Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
BEZETTING NL
Februaristaking 2012
Hoge Raad in WO2
Indische Holocaust
Wally van Hall
Zaak-Guljé
Canon NL geschiedenis - W
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS

HP/DE TIJD website 30 Augustus 2010 - 15:03  | 

‘Geringe aandacht voor Indische holocaust  schandalig’

 

Door Arthur Graaff   |  twee reacties | Stuur door

 

Deze week staat in HP/De Tijd een opmerkelijk artikel over de onbekende Indische holocaust (tekst hieronder) Bij die ramp kwamen zo’n drie tot vier miljoen medeburgers van ons koninkrijk om door een enorme hongersnood, veroorzaakt door de Japanse bezetters van Nederlands-Indië. Die holocaust is echter vrijwel onbekend.
 

Overigens hadden die medeburgers wel de B-status en vielen ze onder allerlei speciale wetten en regels – aanspraak op Nederlands recht hadden ze niet, hoewel Wilhelmina ook hun koningin was. Wilders zou er zijn vingers bij aflikken, en in Zuid-Afrika hebben ze het ook een tijdje ook geprobeerd onder de naam ‘apartheid’.

 

Op de Indische verzamelsite Indisch4ever staat sinds zondag een nogal afwijzende reactie op dit stuk van Arthur Graaff, onder de titel De Indo als zondebok. De site verwijt hem dat zijn artikel ‘riekt naar etnische discriminatie’. Een bezoeker van de site noemt dat commentaar weer ‘een ingetogen reactie op zoveel stupide onbegrip’ (van Arthur Graaff).

 

De site wil ook dat de ramp waar het om gaat niet ‘Indische holocaust’, maar ‘Indonesische holocaust’ genoemd wordt. Er wordt helaas even voorbij gegaan aan het feit dat Indonesië in 1943-’44 nog helemaal niet bestond.

 

De site gaat niet in op de hoofdzaak: dat deze enorme ramp vrijwel nergens genoemd wordt. En het is zeker niet de plicht van Nederlanders of Indo’s uit Nederlands-Indië om deze feiten uit de vergetelheid te halen – ze hadden het vaak moeilijk genoeg, zowel tijdens de oorlog, tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd als tijdens hun schaduwbestaan in pensions en slechte baantjes rond 1950 tot rond 1980 in Nederland. Toch blijft deze hongersnood de grootste ramp die zich ooit in de geschiedenis van ons koninkrijk heeft voorgedaan. Méér Nederlandse burgers zijn er nooit door één oorzaak omgekomen.

 

In een reactie laat de godfather van alles dat Indisch is, dr. ir. Herman Bussemaker, echter weten het helemaal met de auteur eens te zijn. Ook hij vindt het onbegrijpelijk dat de Indische Holocaust nauwelijks bekend is, dat die niet voorkomt in standaardwerken over de oorlog – met uitzondering van deel 11 van dr. Lou de Jongs Het Koninkrijk uit 1985 dan, want daar staat het netjes in, zij het erg summier. In het boek en de tv-serie De bezetting van De Jong komt het echter weer niet voor. Sindsdien is het verder dan ook stil gebleven.

 

Bussemaker wijt dit aan het in zijn ogen treurige geschiedenisonderwijs, dat zwaar lijdt onder de vrijheid van de leraren voor een thematische aanpak. Zijn achternicht, de ex-staatssecretaris Jet Bussemaker, vertelde hem dat zij tijdens haar middelbare schooltijd in totaal 1,5 uur les heeft gehad over Indië.

 

Treuriger is misschien dat de nieuwe centrale Indië-tentoonstelling in Museum Bronbeek, die zichzelf ‘basistentoonstelling’ noemt en volgens de makers tien jaar zal lopen, ook zwijgt over deze ramp. De tentoonstelling is vorige week geopend en biedt veel persoonlijke getuigenissen – wie de hoofdlijn niet kent, wordt daar echter weinig wijzer. Zoals over het dorp Rawahgedeh (of Rawagede), waarvan de bevolking tijdens de ‘politionele acties’ werd uitgemoord door Nederlandse soldaten – zoals de Duitsers, à la Putten, of Oradour. Als je dat niet weet, kun je die ene getuigenis niet plaatsen.

