Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
Achtergronden 2014
Achtergronden 2013
Achtergronden 2012
Achtergronden 2011
Aanslagen op Hitler
10 vragen over de oorlog
Boekenlijst WO2
Boere: Aken-blog
Churchill
Curaçaose stakers 1942
D-day 2014
Dossier Vorden 2013
Dossier Wulff en Gauck
Gauck niet-Faber wel
Euthanasie
Februaristaking
Gauck PERS
Geschiedvervalsing
Grijs verleden
Herzberg-lezing
Hilversum oorlog
Koninkrijk - De Jong
Market Garden 2014
Mein Kampf h1
Mein Kampf h2
Mgr Lampert: onthoofd
Rode Kruis
Roofkunst
Roofkunst links
Troostmeisjes
Verliezen WO2 per land
WO1 - De machine
Colofon
70 jaar bevrijding
Onderduyik
Churchill pers
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS
N I E U W S  -   W O 2  . T K 

 




 A   C   H   T   E   R 

 G  R  O  N  D  E  N 


v a n     d e

O  O  R  L  O  G    2 0 1 4


 

 


  V E R V O L G    V A N    V O O R P A G I N A 



Bezoek aan Auschwitz +15% en aan Anne Frankhuis +2% in 2014 




door Arthur Graaff
AUSCHWITZ, 31-12-2014 - De grote Nederlandse en internationale WO2-herinneringsoorden zoals Auschwitz, het Anne  Frankhuis en het Holocaustmuseum in Washington trokken over 2014 opnieuw meer bezoek.


Het Auschwitz Museum in Auschwitz schat dat meer dan 1,5 miljoen mensen dit voormalige nazi-Duitse vernietigingskamp tegen het einde van 2014 zullen hebben bezocht, een stijging van 15% en een nieuw record. In 2013 kwamen er 1,33 miljoen mensen.


Het  Anne Frankhuis (foto onder) heeft volgens de bedrijfsleider het afgelopen jaar ook enkele procenten  meer bezoek gekregen dan in 2013, nl. 1,2 miljoen mensen. De derde grote Europese herinneringsinstelling is concentratiekamp Dachau, dat ongeveer 700.000 bezoekers heeft maar nog geen jaarcijfers heeft gepubliceerd en als gratis instelling alleen een schatting maakt.


Het US Holocaust memorial Museum in Washington DC heeft waarschijnlijk ook een nieuw record. Dit museum heeft nog geen jaarcijfers bekend gemaakt, maar daalde in 2013 tot 1,55 miljoen bezoekers tegen 1,6 in 2012, vanwege een gedeeltelijke sluiting in verband met een renovatie. De afgelopen jaren steeg het aantal bezoekers echter doorlopend.


"Volgens onze berekeningen, is het aantal bezoekers al hoger dan het vorige record," zei Auschwitz-woordvoerder Bartosz Bartyzel, eraan toevoegend dat het museum 7 jaar aaneen jaarlijks meer dan één miljoen mensen ontvangt.


Bartyzel zei ook dat de toename van het aantal bezoekers aan het kamp te danken kan zijn aan het groeiend aantal herdenkingen dat in 2014 plaatsvond, evenals de aanstaande 70e verjaardag van de bevrijding van het kamp door Sovjet-troepen op 27 januari 2015.


Het vorige record werd gevestigd in 2012, toen er 1.430.000 bezoekers kwamen. In 2001 bereikte het aantal bezoekers niet eens 500.000 en het was pas in 2008 dat de miljoenste bezoeker verscheen.


Volgens het museum is het waarschijnlijk dat er volgend jaar vanwege het 70-ste herdenkingsjaar nog weer aanzienlijk meer bezoekers zullen verschijnen. Het kampmuseum in Auschwitz-1 is intussen behoorlijk opgeknapt. Zo zijn bijvoorbeeld het Joodse paviljoen en het Nederlandse paviljoen geheel gerenoveerd. Het Joodse paviljoen bestaat nu uit drie ruimten.


Eén daarvan bevat 20 computers, waar bezoekers de geschiedenissen van de vermoorde Joden kunnen bekijken.


Foto links: Auschwitz-1,  zoals het er nu uitziet. Het meet ongeveer 250 x 400 m, zonder de parkeerplaats.


Op 10 december bracht premier Cameron van Groot-Brittannië een bezoek aan het kamp. In Keulen startte in november een expositie met tekeningen uit Auschwitz en technische tekeningen van de verdwenen gebouwen. 


Deze loopt tot 3 mei en de  titel is "Todesfabrik Ausschwitz - Topographie und Alltag " en deze vindt plaats in het NS Dokumentationszentrum, Appellhofplatz 23-25, Keulen.

Het kamp ontving ook in december een toezegging voor een bijdrage van € 100.000 van Vaticaanstad. Het museum heeft nu door intensieve fondsenwerving een kapitaal van bijna € 100 miljoen en zal het onderhoud van het kamp uit de rente daarvan verder kunnen bekostigen.


Het museum verkoopt sinds deze maand net als veel andere populaire musea zoals het AF-huis digitale kaartjes met een gereserveerde tijd. dat is met name voor het kleinere Auschwitz 1, het hoofdkamp, van belang wegens de beperkte ruimte daar.


Het is in Auschwitz 1 dat bijvoorbeeld ongeveer 20 nationale paviljoens in de bestaande gebouwen gebouwd zijn, daaronder ook het Nederlandse. Slechts ruwweg tweederde van de oorspronkelijke kazerne is als museum in gebruik, en dit terrein meet ongeveer 250 x 500 meter. Achwitz-Birkenau beslaat 1,5 x 2 km in zijn huidige toestand.


Tijdens de oorlog was het nog veel groter, en waren er op het hoogtepunt nog 45 nevenkampen over een oppervlak van 40 km2, zoals Auschwitz-Monowitz, alle bestemd voor de Duitse industrieën.


Het concentratiekamp Auschwitz-1 werd ingericht in een bestaande stenen kazerne door de nazi's in het bezette Polen in 1940, maar het was pas in 1942 dat de het veel grotere vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau (Pools: Brzezinka) met de bekende houten barakken op twee kilometer afstand van Auschwitz-I  werd gebouwd.


Historici nemen aan dat ongeveer 1,1 miljoen mensen vermoord werden in het kamp , vooral Joden, maar eerst ook Polen, daarna verder Roma en Sinti zigeuners, Nederlanders en de Sovjet-krijgsgevangenen onder anderen. Daarmee is het kamp het grootste nazi-vernietigingsoord ter wereld.







Mogelijk ondergrondse nazifabriek voor atoomwapens ontdekt





SANKT GEORGEN, 29-12-2014 - In Sankt Georgen an der Gusen in Oostenrijk nabij concentratiekamp Mauthausen is waarschijnlijk een ondergrondse nazifabriek van atoomwapens ontdekt door een documentauiremaker, Andreas Sulzer.


Foto rechts: Sulzer bij zijn  opgravingen.


Hij werkt al drie jaar met een team aan dit project. Daarvoor heeft hij ook al industriële grondboringen later verrichten, waarbij vorige week nieuwe aanwijzingen voor dit geheime complex gevonden werden.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkten de nazi's hier ondergronds aan een geheim nucleair wapenprogramma. De fabriek stond waarschijnlijk onder leiding van de SS-generaal Hans Kammler (foto onder) .


Deze keurde ook als laatste de ontwerpen voor de gaskamers van vernietigingskampen goed en was o.m. nauw betrokken bij het nabije ondergrondse complex B8 Bergkristallvoor straaljagers en het raketprogramma van Mittelbau Dora, die ook golden als 'wonderwapens' waarmee de nazi's de laatste slag hoopten te winnen.

De werkplaats van ruim 300.000 vierkante meter in de buurt van het stadje Sankt Georgen an der Gusen is volgens berichten de grootste geheime wapenfaciliteit van het Derde Rijk genoemd. Dat stelt de ontdekker Sulzer.


Uiteindelijk zal deze vondst de hoofdrol spelen in een documentaire van Sulzer over de ontdekking. Het Oostenrijkse Ludwig-Boltzmann-Institut für Kriegsfolgen-Forschung uit Graz, gespecialiseerd in WO2-onderzoek, wordt ook bij de activiteiten betrokken.


Door gebruik van radar ontdekte hij tunnels, die waren afgedekt met granieten platen. De tunnels waren sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog niet meer betreden.

Mogelijk hebben volgens Sulzer honderdduizenden dwangarbeiders uit concentratiekampen hier de dood gevonden in de tunnels.  Het ondergrondse tunnelcomplex diende als testgebied voor nucleaire massavernietigingswapens. Het complex stond onder leiding van SS-leider Heinrich Himmler.


Foto links: het B8 bergkristall;-complex.


In de dagboeken van een Oostenrijkse fysicus die voor de nazi's werkte trof Sulzer indicaties voor het bestaan van het ondergrondse complex, waarna hij een eigen onderzoek startte.


Rainer Karlsch, een historicus die met Sulzer samenwerkte, zegt in de Duitse pers: "De SS-top streefde naar een combinatie van raketten en massavernietigingswapens. Ze wilden een raket uitrusten met gifgas, radioactief materiaal of kernkoppen".


Sulzer en zijn  onderzoekers vermoeden dat het complex verbonden is met de zg. 'Bergkristall'-fabriek in de buurt. Daar bouwden de nazi's het Messerschmitt Me 262 gevechtsvliegtuig, het eerste operationele toestel met een straalmotor.
De onderzoekers denken dat de fabriek is gebouwd door de gevangenen van het nabij gelegen concentratiekamp Mauthausen.


De SS bouwde vaak grotere fabrieken bhij concentratiekampen, omdat de gevangenen voor hen onmisbare werkkrachten waren. Ook de raketfabriek van de V2 in bijv. Mittelbau Dora werkte met duizenden dwangarbeiders. De onderzoekers vermoeden dat bij de bouw ongeveer 320.000 werkers zijn omgekomen.


De plaatselijke overheid legde de opgravingen van Sulzer stil vanwege de risico's op vergiftiging, maar de documentairemaker hoopt die volgende maand te kunnen hervatten.








Oorlogsmusea en -centra trekken 14% meer bezoek


HOOGHALEN, 29-12-2014  - De 13 Nederlandse musea en andere centra gespecialiseerd in WO2 hebben in 2014 ruim 14% meer bezoekers gehad dan in 2013. In dat jaar groeide de toeloop ook al. Er kwamen voor het eerst meer dan één miljoen bezoekers naar deze instellingen.    


Bij de 13 instellingen verschenen dit jaar 1.027.600 mensen. De 13 instellingen hebben zich verenigd in de brancheorganisatie Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 (SMH 40-45) . het Anne-Frankhuis is daarvan geen lid, en trekt jaarlijks ook ongeveer 1 miljoen bezoekers.


SMH 40-45-voorzitter Liesbeth van der Horst, tevens directeur van het Verzetsmuseum Amsterdam (foto rechts):

‘Het is geen gemakkelijk verhaal dat de musea en herinneringscentra vertellen; wel een zeer relevant verhaal. We doen veel om dat verhaal  zo te presenteren dat het een breed publiek aanspreekt. Met succes. Onze  musea vertellen emotionele verhalen en tonen bijzondere voorwerpen op belangrijke historische locaties.

Dat brengt de geschiedenis dichtbij en raakt de bezoekers. Het is onze ambitie om ze ook aan te zetten  tot nadenken en ze te laten beseffen dat onze huidige vrijheid niet vanzelfsprekend is.’

De groei  van het bezoek kwam volgens de stichting door een groeiende belangstelling voor oorlogservaringen in eigen land en door de realisatie van aantrekkelijke nieuwe publiekspresentaties.


In de regio's profiteerden de instellingen van onder andere het gegroeide aantal toeristen naar Amsterdam en de evenementen rond de herdenking van 70 jaar Market Garden in zuidoost Nederland.


Foto links: een timmermanskist uit de oorlog, als onderdeel van de expositie 'De Tweede Wereldoorlog in  100 voorwerpen" die 100.000 bezoekers trok.


Ook de gemeenschappelijke tijdelijke tentoonstelling 'De Tweede Wereldoorlog in 100 Voorwerpen' droeg volgens de stichting bij aan de grotere bekendheid van de individuele musea en herinneringscentradie. Dat kwam doordat hun topstukken daar bij elkaar werden gepresenteerd, in een keuze die door dr Ad van Liempt was gemaakt.


Deze tentoonstelling stond begin dit jaar in de Rotterdamse Kunsthal. Het initiatief voor deze tentoonstelling kwam van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, in samenwerking met de SMH 40-45 werd georganiseerd, trok ruim 100.000 bezoekers. Er deden ook nog 12 andere instellingen WO2 mee.


Bij de SMH 40-45 zijn de volgende instellingen aangesloten:

  • Airborne Museum 'Hartenstein', Oosterbeek;
  • Bevrijdingsmuseum Zeeland, Nieuwdorp;
  • Fries Verzetsmuseum, Leeuwarden;
  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Hooghalen;
  • Hollandsche Schouwburg, Amsterdam;
  • Indisch Herinneringscentrum, Arnhem;
  • Museon, Den Haag;
  • Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945, Groesbeek;
  • Nationaal Monument Kamp Amersfoort, Amersfoort;
  • Nationaal Monument Kamp Vught, Vught;
  • Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum, Overloon (het grootste qua oppervlak en collectie) ;
  • OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam, Rotterdam;
  • Verzetsmuseum Amsterdam, Amsterdam.










China herdenkt Bloedbad van Nanking eerste maal nationaal





Foto boven: de herdenking bij het herdenkingsgebouw in Nanking (nu: Nanjing). De 10.000 deelnemers dragen witte chrysanten op hun kleding, als teken van rouw.


door Arthur Graaff

NANJING, 18-12-2014 - In aanwezigheid van president Xi Jinping (foto onder) herdachten de Chinezen voor het eerst op een officiële nationale herdenkingsdag zaterdag  de slachtoffers van het Bloedbad van Nanking dat begon op 12-13 december 1937 en waarbij de Japanners 50.000 tot 300.000  Chinezen vermoordden.


Met deze herdenking onderstreept China het belang van de wandaden die het land moest ondergaan door de Japanse aanval. Tussen China en Japan is er nog steeds wrijving over de manier waarop Japan omgaat met deze feiten. Daarin spelen ok de zg. 'troostmeisjes',  de dwangprostituées van het Japanse leger, een voorname rol.


Mevrouw Xia Shuqin, die ternauwernood brutale moorden door de Japanse troepen 77 jaar geleden overleefde, werd uitgenodigd om een ceremoniële zg. "ding" (een Chinees woord), een soort oude Chinese ketel als symbool van de staatsmacht en welvaart, met Xi en een schooljongen te onthullen.


Foto links: president Xi naast de zg. 'ding',  die onthuld werd ter herdenking.


Er waren 10.000 vertegenwoordigers van alle rangen en standen naar de herdenking gekomen en zij droegen witte bloemen op de revers, een symbool van medeleven in China. Ook de president droeg er een.


Sirenes klonken en voetgangers stonden stil om 10 uur voor China's eerste Nationale herdenkingsdag van het bloedbad. Daarbij kwamen Cinese krijgsdgevangenen en burgers om op de meest wrede manier..


President Xi zei dat de ceremonie werd gehouden om onschuldige slachtoffers te herdenken, landgenoten gedood door Japanse agressors, evenals revolutionaire martelaren en helden, die in de oorlog tegen de Japanse agressie hun leven wijdden aan de overwinning.


In februari 2014 besloot de staat 13 december aan te wijzen als de nationale herdenking voor de slachtoffers. Japanse troepen veroverden Nanjing, toen de hoofdstad van China, op 13 december 1937 en toen begon een 40 dagen lange slachting. Volgens de Chinezen stierven meer dan 300.000 Chinese soldaten, die hun wapens neer hadden gelegd, en burgers en meer dan 20.000 vrouwen werden verkracht.


In de massamoord, verkrachting en plundering 77 jaar geleden in Nanjing, werden zeven van de negen leden van de directe familie van Xia Shuqin afgeslacht. Op 13 december 1937 viel een groep van ongeveer 30 Japanse soldaten haar huis binnen. Haar vader knielde neer en smeekte hen om burgers niet te kwetsen, maar werd doodgeschoten.


Haar moeder en éénjarige zus, die zich onder een tafel verborgen, werden tevoorschijn getrokken door de indringers.


Ze gooiden de baby op de grond en stoken haar dood. Later, verkrachtten Japanse soldaten haar moeder en doodden haar.


Foto links: monniken bidden tijdens de herdenking. In kaarsen is de startdatum van het bleodbad neergelegd: 13 december 1937, in westers schrift.


De wreedheden eindigden daarmee niet. Meerdere aanvallers vermoordden Xia's grootouders en verkrachtten haar twee oudere zussen, een van 16 en een andere van 14, in een andere kamer.


"Ik verstopte me in de quilt. Ik durfde niet te hard te huilen, maar werd drie keer gestoken door Japanse soldaten. Ik verloor het bewustzijn, maar werd wakker van geschreeuw van mijn 4 jaar oude zus. De dode lichamen van mijn familie waren overal . "We schreeuwden, 'Mam, mam,' maar niemand antwoordde," zei Xia.


Foto rechts: China heeft een speciale herdenkingssite gelanceerd. Deze heeft ook een Engelse versie. Klik op de foto voor een link.


Japan viel het noordoosten van China binnen in september 1931, gevolgd door een volledige invasie, die begon op 7 juli 1937. Ongeveer 35 miljoen Chinese soldaten en burgers werden gedood of gewond tijdens de Japanse bezetting, die voortduurde tot 1945.


Digitale belangstelling

Meer dan 7,8 miljoen mensen bezochten de Chinese National Memorial digitaal, om deel te nemen aan een online herdenkingsplechtigheid vanaf 15:45 op zaterdag.


Op Sina Weibo, de populaire Twitter-achtige microblogging dienst, werd de tag "National Memorial Day" nummer 1 van de heetste onderwerpen  op zaterdag, met meer dan 900 miljoen hits.


De nationale herdenkingsdag komt temidden van terugkerende ontkenningen of afzwakkingen van oorlogsmisdaden door Japanse nationalistische rechtse groeperingen.


Het komt ook een jaar voor de 70e herdenking van de overwinning van China's oorlog tegen de Japanse agressors en de overwinning in de Tweede Wereldoorlog.


 

Deelnemers

Veel buitenlanders waren zaterdag bij de ceremonie, met inbegrip van de afstammelingen van degenen die Chinezen in het bloedbad geholpen.


De ouders van Iris Shun-Ru Chang, wijlen een Chinees-Amerikaanse schrijver, waren aanwezig bij de herdenking. Chang is bekend van haar verslag van het bloedbad, getiteld The Rape of Nanking, die de westerse wereld een glimp van wat er gebeurd is in China gaf.

De herdenking begon om 10:00 uur  Totaal 10.000 mensen hielden een minuut stilte om de slachtoffers van het bloedbad terwijl  sirenes huilden over de stad.


Zestien erewachten eer legden 8 kransen ter nagedachtenis van de slachtoffers, terwijl de nationale vlag halfstok vloog om de slachtoffers te betreuren.


Na Xi's speech luidden 6 mensen sloeg de bel van Vrede en 3.000 duiven vlogen over de Memorial Hall, het museum dat aan deze gebeurtenis gewijd is.

Bewoners ban Nanking bezochten die dag ook 17 massagraven van de slachtoffers van het bloedbad. Vluchtende Chinese burgers zwermden in december 1937 naar de kade van de Zhongshan werf , maar slaagden er niet om boten te vinden. Bijna 20.000 van hen werden vermoord op de kade tijdens het bloedbad.











SS-er uit Oradour niet verder vervolgd




KEULEN, 12-12-2014 - De Duitse justititie gaat een 89-jarige oud-nazi Werner Christukat niet vervolgen voor zijn aandeel in het SS-bloedbad van Oradour-sur-Glane op 10 juni 1944. In dat Franse dorp in het zuidwest-Frankrijk geschiedde een grote slachtpartij van Franse burgers.


Foto rechts: de hoofdstraat van Oradour.


Er staat nog tot 16 december 2014 beroep open voor betrokkenen of het openbaar ministerie. De aankondiging van het proces vond plaats op 8 januari 2014.

In oradour vermoordden SS-ers van het  SS-Panzer-Regiment Der Führer liefst 642 burgers uit wraak, mannen, vrouwen en kinderen. Er werd slechts één SS-er voor deze oorlogsmisdaden veroordeeld, namelijk Heinz Barth, die op 7 juni 1983 in Berlijn, toen nog in de DDR, tot levenslang werd veroordeeld. Christukat heeft beweerd dat hij zelfs enkele mensen gered heeft door hen weg te sturen.


De Duitse president Joachim Gauck en zijn Franse collega François Hollande bezochten vorig jaar op 4 september samen  Oradour.


De Keulenaar, die op het moment van de feiten 19 jaar oud was, stond voor de rechter wegens voor moord en medeplichtigheid aan moord in Ouradour.  Volgens de openbare aanklager schoot de man, als lid van een vuurpeloton, 25 kogels op Franse burgers, en hielp hij bij het blokkeren en in brand steken van de plaatselijke kerk, waar tientallen mensen levend verbrand werden.



De oud-nazi ontkent die beschuldigingen. Hij geeft toe dat hij die bewuste dag aanwezig was in het dorp, maar beweert nooit een kogel te hebben afgevuurd, noch op andere wijze bij de massamoord betrokken te zijn geweest. Hij is niet aangeklaagd op basis van de VN-doctrine 'Responsibility to Protest', de morele plicht om te protesteren tegen misdaden.


Het gerecht in Keulen  geconcludeert dat er onvoldoende bewijs is om zijn betrokkenheid aan te tonen.  De Duitse wet eist dat er tijdens een rechtszitting bewijzen geleverd worden, waarbij indirect bewijs niet zwaar meetelt. "In een rechtszaak zou wellicht enkel kunnen worden bewezen dat de verdachte aanwezig was tijdens de moordpartij in Oradour-sur-Glane, zoals hij ook steeds heeft toegegeven", aldus de rechter. "Maar enkel die aanwezigheid is onvoldoende om zijn medeplichtigheid aan te tonen."
Symbool van de nazibezetting.


Hoogstwaarschijnlijk was het bloedbad een wraakactie. Deze werden door met name de SS, maar ook de Wehrmacht regelmatig uitgevoerd, vooral in de laatste twee oorlgosjaren in gebieden met actieve verzetsbewegingen. Als aanleiding geldt wel de actie van het Franse verzet op 8 juni 1944. Toen werd in Saint-Junien, vlakbij Oradour, een spoorbrug opgeblazen.


Hierbij sneuvelden twee Duitse soldaten onder wie SS-Sturmbannführer Helmut Kämpfe, die een persoonlijke vriend was van majoor Diekmann, onder wiens bevel het regiment stond dat de massamoord in Oradour pleegde.Op 10 juni 1944, kort na de landing van de geallieerden in Normandië, dreven Duitse SS-troepen de inwoners van Oradour-sur-Glane samen in de kerk en in een schuur, en staken nadien het hele dorp in brand. In totaal lieten 642 mannen, vrouwen en kinderen daarbij het leven. Slechts 6 inwoners konden aan de dood ontsnappen.


