Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
Achtergronden 2014
Achtergronden 2013
Achtergronden 2012
Achtergronden 2011
Aanslagen op Hitler
10 vragen over de oorlog
Boekenlijst WO2
Boere: Aken-blog
Churchill
Curaçaose stakers 1942
D-day 2014
Dossier Vorden 2013
Dossier Wulff en Gauck
Gauck niet-Faber wel
Euthanasie
Februaristaking
Gauck PERS
Geschiedvervalsing
Grijs verleden
Herzberg-lezing
Hilversum oorlog
Koninkrijk - De Jong
Market Garden 2014
Mein Kampf h1
Mein Kampf h2
Mgr Lampert: onthoofd
Rode Kruis
Roofkunst
Roofkunst links
Troostmeisjes
Verliezen WO2 per land
WO1 - De machine
Colofon
70 jaar bevrijding
Onderduyik
Churchill pers
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS

>>Vervolg van homepage

 


Auteur houdt vast aan leugens en bedrog




WAGENINGEN, 13-10-2014 - Auteur dr Chris van der Heijden houdt vast aan zijn zeer omstreden opvattingen en onwaarheden in zijn door enkele collega's 'misleidend' genoemde oorlogsboek 'Grijs Verleden'.


Dat bleek zondag tijdens de uitzending van het VPRO-radioprogramma OVT, gewijd aan de oorlog, vanuit Wageningen.


Het boek verscheen in het jaar 2000 en beleefde 10 drukken. Het boek stelde in grote lijnen dat het Nederlandse verzet weinig voorstelde, en dat ook de Nederlandse collaboratie weinig om het lijf had. In het boek stond echter geen norm voor de omvang van het verzet.


Het boek vermeldde niet dat er uit Nederland 39.000 verzetsmensen werden gedood, naast 50.000 dwangarbeiders en dat er 350.000 onderduikers waren, verzorgd door ongeveer het dubbele aantal verzorgers en helpers.


Tot de meest uitgesproken critici behoren dr Jolande Withuis en prof dr Marjan Schwegman van het NIOD. De auteur kenschetst de oorlog in Nederland en de activiteiten van de Nederlanders als een aaneenschakeling van 'toeval, klungeligheid en kleinheid'. 


Het boek stelde ook de vraag of de moord op Joden wel zo uniek was als door de grote meerderheid van historici werd aangenomen, daarmee de grens van holocaustontkenning naderend.



Fout op fout

Het boek bevat ook een grote hoeveelheid foutieve of verdraaide informatie.


Zo staat in het begin al dat er sinds 1800 tot 1940 in Nederland geen grootse prestaties werden geleverd.


Nederland kreeg tussen 1901 en 1936 maar liefst 8 Nobelprijzen, bouwde de Afsluitdijk, bezat een grote en wereldbekende zuivelsector, had Rotterdam als grootste haven van het Europees vasteland en bezat vanaf 1900 in grootte de vijfde koopvaardijvloot ter wereld en een enorme scheepsbouwindustrie.

Ons land was de zetel van een reusachtige oliemaatschappij op wereldschaal, zowel als van een groot internationaal voedingsconcern en een lampen- en radioconcern.

Nederland was via de kolonie Nederlands-Indië de vierde olieproducent ter wereld. 


Hij noemt ook nergens bijvoorbeeld de 500 nazi-Duitse vliegtuigen die in mei 1940 in drie dagen werden uitgeschakeld of de successen van de Nederlandse onderzeedienst.


Al in het begin van zijn tekst beweert de auteur foutief, dat de vernieling, het aantal doden en de schade in Nederland betrekkelijk klein was:


'Maar ook deze vernietiging stond in geen enkele verhouding tot wat elders, in Polen, de Sowjet-Unie, of Duitsland, gebeurd was'. Nederland had echter ruim driemaal zoveel doden als bijvoorbeeld België: 300.000 tegen 88.000. Nederland bezet geen enkele werkende grotere fabriek meer.


De auteur blijft bij zijn ontkenning dat de oorlog de grootste ramp uit de Nederlandse geschiedenis is, en vergelijkt deze met een epidemie van de Spaanse griep in Nederland in 1918, waarbij 17.000 Nederlanders stierven.


