeft tot doel om meer materialen te introduceren over de preventie en de vreedzame oplossing van conflicten en waarden die ten grondslag liggen democratie en mensenrechten.

De voorzitter van de Federatie van Joodse Gemeenschappen van Spanje, Isaac Querub, noemde het voorstel "zeker een stap vooruit", maar voegde eraan toe dat de federatie graag had gezien een "meer omvattende wijziging, met uitleg van de algemene geschiedenis van het Joodse volk." "Tenzij de Holocaust in context wordt geplaatst, zal het een vertekend beeld van de geschiedenis van het Joodse volk geven," zei hij.


Gesponsorde mededeling, buiten verantwoordelijkheid van de redactie.

Holocaust-seminar voor docenten
geschiedenis in Yad-Vashemmuseum in Jersualem




Foto boven: Hat Yad-Vashemcomplex in Jersulame, dat opgericht werd om de namen van alle omgebrachte Joden uit de olrog te boekstaven. Ook staan hier de namen van vele duizenden mensen - onder hen ruim 5.000 niet-Joodse Nederlandfers - die Joden hebben gered. Naast een museum en herdenkingsoord, heeft Yad vashem ook een grote onderzoeksafdeling.

Binnenkort is het weer mogelijk deel te nemen aan het Engelstalige seminar ‘Lesgeven over WOII en de Holocaust’.

Deelnemers volgen dit seminar aan de International School van Yad Vashem, het Holocaustmuseum in Jeruzalem. Deze studiereis wordt georganiseerd door het CIDI voor docenten middelbaar onderwijs en anderen die lesgeven over dit onderwerp. Gegadigden kunnen zich nu opgeven voor de winterreis, van 27 december 2013 tot 5 januari 2014.

Het doel van dit seminar is uitwisseling van ideeën en ervaringen, verdieping van historische kennis en het vertrouwd raken met nieuwe leermiddelen en methodes om verleden en heden op een aansprekende manier voor leerlingen aan elkaar te verbinden.

Uitgangspunt hiervoor is de Nederlandse context, met een sterke nadruk op het belang van racismebestrijding en een besef van de waarde van mensenrechten en met aandacht voor de rollen slachtoffer, dader en omstander.

Dit seminar is een vervolg op vergelijkbare studiereizen eind 2007, begin 2008, februari en juli 2010, eind 2011 en eind 2012. Deelnemers van de eerste seminars richtten na terugkeer het Platform Educatie WOII en Sjoa (http://www.platformeducatiewo2.nl) op, met het doel de in Yad Vashem opgedane kennis uit te bouwen en door te geven. In bijeenkomsten en middels de website werken zij samen aan projecten, zij houden contact en wisselen ervaringen, lesmateriaal en best practices uit.

Het seminar wordt georganiseerd door medewerkers van CIDI en de International School of Holocaust Studies van Yad Vashem en gaat uit van een actieve inbreng van de deelnemers. De reis wordt voorbereid tijdens een seminar in Vught, dat is gepland voor zondag 24 november, en afgerond met een terugkomseminar. Aan dit seminar kunnen circa 25 docenten deelnemen.

Het streven is een gemengde groep samen te stellen van docenten met meer en minder ervaring, werkzaam op verschillende schooltypes en educatieve instellingen, en met verschillende achtergronden. De voorkeur gaat uit naar docenten die lesgeven over de Tweede Wereldoorlog. Het is de bedoeling dat van dit seminar een ‘olievlekwerking’ uitgaat, die aanhaakt op de ontwikkeling van het Platform.

De studiereis wordt financieel mogelijk gemaakt door Stichting Maror. Deelnemers hoeven daardoor slechts een klein deel van de kosten te betalen: € 500,-. Van deelnemers wordt verwacht dat zij zich langere tijd met het thema willen bezighouden en deel willen uitmaken van het Platform Educatie WOII en Sjoa.
Aanmelden? Klik hier voor het aanmeldingsformulier.
Klik hier voor het voorlopige programma.


De voorbereidingsbijeenkomst vindt plaats op zondag 24 november.


Het seminar vindt plaats van 27 december 2013 – 5 januari 2014.
U kunt zich tot uiterlijk 28 oktober aanmelden door het insturen van het aanmeldingsformulier en een motivatiebrief.


Voor overige vragen kunt een email sturen naar: g.muller@cidi.nl


Deze mededeling is opgesteld door het CIDI.






Prins Charles herdenkt geredde Joodse kinderen


LONDEN, 24-06-2013 - In Londen vond vandaag een feestelijke lunch plaats met prins Charles  ter herdenking van de redding van Joodse kinderen uit Duitsland, Oostenrijk en andere landen. Engeland speelde daarbij vlak voor de oorlog een leidende rol als gastheer voor 10.000 kinderen.

Er vinden ook enkele andere feestelijke bijeenkomsten plaats in aanwezigheid van de geredde kinderen en hun nakomelingen. In november 1938, 75 jaar terug  nam het Britse Parlement de beslissing om Joods vluchtelingenkinderen uit die landen toe te laten. Dat gebeurde na de naziaanval op Joden tijdens de Kristallnacht, 9 op `10 november 1938.


Groot-Brittannië besloot dat 10.000 Joodse kinderen welkom waren. Dat aantal werd gehaald, mede dankzij de inspanningen van de Nederlandse 'tante' Truus Wijsmuller-Meijer die vanuit Duitsland en Oostenrijk wekelijks grote transporten regelde. De meeste transporten liepen via Hoek van Holland, sommige via Oostende. Ook het allerlaatste transport, op1 4 mei 1940, toen de strijd in Nederland vrijwel beslist was, wist zij nog enkele bussen te regelen en ging daarmee naar IJmuiden. Op het laatste schip dat de haven verliet, het SS Bodegraven, konden 74 kinderen mee. Zijzelf bleef in Nederland.
De lunch vindt plaats met de prins als gastheer in St James's Palace. Aansluitend vindt een receptie plaats met o.m.  als gastsprekers de actrice Maureen Lipman, die in The Pianist speelde, en de voormalige minister van Buitenlandse Zaken de David Miliband MP, (foto links) broer van de oppositieleider Ed Miliband.


Hun vader vluchtte als Jood voor de naziterreur. Als onderdeel van de herdenking spelen Joodse leerlingen een re-enactment van het debat in het Lagerhuis dat tot de oprichting van de Kindertransport leidde.

Rabbijn Jonathan Wittenberg, wiens grootvader dr. Georg Salzberger was de rabbi van de synagoge Westend in Frankfurt am Main, waarvan het interieur werd vernield op de Kristallnacht, zal een dienst van herinnering leiden en er zal de mogelijkheid om de nieuwe tentoonstelling te bekijken over de Kindertransporte.

De Britse Association of Jewish Refugees is betrokken bij de organisatie. Er is vandaag ook een speciale receptie voor geredden en hun nazaten in de Wiener Library.. De focus van dit evenement zal zijn hoe hun ouders en grootouders hier kwamen, waar ze vandaan kwamen en de verschillende manieren waarop zij reisden en kwamen. De websites www.secondgeneration.org.uk en www.kindertransport.org geven speciale informatie.

Een symposium over de Kindertransport, door het Leo Baeck Institute London (LBI) in samenwerking georganiseerd met de Duitse Historical Institute London (GHIL), het Researchcentrum voor Duitse en Oostenrijkse ballingschap Studies en met Aberystwyth University (School van de Europese talen), zal op dinsdag 25 juni wordt gehouden.

Op woensdag 20 november organiseert de AJR, de Britse vereniging van Joods vluchtelingen, een speciale maaltijd in het Parlement om het debat te herdenken dat daar werd gehouden op 21 november 1938, die de  Kindertransporten mogelijk maakten.


Foto links: Joodse kinderen die op een trein stappen ergens in Duitsland.


Als afsluiting van het jaar, zal World Jewish Relief, in combinatie met de AJR,  een herdenking houden bij Liverpool Street Station op zondag 1 december, ter herinnering aan  de dag van het eerste transport van kinderen 75 jaar terug .

De voorzitter van AJR-Kindertransport, Sir Erich Reich zei: "Het is een grote eer om te worden uitgenodigd door Zijne Koninklijke Hoogheid en een prachtige erkenning van de hoge waardering die hij heeft voor de Kinder.


De receptie in het St James's Palace zal deel uitmaken van historisch periode van drie dagen van evenementen voor de Kinder en onze families uit de hele wereld.(...) Ik kijk uit naar ontmoeting Kinder en hun families op al deze zeer speciale gelegenheden ter herdenking een van de grootste reddingsacties van de 20e eeuw, dankzij de Britse overheid die  bijdroeg aan het creëren van de erfenis van de Kindertransport. "





Ex-nazi Csatary (98) aangeklaagd

BOEDAPEST, 18-06-2013 - In Hongarije is een ter dood veroordeelde nazi van 98 opnieuw aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden. De man, Laszlo Csizsik-Csatary, is er officieel van beschuldigd dat hij als politieofficier in de Tweede Wereldoorlog betrokken was bij de deportatie van meer dan 15.700 Joden die daarna in Auschwitz werden vermoord.

Csatary stond sinds juli 2012 onder huisarrest, en had zijn paspoort moeten inleveren. In maart van dit jaar heeft een Slowaaks rechtbank de doodstraf die hem in dat land boven het hoofd hangt, gewijzigd in levenslang. Daardoor is een uitlevering aan Slowakije mogelijk.

Het Simon Wiesenthal Centrum (SWC) zette Csatary vorig jaar op plaats één op de lijst van meest gezochte oorlogsmisdadigers. - zijn onmiddellijke voorganger op die plaats was de inmiddels gestorven Nederlandse SS-er Klaas-Carel Faber. In september 2011 gaf het SWC deze gegevens aan de Hongaarse justitie door, maar deze reageerde niet.

In juli 2012 werd hij opgepakt in Boedapest, nadat verslaggevers van de Britse schandaalkrant The Sun hem op aanwijzingen van het SWC hadden opgespoord. Csatary leefde probleemloos in de Hongaanrse hoofdstad, en de plaatselijke justitie bleek niet zonder meer op louter aandringen van het SWC bereid om actie te ondernemen.

Csatary was in de oorlog politiechef in Kosice, een stad in het huidige Slowakije die werd bezet door Hongarije, toen een zeer actieve bondgenoot van nazi-Duitsland. Csatary werd in 1948 in het toen nog bestaande Tsjechoslowakije wegens deze zaak bij verstek ter dood veroordeeld.

Csatary vluchtte na de oorlog naar Canada en werd Canadees staatsburger. In 1997 ontnam Canada hem zijn staatsburgerschap omdat uitgekomen was dat hij bij zijn aanvraag had gelogen. Hij verliet daarna het land en verdween spoorloos. De hoofdaanklager in Boedapest zegt dat de rechtszaak tegen Csatary binnen drie maanden zal beginnen.

Op 6 mei 2013 werd Hans Lipschis in Duitsland, nummer 4 op delijst van meest gezochte nazi's van het SWC, gearresteerd. Formeel wordt de lijst van meest gezochten aangevoerd door Alois Brunner en dr Aribert Heim. Van beiden is echter al jaren geen levensteken meer vernomen.





Tunnel in kamp Sobibor gevonden



AMSTERDAM, 10-06-2013 Op het terrein van voormalig vernietigingskamp Sobibor is een ondergrondse tunnel gevonden. Ook is een identiteitsplaatje van een Nederlandse jongen gevonden en beenderen van zes intacte skeletten in een graf. Dat meldt de stichting Sobibor.


De ondergrondse tunnel begon bij een van de barakken in het kamp en liep in de richting van de kampomheining. Mogelijk werd de tunnel gegraven door gevangenen van het Sonderkommando. Deze gevangenen moesten in Sobibor onder meer de lichamen van vermoorde Joden verbranden.


Wojciech Mazurek, de plaatselijke Poolse archeoloog, denkt dat de tunnel niet door gevangenen is gebruikt om te ontsnappen. De nazi-Duitsers zouden de tunnel voortijdig hebben ontdekt en hebben dichtgegooid waarna de leden van het Sonderkommando zouden zijn gedood.


Identiteitsplaatje
Het gevonden identiteitsplaatje is van David (roepnaam: Deddie) Zak. David Zak werd in Amsterdam geboren en als achtjarige in juni 1943 met een kindertransport uit kamp Vught weggevoerd en via Westerbork op transport gesteld naar Sobibor. 


Foto rechts: een model van het kamp.


David Zak was een van de bijna 1300 Joodse kinderen die met het beruchte Kindertransport van 6 en 7 juni in twee treinen naar Westerbork werden overgebracht en vandaar op transport gesteld naar Sobibor. David werd, samen met zijn ouders, op 11 juni 1943 in Sobibor vermoord.


Beenderen
Voorts zijn beenderen gevonden van zes intacte skeletten in een graf. Een skelet heeft een ingeslagen schedel, vijf een nekschot. Volgens Mazurek is het voor het eerst dat niet-verbrandde overblijfselen van menselijke resten zijn gevonden. Dit kunnen gevangenen zijn die gedwongen waren het kamp op te ruimen na de grote gevangenenopstand in oktober 1943 om zo al het bewijs te vernietigen. Het zouden ook Poolse verzetslieden kunnen zijn, die na de oorlog door de inlichtingendiensten van de Sovjet-Unie zijn gefusilleerd.


Opgravingen
Sinds in 2001 werd begonnen met de opgravingen in Sobibor zijn al veel (resten van) Joodse eigendommen gevonden. Sinds 2007 zijn de Israëlisch archeoloog Yoram Haimi en zijn Poolse collega Wojciech Mazurek actief. Haimi was ook de vinder van het vorig jaar gevonden identiteitsplaatje van het zesjarige Amsterdamse meisje Lea de la Penha, dat hij destijds het meest aangrijpende artefact noemde.


Negentien treinen
Het is bijzonder dat zeventig jaar nadat negentien transporten uit Nederland vertrokken naar Sobibor nieuwe vondsten zijn gedaan. In 2013 is de Stichting Sobibor een grote campagne gestart om voormalig vernietigingskamp onder de aandacht te brengen van het Nederlandse publiek. Met een Herinneringsbox vol feiten en verhalen over Sobibor is een uniek tijdsdocument tot stand gebracht.





Meer Duits geld en lagere eisen voor

o.m. Nederlandse slachtoffers van shoah

JERUZALEM, 30-05-2013 - Duitsland verhoogt de betalingen aan zorgbehoevende slachtoffers van de Jodenvervolging. Tussen 2014 en 2017 zal de federale overheid daaraan ongeveer 770 miljoen euro besteden.


Dit zal volgens directeur Hans Vuijsje van het Joods Maatschappelijk Werk ook Nederlandse slachtoffers betreffen. Bovendien zijn o.m. de inkomenseisen verlaagd van een maxumuinkomen van $ 13.000 naar $ 25.000.

Foto rechts: de onderhandelaren van de JCC met de Duitse ambtenaren.

Het federale Duitse ministerie van Financiën heeft na overleg met deJewish Claims Conference (JCC)in Jeruzalem eergisteren   ingestemd met de betaling . Het geld zal voornamelijk worden gebruikt voor de thuiszorg van de meeste van deze zeer bejaarde slachtoffers. Momenteel is de Home Care Project van de JCC biedt ongeveer 56 000 Joodse overlevenden in 46 landen met voedsel en medische hulp.


De extra middelen in staat zal stellen in 2014 wereldwijde steun voor een verdere 90 000 overlevenden van de Shoah. Meer dan een derde van die betrokkenen woont in Israël.


De voorzitter van de Centrale Raad van Joden in Duitsland, Dieter Graumann, verwelkomde de stijging van de financiële bijstand als "een zeer concrete investering in de menselijkheid." Veel overlevenden van de Shoah leven onder de armoedegrens en zijn afhankelijk van financiële hulp, zei Graumann verder. "De lovenswaardige beslissing om de bedragen te verhogen getuigt dus van de grote verantwoordelijkheid van de federale overheid."

Ook de hoofdonderhandelaar van de JCC, Stuart Eizenstat, prees de federale overheid: "Wij zien Duitslands voortdurende toewijding aan haar historische betrokkenheid bij de nazislachtoffers te vervullen," zei hij. "Dit zorgt ervoor dat de overlevenden van de Holocaust hun laatste jaren kunnen doorbrengen in waardigheid." Dat de federale regering had besloten, ongeacht hun bezuinigingen benadrukte Eizenstat bijzonder .


In het najaar van 2014 zullen de JCC en de Duitse overheid onderhandelen over hulp voor slachtoffers die de Shoah als kinderen overleefden.



Fonds en Stichting Anne Frank strijden opnieuw

AMSTERDAM, 8-05-2013 - Het Anne Frank Fonds en de Anne Frank Stichting strijden opnieuw om de nalatenschap van Otto Frank, de vader van Anne - hij overleed in 1980. Dat meldt de Volkskrant.

Het Fonds in Bazel wil documenten en foto's terug van de Stichting in Amsterdam, om ze onder te brengen in een nieuw Familie Frank Centrum dat rond 2016 moet opengaan in Frankfurt.


De Stichting weigert vooralsnog de teruggave, omdat volgens haar niet van al het materiaal vaststaat wie de juridische eigenaar is.


Volgens Anne-Frankkenner David Barnouw van het NIOD horen archiefstukken in principe thuis op de plaats waar ze zijn ontstaan. Het Fonds wil nu een centrum in Frankfurt inrichten, waar de documenten mee verbonden zijn.


De twee partijen zijn het echter volkomen oneens over wat Otto Frank met zijn erfenisbeoogde. Grove woorden worden in het conflict niet geschuwd. 'In de jaren veertig werd de familie Frank onteigend door de Duitsers en hun handlangers. Nu probeert een Nederlandse stichting opnieuw onteigening door te voeren', zegt bestuurslid Yves Kugelmann van het Fonds. De Stichting wil niet ingaan op de vergelijking.

Anne Frank-kenner David Barnouw van het NIOD vindt het 'van de gekke' dat over de nalatenschap van Anne Frank zó wordt geknokt. 'Ik moet altijd lachen als mensen precies weten wat Anne Frank of haar vader Otto had bedoeld. Het is allemaal een kwestie van interpretatie', zegt hij. Tegelijkertijd kijkt hij niet op van het conflict dat het Fonds en de Stichting uitvechten.


4 meter archief
De inzet van de ruzie bestaat uit 4 strekkende meter brieven, documenten en foto's die het Fonds aan de Stichting in bruikleen had gegeven en nu terug wil voor het nieuwe centrum in Frankfurt. Een deel ervan komt van de zolder van Buddy Elias in Bazel, de neef van Anne Frank. Het Fonds heeft hierover in 2011 al de rechtbank in Amsterdam ingeschakeld, die vorig jaar in een tussenvonnis bepaalde dat het Fonds moet bewijzen dat het de eigenaar is.

Tot voor enkele jaren werkten de Stichting in Amsterdam (die het Achterhuis aan de Prinsengracht beheert, foto linksonder) en het Fonds in Bazel samen om alle Frank-archieven bijeen te brengen in Amsterdam. De Stichting zou in totaal zo'n 12  meter materiaal krijgen. Dan zou alles op één plek beter te beheren zijn en beschikbaar komen voor onderzoek en het publiek.

In 2010 vroeg het Fonds, tot verbazing van de Stichting, de stukken die al in Amsterdam waren , terug. 'Over de motieven tastten wij in het duister', zegt directeur Ronald Leopold. Vorig jaar las hij in  de pers dat het Fonds met het Joods Museum in Frankfurt het Familie Frank Centrum wil oprichten. In Frankfurt, en niet in Amsterdam, moet nu de nalatenschap van de Franks bij elkaar worden gebracht.

De Stichting heeft ook Anne Frank wereldwijd als merknaam gedeporteerd. Dat merkte het Fonds pas toen het al te laat was. het Fonds beperkte zich aanvankelijk volgens Davbid Barnouw tot het beheren van de opbrengsten uit het dagboek.



Voorlichting

Nu echter wil het fonds ook voorlichtend werk gaan doen. Ook bij het NIOD berusten stukken die door Otto Frank aan de Staat der Nederlanden zijn nagelaten, namelijk o.m. het origineel van het dagboek.

Volgens Yves Kugelmann van het Fonds had Frank tijfels over wat er bij het Achterhuis gebeurde. 'Het werd een commerciële fabriek en dat wilde Otto niet.'Kugelmann zegt in de Volkskrant zich te baseren op de 5 testamenten en duizenden documenten die Frank naliet.


Hieruit blijkt volgens Kugelmann dat Frank aan de Prinsengracht geen museum wilde, hooguit een ontmoetingsplaats voor jongeren. Kugelmann, die zegt dat het Fonds de wereldwijde erfgenaam is van Otto Frank, noemt het 'een schandaal' en 'moreel pervers' dat een instelling met de naam van Anne Frank geen respect heeft voor de laatste wens van haar vader.

Ronald Leopold van de Stichting omschrijft de erfenis van Otto Frank als complex. 'Otto's dierbaarste bezit, de geschriften van Anne Frank, zijn naar de Nederlandse staat gegaan. Otto heeft ook spullen aan ons nagelaten, zoals zijn agenda, zijn persoonlijke archief en correspondentie. En alles wat in zijn huis in Birsfelden stond, vlak bij Bazel, heeft hij nagelaten aan zijn tweede vrouw Fritzi.'


Bestuurslid
Leopold erkent dat Otto Frank 'misschien niet altijd even tevreden was over wat de Anne Frank Stichting deed'.  Frank was echter tot zijn dood nauw betrokken bij de Stichting, als lid van het bestuur en het curatorium. Leopold is teleurgesteld over het conflict. Niettemin zal de Stichting, na een uitspraak van de rechtbank, alles teruggeven, mits over het beëindigen van de bruikleen nette afspraken worden gemaakt.

Buddy Elias, de voorzitter van het Fonds, wil zich tegen de Volkskrant niet uitlaten over de kwestie. Wel zegt hij dat het logisch is om alles terug te brengen naar Frankfurt, waar de familie sinds de 16de eeuw haar wortels had. In de jaren '30  toen Hitler aan de macht kwam, waaierde de familie uit over Nederland, Zwitserland, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten. 'Maar wat in mijn huis staat, komt uit Frankfurt en daar moet het naar terug', zegt hij.

De twee partijen zijn het echter volkomen oneens over wat Otto Frank met zijn erfenis beoogde. Grove woorden worden in het conflict niet geschuwd. 'In de jaren veertig werd de familie Frank onteigend door de Duitsers en hun handlangers. Nu probeert een Nederlandse stichting opnieuw onteigening door te voeren', zegt bestuurslid Yves Kugelmann van het Fonds. De Stichting wil niet ingaan op de vergelijking.

Anne Frank-kenner David Barnouw van het NIOD vindt het 'van de gekke' dat over de nalatenschap van Anne Frank zó wordt geknokt. 'Ik moet altijd lachen als mensen precies weten wat Anne Frank of haar vader Otto had bedoeld. Het is allemaal een kwestie van interpretatie', zegt hij. Tegelijkertijd kijkt hij niet op van het conflict dat het Fonds en de Stichting uitvechten.

De inzet van de ruzie bestaat uit 4 strekkende meter brieven, documenten en foto's die het Fonds aan de Stichting in bruikleen had gegeven en nu terug wil voor het nieuwe centrum in Frankfurt. Een deel ervan komt van de zolder van Buddy Elias in Bazel, de neef van Anne Frank. Het Fonds heeft hierover in 2011 al de rechtbank in Amsterdam ingeschakeld, die vorig jaar in een tussenvonnis bepaalde dat het Fonds moet bewijzen dat het de eigenaar is.

Tot voor enkele jaren werkten de Stichting in Amsterdam (die het Achterhuis aan de Prinsengracht beheert) en het Fonds in Bazel samen om alle Frank-archieven bijeen te brengen in Amsterdam. De Stichting zou in totaal zo'n 12  meter materiaal krijgen. Dan zou alles op één plek beter te beheren zijn en beschikbaar komen voor onderzoek en het publiek.

In 2010 vroeg het Fonds, tot verbazing van de Stichting, de stukken die al in Amsterdam waren , terug. 'Over de motieven tastten wij in het duister', zegt directeur Ronald Leopold. Vorig jaar las hij in  de pers dat het Fonds met het Joods Museum in Frankfurt het Familie Frank Centrum wil oprichten. In Frankfurt, en niet in Amsterdam, moet nu de nalatenschap van de Franks bij elkaar worden gebracht.

De Stichting heeft ook Anne Frank wereldwijd als merknaam gedeporteerd. Dat merkte het Fonds pas toen het al te laat was. het Fonds beperkte zich aanvankelijk volgens Davbid Barnouw tot het beheren van de opbrengsten uit het gdaboek. Nu echter wil het fonds ook voorlichtend werk gaan doen. Ook bij het NIOD berusten stukken die door Otto Frank aan de Staat der Nederlanden zijn nagelaten, namelijk o.m. het origineel van het dagboek.


Kugelman

Volgens Yves Kugelmann van het Fonds had Frank tijfels over wat er bij het Achterhuis gebeurde. 'Het werd een commerciële fabriek en dat wilde Otto niet.'

Kugelmann zegt in de Volkskrant zich te baseren op de 5 testamenten en duizenden documenten die Frank naliet. Hieruit blijkt volgens Kugelmann dat Frank aan de Prinsengracht geen museum wilde, hooguit een ontmoetingsplaats voor jongeren. Kugelmann, die zegt dat het Fonds de wereldwijde erfgenaam is van Otto Frank, noemt het 'een schandaal' en 'moreel pervers' dat een instelling met de naam van Anne Frank geen respect heeft voor de laatste wens van haar vader.

Ronald Leopold van de Stichting omschrijft de erfenis van Otto Frank als complex. 'Otto's dierbaarste bezit, de geschriften van Anne Frank, zijn naar de Nederlandse staat gegaan. Otto heeft ook spullen aan ons nagelaten, zoals zijn agenda, zijn persoonlijke archief en correspondentie. En alles wat in zijn huis in Birsfelden stond, vlak bij Bazel, heeft hij nagelaten aan zijn tweede vrouw Fritzi.'

Buddy Elias, de voorzitter van het Fonds, wil zich tegen de Volkskrant niet uitlaten over de kwestie. Wel zegt hij dat het logisch is om alles terug te brengen naar Frankfurt, waar de familie sinds de 16de eeuw haar wortels had. In de jaren '30  toen Hitler aan de macht kwam, waaierde de familie uit over Nederland, Zwitserland, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten. 'Maar wat in mijn huis staat, komt uit Frankfurt en daar moet het naar terug', zegt hij.





In  Rotterdam na 70 jaar spullen van onderduikers gevonden in Breepleinkerk

ROTTERDAM, 24-04-2013 - In  Rotterdam zijn gisteren na 70 jaar nog spullen van onderduikers gevonden in Breepleinkerk. Daar huisden 6, en later zelfs 7 onderduikers.

De spullen lagen op de op de orgelzolder in de Breepleinkerk . Zij waren van 2 Joodse gezinnen die daar met 6, en na een geboorte 7 mensen zaten ondergedoken.


De spullen werden gevonden door Henk de Haan, een van de gemeenteleden die zich voor de geschiedenis van zijn kerk heeft geìnteresseerd. De spullen lagen in een ruimte waar sinds de oorlog geen mens meer geweest was.

De 2 Joodse gezinnen verscholen zich tijdens de oorlog 34 maanden in de kerk. Zij zaten in twee ruimtes aan weerszijden van het kerkorgel op de zolder van de kerk. De eerste onderduikers waren in juni 1942 - de deportaties waren in volle gang - de familie Kool, 4 mensen, die door de koster Jacobus de Mars werden opgevangen. Dan een jaar later het echtpaar De Zoete, hij was apotheker. Ook voor hen was er nog een verborgen ruimte.

