Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
Amerika in kleur 41-43
Duitse fotoalbums
Herbegrafenis Grebbeberg
Parijs in kleur
Amerika in kleur 41-43 2
Montgomery 44-45
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS



 F O T O ' S 
.
u i t   d e

O O R L O G






D-Day is voorbij in Trevières...



TREVIÈRES, 4-06-2014 - Het dorp Trevières in Normandië maakte de oorlog hevig mee, maar na de grote aanval op 6 juni 1944 was het snel over.


Er ligt op 7 juni 1944 nog een Amerikaanse dode op het marktplein. Het dorpje ligt zo'n 10 km van de kust af, vlak onder Omaha Beach.


Maar 70 jaar later zijn alle doden weg, en waarschijnlijk heeft er geen enkele dode meer op het plentje gelegen, sindsdien.


De rommel is ook opgeruimd, de schade hersteld, het leven gaat verder. Het dorp groeide van 700 naar 900 inwoners.


Bij degele pijl opde fotor echt is de foto van nu genomen.





En Trevières nu... tamelijk stil en tamelijk rustig...












Gelders Archief publiceert 5400 oorlogsfoto's online



ARNHEM, 29-05-2014 vandaag heeft het Gelders Archief heeft 5400 foto’s uit de Tweede Wereldoorlog online geplaatst.


Foto rechts: de Rijnkade in Arnhem met een veerbootje. Waarschijnlijk zomer 1940.

.

Het gaat om afbeeldingen die in jaren 1940-1945 gemaakt zijn in Arnhem en de omgeving van de stad. Daaronder oiok bijzondere kleurenfoto's.


Er zijn zowel foto's van Nederlandse bron,als van Britse en nazi-Duitse zijde opgenomen.


Veel foto's detailleren de veroestingen van Arnhem in het bijzonder. Ook zijn er enkele relatief onbekende foto's van bijv. de landing van een zweefvliegtuig met Poolse soldaten.

Het betreft afbeeldingen die in de periode 1940-1945 gemaakt zijn of die daarop betrekking hebben. Meestal in de regio van de Gelderse hoofdstad (onder meer ook Velp en Oosterbeek), maar soms (ver) daarbuiten.


De Slag om Arnhem (september 1944) is uiteraard, goed vertegenwoordigd, maar de volgende onderwerpen passeren eveneens de revue.

Daaronder  de meidagen van 1940, Fliegerhorst Deelen en Luftwaffepersoneel, de NSDAP en de NSB, kazernes en Duitse soldaten, het pand Kraton en de Sicherheitsdienst, bombardementen en neergestorte vliegtuigen.


Foto links: een zweefvliegtuig landt op war, 17 september 1944, bij de Johannehoeve te Arnhem, beladen met Poolse soldaten. Foto Capt John Booty.


Maar ook dagelijks leven en straatbeelden, Duitse instellingen en functionarissen, collaborateurs en oorlogsmisdadigers, evacuatie, plundering, verwoesting, bevrijding, terugkeer, wederopbouw en hulpacties, oorlogsslachtoffers en veldgraven, achtergelaten explosieven en wrakken, herdenkingen, monumenten en gedenktekens, films, en het stoomschip Stad Arnhem.

De meeste plaatjes zijn op de grond gemaakt, maar er is ook een grote serie luchtfoto’s (onder andere van Driel, Ede, Wageningen en Huissen). Een bijzondere serie wordt gevormd door nagelaten werk van de heer H.C. Hunting: straatbeelden in Arnhem die op 18 mei 1942 werden vastgelegd.


Maar ook de kleurenafbeeldingen mogen er wezen. Een aantal plaatjes komt meer dan één keer voor, en dat heeft onder andere te maken met het feit dat we aparte collecties beheren van fotografen als Jaquet, de Booys, Kramer en Raayen. De echte liefhebber kan zoeken op trefwoorden, namen, gebeurtenissen en data. Bekijk de collectie.

Veel locaties en personen zijn niet bekend, en het archief hoopt van harte dat er weer veel reacties op het getoonde komen. Dat laatste geldt ook als fouten worden geconstateerd. Van nogal wat foto’s weten we helaas niet wie ze gemaakt hebben. Graag komt het archief  in contact met rechthebbenden of hun nabestaanden.






Foto onder:begrafenis begin juni van een Rijksduitser, Singenstreu, leider kindertehuis in Voorst, doodgeschoten door het verzet op30 mei 1944. In de zwarte broeken jongens van de nazi-jeugdbeweging, mogelijk Hitlerjugend. De foto is genomen bij het station, op de Jansbuitensdingel.









 Foto van de week: 

Na de overgave van 1943

Het Italiaans verzet


AMSTERDAM, 12-09-2013 - Begin september 1943 gaf de Italiaanse regering onder koning Victor Emmanuel zich over aan de geallieerden.

Die hadden toen al Sicilië ingenomen, en begonnen met de belegering van het Italiaanse vasteland. Mussolini werd door Italianen gevangen genomen, maar werd bevrijd door SS-parachutisten.

De nazi-Duitsers wilden niet dat Italië zou vallen en begonnen een hevige strijd. Daarbij vermoordden zij honderden burgers, als er in een plaats sprake was van verzet.