Door die gebeurtenissen werd Oradour een symbool van de wreedheid van de nazi's in Frankrijk. Na de slachtpartij werd het dorp nooit heropgebouwd maar de ruïnes bleven, als monument voor de slachtoffers.







Koning opent nieuw militair promotiemuseum




door Arthur Graaff

SOESTERBERG, 11-12-2014 - Koning Willem-Alexander heeft vandaag het Nationaal Militair Museum geopend. Het nieuwe museum kost € 90 miljoen en is is bedoeld als promotiemiddel voor de krijgsmacht. Het is gebouwd op de vroegere vliegbasis Soesterberg.


Foto rechts: het aanzicht van het nieuwe promotiemiddel.


Het Nationaal Militair Museum (NMM). Niettemin wordt er een toegangsprijs gevraagd. De exploitatie is in handen van aannemer Heymans, ook bouwer van het gebouw..


In het museum zijn delen van de collecties van het voormalige Militaire Luchtvaart Museum uit Soesterberg en het Legermuseum uit Delft samengebracht.


Er zijn 6 themaruimtes. Architect Dick van Wageningen ontwierp het grote rechthoekige glazen gebouw met een dak van 110 x 250 meter en rondom 13 meter hoge glazen buitenwanden.


Op een vloeroppervlak van 35.000 m2 - zo'n 5 voetbalvelden - staan of hangen ook grote objecten zoals tanks, vliegtuigen, pantservoertuigen en helikopters te bezichtigen. het aandeel van WO2 in de collectie is aanzienlijk verminderd vergeleken met de musea die zijn opgeheven vanwege de bouw van dit museum.


Het Nationaal Militair Museum maakt deel uit van de Stichting Defensiemusea, waartoe ook het Marechausseemuseum in Buren behoort en het Mariniesmuseum en het Marienmuseum behoren.


Met een feestelijk openingsweekend op 13 en 14 december gaat het museum open voor publiek. In samenwerking met Park Vliegbasis Soesterberg zijn er dan in en om het museum allerlei speciale activiteiten. Daarna is het museum open van dinsdag tot en met zondag van 10 tot 17 uur. Tijdens schoolvakanties is het museum ook op maandag open. Voor meer informatie: www.nmm.nl.


'De klas van '45'
'De klas van '45' is een interactieve tentoonstelling in het Nationaal Militair Museum, speciaal gemaakt voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs. Met een zg. 'belevingswereld' wordt aan kinderen de krijgsgeschiedenis getoond, met decors en voorwerpen, met waargebeurde verhalen en audiovisuals.


In 'De klas van 45' beleven leerlingen een stukje geschiedenis mee van 5 schoolkinderen uit de Tweede Wereldoorlog. Hun verhalen staan symbool voor de oorlog en voor vijf jaar leven in een bezet land.


'De klas van '45' start in een oud schoollokaal, waar de leerlingen door een introductiefilmpje kennis maken met Ad, Cor, Corrie, Jack en Frits. Om het schoollokaal heen zijn 5 ruimten, die de oorlogsverhalen uit hun kindertijd waarheidsgetrouw laten zien, horen en soms zelfs voelen. De leerlingen bespreken na afloop wat het meeste indruk op hen heeft gemaakt en hoe hun leven eruit zou zien als het nu oorlog was.


'Jack' is Culemborger Jack van der Winkel. In zijn nagebouwde slaapkamer zijn ook de voorwerpen te zien, die deel uitmaken van zijn verhaal, dat wordt verteld en geïllustreerd met beelden.

'De klas van 45' is alleen op afspraak door scholen te bezoeken. De kosten bedragen € 6 per leerling, inclusief de toegang tot het museum.




Frankrijk compenseert slachtoffers Holocaust



Foto boven: Franse Joden op weg naar Pithiviers.

PARIJS, 10-12-2014 - Frankrijk gaat compensatie betalen aan honderden mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Franse spoorbedrijf werden gedeporteerd. De Franse spoorwegen, de SNCF, is een staatsbedrijf.

Dat heeft de Franse regering afgesproken met de Verenigde Staten. De aanleiding is dat de SNCF spoorlijnen wil aanleggen in de VS, onder meer in de staat Maryland. Daar hebben echter in de VS woonachtige slachtoffers van de Franse deportaties of hun nazaten bezwaar tegen gemaakt. Er zijn in de VS enkele processen begonnen tegen de SNCF. De maatschappij hoopt op een contract van $ 6,5 miljard.

In totaal deporteerde de SNCF 76.000 Joden van wie er maar 3.000 de holocaust overleefden. De SNCF werd volgens diverse historici door de nazi-bezetters gedwongen tot deze daden. In 2010 bood de SNCf alweer na kritiek in de VS, opeens excuses aan wergens de deportaties.

Frankrijk betaalt nu omgerekend ruim € 48 miljoen in een speciaal fonds, dat de VS gaat beheren. Onder de mensen voor wie het geld is bedoeld zijn veel Joden en honderden Amerikanen. Niet-Franse overlevenden krijgen ieder $ 100.000. Volgens de BBC kan het zijn dat er duizenden gegadigden zijn, omdat ook nabestaanden van de slachtoffers gecompenseerd kunnen worden. De bedoeling van de overeenkomst is dat ook rechtszaken tegen de SNCF in de VS zullen worden gestopt.

Frankrijk heeft in het verleden al meer dan 4,9 miljard euro betaald aan slachtoffers van de Holocaust. Dat geld ging echter vooral naar Fransen. Behalve voor Amerikanen is het nieuwe fonds bedoeld voor onder meer Israëliërs, Belgen, Tsjechen, Polen, Canadezen..






Oorlogsmonument in Zaandam heronthuld




ZAANDAM, 5-12-2014 - Het Christus-Koning monument bij de Sint Bonifatiuskerk aan de Oostzijde in Zaandam werd al op 31 oktober 1948 onthuld, maar dat is woensdag 3 december nog een keer gebeurd.


Dit was volgens Els Veenis-Kaak, (foto links, foto Mike Bink)

voorzitster van de plaatselijke stichting 4 en 5 mei, om het monument onder de aandacht te brengen en te laten adopteren.


Het monument werd na de oorlog opgericht omdat de parochie en de kerk ondanks grote gevaren de oorlog doorstaan hadden.


In de kerk zaten volgens mevrouw Veenis onderduikers, en er werden wapens voor het verzet bewaard. Op de site van Het Stedelijk Comité 4 en 5 mei Zaanstad staat meer informatie over het adopteren van dit of een ander monument.


Stichting De Monumenten Spreken maakt minidocumentaires over de Zaanse oorlogsmonumenten en legt  de verhalen van ooggetuigen vast. Dit doet ze door het maken van korte indringende documentaires. Deze documentaires zijn in april 2015 klaar.


Tijdens het maken van de opnamen kwam de crew van Monumenten Spreken erachter dat ook dit een oorlogsmonument is, of in de woorden van pastoor Van der Marck in de Zaankanter: een vredesmonument. 'Het monument is geboren door en in de oorlog, toen hongersnood en vernietiging dreigden. Maar liever zien wij het toch als vredesmonument. Dat is het in veel rijkere zin. Al wie hier langs komt, dienen er een aansporing in te vinden tot waarachtige vrede', zei de pastoor bij de onthulling in 1948.


Het Christus-Koning monument ontbrak nog aan de monumentenlijst van Het Stedelijk Comité 4 en 5 mei Zaanstad. Daarom is het monument nog een keer onthuld door het Stedelijk Comité samen met de pastoor en Monumenten Spreken.








Bronbeek exposeert over laatste koloniale oorlog Indië



ARNHEM, 03-12-2014 - Het ministerie van Defensie organiseert in februari de tentoonstelling ‘Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950’ in het museum Bronbeek te Arnhem, met medewerking van Indonesische zijde.


Deze expositie behandelt het uiterst gewelddadige einde aan de Nederlandse koloniale overheersing van Nederlands-Indië. De gewapende conflicten startten al vóór het einde van WO2, op 1 september 1945. Nederland stuurde in 1947 ongeveer 100.000 voornamelijk dienstplichtigen, waarna de conflicten meer het karakter van oorlog kregen.


Er zullen veel voorwerpen te zien zijn, daaronder veel militaire maar ook bijzonderheden zoals brokstukken van het monument van generaal Van Heutsz, dat in Batavia stond en in 1953 door de Indonesiërs werd afgebroken.


Van Heutsz geldt voor Indonesiërs als de grote onderdrukker van hun land, o.m. door zijn keiharde methodes van onderwerping van bijv. de Atjehers.


Ook minder krijgshaftige voorwerpen zijn er te vinden, zoals een medicijnkist die ten bate van de bevolking werd meegevoerd door KNIL-soldaten. De voorwerpen komen uit Museum Bronbeek, het Rijksmuseum, enkele uit Indonesië en uit particulier bezit. Ook hebben de samenstellers adviezen van Indonesische kant gekregen.


Aan de vele honderden Nederlandse dienstweigeraars en deserteurs besteedt de expositie ook aandacht. De bekendste Nederlandse deserteur, Poncke Princen, komt eveneens in de expositie voor, zo blijkt uit een toelichting van de projectleider, drs Hans van den Akker.  Ook beruchte Nederlandse militairen zoals kapitein Westerling en een aantal de gruwelijkheden bedreven in o.m. Rawa Gedeh, worden vermeld. De expositie zal lopen van 19 februari 2015 tot 3 januari 2016.


Onafhankelijkheid Indonesië

Op 17 augustus 1945 riepen de Indonesische leider Soekarno en zijn medestanders de onafhankelijke Republik Indonesia uit nadat op 15 augustus de Japanners formeel hadden aangekondigd te zullen capituleren en de strijd staakten.. Nederland erkende deze onafhankelijkheid niet en raakte daardoor verwikkeld in een onderdrukkingsoorlog waarin Nederlandse militairen terreurmethodes en Indonesiërs geurillatactieken gebruikten. Defensie noemt dit op zijn site een 'vechtmissie'.


Deze oorlog verliep uiterst wreed en bloederig aan beide zijden, met herhaalde Nederlandse oorlogsmisdaden en grote aantallen slachtoffers onder Indonesische burgerbevolking. De oorlogsmisdaden vormen volgens de projectleider niet de hoofdmoot van deze expositie.


In 1950 was de strijd om de onafhankelijkheid van Indonesië beslist en werd het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) ontbonden. De tentoonstelling ‘Oorlog!’ zet 70 jaar na dato de dekolonisatieperiode vanaf 1945 in een historisch en internationaal perspectief en wil het complexe verhaal en de positie van het KNIL daarin verduidelijken.


Gedurende het jaar 2015 wordt op Bronbeek en bij partners elders het onderwerp dekolonisatie verder uitgediept in een activiteitenprogramma. Het museum werkt nu aan de voorbereiding van een mogelijke fototentoonstelling over deze periode samen met Indonesiërs. Of deze doorgaat wordt waarschijnlijk in februari bekend.


Voor bezoekers verschijnt er een gratis tentoonstellingskrant. Deze geeft historische achtergronden en praktische hulp. Zo vindt een bezoeker die specifieke details zoekt over zijn eigen familie (in welk regiment zat mijn (groot)vader, waar was dat gelegerd, welke taken had het, e.d.) in deze krant adressen waar hij terecht kan.








Waarschijnlijk was Helmut Schmidt actievere nazi dan eerder bekend




HAMBURG, 1-12-2014 - In Duitsland is ophef ontstaan vanwege een nieuw boek over de voormalige bondskanselier Helmut Schmidt (95, socialist). Volgens de schrijfster was hij n zijn jonge jaren een nazi.


Foto rechts: Schmidt in zijn Luftwaffe-uniform als officier.


Het weekblad der Spiegel publiceert over dit boek,  Helmut Schmidt und der Scheißkrieg dat volgende week verschijnt. Het boek gaat in op Schmidts oorlogsjaren, waarin hij bij de Luiftweaffe diende.

De schrijfster, Sabine Pamperrien, kreeg met Schmidts toestemming zijn militaire dossier te zien. In beoordelingen ontdekte ze formuleringen als "nationaal-socialistische houding onberispelijk" en "is in staat nationaal-socialistische ideologie goed over te brengen". Zij concludeert dat Schmidt "door de nazi-ideologie besmet was".


Ook vermeldt zij dat Schmidt zich in 1933 als een van de weinigen in zijn klas aanmeldde voor de Hitlerjugend: de nazi-jeugdorganisatie voor jongens die de padvinderij verving.


Andere leidende figuren in Duitsland hebben de laatste jaren ook bekend dat zij actief in de nazi-organisaties waren, zoals Günther Grass, die dienst deed bij de Waffen-SS.

Volgens Der Spiegel zijn vooraanstaande militaire historici het niet met de schrijftster eens. Heel veel beoordelingsrapporten van Werhmacht-militairen zouden formuleringen bevatten zoals in het dossier van Schmidt stonden. Die formuleringen zeggen volgens anderen niets over de echte opvattingen van de betrokken militairen.


Ook Schmidts toetreden tot de Hitlerjugend wordt hem niet verweten. Zijn ouders wilden niet dat hij zich aanmeldde, omdat zijn grootvader Joods was. Toch zette hij door. "Daarvan zeggen veel mensen, dat kun je toch iemand niet de rest van zijn leven verwijten", aldus de Duitse NOS-correspondent Wouter Meijer. Schmidt was officier in de Wehrmacht en dat  was al langer bekend. Hij diende als bondskanselier (SPD) van 1974 tot 1982. 








Groesbeek wil belangrijkste oorlogsmuseum van Nederland bouwen


GROESBEEK, 28-11-2014  - Het Vrijheidsmuseum WO2 gaat niet door in Nijmegen, maar mogelijk wel in Groesbeek. Die gemeente wil meteen ook deze naam gebruiken voor het te verbouwen Bevrijdingsmuseum in de plaats. Dit museum moet - zo stelt een nieuw raadsvoorstel van Groesbeek - "het eerste museum in Nederland worden dat het gehele verhaal van de Tweede Wereldoorlog en de periode ervoor en erna aan een breed publiek presenteert". Op dinsdag 2 december komt dit in de raad aan de orde.


Het plan voor een groot nieuw museum in Nijmegen is nu voorbij, zodat de naam vrijkomt.  Wethouder Theo Giesbers van Groesbeek is positief, en matigt deze tekst: "Het enige dat we met dit voorst willen is onze ambitie aangeven".


Foto rechts: een Spitfire in Overloon. Foto A. Graaff.


Directeur Erik van den Dungen van Oorlogsmuseum Overloon schrikt niet van deze formulering, ook al is zijn museum tot nu toe het grootste en het eerste van Nederland op het gebied van WO2.


Ook benadrukt hij de goede samenwerking die er tot nu toe is met directeur directeur Wiel Lenders van het Groesbeekse museum.
In het Groesbeekse raadsvoostel staat dat de totale kosten van het nieuwe museum 7 tot 8 miljoen zullen belopen - wat flink meer is dan de 5 miljoen waarvan enkele maanden terug nog sprake was.


Maar volgens de wethouder Giesbers zal het vernieuwde of nieuwe museum in Groesbeek toch geen concurrent worden van Overloon. Groesbeek zal zich vooral richten op Operation Market Garden en Operation Veritable. Deze laatste in Nederland weinig bekend operatie bestond uit de inval in Duitsland vanuit de regio Nijmegen om de Rijn over te steken.


Deze inval was met 200.000 Britse miltairen onder veldmaarschalk Montgomery zeer omvangrijk, en kostte vanwege het extreem moeilijke terrein van de rivierdelta van de Rijn plus het juist over de grens liggende Reichswald veel levens. Deze veldslag speelde zich echter voornamelijk op Duits grondgebied af.


Overloon is een zeer groot  museum en bezit een terrein van 10 ha en ook dat gebruikt ook voor demonstratieritten en evenementen, heeft 2 grote expositiegebouwen plus een collectie van niet alleen jeeps, vrachtwagens, kanonnen en tanks maar ook vliegtuigen zoals een Mitchell 2-motorige bommenwerper en een Spitfire, een rijdende Sowjet T-34 tank  en een Duits 'Würzburg-Riese' radarstation met een schotel van ongeveer 10 m.


Al eerder begin deze maand uitte de burgemeester Harry Keereweer zich positief over het nieuwe Bevrijdingsmuseum. Hij bevestigde toen dat er 5 miljoen euro nodig is voor een nieuw museum. Dat geld zou dan moeten komen van de provincie en van het Vfonds en andere investeerders.


 'We willen een volwaardig museum en niet een of andere fietsenstalling', aldus wethouders Giesbers. Volgens directeur Wiel Lenders van het Bevrijdingsmuseum wil het Vfonds 1,1 miljoen euro bijdragen. Dan moeten er van de provincie en andere geldschieters nog rond 6 miljoen komen.
Het bevrijdingsmuseum in Groesbeek heeft dit jaar een bezoekrecord gerealiseerd in verband met de 70ste herdenking van de Operation Market Garden. Er kwamen in september al 10.000 mensen meer dan het jaar ervoor. Er komt hoe dan ook een nieuw gebouw, dat de oude houten gebouwen vervangt.


Deze oude keten van het werkeiland Neeltje Jans uit de tijd van de constructie van de Deltawerken zijn simpelweg op.
Volgens Lenders wordt het museum kleiner dan het Vrijheidsmuseum in Nijmegen. Naast het geld van Groesbeek en het bedrag van het Vfonds blijft er dan toch nog een gat over van enkele miljoenen. Maar Lenders wil niet spreken van een tekort: 'We moeten eens ophouden met die onzin over tekorten. Er zijn pas tekorten als je het geld niet meer hebt, niet zo lang je nog plannen aan het maken bent.'


Bruls

De Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls is boos en diep teleurgesteld, zo meldt De Gelderlander, over de definitief gestrande poging tot oprichting van een nationaal oorlogsmuseum in Nijmegen. De genadestoot kwam toen de grootste subsidiënt van de oorlogsbranche, het Vfonds, zijn toezegging voor een miljoenensubsidie terugtrok.  "Ik vind het gewoon een schande en schaamteloos wat er rond dit museum is gebeurd. Dan doel ik op alle kleingeestige belangen die schijnbaar belangrijker zijn dan het grote geheel”, zegt Bruls, verwijzend naar onder meer de onenigheid die gedurende het proces ontstond tussen de oorspronkelijke initiatiefnemers, museum Overloon en museum Hartensteuin in Arnhem. De directeur daarvan is net vertrokken naar een ander museum.


http://www.gelderlander.nl/regio/nijmegen-e-o/bruls-mislukken-vrijheidsmuseum-schande-en-schaamteloos-1.4647786?ref=vp-element.page_teaser&refid=7.351637




Documentaire Hella de Jonge in première



Foto boven: Eli Asser en zijn dochter Hella de Jonge. Foto uit de documentaire.


AMSTERDAM, 26-11-2014 - De documentaire 'Verlies niet de moed' doet op het IDFA documentairefestival in Amsterdam mee aan de competitie voor Nederlandse film en voor de publieksfilm. De film behandelt de verhouding tussen een oude Joods vader van 92 met een zwaar oorlogstrauma en zijn dochter van 65, die eindelijk de verhouding met haar vader normaal kan maken.


De documentaire is van Hella de Jonge, vrouw van Freek, en dochter van de schrijver van komische tv-series Eli Asser. Zondag ging hij in première in Tuschinski. Onder de genodigden bevonden zich premier Rutte, minister Plasterk, Herman van Veen, Boudewijn de Groot en Paul van Vliet.


Het maken van de film was volgens de NOS een persoonlijke urgentie voor Hella de Jonge (1949). Het werd tevens een zoektocht naar het verborgen familieverhaal uit  de WO2.  Volgens de NOS aangrijpend en herkenbaar, met name voor hen die ook tientallen jaren het liefst zwegen over de oorlog.


Schrijver Eli en zijn vrouw Eva Asser overleefden de oorlog en gingen daarna gebukt onder zware schuldgevoelens tegenover hun bekenden die waren vermoord. Ze achtten het hun plicht om kinderen te krijgen, maar konden hen geen liefde geven.  Hella ervoer een gebrek aan warmte. Ze werd een moeilijke puber en jonge vrouw.  De documentaire trekt ook al belangstelling uit Amerika en Israël.


Eli Asser schreef o.m. 'Het zal je kind maar wezen', de hit uit de serie ''t Schaep met de 5 Poten'. Het was één van zijn  grootste successen. Zijn dochter Hella bleek daar helemaal niet zo blij mee, e vrolijkheid kwetste haar. Ze werd gekweld door oorlogtrauma’s.


De documentaire is tijdens het festival in Amsterdam nog te zien op maandag 24 november in het Ketelhuis (21.15 uur), op dinsdag 25 november in de Balie (20.00 uur) en op woensdag 26 november in EYE (18.30 uur). Op 4 mei 2015 wordt de film door de VPRO uitgezonden om 23.00 uur.













Nieuwe kaart: hier vielen bommen in Tweede Wereldoorlog




ROTTERDAM, 6-11-2014 - Zeventig jaar na de oorlog verwijdert de Explosieven Opruimingsdienst Defensie nog geregeld bommen in heel Nederland. Van de vindplaatsen is nu een kaart gemaakt. Dat meldt adviesbureau Beobom. Het bureau geeft o.m. advies aan de gemeenten over het verwijderen van bommen en publiceert nu een overzichtskaart.


In totaal voerde de EODD  meer dan 140.000 ruimingen uit van explosieven uit voornamelijk WO2. De grote steden werden over het algemeen bij de geallieerde bombardementen ontzien. De nazi-Duitsers hadden echter 12 grote militaire vliegvelden in Nederland, die een vast doelwit voor de geallieerden vormden.


Daarnaast werden havens en scheepswerven, treinen en grote fabrieken ook als legitiem doel gezien, omdat deze vrijwel altijd ook voor de nazi's werkten, zoals Fokker in Amsterdam-Noord (16-17 juli 1943, ruim 200 doden) of Philips in Eindhoven (6 december 1942, 140 doden).


De locaties op de  kaart zijn gebaseerd op de gegevens die door de EODD-medewerkers zijn ingevoerd. De nauwkeurigheid is volgens Beobom niet altijd optimaal. Soms zijn meldingen heel globaal (bijvoorbeeld: in het bos, achter de dijk in Amerongen), soms zijn straat- of plaatsnamen niet correct geschreven.


Beobom vraagt het publiek om correcties. Die kunnen naar info@beobom.nl. Het team van Beobom is dagelijks bezig met corrigeren van bestaande en het toevoegen van nieuwe vermeldingen.





Oorlogsmusea erg populair



AMSTERDAM, 6-11-2014 - De documentaire 'In de Rij voor Anne Frank' over het Anne Frankhuis is populair. Het museum heeft nu al 1 miljoen bezoekers geteld.


Foto rechts: het Anne Frankhuis in Amsterdam.


Begin november hadden al 105.000 mensen het museum Hartenstein in Oosterbeek bezocht en dat is een absoluut record. Drie weken terug meldde het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek eveneens recordcijfers.