In die ruimte, die na bijna 70 jaar heel stoffig was geworden, stonden nog levensmiddelen, zoals een doos matzes en een leeg blikje zalm. Ook lagen er kledingstukken, waarvan er een aantal bijna zijn vergaan, daaronder 2 stropdassen.

Enkele weken voor het einde van de oorlog liep het bijna mis. De Duitsers waren te weten gekomen dat koster De Mars in het verzet zat en deden een inval in de kerk. Onderduiker Chaim de Zoete, was gaan lezen in een ruimte onder zijn onderduikplek, hoorde het lawaai van de Duitsers  en kon juist op tijd terug naar boven gaan en de ladder optrekken.


Later bleek dat hij een lepel op het randje van het luik had laten liggen. Was die gevallen, waren de onderduikers  zeker ontdekt. Het gevaar groeide toen er op 6 januari 1944 een zevende jonge onderduiker werd geboren, Emanuel Alexander Jacobus Kool, roepnaam Emile. Hij bleef in de kosterswoning, want in de kerk kon niet omdat het teveel zou opvallen wanneer de baby zou huilen.

De koster werd zaterdag 14 april 1945 na een Duitse inval afgevoerd, maar hield zijn mond over de onderduikers en werd na maanden gevangenis in Scheveningen vrijgelaten. Hij kon echter zijn werk niet meer aan en stierf in 1951 na een lange ziekte.


De ondergedoken gezinnen in zijn kerk overleefden de oorlog. De koster en zijn vrouw Marrigje werden later onderscheiden door Yad Vashem voor het redden van Joden.

De man die de ruimte ontdekte, is ontroerd dat deze mensen nooit naar buiten konden en bijna in het donker leefden. Hij wil graag dat de ruimten toegankelijk worden voor schoolklassen als oorlogsmonument.

In november 2006 vond er in de kerk een bijzondere reünie plaats; een flink aantal afstammelingen van de onderduikers uit de Breepleinkerk waren, kort na het 75-jarig bestaan van deze kerk, hier aanwezig.

De geschiedenis van de onderduikers wordt uitvoeriger beschreven op de website Rotterdam/Joodsamsterdam.nl.






Opstand in Sobibor in theaterstuk




AMERSFOORT, 22-04-2013 - Dit jaar is het 70 jaar geleden dat vernietigingskamp Sobibor sloot nadat er een opmerkelijke opstand werd ontketend.


Dat veel Joden zich niet weerloos de dood in lieten jagen, is vorige week opnieuw benadrukt tijdens de herdenking van de Opstand van het getto van Warschaui, waarbij 13.000 Joodse strijders omkwamen.


Maar ook in de concentratiekampen werd soms heel dapper tegen het kwaad gestreden, in Auschwitz bijvoorbeeld en ook in het veel kleinere Sobibor, nog oostelijker in Polen gelegen en uitsluitend bedoeld ter vernietiging van Joden.

Dit jaar vraagt de Stichting Sobibor aandacht voor alle 19 transporten die 70 jaar geleden vanuit Westerbork naar Sobibor vertrokken. Het eerste transport vond plaats op 2 maart 1943 en kende geen overlevenden.


Op 4 maart startte dit ons Herinneringsjaar 2013 met een bijzonder programma in Amsterdam. Vorige week was er een herdenkingsreis naar Sobibor, georganiseerd door de Stichting Sobibor. Op 27 april 2013 is er opnieuw een uitvoering van het muziekstuk "Er reed een trein naar Sobibor". Dat zal zesmaal in april en mei op diverse plaatsen opgevoerd worden. Op 2 juni is er in Enschede de theatervoorstelling ‘Binnen de Poorten’ door Eric Borrias.


Maar het kamp en de geschiedenis van de heroïsche Joodse opstand, die maar 47 van de 650 opstandelingen overleefden, zijn nog steeds te weinig bekend. Daarom heeft een groep theaterliefhebbers en -makers uit Culemborg besloten aan deze geschiedenis van de hoop uit Sobibor een voorstelling te wijden. Opstand in Sobibor gaat 26 april in première in kamp Amersfoort.

Een tiental gevangen Joden kwam vol wilskracht en met groot gevaar voor eigen leven in gewapend verzet tegen de willekeur, gruwelijkheden en massamoord van het Hitler-regime. Stichting Culturele Projecten ‘De Blauwe Tulp’, Culemborg heeft op basis daarvan een toneelverbeelding gemaakt. De première is op 26 april 2013 in kamp Amersfoort.  In de maanden daarna wordt het stuk nog enkele malen vertoond, o.m. in de kampen Westerbork en Vught.

Nadat nazi-Duitsland in 1939 Polen had ingelijfd, wilde Hitler zo snel mogelijk een begin maken met de zogenoemde ‘Endlösung der Judenfrage’, de vernietiging van het Joodse ras. Om zijn doel te bereiken, liet hij zijn handlangers kampen bouwen waarin joden stelselmatig en op grote schaal werden vermoord.


De Duitsers kenden twee soorten kampen: de ' normale'  concentratiekampen, zoals Dachau, en de vernietigingskampen, waarvan er zes gebouwd zijn. Een van deze vernietigingskampen werd in de herfst van 1941 gebouwd in Sobibor, een gehucht in Oost-Polen nabij de Russische grens. Het werd op 22 juli 1942 in gebruik genomen.

In Sobibor waren halverwege 1943 al 250.000 joden vergast – waaronder 33.000 afkomstig uit Nederland. Een kleine, steeds wisselende groep Joden werd gedwongen allerlei praktische taken uit te voeren die tegen hun volksgenoten waren gericht - dit waren de zg. werkjoden. Toen vatte een kleine groep van deze werkjoden het plan op om het kamp te ontvluchten. Leider van de groep was de Pool Lajbl Felhendler, een rustige, intelligente leidsman, die onder de gevangenen groot aanzien genoot.

In de groep ontbrak het echter aan strategisch inzicht om een uitbraak tot een succesl te maken. Dat veranderde echter met de komst van een transport Russische krijgsgevangenen, onder wie luitenant Alexander Petsjerski.


Nadat zijn betrouwbaarheid was getest, werden hij en enkele van zijn kameraden bij de samenzwering betrokken. Toen op een dag voor hun ogen een groep medegevangenen werd afgeslacht, besloten de samenzweerders niet alleen een plan voor hun eigen ontsnapping te maken, maar voor alle 650 werkjoden die kamp Sobibor op dat moment telt en van wie meer dan de helft uit Nederland afkomstig is.


Aan iedereen moest de kans gegeven worden om aan deze moordkuil te ontkomen, hoe gering die kans ook is. In het diepste geheim werd een plan ontwikkeld om het zwaar bewaakte kamp te ontvluchten. Het werd 14 oktober 1943, de dag van de opstand


Opstand in Sobibor
is een productie van Stichting Culturele Projecten ‘De Blauwe Tulp’ en wordt geregisseerd door Jan Beeren en Ellen Boekelaar. Het script is geschreven door Ton Cales en de productieleiding is in handen van Monique de Roij van Zuijdewijn.

Speeldata en plekken:
  • 26 en 27 april 2013     in Nationaal Monument Kamp Amersfoort
  • 4 mei 2013     in het unieke Openluchttheater Werk aan ’t Spoel in Culemborg
  • 6 juni 2013     op het terrein van Nationaal Monument Kamp Vught
  • 8 juni 2013     op het terrein van Herinneringscentrum Kamp Westerbork


De prijs die de meeste Joodse opstandelingen moesten betalen, was onbarmhartig hoog. Maar ondanks het feit dat het merendeel van hen tijdens de uitbraak werd doodgeschoten of in de mijnenvelden rondom het kamp sneuvelde, dan wel in de dagen daarna door SS-ers werd opgepakt en gefusilleerd, hebben uiteindelijk 47 van hen de hel overleefd.

Met hun verzet bereikten zij niet alleen dat het dodenkamp werd gesloten, maar vooral dat door hun getuigenissen de aandacht van de wereld werd gevestigd op de schanddaden van het nazi-regime. Hierdoor konden de enkele van de schuldigen worden berecht. Opstand in Sobibor is een verhaal over moed, kameraadschap, wanhoop en levensdrift, verbonden door muziek van Joodse oorsprong. Aan deze theatervoorstelling werken 45 regionale toneelspelers en 4 muzikanten mee. Het is geen weergave of reconstructie van de werkelijkheid, maar een verbeelding ervan. Een verbeelding die volgens de makers – in relatie tot het aangerichte leed – in genen dele toereikend kan zijn . .









Foto boven: het nieuwe museum voor de geschiedenis van Poolse Joden, dat morgen wordt geopend. Ervoor het monument voor de gevallenen van het getto.


70ste herdenking van Warschause getto-opstand zeer uitgebreid

WARSCHAU, 18-04-2013 -Morgen begint de 70e herdenking van het uitbreken van de Joodse opstand in het getto van Warschau. Deze opstand brak uit op 19 april 1943, duurde 63 dagen en was gericht  tegen de nazi's. Het Poolse lagerhuis Sejm bracht vandaag hulde aan de 66.000 dodelijke slachtoffers en de strijders van de noodlottige opstand, die zij overigens verloren.

Morgen leidt de Poolse president Komorowski een officiële herdenking namens de staat. Die vindt plaats bij het monument op de zg. 'Umschlagplatz' (foto rechts),  de laadplaats van de vroegere spoorwegen vanwaar Joden werde gedeporteerd uit de stad.


Daar neemt ook de president van het Europarlement, Martin Schulz (foto links) , als officieel vertegenwoordiger aan deel. Hij bezoekt ook een herdenkingsconcert vanavond in de Warschause opera, gegeven door het Israëlisch Philharmonische Orkest.

De afgelopen week begonnen de openbare voorbereidngen met een schoonmaakactie door het publiek van de Joodse bgraafplaats.


Afgelopen zondag werd het het Museum voor de Geschiedenis van Poolse Joden, gevestigd midden in het oude getto, voor het eerst bezocht door financiers en sponsors. Dit gaat officieel morgen open en bezit met 5.600 m2 een zeer groot oppervlak voor een egspecialiseerd museum (het Rijskmuseum heeft 12.000 m2)..

Deze herdenking blijkt vooral in Europa en de Engelssprekende wereld uitgebreid gepubliceerd te worden. De Engelsatalige Google nieuwsdienst gaf aan dat er 30.000 keer over de opstand wiordt gepubliceerd wereldwijd.

Er zijn talrijke activiteiten in de stad. Vanmiddag was er ook al een herdenking in de synangoge van Warschau. Daar werd ook een gebed voor de doden gezegd. Speciaal voor deze herdenking is een nieuewe site opgezet (tevens in het Engels): www.getto.waw.pl.

De opstand was een heldhaftige poging van verzet tegen om de naziplannen om  het getto te vernietigen en zijn bewoners te deporteren naar vernietigingskampen, zo zei de resolutie van het parlement.


Foto links: een Duitse soldaat, vermoedelijk SS-er, schiet tijdens de getto-opstand.


De resolutie herinnert eraan dat de opstand uitbrak op 19 april 1943 aan de vooravond van het Joodse Pesach en eindigde medio mei. Het getto werd met de grond gelijkgemaakt, haar inwoners gedood. Het was de eerste stedelijke gewapende opstand in het Duits-bezet Europa.

Vandaag opende de Israëlische ambassadeur in Polen,  Zvi Rav Ner, ook een fotoexpositie gewijd aan de opstand. Daar zijn 3d-foto's te zien, gemaakt uit 2D-foto's van een Poolse fotograaf. 



Foto onder: de bekendste foto uit de getto-opstand, afkomstig uit het rapport van Jürgen Stroop, de SS-generaal die de opstand neersloeg.







Joods Kindermonument Rotterdam onthuld




ROTTERDAM, 10-04-2013 - Vandaag precies 70 jaar geleden vertrok uit Rotterdam het laatste grote transport met Joden naar kamp Westerbork. Daaran ging de reis naar de kampen in nazi-Duitsland.


Ook Joodse kinderen van één maand tot en met 12 jaar moesten mee. Vandaag onthulde burgemeester Aboutaleb daarom het Joodse Kindermonument in Rotterdam om de 686 kinderen vermoorde Joodse kinderen te herdenken.


Het Kindermonument staat bij de enig overgebleven muur van Loods 24 (foto rechtsboven), het Rotterdamse pendant van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam als verzamelcentrum van waaruit de nazi's Joden deporteerden. Uit Rotterdam werden meer dan 6.000 Joden afgevoerd, uit de regio via Loods 24 nog eens 9.000 mensen. Op het monument staan de jonge slachtoffertjes vermeld met naam en leeftijd: van 9 maanden tot 12 jaar. "Zo houden we het verhaal en de namen van de kinderen levend voor huidige en toekomstige generaties", zei burgemeester Aboutaleb tegen het NOS-Journaal.


Aan het monument is een onderwijsproject gekoppeld. Leraar Arie Hoffman proeft in zijn klas van de Wilhelminaschool bij sommigen het onbehagen ten aanzien van joden. "Ik merkte in het begin een bepaalde spanning, dat je meedoet aan een project over Joodse kinderen. Maar naar mate het project vordert, merk je dat het Joods zijn niet wordt vergeten, maar er veel meer begrip wordt gekweekt."


Toch maakt burgemeester Aboutaleb zich zorgen. "Het is met antisemitisme niet voorbij, het is met vooroordelen niet voorbij. Het is met tolerantie niet altijd even goed gesteld. Het is een permanente investering, om niet te zeggen een permanente strijd."

Het Kindermonument staat zich aan de Stieltjesstraat op de Kop van Zuid. Op het voormalige haventerrein herinnert een overgebleven stuk muur aan de verzamelplaats Loods 24 van waaruit de Rotterdamse Joden op transport gingen naar Westerbork. De meesten werden uiteindelijk vermoord in Auschwitz of Sobibor.


In de Gedachteniskapel van de Laurenskerk in Rotterdam ligt het Memorboek. Dit boek bevat de namen van Rotterdammers en van mensen daarbuiten die voor kerk en samenleving van betekenis geweest zijn of wier gedachtenis we levend willen houden in onze stad.Elk jaar zal dit boek enkele weken openliggen bij de bladzijde die de gedachtenis levend houdt aan de 686 joodse Rotterdamse kinderen van 0 tot en met 12 jaar die werden gedeporteerd naar Westerbork. Al deze kinderen werden in Auschwitz of Sobibor vermoord.

Van groot belang bij de nagedachtenis van deze kinderen acht de stichting Kindermonument het onderwijsproject dat de huidige kinderen van Rotterdam gevoelig wil maken voor tendenzen in de samenleving van nú die mensenkinderen willen verleiden tot onderscheid maken vandaag. Tussen mensen van verschillend geslacht of geloof, van verschillende cultuur of huidskleur, van verscheiden geaardheid of levensovertuiging.




CIDI: Geen onderzoek A'dams erfpachtschandaal zonder Joodse organisaties

AMSTERDAM, 9-04-2013 - Amsterdam moet Joodse organisaties actief betrekken bij het onderzoek naar rekeningen en boetes voor achterstallige erfpacht die de stad na de oorlog aan Joden oplegde, zegt Ronny Naftaniel (CIDI, foto links). De boetes, vaak opgelegd aan totaal berooide overlevenden en soms voor huizen die er niet meer stonden, zijn 'een smet op de wapenspreuk van Amsterdam: dit was allesbehalve barmhartig', zegt Naftaniel op de site van het CIDI.


Naftaniel reageert op de onthulling in Het Parool dat Amsterdam na de oorlog teruggekeerde Joden dwong om achterstallige erfpacht te betalen over de jaren waarin zij ondergedoken of gedeporteerd waren. Daar bovenop werden zij beboet vanwege te late betaling.


De hardvochtige manier waarop Amsterdam teruggekeerde Joden behandelde, kwam zaterdag in het nieuws doordat een studente correspondentie over de erfgoedkwestie ontdekte  in dossiers van Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam (OGA). Het Stadsarchief is de OGA-dossiers aan het digitaliseren, maar wilde de originele documenten binnenkort te vernietigen. Dat gaat nu zeker  niet gebeuren, heeft een woordvoerder van burgemeester Eberhard van der Laan gisteren al laten weten. De zaak zal in de gemeenteraad aan de orde worden gesteld.


"Charlotte van den Berg verdient veel hulde voor haar goede reactie", aldus Naftaniel die contact heeft met de ontdekster. "De erfpachtkwestie was voor een deel al bekend, maar de details ontbraken. Het is goed dat die nu dankzij haar actie boven water komen."


De gemeente Amsterdam 'wil goed naar de zaak kijken', berichtte het Parool dinsdag. Dit gaat Naftaniel echter niet ver genoeg, zeker niet omdat Amsterdam niet met de Joodse organisaties heeft overlegd. "Deze zaak kan niet zonder actieve betrokkenheid van Joodse organisaties wordt afgehandeld", zegt Naftaniel. "Een onderzoek zonder Joodse organisaties is géén onderzoek wat mij betreft."


De erfpachtkwestie speelt  in Amsterdam, omdat de stad voor de oorlog een grote Joodse bevolking had. Alleen al uit deze stad zijn 80.000 Joden gedeporteerd, waarvan 62,000 zijn vermoord. Bovendien is juist in Amsterdam veel grond in erfpacht, legt Naftaniel uit.


Naftaniel was een van de eersten die de hardvochtige naoorlogse afhandeling van de roof op Nederlandse Joden aankaartte en weet hoezeer dit hun terugkeer heeft bemoeilijkt: "Dit soort wurgbelastingen troffen  mensen die volkomen berooid waren. Vaak moesten zij daardoor hun huis verkopen." De gemeente stuurde niet alleen rekeningen over achterstallige erfpacht: er zijn ook gevallen bekend van rekeningen voor achterstallige elektrarekeningen en zelfs hondenbelasting over de tijd die men doorbracht in onderduik of concentratiekampen.

'Amsterdam moet dit nu tot een goed einde brengen'

Voor zover bekend heeft Amsterdam nog geen van deze kwesties rechtgezet. Het ontbreken van gegevens speelde daarbij vaak een rol. Naftaniel: "Dit optreden werpt opnieuw een smet op de wapenspreuk van Amsterdam. ‘Vastberaden en barmhartig’? Barmhartig was dit niet. De gemeente moet duidelijk maken wat er is gebeurd en verantwoording afleggen. Er moet worden geïnventariseerd hoeveel mensen hierdoor zijn getroffen."


Net als bij vergelijkbare onderzoeken in het verleden moet Amsterdam Joodse organisaties bij dit onderzoek betrekken.  Met lagere overheden en vooral Amsterdam is nooit over dit soort kwesties gesproken. Er is overleg met gaande tussen CIDI, CJO en Platform Israel: Naftaniel wil op korte termijn een gesprek tussen Amsterdam en deze Joodse organisaties. Daarbij gaat het in de eerste plaats om een verantwoording voor het harde optreden van Amsterdam, maar "het is van groot belang dat individuele gevallen worden gerestitueerd", zegt Naftaniel.


Met het verstrijken van de tijd blijven er steeds minder mensen over die hierdoor zijn getroffen, zelf of via hun ouders. Toch heeft zich al iemand bij CIDI gemeld wier vader door deze maatregel is getroffen en bij wie onaangename herinneringen werden opgerakeld door de vondst van de erfpachtdocumenten. Het is belangrijk dat ook andere getroffenen en hun kinderen zich melden, zegt Naftaniel.




Amsterdam vorderde na oorlog erfpacht over verdwenen huizen van Joden



AMSTERDAM, 30-03-2013 - De gemeente Amsterdam heeft na de oorlog teruggekeerde Joodse oorlogsslachtoffers alsnog aangeslagen voor de erfpacht. Zij werden bovendien beboet voor wanbetaling van achterstallige erfpacht tijdens de oorlogsjaren.


Foto rechts: de Andreas Bonnstraat in Amsterdam-Oost, vlakbij het Weesperplein (eind van de straat).


De Andreas Bonnstraat in 1940. In deze straat zouden de panden 21-23 in een dossier belanden over wanbetaling door de Joodse eigenaar in de daaropvolgende jaren.
 
Dit blijkt uit stukken van het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam (OGA), ontdekt door Ton Damen van Het Parool. Zijn verhaal levert een opmerkelijk beeld van gebrek aan discriminatie. De gemeente heeft in een reactie aangekondigd te zaak te zullen uitzoeken. De Amsterdamse Joden werden zelfs aangeslagen als hun huizen op erfpachtgrond er niet meer stonden, omdat ze gesloopt of gebombardeerd waren.

Het ging vaak om Joden wier huizen door de Duitsers of de NSB (Nationaal-Socialistische Bewegingin beslag waren genomen. Velen van hen waren ondergedoken of afgevoerd naar een concentratiekamp. De documenten zijn bij de digitalisering van dossiers in handen van studenten gekomen. Die ontdekten dat de gemeente de originele stukken één dezer dagen zal vernietigen.

Amsterdam dwong de Joodse oorlogsslachtoffers niet alleen alsnog erfpacht te betalen, maar legde hun volgens Het Parool ook formeel boetes op wegens te late betaling. De Joden werden zelfs aangeslagen als hun huizen op erfpachtgrond er niet meer stonden, omdat ze gesloopt of gebombardeerd waren. Daarmee trad Amsterdam strenger op dan andere gemeenten.


Verantwoordelijjk burgemeester: D'Ailly

In 1946 volgde Arnold d'Ailly de verzetsman en tijdelijk burgemeester Feike de Boer op als eerste burger van de gemeente Amsterdam. Zijn ambtsperiode viel samen met de Koude Oorlog.

In 1948 beleefde d'Ailly zijn hoogtepunt: de inhuldiging van koningin Juliana. D'Ailly had nauwe banden met het koningshuis, in het bijzonder met koningin Wilhelmina.

Bijnaam van D'Ailly was de vliegende burgemeester. Men vond het vreemd dat hij over de hele wereld reisde. Politiek tekenaar, de Joodse Jo Spier tekende de koffer van burgemeester d'Ailleurs ('burgemeester van elders'), met daarop etiketten van allerlei wereldsteden.


D'Ailly was de laatste jaren van zijn ambtsperiode voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hij moest in 1956 als burgemeester aftreden als gevolg van een buitenechtelijke relatie met Gisèle van Waterschoot van der Gracht, een Nederlandse kunstenares met wie hij vervolgens in het huwelijk trad. 

Ronny Naftaniël van het CIDICentrum Informatie en Documentatie Israël  kent volgens Het Parool deze kwestie in grote lijnen. 'Er zijn echter weinig details bekend. En Amsterdam heeft dit, voor zover wij weten, nooit rechtgezet.'


Als penningmeester van het Centraal Joods Overleg onderhandelde Naftaniël over restitutie van Joodse tegoeden. 'Met de regering zijn we eruit. Maar onderhandelingen met lagere overheden moeten nog beginnen.'

Volgens Naftaniël was ook sprake van onrechtmatige naoorlogse inning van hondenbelasting en 'straatgelden' (ozb) bij Joodse oorlogsslachtoffers. 'Hetzelfde gebeurde door gas- en elektriciteitsbedrijven, die in handen waren van de steden.' Ook inde Amsterdam van Joden Amsterdam ook hondenbelasting en straatgelden over oorlogsjaren bij Joodse slachtoffers

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) stelt dat wetenschappelijk niets bekend is over deze kwestie. De zaak kwam ooit in 1948 kort in Het Parool aan de orde, na een besluit van de gemeenteraad. Onduidelijk is i hoeveel gevallen feitelijk tot betaling of invordering is overgegaan. De terugkerende Joden waren meestal berooid, in slechte gezondheid en zwaar aangeslagen  .

De gemeente Amsterdam wil goed naar de zaak kijken. Over mogelijke stappen is overlegd met het NIOD. Het Verbond van Verzekeraars en het Nationaal Archief is om informatie gevraagd.

Lees vandaag meer in Het Parool




President Obama bezocht Yad Vashem vrijdag






JERUSALEM, 23-03-2013 - De machtigste politicus ter wereld, president Barack Obama, bracht gisteren een bezoek aan Yad Vashem, de officiële Israëlische instelling voor de herinnering van de shoah. Yad Vashem heeft een bijzondere band met de VS, waar veel fondsen vandaan komen, en met Nederland, omdat er relatief veel Nederlanders een onderscheiding van de instelling ontvingen voor het redden van Joden.

De president bezocht de Hal van de Namen, het Museum van de Holocaustkunst, nam deel aan een herdenking in de herinneringszaal, en bezocht het de kindermonument. Daarna ondertekende hij het gastenboek. De president werd vergezeld door president Shimon Peres, premier Benjamin Netanyahu, de voorzitter van het Yad Vashem directoraat Avner Shalev en voorzitter van de Yad Vashem Raad Rabbi Israël Meir Lau.

In het gastenboek schreef president Obama : "We zijn ons altijd bewust van de ongelooflijke menselijke kosten van de Holocaust - een kwaad ongekend is in de annalen van de geschiedenis. En toch herkennen we, in deze plaats, de triomf van het Joodse volk en de menselijke geest, en de gelofte om altijd waakzaam zijn in het zorgen dat dergelijke verschrikkingen weer gebeuren. "

In een toelichting bij de afsluiting van het bezoek, zei president Obama : "En aan hen zal ik mijn huis geven en met mijn muren een gedenkteken en een naam, een eeuwige naam, die niet uitgewist zal worden .President Peres, premier Netanyahu, voorzitter Shalev, Rabbi Lau, dank u voor het delen van dit huis met mij vandaag, dit gedenkteken . Dank je wel het volk van Israël voor het behoud van de namen van de miljoenen van ons weggenomen, zaliger gedachtenis, namen die nooit zullen worden vergeten.






Limburg bood Joden bij onderduik beste kans


AMSTERDAM, 22-03-2013 -
door Eddy Kokelenberg -
Nederlandse Joden hadden de meeste kans om onder te duiken en de oorlogte overleven in Limburg. Dat stelt een dissertatie over de vervolging van Joden en Sinti in Limburg tijdens de oorlog, door de Beekse historicus Herman van Rens. Zijn promotie is  vandaag aan de Universiteit van Amsterdam.

Foto rechts: Ds Pontier (1888-1976), de Heerlense spil van de onderduik van Joodse kinderen uit Amsterdam.

Op basis van studie en onderzoek in archieven van 108 Limburgse gemeenten die in mei 1940 bestonden, schrijft Van Rens dat de Joden in Limburg meer kans hadden dan in andere provincies om onder te duiken en te overleven. Dit was al eerder beschreven in de dissertatie van dr. A.P.M. Cammaert over het verzet in Limburg, Het verborgen front, dissertatie RUG 1994. Een voorname rol speelde de verzetsgroep NV. De NV drong erop aan dat de onderduikende kinderen volledig integreerden, mee naar school en kerk.

Van Rens (foto links)  meent ook dat de Sicherheitspolizei in Limburg minder efficiënt werkte dan elders in het land. In Amsterdam en de noordelijke provincies vonden na de eerste niet erg succesvolle oproepingen plotselinge razzia’s plaats waarbij hele Joodse families onverwacht werden opgepakt.

Maar in Limburg kwamen razzia's op Joden zelden voor, ook omdat er veel minder Joden woonden dan in Amsterdam of de andere grote steden. ze een oproep om zich voor transport te melden. Als Limburgse Joden hun onderduik konden regelen, besloot de helft van hen dat uiteindelijk ook te doen.