De strijd had dus meer dan alleen een reguliere militaire kant. De zg. 'resistenza', de term die in ieder geval na de oorlog in zwang kwam voor het verzameld verzet in Duits-bezet Italiaans gebied, werd heviger. Die strijd was verre van gemakkelijk, omdat de Duitsers koste wat kost Italië wilden behouden ter dekking van hun zuidflank.

De jongeman op de foto zit kennelijk al enige tijd in de resistenza. Hij kijkt met een blik die al teveel gezien heeft.

Zijn rode halsdoek is al aardig verweerd; hij draagt alle wapens die iemand als hij zich kan wensen: een karabijn, een maximaal aantal patronen, een klein pistool. Alles ziet er gebruikt uit. Zijn karabijn lijkt goed onderhouden, voor zover je dat op deze foto kunt zien.

De foto lijkt niet geposeerd, de jongeman is te serieus. Het stralende weer maakt het contrast met zijn ernst nog groter.

De Duitsers hielden verschrikkelijk huis in Italië vanaf 1943. Hadden wij één 'Putten', in Italië waren het er wel 50. De bekendste is de massamoord van Sant' Ana di Stazzemma. De nazi's vermoordden hier alleen al 560 mensen, onder wie 100 kinderen. Misschien wist deze jongeman daarvan.






De wonderlijke wereld van het grootste oorlogsmonument
van Nederland




Fliegerhorst Deelen



door Arthur Graaff
DEELEN, 18-08-2013 - In de oorlog had het vliegveld Dellen, nu gesloten, drie landingsbanen, 60 hangars en 100 andere gebouwen, een eigen spoorlijn,  twee woondorpen, badhuizen, en op zijn hoogtepunt 110 vliegtuigen te gast.

Daarmee was dit het grootste vliegveld van bezet Nederland. Hier begon verder ook de Duitse 'Nachtjagd' - de nachtelijke Duitse verdediging tegen de Britse bommenraids - en hier werd dan ook het eerste Duitse nachtjager-squadron gevestigd: 1. Nachtjagdgeschwader oftewel 1.NJG..Hier ontwikkelden de Duitsers ook hun zg. 'helle Nachtjagd' (met schijnwerpers) en 'dunkele Nachtjagd' (zonder, met radar en radiopeiling).

Foto rechtsboven: deze foto is genomen bij Deelen tijdens de oorlog. Ook vrouwen streden mee voor de 'Endsieg' van Hitler. Hier enkele tientallen van de vrouwen die bij Deelen werden ingezet om de posities van vliegtuigen te projecteren in de 'operations room' van de bunker Diogenes, het vluchtleidingscentrum van de 'Luftgau Holland'. In deze bunker stond een verticale glasplaat van 12 x 6 meter die met fosfor was behandeld. Met de schijnwerpertjes projecteerden deze 'Luftwaffehelferinnen' (populair aangeduid als 'Blitzmädel') 24 uur per dag, 7 dagen per week de posities van de 'vijand' en de Duitsers op de grote glazen kaart. Nabij Deelen waren ook drie radiopeilstations gebouwd onder de naam 'Theerose'. In de bunker Diogenes werden ook de gegevens van de 'Himmelbett'-radars bijeengebracht en verwerkt.

Deelen ten noorden van Arnhem is zodoende ook nu nog verreweg het grootste oorlogsmonument in Nederland als voormalige 'Fliegerhorst oftewel hoofdvliegveld. Van hieruit, dat wil zeggen vanuit de naastgelegen bunker Diogenes, leidden de Duitsers bovendien de Duitse frontlinie tegen de enorme geallieerde luchtaanvallen uit Engeland. En in deze bunker werkten ook de 'Blitzmädel'.

Het complex Deelen-Schaarsbergen had tijdens de oorlog een omvang van 4.000 ha met een omtrek van 25 km. Waarschijnlijk was het daarmee ook het grootste militaire vliegveld dat de Duitsers tijdens de oorlog überhaupt hadden. Tot de installaties behoorden ook 5 FLAK-posities, luchtafweerkanonnen. Twee daarvan bestonden uit elk 5 stuks van het beruchte 8,8 cm geschut.

Foto links:
In de bunker werkten enkele honderden 'Helferinnen'; slechts één van hen werd ooit krijgsgevangen gemaakt, zo beschreef oorlogsonderzoeker Willem Tiemens. Haar naam was Irene Reimann, en ze werd bij de start van Operation Market Garden gevangen genomen toen zij net van verlof in Oost-Pruisen terugkeerde.

Misschien is de term 'monument' niet accuraat, omdat het vliegveld niet echt gezien wordt als herdenkingsplaats. Maar het blijft in Nederland wel de grootste historische plek uit de oorlog. Dit vliegveldcomplex met zijn drie banen was zo groot, dat  de regering na de oorlog overwoog hier onze nationale luchthaven te vestigen, in plaats van op Schiphol.

Dat de Duitsers het aanduidden als 'Fliegerhorst' oftewel hoofdvliegveld liet al zien welk belang zij aan dit vliegveld hechtten. Die term was bestemd voor de grootste vliegvelden, waar behalve vliegoperaties ook uitvoerige reparaties en bijbehorende diensten mogelijk waren. Voor het omvangrijke personeel - naar schatting 3.000 militairen - werden vele onderkomens gebouwd en verder gevorderd.