De documentaire wordt vertoond op o.m. de NHK, de grootste publieke omroep van Japan.Eerder werd al bekend dat de NOS-docu naar 20 landen gaat, en door de Belgische VRT, de Amerikaanse publieke omroep en Frankrijk wordt uitgezonden. Verder hebben ook interesse  Israël, Brazilië, Frankrijk, de VS, Zuid-Korea en Duitsland.


De documentaire gaat niet over het museum zelf, maar over de enorme rij die er dagelijks staat met voornamelijk buitenlanders. In 2013 waren er ruim 1,2 miljoen bezoekers en tot nu toe in 2014 al meer dan een miljoen. De rij is 4 seizoenen gevolgd. Negen mensen vertellen persoonlijke verhalen en 22 meisjes lezen in hun taal passages voor uit Annes dagboek.


Museum  Hartenstein in Oosterbeek, geheel gewijd aan de Slag om Arnhem,  meldt ook recordcijfers. Directeur Jan Hovers zegt de grote toeloop te danken aan de zeer omvangrijke 70ste herdenking van de Operation Market Garden in september van dit jaar en aan de tentoonstelling Van Huis en Haard. Dat is de eerste expositie over de evacuatie van Arnhem en omgeving na de mislukte slag.


Hovers vertrekt overigens als directeur en wordt op 1 januari directeur van het Zaans Museum in Zaandam. Het Airborne Museum gaat intensiever samenwerken met de gemeente Arnhem, hioewel het museum ligt in de gemeente Renkum. Er komt onder meer een informatiecentrum over de Slag om Arnhem bij de John Frostbrug in Arnhem, de brug die één te ver bleek. In de Eusebiustoren is ook een een expositiecentrum over de slag.







Vrijheidsmuseum WO2 kansloos na stoppen steun  Vfonds




ARNHEM/-NIJMEGEN - 5-11-2014 - Het geplande Vrijheidsmuseum WO2 lijkt van de baan, nu het Vfonds als voornaamste subsidiënt vrijdag liet weten te stoppen met het project.


Maar dinsdagochtend zei de provinciebestuurder Jan Jacob van Dijk (foto links) toch nog 3 ton aan de provincie te zullen vragen. Hij wil het project aan een klein geldinfuus leggen zodat het kan overleven tot er wellicht een nieuw mogelijkheid onstaat.


Het museumplan ontstond in 2009. Het museum had feitelijk in werking moeten zijn bij de afgelopen herdenking van Operation Market Garden, afgelopen zomer 2014. Er is veel tijd verloren gegaan met het onderhandelen over de locatie in Nijmegen, een oude fabriek die voor de helft in gebruik is bij kunstenaren.


CDA-leider Sybrand Buma, toevallig maandag in de buurt, steunt het plan nog steeds. Hij vindt dat de Tweede Wereldoorlog van groot belang is, zei hij maandagavond op campagne in Groesbeek. Daar zullen 19 november verkiezingen plaats vinden voor de nieuwe gemeente die ontstaat na fusie van Millingen, Ubbergen en Groesbeek.


De directeur van het bevrijdingsmuseum in Groesbeek, drs Wiel Lenders,  is één van de grote pleitbezorgers van het Vrijheidsmuseum WO2. een deel van zijn collectie zou daar dan heen gaan en zijn museum zou meteen in één moeite door ook de noodzakelijke opknapbeurt krijgen.


Foto rechts: een 'artist's impression" van het gewenste museum.


Enige irritatie ontstond tegen eind september toen bekend werd dat ook het Indisch herinneringscentrum Bronbeek mogelijk zou verhuizen naar het nieuwe museum.


De burgemeester van Arnhem, Kaiser, hoorde dat pas een week daarvoor en liet merken daar ernstig ontstemd over te zijn. Hij meent dat Bronbeek in Arnhem hoort te blijven.


Het Vfonds zal dus niet binnenkort 6 miljoen euro doneren. In een verklaring liet het fonds weten dat de besluitvorming te lang duurt. Dagblad de Gelderlander schrijft: "Daarmee is de realisering van dit museum feitelijk kansloos geworden." Het fonds heeft het project gesteund vanaf het begin in 2009.


De Nijmeegse wethouder Bert Veldhuis en de Gelderse gedeputeerde dr Jan Jacob van Dijk zijn teleurgesteld. Zij hopen echter dat in de toekmst het Vfonds toch weer mee zal doen. Het Vfonds heeft het plan ook altijd een warm hart toegedragen. Directeur Ton Heerts vindt het plan ook nu nog waardevol.


Politiek kreeg het plan niet steeds evenveel steun uit de regio. Al in juni 2013 lukte het de VVD in de provinciale staten een motie te laten aannemen, dat de provincie geen steun aan het project zou geven. De provinciebestuurders waren niet voldoende geïnformeerd over het project.


Bovendien groeide toen het project Liberation Route met grote stappen, en trok met grote marketingoperaties de meeste aandacht naar zich toe. Intussen is ook zonder het museum de 70ste herdenking van Operation Market Garden een enorm succes geworden, met meer bezoek dan op sommige momenten te verwerken was.


Overloon
Nu het museum niet doorgaat, blijft de vraag wat er vooral aangaande oorlogsmuseum Overloon moet gebeuren. Dit museum krijgt geleidelijk minder bezoekers en richt zich nu meer op de provincie Noord-Brabant en Limbrug, aangezien het vrijwel op de provinciegrens ligt. Dit museum is niet alleen met toen hectare het grootste in zijn soort, maar bezit ook de grootste collectie WO2-spullen voor landgebruik waaronder een Spitfire jager en een Mitchell bommenwerper, plus vele tientallen voertuigen waaronder allerlei tanks, een Duitse mini-onderzeeër, een grote Duitse radar en een bosbaan.  







Poort van kamp Dachau gestolen


DACHAU, 3-11-2014 - Onbekenden hebben gisteren de het draaihek gestolen uit het voormalige concentratiekamp Dachau. De diefstal werd zondagmorgen ontdekt. Het smeedijzeren draaihek van een bij twee meter vormt een deel van een smeedijzeren  poort bij de hoofdingang van het kamp bij München  in Zuid-Duitsland. Op het draaihek staat de beruchte spreuk 'Arbeit macht frei'.

Meer dan 200.000 mensen uit Duitsland en verder heel Europa hebben in Dachau gevangen gezeten, onder wie zo'n 2000 Nederlanders. Onder anderen de geestelijke Titus Brandsma, politicus Wiardi Beckman en de Antilliaanse verzetsheld George Maduro kwamen om in het kamp, in totaal overleden er 35.000 gevangenen. Dachau was het eerste grote concentratiekamp van nazi-Duitsland en stond model voor de andere kampen, maar he twas geen vernietigingskamp. Veel andere nazikampen gebruikten daarom eveneens de leuze, die ook boven de poort in Auschwitz is aangebracht.


Het is nog niet duidelijk wie achter de diefstal zit. Mogelijk hebben neonazi's het draaihek geroofd, maar het kan ook zijn dat de daders handelden in opdracht van een verzamelaar.'s Nachts is er geen bewaking bij het kamp, dat niet door mensen bewoond wordt.

In 2009 werd een onderdeel van de poort van vbernietigingskamp Auschwitz gestolen, eveneens met de tekst 'Arbeit macht frei'. Dat werd enkele dagen later in stukken gezaagd teruggevonden. Een Zweedse neonazi bleek opdracht te hebben gegeven voor de diefstal en werd veroordeeld tot een celstraf.








Bankbediende bleek geniale MI5-spion die Brits verradersnetwerk benutte




LONDEN, 24-10-2014 - De identiteit van een zeer succesvolle Britse MI5-agent is na 70 jaar bekend geworden. Het blijkt te gaan om Eric Roberts, een bankbediende uit Surrey (ten zuiden van Londen).

Hij deed zich in Engeland voor als een Duitse agent om - met veel succes - in  de gelederen van de Britse nazisympathisanten infiltreren. Naar verluidt heeft hij honderden van hen kunnen opsporen en laten uitschakelen.

Roberts wordt daarom aangeduid als "genie". Maar de identiteit van de man die honderden zogenaamde verraders ontdekte blijkt nu een simpele bankbediende uit de Londense voorsteden te zijn geweest. Zijn vooroorlogse werkgevers waren destijds, zo blijkt uit brieven die nu zijn vrijgegeven, stomverbaasd door zijn aanwerving door de geheime dienst.


Prof Christopher Andrew, de auteur van de officiële geschiedenis van MI5, zei tegen de Daily Telegraph dat nu kon worden bekendgemaakt dat het ging om de agent met als pseudoniem Jack King. In het echte leven wa deze Eric Robert getrouwd en vader van drie kinderen.

Gisteren vrijgegeven MI5-documenten uit het Britse Nationaal Archief te laten zien hoe Roberts een netwerk van nazisympathisanten in Groot-Brittannië leidde en zo de gevoelige informatie onderschepte. Zijn contacten leefden in de overtuiging dat ze werkten voor de Gestapo.

Spil
Roberts vormde de spil van een groep van zes Britse verraders, die geloofden dat hij een Gestapo-agent was. Via de groep kreeg hij met gebruik van zijn pseudoniem 'Jack King' de namen van honderden nazisypathisanten in het Verenigd Koninkrijk.

Hij kwam zo in contact met ene Hilda Leech, die documenten stal over de ontwikkeling van het straalvliegtuig, waar de Britten de eersten mee waren, hoewel de Duitsers het eerste vliegende model bouwden.

Al in februari van dit jaar was het bestaan van een zogenaamde "vijfde colonne" bekendgemaakt. Er is gespeculeerd dat Eric Roberts John Bingham was, een MI5-agent die mede de inspiratie vormde voor John le Carre's beroemde personage George Smiley.

Ook in Nederland werd in brede kring aangenomen dat er een Duitse vijfde colonne bestond, gevormd door o.m. NSB-ers en Duitsers die al jaren in Nederland woonden.

Die colonne bleek er na naoorlogs onderzoek van dr L. de Jong, auteur van de uitgebreide geschiedenis van Nederland in WO2, in Nederland niet te zijn. Wel spioneerden de Duitsers vóór de oorlog met veel succes in Nederland, zonder door tegenmaatregelen van de overheid gehinderd te worden.

Foto link:  prof dr A.J.P. Taylor, oorlogskenner

Eric Robert bleek volgens de nu geopenbaarde documenten vloeiend Spaans te spreken, maar zijn kennis van de Duitse taal werd omschreven als "licht". Hij bezocht Duitsland wel op vakanties in 1932 en 1934.

Al rond  mei 1940 bleek  hij "volkomen vertrouwd" te zijn geraakt de pronazi groepen in Groot-Brittannië, maar het is niet duidelijk hoe hij hem dat was gelukt.  Hij noemde "ju jitsu" als een van zijn hobbies, en blijkt lid van de Brits- Japanse judoclub te zijn geweest.

Eric Roberts ontdekte bijvoorbeeld Hans Kohout, een Oostenrijkse werknemer van een Britse fabrikant. Deze overhandigde het ontwerp van apparaten waarvan MI5  vond, dat als deze terecht kwamen bij de Duitsers, "ons radio-peilsysteem volledig nutteloos maakt".

Uit dezelfde publicatie van documenten van het Nationale Archief bleek ook dat in de jaren '50 diverse Britse historici werden bespioneerd door MI5. Onder hen oorlogskenner en schrijver prof dr A.J.P. Taylor, de Marxist prof dr Eric Hobsbawn en schrijfster en filosofe Iris Murdoch..
.








'Illegale pers vormde effectiefste verzet'



door Arthur Graaff


WANROIJ - 19-10-2014 - Het effectiefste verzet tijdens de oorlog bleek de illegale pers te zijn. Niet het fysieke verzet zoals het saboteren van tanks, telefoonlijnen of bruggen, dat weinig heeft bijgedragen aan het verloop van de oorlog


Dat zei voormalig staflid van de geheime-dienst Herman Schoenmaker zondagochtend tijdens het Radio-1-programma OVT.  Schoenmaker heeft vele jaren deel uitgemaakt van de staf van de  Nederlandse geheime overheidsorganisatie Stay Behind in de jaren 1950-70.


De Stay-Behind-organisatie moest bij een Sowjet-bezetting van Nederland vanaf 50 geheime stations bemand door elk één geheim agent  in het land contact met de uitgeweken regering houden. In deze jaren heeft Schoenmaker agenten in geheel Nederland opgeleid.


Schoenmaker beschrijft het verzet in Nederland in mei 1940 als zeer naïef, onervaren en volkomen onvoorbereid. De nazi-Duitsers en hun inlichtingendiensten waren juist goed georganiseerd en goed voorbereid. Vandaar dat de vroege verzetsmensen hun daden vrijwel allemaal met de dood moesten bekopen, tot ver in 1942.


Schoenmaker stelde ook dat de illegale pers een rol van veel grotere betekenis speelde dan het gewapend of saboterend verzet. In Nederland verscheen relatief een enorme hoeveelheid illegale en clandestiene bladen, volgens een studie  van Winkel en de Vries, 'De ondergrondse pers 1940-1945'.


In totaal ging het om wel 1.100 titels, de eerste al op 15 mei 1940, de uitgave van de Geuzen. Ook bekende nog bestaande titels als Het Parool, Trouw, Vrij Nederland danken hun ontstaan aan het verzet.


Volgens Schoenmaker bereikten de de illegale bladen dat de bevolking een hevige afkeer kreeg van de nazi's. De bevolking was aanvankelijk in het algemeen bereid en door zelfs door de regering uitdrukkelijk geïnstrueerd tot medewerking met de nazibezetters. Door de illegale bladen ging de bevolking inzien welk gevaar de nazi's vormden en dat zij zich daar tegen moest keren.


Allemaal opgerold

Hij wees erop dat vrijwel alle vroege actieve en saboterende verzetsgroepen tijdens de oorlog werden opgerold en hoe vrjwel ale leden werden geëxecuteerd - waarmee hij doelde op grote, vroege groepen als de Geuzen en de Ordedienst (OD).


Eén van de bekendste voorbeelden daarvan vormen de zg. '18 doden', die bestond uit 15 verzetsmensen van één van de eerste verzetsgroepen, de zg. Geuzen, opgericht door Bernhard IJzerdraat op 16 mei 1940. IJzerdraat werd met 14 andere leden plus 3 Februaristakers op 13 maart 1941 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.


Ook wees Schoenmaker op het zg,. 'Englandspiel' (door de nazi's aangeduid als 'Operation Nordpol"of  'Nordpolspiel'). Bij deze operatie lukte het de nazi's onder leiding van d e SD-er Giskes om vrijwel alle bijna 60 agenten die uit Engeland gedropt werden, op te vangen en een deel 'om te draaien', dus te gebruiken als dubbelagent. Van hen werden 54 omgebracht, voornamelijk in concentratiekamp Mauthausen in Opper-Oostenrijk.


Deze operatie werd opgezet door de Britse Special Operations Executive oftewel SOE met medewerking van de Nederlandse regering in Londen (leider inlichtingendienst François van 't Sant) en de Britse geheime dienst voor het buitenland MI-6.


De eerste agent die in nazi-handen viel was Aalblas, aangekomen in Nederland op 5 juli 1941 en gearresteerd op 16 juli 1942. Het 'Spiel' duurde tot april 1944, toen de nazi's inzagen dat zij weinig meer konden bereiken en een sarcastisch slottelegram naar de SOE stuurden.


Ook sprak Schoenmaker nog over Louis Einthoven (foto links) , een van de oprichters van de tijdens de oorlog populaire en collaborerende politieke beweging 'De Nederlandsche Unie'. Einthoven van 1945 tot 1961 leider was van het Bureau Nationale Veiligheid en daarmee de hoogste geheime-dienstchef van Nederland.



Vier stakingen

Dat heeft een enorm effect gehad, zoals o.m. bleek uit de vier grote stakingen die in Nederland als enige bezette land werden opgezet: de Februaristaking 1941, de Artsenstaking en April-meistakingen 1943, de Spoorwegstaking 1944. Deze stakingen dankten hun succes overigens ook voor een groot deel aan de illegale pers en de netwerken van redacties, drukkers en bezorgers. Daarom werd ook de 'Stay Behind'-organisatie zo ingericht, dat zij zich mede sterk richtte op informeren van de bevolking.


Probleem in de oorlog was aanvankelijk het totale gebrek aan contact tussen de regering in Londen en de bevolking en het Nederlandse bestuur in bezet gebied. Vandaar dat volgens Schoenmaker zijn geheime organisatie vooral gericht werd op contact onderhouden. Dit was voorzien door elke agent een zender te bezorgen.


Schoenmaker sprak niet over de  enorme geweldloze verzetsbeweging in Nederland, zoals de onderduikorganisatie LO en Van Halls illegale sociale dienst, het Nationaal Steun Fonds NSF.










Vrijheidsmuseum WO2 Nijmegen verder

onder druk



ARNHEM, 17-10-2014  -  Provinciale Staten van Gelderland gaat nog geen miljoenen euro's investeren in  het geplande Vrijheidsmuseum WO2 in Nijmegen.


Foto rechts: een deel van de grote collectie van oorlogsmuseum Overloon, dat mogelijk onder de concurrentie van een nieuw museum gaat leiden. het vliegtuig is de beroemde Spitfire. Op de achtergrond staan amfibievoertuigen.


Een meerderheid acht  het bedrijfsplan voor dat museum financieel te onduidelijk zodat er eerst meer gedaan moet worden aan de financiering. Een museumdirecteur uit Brabant heeft verder scherpe kritiek op het plan.


Een groot oorlogsmuseum bouwen in Nijmegen is volgens Jan van Laarhoven, oud-directeur van het Noordbrabants Museum een een grote vergissing. Als de concepten niet deugen, moet je er niet aan beginnen, zegt hij in de Gelderlander. Het Overloonse oorlogsmuseum moet daarentegen uitgroeien tot het belangrijkste nationale museum in zijn soort. Van Laarhoven: "Er is geen concept, geen visie en geen geld. Een museum bouwen als stimulans voor de stad is geen argument. Het gaat tegen alle gezond verstand in. De initiatiefnemers hebben geen aansprekende en haalbare visie op het concept."


Overloon is het grootste oorlogmuseum van Nederland, met een enorme collectie vliegtuigen, tanks, voertuigen en alle andere denkbare wapens en militaire spullen, tot en met een nazi-Duitse duikboot. Er zijn ook diverse ruimten voor tijdelijke tentoonstellingen.


Het bezit ook een groot terrein met een bosbaan die enkele malen per jaar gebruikt wordt. Overloon is samen met het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en museum Hartenstein in Oosterbeek de aanstichter van het plan voor het nieuwe museum. Overloon ligt alleen nogal afgelegen en heeft geen spooraansluiting.


Gedeputeerde Jan Jacob van Dijk kondigde in de provinciale vergadering eergisteren een tussenstap aan. De provincie wil het Vrijheidsmuseum een paar ton geven om de plannen verder te ontwikkelen. De provinciale subsidie van maximaal 7,25 miljoen euro wordt uitgesteld. De Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls was naar Arnhem gekomen om voor het museum te pleiten.


Zijn gemeente heeft alw el een subsidie toegezegd. Ook burgemeester Harry Keereweer uit Groesbeek kreeg het woord en wees erop dat het museum in Nijmegen er alleen kan komen als ook het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek vernieuwd wordt. Het nieuwe Nijmeegse museum wil  namelijk tweederde van de Groesbeekse collectie overnemen.


Het Groesbeekse museum moet in ieder geval worden gerenoveerd, daar is 5 miljoen euro nodig. Dat geld is er nog niet. Dat maakt de financiële problemen groter en het CDA omschreef dit in de provinciale vergadering als een bom onder het Vrijheidsmuseum.









70ste bevrijding van Breda wordt zeer uitgebreid gevierd




door Arthur Graaff

BREDA, 16-10-2014 - In oktober is het 70 jaar geleden dat Breda is bevrijd. J. Figlarek, voorzitter van de Stichting Jaarlijkse Herdenking Bevrijding Breda heeft het programma voor de herdenking  bekendgemaakt. Het hoogtepunt met de officiële plechtigheid voor de omgekomen Poolse soldaten is op 25 en 26 oktober. Er zijn in totaal 40 evenementen, waarvan er al 5 sinds eind september gestart zijn.

 

Cijfers



Officieel werd Breda op 29 oktober 1944 bevrijd door de Polen onder de Poolse generaal Maczek, voor wie een museum in de stad is opgericht.

Hij werd na zijn dood op 102-jarige leeftijd in 1992 bij zijn manschappen begraven inde begraafplaats in Breda- Ginneken.

In totaal kwamen er 241 Poolse militairen om bij de strijd.

Breda verloor volgens organisator Frans Ruczynski van het Generaal-Maczek-museum verder ongeveer 650 bewoners, onder wie 118  van de 150 Joden  op een bevolking van destijds 50.000 mensen. 

Volgens Yad Vashem ontvingen tot nu toe 26 Bredanaren een onderscheiding voor het redden van Joden.


Tijdens de oorlog overleden 23 verzetsmensen en/of militairen in Breda, aldus de Erelijst.nl.

In totaal 89  Bredanaren verloren hun leven als militair of verzetsman buiten Breda, onder hen 14 officieren.


Naar schatting zijn er nog 10 in leven, van wie er mogelijk 4 nog in staat of bereid zijn in het openbaar te verschijnen.




Opmerkelijk is dat de gemeente op haar site wel een pagina wijdt aan de geschiedenis van de stad, maar daar niet de geschiedenis beschrijft van de stad tijdens WO2.


Er verschijnt ook op de 26ste een nieuwe editie van boek over de bevrijding van de stad, getiteld 'Breda Bevrijd' geschreven door Jos van Alphen en bijgewerkt. Dit is een uitgave van het Maczek-museum. 


De heer Frans Ruczynski van het museum verklaart het grote aantal evenementen door de algemene verwachting dat dit de laatste maal zal zijn dat er Poolse veteranen aan de festiviteiten kunnen deelnemen.


Op 12 oktober j.l. werd er al een nieuwe bevriijdingsplaquette onthuld aan de Duivelsbrug. Hier was een geallieerd bombardement dat 27 Bredanaren het leven kostte. Op 5 oktober werd een expositie geopend getiteld '70 jaar bevrijd - vreugde en verdriet', in het museum Paulus Verdaesdonck te Ulvenhout.


Op 14 september was er ook al een autorallye en op 1 oktober kwam het lespakket voor het basisonderwijs uit.


Vorige maand werd het programma gelanceerdtijdens een bijeenkomst in het stadhuis rond het oorlogsdagboek van mevrouw Mies Uijtenhaak-de Leeuw, oud-inwoonster van Breda. De familie van de dagboekschrijfster overhandigde het dagboek aan dit jaar aftredend burgemeester P.A.C.M. van der Velden.


De heer Figlarek legt de verbinding tussen het programma in oktober en de periode die in het dagboek wordt beschreven.


In het dagboek geeft Mies Uijtenhaak-de Leeuw haar persoonlijke beleving van de bevrijding van oktober tot en met december 1944. Daarin spelen Poolse soldaten een hoofdrol.


Foto rechts: Poolse bevrijders in een berncarrier, oktober 1944, Breda.