Het waren morele leiders, zoals pastoor Henry Vullinghs van Grubbenvorst en dominee Gerard Pontier in Heerlen (deze laatste veel samenwerkend met de NV), die hun volgelingen op het hart drukten de vervolgde joden onderdak te verschaffen. Ondanks de hulp van katholieke en gereformeerde gemeenschappen in Noord-Limburg en de Oostelijke Mijnstreek, lukte het de nazi’s erin ruim de helft van de 1.500 Limburgse Joden te vermoorden. dat was echter aanzienlijk minder dan in Amsterdam. Ook overleefden vrijwel alle ondergedoken kinderen die uit het westen waren overgebracht.

Van Rens laat ook zien dat er grote verschillen bestonden in overlevingskans tussen de verschillende gemeenten in de provincie Limburg. Deze verschillen verklaart hij uit  hulpnetwerken in sommige steden en dorpen binnen tamelijk gesloten groepen waarbinnen het helpen van mensen in nood een collectieve norm werd. Het aandeel van een klein aantal invloedrijke morele leiders was hierin van belang.


Van Rens besteedt ook aandacht aan de vervolging van Sinti - doorgaans aangeduid als ‘zigeuners’ - in Limburg. Er bestonden grote verschillen tussen de vervolging van de Sinti en die van de Joden. De maatregelen tegen Sinti kwamen meer tot stand als gevolg van druk uit de samenleving. Pas in een later stadium kregen Sinti een plaats in het racistisch wereldbeeld van de nationaalsocialisten.


Herman van Rens, M.A. uit Beek, L., was 30 jaar werkzaam als huisarts in Limburg. Na zijn pensionering studeerde hij geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en behaalde een master Holocaust- en Genocidenwetenschappen en werd docent aan het HOVO in Limurg, het Hoger Onderwijs voor Ouderen. Hij is als geassocieerd onderzoeker verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie NIOD.


H.A.J. van Rens: De vervolging van joden en Sinti tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse provincie Limburg. Promotor is dhr. prof. dr. J.Th.M. Houwink ten Cate.






Duitse prof Benz:


US holocaust-onderzoek

lijdt aan 'grootheidswaan'


BERLIJN, 9-03-2013 - door Eddy Kokelenberg - Deze week verschenen er berichtern over Amerikaanse holocaust-onderzoek, waaruit moet blijken dat er niet 7.000 nazikampen, -getto's en -gevangenissen bestonden, maar 42.500.


De Duitse deskundige en historicus prof dr Wolfgang Benz vindt dit echter 'grootheidswaan', omdat die gegevens voor het merendeel al bekend zijn. Bovendien verwijt hij de Amerikaanse onderzoekers van het US Holocaust Memorial Museum (USHMM) dat zij ondanks hun volledigheid maar schijn is.
Prof Benz doet zijn uitlatingen op de website van het toonaangevende Duitse weekblad Die Zeit.


Benz vindt dat het in feite gaat om een PR-stunt van het USHMM. Dit museum bestaat dit jaar 20 jaar, en is uiterst succesvol in  fondsenwerving en publiek trekken. Benz wil ook de suggestie van de Amerikanen wegnemen, dat er in Duitsland niet genoeg geld in het holocaust-onderzoek wordt gestoken.


Benz wijst er op, dat berichten over het USHMM deze week in alle grote media ter wereld verschenen. Ook in Nederland publiceerde De Volkskrant een letterlijke vertaling van het artikel van afgelopen zondag 1 maart 2013 uit de New York Times.

Benz was tot 2011 directeur van het Zentrum für Antisemitismusforschung aan de Technische Universität Berlin. Dat is buiten Israël het enige centrum van die soort - zelfs de VS bezit dat niet. Hij is mede-uitgever en -hoofdredacteur van de intussen maatgeven de 9-delige Duitse wetenschappelijke serie  Der Ort des Terrors, dat precies alle kampen en gevangenissen beschrijft.

Prof Benz stelt dat de nieuwe encyclopedie voor een groot deel gebruik maakt van de medewerkers van dit standaardwerk. Benz bestrijdt ook dat het Amerikaanse werk de titel 'encyclopedie' verdient. Dit werk is namelijk niet allesomvattend. benz wil het zelfs niet 'onderzoek' noemen, omdat het eigenlijk neerkomt op verzamelen van wat er al is. Megargee wijst dit verwijt af, en stelt dat er onde rmeer 300 nieuwe getto uit Oost-Europa zijn opgenomen

Benz wijst ook de opmerking van de leider van het Amerikaanse project, Geoffrey Megargee, dat het Duitse project niet voldoende geld zou hebben ontvangen - dat verliep juist prima. Huij wijst erop dat geesteswetenschappen altijd relatief minder geld krijgen dan bijvoorbeeld de natuurwetenschappen, die honderden miljoenen voor deeltjesversnellers en ruimtetelescopen krijgen.

Waar Benz niet op ingaat, is dat het grote aantal kleine en tijdelijke kampen en gevangenissen in Duitsland, betekende dat vrijwel alle Duitsers tijdens de oorlog zelf gevangenen  en dwangarbeiders tegenkwamen. Daarmee is het het aloude argument 'Wir haben es nicht gewüsst", verder ondergraven. Dat Duitsland echter een tijdens de oorlog een kazernemaatschappij draaiend op dwangarbeid geworden was, is ruim bekend. In totaal waren er tijdens de oorlog in Duitsland  7 miljoen dwangarbeiders, waarvan er ruim 500.000 uit Nederland kwamen. Van die Nederlanders tierven er 50.000.

De publicatie van het USHMM heeft in Duitsland tot flinke discussies en uitgebreide publicaties in de media geleid. 





Holocaustonderzoek van USHMM deugt niet

Dit artikel is eveneens gepubliceerd in HP/deTijd>>>


AMSTERDAM, 9-03-2013 - door Arthur Graaff - Het US Holocaust Memorial Museum in Washington DC is een zeer succesvolle stelling die toevallig net 20 jaar bestaat. Het USHMM is waarschijnlijk ook het rijkste instituut op het gebied van de holocaust. Er wordt veel onderzoek verricht, de laatste 13 jaar onder meer naar het exacte aantal nazikampen, getto’s en gevangenissen in bezet Europa.


Afgelopen zondag publiceerde een journalist van de New York Times, Eric Lichtblau, over dit onderzoek, dat 13  jaar loopt en waarschijnlijk op zijn gebied het meest uitvoerige ter wereld is, onder de prima kop ’The Holocaust Just Got More Shocking‘. Maar of dat wel zo is, staat nog te bezien. Het totaal aantal Joodse slachtoffers is namelijk nog steeds hetzelfde.


In Nederland ‘slechts’ 15 kampen
Maandag publiceerde de Volkskrant dit artikel maandag weer in zijn geheel. De strekking is verbazend: er waren niet 7.000 en getto’s en kampen, maar 42.500. Al die gegevens komen in een encyclopedie van de Holocaust van het USHMM, waarvan nu de eerste twee delen klaar zijn. Ze zijn bij Amazon te koop.


Raar is weer dat een kamp dat wel op Wikipedia staat, Bronnaja Gora, weer niet te vinden is bij het USHMM.

Voor Nederland geeft het USHMM ook een vreemd aantal kampen op: er zouden er 15 zijn geweest – en dat klopt simpelweg niet. Eind 1941 richtten de Duitsers hier bijvoorbeeld 39 Joodse werkkampen op in Drenthe en Overijssel, waar voor de Heidemij gewerkt werd. En dan had je natuurlijk Westerbork, Amersfoort en Vught.

Er waren ook nog kamp Schoorl, feitelijk het allereerste, en strafkamp Erika in Ommen. Vanaf september 1942 kwam er ook een tijdelijk Joods werkkamp op landgoed Avegoor in Ellecom, bij de opleiding van Nederlandse SS-ers. Het is nu een luxe hotel.


Foto links: een unieke kleurenfoto uit het getto in Lódz (uitspraak: Woedsj) in Polen. Duit was één van de grootste getto's van Polen. Hier sorteren Joodse dwangarbeidsters linnengoed.


Daarnaast hadden de Duitsers hier ook tijdelijke kampfilialen, vaak voor dwangarbeid aan de ruim 20 vliegvelden die zij in Nederland aanlegden. Bij het grote militaire vliegveld Venlo had kamp Vught bijvoorbeeld een vaste zogenaamde ‘Aussenstelle’ of ‘Aussenlager’. Afgezien van bombardementen was het leven daar soms dragelijker dan in het kamp.



Los hiervan: het Nederlands verzet runde tijdens de oorlog gek genoeg ook kampen. Daaronder een gevangenisje voor Duitse krijgsgevangenen diep in de Biesbosch, op een woonboot, en kamp Prins Bernhard, in de bossen bij Raalte. Hier zaten ongeveer 30 Duitse en Oostenrijkse soldaten en enkele Italianen. 


Foto links: een unieke kleurenfoto uit het getto in Kutno, in Polen: de markt in het getto. De datum is onbekend, de fotograaf is de nazifotograaf Jaeger.


Dit kampje heeft zo’n vier maanden bestaan en Groene-hoofdredacteur Martin van Amerongen schreef er een verbaasd en bewonderend boekje over. Er was ook nog een onderduikerskampje in een ondergronds hol in de bossen bij Dwingeloo in Drenthe. Van die dingen.


Onwaarschijnlijk
Ik liep een paar jaar terug met mijn hond langs het Joodse Shoahmonument in Warschau, toen daar een klas Joodse middelbare scholieren met hun gids neerstreek.


Die gids gaf uitleg in het Engels, en ik weet nog hoe ik met stijgende verontwaardiging zijn politieke vertekenend betoog aanhoorde, dat eigenlijk één grote aanloop naar wraak was. Zo werkt het niet, dacht ik toen, en gelukkig doet het USHMM het ook niet op die manier. Maar het blijft wel raar dat het USHMM de gegevens voor Nederland zo verkeerd weergeeft.


Over één cijfer is overigens wel overeenstemming: het aantal getto’s. Dat is namelijk ook onderzocht door de officiële Israëlische staatsinstelling voor onderzoek van de Holocaust, Yad Vashem, die er in 2009 ook een encyclopedie over publiceerde: hun aantal is evenals het USHMM onderzoek 1.100. Door deze overeenkomst wordt het verschil in het aantal overige kampen en gevangenissen nog krasser, en zelfs onwaarschijnlijk.







Meer nazikampen: twijfelachtig


DOOR ARTHUR GRAAFF
AMSTERDAM, 6-03-2013 - Afgelopen vrijdag kreeg een journalist van de New York Times, Eric Lichtblau, gegevens van het USHMM over dit onderzoek, dat 13 1e jaar loopt en waarschijnlijk op zijn gebied het meest uitvoerige ter wereld is, en schreef er in zijn krant over, onder de prima kop ''The Holocaust Just Got More Shocking'.


Het US Holocaust Memorial Museum in Washington DC is een zeer succesvolle instelling die toevallig net 20 jaar bestaat. Het USHMM is waarschijnlijk ook het kapitaalkrachtigste instituut op het gebied van de holocaust. Er wordt veel onderzoek verricht, de laatste 13 jaar onder meer naar het exacte aantal nazikampen, getto's en gevangenissen in bezet Europa.

De Volkskrant publiceerde dit maandag weer in zijn geheel. De strekking was verbazend: er waren niet 7.000 en getto's en kampen, maar 42.500. Al die gegevens komen in een encyclopedie van de Holocaust van het USHMM, waarvan nu de eerste twee delen klaar zijn.


Zo'n in Nederland onbekend ' kamp', meer een tijdelijke executieoord, was Bronnaja Gora (foto onder) in Wit-Rusland, zo'n 100 km van de huidige Poolse grens. Daar zijn in bijna twee jaar zo'n 60.000 mensen omgebracht. Het rare is dat juist weer over deze plaats op de site van het USHMM niets te vinden is.

Over één cijfer is intussen overeenstemming: het aantal getto's. Dat is namelijk ook onderzocht door de officiële Israëlische staatsinstelling voor onderzoek van de Holocaust,


Yad Vashem, die er in 2009 ook een encyclopedie over publiceerde, en het aantal is 1.100. Daardoor wordt het verschil in aantal overige kampen en gevangenissen nog krasser, zelfs onwaarschijnlijk.


Voor Nederland geeft het USHMM ook een vreemd aantal op: 15 kampen - en dat klopt simpelweg niet. Eind 1941 richtten de Duitsers hier bijvoorbeeld 39 Joodse werkkampen op in Drenthe en Overijssel, waar voor de Heidemij gewerkt werd.

Ze bestonden ongeveer een jaar, en het was er niet leuk, maar je was er niet gevangen en er werd niet gemarteld  of gemoord. En dan had je natuurlijk Westerbork, Amersfoort en Vught.

Er waren, zo bevestigt voorlichter van het NIOD, David Barnouw in de Volkskrant, ook nog enkele Wehrmachtbordelen - maar die sloten alweer na twee-drie maanden wegens gebrek aan klandizie. Klopt dat onderzoek van het USHMM dan wel? In de oude Sowjet-Unie kun je nog zeker voor westerlingen onbekende kampen of executieplekken tegenkomen - maar in Nederland is elke centimeter shoah nu wel in kaart gebracht. Dat moeten ze toch ook weten?

Er waren ook nog kamp Schoorl, feitelijk het allereerste, en strafkamp Erika in Ommen, hoewel deze twee niet exclusief voor Joden bedoeld waren, maar dat waren Vught of Amersfoort evenmin. Vanaf september 1942 kwam er ook een tijdelijk Joods werkkamp op landgoed Avegoor in Ellecom, bij de opleiding van Nederlandse SS-ers. Hier heerste wel de harde SS-aanpak, met ondervoeding, slaag en vernedering, maar ook weer zonder marteling of moord.  Nu is het een luxe hotel met conferentieoord.



Daarnaast hadden de Duitsers hier ook tijdelijke kampfilialen, vaak voor dwangarbeid door hun gevangenen aan de ruim 20 vliegvelden die zij in Nederland aanlegden. Nederland moest van de Luftwaffe in feite één groot vliegveld worden. Er waren zodoende wel een dozijn zogenaamde 'buitenkampen', die soms een maand, soms half jaar, soms langer bestonden.

Als een Duits vliegveld gebombardeerd was, werd soms een ploeg gevangenen enkele weken ingezet voor grondwerk. Bij het grote militaire vliegveld Venlo had kamp Vught bijvoorbeeld een vaste zogenaamde 'Aussenstelle' of 'Aussenlager'. Afgezien van bombardementen was het leven daar soms dragelijker dan in het kamp.

Los hiervan: het Nederlands verzet runde tijdens de oorlog gek genoeg ook kampen. Daaronder een gevangenisje voor Duitse krijgsgevangenen diep in de Biesbosch, op een woonboot, en kamp Prins Bernhard, in de bossen bij Raalte. Hier zaten ongeveer 30 Duitse en Oostenrijkse soldaten en enkele Italianen. Dit kampje heeft zo'n vier maanden bestaan en Groene-journalist Martin van Amerongen schreef er een verbaasd boekje over. Er was ook nog een onderduikerskampje in een ondergronds hol in de bossen bij Dwingeloo in Drenthe.

Deze maand is het overigens exact 80 jaar geleden dat de Duitsers met hun kampen begonnen, als reactie op de Rijksdagbrand, die Marinus van der Lubbe zeer waarschijnlijk aanstak. Dat gaf de nazi's het ideale voorwendsel om al hun tegenstanders, communisten en socialisten, en toen nog niet de Joden, uit te schakelen. Dachau ging op 22 maart 1933 als eerste kamp open, dankzij Van der Lubbe. Hij was overigens het eerste officiële dodelijke slachtoffer van de nazi's.

Maar het blijft wel raar dat het USHMM de gegevens voor Nederland zo verkeerd weergeeft.

Foto onder: een unieke kleunrenfoto van jonge vrouwen in Lodz in Polen in het getto bij het maken van strolaarzen. Het lijken allemaal vrouwen uit nette families die handwerk niet gewend zijn en er in ieder geval niet op gekleed zijn.






Toch weer herdenking Duitse soldaten Vorden


VORDEN, 27-02-1023 - De organisatie van de Dodenherdenking in Vorden wil op 4 mei weer langs de graven van Duitse soldaten in die plaats lopen. Ook de burgemeester van Bronckhorst, waaronder Vorden valt, is daar weer voor uitgenodigd, zo meldt de NOS.


Foto rechts: Vordenaren lopen langs de graven van de mannen die hun ouders en grootouders terroriseerden of vermoordden.Achter hun ruggen draaien die familieleden zich (niet zichtbaar op de foto) collectief om in hun graven.


Het kleine kerkgenootschap Federatief Joods Nederland van prof dr Herman Loonstein spande een kort geding aan, waarmee de burgemeester en andere officials van de gemeente een verbod kregen om daaraan mee te doen.


De burgemeester baseerde zijn standpunt op het feit dat er geen Joden uit Vorden zijn weggevoerd (dei lijst staat ook op deze site). Het bleek echter dat er elf Joden die in Vorden geboren werden, zijn vermoord door de Duitsers. Voor deze vermoorde slachtoffers is er echter geen monument en zij worden niet specifiek herdacht.


Loonstein reageert verbolgen op het voornemen van het Comité 4 mei Vorden om  opnieuw langs een graf met Duitse soldaten te lopen. "Bizar dat ze nogmaals de boel op de spits willen drijven. Wij gaan zeker niet lijdzaam toezien; we overwegen een kort geding tegen het organiserend comité. Het is ook mogelijk dat we een strafklacht indienen vanwege het opzettelijk beledigen van oorlogsslachtoffers en hun nabestaanden" zo zei hij tegen De Stentor. 


In  hoger beroep oordeelde het hof vorige week dat dat verbod onterecht was. omdat er geen overlevenden meer waren die door die handelwijze gekwetst konden worden. Het hof overwoog daar niet bij, dat de Duitse soldaten daar wel eens iets mee te maken konden hebben. De gemeente had de wandeling volgens het hof zorgvuldig genoeg voorbereid en daarom had niet mogen worden ingegrepen. Of de burgemeester dit jaar wel meeloopt is nog niet helemaal duidelijk. Hij staat positief tegenover de uitnodiging, zegt een woordvoerder. De uitnodiging wordt eind maart voorgelegd aan de gemeenteraad, die besluit of erop wordt ingegaan.


De FJN heeft besloten een prijs voor de Jodenhater van het jaar ingesteld. 'Ik denk dat de voorzitter van het 4/5 Mei Comité in Vorden daarvoor misschien wel in aanmerking komt', zegt Loonstein.Het 4/5 mei Comité in Vorden acht de uitspraak van de voorzitter van Federatief Joods Nederland volgens omroep Gelderland ongepast. Het comité zegt dat het langs de graven van Duitse soldaten wil lopen als gebaar van verzoening.


Op de website van de Stentor staan ook reacties op het bericht, Deze zijn overwegend ofwel gespeend van kennis, halen daderschap en slachtoffers door elkaar, of zijn anti-seimitisch van aard. Een verheffend citaat van ene Kobus:

"volgens het FJN en loonstein zijn er dus alleen 6 miljoen joden omgekomen in de oorlog, en de overige 66 miljoen doden die doen er voor hun niet toe. ze eisen het alleenrecht op de herdenking op en beledigen daarmee opzettelijk al jarenlang alle andere slachtoffers zoals gehandicapten, homosexuelen en zigeuners die net zo vervolgd werden en in kampen werden vernietigd, en hun nabestaanden. en dan hebben we het nog niet eens over alle andere burgers en soldaten."

Deze citaten zijn door de redactie van De Stentor tevoren beoordeeld, en goedgekeurd. De juridische aansprakelijkheid voor gepubliceerde teksten rust op de redactie en de uitgever. Deze waren woensdag na 6 uur niet bereikbaar. De citaten staan er dus de hele avond, tot de redactie weer verschijnt.







Hologrammen gaan getuigen van holocaust





Foto boven: de 80-jarige Linchus Gutter antwoordt tijdens een hologram-opname van vij fdagen lang op honderden ragen over zijn ervaringen tijdwens de holocuast. Al zijn antwoorden woorden holografisch opgenomen. Latere kijkers kunnen dan vele honderden vragen stellen waarop Gutter als hologram het passende antwoord geeft. Dat kan nog tientallen jaren doorgaan, ook als hij er niet meer zal zijn.


LOS ANGELES, 20-02-2013 - Aan de universiteit van Zuid-Californië is de Shoah Foundation de afgelopen 18 maanden bezig met het maken van driedimensionale hologrammen van bijna een dozijn overlevenden van de Holocaust. Het project heet Nieuwe Dimensies in Getuigenis.

Als het project klaar is, zullen hologrammen uitvoerig kunnen getuigen van de ervaringen van overlevenden van de holocaust. De hologramman worden zo gemaakt, dat zij  antwoorden kunnen geven op honderden voorziene vragen van latere kijkers.

Er leven naar schatting nog meer dan 500.000 overlevenden van de Shoah over de hele wereld. De gemiddelde leeftijd van een overlevende is 79 en bijna een kwart van hen is 85 jaar of ouder.


Veel overlevenden hebben hun verhaal achtergelaten, maar velen ook niet. Sommigen vrezen dat als deze oudere generatie verdwijnt, ook de persoonlijke verhalen van de verschrikkingen die ze meegemaakt hebben zullen verdwijnen. In een tijd van virulente Holocaust-ontkenners zoals de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad, wordt het behoud van de 'mondelinge overlevering' wellicht steeds belangrijker.



De
USCShoah FoundationInstitute forVisualHistory andEducation, voorheenSurvivors of the ShoahVisual HistoryFoundation,iseen non-profitorganisatie die is opgerichtdoor Steven Spielbergin 1994,een jaar nahet voltooien van de  filmSchindler's List.

Het oorspronkelijke doel van
de Stichtingwas omgetuigenissen vanoverlevenden enandere getuigenvande Holocaust(diein het Hebreeuwsde Shoah
genoemd wordt) alseen verzameling vanvideo-opnamesvast te leggen. Die opnamen zijn ook in Nederland gemaakt.

De Stichtingmaakte bijna 52.000interviewstussen1994 en 1999.Geïnterviewdenomvatten Joodse overlevenden,homoseksueleoverlevenden,Jehovah's Getuigen,bevrijdersen bevrijdingsgetuigen,politieke gevangenen, reddersenhulpverleners,Roma en Sinti(Zigeuner),overlevenden vaneugeneticaenoorlogsmisdadigers.

In januari2006 is deStichting gefuseerd metenverplaatst naar deUniversity of Southern Californiaenwerd omgedoopt tot deUSCShoah FoundationInstitute forVisualHistory andEducation.

Haar missie
is "om vooroordelen, onverdraagzaamheid,en onverdraagzaamheidte overwinnen-enhet lijden dat zeveroorzaken - door heteducatief gebruik vanvisuele geschiedenisvan het Instituutgetuigenissen"

Associated Press bracht onlangs het verhaal van de 80-jaar oude Pinchus Gutter en hoe hij urenlang werd gefilmd  in 3D,  voor een groen scherm, vijf dagen lang terwijl hij antwoordde op ongeveer 500 vragen over zijn leven en ervaringen. USC onderzoekers zijn nog steeds de beelden aan het bewerken en werken met software voor spraakherkenning.


Zo kan Gutters hologram niet alleen zijn verhaal vertellen, maar zal ook vragen  kunnen herkennen en  beantwoorden.

Zodra Gutter's holografische dubbelganger is voltooid, kunnen de bezoekers van de US Holocaust Memorial Museum in Washington, face-to-face met hem en de hologrammen van andere overlevenden van de Holocaust praten. Dit gebeurt in de komende een tot vijf jaar. Het Instituut for Creative Technologies creëert het hologram project infrastructuur. Het instituut heeft ook gewerkt aan Hollywood-films als Avatar en The Curious Case of Benjamin Button.

Sinds overleden rapper Tupac Shakur vorig jaar verscheen als 3D hologram-achtige verschijning op Coachella  Valley Music and Arts Festival, is hologramtechniek snel populair geworden. De Tupac-projectie was geen hologram omdat het werd geprojecteerd op een dunne plaat die onzichtbaar was voor het publiek.




CIDI oneens met weigering van

Stolpersteine in Beilen

BEILEN, 8-02-2013  UPDATE 9-02-2013 - .Het Centrum Informatie en Documentatie Israël uin Den Haag is het oneens met de weigering van de gemeente Midden-Drenthe, waaronder Westerbork valt, om 'Stolpersteine' te laten plaatsen. Deze bronzen 'steentjes' zouden in het gemeentelijk plaveisel in Beilen moeten komen ter herinnering aan vermoorde Joden  Het is voor zover bekend, de eerste keer dat een gemeente de Stolpersteine weigert.

Niet alleen wijst de gemeente de collectieve aanvraag van de stichting Stolpersteine Beilen af, maar wil ook niet toestaan dat individuele bewoners voor hun huis een Stolperstein op de openbare weg plaatsen.

Foto rechts: de oude Joodse begraafplaats in Beilen. Foto JHM.


Burgemeester Broertjes van Beilen zegt dat in een toelichting tegen deze site. Hij stelt dat hij erover heeft overlegd met enkele bewoners, die niet positief reageerden omdat zij het nogal confronterend achtten.


Ook vindt de B&W een bezwaar dat zij de kosten voor het onderhoud moet dragen. De aanleg wordt door de stichting en particulieren betaald. Secretaris Herbert Katz van de stichting zegt telefonisch vanuit Moskou dat hij even niet weet hoe het nu verder moet. Hij neemt mogelijk contact op met het CIDI.


De praktijk van de Stolpersteine is dat er slechts voor een klein  percentage van de werkelijk vermoorde Joden bronzen steentjes geplaatst worden. In Hilversum bijvoorbeeld, waaruit ongeveer 1.000 Joden vermoord werden, liggen nu bijna 30 Stolpersteine. De burgemeester van Midden-Drenthe wijst dit argument dat de stenen er waarschijnlijk nooit allemaal komen, af als 'inconsequent'. De burgemeester zegt dat er nu nog één Joodse inwoners in Beilen is.

In een reactie zegt het centrum Informatie en Documentatie Israël bij monde van directeur Ronny Naftaniël een categorische weigering te 'vergaand' te vinden. Ook het feit dat het hier gaat om de gemeente waarin kamp Westerbork ligt, speelt voor hem mee. Overigens kan Naftaniël zich wel wat voorstellen bij bezwaren van mensen tegen de continue herinnering van een moord voor hun huis, en zou zulke bezwaren willen respecteren (zie ook kader).


De achtergrond van struikelstenen


Struikelstenen, of Stolpersteine in het Duits, zijn een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Voor huizen waar mensen door de nazi's uit zijn verdreven of gedeporteerd plaatst hij deze 'steentjes'.


Daarop zit een messing plaatje met de naam, geboortedatum, deportatiedatum en de datum van het overlijden. Dit project loopt sinds 1994.


Hoeveel er exact in Nederland geplaatst zijn, is niet duidelijk. Ze liggen nu in 70 Nederlandse plaatsen. In het buitenland hebben anderen varianten ontwikkeld. Sommige daarvan noemt Demnig plagiaat.


De bedoeling van een aantal stichtingen die de steentjes plaatsen, is vaak wel om alle slachtoffers een steentje te bezorgen. In Amsterdam, waar zo'n 60.000 mensen uit verdwenen, zal dat om praktische redenen niet mogelijk of erg moeilijk zijn, net als in Rotterdam of Den Haag.