Foto links: een Junkers Ju-88 jager-bommenwerper, eén van de standaardtoestellen van de Luftwaffe. Dit toestel staat hier op Deelen. Het ontbeert nog de Freya-radarinstalltie, die later als een grote, ouderwetse tv-antenne uit de voorste geschutskoepel stak.

Los van de drie landingsbanen, de twee spoorlijnen en de vele tientallen gebouwen die de Duitsers achterlieten, staat iets verwijderd van het vliegveld ook een betonnen kolos, de 60 m lange bunker Diogenes.

Van daar uit werd de luchtoorlog tegen de geallieerden geleid - de luchtroute over Nederland vormde de voornaamste corridor richting Ruhrgebiet, Hamburg en Berlijn. Alleen bij Parijs en in Denemarken waren er nog twee van zulke gebouwen. Diogenes had bijvoorbeeld een directe telefoonverbinding met Berlijn. Maar Deelen raakt pas de laatste jaren wat bekender als oorlogsmonument.


Foto rechts: een overzicht op basis van Google-maps. De lange baan die nu 3.000 m is, was in de oorlog 1.300 m en de twee schuine banen elk 1.700 m.

Enkele van de Duitse gebouwen - vrijwel allemaal uit beton opgetrokken, ook al lijken zij vaak op boerderijen - zijn intussen zelfs verheven tot Rijksmonument. In de bunker Diogenes is na een uitvoerige verbouwing - de muren zijn 2 tot 3 m dik - afdeling van het RIjksarchief gevestigd. Zowel de bunker als onderdelen van het niet meer functionerende vliegveld zijn te bezichtigen. Deelen heeft ook een eigen museum.

Na de oorlog speelde Deelen nog een curieuze rol. De Canadezen brachten hier al hun voertuigen samen, en ontstond hier ook de grootste legerdump die Nederland ooit gekend heeft: volgens enkele bronnen stonden hier 37.000 voertuigen - vrachtwagens, terreinwagens, tanks, Harleys.














Foto onder: van de 100 onderkomens, kantoren en dergelijke personeelsgebouwen werden de eemstebn uitgeveord een een namaak-boerderijstijl. Ook het gebouw hieronder is zo uitgevoerd, en ligt ogenschijnlijk in een 'boerendorp'. Het gebouw zelf is echter uit beton vervaardigd, en de stalen luiken zijn 1 cm dik.




Foto onder: de bunker Diogenes, waaruit de nazi-Duitse luchtverdediging in Nederland, België en Noord-Frankrijk werd geleid, ligt vlak onder het vliegveld Deelen.




De grootste dump van Nederland

Deelen werd na de oorlog de grootste dump van het land. De Canadezen, bevrijders van Nederland, vertrokken eind 1945 en in de loop van 1946 naar hun eigen land. Hun gehele wagenpark lieten zij achter. Dat kwam goed uit, omdat de Duitsers vrijwel alles op wielen hadden geroofd - van fietsen tot en met locomotieven.

Maar zelfs voor ons berooide land was dit te veel. Er werden wel driftige pogingen in het werk gesteld om van de spullen af te komen, en dat lukte ook tot op zeker hoogte. Wat er wel in toenemende mate gebeurde, was dat er gestolen werd. Dat liep dermate de spuigaten uit, dat de overheid besloot om een hoogspanningshek van 2.000 volt om het hele dumpterrein op te richten.

Maar niet iedereen wilde in een open Jeep rijden, of op een zware Harley - bovendien erg dorstig.

De verhelen gaan dat er zoveel voertuigen over waren, dat deze simpelweg in grote kuilen gedumpt werden. Daarbij gebeurde het wel dat het personeel met de Harleys met een flinke snelheid op de kuil afreed, om er dan op het laatste moment van af te springen.

Het Museum Vliegbasis Deelen schrijft op zijn site:

"Na de oorlog liet het eerste Canadese leger meer dan 37.000 (!) voertuigen achter op vliegveld Deelen. Motoren, jeeps, scoutcars, tanks, vrachtwagens, artilleriestukken maar ook draaibanken en ander materieel werd verspreid opgesteld op en rondom het vliegveld Deelen.

De Nederlandse staat kocht al dit materieel na enkele maanden onderhandelen op. Alle voertuigen werden zoveel mogelijk gerestaureerd en de onbruikbare onderdelen en staal (lees: tanks en geschut) werden op veilingen verkocht.

Een deel werd verkocht aan bedrijven die belangrijk waren voor de wederopbouw. Deze verkoop werd door de RAI als concurrentievervalsing gezien en al snel werden de belangrijkste auto importeurs van Nederland betrokken bij de verkoop. Zoals op een authentieke film in het museum te zien is hadden zij eigen kantoortjes, in rijdende schaftketen, van waaruit de testritten en verkoop geregeld werden.

Het voornaamste deel werd echter verkocht aan de diverse legeronderdelen, waarvan de meerderheid bestemd was voor de oorlog in Indonesie. Kilometers lange konvooien reden over de anders zo rustige Veluwe naar Amsterdam en Rotterdam om van daar uit verscheept te worden naar Indonesie.

