Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
Churchills bevrijdingsred
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS

 N I E U W S  -  W O 2  . T K     

 

 

 

C U R I O S A 

 

V A N   D E

 

 O O R L O G

 

 

Deze rubriek verschijnt onregelmatig en beschrijft vreemde gevolge van de Tweede Wereldoorlog. De rubriek bevat bij elk artikel één of twee grotere foto's.

 


 

 

 


 

Vluchten -

met een circus ?

 

24-02-2011

 

Er was eens een vatenfabrikant, die ook circusdirecteur wilde zijn. Hij liet daarom een circus voor zichzelf bouwen.

 

Aangezien hij bovendien Joods was, leek het hem beter na het begin van de oorlog te vluchten - maar zijn circus moest natuurlijk mee. Lukte dat?

 

Foto rechts:

Bernard  van Leer , vatenfabrikant en circusdirecteur, na de oorlog in Blackpool, GB.

 

Bernard van Leer was een bekwame en rijke zakenman voor de oorlog. Hij werd ook wel aangeduid als de 'vatenman' vanwege zijn vatenfabrieken in diverse landen. Hij was in 1919 voor zichzelf begonnen met een wat rommelige samenstelvan enkele verpakkingsbedrijven. Maar het liep.

 

Doorbraak

Van Leers doorbraak was een grote vatenorder van de Bataafsche Petroleum Mij, een dochter van Shell. Hij kreeg in 1927 ook nog de licentie op een moderne Amerikaanse vatensluiting. Zijn bedrijf breidde zich daarna snel uit in heel Europa, Afrika en Indonesië, ondanks de crisis.

Van Leer werd rijk en cultiveerde een opvallende hobby: raspaarden dresseren. Omstreeks 1935 liet hij zelfs een klein circus ontwerpen waarmee hij af en toe rondreisde. Familieleden en kantoorpersoneel moesten in dit 'Circus Kavaljos' meedoen als stalknecht, ouvreuse of zelfs leeuw. Zelf deed Van Leer een paarden-dressuurnummer. De opbrengst schonk hij dan weer wel aan goede doelen.

 

In 1937 zette Van Leer een plaatwalserij op, ook nog de eerste in Nederland - omdat het plaatstaal dat hij nodig had steeds moeilijker te krijgen was vanwege allerlei bewapening. Bij de opening in 1938, op het terrein van de Hoogovens in Velsen, verschenen de minister van Economische Zaken en zelfs prins Bernhard, en bovendien de fine fleur van de Nederlandse industrie. In deze tijd schonk Van Leer ook al geld voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland.

 

Aan het begin van de oorlog was het circus nog steeds Van Leers grote hobby. En zoals dat gaat: die hobby groeide, ondanks de naderende oorlog. Het paardenbestand van het Circus Kavaljos werd in 1940 uitgebreid met een vijf fraaie dieren uit de manege van Jacques de Gruyter uit 's-Hertogenbosch - van het kruindeniersconcern, en Van Leer was met hem bevriend. Van Leers secretaris en paardenkenner Martin Vugts had een tip gekregen dat De Gruyter paarden kwijt wilde en kocht deze op eigen initatief voor het circus. Van Leer schijnt daar - hij was geen makkelijk man - verre van content mee geweest te zijn.

 

 

 Bij de start van de oorlog had Van Leer natuurlijk kunnen vertrekken, zoals zoveel rijke Joodse mensen, bijvoorbeeld de kunsthandelaar Jacques Goudsmit. Maar hij bleef, alleen waarom is niet direkt duidelijk. Al een paar dagen na de overgave op 15 mei kreeg hij de eerste Duitse vatenorders.

 

Foto links:

Van Leer voor de oorlog in Den Bosch  met zijn paardendressuur. Dit zijn mogelijk Lippizaner, bekend van de Spaanse rijschool in Wenen.

 

Van Leer ging ondanks alles aan de Duitsers leveren, overigens net als het gros van de Nederlandse bedrijven.

 

Hij vermoedde dat als hij weigerde, de Duitsers hem als Jood waarschijnlijk onmiddellijk zouden vervangen door een Duitser. Dat was in Duitsland op grote schaal ook al gebeurd. Maar Van Leer besloot dat het nu toch beter was het vertrek voor zijn familie en zichzelf te gaan regelen.

 

Toen Van Leer doorkreeg dat enkele Duitse concurrenten op zijn bedrijven aasden, begon hij al in 1940 zelf geheime besprekingen met het grote Düsseldorfse bedrijf Mannesmann. Uiteindelijk kregen ze het rond in maart 1941. Dat hield o.m. in dat Van Leer zijn bedrijven in bezet gebied voor bijna 6 miljoen gulden zou verkopen - de helft van zijn vraagprijs, maar zo ging dat toen en dat zou na de oorlog nog in zijn voordeel blijken te zijn. Van Leer had de weg voor zijn vertrek vrijgemaakt. Nu nog de Duitsers paaien.

 

Na uitvoerige onderhandelingen en betaling van miljoenen guldens gaven de Duitsers toestemming tot het meenemen van:

  • 15 mensen, onder wie 9 familieleden
  • onder hen ook de violist en kapelmeester Max Tak
  • het circus Kavaljos
  • 19 paarden met toebehoren
  • 2 auto's met aanhangwagens
  • sieraden ter waarde van fl. 25.000,--
  • 3000 dollar contant
  • 1 miljoen gulden in obligaties, aandelen en buitenlandse vorderingen.

 

De onderhandelingen met de Duitsers moeten het niveau van een topwedstrijd uit de eredivisie gehad hebben. Van Leer lijkt in dit geval de grote winnaar.  Het blijft redelijk onbegrijpelijk dat het Van Leer überhaupt lukte om te vertrekken - laat staan met een heel circus. Wie niet waagt...