 

Bussemaker ziet overigens wat wel positieve ontwikkelingen, zoals dat de nieuwe premier van Japan, Naoto Kan, bij de officiële herdenking van WOII op 15 augustus jongstleden zijn excuses voor al het oorlogsleed heeft aangeboden en dat de Japanse regering voor het eerst niet bij het supernationalistische dieptepunt, de Yasukuni-tempel, is verschenen.

 

Maar deze excuses zijn Bussemaker te makkelijk. Eerst even wat oude schulden betalen. De kans dat dat écht gebeurt, lijkt gering – al schijnt er wel geld te komen voor de Nederlanders die de atoombommen bij Hiroshima en Nagasaki hebben meegemaakt.

 

REACTIES

 

'Ons' koninkrijk is mosterd na de maaltijd. Evert van Vliet (E-mail) - 30-08-’10 15:29

 

Interessant. Blijft de hamvraag: hoe kunnen we Geert Wilders hier de schuld van geven? JACK BLOCK - 30-08-’10 17:31
 

 

 

--------------------------------------------------------------------------------

 


 

HP/DE TIJD magazine 27-08-2010

 

Waarom negeren we de

Indische Holocaust van 1943-44?

 

Drie miljoen Indonesiërs vonden door uithongering de dood tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in WOII. Maar dit historische feit werd ook tijdens de laatste Indië-herdenking op 15 augustus wederom genegeerd. Hoog tijd voor de rehabilitatie van miljoenen vergeten rijksgenoten.

| door Arthur Graaff

 

De koningin, de premier en een handvol generaals stonden anderhalve week geleden in Den Haag weer braaf de Japanse capitulatie te herdenken. De NOS zond het allemaal plechtig uit, de Indische gemeenschap was present en organiseerde als vanouds bijeenkomsten door het land.

 

In Den Helder herdacht de marine haar bijna vierduizend oorlogsdoden, vooral van de Slag in de Javazee. En ook de Tweede Kamer heeft zijn eigen Indië-herdenking en zijn eigen plaquette. En dan is er, overigens pas sinds 1988, het nationale Indisch Monument in Den Haag, waar het allemaal samenkomt. Maar geen woord, al vele jaren, over de Indische holocaust en de drie miljoen doden die daar het gevolg van waren. Vreemd. En misschien ook wel schandalig.

 

Er heeft wel degelijk een Indische Holocaust plaatsgevonden. Dr Lou de Jong beschreef hem duidelijk in zijn uitstekende reeks Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog: deel 11b, tweede helft, onder meer op de pagina's 557 en 558. Dit deel verscheen in 1985, en De Jong kwam uit op tweeënhalf miljoen doden. Een Japanse wetenschapper, Shiguro Sato, berekende in 1950 dat het er vier miljoen moeten zijn geweest.

 

Maar na De Jong is er in geen enkel geschreven of gefilmd standaardwerk meer over gerept. Niet in De Oorlog van de NOS en Ad van Liempt. Niet in het overzichtswerk Nederland. De vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu van de gerenommeerde historicus Han van der Horst.

 

Ook niet in het nieuwe boek van David Barnouw van het NIOD, Geschiedenis van Nederland 1940-1945. De canon van de Duitse bezetting. Ook Adriaan Hakkert wijdt er in Wel vergeven niet vergeten geen woord aan. Toch allemaal auteurs die De Jong nauwkeurig gelezen moeten hebben.

 

Het NIOD van David Barnouw biedt gek genoeg wél een zeer compleet overzicht van de Japanse bezetting, inclusief de hongersnood. Alleen is deze pagina zelfs via hun eigen zoekmachine op hun site niet te vinden.

 

Maar wat is er dan toch precies gebeurd in Indië tijdens de Japanse bezetting vanaf maart 1942?

 

Het was oorlog, dus veel export uit Indië viel sowieso al weg, maar dat gold ook voor de broodnodige import van veel rijst. De Japanners hadden Indië nodig voor de olie en verdeelden het land: Borneo en omgeving kwamen onder Japans marinebestuur, ruwweg de rest was voor het leger. In het legergebied, dat ook het meest bevolkte eiland Java met zo'n 35 miljoen inwoners omvatte, moest alles worden 'gereorganiseerd', lees: geroofd, om voor de oorlogsvoering te kunnen worden ingezet.