De enorme schaarste aan alles en natuurlijk winstbejag lokte ook veel diefstal uit. In de archiefstukken die wij bezitten zijn talrijke brieven en artikelen te vinden die melding maken van diefstal door burgers, maar ook op grote schaal diefstal en fraude door het personeel.
Al snel werd een hek om de hele dump geplaatst die door generatoren onder 1000 volt spanning gehouden werd. Op een enkele vindingrijke dief na werd het toen aanzienlijk minder, maar kostte ook het leven van een militair die naar zijn werk op Dump Deelen ging. Nietsvermoedend liep hij in dichte mist tegen het hek en overleed."
"
Foto onder: de zwaardere vrachtwagens, niet erg populair bij de afnemers.




Nadat
Foto onder: Toen de diefstallen de spuigaten uitliepen, kwam er een hoogspanningshek dat ook de kranten haalde.



Foto onder:
deze jeeps kwamen ruwweg bij D-Day in dienst, in juni 1944, in Normandië. Daarna trokken zij in iets minder dan een jaar naar Nederland, in een rechte lijn een reis van ongeveer 1.000 km. Ook al hebben de Jeeps ongetwijfeld heel wat omwegen gemaakt, waren zij ondanks wat misbruik zeker nog goed te gebruiken. Er waren zelfs wel boeren die ze enige tijd als trekker gebruikten, omdat ook paarden voor het grootste deel waren geroofd. Op de voorste rij staan al ongeveer 40 Jeeps, er zijn zo te zien ongeveer 10 rijen op de foto, dus hier alleen al staan zo'n 400 Jeeps in beeld.






Foto onder:
Britse motoren, waarschijnlijk BSA's.







Foto onder:
Kijkdag in Deelen.



















Corporal Elspeth
Henderson and Sergeant Helen Turner, 1941


AMSTERDAM, 16-07-2013 - Twee vrouwen in het Britse leger, in de RAF als telefonistes. Onderscheiden telefonistes. Ze inspireerden Dame Laura Knight, al vóór de oorlog een bekende schilderes in Engeland, tot het maken van een propagandaschilderij.

Maar ook 70 jaar later werkt het schilderij gek genoeg ook los van de propaganda-opdracht nog steeds. Het is intrigerend.

Tijdens WO2 ontvingen de dames Henderson en Turner de Military Medal voor hun moed omdat zij blijven werken in de telefooncentrale ondanks een zware bomaanval.

Opvallend op het schilderij zijn de rode lippen van beide dames, de kleur van hu lippestift. Maar ook de ogen spreken omdat de schilderes deze groter heeft gemaakt dan anatomisch reëel.

De schilderes Dame Laura Knight maakte voor de Britse overheid tijdens de oorlog promotieposters. Deze week startte een expositie van haar werk in the Tate Gallery in London. De propagandawerken uit WO2 maakten op de recensent de meeste inrduk.

Dame Laura maakte ook een schilderij van het oproces in Neurenberg, dat zij op haar 68ste bijwoonde. Daar staat ook de kwelgeest van Nederland op, Seyss-Inquart, helemaal rechtsonder.

Dame Laura was daar de officiële portrettist van Groot-Brittanni.
Zij schreef er een interessant dagboek over, meent de kunstcritica van The Guardian.



Foto onder: Dame Laura bezig haar werkplek in te richten in een fabriek van bommenwerpers tijdens de oorlog.

Foto helemaal onder: 'The Dock, Nuremberg', heet dit schilderij uit 1946. Seys-Inquart zit rechtsonder.













Tiger I, onverslaanbaar, en toch...





AMSTERDAM, 9-07-2013 -
Hij woog 57 ton, had een ondoordringbare 12 cm dikke stalen voorplaat en een uniek 88 mm kanon. De Panzerkampfwagen VI Ausf.E, zoals de Tiger officieel heette, was de zwaarste en krachtigste tank die er bestond halverwege de oorlog.

Foto rechts: Tigers op de trein, waarschijnlijk op weg naar het oosten.

Het kanon schoot verder en harder dan de concurrentie, zodat de andere tanks, zoals de Churchills, de Shermans, en ook de Russische T-34s er geen verweer tegen hadden in een 1-op-1 gevecht.

Het pantser van geen enkele andere tank weerstond de granaten van de Tiger.. Hij weerstond met gemak de meeste aanvallen van de tegenstanders.


De reden voor dit artikel is tweeledig: het ontdekken van enkele goede kleurenfoto's en de start van de Slag bij Koersk (foto rechts: een actiefoto) de grootste en beslissende tankslag van de Tweede Wereldoorlog, tussen de nazi-Duitsers en de Sowjets.

De Tiger was klaar in 1942, maar kon niet voldoende geproduceerd worden toen de Slag bij Koersk (foto rechts) begon op 5 juli 1943.

Toch was zijn verschijning een grote bedreiging voor de Russen, die vooral het eerste jaar van de nazi-aanval enorme moeite hadden de razendsnelle aanvallen van de nazi's met hun  capabele Panzer III en IV tanks gecombineerd met de vliegende artillerie in de vorm van de Junkers Stuka duikbommenwerpers.