 

De zangeres Heintje Davids hoorde van Van Leers plannen en bood nog aan als clown mee te gaan, maar Van Leer wilde haar niet hebben (gelukkig overleefde ze de oorlog door onder te duiken).

 

Het werd de opmerkelijkste vlucht van de oorlog. Het transport van Circus Kavaljos en de reis van de familie Van Leer begon op 23 juni 1941 in Amsterdam op het Centraal Station. Daar stonden 9 wagons klaar, onder leiding van een SS-officier, die voor deze vriendendienst naar verluidt een bedrag van fl. 1000,-- ontving. Die avond arriveerde het hele spul in Parijs en de volgende dag ging het verder naar Spanje, waar ze bij Irun de grens over wilden.

 

Grensproblemen 

 

Hier werd het toch lastig, want de familie met aanhang mocht Spanje niet in, laat staan het circus. Na veel telegrammen en hulp van zakenrelaties lukte het Van Leer toch om met familie, maar zonder circus, naar de haven van Bilbao te vertrekken, waar hij op 3 juli aan boord ging van het schip "Marques de Comillas", met als bestemming Cuba. Daarna kon de familie doorreizen naar New York, aangezien Cuba toen Amerikaans was. De zorg voor de achtergelaten paarden liet hij over aan de eveneens achtergebleven familie Meijer. Rond half juli ontving deze familie bericht uit Amerika, dat Van Leer voor hen een Cubaans toeristenvisum had geregeld op de volgende voorwaarde: 

"Het is aan mij niet toegestaan om jullie visum te regelen tenzij jullie erin slagen dat mijn complete circus, inclusief de paarden en mijn persoonlijke bezittingen, op 4 augustus a.s. onder persoonlijk toezicht op de "Magellanes" aan boord is gegaan."

Of dat nou echt in het visum stond, of dat Van Leer koste wat kost zijn circus over wilde hebben ... Op de avond van 4 augustus werden de 19 paarden aan boord gehesen van het schip. Op 31 augustus arriveerde dat transport in Cuba, opgewacht door Van Leers broer Floris. Ook de dure paarden van De Gruyter kwamen in 1941 via Spanje uiteindelijk in Amerika terecht.

 

In New York kocht Van Leer een landhuis waar hij de hele oorlog bleef. En hij ging zijn circus uitpakken, aangezien hij weinig anders te doen had. Al in december 1941 trad hij zelf met een paardennummer op in de Radio City Music Hall in New York - toen het beroemdste variététheater ter wereld. In de zomer daarna maakte hij een grote circustournee langs de Amerikaanse oostkust. Het publiek was volgens de berichten enthousiast, maar Van Leer kon de kosten niet opbrengen en moest stoppen.

 

Zijn afhankelijkheid als vluchteling in de VS viel hem zwaar, ook vanwege de continue geldproblemen. Hij moest een guerilla voeren tegen het wantrouwen van de Nederlandse regering in Londen, die zijn buitenlandse tegoeden bevroren had. Meer mensen zetten destijds vraagtekens bij de manier waarop hij als Jood uit bezet Nederland kon verdwijnen. Maar het liep uiteindelijk met een sisser af.

 

Van Leer kwam nade oorlog terug, maar ging zelf in Lüzern wonen, terwijl zijn ene zoon in de VS bleef en zijn vrouw en andere zoon vertrokken naar Israël. Van Leer richtte wat later een groot fonds op voor de ondersteuning van kinderen in achterstandsgebieden over de hele wereld en dat werd een van de grootste liefdadige fondsen van Nederland.

Moeizaam

 

Toen Van Leer terugkwam, liep het niet van een leien dakje. Zijn fabrieken kon hij in 1946 dankzij rechtsherstel terugkopen van de Duitsers. Maar in 1948 startte er een onderzoek naar mogelijke economische collaboratie door Van Leer vanwege de vatenleveringen aan de Duitsers en de verkoop van zijn bedrijven. Dat was nogal hypocriet, aangezien ongeveer het hele Nederlandse bedrijsleven aan de Duitsers geleverd had.

 

Afgunst en antisemitisme speelden daar duidelijk een rol in, niet vreemd als je bedenkt dat het onderzoek begon na verhoren van NSB-ers die Van Leer nog voor de oorlog had ontslagen.

 

Van Leer kon hard maken dat hij gedwongen had moeten verkopen. Tot een rechtszaak kwam het niet meer en in januari 1949 stelde justitite hem buiten vervolging.  Zijn bedrijven liepen weer en Van Leer liet een Amerikaanse architect in Amstelveen een modern hoofdkantoor neerzetten.

Hij stierf in 1958 op 74-jarige leeftijd, nogal eenzaam in een landhuis in Wassenaar, en werd begraven in Israël. Zijn familie erfde niets. Wat er van het circus geworden is, vermeldt de geschiedenis helaas niet.

 

Het lukte Van Leer met zijn familie en zijn circus om WO2 ongeschonden door te komen - omdat hij het kon betalen, omdat de nazi's zijn vaten wilden hebben en vooral omdat hij met groot lef kon onderhandelen - ook vanuit een verloren positie.

 

AG

 

 


  

 

Foto boven:

de ontploffing van de atoombom in Nagasaki, 9 augustus 1945.

Deze foto werd in 2010 ontdekt, en is één van de weinige foto's van de feitelijke ontploffing. Opmerkelijk is de rust van de figuurtjes die op de weg staan.  Het moet een seconde of zo na de ontploffing zijn gefotografeerd, nog voordat de geluidsschok hen bereikte.

Het is onduidelijk hoever van het epicentrum deze plek is. Het kan heel goed 20 of 30 km zijn. De ontploffing is nog in volle gang. Aan de schaduwen, die vrij onduidelijk zijn, is ook niet af te lezen uit welke richting de foto genomen is - dat klopt met de palatselijke tijd, 11:02.

Het bestaan van deze foto is op zich ook al een curiosum.