 

Als kolonie was Indië op dat moment een voorbeeld in de wereld. Nergens werd zo efficiënt geteeld, verbouwd, geëxploiteerd en gedolven. En zo gigantisch verdiend. Maar alle Nederlandse bestuurders verdwenen van vrijwel de ene op de andere dag in interneringskampen.

 

De landbouw en de economie raakten snel in de versukkeling, corruptie en wanbeheer staken de kop op, de oogst van 1943 was al drastisch kleiner dan die van 1942, die van 1944 nog weer kleiner. Massale honger was het gevolg.

 

Voeg daarbij dat door de oorlog veel Indonesische ongeschoolde arbeiders geen werk meer hadden, en dat de Japanners honderdduizenden Indonesische mannen als werksoldaten (romusha's) inschakelden voor veredelde dwangarbeid, en de ramp werd onafwendbaar. In 1943 en 1944 leden miljoenen mensen, vooral op Java en Madoera, enorme honger, vooral in de steden. Met de dood tot gevolg.

 

De Jong schrijft op pagina 507: '(...) de meerderheid was honger gaan lijden in zulk een mate dat alleen al op Java meer dan twee miljoen Indonesiërs om het leven zijn gekomen.' Ook citeert hij de journaliste Beb Vuyk uit haar dagboek uit december 1944 op pagina 557: '(...) 'Iedere dag sterven er bedelaars, de lijken blijven langs de weg liggen en worden eenmaal per dag met de vuilniskar opgehaald (...).'

 

Een pagina verder verhoogt De Jong – waarom blijft overigens onduidelijk – zijn eerdere raming: 'Een schatting van ca. twee-en-een-half miljoen omgekomenen lijkt van de goede orde van grootte.'' 

Maar, zult u zeggen, is de beladen term Holocaust hier wel op z'n plaats? Lou de Jong gebruikte het begrip nooit, dat kwam pas in zwang nadat de Amerikanen onder leiding van Steven Spielberg de Jodenvervolging ontdekten.

 

Maar de term is terecht, vanwege de ongelooflijke hardheid van de Japanners, die nooit enig medelijden toonden voor de door hen overwonnen volkeren. Ze gaven niets, maar dan ook niets om het leed van de Indonesiërs. Hun wijze van systematische vervolging bestond niet uit het efficiënt uitmoorden – de specialiteit van de nazi's.

 

Wat de Japanners in deze twee specifieke jaren op deze eilanden deden, kan het beste worden omschreven als: extreem wrede verwaarlozing. Er werd er nog geen vinger uitgestoken naar de miljoenen die letterlijk op straat lagen te creperen, terwijl daar wel degelijk mogelijkheden toe bestonden.

 

Waarom hoor je hier toch nooit iets over, en al helemaal niet van 'Indische' mensen?

 

Het antwoord ligt enigszins voor de hand. De Nederlanders hadden 'in het Jappenkamp' gezeten, volledig afgesloten van de 'gewone' wereld. En na 15 augustus 1945 konden de (Indische) Nederlanders niet weer gewoon de draad oppakken maar moesten ze meteen door naar de volgende, als 'politionele actie' vermomde oorlog tegen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders.

 

Er is, zou je kunnen zeggen, voor de kolonialen nauwelijks gelegenheid geweest om het oorlogsleed van hun vijftig miljoen mede-rijksgenoten tot zich door te laten dringen. Bovendien, je had je handen vol aan je eigen leed. En dan nog, op papier mochten de Hollanders en Indonesiërs dan de zelfde koningin dienen, in de praktijk had je niet zo veel met die mensen, zeker niet als ze jou ook nog eens kwijt bleken te willen.

 

Al met al is het waarschijnlijk dat de meeste Indische Nederlanders nooit hebben geweten op welke schaal de Japanners hongersnood hadden veroorzaakt en hoeveel doden dat heeft gekost. Aldus hebben zij het Indonesische oorlogsleed kunnen monopoliseren.

 

Uit onwetendheid enerzijds, en vanuit het koloniale superioriteitsgevoel dat toen vanzelf sprak maar ons nu als pijnlijk en verkeerd toeschijnt, anderzijds. Het is nog niet te laat om deze omissie in de herdenkingen van de oorlog in Nederlands-Indië recht te zetten.