De Stichting Jaarlijkse Herdenking Bevrijding Breda en de Gemeente Breda organiseren samen in oktober staan tal van initiatieven en activiteiten in het teken van herdenken en vieren.


Zo zijn er lespakketten onder de basisscholen verspreid, vinden sociaal-culturele activiteiten plaats zoals muziek, zang, films, documentaires, exposities en lezingen.


Verder staat de Singelloop in het teken de bevrijding en worden diverse fiets- en wandeltochten georganiseerd. Het complete programma is te vinden op
www.herdenkingbevrijdingbreda.nl


Bevrijding van Breda
Op 29 oktober 1944 bevrijdde de Eerste Pantserdivisie van het Poolse leger onder leiding van generaal Maczek Breda.


16.000 Poolse soldaten waren na de val van Polen in 1939 naar Frankrijk en aansluitend naar  Engeland gevlucht.


Na Breda bevrijdde de divisie nog vele andere plaatsen in Nederland.


Breda zal op verschillende manieren aansluiten bij de Liberation Route, een uitgebreide en internationale herdenkingsroute.


Verder volgt het Bredase About Freedom Film & Festival de Liberation Route (zie ook ons bericht van gisteren over About Freedom) op een bijzondere manier.


Voor het  programma in oktober heeft het Nationale Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg (het V-fonds) een bedrag toegekend van € 50.000,-. De Gemeente Breda stelde eenzelfde bedrag beschikbaar.


Zie ook:

Vereniging-1epoolsepantserdivisie-nederland.nl










Foto boven: Sowjets in door hen bevrijd Belgrado, oktober 1944.


Poetin neemt deel aan 70ste herdenking bevrijding van Servië


door Arthur Graaff
BELGRADO, 16-10-2014 - De Russische president Vladimir Poetin bezoekt vandaag de Servische herdenking van de bevrijding in Belgrado. Hij krijgt daar een feestelijke ontvangst en woont de eerste feestelijke militaire parade in 30 jaar bij. Ook Russische militaire vliegtuigen nemen aan de herdenking deel.


Poetin bezoekt het land voor de tweede keer in 3 jaar. Het Sowjetleger bevrijdde in 1944 Belgrado samen met de partizanen van Josip Broz Tito, de oprichter van het communistische Joegoslavië. het land heeft uiterst zwaar onder de oorlog geleden, net als de voormalige Sowjet-Unie.


Foto rechts: gen. Franz Boehme van de Wehrmacht, die de bevelen gaf voor enkele van de grootste moordpartijen in Joegoslavië, van Kragujevac en Karljevo, van 19-21 juli 1941, totaal 4.000 tot 6.500 dode burgers.


Servië heeft zich kandidaat gesteld als lid van de EU, maar wil ook de traditionele banden met Rusland behouden, stellen commentatoren. De EU, de NAVO en Rusland staan lijnrecht tegenover elkaar vanwege de Oekraïne-crisis.Er staan volgens sommige media ook actuele kwesties op de agenda. Servië doet niet mee met de EU-sancties tegen Rusland.


Het land probeert neutraal te blijven in het conflict om Oekraïne, hoewel het zegt de territoriale eenheid van dat land te respecteren.


De westerse partners van Servië hadden zich al geërgerd aan de laksheid van de regering in Belgrado ten opzichte van het Brusselse sanctiebeleid tegen het Kremlin.


Foto links: de kaart van het vm. koninkrijk Joegoslavië in 1939. Rood omlijnd is Servië.


Servië benadrukt zijn traditionele vriendschap met de Russen. Deze Slavische volken hebben sterke culturele banden, zoals het cyrillische schrift en de orthodoxe godsdienst en waren al in de Eerste Wereldoorlog bondgenoten.


Ook hoopt Belgrado volgens sommige commentatoren op meer kansen voor zijn landbouwproducten nu Rusland de import van voedsel uit de EU beperkt. 


Alle grote Servische politieke partijen steunen volgens de NOS voorlopig nog de EU-kandidatuur, maar volgens opiniepeilingen kalft de steun onder de bevolking af.


De sympathie voor Rusland schijnt alleen maar te groeien. datzelfde gebeurt in Hongarije met een op Poetins bewind lijkende rechtse regering. In zowel Servië als Hongarije.Servië, als grootste gebied van het voormalig koninkrijk Joegoslavië, heeft zeer zwaar geleden tijdens de oorlog.

In totaal zijn er volgens betrouwbare bronnen zoals Yad Vashem in heel Joegoslavië tussen 300.000  en 450.000 militaire doden gevallen, en tussen 500.000 en 1,4 miljoen burgerdoden - een totaal tussen 800.000 tot 1,7 miljoen. Nederland had ongeveer 300.000 doden.



Foto boven: executies in Kragujevac door de Wehrmacht, 19-20 oktober 1941.



Massamoorden in Joegoslavié op Serven en moslims


Er geschiedden o.m. de volgende massamoorden:


  • - Kulen vakuf, ruim 1.600 moslim mannen, vrouwen en kinderen, 5-8-09-1941, door opartizanen en niet-moslim boeren

  • - Srebrenica, ong. 1.000 moslim mannen, vrouwen en kinderen, januari 1942, door Tjsetniks,

  • - Gudovac en Brezovica, 234 mannen, vrouwen en kinderen, door Ustasja, 28-04-1941

  • -  in Blagaj, 520 mannen, vrouwen en kinderen, Ustasja, 1941

  • -  in Koprivnica bij Livno, 300 mannen, vrouwen en kinderen, Ustasja, 1941

  • -  in Livno, 1240 mannen, vrouwen en kinderen, Utsasja, 1941

  • - in het bos van Risova Grada, 800 mannen, vrouwen en kinderen, Ustasja, 1941

  • - in Gliina, 1,200-2,000 mannen, vrouwen en kinderen, Ustasja's, 10-07-1941, opgesloten in RK-kerk ter bekering en kerk in brand gestoken

  • - Topola, 2.000 communisten en Joden, 9-10-1941, represaille van Wehrmacht na aanslag op 22 Wehrmacht-mannen van 421 Korps Nachrichten Abteilung

  • - op Servische kinderen in de Kozara bergen in N-Bosnië: 11.200 kinderem 1941-42, Ustasja's

  • - Kragujevac, 2.000-5.000 burgers, vooral Serven, Joden, communisten en Roma, van 19-21-10-1941, Wehrmacht, olv gen Franz Boehme

  • - Kraljevo, 1.736  mannen en vrouwen , Serven, communisten en Joden, 19-21-10-1941, door 717 Inf. Div. en 749 en 737 Inf. Regimenten van de Wehrmacht op bevel van gen,. Franz Boehme

  • - Velik, 428 mannen, vrouwen en kinderen, 28-07-1944, 7de SS-Div Prinz Eugen, 21ste SS-Div. Skanderbeg


Volgens het overzicht op Nieuws-wo2 verloor Joegoslavië-Servië daarmee 7 tot 11% van zijn bevolking, wat in Nederland 3,5% was.


Daarmee komt Servië wereldwijd op de derde plaats van de zwaarst getroffen landen in de Tweede Wereldoorlog na de Sowjet-Unie met rond 25 miljoen doden en Polen met bijna 6 miljoen oorlogsdoden. In de Servische literatuur wordt vaak gesproken over de 'Servische genocide'.


Het land werd door diverse nazimogendheden en bondgenoten bezet van 1941 tot 1944. Niet alleen nazi-Duitsland bezette het land, ook Hongarije, Kroatië, Italië, en Bulgarije, die allemaal delen van Servië annexeerden.


In het nazi-bezette deel leefden voor de oorlog 12.000 Joden, van wie er 11.000 werden omgebracht.


De bezetting werd uitgevoerd door voornamelijk de Wehrmacht, die zich overgaf aan ettelijke oorlogsmisdaden, waaronder massamoorden op burgers.


Daarnaast heerste er een harde strijd tussen de royalistische Chetniks en de communisten onder Tito. In het deel dat door Kroatië werd bezet en geannexeerd hielden voor de Ustasja's huis in een gerichte campagne van grote etnische zuivering onder ethnische Servische inwoners van het gebied.

Volgens een uitgebreide lijst 'List of massacres in Yugoslavia'  maakten de Kroatische nazi-collaborateurs Ustasja 7.500 slachoffers, de Tsjetniks 5.000, de Wehrmacht 4.300.















Foto lnks:The Ustasha murderers proudly pose with the cut off head of [Serb] Jovan Blaženović from Drakulić, a worker at the tobacco factory in Banja Luka [Serbian majority town in Bosnia]. The photograph was taken by Stipe Kraljević. The Ustashas in the front row are [Croat] Ante Pezić, [Bosnian Muslim] Meho Cerić, [Croat] Franjo Likavac and [Croat] Marko Kolaković.


Klik op de foto vopor documentatie over personen, plaats, tijd, en omstyandigheden.



"Author (Mr Lukajić's) note, page 302: The Ustasha chopped off the head of Jovan Blaženović from Drakulić, a worker at the tobacco factory in Banja Luka. The Ustashas slaughtered him, his wife and their six children. The photograph with Jovan Blaženović's chopped off head and grinning Ustashas is kept in "Krajina Archive" in Banja Luka"


Uit:


A book by Lazar Lukajić:


"Friars and Ustashas Are Slaughtering"


Original title: "Fratri i ustaše kolju"

Published in Belgrade, 2005
by Fund for Genocide Research, Belgrade

Translated by Petar Makara with permission from the author.

Copy edited by Wanda Schindley, PhD.







Zie ook

Yugoslavia during WWII

Wikipedia World War II persecution of Serbs










Bevrijdingskaravaan 'About Freedom' gaat 26 oktober van start




door Arthur Graaff -

BREDA, 16-10-2014 - De bevrijdingskaravaan About Freedom begint zondag 26 oktober in Breda aan een chronologische tocht door Nederland. De start valt samen met de herdenking van de bevrijding van Breda.


Foto rechts: de homepage van de website van Aboutfreedom.nl.


Het festival richt zich op 70 jaar bevrijding van Nederland en op het begrip vrijheid. Het maakt een maandenlange reis langs de historische route van de bevrijders en doet in totaal 12  plaatsen aan.


Het doorgeven van verhalen is de verbindende factor tussen generaties en verschillende culturen. Om die reden wil de organisatie van het festival via de dialoog bezoekers prikkelen om hun verhaal over vrijheid te vertellen.


Ook nodigt About Fereedom het publiek uit beeltenissen, films, gedichten en/of andere voorwerpen die symbool staan voor vrijheid mee te nemen naar de festivallocaties. Deze worden tentoongesteld en reizen mee naar de steden die de bevrijdingskaravaan aandoet.


Budget

Het budget is op het moment bijna € 300.000, zo meldt initiatiefneemster Lidwien Hupkens. dat geld komt van het Vfonds en het Nat. Comité 4 en 5 mei. De bedoeling is nog meer fondsen te werven, tot in ottaal € 400.000. In elke stad worden verder vrijwilligers geworven. De toegang voor het publiek is gratis. Volgens Lidwine Hupkens concurreren deze festivals niet met de grote bevrijdingsfestivals in de provinciehoofdsteden van het comité op 5 mei.


Internationale films

Het hart van het festival wordt gevormd door de zogeheten ‘Kitchentable Series’; een serie van 13 korte films uit 10 landen waarin mensen van verschillende generaties aan de keukentafel praten over de ware betekenis van vrijheid en verzet. Het zijn veelal persoonlijke en aangrijpende verhalen, uit onder andere Duitsland, Egypte, Zuid-Afrika, Chili en Marokko.


Tegelijkertijd worden aan die mobiele keukentafel door food designer Ralph Geerts gerechten klaargemaakt die smaken naar vrijheid. Aansluitend wordt er onder leiding van een gespreksleider verder gepraat over de inhoud van de films. Voor de jongere bezoekers is er een vrijheidsgame en is er livemuziek.


Aftrap in Breda

About Freedom kent zijn oorsprong in Breda. Met steun van het Nationaal Comité 4 en 5 mei draaide het festival vorig jaar een succesvolle pilot in het Chassé Theater. Maar nu wordt het een karavaan die door Nederland trekt. ,,Na de aftrap in Breda gaan we onder meer naar Vlissingen, Blerick, Venlo, Den Haag, Rotterdam, Groningen en Terschelling”, vertelt Lidwien Hupkens, één van de initiatiefneemsters.


Oproep: Lokale verhalen
About Freedom is op zoek naar lokale verhalen en symbolen. De organisatie nodigt het publiek van harte uit om beeltenissen, gedichten en/of andere voorwerpen die symbool staan voor vrijheid mee te nemen naar het festival, waar deze worden tentoongesteld en meereizen naar de opeenvolgende steden. Ook kunnen mensen hun eigen short films over vrijheid (maximaal 3 minuten) insturen. Een selectie zal worden vertoond tijdens het festival. Voor meer informatie en aanleverspecificaties: www.aboutfreedom.nl.

Over About Freedom
About Freedom is een festival dat perspectieven over vrijheid van over de hele wereld uitwisselt om zo een actuele bijdrage te leveren aan de verdieping van het begrip vrijheid en de verankering hiervan in Nederland. About Freedom wordt mede mogelijk gemaakt door het Nationaal Comité, het Vfonds en diverse lokale organisaties. Het bestuur wordt gevormd door Miriam Gilissen, Michiel Scheffer en Anke Vervoord.


Oproep participanten
Gemeenten en het bedrijfsleven die de initiatieven van About Freedom een warm hart toedragen zijn van harte uitgenodigd te participeren in het project. Voor het vrijblijvend bespreken van de diverse mogelijkheden kunnen geïnteresseerden hiervoor contact opnemen met Lidwien Hupkens via Lidwien@aboutfreedom.nl.






Ontbrekende 700 privé-documenten van Himmler opgedoken


HAMBURG, 13-10-2014 - Bijna 69 jaar na de zelfmoord van Heinrich Himmler zijn in Israël honderden brieven en foto's uit zijn privé-collectie opgedoken, zo bericht het dagblad Die Welt uit Hamburg in een exclusief artikel.


Ze bieden meer informatie over ontbrekende details van het leven van een van de ergste nazi-misdadigers.

Himmler was de leider van de SS en uitvoerder van de nazi-kampterreur en genocide. de documenten zijn in 2011 gevonden en nu publiceert het dagblad Die Welt er als eerste uit.


De publicaties worden verzorgd door Sven Felix Kellerhoff, Welt-journalist gespecialiseerd in geschiedenis. Die Welt start met een serie over de documenten o.m. op de website Welt.de.


Heinrich Himmler was een van de vier belangrijkste nazi-leiders naast Goering en Goebbels en natuurlijk Adolf Hitler. Hij was verantwoordelijk zijn voor de concentratiekampen en de moord op miljoenen mensen. Nu zijn van Himmler vele honderden documenten opgedoken die  tientallen jaren weg waren: particuliere brieven, notities en foto's uit de privé-collectie van de man die de beslissende rol gespeeld bij de massale uitroeiing van Joden.


De  documenten bevonden zich gedurende een zeer lange periodein het huis van een Israëlische Jood en kwam uiteindelijk in het bezit van een privéarchief in Tel Aviv. De collectie bevat in aanvulling op de brieven die Himmler in 1927 tot vijf weken voor zijn zelfmoord in 1945 schreef aan zijn vrouw Marga, vele voorheen onbekende foto's, en het landgoed van pleegzoon en andere documenten, zoals kookboeken Himmler.


De documenten zijn volgens een rapport van het Duitse Federale Archief aantoonbaar echt. Ondertussen heeft president Michael Hollmann van het archief dit bevestigd aan Die Welt.


 
Documentaire

Er is ook net een nieuwe documentaire over Himmler in roulatie gegaan, getiteld ' "The decent One' door de Israëlische filmmaakster Vanessa Lapa.

Zij is de dochter vand e man die Himmlers collectie persoonlijke docuyemnten kocht en decennia bewaarde.

Deze toont dat Himmler zichzelf als uiterst rechtschapen bleef beschouwen ondanks de enorme massamoord op (vermeende) tegenstanders en ondanks een minnares en twee buitenechtelijke kinderen.

Himmler werd beheerst door het idee dat iedereen een fatsoenlijk mens diende te zijn.

De film werd gepresenteerd op het Berlijnse Internationale Fimfestival en kreeg gunstige kritieken.



Ook de oorsprong van het materiaal kan worden getraceerd. De geest van de tijd met "Ihr Heini" of "dein Vati" ondertekende brieven is consistent met andere documenten van Himmler.


Zijn brieven vormen ook precies een aanvulling op zijn vrouws brieven, die in het Federale Archief al vele jaren worden bewaard .


De Berlijnse historicus en nazi-expert Michael Wildt beschrijft de vondst als "een grote voorraad van persoonlijke documenten, als geen andere leden van de nazi-leiders."


Van Adolf Hitler en zijn officiële plaatsvervanger Hermann Göring zijn vrijwel alle persoonlijke documenten te verkrijgen. Propagandaminister Joseph Goebbels liet een enorme hoeveelheid handgeschreven dagboeken en dagelijkse dictaten na.


Maar deze zijn bijna altijd niet privégegevens, maar gaan over politiek en vormden de grondstoffen voor toekomstige propaganda en waren ook bedoeld voor het nageslacht.


De honderden pagina's van particuliere correspondentie tussen Heinrich Himmler en Marga lijken op het eerste gezicht triviaal . Vooral in de eerste jare
n van hun relatie, toen Himmler nog niet hoog in de nazi-hiërarchie was , schreven de twee elkaar veel schijnbaar gewone liefdesbrieven.


Maar altijd klinkt zelfs in deze vroege brieven uit de jaren 1927-1928 door Himmlers  ongebreidelde antisemitisme door. De documenten zullen volgens Die Welt die niet het algemene beeld van de nazi-terreur veranderen, maar geven nieuwe dagelijkse facetten bij het imago van de SS-leider, zijn dagelijks leven en zijn omgeving.


Himmler, die werd geboren in oktober 1900 als de middelste zoon van een Beierse schoolleraar, kon tegen zijn wil in de Eerste Wereldoorlog niet meevechten en compenseerde deze "gemiste kans" met nog meer radicale toewijding aan nationalistische kringen in Beieren. Als lid No 42404, trad hij toe tot de NSDAP.


Tijdens de Hitler Putsch in november 1923 was Himmler - als een overgeleverd foto toont - bij een wegversperring in de voorkant van het Beierse Ministerie van Oorlog in München bewaker.


Na het mislukken van de poging tot staatsgreep, begon afgestudeerde agroloog te ageren als rechtse sprekers. Na overname van de NSDAP en hun onderafdelingen begin van 1925 werd hij lid van de SA, maar verhuisde hij al snel tot zelfs kleine SS - als het 168e lid.









Post-holocaust-schrijver Modiano krijgt Nobelprijs


STOCKHOLM, 9-10-2014 - De Nobelprijs voor Literatuur 2014 gaat dit jaar naar de Fransman Patrick Modiano. Dat heeft de Zweedse Academie vandaag bekendgemaakt.

De schrijver van Joods-Italiaans-Vlaamse afkomst krijgt de onderscheiding voor ,,de kunst van de herinnering waarmee hij de meest ongrijpbare menselijke lotsbeschikkingen en de leefwereld onder de bezetting'' heeft beschreven.

Modiano werd in 1945 geboren, maar zijn boeken gaan veelal over de holocaust en de Tweede Wereldoorlog. Zijn eerste boek heette 'La place de l'Étoile'- dat zowel verwijst naar het grote Parijse plein als vertaald kan worden als 'de plaats van de ster' - in dit geval waar de Jodenster op de kledng moest zitten tijdens de oorlog. De Nederlandse titel is 'De plaats van de ster'.



Op Dizzie.nl staat de volgende recensie:

"De plaats van de ster, de roman waarmee Patrick Modiano in 1968 debuteerde en waarvoor hij onmiddelllijk twee literaire prijzen ontving, kent als hoofdpersoon Raphael Schlemilovitch, die wordt geteisterd en gefascineerd door zijn jood-zijn en door het lot van het joodse volk. De titel wordt verklaard door de anekdote die aan de roman voorafgaat: in juni 1942 komt een Duitse officier op een jongeman af en vraagt hem: 'Pardon meneer, waar bevindt zich de place de l'Etoile?'

De jongeman wijst links op zijn borst. Een criticus noemde het boek een Europees antwoord op Portnoy's klacht van Philip Roth, maar bitterder en grimmiger. Het is ook stellig een apotheose van nietsonziende zwarte humor, maar waar de lezer het lachen vergaat begint het boek pas. Schlemilovitch wordt achtervolgd door schimmen uit het Derde Rijk.

Hij is beurtelings jager en achtervolgde en zijn leven is een paradox; hij wordt collaborateur, verklikker, en treedt in dienst van de Gestapo. Hij is zelfs nog even de minnaar van Eva Braun en wordt aan het eind van het boek door dr Sigmund Freud wegens dwangvoorstellingen behandeld om van zijn Judeïsche neurose te genezen: 'De jood bestaat niet... U bent geen jood, u bent een mens tussen de anderen, dat is alles.'






Directeur Nine Nooter plots gestopt bij Nationaal Comité 4 en 5 mei


AMSTERDAM, 9-10-2014 - Naar nu pas bekend is geworden, heeft directeur Nine Nooter (57) van het Nationaal Comité 4 en 5 mei zonder opgave van redenen ontslag genomen of gekregen bij haar stichting, een overheidsinstelling. Zij heeft haar werkzaamheden al op 1 september beëindigd, zo meldt het comité. Mevrouw Nooter (foto links, foto Nat. Com. 4-5 mei) was niet voor sommentaar te bereiken.

In 2012 ontvbing mevrouw Nooter de onderscheiding ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Ook in dat jaar kreeg zij sterke kritiek omdat het comité een gedicht over een SS-er wilde later voorlezen tijdens de Dodenherdenking. Dit leverde een onmiddellijke storm van protest op, en het gedicht werd teruggetrokken.

Op 5 mei 2012 werd de bevrijdingsrede in Breda uitgesproken door de president van Duitsland en ook dat leidde tot forse kritiek en de actie 'Gauck niet, Faber wel'.. Op dat moment leefden nog enkele Nederlandse SS-ers vrij en onvervolgd in Duitsland. O.m.Klaas Carel Faber was in Nederland tot levenslang veroordeeld, maar werd op dat moment nog door Duitsland beschermd. Faber ontsnapte uit Breda.


Op de site van het comité staat:
"Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft met respect kennis genomen van het besluit van zijn directeur, mevrouw drs. M.E.N. (Nine) Nooter, om haar loopbaan buiten het comité te vervolgen."

"Nine Nooter is vijfentwintig jaar aan het comité verbonden, waarvan achttien jaar als directeur. Zij heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het comité en aan de gedachtewisseling over herinneren, herdenken en vieren in de samenleving. De waardering van het Nationaal Comité 4 en 5 mei voor deze bijdrage is groot. Met ingang van 1 januari 2015 start zij haar werkzaamheden voor de Rijksoverheid. Zij heeft haar werkzaamheden als directeur per 1 september 2014 beëindigd."