Maar de Tiger was duur, ruwweg 260.000 Reichsmark, en dat was 2,5 keer zoveel als de 'gewone' Panzer IV, de standaardtank van het nazirijk halverwege de oorlog.

De Tiger was erg zwaar met 57 ton - de Panzer IV woog minder dan de helft, de Sherman en de T-34 ook zoiets, rond 30 ton. Maar de Sherman werd tegen 1943 gebouwd door ongeveer alle Amerikaanse autofabrieken, en zo lang er maar staal en benzine was, waren er Shermans - een ware plaag.


En benzine was er, zodat er uiteindelijk in Europa bijna zo'n 30.000 Shermans rondreden, van de totale productie van bijna 100.000 - tegen 1.350 Tigers. Laster kwam daar nog eens 500 van model II bij. Dat schoot niet op...

En dan waren er nog eens de T-34s van de Sowjets,, even simpel als de Sherman, met een beter kanon en betere vering en met dieselmotoren zodat ze minder brandgevoelig waren, en net zo'n volkstank als de Shermans.

Foto rechts: de gebruiksaanwijzing van de Tiger. Je kon hem sturen met twee vingers, en schakelen ook, zolang je de olie maar op tijd ververste.

Van de T-34 werden er 150.000 gemaakt. Niet alleen waren ze dus overal (zolang ze niet uit zichzelf kapot gingen en er maar diesel te krijgen was) , maar ze waren ook nog eens tweemaal zo snel als de Tiger.


Too little, too late, gelukkig...






Londen centrum, Aldwych Tube Station, 1943 (waarschijnlijk)






LONDEN, 22-06-2013 - De zoveelste bomaanval op Londen, hoewel dat juist in die periode snel afnam, omdat de Duitsers zich de tanden stukbeten op de Sowjet-Unie en de Amerikaanse luchtmacht ook veel werk verrichtte. Maar liggen op de rails blijft toch wel bijzonder.

Opmerkelijk op de foto is hoe relatief ontspannen de mensen lijken - zelfs de mensen op de rails voelen zich daar kennelijk best - onder de omstandigheden. Er is een opmerkelijk gebrek aan kinderen - het zou dus heel goed overdag geweest kunnen zijn, en in dit deel van de stad waren veel ministeries en andere kantoren. Daardoor weinig kinderen, ouderen en arbeiders.

Nog altijd betekent de oorlog voor de Britten niet onvoorstelbare wreedheid en terreur, maar vooral bombardementen en ongemak zoals rantsoenering.

Mensen in Londen gebruikten ook metrostations als schuilplaats tijdens de Blitz - de bombardementen van de zomer van 1940, en daarna.. Dit is station Aldwych, pal in het centrum van Londen.

Ze kochten  een perronkaartje - dat moest hoe dan ook, bommen of niet - en kampeerden op de perrons  voor de nacht. Schuilen in de tube was populair omdat het daar beneden droog, warm en rustig was.

Foto links: Aldwych nu, leeg; foto rechts bovenaan bevindt zich Aldwych, vlakbij de Thames.
Links hieronder de ingang van Aldwych.


De regering was bang dat de overvolle perrons de verplaatsing  van troepen zouden verstoren en probeerde het publiek van het gebruik van de metrostations als schuilplaatsen af te brengen.

De mensen weigerden deze schuilplaatsen op te geven en de regering werd gedwongen om dit verbod te laten varen. In sommige gevallen werden de metrostations voor vervoer gesloten en geheel overgegeven aan het publiek om te gebruiken tijdens luchtaanvallen.

Op sommige stations stonden rijen babywiegjes permanent opgesteld.

Aldwych is enkele decennia na de oorlog buiten gebruik gesteld en nog steeds gesloten. Het ligt vlakbij het theaterdistrict en vrijwel naast Courtauld's, het museum en bij Charing Cross Station en een kilometer van de Houses of Parliament en de Big Ben.

Nu wordt Aldwych gebruikt voor oefeningen en voor tv- en filmopnames. Slechts enkele weekenden per vijf jaar is het te bezichtigen.

Hieronder enkele Londense metroposters uit de oorlogstijd  Links een ode aan 'de voornaamste versiering vand e City', een metromedewerkster, die verreweg de meerderheid vormden toen de mannen in het leger verdwenen, en geheel rechts een waarschuwing tegen het gebruik van hoge hakken. De middelste affiche zou door Pyke Koch gemaakt kunnen zijn.




Hieronder: Churchill voor de Underground als posterfiguur, 1942. Als tekst de beroemde speech 'We shall fight on the beaches...".








Foto van de week:

Bommenwerper, wachtend, nacht, 16 mei 2013







Foto van de week:
St. Paul's Cathedral, Londen, 8 mei 1945


De vrede is die dag getekend in Berlijn, de cathedraal is verlicht met de zoeklichten die tegen vijandige vliegtuigen gebruikt werden. De lucht werd voor het eerst in jaren stil die nacht. En voor het eerst was de verduistering voorbij, die ellendige eeuwige verduistering die vijf jaar had geduurd. De straatlantaarns konden weer aan - de gordijnen konden nog even open blijven, auto's konden eindelijk weer met normaal licht aan rondrijden...