 

Drie Nederlanders die

de atoombom overleefden

 

10-02-2011

 

Japan trok zich niets aan van internationale regels voor krijgsgevangenen. Die mochten niet als dwangarbeiders gebruikt worden, bijvoorbeeld. Ze moesten goed eten krijgen, mochten pakjes ontvangen en brieven sturen en ontvangen.

 

De Japanners betoonden zich op hun manier nog harder en wreder dan de Duitsers, in die zin dat iedereen - burger of militair - van hen een pak slaag of de kogel kon krijgen.

 

Er zaten enkele honderden Nederlandse dwangarbeiders in Japan. Die werden er in diverse fabrieken tewerk gesteld, en in mijnen, onder meer in de buurt van Nagasaki. Enkele van hen maakten de ontploffing van de atoombom mee, en overleefden het.

 

Onder hen Wim Spuyman, hij diende als 17 jarige als vliegtuigmonteur in het Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger. Hij kwam vanuit Indonesië in oktober 1942 aan in kamp Fukuoka 2, anderhalve kilometer van Nagasaki. Het Japanse regiem bleek uiterst streng en wreed. De eerste winter stierven er 100 van de 300 Nederlanders door kou en ontbering. Ontsnapping werd vaak bestraft met onthoofding of fusillering.

 

Spuyman maakte uiteindelijk in augustus 1945 mee dat de bom viel:

 

'Ik had geluk, ik stond achter een pilaar. Maar andere mensen die stonden op een looplank bij een schip, die waren aan het klinken en zijn eraf gevallen.' (…) 'Ik zag een bol, net een knikker en wat pluimen daarboven. Net over die heuvel konden wij zien dat die ontploffing plaatsvond. Toen een flits, en toen zag je op een geven moment die paddestoelvorming van die flits, en in het midden een rood-oranje bal.'

 

In dit kamp stierven zeven Nederlandse krijgsgevangenen. Eén van hen was in een riool gekropen en was daar levend gekookt.

Wim de Wijn, 15 jaar oud in 1941. Hij had zich gemeld bij de Mariniers, zonder medeweten van zijn ouders en gejokt over zijn leeftijd. Wat hij zag van de bom?

 

'Gedonder, lichtflitsen. De hele keuken kwam naar beneden, er was geen keuken meer. - Een enorme ravage, met geen woorden te beschrijven. Die lucht, die stand, mensenvlees dat dus eigenlijk verbrand was. Met geen pen te beschrijven.'

 

Cleem König, soldaat. Hij werd krijgsgevangen in Indonesië. Twee jongens die ontsnapten en gepakt werden, kregen voor het front van het hele kamp de kogel. König zat ver van de bom in kamp Nakama 2, 40 km van de stad. Toen de bom viel, voerde de wind de radioactieve neerslag naar dit kamp en König kreeg zijn leven lang tumoren op zijn huid en lijdt aan bloedkanker.

 

'Die flits heb ik wel gezien, ja. Die flits, toen rook. Net een bliksemstraal. Toen kwam de rook, zwart, grijs. Toen hoorde je voornamelijk gehuil.'

 

Hij vindt dat Nagasaki terecht is verwoest.

Het tv-programma Netwerk registreerde hun verhalen in 2005.

 

AG

 


 

 

Hitlers megaplannen voor de wereld


 

 

 

02-06-2011

 

Dat Hitler grootste plannen had, zal niemand verbazen. Dat deze plannen erop gericht waren om allerlei Duitse gebouwen de grootste van de wereld te maken, was ook niet echt geheim.

 

Bijvoorbeeld dat hij een nieuw station plande in Berlijn, dat groter moest worden dan het Grand Central Station in New York - dat toen te boek stond als het grootste ter wereld.

 

Foto rechts:

De Empire State Building - in Hamburg moest iets groters komen.

 

Een artikel in het Duitse politieke blad Cicero beschrijft Hitlers 10 opvallendste plannen. De kern ervan is wel Hitlers voorkeur voor monumentale architectuur. Hitlers plannen werden maar deels uitgevoerd.  Hier 7 van de plannen met korte toelichtingen.

 

Berlijn:

 

Hitler wilde Duitsland volledig te herbouwen. Het Berlijnse Zuidstation moest groter worden dan Yorks Grand Central Station uit 1913, in de jaren 1930-40 met 44 perrons het grootste station ter wereld (ter vergelijking: het huidge nieuwe Hauptbahnhofin Berlijn telt er slechts 14; München 36).

 

In de grote hal van het station moesten 180 000 mensen terecht kunnen en het plein ervoor moest plaats bieden aan één miljoen personen.

 

München:

 

De stad waar Hitler politiek groot was geworden. daar plande hij een nieuw centraal station met het grootste staalskelet in de wereld.

 

Hitlers droom: dubbeldekker treinen van München naar Rusland. Cicero-auteur Jochen Thies schrijft dat een prachtige straat van 120 meter breed van het station naar het oosten moest lopen tot een aan enorm nazi-monument.

 

Hamburg:

 

De stad was door Hitler aangewezen als 'Führerstadt'. Hier wilde Hitler een wolkenkrabber laten bouwen hoger dan het Empire State Building in New York, die zonder antenne 381 en met 443 m hoog is.

 

De geplande brug in Hamburg-Altona moest langer en hoger worden dan de Golden Gate Bridge in San Francisco, die totaal 1970 m lang is met een grootste overspanning van 1280 m.

 

 

 

Neurenberg:

 

in deze 'partijstad', bekend van de grootste nazibijeenkomst onder de noemer 'Reichsparteitäge'vóór de oorlog, moest de grootste sportarena (foto boven) in de wereld met een capaciteit van 60.000 mensen komen - daar kijkt niemand nu meer van op, maar het Olympisch Stadion in Amsterdam uit 1928 kan maar 23.000 mensen bergen.