Het feit dat grote groepen uit de bevolking tijdens de oorlog werden geïsoleerd en vervolgens afgevoerd en vermoord, treft de auteur niet als bijzonder.


Hij stelt ook de vraag: "is de moord op Joden wel zo uniek als altijd wordt beweerd?'


De auteur pleit er ook voor om de Tweede Wereldoorlog op te nemen in de reeks andere oorlogen zoals bezetting door de Spanjaarden en de Fransen.


In het boek betrekt de auteur de stelling dat Nederlanders zich niet voldoende hebben verzet. Het boek geeft echter geen norm voor de hoeveelheid benodigd verzet en vermeldt geen vergelijkende cijfers met bezette landen om Nederland heen.


Verder is de kritiek tegen het boek van o.m. de historici prof dr Marjan Schwegman (zie artikel hieronder) , dr Bart van der Boom en dr Jolande Withuis dat de auteur voornamelijk feiten presenteert die zij stelling ondersteunen, en andere gegevens negeert. Verder veroorlooft de auteur zich volgens zijn critici de vrijheid om niet de feiten te laten spreken, maar daar zelf zeer vrije interpretaties van te geven.


Opmerkelijk in het boek is ook dat de auteur stelt dat de oorlog geen diepe en blijvende invloed op alle facetten van het Nederlandse leven had. 'Een tiental jaren na de oorlog was niet alleen de infrastructuur van de steden maar ook de vooroorlogse sociale structuur hersteld. De economische situatie overtrof spoedig die van vóór de oorlog. '


De auteur negeert hier de grote woningnood, die pas 50 jaar na de oorlog opgelost werd. De auteur negeert hier ook dat de Nederlands koopvaardijvloot vóór de oorlog de 5de ter wereld was, en na de oorlog de 10de. En dat Nederland zijn steenrijke kolonie Indië kwijt was, in 1940 nog de 4de olieproducent ter wereld.


Ook negeert de auteur hier ook de grote emigratiestromen naar Australië, Canada, Nieuw-Zeeland, de VS en Zuid-Afrika. Volgens het CBS trokken per jaar gemiddeld 60.000 Nederlanders weg - in totaal in 20 jaar bijna 1 miljoen mensen.


Het boek miskent ook het gebrek aan feitelijke informatie dat in de eerste vijf jaar na de oorlog heerste, plus de problemen met het dagelijks leven: eten op rantsoen, gebrekkig vervoer, ongeveer 450.000 terugkerende dwangarbeiders en gevangenen en het nijpende gebrek aan woonruimte.


Hij schrijft ook: "(..) dat men in de eerste jaren na de oorlog een relatief nuchter beeld van de gebeurtenissen tussen 1940 en 1945 had gehad en dat de omslag naar het - als het zo genoemd mag worden - 'overspannen beeld' (aanhalingstekens van de auteur) pas halverwege de jaren zestig tot stand was gekomen."


 
Yad Vashem

Ook vermeldt de auteur niet dat Nederlanders - per 2014 maar liefst 5.300 maal zijn onderscheiden voor het redden van Joden. dat betekent dat 1 op de 1.700 Nederlanders uit de oorlog onderscheiden is.

Polen is het land dat de meeste onderscheidingen ontving, namelijk 6.200, oftewel 1 op de 5.700 inwoners van toen.

Dat is driemaal minder. Nergens vermeldt de auteur ook dat er in nazikampen 39.000 Nederlanders wegens verzetswerk zijn omgekomen, plus 50.000 door dwangarbeid.

Hij wijst ook het Nederlandse verzet af. Dat staat nog apart van het passieve en geweldloze verzet, met de 350.000 onderduikers en hun 700.000 helpers.


Vlak na de oorlog hadden Nederlanders het druk met het regelen van voedsel - de rantsoenering duurde tot 1947 - en het opruimen van de vernielingen, het berechten van collaborateurs en het (her)begraven van de slachtoffers. Verbindingen waren nog moeilijk en Duitse en Nederlandse archieven niet eenvoudig te raadplegen.