Foto van de week:
D-Day +1, mogelijk 7 juni 1944, Bernières, Normandië


BERNIÈRES, 29-04-2013 -
Britse soldaten uit de D-Day aanvalssector Sword met een Hispano 20 mm Amerikaans AA-geschut - alles nog nieuw en goed in de verf aan het begin van hun oorlog. Ze kijken naar het noordwesten, naar de zee.

Acht mannen, geen van alleen onder de 30 zo te zien, nog melkwit op die warme dag aan het begin van de zomer, hun helmen en kleren nog ongesleten, de banden van hun geschut nog vol profiel, geen schrammetje op het pantser. Ze hadden nog geen twee kilometer oorlog achter de rug. So far, so good.

Een t
raditioneel Normandische villa op de achtergrond. De lucht is heiig, zoals vaak 's-zomers aan de kust.

Veel te schieten tegen de zwakke Duitse luchtmacht was er op dat moment niet. De fotograaf kon rustig een goed moment kiezen en is even gaan hurken of zelfs liggen voor een mooi perspectief. De mannen poseren niet, ze letten even niet op de fotograaf. Het lijkt ongeveer 12 of 1 uur, gezien de zonnestand.




Une pièce anti-aérienne triple-tubes Hispano de 20 mm devant la villa Denise et Roger à Bernières




Officier die vlag leverde voor Iwo Jima-foto overleden




SIERRA MADRE, 29-04-2013 - De Amerikaanse marineofficier die in 1945 een vlag leverde voor een van de bekendste foto's van de Tweede Wereldoorlog, is in zijn huis in Sierra Madre in Californië overleden.


Hij heette Alan Wood (foto links) en werd 90 jaar. Wat er uiteindelijk van die vlag geworden is, is bekend: hij is opgenomen in het mariniersmuseum in Virginia.

Wood was als 22-jarig officier in 1945 verantwoordelijk voor verbindingen op een Amerikaans oorlogsschip in de Pacific bijd e aanval op Iwo Jima toen een marinier aan boord kwam en hem vroeg een zo groot mogelijke Amerikaanse vlag te leveren.


De vlag (boven: het origineel in het mseum) moest gebruikt worden om de verovering van het Japanse eiland van 4 km lang op 1200 km van Japan  te bekronen op het hoogste punt, de gedoofde vulkaan Suribachi. Wood had een vlag van 37 vierkante voet oftewel bijna 4 m2.

De Amerikanen vielen het eilandje op 19 februari 1945 aan om een vliegbasis te krijgen voor hun aanvallen op het Japanse vasteland. vanaf Iwo Jima konden grote bomenwerpers en jagers het land bereiken. Het eilandje bezat 3 vliegvelden werd verdedigd door ruim 20.000 Japanners. De Amerikanen vielen aan met 70.000 man, die met amfibievoertuigen aan land werden gezet; een operatie die leek op de landing in Normandië op D-Day.

Na vijf dagen van zware gevechten slaagden de Amerikanen erin hun eerste vlag te planten op de gedoofde vulkaan Suribachi. Hogere officieren wensten echter een grotere vlag om de gebeurtenis beter vast te leggen. Ze stuurden er een marinier op uit om die vlag te zoeken.

De jonge marinier ging aan boord van het landingsschip van Wood, dat voor de kust bezig was tanks af te leveren. Wood gaf hem een vlag die hij had meegenomen uit Pearl Harbor, de Amerikaanse marinebasis op Hawaï.


Deze vlag werd daarna door zes man in de harde wind op de berg geplant. De foto daarvan van AP-fotograaf Joe Rosenthal werd wereldberoemd. Hij won er in 1945 de Pulitzer-Prize mee.

Toen een generaal Wood later dat jaar vroeg naar informatie over de vlag, schreef Wood dat het hem nederig stemde dat zo veel mannen op Iwo Jima vochten, terwijl hij tot de weinige gelukkigen hoorden die daar de hel niet in hoefden.

Het kostte de Amerikanen 35 dagen om het hele eiland te veroveren. Er sneuvelden bijna 7.000 Amerikanen om en er raakten er 19.000 gewond.

De Japanners vochten zich bijna allemaal dood. Van de 22.060 Japanners op het zwaar versterkte eiland kwamen er 21.844 om.












Unieke foto's van Duitse soldaat uit o.m. Dresden  te zien bij NIOD


AMSTERDAM, 21-07-2012 - Het NIOD in Amsterdam presenteert niet eerder vertoonde foto's van Gefreiter Karl Rauscher van de Luftwaffe, die onder meer diende in Nederland. De tentoonstelling De reis van Gefreiter Karl Rauscher biedt een fotografisch verslag van foto s uit de periode 1940-45, toen Rauscher gelegerd was in diverse landen. Daarbij schokkende foto s van de gevolgen van het Britse bombardement op de Duitse stad Dresden op 14 februari 1945.Het NIOD kreeg de foto's onlangs als schenking .

Rauscher maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uit van de zogenoemde Werftabteilung. Deze eenheid is belast met de reparatie en sloop van neergestorte of neergehaalde Duitse, maar ook geallieerde vliegtuigen.

In de zomer van 1940 is zijn standplaats de Werftabteilung van de Seefliegerhorst Kommandantur Schellingwoude in Amsterdam, waar vooral watervliegtuigen gestationeerd waren.