Ook in het buitenland, bijvoorbeeld Duitsland komt het voor dat huidige bewoners bezwaar maken tegen de plaatsing voor hun woning. Daarover ontstaat meestal een discussie. In sommige gevallen is dat opgelost door die steentjes dan te plaatsen voor een plaatselijke synagoge.


Het gaat in verreweg de meeste gevallen om mensen, die niet alleen vermoord zijn maar die evenmin ooit een graf hebben gekregen.

 
Burgemeester Broertjes zegt dat volgens hem in Zutphen Stolpersteine geweigerd werden door Joodse inwoners. Daarvan is echter geen documentatie op het web te vinden.


Volgens een lijst op Wikipedia zijn er in ruim 70 plaatsen stenen geplaatst, o.m. in Meppel, waar er nu al 67 liggen. Volgens dit artikel bestaat het streven van de stichting Stoplersteine, om stenen voor alle vermoorde Joden ui Nederland te plaatsen.

Voor Beilen heeft de oorlog volgens de site van het Joods Historisch Museum zware gevolgen gehad. Van de Joodse inwoners van het dorp hebben de meesten het niet overleefd.


Er zijn 46 Joodse inwoners van Beilen door de Duitsers vermoord, en slechts 12  hebben de oorlog overleefd. In Dwingeloo leefden 20 Joden, in Smilde 15, in Westerbork waarschijnlijk ook een tiental van de oude Joodse gemeente in die plaats, vóór de komst van het vluchtelingenkamp.


Struikelstenen, of Stolpersteine in het Duits, zijn een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Voor huizen waar mensen door de nazi's uit zijn verdreven of gedeporteerd plaatst hij deze 'steentjes'. Daarop zit een messing plaatje met de naam, geboortedatum, deportatiedatum en de datum van het overlijden. Dit project loopt sinds 1994.





Beate Klarsfeld ontving Auschwitz-prijs

in Amsterdam

AMSTERDAM, 30-01-2013 - De nazi-jaagster Beate Klarsfeld ontving vorige week de Annetje-Fels-Kupferschmidt-prijs, genoemd naar de voormalige voorzitster van het Auschwitz-comité. Mevrouw Klarsfeld hield vorige week donderdag tevens de 10de 'Nooit meer Auschwitz-lezing' in het Tropenmuseum voor het comité.

Mevrouw Klarsfeld, geboren in Duitsland en als au-pair naar Parijs getrokken, gaf tijdens tijdens haar Auschwitz-lezing een overzicht van haar werk als nazi-jaagster.


Dat werk deed zij samen met haar man die zij in Parijs ontmoette, de Roemeens-Joods-Franse advocaat Serge Klarsfeld.


Foto rechts: het echtpaar Klarsfeld. Foto Wikipedia.

Zij wisten de nazi-oorlogsmisdadiger Klaus Barbie, bekend als 'de slager van Lyon', op te sporen in Bolivia.


De Franse staat werkte toen mee aan zijn berechting. Voordat het echter zover was, moesten Beate en Serge Klarsfeld enorme weerstanden overwinnen.

Beate Klarsfeld raakte zelf wereldwijd bekend doordat zij de Duitse bondskanselier Kurt-Georg Kiesinger, een ex-nazi zoals ongeveer de helft van alle bestuurders, politici en zakenlieden na de oorlog in Duitsland,  in het openbaar een oorvijg gaf. dat gebeurde op 7 november 1968 en was toen wereldnieuws. Het leverde de bestrijding van onbestrafte nazi's in Duitsland en andere Europese landen grote bekendheid.


Bart van der Boom
Mevrouw Klarsfeld  roemde in haar rede vorige week Nederland als tolerant land. Toehoorder dr Bart van der Boom, historicus aan de universiteit van Leiden en bekroond schrijver van 'Wij weten niets van hun lot',  onderschrijft dat niet zonder meer, omdat Nederland bijvoorbeeld asielzoekers opsluit.

In 2012 werd mevrouw Klarsfeld  in Duitsland - zij bezit behalve de Franse nog steeds de Duitse nationaliteit -  door de politieke partij Die Grüne genomineerd voor het presidentschap van Duitsland. Dat werd echter de DDR-dominee en -dissident Joachim Gauck. Tegen hem heeft Nieuws-wo2 een uitgebreide actie gevoerd, omdat Duitsland de oorlogsmisdadiger Klaas-Carel Faber niet wilde uitleveren en Gauck wel in Nederland de 5-mei-lezing kwam geven. Mevrouw Klarsfeld als presidente zou die lezing onder zulke omstandigheden nooit gegeven hebben.






Westerborkpad is succes en breidt info uit



WESTERBORK, 24-01-2013 - Het Westerborkpad is een succes. Vorig  jaar hebben al honderden mensen het pad van 336 km gevolgd. Er komen ook 40 nieuwe luisterpunten langs het pad, naast de 15 bestaande.


Foto rechts: Bram en Saar Hamburger, een geliefd slagersechtpaar uit Nijkerk, seculiere Joden. Saar was verpleegster, Aan het begin van de oorlog pleegden ze zelfmoord. Ze werden in hun slaapkamer gevonden, gearmd in bed. Hun dood schokte de hele Nijkerkse bevolking. Hun geschiedenis is te beluisteren langs het Westerboerkpad in Nijkerk.


De lange afstandswandeling in het spoor van de Jodenvervolging werd in januari 2012 gepresenteerd. De wandelgids van de route van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam naar kamp Westerbork krijgt een tweede druk.


De snelle verkoop van de 3.000 gidsen heeft de initiatiefnemers Wandelsportorganisatie Nederland en Herinneringscentrum Kamp Westerbork verrast. De items van het WesterborkLuisterPad duren gemiddeld  4 minuten en bestaan uit persoonlijke herinneringen aan de Jodenvervolging langs het Westerborkpad.


Ze zijn tijdens het wandelen te beluisteren via een smartphone, maar ook met een mobiele telefoon die alleen een internetverbinding heeft. Op de websites www.westerborkpad.nl en www.westerborkluisterpad.nl (beide vanaf 27 januari in de lucht) wordt uitgelegd hoe een en ander werkt.

 “Het is in de wandelwereld uitzonderlijk dat een nieuwe wandelroute zo snel aanslaat bij het publiek”, zegt directeur Bronkhorst van de Wandelsportorganisatie. Hij is zeer tevreden met het tot nu toe behaalde resultaat. “Eén wandelgids staat gemiddeld voor vier wandelaars, daarmee is de introductie van het pad meer dan geslaagd”. Directeur Mulder van Herinneringscentrum Kamp Westerbork is vooral blij met de uitbreiding van het onderdeel WesterborkLuisterpad in de herdruk.

Op dit moment wordt gewerkt aan veertig nieuwe Luisterpunten op de route: verhalen die de wandelaars onderweg kunnen horen over allerlei facetten van de Jodenvervolging. In de eerste editie waren vijftien audio-items opgenomen in drie etappes tussen Nijkerk en Harderwijk. Door de aanvulling zal de geschiedenis die zich afspeelde vóór kamp Westerbork uiteindelijk op alle 31 etappes van de route in geluid vertaald zijn.

Het Westerborkpad zal in de week voorafgaand aan Holocaust Memorial Day ( 27 januari) door diverse musea in Nederland extra onder de aandacht gebracht worden. Daarbij staan niet alleen de verhalen van de slachtoffers centraal, maar ook de herinneringen van omstanders.


Op 24 februari 2013 is er in het bezoekerscentrum van kamp Westerbork een interview met de bedenker van het pad, Jan Dokter uit Hoorn (foto links). Hij bedacht het pad als herinnering aan zijn familieleden die via Westerbork verdwenen.


Bezoekers
Westerbork ontving vorig jaar 128.500 bezoekers, tegen 130.000 in 2011. Volgens PR-medewerkster Lydia Vedder zijn de verwahctingen dat het bezoek zal srtijgen, mede vanwege de bouw van de grote koepel over het laatste authentieke gebouw van Westerbork, de directeurswoning.

Verder krijgt Kamp Westerbork mogelijk het ‘Europees Erfgoedlabel’ toegekend. De Raad voor Cultuur, een belangrijk adviesorgaan voor regering en parlement, adviseert minister Jet Bussemaker van OCW twee instellingen voor te dragen bij de Europese Commissie. Naast  Westerbork is dat het Vredespaleis in Den Haag. Het is voor het eerst dat Nederlandse instellingen voor dit prestigieuze label worden voorgedragen.

Doel van het Europees Erfgoedlabel is om via ‘plaatsen van herinnering’ het bewustzijn te vergroten voor gedeelde waarden, voor de Europese eenheid in verscheidenheid en voor de bijdrage die de afzonderlijke lidstaten aan het verenigd Europa hebben geleverd.

De wandelgids van het Westerborkpad  bestellen: maak €18,75* over op bankrekeningnummer 566338262 ten name van KNBLO-NL in Nijmegen., vermeld bij uw opdracht duidelijk: 'Wandelgids Westerborkpad' en uw naam en adres; na ontvangst komt de gids 10 werkdagen .






Namen van vermoorde patiënten

Apeldoornsche Bosch nu allemaal bekend



WESTERBORK, 23-01-2013 - Door onderzoek is nu bekend wie in 1943 uit het Apeldoornsche Bosch werden gedeporteerd. Onderzoekers van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork hebben hun namen achterhaald, zo meldt de NOS.






Het Apeldoornsche Bosch heet tegenwoordig gehandicapteninstelling Groot Schuylenburg. Het was de grootste joodse krankzinnigeninrichting van Nederland. Aan het begin van de oorlog verbleven er zo'n 1300 patiënten en 250 verpleegkundigen. De eerste twee jaar van de oprlog werden zij met rust gelaten.

Maar in de nacht van 20 op 21 januari 1943 voerden de Duitsers met Nederlandse hulp  alle patiënten en hun verplegers weg naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Enkele mensen konden echter ontvluchten.

Op het station van Apeldoorn werd een goederentrein met 40 wagons gereed gemaakt. De helft van het personeel is in die nacht gevlucht en ondergedoken. Alle patiënten, soms naakt, verward of in dwangbuis, werden door manschappen van de Waffen-SS en de Ordnungspolizei onder de persoonlijke leiding van Hauptsturmführer Ferdinand aus der Fünten van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (daarbij geholpen werd door Albert Konrad Gemmeker, de SS-commandant van Kamp Westerbork) in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht. een aantal personeelsleden verkoos bij hen te blijven.

Er bestond geen afdoende documentatie van de patiënten, ook omdat het transport niet via kamp Westerbork ging, maar direct naar Auschwitz .


"De mensen zijn destijds niet geregistreerd, omdat de slachtoffers direct na aankomst in een nogal chaotische toestand levend in vuurkuilen zijn gegooid. De SS'ers vonden het niet nodig om de namen op te schrijven", zegt Tom Fürstenberg, voorzitter van Stichting Joods Apeldoorn tegen de NOS.

In 2012 bleek  de complete administratie van het Apeldoornsche Bosch bij het stadsarchief in Amsterdam te berusten. Medewerkers van het Westerbork en de Stichting Joods Apeldoorn onderzochten daarop 1300 namen uit de kaartenbakken. Van hen bleken er 1069 joden te zijn gedeporteerd.

"Nu hebben ze hun persoonlijkheid terug. Een naam en een leeftijd. Dat is toch het eerbetoon dat je moet geven. Het zijn weer mensen geworden", zegt Tom Fürstenberg.

Op 23 april 1990 onthulde prinses Juliana in het Prinsenpark te Apeldoorn een monument van Ralph Prins. Het moment (foto boven) bevat  een dichtregel van Ida Gerhardt uit haar gedicht Het carillon: ''Nooit heb ik wat ons is ontnomen, zo bitter, bitter liefgehad''. Het monument is geadopteerd door basisschool De Prinsenpark. Elk jaar rond 21 januari vindt hier een herdenking plaats van het Comité Monument Apeldoornsche Bosch.




Bezoek Auschwitz bereikt record, maar vlakt af


AUSCHWITZ, 8-01-2013-  Het concentratiekamp Auschwitz in Polen heeft vorig jaar het recordaantal van 1,43 miljoen bezoekers getrokken, 25.000 meer dan het jaar ervoor. Dat meldde het museum vrijdag op zijn website.


FOTO RECHTS:  bezoekers op 'die Rampe', het perron waar de treinen aankwamen en de SS-ers mensen onmiddellijk verdeelden naar links of naar rechts, meteen dood of nog even uitstel.Foto Auschwitz.org


Toch blijkt uit de grafiek die de organisatie ook op zijn website publiceert, dat de groei afvlakt. Tot 2007 was er doorlopende groei van het bezoekersaantal.


In 2008 echter ontstond een daling, die het jaar erop weer werd goedgemaakt met een toename van het bezoek van maar liefst 270.000 mensen. Maar In 2011 steeg het bezoek evenals vorig jaar met niet meer dan 25.000 mensen.


Toch blijkt uit de grafiek die de organisatie ook op zijn website publiceert, dat de groei afvlakt. Tot 2007 was er doorlopende groei van het bezoekersaantal. In 2008 echter ontstond een daling, die het jaar erop weer werd goedgemaakt met een toename van het bezoek van maar liefst 270.000 mensen. Maar In 2011 steeg het bezoek evenals vorig jaar met niet meer dan 25.000 mensen.

Directeur Dr. Piotr Cywiński is overigens erg tevreden met de cijfers.


Sinds 2004 is het bezoek ruwweg verdubbeld. In 2015 zal het 70 jaar geleden zijn dat het kamp bevrijd werd (op 27 januari 1945, door de Sowjets). In vrijwel alle grote herdenkingsjaren stijgt het bezoek.

Het kamp werd 65 jaar geleden omgedoopt tot herinneringsoord en museum. Er is ook een Nederlands paviljoen. Naast losse bezoekers uit Nederland komen er ook bezoekers via het Nederlandse Auschwitz-comité

De meeste bezoekers kwamen uit Polen, 446.000 mensen. Maar ook 150.000 Britten en 96.000 Amerikanen hebben een bezoek gebracht.


Er blijkt vooral groei in de toeloop van Canadese (+200%) en Amerikaanse bezoekers (+85%)  te zijn, zo meldt het museum op zijn site. Er zijn vorig jaar ook 19.200 Nederlandse bezoekers geweest, waarmee Nederland op de 16de plaats komt na Australië en vóór Hongarije. De afgelopen 6 jaren zijn er jaarlijks ten minste 1 miljoen mensen naar het herinneringsoord en museum gegaan.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de nazi's naar schatting meer dan 1,1 miljoen mensen gedood in de diverse kampen van het uitgestrekte Auschwitz-complex, dat ook vele Duitse fabrieken omvatte.





Beate Klarsfeld geeft 10de 'Nooit Meer Auschwitz' lezing

AMSTERDAM, 5-12-2012 - De Franse-Duitse nazi-jaagster Beate Klarsfeld geeft de 10e Nooit Meer Auschwitz Lezing op 24 januari 2013, zo meldt het Nederalndse Auschwitz comité.

Het Nederlands Auschwitz Comité is zeer vereerd met de komst van deze 'moedige en strijdbare' vrouw. Aan deze lezing is een jaarlijkse onderscheiding verbonden, die de naam draagt van de in 2001 overleden erevoorzitter van het Auschwitz Comité, Annetje Fels-Kupferschmidt.

Beate Klarsfeld is volgens het comité journaliste maar volgens haar Duitse Wikipedia-biografie jongerenwerkster en heeft samen met haar echtgenoot Serge Klarsfeld een groot aantal oorlogsmisdadigers opgespoord en voor het gerecht gebracht, onder wie de Duitse nazi-oorlogsmisdadiger Klaus Barbie, bekend als 'de slager van Lyon' wegens o.m. zijn actie tegen 44 Joodse kinderen uit een kindertehuis in Izieu.

Beate Klarsfeld trouwde in 1963 met de Frans-Joodse advocaat Serge Klarsfeld. Zij werd in 1968 in heel Europa bekend toen zij Bondskanselier en nazi Kurt Kiesinger tijdens een openbare discussie een oorvijg gaf.  Zij is o.m. onderscheiden met het Franse Legioen van Eer en de Franse Nationale Orde van Verdienste.

Mevrouw Klarsfeld heeft een dozijn oorlogsmisdadigers aan de kaak gesteld en sinds de jaren '90 samen met haar man aktie bevoerd voor de herinnering van de gedeporteerde en vermoorde Franse Joden. In 2012 werd zij gekozen tot lid van de zogenaamde Bondsvergadering (Bundesversammlung), het Duitse overheidscollege dat de Duitse president kiest. Namens de politieke partij 'Die Linke' werd zij in 2012 kandidate voor het Duitse presidentschap, waarbij zij verloor van Joachim Gauck. In maart 2012 ontdekte de het dagblad Die Welt dat zij betaald werd door de Oostduitse SED voor de oorvijg aan Kiesinger.

Jaarlijks organiseert het Nederlands Auschwitz Comité in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB), het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, de 'Nooit Meer Auschwitz Lezing'. In 2013 zal op donderdag 24 januari de tiende lezing worden gehouden. Ieder jaar wordt een prominente gast uitgenodigd om te komen spreken. 






Geen opnamen in Anne Frankhuis voor eerste Duitse film over Anne




AMSTERDAM, 4-12-2012 -  Waarschijnlijk komen er geen opnamen in het Anne Frankhuis voor nieuwe biografische film over Anne. Dat laat een woordvoerster van het Anne Frankhuis weten.

De Duitse scenarioschrijver Fred Breinerdorfer is begonnen met een draaiboek voor een film over het gehele leven van Anne Frank. Dat zal de eerste Duitse film over Anne worden.

Een regisseur is nog niet bij het project betrokken. Porducenten zijn Spektrum Pictures en Zeitsprung Pictures, met als producenten Walid Nakschbandi en Michael Souvignier. Het Zwitserse Anne Frank Fonds werkt aan deze nieuwe productie mee, waarvan de opnamen in 2013 moet beginnen. Buddy Elias, een neef van Anne en voorzitter van het fonds, is verheugd dat deze film er zal komen, zo staat op de site van het Fonds.


Bij de vorige film over Anne, een documentaire uit 1995 van de BBC, is het achterhuis van de familie Frank nagebouwd. Het Anne Frankhuis is 7 dagen  per week geopend en heeft geen gelegenheid voor opnames van speelfilms, die meestal dagenlang duren.

Vorige week is juist het 60-jarig bestaan van de herdenkingsoord bij het concentratiekamp Bergen-Belsen herdacht. Daar stierf Anne in maart 1945.

Breinerdorfer is gespecialiseerd in Krimi's en is ook al auteur van het scenario van de film 'Sophie Scholl: Die Letzten Tage' uit 2005, over de Duitse studente die beroemd werd wegens haar verzet tegen de nazi's in de groep 'Die weisse Rose' en haar gewelddaige dood.

Breinerdorfer oriënteert zich niet alleen op Anne Franks dagboek, maar hij wil haar hele levensloop weergeven. Daarbij zal hij  Annes jongste jaren in Frankfurt am main, waar zij geboren werd. De verhuizing vand e familie naar Aken en Nederland komen ook aan bod. In deze opzet wil het Het verhaal eindigt bij het moment waarop haar vader, Otto Frank, na de oorlog het dagboek van zijn inmiddels omgekomen dochter overhandigd krijgt.

In totaal zijn er nu 6 films over Annes leven gemaakt. De jongste is een documentaire uit 1995 'Anne Frank remembered' met o.m. Miep Gies,  geproduceerd door de BBC, het Anne-Frankhuis, Disney Channel en Jon Blair porducties. Deze kreeg een Oscar. De bekendste speelfilm over Anne is de Amerikaanse productie uit 1959  'The Diary of Anne Frank' met Millie Perkins. Deze film kreeg 3 Oscars.




Ophef in Steenwijk vanwege plan straatnaam voor oorlogsburgemeester


STEENWIJK, 2-12-2012 - In Steenwijk is opschudding ontstaan door een plan om een straat te vernoemen naar een burgemeester uit de oorlog. De Stichting Gedenkteken Joodse Steenwijkers zegt volgens de NOS dat meer dan 40 mensen bezwaar hebben gemaakt bij de gemeente.

Er zou in het dorpje Tuk in de gemeente Steenwijk naar F.M. baron Van Panthaleon van Eck (foto rechts) worden vernoemd, zo ontdekte Jan van Rossum van de stichting.


Deze oud-burgemeester stuurde in 1942 de gegevens van Joodse inwoners uit de gemeente naar de Duitse bezetter. Naar schatting 90% van alle burgemeesters tijdens de oorlog deden dat. Voor zover bekend is baron Van Eck nooit veroordeeld voor deze daad.


Baron Van Eck was burgemeester van Steernwijkerwold van junii 1939 tot 14 maart 1944, toen hij werd opgevolgd door NSB-er J.P. de Lang. Na de oorlog werd baron van Eck de eerste burgemeester van de gemeente Noordoostpolder, een relatief eervolle benoeming. In het Koninkrijk van dr L. de Jong wordt baron Van Eck niet genoemd. Het ziet ernaar uit, dat hij geen pro-Duitse houding had.

Naar schatting zo'n 20 mannen moesten vanwege die gegevens naar een werkkamp bij Staphorst. Later verdwenen meer dan 100 Joden op de gemeentelijke lijst naar concentratiekampen en vernietigingskampen. Ruim 50 overleefde dat niet.

Van Rossum lichtte nabestaanden in, die verontwaardigd reageerden. Ze vinden het volgens de NOS  "belachelijk en onverdraaglijk" dat iemand die heeft meegewerkt aan de deportatie van Joden een straat naar zich vernoemd krijgt.

De Baron Van Panthaleon van Ecklaan staat al op een tijdelijk bord in de nieuwbouwwijk in Tuk waar de straat moet komen. Komende maandag komt de straatnaamcommissie in spoed bijeen om te overleggen over de kwestie.

Op 27 juni 1942 schreef burgemeester baron Van Panthaleon van Eck een brief waarin hij de gegevens van de Joodse mannen in zijn gemeente in handen van de Duitsers speelde en daarmee hun lot bezegelde. Dat meldt het Ned. Israëlitisch Kerkgenootschap op zijn site. Op 3 juli arriveerde de lijst bij Lages en Aus der Fünten, verantwoordelijk voor de deportaties, in Amsterdam. Kort hierop volgde de arrestatie van de eerste 30 Joodse mannen uit Steenwijk.

Onder de protestbrief aan het gemeentebestuur van Steenwijkerland staat ook de naam van opperrabbijn B. Jacobs, wiens moeder, grootouders en overgrootouders uit Steenwijk komen. Een overlevende die nu in de VS woont reageert volgens een bericht in de Opregte Steenwijker Courant:

    Ik huil nooit, maar dit bracht tranen in mijn ogen.


Een andere overlevende, M.A. de Lange uit Naarden:

    Moeten wij dit zien als een opleving van waardering van het gemeentebestuur en het witwassen van de feiten, begaan door deze ex-burgemeester die zo overijverig de namen van Joodse Nederlanders in de handen van hun toekomstige moordenaars heeft gespeeld.

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Steenwijkerland moet nog een besluit nemen over de naam die aan de nieuwe straat zal worden gegeven.




NIOD start grote jongerenactie voor

Holocaust Memorial Day


AMSTERDAM, 1-12-2012 - Het NIOD start samen met 25 vooraanstaande organisaties en universiteiten een grote jongerenactie voor Holocaust Memorial Day.


Op deze dag, 27 januari, worden wereldwijd de slachtoffers van de Holocaust herdacht. Tegen de achtergrond van ‘Nooit meer Auschwitz’ organiseert het NIOD activiteiten voor jongeren tussen de 15 en 25 jaar.

Foto rechts: het Auschwitzmonument in Amsterdam, ontworpen door Jan Wolkers. Het opschrift is: Nooit meer Auschwitz. Foto Wikipedia.

Medeorganisatoren zijn o.m. universiteiten, de Anne Frankstichting, de drie Nederlandse concentratiekampen,  en de voornaamste organisaties voor de herdenking van de shoah.

Doel is met deze activiteiten de kennis over genociden nu en in het verleden onder jongeren verspreiden en het debat over de gevolgen van rassenhaat, discriminatie en antisemitisme stimuleren.

Medeoprichters van de actie zijn:

Centraal Joods Overleg
Nat. Mon. Kamp Vught
Humanity in Action
Stg Landelijke Sinti/Roma Organisatie
Nat. Mon. Kamp Amersfoort

Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Verzetsmuseum Amsterdam
Anne Frankstichting
Fontys Hogeschool
Nat. Mon kamp Amersfoort

CIDI Jongeren Organisatie

Fries Verzetsmuseum
Ned. Auschwitz Comité
Radboud Universiteit Nijmegen
Erasmus Universiteit

Vrije Universiteit Amsterdam

Universiteit Utrecht
Stg. Sobibor
Museon
Uitgeverij Verbum

Hollandsche Schouwburg

Univ. van Amsterdam
Stg. Denk en Herdenk
Ned. Verbond v. Progressief Jodendom
Land. Steunpunt Gastsprekers WOII-Heden
In januari 2007 heeft een aantal van de deelnemende organisaaties diverse educatieve manifestaties georganiseerd, waaronder workshops, projecten met kinderen, schoolbezoeken en lezingen, culminerend in de Auschwitz Herdenking.


Dit alles vond plaats zowel in de week voorafgaand, als in de week volgend op de nationale Holocaust Memorial Day / Auschwitz Herdenking op zondag 28 januari 2007.


De eerste Holocaust Memorial Week was volgens het NIOD een groot succes. Vele scholieren en studenten namen deel aan workshops en lezingen door het hele land. Een van de tastbare resultaten was dat voor het eerst door studenten, namens de Nederlandse jeugd, tijdens de herdenking een krans werd gelegd bij het Auschwitzmonument.


Holocaust Memorail Day is in 2005 ingesteld door de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan naar aanleiding van de herdenking van de bevrijding van Naziconcentratiekamp Auschwitz, op 27 januari 1945.


In Nederland vindt Holocaust Memorial Day (HMD) ieder jaar plaats op de laatste zondag in januari; de herdenking wordt gehouden bij het Spiegelmonument ‘Nooit meer Auschwitz’ van Jan Wolkers in het Wertheimpark in Amsterdam.

Samen met andere organisaties is een organisatie opgericht, Holocaust Memorial Day Nederland, die ook een eigen website heeft. Deze wil dat zoveel mogelijk organisaties deelnemen aan HMD. De organisatie roept andere organisaties op een activiteit organiseren rondom het thema ‘De Holocaust en anderen genociden’.

Het mailadres is  hmd@niod.knaw.nl, de website: http://www.holocaust-memorial-day.nl/, Facebook: http://www.facebook.com/pages/Holocaust-Memorial-Day-Nederland/491846567506377?fref=ts en Twitter: https://twitter.com/HMDNederland



Koning Albert opende nieuw Holocaustmuseum in Mechelen


MECHELEN, 29-11-2012 - Koning Albert van België heeft maandag het vernieuwde Holocaustmuseum in Kazerne Dossin in Mechelen officieel geopend. In de kazerne werden tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden bijeengebracht die daarna naar vernietigingskampen afgevoerd werden.

De Vlaamse regering heeft 25 miljoen euro betaald om de kazerne opnieuw in te richten. Behalve een museum zijn er ook een documentatiecentrum en een herdenkingsoord.

Het museum documenteert het verhaal van de shoah in België. "Op deze manier willen we laten zien dat dit verhaal voor ons historisch erg belangrijk is", liet de Vlaamse premier Peeters eerder weten.