"Het directeurschap van het Nationaal Comité 4 en 5 mei wordt waargenomen door de heer J. (Jan) van Kooten. Jan van Kooten is gedurende acht jaar werkzaam bij het comité en heeft samen met Nine Nooter in die periode leiding aan het bureau van het Nationaal Comité 4 en 5 mei gegeven."




Veel foto's voor nieuwe Groningse


oorlogsboek



GRONINGEN, 9-10-2014 - Het bijeenbrengen van foto's voor het boek "Groningen 40-45" verloopt met een groot succes. Honderden mensen hebben bij het Oorlogs- en Verzetscentrum foto's en zelfs albums uit de Tweede Wereldoorlog ingeleverd. Dat heeft coördinator Bettie Jongejan bekendgemaakt.

Het centrum stelt een boek samen met foto's die tot nu toe onbekend waren. Het boek moet volgend jaar klaar zijn: 70 jaar na het einde van de oorlog. Het zal ongeveer 100 foto's bevatten op ongeveer 100 pagina's. Afgelopen zaterdag konden er tijdens de 'Dag van de Groninger Geschiedenis' de laatste foto's ingeleverd worden. dat is dan ook gebeurd, ze vertelt Bettie Jongejan van het centrum.

Onder de bijzonderste foto's is die van het lijk van vermoorde verzetsvrouw Esmée van Eeghen, opgehaald uit het Harinxmakanaal. Zij is waarschijnlijk de bekendste en ook omstreden persoon uit de Groningse oorlogsgeschiedenis. VolgensArnold Karskens was de SS-oorlogsmisdadiger Klaas Carel Faber één van de daders van die moord.

Ook is er een foto van de Silbertanne-aanslag op Leo Bohemen, een Joodse-Nederlandse vertegenwoordiger die in het verzet zat.  Dergelijke foto's zijn volgens Bettie Jongejan zeer zeldzaam. De Silbertanne-aanslagen waren een serie geheime moordaanslagen door de SS van september 1943 tot september 1944 op bekende en goede Nederlanders, als represaille op het stijgend aantal aanslagen op collaborateurs door het verzet.

De SS-moorden werden gepleegd door onopvallend in burgerkledij werkende Nederlandse SS-ers, onder wie behalve Faber en ook de een jaar terug overleden Heirnich Boere, die bij Aken zelvenslang uizet toen hij stierf.

Leo Bohemen werd vermoord na de verzetsliquidatie op de fanatieke Jodenjager en SD-officier Anne Jannes Elsinga op 31 december 1943. Ook is er een foto van Turkmeense nazisoldaten, die gedwongen waren om mee te vechten maar deserteerden en onderdoken op een zolder bij mensen thuis.






EO wijkt voor WOII-verhaal uit naar


Rotterdam


HILVERSUM - 9-10-2014 - De EO maakt geen tv-programma over een fakkeltocht in Amsterdam direct na de dodenherdenking op 4 mei. dat heeft de omroep laten weten.

Na veel kritiek op zijn plannen heeft de omroep deze aangepast. Nu wil de EO op 4 mei een liveprogramma in Rotterdam maken, zonder muziekoptredens en met een minder bekend verhaal dan dat van Anne Frank.

Aanvankelijk wilde de EO op 4 mei in Amsterdam een tocht ter herdenking van Anne Frank houden. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei, de overheidsinstelling die de dodenherdenking organiseert, wilde dat niet  omdat volgens het comité bij het herdenken van de oorlogsslachtoffers respect en ingetogenheid passen. Daarop besloot de omroep het over een andere boeg te gooien.

Het comité organiseert overigens allerlei evenementen op 4 en 5 mei, daaronder een lezing in de Nieuwe Kerk op de Dam op 4 mei, een dodenherdenking waarin ook gevallenen van buiten de Tweede Wereldoorlog worden herdacht, een gedichtenwedstrijd, en o.m. 13 provinciale bevrijdingsfestivals waarvoor artiesten met helikopters worden rondgevlogen, een vrijheidstrein, en een 'Bevrijdingsconcert' op de Amstel.

De EO is van plan het nieuwe programma uit te zenden op NPO1, aansluitend op de nationale dodenherdenking op de Dam. „We willen het herdenkingsmoment vasthouden, respecteren en de oorlogsverhalen met impact vertellen. Dat doen we door een persoonlijk en betekenisvol Rotterdams verhaal na te vertellen. Hoe het eruit komt te zien is nog volop in ontwikkeling”, zo zei EO-manager Peter Beker woensdag tegen de Telegraaf.


De EO  beklemtoont dat er geen sprake van spektakel zal zijn op de avond van Dodenherdenking, maar een ingetogen vertelling op diverse plekken in de stad.

Met het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft de omroep een positief pverleg hierover gevoerd. Het idee voor het Rotterdamse herdenkingsprogramma wordt  nog ter beoordeling voorgelegd aan de NPO.





Schrijver en nazi-deserteur

Siegfried Lenz overleden 



HAMBURG, 8-10-2014 - De grote Duitse schrijver, journalist en nazi-deserteur Siegfried Lenz is op 88-jarige leeftijd in Hamburg overleden. Hij was een van de belangrijkste en succesvolste naoorlogse Duitse auteurs, en schreef aanvankelijk vooral over de oorlog.


Lenz was eerst lid van de Hitlerjugend, en kwam in de oorlog in de Kriegsmarine, waaruit hij deserteerde. Hij bracht daarna zijn krijgsgevangenschap door in Engeland. De oorlog speelde aanvankelijk een hoofdrol in zijn werk 


Met zijn dood is nu alleen de schrijver Günther Grass als ex-SS-lid nog over van de drie grote oorlogsauteurs in de Duitse taal die door de oorlog gevormd werden. Heinrich Böll stierf al in 1985. Samen met Grass ondersteunde Lenz actief de SPD en Willy Brandts Ostpolitik.


Het bekendst van Lenz werden zijn boeken als Heimatmuseumen Deutschstunde (ook verfilmd), dat in het Nederlands verscheen als Duitse Les. Lenz werkte als journalist voor het naoorlogse Hamburgse dagblad DieWelt en debuteerde in 1951 als schrijver met het boek Es Waren Habichte in der Luft. Daarna ging hij aan de slag als freelancer.


Deutschstunde - Duitse Les


Ongewijzigde herdruk van de vertaling uit 1970 onder de titel 'Duits!' van het inmiddels klassieke werk uit 1968 van Siegfried Lenz (1926), een van de belangrijkste naoorlogse Duitse schrijvers.


We lezen de herinneringen van de in 1954 in een heropvoedingsgesticht bij Hamburg zittende 21-jarige Siggi Jepsen in de vorm van een strafopstel.


Als tienjarige wordt hij meegesleept in het bittere conflict tussen zijn vader Jens Ole, een overijverige rijkspolitieman, en diens jeugdvriend, de beroemde expressionistische schilder Max Ludwig Nansen (Emil Nolde) op wiens beroepsverbod door de nazi's hij vanaf 1943 moet toezien (en dat zelfs na beeindiging van de oorlog blijft doen).


Het gezin van de schilder is echter een tweede thuis voor de drie kinderen Jepsen en als Siggi van zijn vader moet meespioneren, kiest deze al gauw de kant van Nansen.


Natuur en hoofdpersonages van het Noord-Duitse vissersdorp worden in deze veelgelaagde ontwikkelingsroman breeduit en virtuoos beschreven met thema's als vriendschap, het belang van kunst en het conflict tussen plicht en geweten, waarin het onnadenkende plichtsbewustzijn als schijndeugd met fatale gevolgen ontmaskerd wordt. Normale druk.

J. Hodenius op Bol.co


Duitse les beschrijft een familie in een kleine Noord-Duitse gemeenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoofdpersoon is een politieman in nazi-Duitsland en een bevriende kunstenaar die moet leven met het schildersverbod dat hem is opgelegd.


Lenz, die voor zijn werk veel prijzen kreeg, wordt door zijn uitgever Hoffman und Campe omschreven als een humanist en moralist, maar dan een zonder betweterigheid. Lenz' werk is in zo'n 30 talen verschenen. Er zijn wereldwijd meer dan 20 miljoen exemplaren van zijn boeken verkocht.


Lenz ontving vele prijzen voor zijn literaire werk. Zo kreeg hij in 1988 de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel.


Na de verschijning van Een dure grap. Verhalen uit Bollerup schreef Michel Krielaars, chef van NRC Boeken, vorig jaar nog het volgende over Lenz:

“In de eregalerij van de naoorlogse Duitse literatuur kun je Siegfried Lenz (1926) makkelijk naast Heinrich Böll en Günter Grass plaatsen. Alle drie vochten ze als jonge mannen in het Duitse leger – Böll bij de Wehrmacht, Grass bij de Waffen-SS, Lenz bij de Kriegsmarine – en alle drie hebben ze hun oorlogservaringen in literatuur gegoten. Leverde dat bij Grass de burleske roman Die Blechtrommel (1959) op, bij Lenz leidde het tot Deutschstunde (1968), een magnifieke roman over verraad en plichtsbesef in het eenzame kustlandschap van Noord-Duitsland. Sombere luchten, dreigende meeuwen, een onstuimige zee, verlaten velden, stugge boeren en vissers – kortom, een gesloten wereld waarin de naziterreur tot een microgebeurtenis verschrompelt. In Deutschstunde (in het Nederlands vertaald als Duitse les) gebeurt weinig, maar dat weinige maakt zo’n diepe indruk op je dat je niet op kunt houden met lezen.”

Van Lenz verschijnt deze maand nog het boek Onder water bij uitgeverij Van Gennep.


Een necrologie over  Lenz staat op de site Die Welt





Antifascisten:
Plan 4-5 mei-comité mist belangrijke zaken
 
AMSTERDAM, 7-10-2014 – Het jongste plan voor de herdenkingen van het Nationaal Comité 4 en 5 mei mist enkele belangrijke punten. Het comité noemt in 22 pagina’s nergens het fascisme als bron van de ellende van de Tweede Wereldoorlog. Ook noemt het comité nergens vreemdelingenhaat, racisme, en discriminatie.
 
Dat zegt woordvoerder Arthur Graaff van de AFVN/Bond van Antifascisten. Het plan werd gisteren uitgegeven door het comité, dat een overheidsinstelling is. Het comité wil de komende vijf jaar volgens het plan wel de nadruk leggen op de Tweede Wereldoorlog, en van 5 mei een vaste vrije dag maken. 
 
 
Churchill: 'A monstrous tyranny, never surpassed in the dark, lamentable catalogue of human crime.'

Churchill  karakteriseerde  op 13 mei 1940 in zijn eerste toespraak als premier in het Britse Lagerhuis de Tweede Wereldoorlog als het allerdiepste kwaad: “We have before us an ordeal of the most grievous kind. We have before us many, many long months of struggle and of suffering. You ask, what is our policy? I can say: It is to wage war, by sea, land and air, with all our might and with all the strength that God can give us; to wage war against a monstrous tyranny, never surpassed in the dark, lamentable catalogue of human crime.”
Graaff: “Het is goed dat het comité veel aandacht schenkt aan WO2 – maar het comité schrijft er niet bij dat dit de grootste ramp was die Nederland ooit is overkomen, met ongeveer 300.000 doden. En het noemt niet hedendaagse vreemdelingenhaat, of racisme en discriminatie, die sterk verwant zijn aan fascisme.

Ook vergeet het comité ten onrechte de opkomst van neonazi's in Duitsland en in het Europees parlement, een onverdraagzaam en gevaarlijk rechts regime in Hongarije, en de aanstaande meerderheid van het Front National in Frankrijk – allemaal zaken die direct verbonden zijn met fascisme.”
 
Het bevalt de AFVN evenmin dat het Nederlandse verzet er in het plan nogal bekaaid vanaf komt. “De indruk wordt gewekt dat het Nederlands verzet niet zoveel voorstelde, terwijl er drie unieke kanten aan zitten: de Februaristaking als enige staking ooit in heel bezet Europa tegen de Jodenvervolging; de onderduik van 350.000 mensen, ook uniek in bezet Europa, en relatief het hoogste aantal Jodenredders uit de hele oorlog,” zegt Graaff, zelf zoon van een Februaristaker.
 
Het comité wil ook meer aandacht schenken aan de Europees-Nederlandse slachtoffers van de oorlog in Indonesië.

Graaff: “Dat waren er 200.000, en volgens sommigen waren zij koloniale onderdrukkers. Zij hebben echter fors geleden en kwamen in kampen terecht, en hebben een herdenking op 15 augustus in Den Haag.

Maar over de 3 miljoen Indonesische burgerslachtoffers hoor je niemand van het comité of de Indische gemeenschap. Terwijl het toch een rijksambtenaar was, in de persoon van dr L. de Jong, in zijn uitgebreide geschiedenis van de oorlog, die dit getal opvoert en de enorme ellende van de gewone niet-blanke Indonesiërs beschrijft.”
 
De AFVN zal het bestuur van comité benaderen voor verder overleg. De AFVN wil ook graag dat het volkomen unieke karakter van de oorlog blijkt uit de manier van herdenken. Al langer dringen de antifascisten en enkele andere organisaties zoals de Vriendenkring  Mauthausen aan op het uitsluitend herdenken van slachtoffers van WO2 op 4 mei, en niet tegelijk met gevallenen van allerlei andere gewapende conflicten.
 

 
Zie ook: dr L. de Jong, Het Koninkrijk etc., deel 11b, band 2, hoofdstuk 7, 'Uitgemergeld Indië' (pag. 497-537 gedrukt epop[ulaire versie

Klik hier voor PDF op site van het NIOD (wetenschappelijke editie, pag. 519 op het paginabeeld, pag. 18 vd PDF)



Rutte: Gerbrandy is onze Churchill

Zowel chcurchill als Gerbrandy waren overtuigd van de overwinning op nazi-Duitsland, zo zei Rutte. Beiden waren klerrijke figuren: Churchill met bolhoed en sigaar, Gerbrandy met bolhoed en kolossale snor. Beiden waren geliefd ín de oorlog, en ze raakten daarna op een zijspoor, om vervolgens toch weer waardering te oogsten


.Er bestond wel een verschil, zo memoreerde Rutte: Churchill had te maken met de 'alleszins redelijke' koning George, Gerbrandy met de minder gemakkelijke koningin Wilhelmina. De Nederlandse 'oorlogspremier'  werd wegens zijn enorme snor vaak vergeleken met een walrus. Hij was echter qua gestalte vrij klein, niet groter dan de koningin.


Fasseur beschrijft de oorlogspremier als ongemakkelijk en onbuigzaam, maar als de juist daardoor juiste man op de juiste plaats in de juiste tijd. De historicus besteedde 5 jaar aanhet boek. Bij de presentatie was ook een kleinzoon van Gerbrandy, met net zo'n  snor als zijn grootvader. Zijn vader, de nu 100-jarige, leeft nog maar vond het tripje naar de presentatie  te zwaar.


Olie

Het wel leveren van olie uit Nederlands-Indië aan Japan had de Tweede Wereldoorlog in Azië kunnen uitstellen of misschien zelfs kunnen voorkomen. Dat stelt althans historicus Cees Fasseur eveneens in de biografie over Pieter Sjoerds Gerbrandy.

Ongeveer een half jaar vóór de Japanse aanval op het Amerikaanse Pearl Harbor (7 december 1941) begreep de Nederlandse regering al dat Nederlands-Indië, met zijn geringe militaire mogelijkheden, niet meer te verdedigen was als ons land deelnam aan de Amerikaanse olieboycot tegen Japan. Nederlands-Indië was destijds de vierde olieproducent ter wereld.

Japan was geheel afhankelijk van olie-importen. Nederland wilde solidair zijn met de VS en later ook met Groot-Brittannië, en verbrak eerder met Japan gemaakte contracten zonder diplomatiek overleg. Japanse olietankers konden leeg terug naar hun vaderland. Nederlands-Indië, een gebied zo groot als Denemarken tot en met Spanje,  werd in twee maanden bezet.

„Hadden het kabinet-Gerbrandy en de Batavia zich soepeler opgesteld en beperkte olieleveranties toegestaan met een beroep op eerder gemaakte afspraken, dan was de Japanse aanval op Zuidoost-Azië misschien een paar maanden uitgesteld. En van uitstel komt soms afstel”, aldus Fasseur tegen de Telegraaf. Want: „Juist in december 1941 leden de Duitsers hun eerste grote nederlagen in de strijd tegen de Russen en verloor de Wehrmacht haar faam van onoverwinnelijkheid. Wellicht hadden die onverwachte Russische successen Japan nog op andere gedachten gebracht”, overweegt de historicus. De nazi-Duitsers liepen toen vast bij Leningrad en Moskou.







Nat. Comité wil 5 mei vrij voor

iedereen, elk jaar


AMSTERDAM, 7-10-2014 - Bevrijdingsdag moet een vrije dag worden voor iedereen, meent het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het moet de dag worden waarop Nederland zich realiseert hoe belangrijk een democratie is. Dat staat in de concept-plan voor de herdenking van 4 en 5 mei de komende jaren. Het comité is een overheidsinstelling.

Het comité roept werkgevers en vakbonden op om te regelen dat 5 mei een nationale feestdag wordt. Werkgeversverbond VNO-NCW voelt daar echter niets voor. "We hebben nu de afspraak dat we één keer in de vijf jaar vrij zijn op 5 mei en daar willen we het bij laten", laat een woordvoerder weten. "Meer vrije dagen is niet goed voor de economie." Voorzitter Ton Heerts van de FNV zei vanbochtend opde radio er wel voor te zijn.

Herdenking

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei doet niets met de oproep om op Dodenherdenking alleen nog slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Het comité schrijft in de concept toekomstvisie "het is niet juist het ene slachtoffer op een andere wijze te waarderen dan het andere". De AFVN/Bond van Anbtifascisten wijst dat af.

O.m.enkele Joodse organisaties, de Raad van Kerken en het Contactorgaan Moslims en Overheid deden vorig jaar eenoproep om op 4 mei alleen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te herdenken.

Debatten

Het Nationaal Comité voert de komende maanden overleg met organisaties van oorlogsslachtoffers. Ook komen er debatten in het land om te discussiëren over de manier waarop Nederland oorlogsslachtoffers wil herdenken. Dit voorjaar organiseerde het comité er ook al vier.

Tijdens de herdenkingen zal het comité de nadruk leggen op "bepalende gebeurtenissen" uit de Tweede Wereldoorlog.. Zo wil het comité bijvoorbeeld zorgen dat nieuwe Nederlanders meer te weten komen over het bombardement op Rotterdam.




Premier Rutte legt krans bij 70ste herdenking razzia Putten


PUTTEN, 2-10-2014 - Premier Rutte heeft donderdag in Putten een krans gelegd bij het oorlogsmonument de 'Treurende Weduwe', in de volksmond 'het Vrouwtje van Putten'.

Het was 70 jaar geleden dat er in Putten een grote razzia op de mannen van het dorp werd gehouden, waarbij ruim 552 van hem na deportatie omkwamen. Van de 48 die terugkeerden, stierf de laatste vorig jaar. De nazi's vernietigen ook meer dan 100 huizen. De aanleiding was een aanslag van het verzet op nazivoertuigen tussen Putten en NIjkerk, waarbij een naziofficier omkwam.

De inwoners van Putten herdachten dit zoals elk jaar. De gemeente stond bij de gebeurtenis stil met lezingen, meditatie, zang en gebed. Normaal zijn er geen sprekers en speelt een muziekkorps.

Foto rechts: de herdenking in 2012. Foto A. Graaff.

Rutte hield een toespraak.in de nabije klerk. Daarin ontleende hij tekst aan psalm 84, aangezien het dorp overwegend protestant is. „Wat is het goed dat er, ook onder en tussen mensen, een toegenegen oor is, want naar elkaar luisteren is het begin van delen van verdriet. Ook daarom herdenken wij.”

Deze woorden uit de psalm gebruikte minister-president Rutte donderdag in Putten om te beklemtonen dat blijven herdenken zin heeft.

„We blijven herdenken, en dat is goed”, zo stelde Rutte. „De oktober­razzia liet een gemeenschap verweesd achter in volstrekte onmacht en onpeilbaar verdriet. Door de willekeur en redeloosheid van een dolgedraaide, perverse ideologie. En door de volslagen waanzin van een vernietigende oorlog, die ons niet loslaat. Ook zeventig jaar na dato niet.”

Rutte erkende dat in de moeilijke eerste jaren direkt na de oorlog de mogelijkheid voor verwerking beperkt was. „Het gemis was te pijnlijk. Overleven en ruimte geven aan verdriet en rouw gaan maar heel moeilijk samen. Hard werken en stug doorgaan, waren gemakkelijker dan praten en luisteren. Wat is het goed dat er langzaam maar zeker ruimte is gekomen voor de emotie en het gemis en dat iedereen daar op zijn of haar eigen manier invulling aan kan geven.”

Ook de burgemeester Lambooij en  ds. W. Gugler, predikant van de hervormde Andreaskerk spraken. De dominee: „Ook de vreselijke ellende van een wegvoering, de pijn en de haat van zo velen die zonder vader moesten opgroeien, van al degenen die voor de smeulende brokken van hun leven stonden (of staan) en misschien net als David in Psalm 139 hebben gebeden: Ik haat hen zo fel als ik haten kan.”

In Putten is de affgelopen jaren een beweging op gang gekomen die via de kerken in Nederland en Duitsland verzoening nastreeft, onder meer door bezoeken over en weer naar plaasetn bij de concentratiekampen zoals Ladelund en Neugengamme.


Ruttes rede is hier te lezen.



Onderzoekster: bezetters werkten mee aan evacuatie kinderen in 1944



AMSTERDAM, 30-09-29014 - In de Hongerwinter van 1944 stonden de bezetters de evacuatie van kinderen toe. Ze hebben zelfs meegewerkt aan de wegzending van ondervoede stadskinderen uit Amsterdam naar het platteland.


Dat stelt historica Ingrid de Zwarte (26, foto rechts). Zij onderzocht archieven van de universiteit en het NIOD voor promotieonderzoek naar de Hongerwinter. De redding van 40.000 kinderen in de leeftijd van 6 tot 15 jaar vormt daar een bijzonder deel van. vandaag opent een expositie van het Verztsmuseum over dit onderwerp, onder de titel 'Naar de boeren!'.

Toegestaan
De bezetters hebben volgens De Zwarte de evacuaties feitelijk toegestaan. Ook wilden zij noodhulp aan de bevolking in het westen bespoedigen. De bezetters vreesden volgens historica De Zwarte volksoproer door de honger.

Reddingsoperaties werden met Duitse instemming opgezet. Ongeveer 40.000 ondervoede stadskinderen reisden in de eerste maanden van 1945 vooral naar Overijssel, Friesland, Groningen en Drenthe. Daar was volgens het Verzetsmuseum nog wel genoeg te eten.

Het ging om een grote operatie onder uiterst moeilijke omstandigheden. Honderdduizenden Nederlanders hebben zich ingezet om de kinderen te redden van de hongerdood. vervoersmiddelen waren er  nauwelijks. Met vooral binennvaartschepen, maar ook autobussen, vrachtwagens, treinen en soms zelfs lopend of fietsend vertrokken de kinderen ‘naar de boeren’. Die waren vrijwel altijd volledig onbekend voor hen.