 

Naast dat stadion was in Neurenberg een exercitieveld - Marsveld of  'Märzfeld' naar de oorlogsgod Mars - voor 500 000 bezoekers gepland. Dat ligt er nu nog, maar flinke stukken ervan zijn gebruikt voor andere doelen, zoals een schaatshal. In totaal besloeg het op zijn hoogtepunt 58 hectare, bijna 1 km bij 600 m, ruim 60 voetbalvelden. Van de 24 omringende torens werden er 11 bewaard. Langs de randen moesten tribunes voor 250.000 toeschouwers komen.

 

Rügen:

 

Op dit Baltische eiland, het grootste van Duitsland, bouwde Hitler de grootste zeebadplaats ter wereld. In 1936 werd hier voor het eerst een brug naar het land gebouwd. Naar Rügen heette ook het terreurbombardement van Hitlers Luftwaffe op het Spaanse stadje Guernica.

 

Linz (Oostenrijk):

 

In deze middelgrote Oostenrijkse stad wilde Hitler het Hitlermuseumbouwen: een megamuseum voor de roofkunst. Het is de geschiedenis ingegaan als het Führermuseum oftewel de 'Sonderauftrag Linz' (Hitler had een deel van zijn jeugd in Linz doorgebracht).

 

Hier moesten meer dan 1200 schilderijen komen te hangen - en die waren in 1942 ook al bij elkaar gebracht, onder meer uit in beslag genomen Joods bezit. Daartoe behoorden ook werken uit de collectie-Goudstikker, de Amsterdamse kunsthandelaar die één van de grootste in Europa was. Bovendien was er een bibliotheek gepland, met 250.000 boeken.

 

Trondheim (Noorwegen):

 

Hitler wilde hier de grootste Duitse marinebasis bouwen. De naam was 'Neu Drontheim', en er werden onder meer grote onderzeebootbunkers gebouwd, Dora I en II, van resp. 153 bij 106 en 168 bij 102 meter, van welke Dora I er nu nog staat.

 

De wanden zijn 3 meter dik, het dak 3,5 meter. De bedoeling was op deze basis 300.000 militairen en hun familieleden te huisvesten.

 

AG

 




 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oostenrijk...?

 

 

9-06-2011

 

Zijn Oostenrijkers de Belgen van de Duitsers? En Oostenrijkse nazi's idem?

 

Laten we het hopen. Hitler - de Opperoostenrijker - was in ieder geval zo slim om Rusland aan te vallen, Seyss-Inquart, ook een Oostenrijker, dacht als nazigouverneur van Nederland dat we niet konden wachten om nazi's te mogen worden. We collaboreerden dan wel, maar de rest viel nogal tegen.

 

SS-politiegeneraal Rauter meende dat je hier straffeloos razzia's op Joden kon houden - en hij kreeg de grootste proteststaking uit het Dritte Reichaan zijn broek, de Februaristaking.

 

Hun landgenoot Ernst Kaltenbrunner was stafchef van het SS-Reichssicherheitshauptamt RSHA - de geheime gruweldienst. Hitler staat verder nog altijd als ereburger van menig Oostenrijks provinciegat verrmeld. Wat er ook van te zeggen is: uit Oostenrrijk kwam een opmerkelijk hoog aantal leidende SS-ers. Zelfs Eichmannngroeide er op, al was hij dan in Duitsland geboren.

 

Een banketbakker uit een dorp niet ver van Wenen levert wat aanvullend bewijs - als dat nog nodig is. Hij heeft een taartencatalogus, met een speciale afdeling voor 'volwassenen'.

 

Dat dat in Oostenrijk tegenwoordig ook neonazi'sbetekent, is weer nieuw. Wie de multomap van de bakker dan openslaat, kan meteen zijn tanden zetten in een marsepeinen pik-met-ballen (het blijft even onduidelijk voor welke gelegenheid die dient).

 

Dan zijn er de bladzijden met warme herinneringen. Niet alleen is er een hakenkruis-taart, maar daar staat ook nog het onzegbare op: 'Meine Ehre heisst Treue'. Voor wie het niet meteen herkent, dat is het devies van de SS. Het stond op elke SS-riemkoppel.

 

Er moet natuurlijk ook wat keus zijn, want niet iedereen wil op zijn verjaardag bij de SS.

 

Nou, dan is daar de nazi-assorti-taart: een marsepeinen hoogtepunt met een Stahlhelm, een Junkers Stukaduikbommenwerper, een arm in Hitlergroet, een onderscheiding - en nog een los rood-wit-zwart hakenkruisje terzijde.

 

Nog weer een ander item met een marsepeinen Reichsadler doet onschuldiger aan, maar ook daar weer dat verdomde hakenkruis, alleen in grijs, dat valt niet zo op.

 

En er is ook een nazi-babytaart...???

 

De banketbakker wordt vervolgd. Zijn catalogus is in beslag genomen.

 

 

 

NASCHRIFT 1:

 

Wat is er toch met dat volk? Niemand houdt kennelijk van die ijdeltuiterige, on-Duitse en tegelijk on-Italiaanse hobbits-met-nazidialect. Er komt ook niet één fatsoenlijke auto vandaan - terwijl het land even groot is als Beieren, met z'n Audi en BWM.

 

Bestaan er dan helemaal geen Oostenrijkers die deugen? De suikerzoete Sissi? Jörg Haider? Arnold the Sperminator? Herbert von Nazian? Leopold von Sacher-Masoch, naamgever van het masochisme? Meisjesontvoerder Priklopil?

 

Jawohl!  Doch!

 

De familie Von Trapp,van de Sound of Music- die waren anti-nazi en zijn dan ook gevlucht over de Alpen op de bekende tonen. Ze hebben toen enige tijd in Warmondgewoond. De oude Von Trapp voer in WO-1 als duikbootkapitein en boekte een paar mooie successen, zoals het in die kringen populaire torpederen van een vijandelijke onderzeeër. Von Trapps vrouw was overigens dochter van de uitvinder van deze onderwaterraket, vandaar.