De kazerne in Mechelen werd vanaf juni 1942 gebruikt als doorgangskamp van de SS en heette toen SS-Sammellager Mecheln. Bijna 25.000 Joden en 350 zigeuners werden van daaruit naar vernietigingskampen, voornamelijk Auschwitz in Polen, vervoerd. Onder hen ook Nederlanders die in België woonden. 1240 gedeporteerden overleefden de Tweede Wereldoorlog.

Medestichter van het museum is Natan Ramet. Als 17-jarige verbleef hij tijdens de oorlog acht dagen in de Dossinkazerne, waarna hij met zijn vader werd gedeporteerd. Zijn moeder en zusje konden onderduiken en bleven ongedeerd; zijn vader overleed in de buurt van Auschwitz.

Natan Ramet verbleef in 11 kampen, zoals Auschwitz, Warschau en Dachau. Na terugkomst in België zette hij zich in voor de herinnering van de shoah. Ramet was oprichter en jarenlang voorzitter van het museum. Ramet overleed in april van dit jaar.

Op zaterdag 1 december opent het museum voor het publiek.





Anne Frankexpositie opent in Brazilië

SAÕ PAULO, 29-11-2012 - Vorige week is in het bijzijn van het koninklijk paar het startsein gegeven voor een groot educatief project in Brazilië rond Anne Frank.


De reizende tentoonstelling 'Anne Frank - een geschiedenis voor vandaag' wordt vertoond in de deelstaat São Paulo.

Ook het debatprogramma over botsende grondrechten 'Free2choose' is daaraan gekoppeld. Met dit programma willen de Anne Frankstichting (AFS) de houding en het gedrag van jongeren beïnvloedenop punten als discriminatie, racisme, geweld en sociale uitsluiting. 


In juli stuurde de Joodse gemeenschap van Brazilië 5 directeuren van Anne-Frankscholen in Brazilië voor een shoah-studie naar Amsterdam.


Daar werden zij voorgelicht over het leven van Anne, o.m. door haar nog levende klasgenoot Nanette König. Zij bezochten ook kamp Westerbork. Dit bezoek is de eerste stap ind e oprichting van een educatief netwerk, zo heeft de CONIB, de overkoepelende organisatie van Joden in Brazilië laten weten.

Het project van de AFS startte tijdens het bezoek van prins Willem-Alexander en prinses Máxima. In hun aanwezigheid tekenden  de secretaris van onderwijs van Sao Paulo, Herman Voorwald en de algemeen directeur van de Anne Frank Stichting, Ronald Leopold een overeenkomst.

Het ministerie van onderwijs van de deelstaat Sao Paulo is recent op grote schaal het School Protection Programme gestart. Er zijn meer dan 500 scholen in de gehele deelstaat São Paulo.

Volgens de Anne Frankstichitng werd er miet eerder is een project van een dergelijke grote omvang in Brazilië uitgevoerd. Dat werd mogelijk dankzij de steun van de regering van de deelstaat Sao Paolo. Deze is ook in internationaal perspectief volgens de AFS bijzonder.






Brinkhorst spreekt op Cleveringadebat 2012

LEIDEN, 26-11-2012 - Op het jaarlijkse Cleveringadebat spreekt dit jaar o.m. ex-minister en hoogleraar internationaal recht Laurens-Jan Brinkhorst. Het debat vindt plaats op donderdag 29 november om 20 uur in het Groot Academiegebouw van de Leidse universiteit.

Tijdens de WO2 hield professor Cleveringa op 26 november 1940 een openbare protestrede tegen het ontslag van twee Joodse ambtenaren, in dit geval zijn twee collega's,  Meijers en David. Dat was in Nederland één van de eerste openlijke protesten tegen de Jodenvervolging.


Foto rechts: de studenten komen op 26 november 1940 het Leidse Academiegebouw uit na de rede van Cleveringa en gaan staken.

Dat leidde tot een staking van de Leidse studenten en in reaktie daarop de sluiting van de Leidse universiteit door de Duitsers. Ook in Delft werd er geprotesteerd en gestaakt, op 25 en 26 november 1940 (zie ook rubriek 'Vandaag Gebeurd').

Prof Cleveringa werd een dag later gearresteerd en zonder vorm van proces bijna een jaar in de strafgevangenis van Scheveningen opgesloten. Hij werd weer vrijgelaten, maar in 1944 werd hij weer gearresteerd en kwam terecht in kamp Vught, maar hij overleefde de oorlog.


Professor Meijer kwam in concentratiekamp Theresienstadt terecht, maar overleefde de oorlog ook. Hun collega Telders, die fel geprotesteerd had tegen de Ariërverklaring, stierf echter in het concentratiekamp.

Ter herdenking van deze rede organiseert het Leids Universitair Fonds het Cleveringasdebat over vrijheid, en in samenwerking met de Cleveringa-comités jaarlijks de Cleveringabijeenkomsten. Leidse wetenschappers houden rond 26 november over de hele wereld lezingen over uiteenlopende onderwerpen, die meestal echter niets met vrijheid of de oorlog te maken hebben.

Verder nemen aan het debat

  • René Cuperus, Wiardi Beckmanstichting (PvdA) & columnist voor De Volkskrant
  • Mark Verheijen, Tweede Kamerlid VVD
  • Rick Lawson, decaan Faculteit der Rechtsgeleerdheid & hoogleraar Europees Recht
  • Sophie in 't Veld, Europarlementariër D66
  • Arjan Vliegenthart, Eerste Kamerlid SP


De leiding van het debat is in handen van Mark Frequin, DG van het ministerie van Binnenlandse Zaken





Nieuwe foto van mogelijk Anne Frank opgedoken


AMSTERDAM, 15-11-2012 - Er is een nieuwe foto van mogelijk Anne Frank opgedoken. het gaat om een foto van Anne met een bay op haar schoot. De baby is het voorwerp van een documentaire die op de aanstaande IDFA wordt vertoond op 128 november.

Foto rechts: de eventuele Anne met de baby Anneke Kohnke.

Juist vóór de onderduik van de familie Frank onderdook woonde er een ander Joods gezin bij hen in op het Merwedeplein, met o.m. de bay Anneke Kohnke. Na de oorlog heeft Otto Frank zich ingespannen voor de adoptie van Anneke, die als enige van de familie de Holocaust overleefde.

Dit onbekende deel uit de geschiedenis van de familie Frank is het onderwerp van de nieuwe documentaire 'The baby' van Deborah van Dam en researcher Martine van Poeteren.

De film wordt de komende week op het documentairefestival IDFA vertoond. Erin is te zien dat de familie Kohnke in mei 1942 ging inwonen bij de Franks, met Anneke van anderhalf. Haar moeder kende Annes moeder Edith Frank uit Duitsland.

Het samwneonen op het Merwedeplein duurde tot juli 1942, toen de familie Frank zelf onderdook in het Achterhuis op de Prinsengracht. De Kohnkes bleven achter, om onbekende redenen.

Uit de tijd juist voordat de familie Kohnke bij de Franks woonden, zijn twee bijna identieke foto's oer, eigendom van Anneke Kohnke. De 72-jarige mevrouw Kohnke zegt daarover: 'Ik heb een foto van een jong meisje dat precies op Anne Frank lijkt, met mij op haar schoot.'

De Anne Frank Stichting ontkent echter dat het om Anne gaat. Ze zou in die periode langer haar hebben gehad en magerder zijn geweest - het meisje op de foto heeft wat mollige handen. Wel erkent de stichting dat de Kohnkes bij de Franks inwoonden en dat Otto Frank een grote rol heeft gespeeld bij de adoptie.

'The baby' gaat op 18 november 2012 tijdens het IDFA in première.




Herdenking 70 jaar razzia Hollandia Kattenburg


De schrijver Max Pam zal dit jaar de herdenkingstoespraak houden.

Leerlingen van groep 7 van de IJpleinschool die het monument adopteerden, zullen de herdenking bijwonen.

Het vertrek van de deelnemers is om 15.45 uur vanuit gebouw de Valk, Meeuwenlaan 10, Amsterdam-Noord.

Aankomst is ongeveer 16.00 uur bij het Hollandia Kattenburg monument op het IJplein.

AMSTERDAM-NOORD, 9-11-2012 - Maandag 12 november vindt de herdenking plaats van de razzia op de kledingfabriek Hollandia Kattenburg.


Bij dit Joodse bedrijf in Amsterdam-Noord werden in 1942 op 11 november, nu 70 jaar geleden, alle Joodse werknemers weggehaald.


De herdenking vindt dit jaar niet op die dag plaats omdat dat een zondag is.
De herdenking vindt plaats bij het monument op het IJplein (foto rechts).


Op RTV-NH is een interview met kleindochter Monica Kattenburg (foto links) van de voormalige directeur. De zender zendt op zondag de documentaire 'De razzia bij Hollandia Kattenburg' van Joost Lammers uit.

Deze is via uitzending gemist op de site van RTV-NH te zien voor mensen buiten Noord-Holland.


In 1942 werden de 367Joodse medewerkers van Hollandia Kattenburg op brute wijze door de bezetter gearresteerd.De inval wordt jaarlijks bij het Hollandia-Kattenburgmonument (foto rechtsboven) op het IJplein in Noord herdacht.


Er werkten 740 mensen bij Hollandia-Kattenburg. In de eerste jaren van de oorlog worden deze mensen en hun families vrijgesteld van deportatie, omdat de Wehrmacht klant is van Hollandia-Kattenburg, het bedrijf maakt onder meer Duitse uniformen. Het bedrijf was gespecialiseerd in waterdichte regenjassen.

Hanns Rauter, de
SS-generaal in Nederland, was het echter niet eens met het aantal Joden dat om deze reden vrijstelling van deportatie kreeg. Hij construeerde een beschuldiging van terrorisme waarbij een link werd gelegd naar de Rptterdamse verzetsstrijder Sally Dormits. Rauter liet ruim 100 medewerkers arresteren en in de strafgevangenis van Scheveningen mishandelen. Enkelen van hen 'bekennen' sabotage.


Op 11 november 1942 deed vervolgens de Ordnungspolizei een inval in de fabriek. Alle Joodse werknemers werden gearresteerd, en ook hun familieleden thuis.


Foto rechts: werknemers in de fabriek in Amsterdam-Noord.


Deze mensen verdwenen met het zogenaamde ‘Hollandia-Kattenburg-transport’ via kamp Westerbork naar de Duitse concentratiekampen. Slechts acht werkneemsters keerden na de oorlog terug.

De fabriek was opgericht door de Joodse familie Kattenburg. Sinds 1917 was de fabriek gevestigd aan de Valkenweg in Amsterdam-Noord.








Centraal Joods Overleg roept op tot herdenking Kristallnacht

AMSTERDAM, 6-11-2012 - Het Centraal Joods Overleg (CJO)  doet een oproep tot herdenking van de Kristallnacht, de nacht van 9 op 10 november 1938.


Foto rechts: gearresteerde Joden in kamp Buchenwald.


„Wij maken ons zorgen over de wijze waarop in deze tijd het antisemitisme zich opnieuw manifesteert,” zo laat de raad weten.


Ook in Westerbork en Breda zijn er herdenkingen van deze eerste openlijke Jodenvervolging door de nazi's in Duitsland, beide op 9 november. (Zie beneden)

De herdenking bij de Portugese Synagoge aan het Mr. Visserplein te Amsterdam. Aansluitend is een kranslegging bij de ingang van de Hollandsche Schouwburg. De herdenking zal dit jaar echter plaatsvinden op vrijdag 8 november 2012, vanwege de sabbat op zaterdag 9 november.

In de nacht van 9 op 10 november 1938 werden in nazi-Duitsland op vrijwel hetzelfde moment vele honderden synagogen, scholen, Joodse winkels en woningen vernield, geplunderd en in brand gestoken, tot in de kleinste Duitse dorpjes toe. De nacht kwam bekend te staan als de Rijkskristalnacht, vanwege de ruiten van Joodse winkels die kapotgeslagen werden.

„Deze explosie van antisemitisch geweld vormde de inleiding op de volledige uitstoting en uiteindelijk de vernietiging van miljoenen Europese joden”, aldus het CJO. Deze instelling wil de Kristallnacht herdenken om „blijvend te waarschuwen tegen elke vorm van antisemitisme en racisme in onze samenleving. Zowel in Nederland als elders.”

Het CJO zegt zich zorgen te maken over „de wijze waarop in deze tijd het antisemitisme zich opnieuw manifesteert. In sommige onderdelen van de samenleving is ”jood” een scheldwoord geworden. Op internet is volgens het CJO antisemitisme veruit de meest voorkomende discriminerende uiting, terwijl de joodse gemeenschap relatief klein is. Joden met keppels worden op straat nageroepen. De polarisatie in ons land is toegenomen, terwijl het respect voor bepaalde religieuze uitingen en gebruiken verminderd is.

Met vele andere Nederlanders keert de Joodse gemeenschap zich tegen deze verschijnselen, stelt het CJO. "Wij willen dat alle burgers in ons land vreedzaam, respectvol en zonder discriminatie kunnen samenleven. Door stil te staan bij de Kristallnacht, een dieptepunt van antisemitisch geweld in de geschiedenis, wil de joodse gemeenschap in Nederland het signaal afgeven alert te blijven. Voor antisemitisme en racisme mag nooit plaats zijn.”


Westerbork

Een ooggetuigenlezingover de Reichskristallnacht vindt aanstaande vrijdag 9 november plaats in Herinneringscentrum Kamp Westerbork, door Wolfgang Kotek.

Hij maakte als Duitse jongen de opkomst van het nazi-regime mee en kan zich nog scherp voor de geest halen hoe hij verbijsterd met zijn moeder op 10 november 1938 bij de afgebrande synagoge in zijn geboorteplaats Wuppertal stond.

Zonder zijn ouders vluchtte hij een week na de Reichskristallnacht naar Nederland en kwam in verschillende pleeggezinnen terecht. Zijn vader was al twee weken vóór de Reichskristallnacht opgepakt en op transport naar zijn geboorteland Polen gezet, zijn moeder bleef uiteindelijk berooid en gebroken achter.

De ooggetuigenlezing van Wolfgang Kotek begint om 14.00 uur. Bijwonen van de lezing is inbegrepen bij de entreeprijs van het museum.



Breyer, die al eerder voor de Amerikaanse autoriteiten heeft toegegeven lid te zijn geweest van de Waffen-SS, zou in Auschwitz hebben meegeholpen aan de moord op zeker 344.000 Joden, vooral Hongaren.Persbureau AP vond in de Amerikaanse overheidsarchieven een document van het Amerikaanse leger uit 1951 (foto rechts), waarin Breyer echter als lid van de  criminele moordorganisatie wordt aangemerkt. Dit waren de mensen die in de kampen de moord op de Joden en anderen uitvoerden.Breyer werd geboren op 30 mei 1925 in Neualdorf, nu bekend als Nova Lesna ('nieuw bos') in Slowakije.

Bij zijn aanmelden voor een Amerikaans paspoort in 1951 was al bekend dat hij lid van de SS was geweest. Breyer stelde dat hij lid van de was geweest, en niet van de  moorddagiger  . Op 28 mei 1952 kon Breyer officieel zijn aanvraag indienen. Hij kreeg een immigrantenvisum, en vroeg in 1957 een paspoort aan, dat hij kreeg.

Op 21 april 1992 startte de Amerikaans staat een zaak tegen hem. In oktober claimde Breyer staatsburgerschap op grond van zijn moeders Amerikaanse nationaliteit. De zaak kreeg dergelijke ingewikkelde juridische kanten dat er geen duidelijke uitspraak kwam. In hoger beroep stelde het hof vast dat Breyer als nazi-kampbewaker geen recht had op een Amerikaans paspoort. In 1993 hoorde  Breyer van de rechter dat hij bij zijn naturalisatie informatie had achtergehouden.

Ondanks zijn beroep stelde de rechter dat vast, maar het vergrijp had kennelijk niet voldoende zwaarte om tot Breyers verlies van zijn paspoort te leiden. Uit enkele blijkt dat Breyer zich ook uitgaf voor John Breyer, Johann Paul Breuer, Janpavel Breuer, Jan Pavel Breyer, en Hans Breyer. Dat hoeft overigens niet per se op een criminele bedoeling te duiden.In 2003 werd in een nieuwe Amerikaanse  rechtzaak beslist, dat Breyer toch in de VS kon blijven, omdat hij door de SS aangeworven was als 17-jarige.De justitie in Weiden liet dinsdag weten  de zaak te starten, omdat in die stad in het oosten van Beieren de laatste woonplaats van de 87-jarige in Duitsland was. Justitie verwacht dat het onderzoek enkele maanden kan duren. Breyer is een Slowaak en emigreerde naar de VS in 1952, waar hij de Amerikaanse nationaliteit kreeg en waar hij vervolgens 40 jaar werkte als gereedschapsmaker.Hij woont nu al vele tientallen jaren  in Philadelphia. Breyer erkende in de hoorzittingen van het Amerikaanse ministerie van Justitie dat hij bewaker was geweest  in Auschwitz.

Echter, hij stelde dat hij buiten het kamp gestationeerd was en niets  met de misdaad te maken had .Het centrale bureau in Duitsland voor de opsporing van nazimisdaden in Ludwigsburg heeft een omvangrijk dossier over Breyer overgedragen. Breyer zou in 1942 tot de zijn toegetreden en daar tot bewaker zijn opgeleid. Justititie gaat nu een internationaal arrestatiebevel verkrijgen  Officier van justitie. Wicker in Wieden is verantwoordelijk voor de zaak..Volgens Ludwigsburg - een instelling die al jaren zwaar bekritiseerd wordt wegens nalatigheid - heeft Breyer substantieel bijgedragen aan de massamoord in Auschwitz. Door zijn werk bij op het perron waar Joden aankwamen en geselecteerd werden en de in wacht bij de Auschwitz-Birkenau, heeft hij volgens de onderzoekers, in samenwerking met andere leden van de SS, de uitroeiing van de gedeporteerden bevorderd, waardoor hij een "een causale bijdrage aan de moord leverde die dient te worden geclassificeerd als doodslag".

De 48-jarige rechter Kirsten Goetze uit Ludwigsburg deed aantal jaren onderzoek naar de zaak-Breyer en interviewde o.m.  getuigen. Volgens haar nam Breyer als 17-jariger vrijwilliger dienst bij de SS en diende uiterlijk in december 1943 in Auschwitz II (Birkenau), waar hij deel uitmaakte van een zg. ', speciaal bedoeld voor het werk in de kampen. De compagnie van Breyer deed in het voorjaar en de zomer van 1944 dienst aan het perron in Birkenau, waar gevangenen direct na hun aankomst werden geselecteerd voor werk of de dood, die dan vaak binnen 24 uur volgde.Alleen al tussen 19 mei  en 22 juli 1944 kwamen er tijdens de zogenaamde Hongaarse actie 137 treinen met meer dan 433.000 Joden aan in het kamp, van wie ten minste 344.000 onmiddellijk naar de gaskamers werden gedreven. Daarnaast arriveerden er vele andere treinen uit alle bezette landen in Europa, onder meer met gedeporteerde Joden uit het en Berlijn.

Breyer heeft een vrouw en kinderen, en woont in een drive-in-woning. Op de voordeur van Breyers huis hangt een briefje: “De VS en Duitsland hebben wederkerige uitleveringsverdragen., aldus de premier op de website Joods Actueel. Di Rupo beschreef dit als”. De uitspraken van Di Rupo werden op een ongemeen geestdriftig applaus door een duidelijk dankbaar gestemd publiek onthaald.De plechtigheid werd bijgewoond  door groot aantal ministers, ambassadeurs en consuls, vertegenwoordigers van politieke partijen, parlementsleden en Joodse prominenten en voorzitters van Joodse verenigingen. Onder hen ook minister-president Peeters van Vlaanderen en de Brusselse minister-president Charles Picqué. Opvallend was ook het relatief grote aantal jongeren.Eerst werd er hulde gebracht aan drie grote Joodse persoonlijkheden die dit jaar overleden: David Susskind, Georges Schnek en Natan Ramet, de inspirator van het Joods Museum van Deportatie en Verzet in de Dossinkazerne. Hierop vollgde een herdenking van de zigeuners die vanuit Mechelen op transport naar Auschwitz werden gezet.

Homosexuelen werden niet herdacht (premier Di Rupo komt openlijk uit voor zijn homosexualiteit).Tijdens de ceremonie werden 6 vlammen ontstoken onder meer door Prins Filip, Elio di Rupo en vice-premier Reynders. Bij het monument aan de ingang van de Dossinkazerne werden kransen neergelegd.Prins Filip bezocht ook het vorige week geopende Memoriaal waar hij namen van de  gedeporteerden beluisterde, namen die via een geluidssysteem ten gehore gebracht worden. De prins ondertekende  vervolgens het gastenboek.De plechtigheid eindigde met het leerlingenkoor van Beth Aviv, een Joodse school uit Brussel, dat het Joodse partizanenlied zong. Ter afsluiting stonden alle aanwezigen recht tijdens de eveneens gezongen uitvoeringen van het Belgische en het Israëlische volkslied. De Jodenvervolging in België was aanzienlijk minder succesvol dan die in Nederland. Uit Nederland verdwenen 104.000 Joden, ongeveer 75% van alle Joden in het land. Uit België was dat 35%.

Breda

Op vrijdag 9 november 2012 is in Breda ook een Kristallnacht Herdenking. Organisator is de stichting www.kristallnachtherdenking-breda.nl. Om 12.00-12.15 uur is er een herdenking bij het Joodse monument in het Wilhelminapark. Hierbij zal burgemeester Peter van der Velden ook aanwezig zijn. De sprekers tijdens deze herdenkingsbijeenkomst zullen Philip Soesan en  mevr. Elma Groen zijn. Mevr. Moshkan de Goede zorgt voor een muzikale noot.


De herdenkingstocht begint om 19.00 uur in de kathedraal aan de St Jansstraat. Het koor Tegen De Wind Mee zingt toepasselijke liederen, voorzitter Jan Hopman spreekt een welkomstwoord en burgemeester Peter van der Velden is ook weer aanwezig.



Dichteres Yvonne Né zal een gedicht voordragen. Prof.Dr Arnoud -jan Bijsterveld van de Universiteit van Tilburg zal wat vertellen over zijn eigen ervaringen met het delen van herinneringen aan de Holocaust binnen enkele families.


Daarna gaat de tocht naar de synagoge. Zwey Brider gaat daar liederen zingen en er wordt nu een gedicht voorgedragen door Kees van Meel. Daarna gaat de tocht naar het Artikel 1-monument, onder begeleiding van Zwey Brider. Bij het monument in het Valkenberg zal Dave Ensberg-Kleijkers een toespraak houden en de acteurs van het NHTV-theater zullen daar ook een sketch opvoeren.


Vervolgens gaat de tocht naar de moskee. Daar zal Selçuk Akinci spreken. Als laatst is er in café 't Hijgend Hert een gelegenheid om een drankje te nuttigen en te genieten van een optreden van de band Yossel Yossel.


Op zaterdag 10 november is er een film die direct aansluit bij de Kristallnacht Herdenking van vrijdag 9 november.

Een film over de zoektocht naar het leven en het aangrijpende lot van de Joodse Tilburger Bertram Polak (1918-1942). Op zoek naar de geschiedenis van zijn huis stuit Prof.Dr. Arnoud-Jan Bijsterveld van de Universiteit van Tilburg op een dramatische familiegeschiedenis over een zoon die is vermoord in Auschwitz. De film doet verslag van Bijstervelds zoektocht naar Bertram en zijn nabestaanden. Chassé Theater, Zaterdag, 10 november 2012 om 14.00 uur in zaal




Ex-nazi Zentai vordert vergoeding van Australië

SYDNEY, 5-11-2012 - Vorige week heeft Karoly Zentai, die op de lijst van meestgezochte oorlogsmisdadigers van het Simon Wiesenthal Center staat, een schadevergoeding bij de Australische staat ingediend.



Zentai werd in 2009 twee maanden vastgehouden door de Australische federale politie wegens een aanklacht dat hij in 1944 in Hongarije een Jood vermoord zou hebben. Het uitleveringsverzoek werd echter afgewezen, en Zentai kwam weer vrij.



Zentai won eerder dit jaar zijn zaak tegen de staat in de federale rechtbank in Canberra, de federale hoofdstad.


Zentai werd geboren op 8 oktober 1921 en leefde in Duitsland en in Australië, waar ook zijn nazeten leven. Hij heeft in ieder geval één zoon, die de vordering namens zijn vader heeft ingediend. In 2012 stond Zentai 6de op de lijst van meestgezochte nazi's, maar steeg één plaats door de dood van Klaas-Carel Faber op 24 mei 2012.





Israël zoekt erfgenamen Jodenvervolging



JERUZALEM, 5-11-2012  -  De staat Israël begint een laatste speurtocht naar erfgenamen van slachtoffers van de Jodenvervolging die aanspraak kunnen maken om bezit in het land.



Deze actie is vooral gericht op de grote Joodse gemeenschappen in de Verenigde Staten en Canada, maar er wordt ook in Nederland gezocht. „Onze tijd dringt”, zegt Yair Marton namens Hashava, de organisatie die de zoektocht op last van de Israëlische regering organiseert in De Telegraaf. „De directe slachtoffers van de Holocaust sterven snel uit. Daarmee verdwijnen veel mogelijke aanknopingspunten”, aldus Marton.


Foto rechts: de website van Hashava. Klik op de afbeelding voor een link.



Via de website van Hashava kunnen familieleden op naam, land of stad zoeken of omgekomen verwanten in Israël bezit hebben. In de database komen enkele tientallen Nederlandse namen voor. De actie is gestart op 12 september 2012 en loopt nog een maand.



Israël kent meer dan 60.000 niet-opgeëiste bezittingen van Joden uit Europa en de voormalige Sowjet-Unie die tijdens de Tweede Wereldoorlog stierven. Dan gaat het vooral om aandelen, obligaties, banktegoeden en stukken grond die allemaal betrekking hebben op Israël. De overledenen investeerden vaak al vóór 1939 via zionistische organisaties in het toenmalige Brits mandaatgebied Palestina.



Avraham Roet, de Nederlands-Israëlische oud-voorzitter van Hashava, stelt in De Telegraaf dat tot nu toe voor ruim 260 miljoen euro aan niet-opgeëiste bezittingen terug werd gevonden. Henoch Wajsberg, voorzitter van de Nederlandse immigrantenvereniging in Israël, betwijfelt echter of de zoektocht in Nederland veel zal opleveren. „De zaak lijkt er een beetje uitgeput. De mensen die het betreft, zijn hierover meestal al eerder uitgebreid geïnformeerd. Een aantal jaar geleden zijn nog een paar Nederlandse claims gehonoreerd, maar de doelgroep is klein en slinkt snel.”



Een rpobleem is de verkrijging, want het Israëlische erfrecht vereist boven een bepaald bedrag namelijk in Israël opgestelde erfenisverklaringen. .Avraham Roet kent dit fenomeen. „Ik ken een oude Nederlandse vrouw die om deze reden geen toegang krijgt tot de 200.000 euro die haar zou zijn nagelaten.” De nieuwe zoektocht is desondanks de grootste in zijn soort.



Ongeclaimd bezit vervalt aan de naar schatting 10.000 hulpbehoevende Shoahslachtoffers in Israël. Van de opbrengst krijgen zij uitkeringen en medische zorg. De afgelopen 5 jaar ontvingen zij jaarlijks ruim 20 miljoen euro.