De Hongerwinter was het gevolg van een Duits verbod op voedseltransporten. Maar ook van de geallieerde desinteresse in het bevrijden van Nederland boven de rivieren, waar geen militair voordeel mee te behalen viel..

Foto links: een vabn de bekendste foto's uit de Hongerwinter: twee kinderen en een moeder, in bed omdat er geen verwarming meer is.

Seyss-Inquart
De Duitse rijkscommissaris Arthur Seyss Inquart verergerde de situatie door het stilleggen van de binnenvaart als wraak voor de Spoorwegstaking op 17 september 1944, op dezelfde dag als Operatie Market Garden en ter ondersteuning van de geallieerde aanval.

Het verbod op voedseltransport eindigde op 8 november 1944. Het weer was echter betrekkelijk slecht, waardoor de situatie snel verergerde, met name in d egrote steden.

De studie van Ingrid de Zwarte strekt zich ook uit over het jaar 1946. De reden daarvoor is dat de hongersnood niet meteen na de nazicapitulatie ophield, en nog maandenlang hevig was.

In alle grote steden moesten gaarkeukens functioneren om de bevolking van een minimum aan voedsel te voorzien. Pas begin jaren '50 gingen de laatste voedingsmiddelen van de bon, oftewel uit de overheidsdistributie.

De Zwarte richt zich vooral op de organisatie. Ze bestudeerde onder meer documentatie van het Militair Gezag, het dagelijks bestuur in het bevrijde gebied tot de overdracht van het gezag aan de nieuwe Nederlandse regering in 1946.
 
Boek 'Naar de boeren'

Het verhaal werd mede ingegeven door het boek 'Naar de boeren' van Frans Nieuwenhuis, zelf een hongerevacué.

Deze Haagse oud-ingenieur vestigde volgens De Zwarte als een der eersten de aandacht op evacuaties die veel hulp kregen van grote bedrijven.

Zo vertrok Nieuwenhuis met een transport via Shell uit Den Haag via de Waddenzee naar Franeker. Hij noemt verder Vroom & Dreesmann en de Bataafse Petroleum Maatschappij (eveneens Shell).
De Hagenaar vertelde zijn verhaal in de aankomende expositie in het Amsterdamase verzetsmuseum, met film, die eveneens de titel 'Naar de boeren' dragen..

In 2010 publiceerde hij zijn boek na zelf geplaatste oproepen in kranten en de reacties daarop. Hij interviewde circa 200 evacués.

40.000
Uit die papieren blijkt dat rond juni 1945 zo’n 40.000 geëvacueerde kinderen uit Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel naar huis gebracht moesten worden.

Uit het overleg met rijkscommissaris Seyss-Inquart met de gezamenlijke kerken over de evacuatie kwam het Interkerkelijk Bureau (IKB) voort. Dit leverde een zeer belangrijke bijdrage aan het goede verloop van de evacuaties, zo blijkt uit de gegevens van De Zwarte.

Onderduikkinderen
De Zwarte deed ook een bijzondere ontdekking. Tot nu toe werd vermoed dat incidenteel ook onderduikkinderen met de evacuaties meegingen. Historicus De Zwarte kan daarvoor nu daadwerkelijk het bewijs leveren.

Ze trof dat bij het NIOD, in de archieven van de Vrije Groepen Amsterdam (VGA, het verzet) en de Hulp Organisatie Amsterdam.

De laatste was de plaatselijke IKB-afdeling die blijkbaar samenwerkte met VGA. Bijznder is ook volgens de onderzoekster dat het IKB werd toegestaan door de nazi-Duitsers. Of zij wisten van de band met het verzet is onduidelijk.



De publicatie van deze gegevens werd vervroegd op verzoek van het Verzetsmuseum, die vandaag met de expositie 'Naar de boeren' start..








Eerste Poolse gevangenen van Dachau herdacht



DACHAU, 26-09-2014 - De protestante en katholieke kerken organiseren zondag 28 september 2014 in Dachau een herdenking van de komst van de eerste Polen in het concentratiekamp.



Foto rechts: een  luchtfoto van het kamp. Datum onbekend,maar waarschijnlijk een verkenningsfoto van de USAAF uit1944.


Op 16 september 1939 arriveerde de eerste groep van 25 mannen uit Gliwice, destijds de grensplaats waar de SS een namaak Poolse overval had opgezet.


Doel was het naziregime een 'reden' voor een aanvalsoorlog te geven. Dachau was het eerste nazi-concentrtatiekamp, en stond model voor alle andere nazikampen.


De Polen vormden de eerste groep buitenlanders, die stelselmatig in nazi-concentratiekampen werden opgesloten,overigens zonder enige vorm van proices of rechtsgang en zonder enig rechtsmiddel.  Auschwitz werd pas op 5 mei 1940 geopend.


Bij de herdenking zalspreken de dochter van één van hen, Moszek David Wellner, wiens dochter Evelyn Grolke zal spreken. Haar vader kwam eerst in 1939 als ´Poolse Jood´ in KZ Sachsenhausen, en andere kampen, wist uit het buitenkamp Mùlhdorf van Dachau te vuchten en werd opgevangen door een Duitse boerenfamilie in Neufahm. Hij overleefde de oorlog en stierf in 1978.


In totaal zaten ruim 40.000 Polen in Dachau, onder hen met name 1.800 Poolse priesters en andere Poolse geestelijken plus 9.500 Poolse Joden. In totaal verbleven er 2.720 katholieke priesters in het kamp, onder hen verder ook 400 Duitse maar ook 63 Nederlandse, bijv. de verzetsstrijders pater prof dr Titus Brandsma, nu zalig verklaard, en pater dr Robert Regout SJ, beiden omgebracht.






Documenten van Neurenberg-stenografe worden geveild




ANCHORAGE, ALASKA -  26-09-2014 -  De Amerikaanse Maxine Carr werkte als stenograaf bij het nazi-oorlogstribunaal van Neurenberg
Er is al een bod van ruim$ 1.000.


Foto rechts:een deel van de beklaagdenbank in het grote Neurenberg-proces. Linksvoor zit Hermann Göring. Seyss-Inquart is hierop  net niet te zien,. maar zat er ook bij. Foto US Army, bew..en coll. Nieuws-WO2.tk.


Ze bewaarde kopieën van documenten die ze produceerde  in haar huis in Alaska, waar ze 10 jaar na haar dood werden ontdekt.


Haar voormalige huis werd de laatste decennia bewoond door een stel, dat het huis nu te koop aanbiedt. Bij het opruimen troffen vonden medewerkers de kluis waarin de documenten zaten.

Haar man er geen idee van dat zijn vrouw de documenten had bewaard. Zaterdag worden ze in Anchorage geveild. 


De documenten en foto's zijn gevonden in een gesloten koffer in het huis van mevrouw Carr, die na de oorlog naar Anchorage verhuisde. Mevrouw Carr werkte 32 maanden als stenografe bij de Neurenbergse oorlogstribunaal. Bij de documentatie van het tribunaal bevinden zich brieven van senior nazi's.

Foto links: een brochure over het proces uit de collectie in de kist in Alaska.

Enkele documenten gaan over de moord op een Franse generaal,andere over deJodenvervolging en de roof van Pools eigendom.De veiling wordt georganiseerd door de Alaska Auction Company.

In november 1945 startte het proces van Neurenberg . Twaalf van de 23 verdachten, onder wie  Hitlers tweede man Hermann Göring,endeNederlandse gouverneur Syess-Inquart, werd ter dood veroordeeld.

De Law School Library van Harvard bezit de uitgebreidste collectie van Neurenberg proces-documentatie. De speciale collectie zal worden geveild met andere nazi-memorabilia op zaterdag in Anchorage, Alaska.

Vorig jaar kwamen andere Neurenberg-documenten tevoorschijn in Israël op een rommelmarkt in Tel Aviv. Die 500 pagina's belandde ook op een veiling, ook, waar ze verkocht werden ongeveer $ 10.000 .

 Het veilinghuis veilt ook allerlei andere nazispullen zoals onderscheidingen e.d..Daartegen bestaatover hetalgemeen bezwaar van slachtoffers,  die vinden dat er geen geld verdiend moet worden aan naizpsullen.







Nieuwe Vrijheidsmuseum WO2 heeft nu al miljoenentekort



ARNHEM, 18-09-2014 -  De stichting van het geplande oorlogsmuseum  in Nijmegen, 'Vrijheidsmuseum WO2',  komt volgens dagblad De Gelderlander tussen de 8 en 13,5 miljoen euro tekort. Dat geld is nodig  voor de nieuwbouw in Nijmegen en de renovatie van het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek.


Foto rechts: drs Wim Dijkstra, voorzitter van de stichting.


Dat blijkt uit het bedrijfsplan dat de stichting komende zondag wil presenteren, en dat al in handen is van de Gelderlander. De stichting blijft volgens de krant geloven in de plannen en wil de komende 1,5 jaar gebruiken om het ontbrekende bedrag bijeen te krijgen.


Het bestuur, voorzitter Dijkstra (foto rechts)  en de directie van de stichting waren echter niet bereikbaar voor een toelichting, maar zondagmorgen is er een persconferentie. Het bericht komt op het moment dat de grootste herdenking ooit van de Operation Market Garden, exact 70 jaar terug,  in de regio aan de gang is.


Het Vrijheidsmuseum wijdt zich aan WO2, maar ook vrede en vrijheid. De begrote investeringen voor het museum bedragen momenteel naar schatting 29 miljoen euro. Voor het regionale museum in Groesbeek is 4,5 tot 5,5 miljoen euro nodig. Voor de exploitatie van het Nijmeegse museum mist de stichting ook nog geld. Er wordt volgemns de Gelderlander gerekend met een jaarlijkse bijdrage van het rijk van 350.000 euro.


Peiling

Op de site van De Gelderlander staat een meningspeiling onder lezers. Ruim 1200 antwoordden op de vraag of de overheid dit museum moet subsidiëren, van wie 85% -oftewel 1000 mensen tegen subsidie is.

De plannen zijn ontwikkeld door drie musea in de regio, twee kleine namelijk Hartenstein in Oosterbeek, bevrijdingsmuseum in Groesbeek en het grootste WO2-museum van Nederland, Overloon. Museum hartenstein heeft ju een apart infocentrum over de Operatie Market Garden in Arnhem geopend.


Een woordvoerder van het Vrijheidsmuseum juicht dit toe en ziet geen risico van versplintering. In Soesterberg is een nieuw 'nationaal militair museum' in aanbouw van € 90 miljoen , dat ook enige aandacht aan WO2 zal schenken. De provincie Noord-Brabant is in overleg met museum Overloon om de positie van dit zeer grote museum te bezien.


Het rijk staat geheel los van de plannen. De stichting denkt dat

Indisch centrum

Het Indisch Herdenkingscentrum in Bronbeek zal mogelijk verhuizen van  Arnhem naar het WO2-museum Nijmegen.

Dereden is dat het Indisch Herdenkingscentrum zou in een groot oorlogsmuseum beter tot zijn recht komen, omdat daar dan het gehele verhaal van de Tweede Wereldoorlog verteld kan worden.

Het Herinneringscentrum heeft laten weten te willen overleggen over verhuizing als er een apart Indisch paviljoen komt, als in het museum expliciet aandacht voor de oorlog in Nederlands Indië komt en bovendien aan de gebeurtenissen daarna.


Het centrum in Bronbeek wordt bekritiseerd omdat het een te eenzijdig beeld van de het lot van de blanken tijdens WO2 geeft, en de 'Indische Holocaust' met 3 miljoen Indonesische doden negeert.


een stevige lobby nodig is om geld uit Den Haag te krijgen. De provincie Gelderland, de gemeente Nijmegen en het vFonds hebben al geld toegezegd en overwegen in de komende maanden of ze verder gaan met het museumplan of dat ze het financieel onhaalbaar achten.


Op zondag 21 september geeft het Vrijheidsmuseum WO2 in samenwerking met een aantal partners een inkijkje in de plannen en de uitwerking ervan van 12.00 tot 17.30 uur in het voormalige Nijmeegse fabrieksgebouw De Vasim.


Met een speciaal programma herdenkt het museum ook 70 jaar Market Garden en kijkt ook vooruit naar de komst van het VrijheidsmuseumWO2. Het programma tracht volgens de stichting een indruk te geven van wat het bezoek kan verwachten als het museum in 2017 zijn deuren opent.


Er is een film over de ruimtes van het museum, internationale sprekers en historici van de Radboud universiteit geven een 'flitslezingen' en krijgen tieners wereldse dilemma's voorgelegd, zo meldt de stichting op zijn site.


Een half jaar terug kreeg de stichting een nieuwe voorzitter, Wim Dijkstra uit Sittard,, PvdA-er en beroepsbestuurder, voorzitter van de stadsregio Arnhem-Nijmegen en voormalig waarnemend burgemeester van o.m. Nijmegen. In het bestuur zit ook politiek zwaargewicht mr Tineke Lodders, vm. voorzitster van het CDA en wonend in Mook, vlakbij Nijmegen.







Polen herdenkt 75 jaar invasie door Sowjets




WARSCHAU,17-09-2014 - Polen heeft vandaag de 75ste verjaardag van de invasie door de Sowjet-Unie herdacht.


Foto rechts: de Poolse president Komorowski tijdens zijn toespraak in het nieuwe museum voor de herdenking van de vermoorde Polen in Katyn, in Warschau.


Daarmee werd het lot bezegeld van het land, dat de meeste slachtoffers van de hele oorlog zou oplopen en het toneel zou worden van de gruwelijkste volkerenmoord uit de Europese geschiedenis.


Bovendien begon een Sowjet-bezetting, die duurde tot 1989.


President Komorowski onthulde in het Warschause Citadel het eerste deel van een namenwand van de bijna 25.000 vermoorde slachtoffers.


Op deze plaats komt een nieuw museum gewijd aan de massamoord op de krijgsgevangen officieren. De Sowjet geheime dienst NKVD voerde deze massamoord uit in het voorjaar van 1940.


De

Russen negeren inval in Polen totaal


Russische media vermeldden vandaag geen woord over de Sowjet-invasie van Polen in 1939. Wel besteedde bijvoorbeeld RIA-Novosti op zijn site aandacht aan Tankbemanning dag' (16 september) .

Ook berichten de Russische media over de Internationale Dag voor de herinnering van de slachtoffers van fascisme.


Daarin wel een vermelding dat de nazi's op 1 september 1939 Polen binnenvielen, maar geen letter over de verraderlijke rol van de Sowjet-Unie ruim twee weken later.


Het staat overigens buiten kijf dat de SU later door de nazi's werd aangevallen en 25 miljoen mensen verloor in die strijd. RIA/Novosti veroordeelt in een artikel over deze dag de SS-herdenking in Litouwen, zonder de hand in eigen boezem te willen steken.

President Komorowski wees in zijn toespraak ook op de zeer moeilijke situatie rond wat in Polen genoemd wordt 'de oorlog'  in de Oekraine.


De voorzitter van het instituut voor de Nationale Herinnering, Łukasz Kamiński, zei op de Poolse radio dat Polen zich de zware tijd onder de Sowjet-bezetting moet blijven herinneren.


Hij stelde dat WO2 en de massamoord in Katyn de hoekstenen vormen van de Poolse nationale herinnering.


Kamiński zei ook dat de Russen de laatste jaren terugvallen op Stalinistische leugens zoals dat de invasie van 1939 begonnen was om de Oekraïense en Witrussische minderheden in Oost-Polen (dat toen 200 kilometes oostelijker lag dan nu) te beschermen.








'De kinderen van Versteeg moeten onder de wol', alleen vandaag niet




door Arthur Graaff

UTRECHT, 17-09-2014 - De NS doet dit lustrumjaar weinig aan herdenking 70 jaar spoorwegstaking.


Foto rechts: lege sporen achter het CS in Amsterdam.


Wel heeft het Spoorwegmuseum een pagina aan deze grootste staking uit de geschiedenis van het bedrijf gewijd. Waarom de NS er dit keer niets aan doet, is onduidelijk.


Ér staakten van de ene dag op de andere 30.000 personeelsleden en het gehele spoorvervoer lag plat tot aan april 1945. Hetw as de langste staking in de geschiedenis van de Nederlandse economie.

In 1944 riep Radio Oranje de NS op met de codezin: ''De kinderen van Versteeg moeten onder de wol'. De staking werd in de nacht voorafgaand aan de Operation Market Gardebn uitgeroepen, met als doel het vervoer van militairen en materieel van de bezetters te storen. 


NPS De Oorlog meldt: 'Het gevolg van deze succesvolle stakingsoproep was dat bijna alle Nederlandse personeelsleden van de Spoorwegen niet naar hun werk gingen en daarmee het treinverkeer lam legden.


De verwachting van de stakers was dat de staking snel afgelopen zou zijn, aangezien Nederland op het punt stond bevrijd te worden.


Foto links: de wwasophangen in een sein- of wisselhuis - alleen mogelijk tijdens de bijna 9 maanden lange Spoorwegstaking. Foto collectie Spoorwegmuseum.


Maar de Duitsers wonnen de Slag om Arnhem en de staking duurde tot aan de bevrijding.


Dat had grote gevolgen voor het leven in bezet gebied, ook door de manier waarop de bezettingsautoriteiten erop reageerden. De Duitsers gingen op zoek naar andere manieren om het vervoer weer op gang te brengen.


Het grootste deel van het mannelijke personeel dook onder.


Daarmee behaalde Nederland in bezet Europa een wereldrecord onderduiken vestigde,zowel in absolute getallen - 350.000 mensen in totaal eind 1944,een stad als Eindhoven geheel ondergedoken - als in relatieve getallen.


Tijdens de oorlog kwamen 477 NS-ers om,vaak door geallieerde luchtaanvallen  omdat de geallieerden vanaf 1942 ook in Nederland rijdende treinen aanvielen. Zij redeneerden dat deze vijandelijke transporten waren.

 
Onderduik en steunfonds

De staking bracht ook nog een ander aspect van het Nederlandse verzet op de voorgrond, namelijk het werk van het Nationaal Steun Fonds oftewel het NSF |(niet te verwarren jmet de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek in Hilversum, bekend als 'de'NSF).

Dit NSF, geesteskind van oud-Philipsdirecteur Iman van de Bosch en later de 'bankier van het verzet' Wally van Hall, was geheel illegaal.

Het bestond op zijn hoogtepunt uit 2.000 medewerkers die zorgden voor een regelmatige uitkering aan o.m, gezinnen van de 10.000 zeevarenden, die anders geen inkomen meer hadden en uitkeringen aan verzetsmensen en ondergedoken Nederlanders.

Dat kwam vooral op gang na de grote April-meistakingen van 1943, toen het gehele Nederlandse leger weer terug in krijgsgevangenschap moest, maar de meeste ex-militairen liever onderdoken.


De Nederlandse regering garandeerde vanuit Londen de betalingen en het krediet van het NSF.



De NS had nog een ereschuld in te lossen. Vele honderden medewerkers van het bedrijf hadden meegewerkt aan de deportatie van Joden en duizenden andere gevangenen.  Als enig excuus kon gelden dat in 1943 in Nederland nog nauwelijks bekend was wat de nazi's precies in Polen met de Joden deden.


Accomodatie

De NS had echter een politiek van zg.á 'accomodatie' ingesteld onder hoofddirecteur Hupkes.Deze wilde het bedrijf in tact houden, en vreesde dat tegenwerking van de bezetters tot een nazi-overname zou leiden.


Pas jaren na de oorlog was het oordeel over hem dat hij daarin te ver was gegaan, maar hij is nooit formeel veroordeeld.


Na de oorlog moest de NS vrijwel opnieuw beginnen, zij het dan dat het personeel er nog was.  De materiële schade van de NS was aan het einde van de oorlog enorm. Bijna 90 procent van alle locomotieven was verdwenen: kapot, of geroofd in de laatste oorlogsmaanden.


Ruim 60 procent van de baanvakken was onbruikbaar door roof van sporen en bovenleidingen (in 1939 begon de NS met elektrificatie) en 220 spoorbruggen waren verwoest door bombardementen of sabotage.








Nat Comité brengt app en nieuwe site uit vanwege 70 jaar bevrijding



AMSTERDAM, 12-09-2014 - Vanwege 70 jaar Bevrijding lanceert het Nationaal Comité 4 en 5 mei samen met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid de gratis app Oorlogsmonumenten in Beeld.


Dat heeft het comité vandaag bekendgemaakt. Vandaag exact 70 jaar terug bereikten de eerste geallieerde troepen ons land in de plaats Mesch in Zuid-Limburg.


Tegelijk lanceert het comité ook de interactieve site Tweedewereldoorlog.nl/70jaarbevrijding. Met de app en de site wordt de geschiedenis van de bevrijding van Nederland verduidelijkt  historische foto’s en beelden van het Polygoonjournaal.


Ook geeft de site een overzicht van de activiteiten die in het land worden georganiseerd vanwege het lustrumjaar 70 jaar Bevrijding. 
Welke kosten hierbij zijn gemaakt, heeft het NatCom niet bekendgemaakt.


Oorlogsmonumenten in Beeld is beschikbaar voor iOS en Android en verkrijgbaar in de App Store van Apple en via Google Play. De app zal de komende maanden gevuld worden aan de hand van de Bevrijdingsroute van Nederland. Die route begint in het Limburgse dorp Mesch, dat vandaag precies 70 jaar geleden bevrijd werd en eindigt in augustus 2015 met Nederlands-Indië.


,,De app is een mooie, moderne manier om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend en invoelbaar te houden voor een groot publiek”, aldus mevrouw Leemhuis-Stout, voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. In augustus 2015 zullen er 450 monumenten aan de app zijn toegevoegd. Het streven is dat in de toekomst de ruim 3500 oorlogsmonumenten van Nederland in de app staan.

Video van bevrijding van Mesch

Hier kunt u klikken of op de foto naar een video over de bevrijding van Mesch van de NOS.De foto hieronder is daarvan afkomstig.
.
 


in Beeld 
Nederland bezit meer dan 3500 oorlogsmonumenten vand e Tweede Wereldoorlog. Bij deze monumenten horen verhalen en Oorlogsmonumenten in Beeld ontsluit die voor een groot publiek.


De app werkt op basis van GPS-locaties en toont de monumenten die het dichtst in de buurt van de gebruiker staan.


De monumenten worden in context geplaatst door  historisch filmmateriaal, Polygoonjournaal, foto’s en originele getuigenverhalen.


Het materiaal is afkomstig uit de collecties van Beeld en Geluid, het Nationaal Archief, EYE Film Instituut Nederland, het Nationaal Comité 4 en 5 mei en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. De app volgt de route van de bevrijding van Nederland en wordt maandelijks aangevuld.


In één site
In het kader van 70 jaar Bevrijding lanceert het Nationaal Comité 4 en 5 mei de website www.tweedewereldoorlog.nl/70jaarbevrijding. De site toont een interactieve kaart van Nederland waarop zowel evenementen in dit lustrumjaar als historische gebeurtenissen staan. Voor de Operatie Market Garden alleen al zijn dat er ruim 150.  Zo is het verhaal van de bevrijding van een dorp of stad te lezen de bezoeker ziet meteen welke activiteiten daarbij horen:.


