Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
Achtergronden 2014
Achtergronden 2013
Achtergronden 2012
Achtergronden 2011
Aanslagen op Hitler
10 vragen over de oorlog
Boekenlijst WO2
Boere: Aken-blog
Churchill
Curaçaose stakers 1942
D-day 2014
Dossier Vorden 2013
Dossier Wulff en Gauck
Gauck niet-Faber wel
Euthanasie
Februaristaking
Gauck PERS
Geschiedvervalsing
Grijs verleden
Herzberg-lezing
Hilversum oorlog
Koninkrijk - De Jong
Market Garden 2014
Mein Kampf h1
Mein Kampf h2
Mgr Lampert: onthoofd
Rode Kruis
Roofkunst
Roofkunst links
Troostmeisjes
Verliezen WO2 per land
WO1 - De machine
Colofon
70 jaar bevrijding
Onderduyik
Churchill pers
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS
N I E U W S  -   W O 2  . T K

ACHTERGROND



 

Curaçaose staking uit 1942:

15 man doodgeschoten 

 

Het Chinezenconflict oftewel de Aprilmoorden

In april 1942 gingen 400 Chinese zeelieden op de Antillen in staking tegen hun werkgever, de CSM rederij van Shell. Ze werden slecht betaald ook al werken ze op de gevaarlijkste plek bij duikbootaanvallen, onderin de olietankers, als stokers.

 

Maar staken was verboden vanwege het belang van het werk voor de oorlog. De stakers werden onmiddellijk opgepakt. Er ontstond daardoor een oproer, zo meldt de site van het Verzetsmuseum Amsterdam, en dat werd met veel geweld door politieagenten neergeslagen. Zij schoten 15 Chinezen dood.

 

Curaçao bezat in 1940 de grootste olieraffinaderij ter wereld, en die was van cruciaal belang in de brandstofvoorziening aan de geallieerden, met name de Amerikanen en Britten. Curaçao en Suriname werden tijdens de oorlog door de Amerikanen bezet.

 

In de nacht van 18 op 19 april kon de Curaçaose kustartillerie een aanval op de olie-installaties aan de Bullenbaai op Curaçao voorkomen, tijdens deze zo genoemde Operatie Paukenschlag.

 

Foto links: Brandende olietanker 12 mijl uit de kust van Curaçao, 5 november 1942

 

In de nacht van 15 op 16 februari 1942 werd bij Aruba de eerste Duitse torpedo op het westelijk halfrond afgevuurd, met als doel het tankerschip Pedernales. De lading ruwe olie vloog in brand, maar het schip zonk niet. Vier andere tankers werden wel tot zinken gebracht. Daarbij kwamn tientallen bemanningsleden om, onder hen veel Chinezen.

De net aangekomen Amerikanen reageerden meteen. Er kwamen enkele oorlogsvliegtuigen en torpedojagers naar het gebied over. In de weken na de eerste aanval brachten de Duitse duikboten in het Caribisch gebied in totaal 21 schepen tot zinken, maar nieuwe aanvallen op de raffinaderijen blijven uit.

Overgenomen en bewerkt van http://www.nationaalmonumentcuracao.com

Zie ook: Herdenking doodgeschoten Curaçaose stakers uit 1942 op 26 april

 

 

De vermoorde arbeiders waren stokers en ander machinekamer-personeel bij Shell-Curaçao. Deze zeelieden van Chinese komaf werkten veelal op de kleine olietankers die in WO2 tussen Maracaibo (Venezuela) en de Shell-raffinaderij op Curaçao heen en weer voeren - een tocht van drie dagen. Deze onbewapende, nogal verouderde en slecht onderhouden schepen vormden een makkelijk doelwit voor de Duitse U-boten.

 

Op 25 februari 1942 - toevallig exact een jaar na de februaristaking in Nederland - gingen daarom ruim 400 schepelingen van Shell in staking tegen de mensonwaardige en levensgevaarlijke omstandigheden waaronder ze hun werk moesten doen.

 

Foto rechts: de begrafenis van de stakers in 'ongewijde grond' op Curaçao.

 

Het optreden tegen deze stakers was meedogenloos, omdat de autoriteiten vonden dat de olieproductie voor de oorlog tegen de Duitsers onder geen beding gevaar mocht lopen.