Rauscher fotografeerde het werk van zijn eenheid maar ging er in zijn vrije tijd met zijn camera op uit, zoals vele Duitsde soldaten.

In Nederland, dat zij dan kenneloijk nog als gemoedelijk ervaren,  kijken zij naar de zee, molens, klompen en klederdracht. Hitlers soldaten worden aangemoedigd fotos voor hun eigen albums te maken.

Volgens het NIOD waren dat voor de Duitsers  grootse tijden en die moesten worden vastgelegd onder het motto 'Photos, die Verbindung zwischen Front und Heimat'.


Eind 1940 werd Rauscher volgens het NIOD overgeplaatst. Toen moest hij o.m. naar Polen en Griekenland. Zijn verlof bracht hij door in zijn woonplaats Stettin in Oost-Pruisen en verbleef met zijn vrouw en dochtertje in Wenen. Begin 1945 was hij gestationeerd bij de Duitse stad Dresden en maakt schokkende foto s van de gevolgen van het Britse bombardement op 14 februari 1945, waarbij ruim 25.000 mensen om het leven kwamen.

Na de oorlog komt Rauscher in contact met een Nederlands echtpaar. Hij geeft zijn collectie originele negatieven (1500 stuks) aan hen met het verzoek er een goede bestemming voor te vinden.

Zij schenken de collectie aan het NIOD. De negatieven zijn gerestaureerd, gedigitaliseerd en opgenomen in de Beeldbank WO2. Deze expositie is samengesteld door: Harco Gijsbers, René Kok en Erik Somers (NIOD) en te zien in de tentoonstellingshal van het NIOD. Check voor bezoekuren de openingstijden op de website.
















Foto: Rauscher bezoekt Volendam.




Onbekende luchtfoto's van Nederland in mei 1945 opgedoken

AMSTERDAM, 1-06-2012 - Uit het archief van de familie Van Hoogstraten zijn drie luchtfoto's opgedoken. Ze werden gemaakt door de Amerikaanse USAAF piloot J. Wayne Fredericks vanuit zijn B-17. Hij overleed op 87-jarige leeftijd in 2004.

Fredericks had geluk: hoewel de sterftekans voor vliegers 50% was, maakte hij het vaste aantal van 50 missies ongeschonden vol. Hij vloog tijdens de bevrijdingsdagen  over Nederland, en heeft kennelijk meegedaan aan voedseldroppings. Daarna kreeg hij binnen de luchtmacht een bureaufunctie.Hij was getrouwd met een vrouw van Nederlandse afkomst. Met dank aan Michiel Roscam Abbing.




De foto boven van de Dam in Amsterdam is volgens de notitie achterop het kiekje gemaakt op 'V-E Day', 8 mei 1945.
Er is nog net de punt van de vleugel te zien rechtsboven in beeld. Op de Dam zijn festiviteiten aan de gang, met een soort feesttent en een tribune voor het paleis. Er wordt kennelijk gedanst op de Dam. Het plantsoen voor Krasnapolski is er nog.





UPDATE 04-06-2012 - Hierboven een uitsnede van het paleis. Gezien de manier waarop de weg bovenom het paleis is vrijgehouden, zal er kennelijk bezoek komen van vooraanstaanden. De tribune is nog leeg, dus het kan nog 10 minuten of een uur voor het bezoek zijn. De vlaggenmasten zijn eveneens nog leeg. Dat het er vijf zijn duidt erop dat de geallieerden hier geëerd zullen worden: GB, Canada, VS, SU. Waarschijnlijk diende de middelste vlaggenmast voor de Nederlandse vlag. Lees het verslag hieronder voor details.






UPDATE 4-06-2012 - Hieronder vindt u een transcriptie van de beschrijving van de scène die op de foto staat afgebeeld en die in de krant De Nieuwe Amsterdammer wordt beschreven, uit het digitaal archief van de Koninklijke Bibliotheek.