Met deze website denkt het comité een zo compleet mogelijk overzicht van de evenementenin lustrumjaar 70 jaar Bevrijding in Nederland te bieden. De inhoud van dit deel van de site is wel afhankelijk van de informatie die het comité mei van lokale organisaties en comités krijgt.





Kamp Vught herdenkt executies en ontruiming 1944




VUGHT, 5-09-2014 - Vandaag herdenken bezoekers de laatste executies in en de ontruiming van het concentratiekamp Vught, exact 70 jaar geleden.


Uit vrees voor de oprukkende geallieerden werden op 4 en 5 september nog 117 mensen geëxecuteerd en op 5 en 6 september 1944 in allerijl 3.400 gevangenen van dit enige SS-kamp in Nederland in goederenwagons geladen en naar Duitsland afgevoerd.


De nadering van de geallieerde troepen, die in Nederland op 5 september 1944 leidde tot Dolle Dinsdag, verontrustte  de nazi's en zij ging en in augustus en begin september aan de lopende band gevangenen in kamp Vught executeren.


Op Dolle Dinsdag', raakten veel nazi's en Nederlandse collaborateurs  in paniek en vluchtten voor een deel. Ongeveer eind november 1944 was heel het zuiden tot aan de Maas en Zeeland bevrijd, en kwam de Randstad terecht in de grote ellende van de Hongerwinter. Deze kostte 20.000 mensen het leven.


De mannen uit Vught verdwenen naar kamp Sachsenhausen bij Berlijn, de vrouwen naar kamp Ravensbrück dij Stettin. Tijdens de reis en gedurende de harde winter van 1944 overleden veel gevangenen alsnog.


Kamp Vught hield tussen 1943 en 1944 in totaal 31.000 Nederlanders gevangen, onder hen 12.000 Joden, enkele hodnerden zigeuners en verzetsmensen, zowel mannen als vrouwen. Het lege kamp werd bevrijd op 26 oktober 1944 bevrijd.
 De NOS zendt de herdenking in Vught uit vanaf 13.15 uur op NPO 1 en nos.nl. Vanavond om 19.20 uur is er een uitgebreide terugblik op NPO 2.


"Als je erop terugkijkt, is het eigenlijk een van de zwaarste oorlogsmisdaden die de nazi's in Nederland hebben begaan: 3.400 mensen vlak voor hun bevrijding wegvoeren naar de hel," zei oorlogshistoricus Ad van Liempt tegen de NOS over de ontruiming


Expositie

In het kamp loopt momenteel de expositie ‘Als muren konden spreken’ en deze bestrijkt direperiodes:
- het concentratiekamp (1943-1944),
- het opvangkamp voor Duitse burgerevacués uit het grensgebied (1944-1945) en
- het interneringskamp voor NSB’ers, al dan niet ten onrechte van collaboratie verdachte Nederlanders en Rijksduitsers (1944-1949).

Deze expositie concentreert zich op de jui9st geretaureerde barak 1B, het enige originele kampgebouw van het kamp.

Sinds 1951 is een deel van het kamp in gebruik als woonoord ‘Lunetten’ voor Molukse ex-KNIL-militairen en hun gezinnen.

In barak 1B komen de lotgevallen samen van tienduizenden mensen die in de afgelopen zeventig jaar noodgedwongen op deze plaats verbleven.

Verhalen over vertwijfeling en hoop, over dromen en idealen. Over bewuste keuzes en het toeval, over trauma’s en taboes.

NOS 70 jaar Bevrijding: Ontruiming kamp Vught, 13.15 - 15.15 uur, NPO 1.
Een uitgebreide terugblik op de herdenking is van 19.20 - 19.50 uur op NPO 2. 


Officieel in het Duits heette het kamp Konzentrationslager Herzogenbusch.. Er heerste een bruut en hard regime dankzij de Duitse en Nederlandse SS-ers. In totaal 747 gevangenen kwamen in kamp Vught om door honger, ziekte, mishandeling of executie. vergeleken met de Duitse kampen was dat een relatief laag aantal - in dachau bijvoorbeeld verbleven 200.000 gevangene, van wie er ongeveer 41.500 omkwamen, ruim 20%. In Vught was het bijvoorbeeld mogelijk  voedselpakketten en brieven te ontvangen.


Een deel van het kamp was bedoeld voor de opvang van Joden, die vanuit Vught naar Westerbork werden moesten  en dan naar de vernietigingskampen in Polen en Duitsland. In een ander deel verbleven politieke gevangenen en verzetsstrijders uit Nederland en ook België, maar ook gijzelaren, Sinti en Roma, Jehova's getuigen, homoseksuelen, zwervers en criminelen. De gevangenen verichtten zoals gebruikelijk dwangarbeid voor de SS.



De meesten gevangenen verbleven daar zonder enige vorm van proces. Van Liempt noemde tegen de NOS het voorbeeld van een man uit Utrecht die werd opgepakt omdat hij bij het uitspuwen van zijn pruimtabak de winkelruit van een NSB'er had geraakt. "Hij werd betrapt, overgedragen aan de Sicherheitsdienst en in Vught gevangen gezet. Ook hij zat bij de ontruiming in die trein, en ook hij haalde de bevrijding niet."


De kampleiding nam in juni 1943 het drastische besluit om alle Joodse kinderen tot 16 jaar (in totaal bijna 1270) met een of beide ouders zogenaamd naar een speciaal kinderkamp te sturen, omdat er te veel kinderen waren. Zij verdwenen echter naar vernietigingskamp Sobibor in Polen, waar allen werden vergast.


In de NOS-uitzending komt Lotty Huffener aan het woord, die als jonge vrouw ternauwernood aan het kindertransport ontkwam. Ook spreekt presentator Rob Trip met historicus Marieke Meeuwenoord, die de geschiedenis van kamp Vught uitvoerig heeft beschreven in haar proefschrift. Verder is er een reportage met Bas Westerweel, kleinzoon van verzetsstrijders Joop en Willy Westerweel.











Engelandvaarders toch weer bijeen, nu met Beatrix



HILVERSUM,2-09-2014 - Het Genootschap Engelandvaarders komt vandaag toch weer bijeen op landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum, waar het inspectoraat-generaal van Defensie gevestigd is. Prinses Beatrix bezoekt hen daar vandaag.


Foto rechts: de Engelandvaarders,vorig jaar 26 september 2013, op de Zwaluwenberg in Hilversum. Rechtsachter in uniform gen.Middendorp, de hoogste militair van defensie. Tweede van rechts, eerste rij  gen. bd. R. Hemmes.

Foto Min. v. Defensie.


Een jaar geleden besloot de groep van nu nog maar 10 mensen hun jaarlijkse bijeenkomsten te beëindigen, omdat alle Engelandvaarders ondertussen 90 jaar of ouder zijn.


,,Maar het is er toch weer van gekomen'', aldus een woordvoerster van de inspecteur-generaal afgelopen vrijdag.


Bijzonder aan deze reünie is dat prinses Beatrix er op bezoek komt. In het verleden bezocht  prins Bernhard de Engelandvaarders regelmatig, maar na zijn dood bezocht geen lid van het Koninklijk Huis de reünies meer. De prinses wilde volgens Defensie zelf een keer komen. Vorig jaar stuurde koning Willem-Alexander wel een brief aan de groep op hun reünie.


Engelandvaarders waren meest jonge mannen die in de Tweede Wereldoorlog kans zagen om met een bootje over te steken naar Engeland, of via Spanje. Daar sloten zij zich aan bij geallieerde strijdtroepen om mee te helpen
Nederland te bevrijden.

Documentaire

De documentaire 'Engelandvaarders: Varen voor Victorie', is zaterdag in het Amsterdamse Theater Tuschinski vertoond.  Bas Steman is de regisseur.

De film gaat over 4 mannen en een vrouw, die als moderne Engelandvaarders over de Noordzee de overtocht maakten op 22 april 2014  naar Engeland in de houten zeilvlet Yvette.

Voorzitter Robert Croll van het Vfonds uit Laren speelt in de documentaire een van de opvarenden van de Yvette, plus twee verslaggevers van de Telegraaf, Epco Ongering en Teije Brandsma.

Het was de eerste keer sinds de oorlog dat met een zeilboot een dergelijke herdenkingstocht over de Noordzee is gemaakt.

De Yvette is nu te zien in Oorlogsmuseum Overtloon, evenals één kano.Fit zijnde enige bopotjes van de Engelandvaarders die oevr zijn.

De documentaire is op 3 september 2014 om 21.00 uur te zien op National Geographic Channel. 


Foto onder: de Yvette II,foto Vaarkrant.




Van de 1700 Engelandvaarders zijn er nog ongeveer 90 in leven. 12 van hen, onder wie de enige vrouwelijke Engelandvaarder, komen vandaag naar Hilversum. In Noordwijk is een museum voor de Engelandvaarders in aanbouw in een oude bunker van de Atlantikwall. .


Dit zal volgens een aankondiging van het museum dit jaar zijn deuren openen. vanuit Noordwijk maakten tijdens de oorlog 32 jonge mannen de tocht per kajak naar Engeland, maar slechts 8 van hen bereikten na 56 uur de kust van Suffolk.


Deze tocht werd in augustus 2011 nagedaan door 4 Britten en 2 Nederlandse mariniers.Bij aankomst, 43 uur later, werden ze o.m. ontvangen door de Britse prins Harry.


De museumorganisatie is ook doende in samenwerking met het instituut voor militaire geschiedenis NIMH een database met gegevens over de Engelandevaarders op te zetten.


De bekendste Engelandvaarder was Erik Hazelhoff Roelfzema, bekend al de 'soldaat van Oranje'. Vorig jaar vond de reünie plaats op de dag van de 1000ste voorstelling van de musical Soldaat van Oranje. De producent Fred Boot heeft deze week bekendgemaakt dat de musical nog het hele seizoen doorloopt.


Roelfzema werd piloot bij de RAF. In totaal vlogen 900 Nederlandse piloten bij de RAF, van wie 650 meededen aan gevechtsoperaties. Het merendeel van deze jonge mannen was Engelandvaarder. Dat gold ook voor de meest onderscheiden Nederlander, ook wel bekend als de 'piloot van Oranje', Bob van der Stok.


Afgelopen november organiseerde de luchtmachtbasis Volkel een bijeenkomst ter gelegenheid van 100 luchtmaxcht. Daaraan namen o.m. een Britse vliegerr, een Luiftwaffepiloot en een Nederlandse Spitfire-vlieger uit de oorlog deel. Dit was kap. bd. Hendrikx. Ook hij was een Engelandvaarder (foto rechts)













Premier Tusk waarschuwt bij herdenking begin WO2 voor Oekraine




WARSCHAU, 1-09-2014 - De Poolse premier Donald Tusk heeft de Duitse inval in Polen in 1939 herdacht en met het militaire conflict in Oekraïne vergeleken. De Duitse inval, vandaag 75 jaar geleden, vormde het begin van de Tweede Wereldoorlog.Tusk is bovendien net benoemd als president van de Europese Raad, als opvolger van prof. Herman van Rompuy.


"Als wij vandaag naar de tragedie in Oekraïne kijken dan weten wij dat september 1939 zich niet mag herhalen. Nu is er nog tijd om diegenen een halt toe te roepen, voor wie geweld tot het handelingsinstrumentarium behoort", zei Tusk op de herdenking in Gdansk. 


Ook pleit hij voor een sterke NAVO: "Wij Europeanen moeten uit die tragische Poolse september en de Tweede Wereldoorlog een les trekken, die niet uit naïef optimisme mag bestaan".


Vandaag is het precies 75 jaar terug  dat het Duitse marineschip 'Schleswig Holstein', op een vriendschappelijk bezoek in  Gdansk.plots een stelling van het Poolse leger beschoot. Rond dezelfde tijd bombardeerden vliegtuigen van de Luftwaffe  het Poolse stadje Wielún. Honderden Poolse burgers werden gedood. Zij waren de eerste slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, die wereldwijd naar schatting zo'n 55 miljoen levens heeft geëist.


Nazi-Duitsland deed het voorkomen alsof Polen de aanvallen had uitgelokt. Poolse militairen hadden zogenaamd een dag daarvoor een Duitse radiozender in Gleiwitz (Pools: Gliwice) hebben bezet en een anti-Duitse toespraak hebben uitgezonden. In werkelijkheid werd die 'overval' door  7 SS-ers in Poolse uniformen uitgevoerd om Duitsland een 'reden' voor een aanval op Polen te geven.


Zurückgeschossen

De volgende dag sprak Adolf Hitler via de radio zijn land  toe:  "Seit fünf Uhr 45 wird jetzt zurückgeschossen" zijn de beruchte woorden waarmee de invasie in Polen werd aangekondigd. Zelfs het tijdstip was onjuist:  beschietingen waren een uur eerder, om 04.45 uur, begonnen.


Twee dagen later verklaarden Polens  bondgenoten, Groot-Brittannië en Frankrijk, Duitsland de oorlog. Op 17 september viel de Sovjet-Unie, toen  nog bondgenoot van nazi-Duitsland, Polen uit het oosten binnen. Daarna  verdeelden de twee Duitsland en de Sovjet-Unie Polen in een Duits en een Russisch deel.


Vandaag zijn in Gdansk net als elk jaar kransen gelegd bij het monument van de beschietingen. Tot een paar jaar geleden werd die herdenking volgens de NOS bijgewoond door Duitsers die op de 'Schlesswig Holstein' hadden gediend.  In de Poolse stad Gliwice, het vroegere Gleiwitz, hebben de Duitse kardinaal Marx en zijn Poolse collega Gadecki gisteren een mis opgedragen. Er was verder een plechtigheid bij de voormalige radiozender. Daarvoor waren ook vertegenwoordigers van de evangelische kerk en de Joodse gemeenschap in Polen uitgenodigd. Vorig jaar werd bekend dat bondskanselier Merkel een Poolse grootvader had.



Human losses of World War II by country
(when the number of deaths in a country is disputed, a range of war losses is given)
(the sources of the figures are provided in the footnotes)
CountryTotal population
1/1/1939
Military
deaths
Civilian deaths due to
military activity and crimes against humanity
Civilian deaths due to
war related famine and disease
Total
deaths
Deaths as % of
1939 population
 AlbaniaA1,073,00030,000

30,0002.81
 AustraliaB6,998,00039,700700
40,4000.57
 Austria (German-controlled)C6,650,000Included with German Army120,000
120,000 (see table below)
 BelgiumD8,387,00012,10075,900
88,0001.05
 BrazilE40,289,0001,0001,000
2,0000.02
 BulgariaF6,458,00022,0003,000
25,0000.38
 Burma (British)G16,119,00022,000
250,000272,0001.69
 CanadaH11,267,00045,400

45,4000.40
 ChinaI517,568,0003,000,000
to 4,000,000
7,000,000
to 11,000,000
5,000,00010,000,000
to 20,000,000
(1.93 to 3.86)
 CubaJ4,235,000
100
1000.00
 Czechoslovakia (in Nov. 1938 borders)K10,400,000
[25]
25,000300,000
325,0003.15
 DenmarkL3,795,0002,1001,100
3,2000.08
 Dutch East IndiesM69,435,000

3,000,000
to 4,000,000
3,000,000
to 4,000,000
(4.3 to 5.76)
 Estonia (within 1939 borders)N1,122,000Included with the Soviet, German, and Finnish Armies50,000
50,0004.44
 EthiopiaO17,700,0005,00095,000
100,0000.6
 FinlandP3,700,00095,0002,000
97,0002.62
FranceFranceQ41,700,000200,000
including colonies[26]
350,000
550,0001.35
 French IndochinaR24,600,000

1,000,000
to 2,000,000
1,000,000
to 2,200,000
(4.07 to 8.1)
 GermanyS69,850,0004,300,000
to 5,500,000
1,100,000400,000
to 2,400,000
7,000,000
to 9,000,000
(see table below)
GreeceGreeceT7,222,00020,000
to 35,100
160,000140,000
to 600,000
320,000
to 807,000
(4.5 to 11.2)
GuamGuamTA20,0001,000
to 2,000


1,000
to 2,000
(5.0 to 10.0)
HungaryHungaryU9,129,000300,000280,000
580,0006.35
 IcelandV119,000
200
2000.17
 India(British)W378,000,00087,000
1,500,000
to 2,500,000
1,587,000
to 2,587,000
(0.42 to 0.68)
IranX14,340,000200

2000.00
IraqIraq'Y3,698,000500

5000.01
 IrelandZ2,960,00010,000
Irish volunteers included with UK
200
2000.00
 ItalyAA44,394,000301,400
(includes 10,000 African conscripts)
153,200
454,6001.03
 JapanAB71,380,0002,120,000500,000500,0002,620,000
to 3,120,000
(3.67 to 4.37)
 Korea (Japanese Colony)AC23,400,000
378,000
to 483,000

378,000
to 483,000
(1.6 to 2.06)
 Latvia (within 1939 borders)AD1,951,000Included with the Soviet and German Armies190,00040,000230,00011.78
 Lithuania (within 1939 borders)AE2,442,000Included with the Soviet and German Armies275,00075,000350,00014.33
 LuxembourgAF295,000
2,000
2,0000.68
 Malaya (British)AG4,391,000
100,000
100,0002.28
 Malta (British)AH269,000
1,500
1,5000.56
 MexicoAI19,320,000
100
1000.00
 MongoliaAJ819,000300

3000.04
AustraliaNauru (Australian)AK3,400
500
50014.7
   NepalBG6,000,000Included with British Indian Army



 NetherlandsAL8,729,00017,000198,00086,000301,0003.45
 Newfoundland (British)AM300,000included with the U.K.100
1000.03
 New ZealandAN1,629,00011,900

11,9000.73
 NorwayAO2,945,0003,0006,500
9,5000.32
AustraliaPapua and New Guinea (Australian)AP1,292,000
15,000
15,0001.17
 Philippines (U.S. Territory)AQ16,000,00057,000100,000400,000
to 900,000
557,000
to 1,057,000
(3.48 to 6.6)
PolandPoland (within 1939 borders)AR34,849,000240,0004,880,000
to 5,080,000
500,0005,620,000
to 5,820,000
(16.1 to 16.7)
 Portuguese TimorAS500,000
40,000
to 70,000

40,000
to 70,000
(8.00 to 14.00)
RomaniaRomania (within 1939 borders)AT19,934,000300,000500,000
800,0004.01
BelgiumRuanda-Urundi (Belgian)AU4,200,000

0 to 300,0000 to 300,000 (0.00 to 7.1)
 Singapore (British)AV728,000
50,000
50,0006.87
South AfricaSouth AfricaAW10,160,00011,900

11,9000.12
Empire of JapanSouth Pacific Mandate (Japanese)AX1,900,000
57,000
57,0003.00
 Soviet Union (within 1946-1991 borders) AY168,524,0008,700,000
to 13,850,000
7,000,000
to 12,000,000
6,000,00021,800,000
to 28,000,000
(see table below)
SpainSpainAZ25,637,000Included with the German Army



 SwedenBA6,341,000
600
6000.01
  SwitzerlandBB4,210,000
100
1000.00
 ThailandBC15,023,0005,6002,000
7,6000.04
TurkeyTurkeyBD17,370,000200

2000.00
 United KingdomBE47,760,000383,800
including Overseas Territories[11]
67,100
450,9000.94
 United StatesBF131,028,000407,000
(including 1,900 members of the U.S. Coast Guard)
12,000 (including 9,500 members of the U.S. Merchant Marine)
420,0000.32
 YugoslaviaBG15,400,000300,000
to 446,000
581,000
to 1,400,000

1,027,000
to 1,700,000
(6.7 to 11.00)
Approx. Totals2,000,000,00022,000,000
to 30,000,000
19,000,000
to 30,000,000
19,000,000
25,000,000
60,000,000
to 85,000,000
(3.17 to 4.00)


Foto onder: de nazi-invasie in Polen - onbekende opname van Hitlers fotograaf Hugo Jaeger, gisteren gepubliceerd door Life, diederechten van die collectie bezit.









Herdenking bevrijding Indië in Tweede Kamer:

Wiebenga noemt vliegramp, Van Miltenburg krijgt forse kritiek op rede




DEN HAAG, 15-08-2014 - Raad-van-Statelid Jan Kees Wiebenga is diep geraakt door de slachtoffers van de vliegramp in de Oekraine, zo zei hij bij de herdenking van de bevrijding van Nederlands-Indië in de hal van de Tweede Kamer gisteren. 


Foto rechts: Wiebenga


Hij wees ook op de miljoenen Indonesische burgers die door Japans toedoen omgekomen zijn - volgens een schatting van landshistoricus dr L. de Jong 2 tot 3 miljoen mensen.


Kamervoorzitster Anouchka van Miltenburgh brak in haar toespraak bij de herdenking een lans voor de uitgezonden militairen in de laatste koloniale oorlog, in 1947, maar noemde daarbij niet de moorddadige excessen waar zij bij betroken waren.


De AFVN/Bond van Antfascisten vindt dat zeer kwalijk, zo zei secretaris Hein van Kasbergen. De bond heeft ernstig bezwaar gemaakt en haar dringend verzocht haar uitspraken te herroepen.


Mevrouw Van Miltenburg meent dat die militairen in de koloniale onderdrukkingsoorlog gevraagd werd te strijden voor vrijheid en veiligheid van anderen. "Ze hebben gestreden voor hun land, en dat hebben ze zo trouw en goed als ze konden, gediend." Of daarbij inbegrepen was het moorddadige optreden van kapitein Westerling en de moordpartijen op burgers in o.m. Rawa Gedeh en andere plaatsen,  zei de kamervoorzitster niet. 


Over veteranen zei zij: "Maar we staan ook stil bij de nasleep van de oorlog daar.(...) Het gaat hier om het leven van mensen die we vragen om hun leven in de waagschaal te stellen voor de vrijheid en veiligheid van anderen.(...) " Met name deze opmerking schiet de AFVN/Bond van antfascisten in het verkeerde keelgat. 


(...) "Onze bevrijders werden in 1945 letterlijk (sic!) op het schild gehesen. De militairen die tegenwoordig worden uitgezonden. kunnen reken op onze onvorwaardelijke waardering en ons grootst respect. Voor de militairen die streden in Nederlands- Indië was dat anders. Over hun inzet bij de verdediging van het Nederlands koninkrijk in de Tweede Wereldoorlog wordt niet veel gesproken. Ze worden vooral gezien als onderdrukkers, als verliezers en soms zelfs ook als oorlogsmisdadigers en ze hebben zich in de loop der jaren steeds opnieuw moeten verdedigen. Ja, ze stonden aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Maar de meesten van hen hebben dat naar eer en geweten gedaan. Ze hebben gestreden voor hun land en dat hebben ze zo trouw en goed als ze konden, gediend." (...)


Foto rechts: Van Miltenburg


"Gelukkig is er met de jaren ook de erkenning gekomen. Hebben we beseft hoe moeilijk het moet zijn geweest voor de militairen die bij thuiskomst iets uti te leggen hadden, maar zeker ook voorde mensen in het verzet en de 300.000 Nederlandse staatsburgers, die na 1949 gedwongen werden om Indonesië te ontlvuchten."(...) 