Steentjes Westerbork krijgen 2 jaar groot onderhoud



WESTERBORK, 3-11-2012 - Na twintig jaar krijgen de 102.000 herinneringsstenen voor de gedeporteerden van kamp Westerbork groot onderhoud. Langdurig werklozen uit Duitsland en Nederland voeren dit uit. Verwacht wordt dat deze renovatie twee jaar duurt, zo meldt het kamp.



De kleine rode stenen, ongeveer 8 x 8 cm in oppervlak en wisselend in hoogte van 5 tot 15 cm zijn alle voorzien van een roestvrijstalen Davidssterren, die erop gelijmd zijn. Deze sterren laten soms los. Het kamp heeft besloten alle sterren te verwijderen en opnieuw vast te lijmen.



De samenwerking tussen Duitse en Nederlandse werklozen vormt een onderdeel van een groter project: In het spoor van Anne Frank/Auf dem Weg von Anne Frank.



In dit project wordt stilgestaan bij de deportatie van meer dan 100.000 Joden en Sinti en Roma uit ons land. Voor ieder van hen staat een steen op de voormalige appelplaats van kamp Westerbork, zo meldt het kamp.



De aandacht richt zich op het eerste deel van de deportatieroute, de spoorlijn Westerbork–Nieuweschans–Leer. Ooggetuigen van de transporten aan beide zijden van de grens worden geïnterviewd en op basis van hun herinneringen wordt een theaterstuk ontwikkeld. Ook fototentoonstellingen en een website maken deel uit van het project. En op de verschillende stations zullen markeringen met informatie worden aangebracht.



In het spoor van …/Auf dem Weg von … is een Duits-Nederlands samenwerkingsverband tussen Landkreis Leer, Arbeitskreis Schule Rhauderfehn, gemeente Oldambt en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.


Het onderhoud wordt  mede mogelijk gemaakt dankzij financiële steun in het kader van INTERREG IV A-Programma Nederland-Duitsland met middelen uit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), van Land Niedersachsen en provincie Drenthe, en met begeleiding van de Eems-Dollard Regio.



Klik hier voor een reportage over het onderhoud van RTV Drenthe.




Emigratiebrieven Otto Frank naar Nederland



AMSTERDAM, 2-11-2012 - UPDATE 18u10 - De Anne Frank Stichting heeft een collectie brieven en foto's van Otto Frank gekocht. Otto Frank, de vader van Anne , correspondeerde begin jaren '50 met een Amerikaanse acteur, Joseph Schildkraut, die in Amerika woonde.



In de collectie bevinden zich documenten over de pogingen van de familie Frank om naar Amerika te emigreren 


Foto links: Otto Frank. Foto Wikipedia.



Schildkraut had contact met Otto Frank begin jaren 50 met om zich voor te bereiden op zijn rol als Otto Frank in een toneelstuk van het dagboek van Anne Frank. Na zijn dood heeft zijn weduwe de brieven en foto's onlangs aan een veiling aangeboden.



Na bemiddeling van het veilinghuis heeft zij de collectie aan de Anne Frank Stichting aangeboden, die deze kon kopen dankzij een bijdrage van de BankGiro Loterij.



In de nalatenschap van Joseph Schildkraut bevinden zich ook brieven en documenten van Otto Frank die Nathan Straus, een goede vriend van Otto Frank uit de Verenigde Staten, aan Schildkraut gaf ter voorbereiding op diens rol. In een brief uit 1936 schrijft Otto aan Nathan dat het met zijn kinderen goed gaat maar dat de dreiging van het nazisme ook in Nederland voelbaar is, zo meldt de Anne Frankstichting..



Tevens zijn er diverse documenten, waaronder een brief van Otto aan Nathan uit 1941, die betrekking hebben op de emigratiepogingen van Otto Frank naar de Verenigde Staten. Deze brieven en documenten zijn de wrange getuigen van de hopeloze situatie waarin de familie Frank zich bevond.


Foto rechts: enkele van de brieven uit de VS. Foto Anne Frankhuis.



Waardevolle aanvulling


De Anne Frank Stichting beheert, onder andere, het Otto Frank-archief. Dit bevat correspondentie over de publicatie van het dagboek en de totstandkoming van toneelstukken en films, briefwisselingen van Otto Frank met dagboeklezers, documenten over processen tegen neonazi’s, en documentatie over de geschiedenis van de Anne Frank Stichting. De collectie uit de nalatenschap van Joseph Schildkraut is volgens de Anne Frankstichting een waardevolle aanvulling op het archief van de Stichting.



De stichting is blij met de collectie, omdat zij bijna niets bezat over de emigratiepogingen van het gezin. De brieven van Schildkraut aan Frank waren al wel in het bezit van de stichting, maar de brieven die Frank terugschreef ontbraken. Nu is de collectie dus compleet.



De brieven arriveren waarschijnlijk volgende week bij de Anne Frank Stichting. De nieuwe collectie zal in wisseltentoonstellingen in het museum te zien zijn.






Restauratie van vijf barakken in


Auschwitz-Birkenau klaar





AUSCHWITZ, 29-10-2012 - De restauratie van vijf houten barakken in het voormalige concentratiekamp Auschwitz II-Birkenau is klaar. dat meldt het staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.



Foto rechts: bezichtiging van het wc-deel van een barak. Opvallend is dat het hout niet nieuw lijkt. Foto Auschwitz.org.


Het drie jaar durende project, "Het conserveren van vijf houten barakken op de voormalige Auschwitz II-Birkenau" is voltooid. Dit was de eerste grote en complexe behoudproject uitgevoerd door het museum dat werd gefinancierd uit de fondsen van de EU.



Als gevolg van de restauratie van de barakken zullen deze beschikbaar zijn voor bezoekers van het kamp. . "De belangrijkste doelstelling van het project was om de authenticiteit van de barakken, die getuigen van de tragische geschiedenis van Auschwitz, te behouden. De selectie van de barakken voor het onderhoud werd in de eerste plaats bepaald door de toestand van deze ", zegt Rafał Pioro, adjunct-directeur van het museum.



Bescherming van de historische barakken maakte het nodig een interdisciplinair team samen te stellen. Het werk eisete een aantal technische oplossingen, rekening houdend met het primaat van behoud, met name: het beginsel van respect voor de historische stof, het principe van minimale interventie, van de omkeerbaarheid van methoden en middelen, evenals het beginsel van het onderscheiden van de primaire en secundaire elementen.



Małgorzata Omilanowska, vice-minister van Cultuur en Nationaal Erfgoed, woonde de conferentie aan het eind  van het project bij. Zij zei op de opdracht namens haar ministerie:. "Het aangaan van dergelijke projecten is een eer en een plicht Wij zijn er trots op dat we in het Museum de mensen treffen die zo betrokken zijn bij dit project, dat zo goed door hen werd voorbereid en uitgevoerd , " benadrukte ze.



"De missie van het behoud van de resten van Auschwitz, die in 1947 begon met de ex-gedetineerden, is voortgezet door de volgende generatie van specialisten-conservatoren, en vandaag de dag - na meer dan 60 jaar - is het een van de belangrijkste en de meest moeilijke uitdagingen voor herdenkingsoord, " benadrukte Piotr Cywinski, directeur van het Museum.



 


Auschwitz II, ook wel Auschwitz-Birkenau genoemd, was het tweede van de drie grote kampen van Auschwitz. Auschwitz II was het vernietigingskamp, en het is dit kamp waaraan de meeste mensen denken bij het horen van de naam 'Auschwitz'. Het werd in 1942 officieel geopend.


Het kamp bevindt zich in Birkenau, de Duitse naam voor het Poolse dorpje Brzezinka (dit dorp werd gesloopt om Auschwitz-Birkenau te kunnen bouwen, al is het na de oorlog herbouwd naast het voormalige vernietigingskamp). Het nieuwe kamp lag ongeveer drie kilometer van Auschwitz I en besloeg een grote oppervlakte van 175 hectare.



Behalve Joden, Sinti en Roma werden ook veel gewone burgers uit de toen bezette gebieden, waaronder zo'n 40 000 Vlaamse arbeiders en bedienden die als werkweigeraars waren opgepakt, in Auschwitz II gevangen gehouden.

De bouw van het kamp begon in 1941 als onderdeel van de Endlösung der Judenfrage.


De nazi's evacueerden de plaatselijke bevolking, waarna de huizen werden gesloopt om in de bouwmaterialen voor de eerste gebouwen te voorzien. Het kamp was ongeveer 2,5 bij 2 kilometer groot en bood ruimte aan 100 000 gevangenen.


Jacek Chrząszczewski (uitspraak: Jatsjek Gronstjewski), adjunct-conservator van Monumenten in Krakau, vestigde de aandacht op zorgen over het bewaren voor de toekomstige generaties om niet alleen de vorm, maar ook de inhoud van de oorspronkelijke objecten te bewaren:


"Wij zijn ons bewust van de grote inspanning die conservatoren van het museum hebben getroost in de drie jaar werk. Ze gebruikten goed bewaard gebleven archiefmateriaal en Duitse instructies. Dit is een zeer groot succes, " benadrukte hij.



De oplossingen die zijn ontwikkeld in de loop van  het project hebben de weg gewezen in een gebied dat weinig is onderzocht, dat is het behoud van de monumenten van het martelaarschap.



De ervaringen die zijn opgedaan als gevolg van het project wordt nu al gebruikt om voor de verdere onderhoudswerkzaamheden voor te bereiden op het Auschwitz herinneringsoord.



Het project werd uitgevoerd door middel van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling in het kader van prioriteit XI "Cultuur en Cultureel Erfgoed" van het Operationeel Programma Infrastructuur en Milieu. De uitvoering werd mede mogelijk gemaakt door financiering uit de begroting van het Poolse ministerie van Cultuur en Nationaal Erfgoed en het gebruik van eigen middelen van het Museum.






Bart van der Boom wint Libris geschiedenisprijs 




AMSTERDAM, 28-10-2012 - De 'Libris Geschiedenis Prijs 2012' is gewonnen door Bart van der Boom met zijn boek ‘Wij weten niets van hun lot.’ Gewone Nederlanders en de Holocaust. Dit werk is volgens de jury het beste historische boek van het afgelopen jaar.



De auteur is historicus en docent aan de Universiteit Leiden en kreeg de prijs van 20.000 euro zaterdagavond tijdens de Nacht van de Geschiedenis in Amsterdam. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een uitmuntend historisch werk dat een groot publiek aanspreekt.



De jury onder leiding van de Hilversumse burgemeester Pieter Broertjes noemde het winnende boek ‘consciëntieus, dapper en belangwekkend’. Ook prijst de jury Van der Booms aanpak van wat de jury een ‘moeilijk en gevoelig thema’ noemt. Het boek beschrijft aan de hand van originele dagboekfragmenten dat veel Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog veelal niet beseften wat het lot van gedeporteerde Joden was.



Misleidend


De bekroning is opmerkelijk, omdat het boek als omstreden geldt. Ed van Thijn, die als kind tweemaal in Westerbork terecht kwam, kwalificeerde het boek in een openbare discussie met Van der Boom in april  van dit jaar in het Verzetsmuseum als 'misleidend'. Ook beschuldigde Van der Boom toen de historicus Ies Vuijsje, ook aanwezig, van laster. Vuijsje stelt dat de Nederlander in bezet Nederland vanaf half 1942 van diverse kanten berichten kregen dat de Joden vernietigd zouden worden. 



Van der Booms boek biedt tegenargumenten voor wat de jury noemt 'de mythe van de schuldige omstander', die overlevenden van de oorlog schuldig noemt omdat zij ondanks hun kennis de Jodenvervolging hebben gedoogd. Over die schuld loopt een uitvoerige discussie, waar Van der Boom ook bij betrokken is.



Van der Boom gold als een van de favorieten voor de prijs, zo meende ook NRC-recensent Michel Krielaars, die afgelopen vrijdag in de bijlage Boeken van NRC Handelsblad de vijf genomineerden besprak. ‘Wij weten niets van hun lot’ maakte grote kans volgens Krielaars, ‘omdat het uitblinkt in zijn wetenschappelijke aanpak van een omstreden kwestie’.



 In zijn rapport  noemt de jury  het boek "actueel en prikkelend". Van der Boom bestrijdt de opvatting dat Nederland in de Tweede Wereldoorlog bestond uit een volk van wetende medeplichtigen of zelfs mededaders.. Hij bestrijdt met zijn boek met name het boek van drs Ies Vuijsje uit 2006, 'Tegen beter weten in', die traceerde wanneer en hoeveel nieuws er over de Shoah in bezet Nederland doordrong.



Als bronnen gebruikte Van der Boom 164 dagboeken die Nederlanders tijdens de bezetting in Nederland schreven. Volgens de jury toont Van der Boom aan dat het idee van de Nederlanders als schuldige omstanders onhoudbaar is.



Het oordeel van de jury:


Dit is een actueel en prikkelend boek, waarin de auteur de zogeheten mythe van de schuldige omstander aansnijdt. Die mythe houdt in dat Nederland in de Tweede Wereldoorlog bestond uit een volk van daders. Men was dramatisch tekort geschoten bij de bescherming van Nederlandse burgers die door het nationaal-socialistische bezettingsbestuur als Joden en dus als veronderstelde vijanden waren gedefinieerd. Die stelling lijkt plausibel vanwege het hoge percentage vermoorde Nederlandse Joden. Maar schuld of onverschilligheid veronderstelt dat men wist of kon weten wat er met de Joden gebeurde. Van der Boom toont, in het voetspoor van Loe de Jong, aan dat dit idee onhoudbaar is. Zijn boek is dapper, omdat hij een weinig gangbaar standpunt inneemt. Hij gebruikte origineel bronnenmateriaal, 164 dagboeken, die hij geduldig en liefdevol bestudeerde. Dit is een moeilijk en gevoelig thema, toch is Van der Boom nergens drammerig. Hij neemt de lezer mee als een gids en doet dat volgens de jury zeer overtuigend.

Zie ook bericht 15-10-2012



Zoon beschrijft moord van zijn vader op onderduiker



DEURNE, 10-10-2012 - Het is een navrant verhaal. Na ruim 70 jaar is een onbekende moord op een 16-jarige Joodse onderduiker weer aan het licht gebracht. In dit geval door de zoon van één van de verzetsmensen die de moord pleegde.

 

De moord geschiedde in de Vlierendse bossen bij Deurne en werd gepleegd door twee verzetsmannen. Eén van hen de betrokkenen was Henk Brandhorst, een van de onderduikhelpers die betrokken waren bij de moord.

 

Foto rechts: zoon Brandhorst bij het graf van de 16-jarige Joodse jongen in Deurne. Foto uit een reportage van Omroep Brabant. Klik op de foto voor de video.

 

Eind september verscheen hierover bij Uitgeverij Walburg Pers te Zutphen het boek Moord op een onderduiker van historicus Henny Brandhorst, die in dit boek verslag doet van de zoektocht naar de oorlogsgeheimen van zijn vader. Het eerste exemplaar is overhandigd aan de burgemeester van Deurne, Dhr. Hilko Mak.



In een hoek van het kerkhof van de Nederlands-hervormde kerk in Deurne ligt het graf van een Duits-Joodse jongen: Erwin Michael Joseph, die in september van het jaar 1942, een week voor zijn zeventiende verjaardag, in de bossen bij Deurne werd vermoord. Op de deksteen van het graf staat een Engelse tekst, waarvan de Nederlandse vertaling luidt: "Joodse vluchteling voor het nazisme vermoord door mannen die bescherming beloofden. Zijn ouders bleven in leven, ondergedoken bij plaatselijke inwoners."



In Moord op een onderduiker schetst historicus Henny Brandhorst de toedracht van de dood van Michael. Hij beschrijft ook zijn speurtocht naar de oorlogsgeheimen van zijn vader, Henk Brandhorst, de man uit Kockengen bij Utrecht die na de oorlog tot 6 jaar gevangenisstraf kreeg voor de moord op Michael.

 

Tijdens zijn zoektocht ontdekte de historicus dat zijn vader niet alleen een actieve rol speelde in het gewapend verzet in de Zaanstreek, maar ook betrokken was bij meerdere vlucht- en onderduikpogingen van Joden die wilden ontsnappen aan deportatie. Sommige van die pogingen waren succesvol, andere niet, met de gruwelijke dood van een 16-jarige jongen als tragisch dieptepunt.

 

Vader Brandhorst en en collega boden Joden voor geld hulp. Tijdens de onderduik van deze jongen en zijn familie in Deurne ontstond vertraging bij de voorgenomen vlucht naar Frankrijk De helpers kregen het idee dat de jongen teveel opgevallen was, en konden geen nieuw adres voor hem vinden. Toen hebben ze hem op de fiets meegenomen naar het bos en hem daar de schedel ingeslagen. Ze hebben hem in het bos begraven. Voor de andere onderduikers werd toch onverwachts een ander adres gevonden, in een kippenhok in Deurne. De ouders hebben de oorlog overleefd.


Zoon Henny Brandhorst wist tot voor twee jaar niets van zijn vaders dramatische verleden. Bij toeval kwam hij erachter, en vond uiteindelijk het procesdossier in het archief in Den Bosch. Daaruit bleek dat de officier van justitie tegen zijn vader 8 jaar had geëist, wat door de rechtbank tot 6 jaar werd verminderd wegens het verzetswerk van vader Brandhorst. Henny Brandhorst heeft ook contact gemaakt met de familie van Michael, die hem niets verwijten en informatie hebben gegeven.


Henny Brandhorst (1959) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en was werkzaam als redacteur en documentarist. Tegenwoordig werkt hij als informatiedeskundige in Amsterdam.



Henny Brandhorst, Moord op een onderduiker. De Deurnse moordzaak en andere oorlogsgeheimen, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.878.9 rijk geïllustreerd in zwart-wit, genaaid gebrocheerd, prijs € 19,95 – 256 pagina's.

 



Margot Frank schreef ook dagboek

HILVERSUM, 3-10-2012 - Margot Frank, de zus van Anne, schreef ook een dagboek. Dat is echter verloren gegaan. Haar jongere zus hield een dagboek bij tijdens haar tijd in Het Achterhuis (1942-1944) dat na de oorlog door miljoenen mensen gelezen werd.

De rubriek Eénvandaag van de Tros zond gisteren een item over Margot uit. Bijna 70 jaar na Margots vroegtijdige dood in Bergen-Belsen is er nu een boek over haar verschenen.


Schrijfster Sophie Zijlstra heeft van het boek een roman gemaakt. Zij verwerkte naast de bekende feiten ook fictieve gebeurtenissen om het leven van Margot Frank te verduielijken.


EenVandaag interviewde de schrijfster en twee schoolvriendinnen van Margot Frank, Belle van der Wilk en Greet Bezema. Zij benadrukken dat het beeld van Margot uit 'Het Achterhuis' anders is dan zij Margot kenden.

Margot Betti Frank (Frankfurt am Main, 16 februari 1926 - Bergen-Belsen, eind maart 1945) was vernoemd naar haar tante Bettina Holländer. Haar ouders waren Otto Frank en Edith Frank-Holländer. In Nederland gingen Margot en Anne naar het Joods Lyceum toen het voor Joden verboden was om naar niet-Joodse scholen te gaan.


Veel overlevenden beschreven haar als de ideale dochter. Ze was netjes, rustig en haalde goede cijfers op school. Anne schreef in haar dagboek dat ze haar grote zus veel te meegaand vond, en dat ze niet wilde worden als zij. Margot wilde na de oorlog naar het toenmalige mandaatgebiedPalestina emigreren en daar kraamverzorgster worden.




Onthulling ‘Dames Holsthof’ in Driebergen-Rijsenburg

DRIEBERGEN/LEERSUM, 3-10-2012 - Woensdagochtend is een plein in Driebergen officieel hernoemd in ‘Dames Holsthof ‘. Met de onthulling van het naambord heeft burgemeester Naafs van de gemeente Utrechtse Heuvelrug de gezusters Jacoba en Lammerdina Holst geëerd.

Zij brachten tijdens de Tweede Wereldoorlog in hun kindertehuis aan de Welgelegenlaan 29 in Driebergen 10 joodse kinderen onder. Door verraad namen de Duitsers op 15 november 1943 deze kinderen mee. Slechts 3 van hen en één van de gezusters Holst overleefden de oorlog. De zusters kwamen in kamp Vught terecht.

Tante Bep (Lammerdina) maakte daar het bunkerdrama  mee. Zij stierf daar toen zij samen met 75 andere vrouwen één nacht in één cel moest doorbrengen van 15 op 16 januari 1944 en door verdrukking en verstikking om het leven kwam. De dames ontvingen in 1980 de onderscheiding Yad Vashem van de staat Israël.

Aan de onthulling namen ook familieleden deel en leerlingen van cgristelijke basisschool De Kring; van hen droegen 3 kinderen een gedicht voor. In zijn toespraak wees burgemeester Frits Naafs op het belang van het eerbetoon aan de gezusters Holst. ,,Dit is een stukje van de geschiedenis van Driebergen-Rijsenburg dat nooit verloren mag gaan"zei de burgemeester.

Eerder deze ochtend heeft de burgemeester een krans gelegd bij het monument voor 13 verzetsmensen, onder wie 2 jonkheren en een jonkvrouw, die op 1944 door de Duitsers werden gefusilleerd.

Op 5 mei 1945 passeerde de militaire commandant van Nederland, generaal Blaskowitz, Leersum na onderhandelingen met generaal Foulkes in Wageningen. Hij zag een groep Duitse soldaten met een groeop van 30 gearresteerde burgers - de soldaten wilden hen fusilleren. Blaskowitz liet zijn auto stoppen om dit te verhinderen, wat gebeurde.
 


Besluit tot Jodenmoord 1941 vormt breuk in geschiedenis

AMSTERDAM, 3-10-2012 - Niet het begin van de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939, maar het besluit tot Jodenmoord in 1941 en de inzet van Einsatztruppen  is de breuk in de geschiedenis.

Dat stelde de Amerikaanse historicus Helmut Walser Smith en aan de Universiteit van Amsterdam vorige week tijdens een masterclass. Walser Smith traceert het antisemitisme en het nationalisme in Duitsland van de middeleeuwen tot en met het Derde Rijk. “Antisemitisme was geen nieuw verschijnsel, de Holocaust wel.”

Hij is auteur van enkele goed ontvangen studies over dit onderwerp: The Continuities of German History: Nation, Religion, and Race Across the Long Nineteenth Century  uit 2008 en The Butcher's Tale: Murder and Anti-Semitism in a German Town uit 2003. In beide boeken benadrukt hij de contunue onderstroom van antisemitisme in Duitsland.

 Walser Smith doceert aan de Vanderbilt University in Nashville, Tennessee. Op 26 september legde hij in zijn masterclass uit dat zijn onderwerp deels te maken met zijn eigen Duitse wortels. Hij werd in Freiburg geboren, maar zijn Duitse moeder emigreerde naar Amerika tgoen hij nog jong was, waar zij hertrouwde.


Zijn belangstelling voor Duitse geschiedenis richt zich ook op de zogenaamde Sonderwegthese uit de jaren tachtig en negentig, waar Smith het niet mee eens was. Deze these stelt dat Duitsland zich in de 19de eeuw een aparte ontwikkelde, waarbij de elite de macht lang vasthield en democratisering op grote schaal moeizaam ontstond.

Volgens die theorie zou dit de oorpsong hebben gevormd voor de gruwelijkheden van het nationaalsocialisme. Walser Smith tegen Duitslandweb in een artikel van Lynn Stroo: “Er was een kloof in het debat. Er werd namelijk te veel geïnterpreteerd vanuit de macht van de bourgeoisie, en dat was slechts 10 tot 20 procent van de bevolking. De arbeidersbevolking werd onterecht buiten spel gelaten. De complexe en dynamische maatschappij van het Wilhelminische keizerrijk was veel meer dan alleen de oude elite.”

Walser Smith zette zijn eigen stelling van de verschillende continuïteiten tegenover de Sonderwegthese.  “Hij ziet een direkt verband tussen de Jodenpolitiek uit het Derde Rijk en het uitsluiten van Joden sinds de middeleeuwen. Daarom, anders dan veel historici vindt Smith 1941 het Fluchtpunkt, een term die hij ontleent aan de renaissanceschilderkunst. Vanuit dit kernpunt wordt in een schilderij alles bepaald en geschilderd.

Hij benadrukt dat antisemitisme niet nieuw was, maar de Holocaust wel. Tussen 1939 en 1941 aarzelden en discussiëerden de Nazi-kopstukken nog continu over het lot van de Joden. Er werd gedacht aan het uitzetten van Joden naar Tanzania of nieuw veroverde gebieden, maar van genocide was nog geen sprake. In 1939 gaf Adolf Eichmann zelf, de latere organisator van de Jodenvernietiging, in een persoonlijk gesprek de Nederlandse Jodenredster Truus Wijsmuller-Meijer toestemming 600 Joodse kinderen uit Wenen mee te nemen.

Pas in de zomer van 1941 startten de moorpdartijen op grotere schaal voor Joden uit Polen en andere Zuidoost-Europese landen door Duitse Einsatzgruppen. Na de Wannsee Conferentie in januari 1942 volgden er orders om Joden systematisch uit te moorden.

Dit standpunt was in 2008 nog controversieel. Vaak hechten historici veel waarde aan de rol van Hitler bij het ontstaan van de Jodenvernietigiing. Maar Nazi-Duitsland was volgens Smith één enorme bureaucratische warboel. De bevelen van Hitler waren vaak vaag, zodat Hitlers onderlingen eigen interpretaties uitvoerden - het zogenaamde 'naar de Führer toewerken".

"Natuurlijk spelen bepaalde historische figuren een sleutelrol in de geschiedenis, zoals Otto van Bismarck. Maar veel andere hoofdrolspelers zijn vervangbaar. Continuïteiten en structuren spelen een net zo’n belangrijke rol. Als Hitler bij één van de mislukte moordaanslagen toch vermoord was, zou er zeer waarschijnlijk een andere dictator aan de macht zijn gekomen, gezien de slechte omstandigheden van werkloosheid en crisis. Hoewel ‘what-if theorieën’ natuurlijk niet te toetsen zijn, ben ik daar vrij zeker van.”

Lynn Stroo is masterstudent Duitslandstudies aan de Universiteit van Amsterdam en nam op 26 september deel aan de masterclass van Helmut Walser Smith, georganiseerd door de master Duitslandstudies van de Universiteit van Amsterdam en het Duitsland Instituut Amsterdam.



Duitsland wil SS-er Johann Breyer uit
Philadelphia laten uitleveren

WEIDEN, 27-09-2012  -  Duitsland wil de bewezen SS-er Johann Breyer (87) uit Philadelphia (Ohio, VS) laten uitleveren en berechten voor moord of doodslag in Auschwitz. De justitie in de Zuidduitse stad Weiden heeft tegen hem een zaak gestart.  Het is mogelijk dat Breyer ook Nederlanders heeft helpen ombrengen.



SS-Totenkopfverbände

Waffen-SSTotenkopfverbände







Foto links: de site van een Amerikaanse krant met het huis van Breyer in Noord-Philadelphia. Klik op de foto voor het artikel.

stukken van deze zaak







Waffen-SS



Totenkopf'-compagnie

Reich

We have no comment, please leave.”






Bob Moore houdt 9de NIOD-lezing

over overleving Joden

AMSTERDAM, 18-09-2012 - Prof. Bob Moore van de University of Sheffield geeft morgen de negende NIOD-jaarlezing voor Holocaust- en Genocidestudies . Hij is auteur van het zeer goed ontvangen boek 'Survivors', over de succesvolle hulp aan Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De lezing vindt plaats om 15.30 uur in de Aula van de Universiteit van Amsterdam.