Het bestaan van de Jodenvernietiging was nog niet geheel doorgedrongen, laat staan de omvang ervan. Dat gebeurde in feite pas in 1960 - toen verscheen de beroemde tv-serie 'De bezetting' van dr L. de Jong, die bij vrijwel de gehele volwassen bevolking insloeg als een bom. er was toen nog maar één tv-zender.


En ook door het boek 'Ondergang' van prof Jacques Presser, dat in april 1965 verscheen, en al in enkele dagen was het uitverkocht en tienmaal werd herdrukt, dat jaar in totaal met ruim 100.000.


Het boek negeert ook één van de grootste fenomenen van de oorlog in Nederland: geen ander land dan Nederland heeft relatief zoveel Joden gered, en nergens zijn relatief zoveel mensen daarvoor onderscheiden als in Nederland. Ook drie Nederlandse organisaties ontvingen van Yad Vashem een onderscheiding - dat is in geen enkel ander land gebeurd.


 Hij noemt evenmin de enorme onderduik, die in geen enkel ander bezet land zo groot was: 350.000 mensen, geholpen door ongeveer 700.000 mensen - cijfers van het NIOD.









Directeur Schwegman (NIOD) verwerpt 'grijs' in de oorlog

 


>>Zie ook commentaar onderaan: "We deden volgens Van der Heijden álles fout in de oorlog"


AMSTERDAM, 22-01-2011 - UPDATE 23-01-2011 - Auteur Van der Heijden wil in  'Grijs Verleden' aantonen.dat er veel minder slachtoffers, helden of schurken in Nederland waren dan bijvoorbeeld dr Loe de Jong of prof Jacques Presser deden voorkomen.

 

Van der Heijdens boek, dat ook een aantal fouten en sterk vervormde historische interpretaties bevat, heeft in 10 jaar 10 herdrukken beleefd, maar de auteur heeft het ondanks stevige kritiek nooit willen herzien.

 

Schwegman in De Pers:

 

‘Van der Heijden doet of alles in de oorlog mensen maar overkwam. En hij pretendeert dat hij in hun hoofden kan gaan zitten.

 

Maar als je onderzoek leest naar dagboeken uit de bezettingstijd, dán zie je wat echt onder mensen leefde. En dat is iets anders.

 

De massa van de bevolking was vurig anti-Duits. Dat leidde zelden tot echte verzetsdaden. Maar je kunt niet zeggen dat ze onverschillig was of alleen gericht op het eigen overleven.’

 

Die conclusie van onverschilligheid trekt Van der Heijden echter uitdrukkelijk wel. Hij heeft in zijn boek echter nooit vermeld dat hij een geheime agenda bezit, namelijk het oorlogsverleden van zijn vader, die lid was van de Waffen-SS. Dat is bij toeval bekendgeworden.

 

Over de geschiedenis van deze vader is verder niets openbaar gemaakt, maar Van der Heijden zei over hem in een openbare discussie in 2010 in het Verzetsmuseum in Amsterdam alleen dat hij zijn vader niet beschouwt als 'grijs'.

 

Schwegmans visie over hoe anti-Duits Nederlanders waren wordt bevestigd door bijvoorbeeld het feit dat de Duitsers vanaf ongeveer 1943 niet meer onbekommerd over straat durfden, vanaf 1944 zelfs niet meer 's avonds, zonder uitvoerige bescherming.

 

Van der Heijdens boek geeft geen afgewogen overzicht van de bezettingstijd in Nederland en heeft als doel niet de waarheid te vinden, maar af te doen aan De Jongs en Pressers werken - en vrijwel alle andere boeken, uitzendingen, documentaires over de oorlog. Al doende belandt Van der Heijden op een hellend vlak, en verdraait feiten.

 

Schwegman verder in De Pers in reactie op Van der Heijden:

 

Mensen zijn in die (bezettings- -red-)dagboeken ook steeds bezig met de deportaties. Ze wisten opvallend veel, ook over de jodenvervolging. Niet precies. Het is logisch dat ze zich niet de systematische vernietiging konden voorstellen, want die was nieuw.