 

En dan natuurlijk nog enkele Hollywoodregisseurs als Erich von Stroheim, Billy Wilder, Otto Preminger, Fred Zinneman - die toevallig allemaal emigreerden. Net als Freud, maar die moest, en zelden keek iemand ongelukiger toen hij in Londen uit het vliegtuig stapte.... Maar er was ook een man als Simon Wiesenthal, alleen kwam die uit Galicië. En mogelijk de Straussen, en Mozart.Tsja, daar is dan niets meer tegen in te brengen..

 

Een gelukkig volk, dat zulke grote zonen telt? Hm....

 

 

NASCHRIFT 2:

 

Het Oostenrijkse Mauthausen-comité had een klacht ingediend bij het openaar ministerie wegens de taarten. Het probleem was echter, dat de laastste nazi-taarten volgens de banketbakker al 7 of 8 jaar geleden waren gemaakt - op zich een gunstig teken. Ook kon het OM niet meer uitvinden wie de opdrachtgevers waren geweest - toch ook een interessant puntje.

 

Het OM besloot dus op 7 juni geen vervolging in te stellen. De bakker, Manfred Klaschka uit Maria Enzensdorf, beroept zich op politieke onschendbaarheid van het banketbakkersgilde door te stellen dat hij desgewenst ook Gadaffi of een atoomcentrale in marsepein wil afbeelden.

 

Zijn klantvriendelijkheid is hem overigens niet in zijn koude kleren gaan zitten: hij is telefonisch uitgescholden voor nazi-zwijn en bedreigd, zijn familie is doodgewenst en veel klanten hebben hem laten weten dat ze nooit meer komen.

 

Een parlementslid van de Grünenin Oostenrijk, Karl Ollinger, heeft bezwaar tegen de stap van het OM aan de orde gesteld door vragen in het parlement aan de ministers van binnenlandse zaken en jusitie.

 

Het blijft modderen. Zoals op veel plaatsen.

 

AG

 

UPDATE 11-06-2011

Ontslag door nazi-tatoeage in Oostenrijk

(Novum/AP) - WENEN - Een gemeenteraadslid van de Oostenrijkse gemeente Ebenthal heeft maandag zijn ontslag ingediend na een uitbarsting van verontwaardiging over zijn nazi-tatoeage. De man, Gerry Leitmann, heeft de Hitlerjugend-leus Blut und Ehre (bloed en eer) op zijn arm staan.

 

Leitmann schrijft in zijn dinsdag openbaar gemaakte ontslagbrief met spijt afscheid te nemen van zijn functie als gemeenteraadslid. Hij zei dat hij niet op de hoogte was van het 'historische verband' van de woorden op zijn arm en liet weten de tatoeage direct te laten verwijderen.

 

Het ontslag van Leitmann kwam op een moment dat het Oostenrijkse stadje Waidhofen an der Ybbs het ereburgerschap van Adolf Hitler introk.

 

 

 


 

 

FOTO LINKS: JAN DE HARTOG, HIER VOOR DE SLEEPBOOT DE FURIE

 

Welk boek verkocht

het best in de oorlog?

 

 

17-03-2011

 

Er was nog geen tv. De radio had je wel, maar die werd steeds Duitser. Het bestverkochte boek in de oorlog? In ieder geval geen oorlogsboek... en evenmin de bijbel.

 

Hoe zat het eigenlijk met boeken aan het begin van de oorlog?

 

De mensen lazen zich tijdens de oorlog suf. Vooral in de winter: dan had je namelijk de verduistering en dat hield in dat er op straat geen licht brandde, om te voorkomen dat de Geallieerde bommenwerpers op weg naar Duitsland 's nachts houvast zouden hebben aan de lichten van Nederlandse steden en dorpen.

 

Alle huizen en bedrijven en overige gebouwen moesten van buitenaf helemaal donker blijven. Het was dus niet zo aantrekkelijk om uit te gaan, al deden mensen de eerste twee jaar van de oorlog wel veel aan ontspanning, misschien als tegenwicht voor de doorlopende narigheid.

 

Films trokken meer bezoek, voetbal ook, en de boekhandels en bibliotheken deden prima zaken - althans totdat de papierschaarste roet in het eten gooide, dus pakweg tot 1943. Voor schrijvers leek dat aanvankelijk ook wel aardig, maar ze moesten natuurlijk niet te kritisch zijn en allemaal lid worden van de nazistische Kultuurkamer. Dat deden ze zeker niet allemaal.

 

In mei 1940, net voor de oorlog begon, kwam er een nieuw boek uit van een 26-jarige schrijver, die alleen een paar detectives onder een schuilnaam had gepubliceerd. Toch kon hij al terugkijken op een redelijk bewogen bestaan.

 

Hij was namelijk als jongmaatje van 10 gaan varen op een Huizer vissersboot op de toen nog bestaande Zuiderzee, en had ook daarna nog gevaren.

 

Zijn nieuwe boek ging over scheepvaart, dus dat kwam mooi uit. Hij beschrijft in zijn biografie wat er gezegd werd, daar aan de haven van Huizen, N-H, gereformeerd als de hel. Dit is een arbeidscontract-oude-stijl.

 

De jongen: 'Hoe laat vaart-ie?" -

De visser, handen in zijn zakken: "Om vier uur". Het contract was daarmee rond.

 

Drie dagen later was hij weer terug bij de uiterst ongeruste tante waar hij logeerde. De jonge leerling-visser had namelijk niets gezegd.

 

De naam van de schrijver luidde Jan de Hartog, het boek heetteHollands Glorieen om een paar redenen werd het een enorme bestseller – in totaal verschenen er bij uitgeverij Elsevier ongeveer 500.000 exemplaren van en het verscheen uiteindelijk in 17 talen. In 1976 kwam er een televisieserie van, met Hugo Metsers als de hoofdpersoon Jan Wandelaar.