In totaal overleefden de helft van ale vervolgde Westeuropese Joden. In sommige landen overleefden veel meer Joden de Holocaust dan in andere landen. Moore geeft in vergelijkend perspectief inzicht in de overlevingskansen van Joden in Europa, zo meldt het NIOD. Daarnaast zal Moore ook een vergelijking proberen te maken tussen hulp tijdens de Nazi-bezetting in Europa en voorbeelden van vergelijkbaar gedrag tijdens andere genocides.

Moore schreef het standaardwerk over de vervolging van de Joden tijdens de bezetting in Nederland getiteld 'Victors and Survivors' in 1997, in 30 jaar het enige boek van betekenis over dit onderwerp in het Engels.

Moores nieuwe boek 'Survivors' uit 2010 borduurt hierop voort. Het is het eerste onderzoek naar hoe meer dan de helft van de Joden in West-Europa de Holocaust overleefde. De sterk uiteenlopende Joodse sterftecijfers intrigeerden historici, die traditioneel gericht op het verklaren van dit probleem door middel van nationale studies of door middel van een vergelijkende benadering, waarbij de nadruk op de rol van daders, slachtoffers, en de omstandigheden.

In 'Survivors' benadrukt Moore echter de factoren die Joden hielpen deportatie te voorkomen, hetzij door middel van ontsnapping of door ondergronds te gaan. Over het geheel genomen, biedt het boek de eerste uitgebreide studie van de Joodse overleving in West-Europa in al zijn vormen.

Het boek richt zich om te beginnen op de vluchtroutes van Joden op de vlucht voor de nazi's, en de verschillende netwerken die hen hielpen, met inbegrip van de routes van Frankrijk naar Spanje en Zwitserland. Ook de minder bekende geschiedenissen van de ontsnapping van de Noorse Joden en de beroemde redding uit Denemarken in 1943 komen aan bod.

Enkele van deze netwerken waren uitsluitend gewijd aan het helpen van Joden - in feite, de meeste ervan hielpen allerlei mensen, waaronder geallieerde vliegtuigbemanningen, ontsnapte krijgsgevangenen en politieke tegenstanders.

Bovendien waren ze niet uitsluitend het product van de Tweede Wereldoorlog - als Bob Moore laat zien, velen hadden banden met weerstand in de Eerste Wereldoorlog, en zelfs met verzet tegen de staatsmacht dat eeuwen teruggaat .

De tweede helft van het boek is gewijd aan drie nationale case studies (Frankrijk, België, en Nederland) die zich richten op de onderlinge samenhang tussen de Joodse zelfhulp en de personen en organisaties die hielpen hen te verbergen, met inbegrip van de christelijke kerken.

Deze case studies dienen om de zeer verschillende omstandigheden en structuren te markeren die deel uitmaken van deze drie landen en hoe dit een directe invloed op het niveau van de overleving had . Aparte hoofdstukken daarna behandelen kinderredding en de motivatie van de betrokkenen in deze omstreden kwestie.


Ten slotte krijgt de lezer info over de gevallen waarin Joden werden gered, direct of indirect, door de nazi's zelf - en over de netelige kwestie van Joden die overleefden door samen te werken met de arrestatie en deportatie van hun geloofsgenoten.






Geen postuum herstel Demjanjuks VS staatsburgerschap




CINCINATTI, 17-09-2012 - Vorige week heeft het hof van beroep in de Amerikaanse stad Cincinnati bepaald dat de veroordeelde oorlogsmisdadiger John Demjanjuk (foto rechts) niet postuum zijn Amerikaanse staatsburgerschap terugkrijgt. De rechters volgen hiermee een eerdere uitspraak van een lagere rechtbank In Cincinatti uit juni.

De van oorsprong Oekraiense Demjanjuk overleed dit voorjaar op 91-jarige leeftijd in een bejaardenhuis in Beieren. Een rechter in München had hem op sterjk bekritiseerde gronden veroordeeld tot 5 jaar cel vanwege medeplichtigheid aan de moord op ongeveer 28.000 Joden in vernietigingskamp Sobibor. Hij had daar waarschijnlijk als hulpbewaker gewerkt onder dwang van de SS.

Het beroep in de VS was o.m. gebaseerd op het feit dat de lagere Amerkaanse rechter in Cincinatti bij zijn eerdere weigering tot herstel van Denjanjuks staatsburgerschap, geen rekening had gehouden met een rapport van de FBI uit 1985. Daarin stelt dit bureau dat Demjanjuks nazi-pas waarschijnlijk een Sowjet-vervalsing was.

Dit document was het enige dat in het Duitse proces als tastbaar bewijs werd aangevoerd door de aanklagers. Deze visie werd gedeeld door de Nederlandse juristen professor Wagenaar en professor Rüter. En deskundige Duitse getuige, Anton Dallmayer, stelde echter tijdens het proces dat de kaart authentiek zou zijn.

Na WO2 week Demjanjuk uit naar de VS en werd Amerikaan. Hij werkte er langere tijd als in de Fordfabnrieken maar verloor zijn staatsburgerschap toen er gegevens boven kwamen over zijn mogelijke oorlogsverleden. In 1987 werd Demjanjuk uitgeleverd aan Israël waar hij ter dood veroordeeld werd. Het Israëlische hooggerechtshof sprak hem echter in 1993 vrij en Demjanjuk keerde terug naar de VS.

Nieuwe vervolging

De rechter in München oordeelde toen dat Demjanjuks betrokkenheid bij individuele moordgevallen in concentratiekamp Sobibor niet hoefde te worden bewezen. Voor een veroordeling was het voldoende te bewijzen dat hij als kampbewaarder in een kamp had gewerkt dat als enig doel had mensen te vermoorden. Door deze uitspraak kan het Openbaar Ministerie besluiten ook de kampbewaarder uit Auschwitz voor medeplichtigheid aan moord te vervolgen.

De Zentrale Stelle is de laatste tijd ernstig bekritiseerd wegens het geringe aantal procedures dat er tot nu toe is voortgekomen uit haar werk. Zie ook ons bericht van 17-07-2012 hierover in de rubriek Achtergronden.

In 1998 kreeg hij zijn staatsburgerschap terug. Een jaar later echter eiste de Amerikaanse justitie dat het hem weer zou worden afgenomen omdat hij tijdens de oorlog bewaker zou zijn geweest in de vernietigingskampen Majdanek en Sobibór.

In 2002 verloor Denjanjuk zodoende opnieuw zijn staatsburgerschap. Na 7 jaar leverde de VS Demjanjuk uit aan Duitsland om er terecht te staan.

Demjanjuk had in Duitsland beroep aangetekend tegen zijn vonnis maar overleed voor de behandeling daarvan. Zodoende  verloor dit vonnis volgens de Duitse wet rechtskracht.

De verdedigers van Demjanjuk vroegen de VS vervolgens om hem postuum zijn staatsburgerschap terug te geven. Drie hoge rechters in Cincinnati hebben dat nu geweigerd.

Zijn weduwe, die het beroep had aangespannen, loopt hiermee volgens de Amerikaanse pers de kans op een uitkering mis. Of er nog verdere beroepsmogelijheden voor Demjanjuks familieleden openstaan, is onduidelijk.

In augustus werd een mogelijk nieuwe zaak bekend, die voortbouwt op de principes van de Demjanjuk-zaak. Een 87-jarige voormalige kampbewaker uit Auschwitz-Birkenau moet nu mogelijk terechtstaan voor zijn aandeel in de dood van 344 duizend mensen.




Belgische premier Di Rupo biedt excuses aan voor Jodenvervolging

MECHELEN, 11-09-2012 - De Belgische premier Elio di Rupo, heeft in aanwezigheid van de Belgische kroonprins Filip, aan de Joodse gemeenschap van België zijn excuses aangeboden voor het leed dat mede door de Belgische overheden aan de Joodse gemeenschap werd berokkend tijdens het naziregime.

Dit jaar valt de 70ste verjaardag van de deportatie van ruim 25.000 Joden uit België. Deze wordt jaarlijks in de Dossinkazerne in Mechelen herdacht, destijds het nazi-verzamelcentrum voor te deporteren Joden.

“We moeten de moed hebben om onder ogen te zien dat het Belgische staatsapparaat deelnam aan de Jodenvervolging in ons land”

“medeplichtigheid aan de meest abominabele misdaden









President Hollande naar herdenking grootste Franse razzia

 



PARIJS, 19-07-2012  - Zondag herdenkt Frankrijk de grootste Jodenrazzia die er ooit in het collaborerende land tijdens de oorlog plaatsvond. Daarbij zullen zowel president Hollande als de premier, Jean-Marc Ayrault, de minister van defensie en die van oudstrijders aanwezig zijn.

Ook Jodenjager Serge Klarsfeld en zijn vrouw Beate zullen deelnemen. De herdenking speelt zich af op de plaats waar tot 1959 het Vel 'dHiv stond, in het XVde arrondissement van Parijs. Op die plek is nu een pleintje naar deze wandaad genoemd en er zijn een plaquette en een standbeeld geplaatst.

Het gaat om de beruchte 'Rafle du Vélodrôme d'hiver', ook wel bekend als 'Rafle du Vel'd'hiv' en in Nederland en andere landen vooral bekend door het boek 'Haar naam was Sarah' van Tatiana de Rosnay, en de film van die naam.

Foto links: een zesdaagsewedstrijd in het Velodrome.

In het Vel d'Hiv werden 4.115 kinderen, 2.916 vrouwen en 1.129 mannen vier dagen opgesloten (bovenste foto) zonder schone kleren, sanitair en voedsel, in een gesloten gebouw met een glazen dak,  zonder frisse lucht. Het gebouw, voor en tijdens de oorlog eigendom van Jaques Goddet, de directeur van de Tour de France, werd in 1959 afgebroken. Onder welke omstandigheden Goddet meewerkte aan het openstellen van zijn Velodrome voor de razzia is nog altijd onduidelijk (de suggestie dat Goddet heulde met de Duitsers, wordt o.m. door de Engelse Wikipedia sterk betwijfeld).

Het is nog niet zo lang dat staatsofficials de Franse verantwoordelijkheid voor de Jodenvervolging zo openlijk wilden erkennen. President Jacques Chirac, in functie van 1995-2007, was de eerste die dat deed.

Foto rechts: een Google-maps foto van het parkje dat nu naar de razzia genoemd is, direct naast de Seine en in het zicht van de Eiffeltoren.

Zowel president De Gaulle als de socialistische partijgenoot van Hollande, Mitterrand, achtten zich niet verantwoordelijk voor de daden van het collaborerende Vichy-regime.

Hollandes voorganger Sarkozy stelde zich geheel achter Chirac. Uit Frankrijk verdwenen tijdens de oorlog 75.000 Joden van de in totaal 320.000 die er leefden.

Er is ook een tentoonstelling aan deze razzia gewijd sinds afgelopen donderdag in het gemeentehuis van de deelgemeente van het III Arrondissement (14, rue de Bretagne).  Vanaf zaterdag zullen daar voor het eerst archiefstukken van de gemeente en de politie te zien zijn over de omvangrijkste deportatie van Franse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De expositie toont  foto's, handtekeningen en lijsten van persoonlijke bezittingen van zo'n 13.000 buitenlands Joden die op 16 en 17 juli 1942 van straat werden geplukt en in het wielerstadion en in het deportatiekamp Drancy  terecht kwamen en vervolgens naar Auschwitz verdwenen. Deze expositie duurt tot 15 september.


Foto links: een briefje dat uit het Vel d'Hiv gesmokkeld werd. "Lieve papa. Ze hebben ons naar het Veldrome d'Hiver gebracht maar je moet ons nu niet schrijven omdat het niet zeker is dat we daar blijven". Alle kinderen van deze razzia werden binnen ongeveer 10 dagen na de razzia vermoord.

De deportatie vormt een van de zwartste bladzijden in de geschiedenis van de Franse collaboratie met nazi-Duitsland. Die collaboratie strekte zich ook uit tot de Franse regering, de pro-nazi Vichy-regering (vanwege de plaats waar zij zetelde) die over onbezet Frankrijk heerste.




Duitse justitie start nieuw onderzoek naar Nederlandse SS-er  Siert Bruins

DORTMUND, 19-07-2012 - De Duitse justitie start een nieuw onderzoek naar de Nederlandse ex-SS-er en veroordeelde oorlogsmisdadiger Siert Bruins (91), alias ‘het Beest van Appingedam’.

Afbeelding rechts: een verslag van het proces uit 1979 tegen Bruins in Duitsland. Hij kreeg toen zeven jaar gevang.


Bruins leeft vrij in Duitsland, waar hij eerder wel 5 jaar gevangenisstraf uitzat. In Nederland werd hij wegens moord bij verstek ter dood veroordeeld.

De Duitse aanklager Andreas Brendel van het Openbaar Ministerie in Dortmund  heeft  deze zaak heropend, omdat Brruins in zijn geboed woont, ten oosten van Keulen.

Het onderzoek richt zich onder andere op de moord op verzetslid Baltus Timmer en de standrechtelijke executie van verzetslid Aldert Klaas Dijkema, in 1944 in Groningen.

Hierover berichtte programmamaker Gideon Levy afgelopen maandag in de serie 'Levy en de laatste oorlogsmisdadigers' van de AVRO. Brendel is al sinds maart met de zaak bezig, verklaarde Levy. Volgens hem heeft de Duitse politie voor het onderzoek contact opgenomen met de Groningse.

Het probleem is het vinden van getuigen of sluitend bewijs naar de normen van het Duitse recht. In feite kan bij moord alleen direct bewijs of een getuige voor de Duitse rechter de doorslag geven, en daarbij dient in principe de getuige zijn verklaring in de rechtzaal tijdens het proces af te leggen. In Duitse rechtzaken geldt in eerste instantie het 'hier en nu' principe.

Aanklager Brendel heeft nog niet bericht dat hij een gbetuige of ander sluitend bewijs heeft. Wel is er het precedent van de zaak-demjajuk, die op basis van slechts één bewijsstuk, een mogelijke identiteitskaart of personeelskaart, tot 5 jaar veroordeeld werd.

Levy (foto links) had in februari de zaak Bruins al aangedragen bij de Duitse nazi-jagers van de landelijke Duitse centrale organisataie in Ludwigsburg. Volgens hem levert dat weinig op.

Officier van justitie Brendel hoopt volgens Levy dat Nederlandse rechercheurs alsnog getuigen weten te vinden uit die tijd. Het onderzoek staat onder leiding van de federale recherche Nordrhein - Westfalen. Ook de journalist Arnold Karskens en de wetenschapper dr SDtephan Stracke zijn bezig geweest met de zaak-Bruins. Stracke is medewerkers van de Bergische Universiteit in Wuppertal.

Siert Bruins is de laatste in vrijheid levende Nederlandse nazi in Duitsland na het overlijden van Klaas Carel Faber,op 24 mei 2012, maar dners dan Fabert heeft hij wel in Duitsland gevangnissstraf uitgezeten voor enkele van zijn oorlogsmisdaden.

Of het tot een nieuw proces komt tegen hem, hangt af van het verloop van het onderzoek. ‘Gezien de hoge leeftijd van de beschuldigde, moeten we heel snel te werk gaan,’ aldus Andreas Brendel. Hij zei ook dat Bruins inmiddels op de hoogte is gesteld van het hernieuwde onderzoek tegen hem. De hoogbejaarde nazi weigert volgens Brendel informatie te geven aan de Duitse justitie. Intussen heeft hij wel een advocaat genomen, aldus Brendel.




Wiesenthal Center betaalde $ 25.000 voor tip over Csatary


JERUSALEM, 16-07-2012 - Het Simon Wiesenthal Center in Jerusalem heeft $ 25.000 betaald voor de tip over de verblijfplaats van Laszlo Csiszik-Csatary in Boedapest. Daar werd hij dit weekend door journalisten van het Britse schandaalblad The Sun geconfronteerd.

De directeur van het Center, dr Efraim Zuroff (foto rechts) , bevestigt de premie tegenover Ynetnews.com, een Joodse site. Zuroff zegt daar dat het Center de premie 10 maanden geleden heeft betaald, maar niet aan wie.

Laatsten op de lijst

Er zijn nu nog 8 vrij levende nazi's op de lijst van het Wiesenthal Center:

-  GERHARD SOMMER, 93, Duitser, diende bij de Panzergrenadiers en pleegde massamoorden in Italië in Sant' Anna di Stazzema
.
-  VLADIMIR KATRIUK, 90, leeft in Canada, diende in een nazi politiebataljon 118 in de Oekraïne.
 
-  KAROLY ZENTAI, 90, Hongaar, leeft in Australië, assisteerde in Jodenjacht in Boedapest.
 
-  SOEREN KAM, 90, een Deen, leeft vrij in Duitsland, diende bij een Panzer divisie en nam deel aan de moord op een hoofdredacteur
.
-  IVAN KALYMON, 91, Oekraïner, diende bij nazi hulppolice in Lviv en nam deel aan Jodenjacht.
 
- ALGIMANTAS DAILIDE, 91, Litouwer, diende bij de Litouwse veiligheidstroepen en nam deel aan Jodenjacht; in Litouwen veroordeeld in 2006 maar wegens leeftijd en gezondheid niet opgesloten.
-  MIKHAIL GORSHKOW, 91, Est, werkte bij de Gestapo in Belarus en was medeplichtig aan de massamoord in Slutzk
-  HELMUT OBERLANDER
, 88, Duitser, leeft in Canada, diende bij een nazi doodseskader, Einsatzgruppe D in de Oekraïne.




In september 2011 heeft het centrum de informatie doorgegeven aan The Sun, die Csiszik-Csatary daarna enige tijd heeft gevolgd.

Ook heeft het centrum de informatie in september doorgegeven aan de openbare aanklager in Boedapest, Jeno Varga.

Deze kon vandaag echter niet bekendmaken hoe ver het nu met de vervolging is.

Op Facebook schreef Zuroff gisteren dat hij nieuwe informatie aan de openbare aanklager in Boedapest heeft overhandigd.

Volgens de website operationlastchance.com heeft Zuroff de adjunct-hoofd Dr. Gabor Hetenyi van het openbaar ministerie in Boedapest de afgelopen week in Boedapest ontmoet en documenten gegeven over een deportatie in 1941.

Behalve dat Csiszik-Csatary verantwoordelijk wordt gehouden voor de deportatie in 1944 van 12.000 Joden uit het ghetto in Kassa (Kosice), verwijt het Wiesenthal Center hem nu ook als nieuw feit in 1941 300 Joden uit die plaats naar een vernietigingsoord in Kamenetz-Podolski in de Oekraïne te hebben gestuurd.






Meestgezochte nazi Laszlo Csizsik-Csatary geconfronteerd

BOEDAPEST, 16-07-2012 - De momenteel meestgezochte nazi woont momenteel in goede gezondheid in Boedapest, de Hongaarse hoofdstad.

Het gaat om de 97-jarige Ladislaus (Laszlo) Csizsik-Csatary, die wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan de dood van 15.700 Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog in de toen Hongaarse stad Kassa (nu Kosice in Slowakije).

Het Britse schandaalblad The Sun heeft hem zaterdag geconfronteerd, zo heeft het blad zondag bekendgemaakt.Hij staat nummer 1 op de wereldwijde lijst van het  Simon Wiesenthal Center in Jersualem.

Foto rechts: het artikel in The Sun. Klik op de afbeelding om het hele artikel te lezen op de website van The Sun.

Vandaag publiceert The Sun nog een reactie van een nog levende Slowaakse getuige van Csizsik-Csatarys optreden, Yishayahu Schachar, een Jood van 85 die in Israël leeft. Hij zei volgens de krant dat hij buiten het ghetto in een steenfabriek werkte, en hem duidelijk bevelen hoorde schreeuwen en dat zag hoe hij vrouwen dwong met hun blote handen greppels te graven.

Csizsik-Csatary werd zaterdag geconfronteerd door verslaggevers van de tabloid. De directeur van het Simon Wiesenthal Center in Israël , dr Efriam Zuroff,  bevestigt het verhaal van The Sun op de site van het dagblad.

Laszlo Csizsik-Csatary werd op 18 april 2012 door het Wiesenthal Center als nummer 1 op zijn jaarlijkse lijst van meestgezochte nazi's geplaatst, waardoor Klaas Faber naar  de tweede plaats daalde (hij stierf op 24 mei 2012).

Csizsik-Csatary vluchtte na de oorlog maar werd in 1948 in het toenmalige Tsjechsolwakije bij verstek ter dood veroordeels. Zijn opsporing vormt een onderdeel van de Operation Last Chance van het Wiesenthal Center.

Volgens de lijst van het Center (klik hier om de lijst te lezen) werd Csizsik-Csatary in 2011 in Budapest gevonden. Het Simon Wiesenthal Center ontving vorig jaar een tip over de verblijfplaats van Csizsik-Csatary en gaf die informatie door aan de krant, die al eerder actief was bij het volgen van oude nazi's, zoals o.m. in het geval van Klaas Faber in juli 2010.

Ook gaf Zuroff de informatie door aan het parket in Boedapest. The Sun schrijft dat het blad de nazi heeft opgezocht in een nette buurt in Boedapest. Een geschrokken Csatary deed open slechts gekleed in een hemd, onderbroek en sokken de deur, en The Sun plaatst foto's van de confrontatie bij het artikel.

Csizsik-Csatary was tijdens de oorlog politiecommissaris van het ghetto van de toen Hongaarse stad Kassa (nu Kosice in Slowakije).

Hij lijkt verantwoordelijk voor o.m. de deportatie van bijna 16.000 Joden naar concentratiekampen in voornamelijk Polen. Op de site van The Sun worden ook nog enjkele getuiigenverjklaringen over martelingen vermeld.


Csatary kwam terecht in Canada, in Montreal en Toronto waar hij als kunstverzamelaar werkte, maar in 1997 werd zijn staatsburgerschap ingetrokken, omdat bleek dat hij had gelogen op het aanmeldingsformulier. Canada dwong Csizsik-Csatary het land te verlaten en sindsdien was onbekend waar hij was.


Tijdens het proces om zijn uitwijzing kwam zijn rol bij de Jodenvervolging in Kassa in 1944 uitgebreid aan de orde. Toen zou Csizsik-Csatary hebben gezegd dat hij er wel bij was geweest, maar slechts deels verwantwoordelijk was geweest.



"Nee, nee. Ga weg", was zijn reactie volgens The Sun . Toen de reporter vroeg of hij zxijn daden ontkende en dat veel mensen door hem zijn omgekomen, antwoordde hij:

"Nee ik heb het niet gedaan. Ga weg hier". Daarna sloeg hij de deur hebben dicht. The Sun heeft verschillende foto's van de confrontatie gemaakt.

Verslaggevers Brian Flynn en Ryan Parry  van The Sun hielden Csizsik-Csatary al een tijd in de gaten voor ze de confrontatie met hem aangingen.

Pas enkele weken terug zou hij naar het  3-kamerappartement zijn verhuisd. Bij zijn bel stond de naam 'Smith', maar op een brievenbus achter een gesloten deur stond met handgeschreven de naam 'Smith' en daaronder 'Csatary L'. De dag van de confrontatie volgden de verslaggevers de ex-nazi toen hij een wandeling van vier uur door de stad maakte. Tijdens die wandeling ontmoette hij een vriendin, met wie hij twee uur doorbracht.

The Sun heeft zijn materiaal van hun onderzoek afgegeven aan de openbare aanklager in Boedapest, Gabor Hetenyi. Het hoofd van het parket, dr Jeno Varga, heeft in een reactie aan The Sun gezegd dat er al een onderzoek loopt naar het Csiszik-Csatary.




Zuroff en The Sun


UPDATE 16-07-2012 - 13:32



Volgens de toelichting van dr Efriam Zuroff (foto rechts) op de site van The Sun moeten oorlogsmisdadigers ondanks hun leeftijd vervolgd worden. Hij voegt eraan toe dat hij nog nooit in de 32 jaar dat hij dit werk als nazi-jager doet, een nazi is tegengekomen die spijt betuigde over zijn daden als nazi.


Volgens Zuroff is het werk van het Wiesenthal Center tevens bedoeld om het vergeten te bestrijden. In een hoofdredactioneel commentaar stelt The Sun zich op hetzelfde standpunt.


Het is overigens verbazend dat het Simon Wiesenthal Center gebruik maakt van het Britse schandaalblad The Sun, eigendom van de Australische krantenconcern News Corporation van Rupert Murdoch, die diep betrokken is in de afluisterprocessen rond zijn schandaalkrant The News of the World.


Het moederbedrijf is tevens eigenaar van het conservatieve mediabedrijf Fox News in de VS. Ook de respectabele kranten The Times en The Sunday Times zijn zusterbladen van The Sun.


The News of the World hield wegens de afluisterschandalen op te bestaan op 10 juli 2011, maar een deel van de journalisitieke staf stapte over naar de nieuwe zondagseditie van The Sun, die sinds februari 2012 verschijnt, en waarin een deel cvan het verhaal over de ontdekte nazi gepubliceerd is.


The Sun is met een oplage van 2,6 miljoen exemplaren het grootste Britse dagblad en steunt momenteel de Britse conservatieven.


Het schandaalblad heeft diverse malen ernstige rectificaties moeten plaatsen. Daarvan is de bekendste over de aantijgingen rond het ongeluk in het Hillsborough-stadion in Sheffield in 1989, waarbij 96 mensen stierven.


Volgens de krant hadden fans uit de zakken van slachtoffers gestolen en op politiemannen geplast.


Foto links: Csizsik-Csatary doet nietsvermoedend open voor de verslaggever van The Sun. Uitsnede van foto van The Sun.


The Sun claimt ook in 2010 Klaas Faber te hebben 'opgespoord', terwijl deze in feite al in 2003 door journalist Cees van Hoore van het Haarlems Dagblad werd getraceerd (wat bijvoorbeeld Arnold Karskens op zijn site bevestigt).


Het blad plaatst elke dag blootfoto's op zijn pagina 3. Het blad is sterk nationalistisch en schrijft vaak over Duitsers als 'krauts' en Fransen als 'frogs' en ziet niets in de EU. 





Rutte herdenkt eerste trein uit Westerbork naar Auschwitz


WESTERBORK, 15-07-2012 - Premier Rutte heeft zondaag deelgenomen aan de vijfjaarlijkse herdenking van de eerste trein uit Westerbork naar Auschwitz, die vertrok uit het kamp op 15 juli 1942, 70 jaar geleden.

Volgens kamp Westerbork namen behalve de premier enkele honderden belangstellenden aan de herdenking deel.

In zijn toespraak benadrukte de minister-president  de grote rol van het boek 'Ondergang' van prof Jacques Presser bij het beschrijven van de verschrikkelijke geschiedenis van de Jodenvervolging.

Foto rechts: de premier zondag  tijdens de herdenking in Westerbork, naast hem directeur Dirk Mulder. Foto Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Rutte las het boek 20 jaar na zijn verschijning in 1965 en het maakte een diepe indruk op hem, zo zei hij in zijn rede. In het boek komt kamp Westerbork uitvoerig aan de orde, Pressers vrouw werd er naar afgevoerd, terwijl Presser zelf vrij wist te blijven. Het boek is online te lezen bij de DBNL.

De premier wees op de verschrikkingen van het kamp en de transporten, die 102.000 Nederlandse Joden het leven kostte. In totaal vertrokken er 92 treinen, meestal op dinsdag, naar de vernietigingskampen in het oosten.

Rutte citeerde een kampbewoner uit 1944: ‘Geen pen vermag te beschrijven wat er eigenlijk gebeurt voor en op den dag van zoo’n transport.  Met elken handdruk aan een vertrekkende dringen zielen in elkaar, de handen vatten en omklemmen elkaar, alsof ze elkaar nooit meer zullen loslaten.’