 

Maar ze wisten wel dat het niet goed met de weggevoerde joden zou aflopen. Er spreekt grote treurnis uit. Mensen vragen zich af of ze nog iets kunnen doen. Dat is soms heel klein, iemand iets toestoppen op weg naar het station.’

 

Schwegman benadrukt:

 

‘De verzetsstrijders zijn te veel op de achtergrond gekomen. Het dreigt alleen maar te gaan over die grijze massa.’

 

Van der Heijden vedraait ook deze feiten door bijvoorbeeld een systematische omissie. Hij vermeldt in zijn boek namelijk vrijwel geen verzetsstrijders of belangrijke verzetsdaden.

 

Enkele voorbeelden van verzwegen verzetsmensen:

  • Hannie Schaft: zeer actief en bekend verzetsstrijdster, gesfusillerd maar niet genoemd,
  • Wally van Hall, de financier van de onderduik, gefusilleerd,
  • Johannes Post: de vechtjas en organisator - drie regels zonder in te gaan op zijn verzetswerk, ook gefusilleerd,
  • mevrouw Helena Kuipers-Rietberg die de onderduik organiseerde en in kamp Ravensbrück is omgekomen,
  • Titus Brandsma, oud-rector universiteit van Nijmegen en pater, omgekomen in Dachau.

 

De lijst is bijna eindeloos.

 

 

COMMENTAAR REDACTIE

23-01-2011

 

We deden álles fout in de oorlog en erna,

maar alleen Van der Heijden snapt dat

 

'Grijs verleden' heeft als ondertitel 'Nederland en de oorlog'. Het bekritiseert vrijwel alles dat er voor, tijdens en in de oorlog gebeurde: het was óf te weinig, óf te veel, of amateuristisch, of dom en naïef. WO2 in Nederland was volgens de auteur ook helemaal geen gevolg van WO1.

 

Het boek bekritiseert ook vrijwel alles dat er en na de oorlog gebeurde: processen, boeken, tv-series, auteurs, journalisten.

 

Zo hebben volgens de auteur vrijwel alle auteurs die er ooit iets over hebben geschreven, dat fout gedaan, behalve Abel Herzberg en op sommige punten de professoren Hans Blom en Jan Bank en een vrij onbekende schrijver van een rapport over de NSB na de oorlog, baron Van Tuyll van Serooskerken.

 

Vrijwel niemand die iets met de oorlog te maken had of heeft, deed of doet het in de ogen van Van der Heijden goed.

 

Op sommige punten heeft hij volstrekt gelijk, zoals in zijn bezwaren tegen de uiterst grove behandeling van NSB-ers in na-oorlogse kampen en in het proces tegen NSB-propagandist Max Blokzijl, dat heel goed als gerechtelijke moord te kenschetsen is. Maar Van der Heijden schiet volkomen door. Er is geen enkel oorlogsboek waar hij waarderend over schrijft.

 

Evenmin geeft hij over welke verzetsstrijder of verzetsdaad dan ook een positief oordeel. Maar zijn boek gaat weer wel uitvoerig in - 12 pagina's lang - op de menslievendheid, muziekkennis en intelligentie van de nazi-gouverneur van Nederland, Seyss-Inquart. Die was verantwoordelijk voor de dood van zo'n 200.000 Nederlanders, de slavernij van 500.000 Nederlanders, het leegroven van vrijwel alle bedrijven.

 

Bovendien was Seyss-Inquart medeverantwoordelijk voor de Nederlandse concentratiekampen Westerbork, Vught en Amersfoort en voor de vele vervolgingen, martelingen en executies door de SD en Gestapo.

 

Ook pleit de auteur uitvoerig vóór de leider van de NSB, Mussert - die onmiskenbaar zelf nooit iemand een haar heeft gekrenkt, maar die zich evenmin heeft verzet tegen de Jodenvervolging.

  

Het boek is te kenschetsen als:

In de oorlog deden we eigenlijk alles al fout, en daarna ook, maar de auteur is de enige die dat snapt.

 

AG

 

 

 


 

 

>>Maandag 24 januari 2011:

 

Lijst van fouten in Grijs Verleden