 

 Hollands Glorieis nog steeds het bekendste Nederlandse boek ter wereld na Het Achterhuis van Anne Frank. Met dit boek verwierf De Hartog in het buitenland de bijnaam 'de Nederlandse Hemingway', omdat hij net als deze vooral een verteller bleek.

 

Andere boeken, vooral met een typisch 'Nederlands' karakter net als Hollands Glorie deden het ook goed, bijvoorbeeld het geschiedenisboek van de historici Jan en Annie Romein: 'Erflaters van onze beschaving'.


    De Kultuurkamer

    Er ontstonden voor veel Nederlandse kunstenaars, acteurs, musici, schilders, regisseurs, schrijvers problemen toen de Duitsers het dwingend lidmaatschap van een algemene beroepsorganisatie, de Kultuurkamer, invoerden.

     

    Dat was een combinatie van vakbond, beroepsvereniging en werkgeversclub, maar door de overheid gedomineerd. Want zo wilden de Duitsers het: de overheid regelt en beslist, niet een vakbond of clubje werkgevers.

     

    Wie zonder lidmaatschap van de Kultuurkamer toch artistiek werk verrichtte, kon een boete van maximaal f 5.000 krijgen - omgerekend naar 2010 ongeveer € 30.000. Of iemand ooit beboet is, is niet duidelijk. De Duitsers hielden wel erg van hoge boetes.

     

    In Duitsland bestond deze kamer ook al, sinds 22 september 1933, het jaar van Hitlers aantreden als kanselier, en de leider was Joseph Goebbels, als 'Reichsminister für Volksaufklärung und Propaganda'.

     

    De Nederlandsche Kultuurkamer moest ervoor zorgen dat het nazisme in de kunsten doordrong. De kamer beoogde de kunstenaar bovendien terug te voeren naar werken voor het volk. De Nederlandse overheid vond juist sinds het midden van de 19e eeuw dat kunst geen regeringszaak was, zoals de grote staatsman Thorbecke het ooit zei. De nationaal-socialisten dachten daar volkomen anders over. Álles was nu regeringszaak.

     

    Waar ging dat boek over en waarom had het zoveel succes? Sommige liefhebbers noemen het 'een grote roman', voor anderen is het vooral een spannend verhaal. Het gaat over een zeeman op de zeesleepvaart, destijds in Nederland buitengewoon populair, omdat Nederland toen de grootste zeeslepers ter wereld bezat, zoals de Zwarte Zee, die op nummer 1 stond.

 

 

Het verhaal

 

Hoofdpersoon Jan Wandelaar begint als matroos maar maakt een serie razendsnelle promoties tot stuurman en brengt het uiteindelijk tot wijd en zijd bekend kapitein in de zeesleepvaart. Dat blijkt een nogal harde wereld, dus krijgt Wandelaar zijn portie ook, maar hij redt het, tenminste, denkt hij. Maar hij kan intussen tegen een stootje.

 

De grote lijn in het verhaal vormt de krachtmeting van Wandelaar met zijn baas, de reder Kwel, die man die koste wat kost de grootste wil blijven, als het moet over de ruggen van zijn personeel, zoals destijds meer voorkwam.

 

Het boek beschrijft nogal meeslepend, want dat kon Jan de Hartog uitstekend, de vooroorlogse wereld van scheepvaart, die nogal rauw, zwaar en gevaarlijk was en bovendien erg onderbetaald.

 

Foto links: de Furie, die voor de tv-serie Hollands Glorie werd gebruikt in 1978.

 

 

Dankzij het boek van Jan de Hartog werd de term 'Hollands glorie' synoniem voor de Nederlandse zeesleepvaart.

 

Dat doet nu wat nationalistisch aan. Juist dat was het geheim van het succes op dat moment. Maar het boek verkocht later ook uitstekend in het buitenland.

 

Geen onvertogen woord

 

Het boek verscheen op 1 mei 1940, en negen dagen later vielen de Duitsers hier binnen. Door de aard van het verhaal stond er geen onvertogen woord over de Duitsers in, de term Duitsers komt er zelfs helemaal niet in voor, zoals iedereen zelf kan controleren, omdat het hele boek tegenwoordig online staat, op www.dbnl.nl

 

 

Druk

 

Oplage

Maand

Jaar

 

1ste

 

3000

oktober

1940

2de

 

3000

oktober

1940

3de

 

4000

november

1940

4de

 

5000

januari

1941

5de

 

8000

februari

1941

6de

 

7000

maart

1941

7de

 

7000

april

1941

8ste

 

7000

mei

1941

9de

 

8000

juni

1941

10de

 

7000

juli

1941

11de

 

7000

augustus

1941

12de

 

7000

september

1941

13de

 

6000

oktober

1941

14de

 

4000

november

1941

15de

 

6000

december

1941

16de

 

6000

januari

1942

17de

 

10000

januari

1942

 

TOTAAL

 

105.000

  
Alleen staat er één keer 'Duits' in, als verwijzing naar de taal. Toch ging het boek gelden als een symbool van de Nederlandse vrijheid. Op de omslag stond trouwens ook een Nederlandse vlag. Dat leidde ertoe dat het regelmatig in etalages werd gezet, op een gegeven moment zelfs bij slagers.

 

De fantastische verkoopcijfers zijn bekend, mede door een publicatie van Adriaan Venema over de schrijvers, boekhandel en uitgeverijen in de oorlog.

 

Jan de Hartog wilde geen lid worden van de pro-Duitse en voor kunstenaars verplichte Kultuurkamer en uitgeverij Elsevier dacht dat het boek wel snel een verbod zou krijgen.