Daarbij ging Rutte voorbij aan de relatief gunstige omstandigheden van Westerbork, zeker vergeleken bij de kampen Amersfoort en Vught: familieleven, werk, school, een voetbalvereniging (waaraan dit jaar een expositie in het kamp werd gewijd), een kerkzaal, concerten, cabaret, er was briefverkeer mogelijk, een uitstekend hospitaal, geen mishandeling of ondervoeding. In Westerbork zijn vrijwel geen Joden gestorven als gevolg van hun verblijf daar, er werden zelfs mensen geboren. Een rabbijn die deelnam aan de herdenking, is bijvoorbeeld één van hen.

Tijdens de herdenking werden er op de plek vanwaar de treinen naar het Oosten vertrokken, de 'Rampe', citaten uit herinneringen van kampoverlevenden voorgedragen door nabestaanden, .
Ook werden beelden vertoond van het enige gefilmde transport vanuit het kamp, waarbij de woorden van een ooggetuige werden geciteerd: ‘De trein schuifelt weg als een fantoom, als een boekje van levende beelden, gaat hij voorbij, - voor het laatst heeft men oude, vertrouwde gezichten gezien, voor het laatst een teken van leven opgevangen.’

De Westerborkse deportatietreinen reden, bemand door Nederlandse NS-ers, over speciaal aangelegd enkelspoor dat bij Hooghalen aansloot op de hoofdlijn. Dit spoor is afgebroken, maar het 5 km lange tracé wordt de komende jaren gemarkeerd door spoorbielzen. Op iedere biels staat de datum van transport, het aantal gedeporteerden en de bestemming. De eerste 15 spoorbielzen zijn inmiddels geplaatst, zo laat kamp Westerbork weten.


Tekst van Ruttes toespraak in Westerbork

Toespraak | 15-07-2012

Vandaag precies 70 jaar geleden begon op deze plek de systematische deportatie van Joodse burgers uit Nederland - een historisch feit dat stil maakt.

Dat transport op 15 juli 1942 was het eerste uit een lange rij. Er zouden nog 92 volgepakte treinen uit Westerbork volgen. Op 13 september 1944 vertrok de laatste, hier vanaf de ‘Boulevard des Misères’.

Het is nauwelijks voorstelbaar hoeveel leed zich in kamp Westerbork in de tussentijd heeft afgespeeld. En hoe angstig de mensen zijn geweest die hier korte of langere tijd zaten opgesloten. Elke volgende dinsdag, elke volgende trein was levensbedreigend. Een bijna zeker doodvonnis, weten wij achteraf. Voor jezelf, je man je vrouw, zoon of dochter, vader of moeder.

Een ooggetuige probeerde die beklemming in woorden te vatten toen hij in februari 1944 het volgende noteerde in zijn dagboek:

‘Geen pen vermag te beschrijven wat er eigenlijk gebeurt voor en op den dag van zoo’n transport.  Met elken handdruk aan een vertrekkende dringen zielen in elkaar, de handen vatten en omklemmen elkaar, alsof ze elkaar nooit meer zullen loslaten.’

Zielen die in elkaar dringen, handen die elkaar omklemmen om nooit meer los te laten – het zijn woorden en beelden die ons iets laten zien van de volslagen machteloosheid van de slachtoffers tegen het gewetenloze en mensonterende systeem van vervolging. Iets, want alleen de overlevenden kunnen de totale rechteloosheid en de wurgende onzekerheid helemaal navoelen.

In de bekende eerste zinnen van zijn indrukwekkende boek Ondergang noemde Jacques Presser de Jodenvervolging 'de geschiedenis van een moord. Een moord, tevens massamoord, op nimmer gekende schaal, met voorbedachten rade en in koelen bloede gepleegd.' Ondergang verscheen in 1965 en maakte veel los. Eigenlijk realiseerde de Nederlandse samenleving zich toen pas écht welk afschuwelijk onrecht onze Joodse landgenoten was aangedaan. En hoe peilloos diep het verdriet dat de overlevenden met zich mee droegen.

Op mij persoonlijk had het boek een vergelijkbaar schokeffect toen ik het twintig jaar later als student las. Een geschiedenis die ik op hoofdlijnen dacht te kennen, werd door Presser ingekleurd met de gruwelijke feiten en persoonlijke verhalen. En die waren zo schokkend en indringend dat ook mij het ongeloof bekroop waarvoor Presser zijn lezers in de eerste pagina’s van zijn boek terecht waarschuwde. Want wat hier is gebeurd en het lot van de mensen die vanuit Westerbork naar de kampen werden gedeporteerd, gaat ons verstand ver te boven. En juist daarom moeten wij dat verleden onder ogen blijven zien. Om niet te vergeten.

Dus buigen wij vandaag ons hoofd.

Wij buigen ons hoofd voor de 102.000 Joodse vrouwen, mannen en kinderen die vanaf hier vertrokken en de hel van de vernietigingskampen niet overleefden. 102.000 keer een mens die werd vermoord.

Wij buigen ons hoofd voor de 245 Sinti en Roma en alle verzetshelden voor wie Westerbork ook het voorportaal was van de dood.

En wij buigen ons hoofd voor de 5000 overlevenden, die bij terugkeer een volgende worsteling wachtte. Zowel met hun eigen emoties en schuldgevoelens als met een weinig begripvolle samenleving.

Ik citeer nog één keer dezelfde ooggetuige, die beschrijft hoe een transport vertrekt:

‘De trein schuifelt weg als een fantoom, als een boekje van levende beelden, gaat hij voorbij, - voor het laatst heeft men oude, vertrouwde gezichten gezien, voor het laatst een teken van leven opgevangen.’

Voor het laatst… Zeventig jaar later maakt die gedachte ons nog steeds stil.

Wij buigen ons hoofd. Wij blijven herdenken.



Rutte woont herdenking eerste Jodendeportatie Westerbork bij

WESTERBORK, 13-07-2012 - Kamp Westerbork herdenkt zondag 15 juli 2012 de eerste Jodendeportatie vanuit het kamp naar Auschwitz, 70 jaar terug,  van 15 juli 1942.

Dit is een vijfjaarlijkse herdenking. Daarbij zal o.m. minister president Rutte aanwezig zijn, zo meldt het kamp.

Er vindt in het voormalige kamp op 15 juli vanaf 15.00 uur een herdenking plaats op de plek waar de treinen vertrokken. Minister-president Mark Rutte houdt een korte overdenking.

Foto rechts: de herdenking van 15 juli 42, 5 jaar geleden. Foto Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Daarna is er muziek, er zijn filmbeelden van een transport uit Westerbork te zien en er worden dagboekfragmenten voorgelezen door nabestaanden van de gedeporteerden van het eerste transport.

Van honderd van de gedeporteerden zijn foto’s bewaard gebleven. Ze zijn te zien bij het monument van de 102.000 stenen op de voormalige appèlplaats van het kamp - één steen voor elke vermoorde Joodse Nederlanders.

Op zondag 15 juli 1942 begon de laatste fase in de vervolging van de Joden in Nederland. Op die dag vertrok vanuit kamp Westerbork het eerste transport naar een vernietigingskamp, met 1.132 Joden. Het grootste deel ervan was de nacht ervoor uit Amsterdam aangekomen, onder hen vele Duits-Joodse vluchtelingen uit Duitsland.


In de trein deportateitrein moesten ook 51 kinderen uit het weeshuis van het kamp. Een paar dagen later kwam de trein in Auschwitz aan. Op enkele tientallen na werden de gedeporteerden direct bij aankomst vermoord.


Daarmee startte op die datum de deportatie uit Nederland en vernietiging van 107.000 Joden, 245 Sinti en Roma, en enkele tientallen verzetsstrijders via kamp Westerbork. Van hen zouden slechts 5.000 mensen terugkeren uit concentratie- en vernietigingskampen als Auschwitz-Birkenau, Bergen-Belsen, Mauthausen, Ravensbrück, Sobibor en Theresienstadt, onder hen 8 mannen uit het eerste transport.
 

Rabbijn Ies Vorst, geboren in kamp Westerbork, bidt het Jizkor, een gebed voor de zielenrust van de overledenen.

Naast het programma bij de Rampe op het voormalig kampterrein, is er in het museum de expositie ‘Westerbork – Auschwitz-Birkenau’ te zien.

En zijn er speciale rondleidingen om 12.00 en 14.00 uur, waarin Het Eerste Transport centraal staat.

Het herdenkingsprogramma is vrij toegankelijk is, maar het kamp verzoekt belanstellenden hun komst te melden via info@kampwesterbork.nl o.v.v. 15 juli.



Duits pensioen voor overlevenden Jodenbuurt A'dam

TEL AVIV, 31-05-2012 -  Duitsland breidt de pensioenregelingen voor Nederlandse overlevenden van de Jodenvervolging, zo meldt de telegraaf vandaag. Joodse mensen die tijdens de oorlog zogeheten 'ongedwongen werk' verrichten in de Joodse buurt van Amsterdam, kunnen een uitkering krijgen. Dat nieuws komt van Irgoen Olei Holland, de Nederlandse immigrantenvereniging in Israël.



Tot op heden betaalde Duitsland alleen pensioenen aan ex-dwangarbeiders. De hoogte van het Joods pensioen is gering. Ter indicatie wordt een bedrag genoemd van 20 euro per maand voor elk jaar dat is gewerkt. „Wij merken dat het mensen in de eerste plaats gaat om de erkenning van hun geschiedenis. De financiële kant vinden ze vaak minder belangrijk”, zegt Hans Vuijsje, directeur van de stichting Joods Maatschappelijk Werk tegen de Telegraaf.



Volgens Joodse instellingen leven er anno 2012 nog zo'n 8000 Nederlandse Holocaustoverlevenden, van wie 1200 in Israël. Hoeveel mensen recht hebben op dit Joods pensioen is nog niet bekend. Wie het pensioen aanvraagt, moet bewijzen dat hij of zij voor het werk in de Jodenbuurt een vergoeding kreeg, in geld of voedsel.



Dat kan heel lastig zijn. „Het verschil tussen ongedwongen en gedwongen werk is niet eenvoudig te bewijzen. Veel bewijsmateriaal is verloren gegaan. En de groep om wie het gaat is meestal hoogbejaard”, zegt Vuijsje. Soms kunnen ook nabestaanden voor het Joods pensioen in aanmerking komen.





Ophef rond nieuw boek over kennis Jodenvernietiging betijd



LEIDEN, 30-05-2012 - De ophef na het debat in het Verzetsmuseum, begin deze maand, over het besef van de Duitse plannen voor Jodenvernietiging is weer betijd. Historicus Bart van der Boom (foto rechts) heeft geen aangifte van laster gedaan tegen collega-historicus Ies Vuisje.



Aanleiding voor het debat was de recente verschijning van Van der Booms boek 'Wij weten niets van hun lot. Gewone Nederlanders en de Holocaust'. Daarin stelt Van der Boom op basis van onderzoek van 164 dagboeken uit de oorlog, dat veel Nederlanders tijdens de oorlog niet echt beseften wat de Duitsers met de Joden van plan waren.



Met name in juni 1942 waren er diverse berichten over de uitroeiing van de Joden, onder meer door Hitler zelf uitgesproken, en tevens door de Poolse regering in ballingschap, verbreid door de BBC en in de Nederlandse illegale pers opgenomen, zo schreef Ies Vuijsje in zijn boek 'Tegen beter weten in' uit 2006. Op 9 juli 1942 hield de Britse minister van informatie, Brendan Bracken, zelfs een persconferentie over de massamoord op reeds 200.000 Joden. Ook deze persconferentie bleef onvermeld op Radio Oranje en later in het standaardwerk van De Jong over de oorlog.



Vuijsje benadrukt daarmee dat er al vroeg berichten over de Jodenmoord in Nederland belandden, en ook bij de Nederlandse regering in Londen. Vuijsje verwijt daarom ook Dr L. de Jong dat hij in zijn geschiedenis van de oorlog deze berichten en hun aankomst verdoezelt. Die aantijging tegen De Jong noemde Van der Boom 'laster'. Vuijsje, aanwezig bij het debat in het Verzetsmuseum, reageerde vanuit het publiek door Van der Boom op te roepen dan aangifte te doen. Voor alle duidelijkheid: bij laster gaat het om leugens bedoeld om iemand zwart te maken.


Van Thijn

Mede-panellid Ed van Thijn stelde overigens dat hij Van der Booms boek 'misleidend' vond. Het boek maakt volgens hem niet voldoende duidelijk dat bijvoorbeeld bij veel verzetsmensen wel het besef bestond dat de Duitsers met volkerenmoord bezig waren.



De dagboeken verklaren volgens Van der Boom veel gedrag van Nederlanders tijdens de oorlog. Zij, onder hen ook Joden, bleven over het algemeen meewerken aan de deportaties Veel actuele historici wijten dit aan onverschilligheid buiten Joodse kringen en aan Joodse machteloosheid.



Van der Boom verklaart dit anders: Joden zowel als niet-Joden trachtten een rationele afweging te maken: zwaar werk verrichten in Polen, maar overleven (hopend dat de oorlog kort zou duren).



Ofwel niet meewerken met het risico vermoord te worden. Van der Boom bestrijdt het heersende beeld van ‘Nederland deportatieland’,  waarin de gewone Nederlanders als medeplichtigen optreden.



Die medeplichtigheid bestond bij het ontbreken van alternatieven. Van der Boom acht dit beeld onhoudbaar. Zijn stelling wordt bovendien ondersteund door het hoge cijfer van Nederlandse Jodenredders: geen land ter wereld ontving per hoofd zoveel onderscheidingen van Yad Vashem als Nederland.





Jodenvernietiging herdacht in Amsterdam

 


Foto rechts: de Duitsers staken in Warschau ook vele huizen in brand om de opstand neer te slaan.


AMSTERDAM, 19-04-2012 - Gisteren herdachten Joodse gemeenschappen de Jodenvernietiging oftewel Sjoa. Deze dag heet daarom Jom Hasjoa (geschreven als Yom HaShaoh in het Engels).



De herdenking gebeurde in Amsterdam aan de vooravond van de dag met een kranslegging bij de Hollandsche Schouwburg en een toespraak van de burgemeester en de Israëlische ambassadeur.



Ook in andere plaatsen in Nederland en daarbuiten werd Jom Hasjoa herdacht. In Israël is het een officiële nationale herdenkingsdag. President Peres hield aan de vooravond van deze dag een rede.



Op Jom Hasjoa, de dag van de Sjoa (Hebreeuws voor vernietiging), herdenkt de joodse gemeenschap over de gehele wereld de slachtoffers van de naziterreur. Jom Hasjoa valt op 26 Nisan in de Hebreeuwse kalender.



Op deze dag kwamen in 1943 de joden in het getto van Warschau in opstand tegen de nazi's. In Nederland vindt deze, door een groot aantal Joodse organisaties georganiseerde, herdenking plaats in de Hollandsche Schouwburg en in enkerle andere plaatsen.


Foto links: Russiche nazisoldaten, zg. Askari's, kijken in een gang, waar Joodse lijken liggen.



De herdenking heeft een Joods karakter met onder andere het uitspreken van het Jizkor (gebed van herdenking), het ontsteken van herdenkingslichten en muziek.



Tijdens de herdenking wordt het Kaddiesj gezegd, een gebed waarin ondanks alles, mensen hun vertrouwen in God uitspreken. Met het Hatikva (Israëlische volkslied) en het Wilhelmus wordt de plechtigheid afgesloten.


 

Opstand in het getto van Warschau 1943

 

De opstand - nit te verwarren met de Warschause opstand  van 1 augsutus 1944 - vond plaats van 19 april 1943 tot 16 mei 1943, de dag waarop ze bloedig werd neergeslagen door de nazi's onder leiding van SS-Gruppenführer Jürgen Stroop.



Een aanloop tot de opstand vond plaats op 18 januari 1943 toen de getto-bewoners gewapende aanvallen uitvoerden op Duitse militairen. Op die datum startten de eerste gevechten plaats toen de Duitsers opnieuw met deportaties begonnen. De Joodse strijders verzetten zich hevig en behaalden een belangrijke overwinning: de deportaties na 4 dagen stopten en de Joodse milities ŻOBen ŻZW namen de controle in het getto over. Zij bouwden tientallen stellingen op, en Joodse collaborateurs werden door hen zonder pardon geliquideerd.



Het finale gevecht begon op de vooravond van Pesach (Joods Pasen) op 19 april1943. De Duitsers, onder leiding van SS-Gruppenführer Jürgen Stroop, brachten zwaar militair materieel het getto binnen. Maar ze ontvingen een barrage van geweervuur, granaten en molotov-cocktails vanuit hinderlagen verspreid over het getto. Vervolgens schoten de nazi's met hun artillerie en brandden systematisch elk huis in het getto plat.



Op 8 mei sneuvelden de leider van de opstand, Mordechaj Anielewicz (commandant van de ŻOB ) en zijn medestrijders in een der laatste bunkers op het adres Mila 18 (later ook de titel van een beroemd boek over de opstand), toen zij zelfmoord pleegden gevangenschap te ontlopen.

 

De verzetsgroep ŻOB (Joodse Gevechtsorganisatie) was gelieerd was aan de socialistische Joodse Arbeidersbond, terwijl de  even grote ŻZW (Joodse Strijdersbond) voornamelijk bestond uit Joden uit het  Poolse leger. Na de opstand werd het hele getto letterlijk met de grond gelijk gemaakt. Er werden 13.000 Joden ter platse vermoord; 56.885 daarna vergast volgens Duitse schattingen.

 

Een andere leider was de cardioloog en politicus Marek Edelman (foto links), die leefde van 1922 tot 2009. Hij was ook actief in Solidarnosc. Edelman was dde laatste overlevende van de Joodse opstand in Warschau.


 

 


 

Westerbork ontwikkelt oude spoorlijn en start expositie over kampvoetbal



WESTERBORK, 16-04-2012 - In de komende maanden werkt kamp Westerbork aan een nieuw omvangrijk project: het zichtbaar maken van de oude spoorlijn  waarmee Joodse gevangenen vanaf 1942 kamp Westerbork binnenkwamen en weer vertrokken. Verder begint deze week in het voormalige concentratiekamp een tentoonstelling over de voetbalcompetitie die vanaf 1943 in het kamp onder gevangenen werd gehouden.



Het oude spoortracé vanaf Hooghalen naar het kamp Westerbork bestaat nog. Op dit traject komen markeringen, onder meer bestaande uit manshoge bielzen. Verder vertellen informatiepanelen de geschiedenis van de transporten, die begonnen op 15 juli 1942.



Bij de 70ste herdenking van dit eerste transport in juli 2012 moet het project zijn afgerond en de laatste markering zijn geplaatst.


Bijna 107.000 mensen werden met 97 transporten vanuit kamp Westerbork gedeporteerd.  Op 15 juli 1942 vertrok het eerste transport naar Auschwitz-Birkenau. Vanaf 2 maart 1943 tot 16 november 1943 was er sprake van een wekelijkse reis. Iedere dinsdag vertrok een trein met 1.000 tot soms meer dan 3.000 personen. Onder hen onder meer Anne Frank en haar familie.


Voetbalcompetitie


Volgende week start een tentoonstelling in het kamp over de voetbalcompetitie voor gevangenen die daar vanaf 1943 plaatsvond.



In kamp Westerbork stratte in voorjaar 1943 met een voetbalcompetitie tussen elftallen met Joodse gevangenen. Volgens het herinneringscentrum bood de sport afleiding "in een tijd die bepaald werd door de hoop en wanhoop" en was het een "middel om te overleven in de concentratiekampen die na Westerbork kwamen".



De expositie heet 'Het verdwenen elftal' en toont de spelers en toeschouwers van toen als herkenbare mensen. Voetballer Simon Hornman, overlevende van het kamp, speelde vóór de oorlog bij Sparta.Twee elftallen uit de competitie van kamp Westerbork<br>&copy; foto: Herinneringscentrum Kamp Westerbork - www.kampwesterbork.nl


Foto links: een voetbalefltal in Westerbork.


Ook andere voetballers van Westerbork overleefden de oorlog - volgens het herinneringscentrum mede dankzij het voetbal. Het merendeel van de voetballers overleefden de oorlog echter niet.



De tentoonstelling geeft ook aandacht aan Avro-sportverslaggever Han Hollander die toeschouwer was in kamp Westerbork. Hij was en nationaal bekende sterverslaggever.  Vanaf de eerste live uitgezonden interland Nederland- België uit maart 1928, versloeg hij de wedstrijden van het Nederlands elftal. Hollander stierf  op 9 juli 1943 in Sobibor.


Naast de expositie start ook het project 'Voetbal verbindt', een samenwerking waarmee kamp Westerbork en het Landelijk Steunpunt Gastsprekers WOII-Heden profclubs steun bieden bij het bestrijden van racisme in voetbalstadions.



De expositie start op 19 april 2012.








Eerste geëxecuteerde verzetsman van Nederland ontbrak aan Erelijst Tweede Kamer


 

AMSTERDAM, 4-04-2012 - De eerste verzetsman die de Duitsers in Nederland executeerden, Ernst Cahn (foto onder), staat niet vermeld in de Erelijst van oorlogsslachtoffers van de Tweede Kamer. Waarom dit zo is, is onduidelijk. (UPDATE 6-4-2012: Intussen is hij aan de Ereelijst toegevoegd; met dank aan het NIOD)


 

De Joodse Ernst Cahn is bekend doordat hij als zich één van de eersten met geweld verzette tegen de straatterreur van de anti-Joodse groepen zoals de Weerbaarheidsafdeling (WA) van de NSB.

 

Cahn was tevens de eerste Jood die in Nederland door de Duitsers werd omgebracht. Cahn liet twee kinderen na, die de oorlog overleefden. Cahn staat wel vermeld in o.m. Dr L de Jongs 'Koninkrijk' en in prof J. Pressers 'Ondergang'.

 

Er is bij het NIOD een aanvraag ingediend om Cahn op de website Erelijst.nl op te nemen, maar onbekend is wanneer hij daar vermeld zal worden. Het streven is dat dit uiterlijk op 3 mei 2012 geschied.

 

Cahn werd als Duitser geboren op 27 juli 1889 te Remagen. Hij was koopman van beroep en bezat samen met Alfred Kohn al vóór de oorlog de ijssalon 'Koco', Van Woustraat 149 te Amsterdam.

 

Achterin deze ijssalon kwamen vanaf 1941 Joodse knokploegen bijeen om onder meer het verzet tegen anti-Joodse rellen van februari 1941 te organiseren.

 

Op de Erelijst staan vermeld mensen die door oorlogsgeweld zijn omgekomen en wel militairen, uit de koopvaardij en het verzet.

 

De lijst is samengesteld door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (nu NIOD) en op 4 mei 1960 bood Koningin Juliana de Erelijst aan de Staten-Generaal aan.

 

Sindsdien ligt deze bij de ingang van de Tweede Kamer. Doordat het initiatief voor opname (behalve wat betreft de militairen) bij de nabestaanden lag, is de lijst niet compleet, zo stelt het NIOD.

 


Cahn organiseerde met zijn compagnon Alfres Cohn met knuppels bewapende knokploegen ter bewaking van Joodse wikels in Amsterdam. Ter verdediging tegen aanvallen construeerden zij een ammoniakspuit in hun ijssalon, aangezien er voor de koeling al een ammoniakinstallatie was. Deze spuit werd tweemaal gebruikt bij invallen van o.m. de Sicherheistpolizei, zo meldt de website Waalsdorpervlakte.nl, die veel informatie over hem biedt.

 

19 februari

Uiteindelijk werd Cahn verraden en is de salon op 19 februari 1941 overvallen door de Ordnungpolizei (Grüne Polizei) en werden beide eigenaren gevangen genomen. Hun verzet leidde tot de eerste grote razzia van 22 februari 1941 van 425 Joodse mannen op last van SS-politiegeneraal Rauter en vlak daarop tot de Februaristaking.

 

Cahn bracht de periode van 20 februari tot 3 maart 1941 door in de strafgevangenis in Scheveningen en werd als eerste in Nederland geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte. In Amsterdam-Osdorp, de verzetsliedenbuurt, werd een brug naar hem en zijn compagnon Alfred Cohn genoemd.

 

 


 

 

Joodse goochelaar Ben Ali Libi opeens bekend

 

HILVERSUM, 1-04-2012 - Ben Ali Libi, een Joodse goochelaar, raakte de afgelopen week opeens bekend door Twitter.

 

Op 29 maart 2012 wijdden Pauw en Witteman een gesprek met zijn kleindochter Katy Huiman-Velleman (foto links) aan hem naar aanleiding van een gedicht van Willem Wilmink over deze vergaste goochelaar.

 

In die uitzending toonden P&W ook Joost Prinsen, die het gedicht van Wilmink voordraagt. Prinsen beschrijft dan ook hoe hij Wilmink uitdaagde om een gedicht over Ben Ali Libi te schrijven - en het gedicht een dag later al ontving. Op 28 maart las Prinsen het gedicht al voor bij P&W naar eaanleiding van een nieuw boek van Bram Moszkwitz die daarin op.m. schrijft over de goochelaar.

 

Het gedicht Ben Ali Libi van Willem Willink gaat over de Amsterdamse goochelaar Michel Velleman (1895-1943) die werd vermoord in Sobibór. Er bestaat ook, zo toonden P&W, een filmpje van de zoon van de goochelaar, die als jongen van ongeveer 9 een goocheltrucs doet. Helaas is zijn vader daar niet op te zien.

 

Velleman sr heeft naar verluidt zelfs nog in gevangenschap goocheltrucs vertoond. Hij was vóór de oorlog beroemd, in Nederland en daarbuiten; zo trad hij o.m. op voor prins Hendrik.

 

 

Ben Ali Libi


Willem Wilmink (1936-2003)


 

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,


staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,


dus keek ik er met verwondering naar:


Ben Ali Libi. Goochelaar.



Met een lach en een smoes en een goocheldoos


en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,


scharrelde hij de kost bij elkaar:


Ben Ali Libi, de goochelaar.



Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost


dat Nederland nodig moest worden verlost


van het wereldwijd joods-bosjewistisch gevaar.


Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.



Wie zo dikwijls een duif of een boem had verstopt,


kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.


Er stond al een overvalwagen klaar


voor Ben Ali Libi, de goochelaar.



In 't concentratiekamp heeft hij misschien


zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien


met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,


Ben Ali Libi, de goochelaar.



En altijd als ik een schreeuwer zie


met een alternatief voor de democratie,


denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar


voor Ben Ali Libi, de goochelaar.



Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,


hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

 

 


 

 



 I N D E X



Scroll naar beneden


1-12-2012

NIOD start grote jongerenactie voor

Holocaust Memorial Day

29-11-2012
Koning Albert opende nieuw Holocaustmuseum in Mechelen

26-11-2012

Anne Frankexpositie opent in Brazilië


26-11-2012

Bronkhorst spreekt op Cleveringbadebat 2012


15-11-2012

Nieuwe foto van mogelijk Anne Frank opgedoken


9-11-2012

Herdenking 70 jaar razzia Hollandia Kattenburg


6-11-2012

Centraal Joods Overleg roept op tot herdenking Kristallnacht


5-11-2012

Ex-nazi Zentai vordert vergoeding van Australië


5-11-2012

Israël zoekt erfgenamen Jodenvervolging


3-11-2012

Steentjes Westerbork krijgen 2 jaar groot onderhoud