Jubelmiddag op den Dam
Vrede, vreugde, vlaggen

Woensdagmiddag op den Dam: een apotheose van het bevrijdingsfeest,
een droombeeld leek het uit vroeger dagen. Eén
deinende, jubelende menschenmassa, vlaggen, overal vlaggen,
menschen op de daken, op alle vensterbanken, in de lantaarnpalen.
Waakten of droomden wij' op dezen historischen dag van
de officieele plechtigheid, de huldiging van onze bevrijders.
Een oorverdoovend gejubel begroette de autoriteiten toen zij
de tribune voor het Paleis betraden. Colonel Short, de Canadeesche
Stadscommandant, luitenant Colonel Bell Irving, Colonel*
Chidson, Kolonel Schuurman, majoor Van Valkenburg, burgemeester
De Boer, majoor Overhoff, zij allen hadden luide en
langdurige ovaties in ontvangst te nemen. En toen ook minister-
president Gerbrandy op de tribune verscheen, nam het gejuich
schier geen einde.
Een ontroerend oogenblik: het Wilhelmus. Amsterdam zong
eindelijk weer het Wilhelmus ■— machtig en uit volle borst.
Stram stonden de miliairen, de Nederlanders onder hen zongen
mee. Toen gingen de vlaggen in top: ons mooie Rood-Wit-Blauw
eerst, daarna de Stars en Stripes, de Union Jack, de Canadeesche
en tenslotte de Sovjet-vlag. Achtreenvolgens de volksliederen
telkens besloten met één schallende jubel.
Majoor Overhoff nam namens het strijdend gedeelte van de
E. S. ab eerste spreker het woord en gaf uitdrukking aan zijn
ontroerende gedachten op dit grootsche oogenblik op dit historische
plein en herdacht in sobere bewoordingen de gevallen
strijders. De B. S. hebben thans hun zware taak volbracht, maar
hebben nog, in samenwerking met de geheele bevolking, één
plicht: de orde en rust te bewaren, opdat straks, als Hare
Majesteit in ons midden zal zijn, Amsterdam Haar kan verwelkomen
op een wijze, de hoofdstad waardig.
Van Randwijk spreekt.
Kernachtig, zooals dat van hem verwacht kon worden, was
de toespraak van den volgenden spreker, de Heer van Randwijk,
voorzitter van het Amsterdamsen werkcomité der Illegaliteit.
„Amsterdammers! Wij zijn vrij!" zoo riep hij uit en een daverend
hoerageroep was het antwoord. Ook hij herdacht de gevallen
kameraden en verzocht een minuut stilte. Vervolgens
bracht hij hulde aan allen die aan het verzet hun deel hebben
gehad: aan de stakers van Februari '42 en de Indonesiërs
en aan vele ongenoemde anderen. Hulde bracht hij voorts aan de
groote mannen die door hun geloof vertrouwen en volharding
de zege hebben mogelijk gemaakt: Churchill, Stalin, Roosevelt
en vooral ook aan onze groote grijze Vorstin Koningin Wilhelmina
en Haar raadsman, Excellentie Gerbrandy. Tenslotte
richtte hy zich rechtstreeks tot onze bevrijders: „Wij zullen
voor altijd bondgenooten en vrienden zijn! Want wij hebben
jaren verloren, maar wij kunnen een eeuw winnen!"
De waarnemend burgemeester, de heer F. de Boer, betreurde
het dat zijn voorganger, Dr. W. de Vlugt, dit groote oogenblik
niet heeft mogen beleven. De heer de Boer maakte de bevolking
een compliment voor de voorbeeldige orde tijdens en ma de
spannende dagen van den intocht en bracht het prettig nieuwtje,
dat hij op het Stadhuis den eersten Frieschen schipper had ontvangen,
die in Friesland verzamelde levensmiddelen kwam
brengen.
Lieutenant-colonel Bell Irving, commandeerend officier van
den Seaforth Highlanders van Canada noemde het een groote
onderscheiding voor zijn troepen dat zij waren uitgekozen om
het geallieerde leger te vertegenwoordigen in het mooie Amsterdam.
Minister Gerbrandy.
Nadat de heer Harahap namens de „Perkimpunan Indonesia"
uitdrukking had gegeven aan zijn hoop, dat spoedig ook ons
Indië bevrijd zou zijn, besteeg Zijne Excellentie minister-president
Gerbrandy het spreekgestoelte.
De juichende menigte bracht hem ovatie op ovatie.
„Toen wij in Mei 1940 de regeering naar Londen verplaatsten,
leek de toekomst somberder dan ooit. Hare Majesteit de Koningin
heeft de ballingschap getrotseerd, maar wij moesten
gaan opdat de strijd kon worden voortgezet. Dank en hulde
bracht spreker aan de mannen van de koopvaardij die zulke
zware offers hadden gebracht voor het behoud en de redding
van ons vaderland. Doch ook uw onbevreesd en ongebroken verzet
heeft daaraan een groot deel gehad. Er liggen nog zware
tijden voor ons en wij moeten ons gereed maken voor de groote
taak die ons nog wacht, de hereeniging van Nederlandsen Indië
met het bevrijde moederland.
Handteekeningen.
Hiermede was de officieele plechtigheid geëindigd. Nog lang
klonk het gejuich van de menigte, die de verschillende hoofdfiguren
van dezen dag omstuwden. Vooral minister-president
Gerbrandy en Colouel Short werden overstelpt met verzoeken
om hun handteekening, waaraan gul werd voldaan.
Amsterdam viert de bevrijding verder — onvermoeid en zonder
wanklank.







Deze foto van het vliegveld is genomen boven Schiphol tijdens voedseldroppings. Niet exact duidelijk is op welke datum; als er lezers zijn die dit weten, dan graag een mailtje naar redactie@nieuwswo2.tk.
Hier zijn linksboven enkele andere B-17s te zien, bezig met afwerpen. De witte puntjes zijn pakken of zakken eten.





UPDATE 4-06-2012 Hierboven een uitsnede van de Schiphol-foto met de B-17s duidelijker in beeld.






Deze derde foto is vermoedelijk van een akker langs de IJsselmeerkust of een andere grotere plas of rivier in West-Nederland. Hier hebben dankbare ontvangers van gedropt voedsel vermoedelijk van wit zand 'MANY THANKS' op het land geschreven. Deze teksten kwamen op meer plaatsen in Nederland voor; het is niet duidelijk of hierover iets in de Nederlandse kranten heeft gestaan waardoor mensen dit zijn gaan doen.