 

De publieke optredens van Jan de Hartog vormden een belangrijk aandeel in zijn succes. Hij vond optreden leuk en had ook al geacteerd als zeeman in onder meer de film 'Ergens in Nederland', de eerste film die de Duitsers in mei 1940 verboden en waarvoor De Hartog ook het scenario had geschreven.

 

De optredens hadden veel succes, want De Hartog was een vrolijke, levendige man. In Arnhem moest de lezing volgens Adriaan Venema vier keer gehouden worden, door de grote toeloop. Een verslag uit die tijd:

 

'De spreker boekte evenals de vorige malen groot succes en aan het slot van de avond overhandigde de heer J.H. Brouwer namens den boekhandel D. Brouwer en Zoon den Heer De Hartog een krans, die hij namens alle 1400 Arnhemmers, die de heer De Hartog gehoord en gezien hadden, de hartelijke woorden van dank sprak en hem op zijn verdere literaire loopbaan veel succes toewenschte. Hierop volgde een stormachtige ovatie.'

       

Jan de Hartog had duidelijk heel weinig op met de Duitsers, en dat verklaart een deel van het succes, hij hield meer dan 100 lezingen. In De Hartog bleek een conferencier te schuilen, die op die avonden alle ruimte van de auteur en van het publiek kreeg. De journalist-schrijver Ed. Hoornik karakteriseerde voor het Handelsblad zijn optreden op zo'n avond:  

'Wat hij deed was in zijn soort voortreffelijk, een enkele maal zelfs meesterlijk, maar ik was voortdurend opzoek naar den schrijver, en die bleek nergens te vinden.'

Maar in zijn jeugdig enthousiasme kwam De Hartog al gauw te dicht bij de grens, en het ministerie van kunsten verbood de lezingen een tijdje – dat kon toen gewoon. Anno nu zou er een enorme rel ontstaan over de vrijheid van meningsuiting.

 

Lezingen

 

Een boekhandel uit Zutphen die De Hartog ook graag wilde laten optreden, hoorde daar iets van, en vroeg aan het ministerie hoe het zat . Het bleek te gaan om bezwaren van de pro-Duitse procureur-generaal van het gerechtshof in Arnhem.

 

Die had moeite gekregen met het enthousiasme van de toehoorders bij De Hartogs lezing in zijn stad. Na enig onderhandelen met de uitgeverij Elsevier kwam er een compromis met het ministerie: Jan de Hartog mocht alleen nog voorlezen uit eigen werk en geen show meer opvoeren, want dat maakte teveel nationalistische gevoelens wakker.

 

Nog een ander grappig punt moet even vermeld worden: bij de boekenverspreider Centraal Boekhuis richtten ze voor Hollands Glorie een aparte afdeling in – zo populair was het boek. Dat hadden ze nog nooit eerder hoeven doen.

 

Maar het ging natuurlijk niet goed als zelfs het ministerie zich met je ging bemoeien, of de procureur, dat voelde Jan de Hartog zelf ook wel. Intussen deed hij al illegaal werk: hij hielp Joodse babies onderduiken. Alles bij elkaar leek het moment aangebroken om te verdwijnen, en dat deed hij dan ook.

 

Eerst dook hij onder in een tehuis voor bejaarde dames, waar hij de tijd had om te schrijven, en daar ontstond 'Het Hemelbed'. Dat toneelstuk ging over de moeilijkheden die een man en vrouw in hun huwelijk tegenkwamen en dat werd later in de VS als 'The Fourposter' op Broadway opgevoerd, het werd verfilmd en er werd ook nog een musical van gemaakt onder de titel 'I do, I do'. Zo bracht de oorlog toch nog iets positiefs voort.

 

Engelandvaarder

 

Maar wat later vluchtte Jan de Hartog toch naar Engeland. In die tijd kon dat eigenlijk alleen via ofwel Zwitserland ofwel Frankrijk, dat half bezet was, en vervolgens naar Spanje, dat neutraal was maar waar je toch nog vast kon lopen. Het kostte De Hartog, net als vele anderen die deze tocht ondernamen, door Frankrijk ongeveer een half jaar om eindelijk aan te komen in Londen, waar hij voor de regeringsvoorlichting ging werken.

 

Ook daar vond hij weer tijd om te schrijven, in dit geval het toneelstuk Schipper naast God (1942, in druk verschenen in 1956) - voor het eerst gespeeld in 1945 in het Theatre Royal in Windsor, met Jan de Hartog zelf in de hoofdrol. Hij trouwde er met de dochter van de schrijver J.B. Priestley (van welke dame hij na zes jaar weer scheidde).

 

Later verhuisde hij naar de VS, boekte daar steeds meer succes en bleef er. Zijn boek Stella werd verfilmd met Sophia Loren in de hoofdrol. Tegen het einde van zijn leven heeft hij nog zijn tocht door Europa in 1943 beschreven, dat is verschenen onder de titel 'De Vlucht'.

 

Waren er nog andere boeken populair? Mein Kampf van Hitler deed het nogal goed, maar haalde het toch uiteindelijk niet bij Hollands Glorie. En de bijbel: altijd al een everseller. En er ontstond na 1942 toch al snel papiertekort, niet in de laatste plaats omdat de Duitsers grootverbruikers waren met al hun 'Bekanntmachunge' en hun affiches met onzedelijke voorstellen en hun administratielust.

 

En hoe begon dan dat beroemde boek dan? Hier de eerste alinea van 'Hollands Glorie'.

'Een snelle bevordering als die van Jan Wandelaar - najaar '06 nog matroos, voorjaar '08 stuurman - was in die jaren, toen de zeesleepvaart uit de kinderschoenen kwam, geen uitzondering.