 

Bij een poging om de staking te breken werden op 20 april 1942 vijftien stakers doodgeschoten door de militaire politie. Ze werden anoniem begraven op het 'kerkhof van schande' waar volgens de katholieke regels zondaars en ongedoopten moesten worden begraven.

 

Een artikel over de behandeling van de Chinese zeelieden onder de titel 'Het C.S.M.-Conflict' werd door de Nederlandse censuur verboden. Om toch te wijzen op de rechten van de Chinezen plaatste de redactie van de krant Amigoe di Curaçaoop de open, gecensureerde plek van het artikel alleen een korte tekst uit de Curaçaose staatsregeling over de afschaffing van de slavernij.

 

Hierop verbood gouverneur Wouters de krant te verschijnen, de drukpersen werden zelfs verzegeld. Dit wekte echtert veel verzet en drie dagen later verscheen de krant alweer, maar het eerstvolgende nummer werd werdeom gecensureerd (foto rechts).


Na de oorlog is er nooit een onderzoek naar de toedracht van deze tragedie gedaan. Het bloedbad moest meteen in de doofpot. Ook Dr L. de Jong vermeldt de staking en de doden niet in zijn standaardwerk 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog'.

 
Het duurt tot 2003 voordat de SEOC en de bisschop van de Nederlandse Antillen, mgr. Luis Secco, van Kolebra Bèrdè een herdenkingsplek hebben gemaakt en de stakers hun identiteit hebben teruggegeven. Nu gaat de strijd volgens een eprsbericht van de SEOC verder. De herdenking van de Aprilmoorden moet van de SEOC de status van een Nationale Herdenkingsdag krijgen.

 

Volgens SEOC-voorzitter Nizaar Makdoembaks zal er door zo'n dag in te stellen meer waardering komen voor de cruciale rol die Curacao bij de bevrijding van Europa en Noord-Afrika in WO2 heeft gespeeld. De bevoorrading met de olie uit de raffinaderijen van Aruba en Curacao is doorslaggevend geweest voor de overwinning van de geallieerden.

 

De rol van Suriname en de Antillen in WO2 is onvoldoende erkend. Dat zegt auteur en arts-onderzoeker Nizaar Makdoembaks, voorzitter van de stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao. Hij stelt dat de oorlog jaren langer zou hebben geduurd zonder de bijdragen uit Suriname en de Antillen.


Erkend is wel dat de Surinaamse bauxiet-industrie, die de grondstof voor het onmisbare aluminium voor vliegtuigen leverde, en de olie-industrie op Curaçao en Aruba zwaar hebben bijgedragen aan de overwinning van de geallieerden. Maar Makdoembaks doelt vooral op de rol van de werknemers van deze sectoren. Een erkenning van hun bijdrage zou betekenen dat ook de schendingen van hun mensenrechten door Nederlandse overheden in de oorlog erkend zouden moeten worden.

 

 

 

Foto links: De Liseta, een van de CSM-tankers, hier in de haven van Curaçao.

 

De Liseta,  onder gezag van kapitein P. Buisman vertrok op 13 februari 1945 naar een ankerplaats bij Margate op de Theems in afwachting van een overtocht naar Antwerpen. Ze was geladen met benzine.

 

Op 15 februari werd om 02.30 het anker binnen gehaald en ging ze volle kracht vooruit. Om 02.33 uur werd ze aan bakboord in de machinekamer getroffen door een torpedo.

 

Al snel zonk het achterschip weg en werden een werksloep en een vlot te water gelaten. In de kleine sloep namen 25 man plaats en op het vlot 4 man. Gelukkig was de benzine niet in brand gevlogen en de zee was zeer rustig. Na enige uren kwam de Britse destroyer HMS Holderness en pikte de drenkelingen op uit de sloep en het reddingsvlot. Ook had ze nog twee man uit zee opgepikt.

 

De bemanning uit de machinekamer had een zware tol betaald, de 1ste, 2de, 3de, 4de en 5de machinist waren omgekomen evenals een stuurmansleerling en negen Chinese opvarenden. Later overleed een zwaargewonde kanonnier aan boord van de Holderness. Van de totaal 46 bemanningsleden waren er 16 omgekomen.

 

Bron: http://www.cnooks.nl/index.php?p=519