 

Omstreeks 1840 was de eerste sleepdienst geopend: een raderbootje, dat zeilschepen de haven in- en uitbracht door de nauwe vaarwaters, waarvoor zij anders soms dagen lang op gunstige wind moesten liggen wachten. Gedurende de halve eeuw daarna was het bedrijf gestadig gegroeid; sterkere boten werden gebouwd en de vloot werd uitgebreid, maar verder dan het Engelse Kanaal werd niet buitengaats gevaren.'

       

AG

 

 


 

 

 

De Canadese 

zijdetreinen:

ook voorgoed voorbij

 

3-02-2011

 

 

In Canada speelde vóór de oorlog de westelijke havenstad Vancouver een grote rol in de zijde-industrie.

 

Daar kwamen namelijk de meeste schepen met zijde uit China aan, die vervolgens hun lading op de trein naar Montreal en New York zetten, waar de zijde verwerkt werd.

 

De zijde in een volle trein had al gauw een waarde van nu wel $ 2,5 miljoen. Zodoende kregen deze treinen van de Canadian Pacific Railway voorrang op alle andere treinen, inclusief de sneltreinen voor personen, om het risico van overvallen te verminderen.

 

Zelfs de koninklijke trein met de Britse koning George VI (tijdens de oorlog tevens koning van Canada),  moest in 1939 op een zijspoor wachten voor de zijdetrein. Elke zijdetrein, met eerst 7, later tot 25 wagons, had  tevens gewapende bewakers. De zijdetreinen schijnen nogal tot de verbeelding van menig crimineel gesproken te hebben.

 

De treinen schoten als zwarte pijlen oostwaarts door de Rockies en de rest van het land, stopten vrijwel nergens en in ieder geval niet bij stations. Die snelheid moest ook het risico van bederf van de zijde klein houden - zijde is tenslotte een natuurproduct. Bovendien hielden de eigenaren door de snelle reis de verzekeringspremie laag., die werd volgens de berichten per uur berekend. De reis van  4.000 km naar de westkust duurde ongeveer 5 dagen, later nog minder. 

 

Met de komst van de oorlog naderde ook het einde van de zijdetreinen. Canada raakte trouwens eerder bij de oorlog betrokken dan de VS vanwege Canada's nauwe banden met Groot-Brittannië, waarvan het toen nog een kolonie was.

 

De handel over de Pacific liep vanaf eind 1939 al snel terug  en stopte helemaal toen Japan eenmaal de VS, aanviel, Pearl Harbor, 7 december 1941. (Na die datum begon Canada overigens net als de VS vrijwel meteen mensen van Japanse herkomst - ook die met een Canadees paspoort - te interneren. Maar dat is weer wat anders).

 

De oorlog versnelde de ontwikkeling van kunstzijde zoals nylon (geproduceerd sinds 1935) en het werd bovendien geleidelijk goedkoper om per schip via het Panama-kanaal naar de westkust van de VS te gaan. Met de zijdetreinen was het in 1941 voorgoed over.

AG

 

Bron: Silk trains : the romance of Canadian silk trains, or ¨the silks¨
Webber, Bernard. -- Kelowna, B.C. : Word Works Publications, 1993. -- v, 125 p. : ill. ; 21 cm. -- ISBN 0969618719 -- P. 37

 

 

 

Foto 1 (onder):

 

Op de eerste foto het uitladen van de balen zijde van elk ongeveer 75 tot 100 kg aan de kade in Vancouver. Een hele trein kon worden beladen binnen een kwartier. Datum van deze foto helaas onbekend. Zie ook foto 2 (verder onder).

 

  

 

 

 

 

Foto 2 (onder):

 

Op de tweede foto: onderhoud aan een  Canadese locomotief door Canadese vrouwen (jaar en plaats onbekend).

 

Zoals bekend, namen vrouwen veel technische banen over van de mannen die naar het front verdwenen. De vrouwen voldeden uitstekend. Deze fraai uitgelichte foto - hij moet wel haast geposeerd zijn - geeft daar een indruk van.

 

Het moet hier om een nieuwe locomotief gaan, en de kleding en handen van de vrouwen zijn schoon, net als de poetskatoen. Er ligt alleen wat rommel op de grond. Het licht komt van links en iets van onderen, wat een mooi filmisch effect geeft.

 

Stoomlocomotieven mochten dan misschien gebaseerd zijn op het principe van een fluitketel die je op een fietspomp aansluit, waarna de pompstang opeens gaat bewegen - de werkelijkheid lijkt toch ingewikkelder, vooral op het eind van het stoomtijdperk zoals hier.

 

Het is voor een buitenstaander als ik, toch treinliefhebber, vrijwel onmogelijk om enig idee te hebben van welke stang op de foto waarvoor bedoeld is. Pas als je goed naar zo'n foto kijkt, realiseer je je overigens, hoe enorm die wielen waren - 2 meter hoog was niks bijzonders, 3 ton per wiel evenmin. In Noord-Amerika waren de treinen altijd al groter dan in Europa, net als de spoorbreedte.

 

Opvallend zijn ook de twee rijen moeren boven het hoofd van de onderste vrouw: ze zitten allemaal precies recht en in dezelfde positie. Vakwerk.

 

Iemand heeft wel eens geschreven, dat eigenlijk de Noordamerikaanse locomotieven de oorlog hebben gewonnen.  Daarover misschien een andere keer.

 

 

Bron van de foto: Library and Archives Canada/National Film Board of Canada/Photothèque collection/C-079525
© Public Domain
nlc-4813

 

 

 

 

 

 

 

       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

                                                              

 

 

 

I  N  D  E  X

 

Scroll naar beneden om de artikelen te lezen

 


 

 

09-06-2011 

Oostenrijk...? 

 


02-06-2011 

Hitlers megaplannen

 

 

 

 

 

 

 


 

17-03-2011 

Welk boek verkocht het best in de oorlog?

 

 

 

 

 


 

10-02-2011

Drie Nederlanders die

de atoombom overleefden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



3-02-2011

De Canadese zijdetreinen: ook voorgoed voorbij