Opvallend is dat zij geen woord wijdde aan de dienstweigeraars van toen,  die zeer hard behandeld en gestraft werden, onder wie communisten. Ook dat deze soldaten werden ingezet om de Indonesiërs hun na 300 jaar herwonnen vrijheid met grof geweld af te nemen met groot vertoon van macht in de vorm van bijvoorbeeld Amerikaanse Sherman-tanks, klonk niet door in de toespraak van de voorzitster. 


Volgens diverse publicaties, zoals die van Sanderson Beck, 'South Asia 1800-1950', kostte de vrijheidsstrijd in Indonesië van 1945 tot 1949 rond 700 Britse en Nederlandse soldaten het leven en 40- tot 100.000 strijdende Indonesiërs - die overigens ook elkaar wel aanvielen. Bovendien werden er naar schatting 25- tot 100.000 burgers gedood. In Rawagedeh ging het om alle 431 mannen uit het dorp. Ook deze getallen noemde de kamervoorzitter niet. De AFVN/Bond van Antfascisten heeft ernstig geprotesteerd tegen de uitlatingen van de kamervoorzitster en haar dirngend verzocht deze terug te nemen.


De heer Wiebenga  herinnerde eraan, dat in 1944 een aantal Europese vrouwen uit wat hij de Japanse concentratiekampen noemde, werden afgevoerd naar Japanse legerbordelen. De kampen komen onder militair beheer wat tot een 'pure terreurperiode' leidt. De Indonesische bevoling lidt zeer zwaar onder het rijsttekort. Ook noemde Wierbenga de grootste scheepsramp ooit uit de Nederlandse geschiedenis, 18 september 1944, met ruim 5.000 doden, de dag dat Eindhoven werd bevrijd.


Ook wees hij erop dat in het kader van de verzoening aan de officiële herdenking bij het Indiëmonument morgen wel vertegenwoordigers van de geallieerden landen meedoen, maar niet van Japan. Het parlement van het land heeft, zo zei Wiebenga, anders dan dat van Duitsland nooit officieel zijn spijt betuigd over de oorlog aan Nederland.


Wiebenga ging ook in op enkele verschillen tuussen de 4- en 5-meiherdenkingen en 15 augustus: op de laatste datum worden alleen de slachtoffers van de oorlog met Japan herdacht, en niet van andere conflicten, zoals sinds enkele jaren op 4 mei ondanks veel protesten nu wel gebeurt.


Wiebenga pleitte er verder voor meer te doen voor het betrekken van de jeugd bij de Indische herdenking.






Oud-Februaristaker en -wethouder van A'dam Harry Verheij maandag overleden



AMSTERDAM, 4-07-2014 - De oud-verzetsman en voormalig wethouder van Amsterdam Harry (eigenlijk: Arie) Verheij is maandag 30 juni overleden. Hij is 97 jaar geworden.


Verheij raakte in februari  1941 in de Tweede oorlog als trambestuurder en lid van de toen illegale Communistische Partij van Nederland (CPN) betrokken bij het opzetten van de Februaristaking (25 februari 1941

Herdenking

A.s. zaterdag 5 juli 2014 is er om 14.00 uur een  herdenking in de Wethouder Verheij Sporthal aan de Polderweg in A'dam.

Dat heeft het Comité Februaristaking bekendgemaakt.Harry Verheij was  wethouder van  o.m. sport en kunst.  

Tienduizenden mensen in  Amsterdam, Velsen, Haarlem, Hilversum en Utrecht  legden toen hun werk neer uit protest tegen de Jodenvervolging. Dat was in bezet Europa de eerste en enige staking tegen de holocaust.


In februari 1941 raakte Verheij als trambestuurder betrokken bij de organisatie van de Februaristaking.)  Harry Verheij vormde met enkele anderen de Tramgroep.


Hij moest collega's van het gemeentevervoerbedrijf overhalen om mee te doen aan de staking. Later had hij ook andere taken in het verzet.Hij bleef ook daarna actief in het verzet, werd lid van de illegale CPN.


Nadat de nazi's in de oorlog het verzet in Rotterdam volkomen hadden opgerold, trok hij daarheen om het weer op te bouwen. Dat leidde ertoe dat de naoorlogse burgemeester Pieter Oud hem vroeg in het voorlopig stadsbestuur zitting te nemen.


In 1946 kwam hij in het partijbestuur van de CPN . Voor diezelfde partij was hij van 1958 tot 1978 lid van de gemeenteraad van A'dam en van 1966 tot 1978 wethouder. Na Leen Seegers in 1945 en Ben Polak in 1946 was hij de derde communistische wethouder van Nederland.


Samen met de toenmalige voorzitter van de Amsterdamse fractie van de PvdA, Ed van Thijn, regelde Verheij dat de tot dan toe gescheiden herdenkingen van de Februaristaking ('s ochtends het gemeentebestuur en 's avonds de communisten) vanaf 1968 één herdenking werd. In de tweede helft van de jaren tachtig speelde hij een belangrijke rol bij de oprichting van het Indisch Monument in Den Haag. In 1991 was Verheij initiatiefnemer en voorzitter van de commissie die het plan voor het Bos der Onverzettelijken uitvoerde. 


De laatste jaren leefde hij in een verzorgingshuis van de Elisabeth Otter Knoll Stichting in Buitenveldert, dat onlangs sloot. Daarna moest hij naar een aanleunwoning verhuizen.





Britten verwarren 1ste en 2de wereldoorlogen




LONDEN, 4-07-2014 - Bijna 1 op  de 5 Britten denkt dat hun land werd betrokken bij de Eerste Wereldoorlog om de opkomst van nazi-Duitsland te stoppen, volgens een onderzoek van het dagblad The Times in Londen.


Om precies te zijn meent 18% ten onrechte dat het Verenigd Koninkrijk deelnam aan de oorlog in 1914 om de nazipartij van Adolf Hitler in de Tweede Wereldoorlog te stoppen.


Uit het onderzoek is ook gebleken dat 17% van de ondervraagde Britten dacht dat de dictator de leider was van Duitsland ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Het onderzoek onder  2493 volwassenen in opdracht van The Times WWI Centenary Facsimile ontdekte dat een meerderheid van de ondervraagden wel op de hoogte was van cruciale feiten.


Bijna 7 op de 10 mensen (69%) wist bijvoorbeeld dat Franz Ferdinand de aartshertog van Oostenrijk-Hongarije was .Zijn moord wordt algemeen gezien als de lont in de keten van gebeurtenissen die hebben geleid tot de oorlog.


Meer dan de helft (57%) wist ook dat Groot-Brittannië betrokken raakte bij de Eerste Wereldoorlog als gevolg van een verdrag met België om dat land te verdedigen in het geval van een invasie.Kennis van het leiderschap van het land was schetsmatig, met 1 op de 10 die menen dat Winston Churchill (foto rechts) minister-president was in augustus 1914 - dat werd hij echter op 10 mei 1940 pas. Hij werd in de UK in 2002 verkozen tot 'Grootste Brit ooit'.


Bewoners van de East Midlands bezitten de meeste kennis van de oorlog, volgens het onderzoek, en geven over het algemeen 70%juiste antwoorden. Londenaren bleken het minst weten, met slechts 63% van de juiste antwoorden.


Mensen van 55 jaar en ouder waren het meest deskundig, met 72%  juiste antwoorden, terwijl meer mannen dan vrouwen correct antwoordden. Dat stemt overeen metd e resultaten van jaarlijks onderzoek door het Nationaal Comité 4 en 5 mei naar kennis van WO23.


Uit het onderzoek bleek ook dat slechts 1 op de 10 mensen geloofden dat de Eerste Wereldoorlog het belangrijkste Britse geschiedenisonderwerp voor kinderen op school is, na onderwerpen als de Tweede Wereldoorlog, de geschiedenis van de monarchie en de Magna Carta.


Rose Wild, archiefredacteur van The Times, zei:'' Deze resultaten tonen aan dat, hoewel veel mensen zich bewust zijn van een aantal basisfeiten over de Eerste Wereldoorlog, er nog veel te leren is. "










Britse schandaalpers misbruikt oorlogsverleden Junckers familie




LUXEMBURG, 1-07-2014  - In Luxemburg heerst verontwaardiging over berichten over de vader de juist gekozen nieuwe EU-commissiepresident Jean-Claude Juncker. Zijn vader werd door de nazi's gedwongen tot dienstplicht.


De Britse tabloid "The Sun" veegde Jean-Claude Junckers vader daarom op één hoop met nazicollaborateurs. De meeste van de Luxemburgse dwangsoldaten belandden aan het Oostfront. 


"Juncker family's nazi link'' kopte 'The Sun' op 8 juni 2014. Ook schreef The Sun dat zijn schoonvader medeverantwoordelijk was voor de Jodenvervolging in Ettelbrück.


Volgens de Luxembrugse krant Das Tageblatt vormt deze berichtgeving een triest dieptepunt in de Britse anti-Juncker campagne die werd gevoerd tegen de kandidaten voor de post aan het hoofd van de EU-Commissie. 


Concreet ging het om een ​​nieuwsbericht over Jean-Claude Juncker, wiens vader werd verguisd als een soort nazi. 


Junckers vader was een van de duizenden jonge Luxemburgse dwangsoldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog. het land werd na de invalop 10 mei 1940 simpelweg geannexeerd, en de Luxemburgers waren vanaf dat moment volgens de nazi's Duitsers. Wat The Sun niet vermeldt, is dat enkele familieleden van Juncker stierven in concentratiekampen.


In een brief aan de hoofdredacteur van "The Sun", heeft de Luxembrugse Federatie van gedwongen dienstplichtigen en de slachtoffers van het nazisme (FedeF) nu gevraagd om een ​​correctie.


De Britse ambassadeur in Luxemburg, Alice Walpole, ontving van hen  een protestbrief. Dit weerspiegelt de verontwaardigd van de FedeF vanwege de impliciteite beschuldiging dat Luxemburgers nazi's zouden zijn geweest. 


Luxemburg is één van de weinige landen waar, net als in Nederland, tegen de nazi's gestaakt is tijdens de oorlog, op 31 augustus 1942.


Medewerking aan de dwangarbeid werd ingegeven door de dreiging dat anders families van deze jongeren in aanmerking kwamen voor deportatie naar Polen.


Foto links: arrestatie van collaborateurs in Luxemburg, begin 1945.


Toch zijn veel gedeserteerd, vochten aan de zijde van het verzet of bij de geallieerden, of hadden doken onder totdat de oorlog eindigde.


De FedeF herinnerde eraan dat een totaal van ongeveer 11.200 jonge Luxemburgers van de jaargangen 1920-1927 opgeroepen werden  voor de Wehrmacht en als kanonnenvoer voornamelijk naar het Oostfront werden gestuurd.  Van hen werden er 3.100 gedood, 1.600 raakten ernstig gewond terug en stierven voortijdig.








70ste herdenking in kamp Natzweiler-Struthof zonder minister





Foto boven: de herdenking op zondag. Vooraan de schoolkinderen, links de andere gasten. Foto Arthur Graaff.


door Arthur Graaff

NATZWEILER, ELZAS, 26-06-2014 - De herdenking van de ontruiming het concentratiekamp Natzweiler-Struthof in de Elzas was opvallend emotioneel, mede door door de afwezigheid van de staatssecretaris voor Veteranen, Kader Arif.





Expositie gewijd aan Nederlander

In Natzweiler-Struthof loopt momenteel een expositie gewijd aan Jan Cleton sr, een politieke gevangene en communist uit Apeldoorn.

Hij was dat net als veel Nederlanders geplaatst om te 'verdwijnen' in de  zg. 'Nacht- und Nebel'.


Dit was de aanduiding die de nazi's gebruikten voor mensen die zij zonder een spoor of verder bericht aan hun families lieten verdwijnen. Natzweiler-Struthof was speciaal daarvoor uitgekozen.

De expositie heeft als titel 'Jan, le Führer, est-il mort?' oftewel 'Jan, is de Führer dood?'. Cleton sr viel  op door zijn zorg voor medegevangenen. Hij verbleef in het submap Erzingen.


Natzweiler had ongeveer 50 subkampen, waarvan de emesten in Duitsland lagen.

De expositie is gebaseerd op clandestiene verjaardagskaarten en werd in het weekend van de herdenking bezocht door zijn zoon en diens vrouw.


Jan jr is bestuurslid van de AFVN/Bond van Antifascisten.

De Nederlandse vriendenkring Natzweiler haalt de tentoonstelling naar Nederland.


Foto onder: een herdenkingssteen in het kamp met de naam van Jan Cleton erop.

 

"Met pijn betreur ik het dat onze regeringen ons hebben verlaten; dat God hen vergeve, " zei met een stem verstikt door tranen de voorzitter van het Uitvoerend Comité van voormalig Struthof, Robert Salomon over de afwezigheid van de bewindspersoon.


In totaal namen deel aan deze 70ste herdenking van het enige SS-kamp in Frankrijk ongeveer 500 gasten, onder wie een kleine 10 overlevenden,  2 bataljons van het Franse leger, een militaire kapel, 4 vertegenwoordigers van de overheid onder wie één van de Raad van Europa.


Verder ongeveer 60 afgevaardigden van betrokken organisaties. Onder hen ook de voorzitter van het Int. Dachau Comité. mr Pieter Dietz de Loos.


De hoogste  vertegenwoordiger van de staat, de regionale prefect Stéphane Bouillon, benadrukte dat de staat zich wel degelijk betrokken voelt bij het kamp en zijn slachtoffers.


Hij wees er ookop dat de boodschap van het kamp reikt tot in het heden, en dat allen waakzaam en actief moeten zijn om de huidige vrijheid te behouden.


De prefest had eerder de boodschap van de staatssecretaris voorgelezen, waarin deze uitvoerig inging op de geschiedenis van het kamp, waar 22.000 doden vielen op de 50.000 gevangenen.


Arif zal wel aanwezig zijn bij de herdenking van  31 augustus, een ceremonie met een bijzondere status, om de moord nacht van 1 op 2 september 1944 te herdenken waarin 137 Franse verzetsmensen in het reeds ontruimde kamp werden geëxecuteerd.


De vertegenwoordigster van de Raad van Europa, Tina Mulcahy, zei in haar toespraak, dat er in september een Duits-Franse tentoonstelling in het kamp komt.


Ook zei zij dat de rol van het Europees centrum voor Verzet, dat ook in het kamp gevestigd is, versterkt zal worden.


Er waren ook scholieren bij de ceremonieën aanwezig. Onder hen ook winnaars van het grote jaarlijkse opstelconcours dat de Franse staat zowel regionaal als landelijk sinds 1961 organiseert.


Het thema was dit jaar 'De bevrijding van het Franse grondgebied en de terugkeer van de republiek'.

















Siert Bruins niet opnieuw gevangen



HAGEN, 25-06-2014 - De laatste vrije Nederlandse oorlogsmisdadiger Siert Bruins (93) hoeft in Duitsland definitief niet de cel in voor het vermoorden van verzetsman Aldert Klaas Dijkema in 1944. De rechter meent wel dat hij Dijkema heeft gedood,maar die zaak is verjaard.


Het Openbaar Ministerie in Duitsland trok gisteren zijn hoger beroep tegen het besluit van de rechtbank in Hagen om Bruins niet te veroordelen voor moord, in. Dat meldde de rechtbank in Hagen. Bruins zat al eens 7 jaar in Duitsland in de cel wegens zijn daden in de oorlog.


Siert Bruins hoorde op 8 januari 2014 dat hij geen levenslange celstraf zou krijgen. De rechtbank in Hagen meent dat er onvoldoende bewijs bestaat dat hij schuldig is aan moord op verzetsman Dijkema.


Het valt verder niet meer te reconstrueren dat Bruins de verzetsman moedwillig en met voorbedachten rade heeft doodgeschoten, concludeerde de rechtbank. De aanklager had een levenslange gevangenisstraf geëist tegen de al eerder veroordeelde oorlogsmisdadiger.


De rechtbank stelt dat Bruins wel schuldig is aan doodslag op Dijkema, omdat hij met een collega de verzetsman in 1944 heeft doodgeschoten. Maar dat misdrijf is na 69 jaar verjaard, concludeerde de rechtbank. Het vonnis noemt formeel geen vrijspraak of veroordeling. Omdat er niet genoeg bewijs voor de moord (vooropgezet plan) is en dat ook niet meer kan worden verkregen omdat er geen levende getuigen meer zijn, is de zaak zonder schuldig- of onschuldigverklaring geëindigd.


De advocaat van Bruins, Klaus-Peter Kniffka, had goede hoop op deze afloop. 'De familie van Dijkema was na de uitspraak in januari teleurgesteld. ''Ons ultieme doel was om Bruins veroordeeld te zien'', zei Aldert Klaas Veldman, neef van de gedode verzetsman. ''Hoe hoog de straf zou zijn geweest als Bruins wel was veroordeeld, was niet zo belangrijk. Van mij had hij die ook thuis mogen uitzitten'', zei Veldman toen.




Koningspaar ontmoet Poolse WO2-veteranen



WARSCHAU, 25-06-2014  - Koning Willem-Alexander en koningin Máxima hebben gisteren op de eerste dag van hun staatsbezoek aan Polen Poolse oud-strijders uit de Tweede Wereldoorlog ontmoet.


De veteranen vochten in de Eerste Poolse Pantserdivisie onder generaal Maczek. In Breda en omstreken is dat een bekende naam, omdat de stad in 1944 door deze Polen werd bevrijd. Enkele honderden Polen uit dit onderdeel vestigden zich in Breda.


Ook elders in Zuid-Nederland streed dit onderdeel voor de bevrijding.


Sommigen van de veteranen in Warschau spraken Duits. De koning zei volgens Astrid Kersseboom van het Journaal: "We spreken nu met elkaar in de taal van de vijand van toen en kunnen zo goed communiceren." Het koningspaar bracht ook een bezoek een het Museum van de Warschause opstand, waarbij 200.000 doden vielen.


NOS-verslaggeefster Kysia Hekster interviewde een strijder van toen, Wytold Kiezon. (foto's links in 1944 en nu). Het koningspaar bracht ook een bezoek aan het monument voor de strijders en plaatste er twee kaarsen (foto boven).


De koning en koningin hebben verder een presentatie gekregen van de herinrichting van de gedenkplaats bij voormalig nazi-vernietigingskamp Sobibór, dat mede met financiële steun van € 100.000 uit Nederland wordt uitgevoerd.


Koning Willem-Alexander en president Komorowski onthulden gistermiddag een 3D-landkaart met het Poolse deel van de Liberation Route Europe.


Het van oorsprong Nederlandse initiatief toont de route die de bevrijders aflegden toen ze het Duitse leger terugdrongen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In Polen speelt daarbij het nieuwe museum van WO2 in Gdansk een grote rol.


Willem-Alexander schenkt volgens verslaggeefster Astrid Kersseboom graag aandacht aan zaken die de landen binden, zoals in dit geval een deel van hun geschiedenis.


Het bezoek heeft ook een politieke kant, gezien het belang van het land bij sterke partners in het Westen. Polen is nog maar 25 jaar onafhankelijk van de Sowjet-Unie.















Duitse holocaust-interviews online



BERLIJN, 25-06-2014 - Het Berlijnse monument voor de vermoorde Joden van Europa heeft  video-interviews met overlevenden online gezet.


Onder de titel Sprechentrotzallem.de (spreken ondanks alles) staat  nu een serie van 72 interviews online. Daaronder ook ervaringen van enkele vervolgden uit Nederland.


Sommige van de 72 interviews duren acht uur. Het  Berlijnse monument voor de Joden van Europese vermoorden heeft ze uitgevoerd van 2007 tot 2014 met overlevenden van de jaren 1913-1942.


Een meerderheid van de ondervraagden is afkomstig van steden in de voormalige Duitse oostelijke gebieden zoals Wrocław en van voorheen Duitse plaatsen van Midden- en Oost-Europa als Tsjernivtsi (hoofdstad van de Boekovina) en Lviv (oftewel Lwów of Lemberg in Oekraïne, voorheen in Polen) nu.


De interviews waren vooral met Joodse overlevenden, maar ook met zigeuners, als "asociaal" vervolgd, homoseksuelen, politieke dissidenten, verzetsstrijders en slachtoffers van de strijders voor rechtvaardigheid.


Alle interviews zijn op de pagina "Sprechentrotzallem" in de oorspronkelijke taal, meest Duits,  en in hun volle lengte beschikbaar. Toegang is alleen mogelijk na voorafgaande registratie. Omdat er niet gemonteerd of verwijderd is kunnen de video-opnamen dienen als een bron van onderzoek. De interviews zijn te zien zowel op het internet en in de tentoonstellingsruimte onder het Holocaustmonument in de buurt van de Brandenburger Tor in Berlijn.


Psycholoog David Boder interviewde al in 1946 tientallen overlevenden van de Holocaust over hun lotgevallen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gesprekken van Boder met de slachtoffers zijn nu, dankzij het project Voices of the Holocaust, online te beluisteren en in het Engels of in de originele taal te lezen. De USC Shoah Foundation, opgericht door Steven Spielberg,  heeft 52.000 interviews van overlevenden geregistreerd tussen 1994 en 1999.









Vier regionale mediabedrijven starten oorlogsproject  van € 1 miljoen




door Arthur Graaff
ARNHEM, 18-06-2014  - Vier regionale media zijn samen een groot project rond de Liberation Route en de 70e herdenking van operatie Market Garden gestart onder de titel 'Weg naar de bevrijdibng'..


Foto links: de nieuwe site, die volgens het vfonds € 500.000 kost. Klik op de foto voor een link.


Het is voor het eerst dat verschillende regionale en provinciale media op deze schaal samenwerken.


Het Vfonds, gespecialiseerd in oorlog en vrede,  subsidieert dit project met 1 miljoen euro. De helft daarvan gaat naar de media, de helft naar de nieuwe website 'De weg naar de bevrijding'. De site is exact op D-Day 6 juni j.l.  live gegaan, maar bevat nu nog weinig  informatie.


Bij de samenwerking zijn Omroep Gelderland, Omroep Brabant en acht regionale kranten van Wegener Media betrokken. Behalve De Stentor en De Gelderlander doen ook kranten in Brabant en Limburg mee.


De kranten en omroepen gaan verhalen optekenen rond de Liberation Route, de weg die de geallieerden aflegden in 1944 en 1945, van Normandië op weg naar onze bevrijding.


De site wegnaardebevrijding.nl verzamelt zodoende informatie over deze gebeurtenissen. De redacties vullen dit aan met foto's, video- en geluidsfragmenten, diapresentaties en dagboekfragmenten, onder meer van kijkers en luisteraars. De redacties gaan allemaal actief aan de slag op zoek naar onderwerpen en produceren die zelf. Tot en met volgend jaar besteden de regionale media aandacht aan de Liberation Route en de 70ste herdenking van operatie Market Garden. 


Opvallend is dat bij de informatie die nu over D-Day getond wordt, aan de term 'Engels' wordt vastgehouden in plaats van 'Brits'. Over de invasie van Nederland wordt gezegd dat half Nederland de hongerwinter meemaakte, wat echter alleen gold voor het westen van het land. Wie de auteur is of hoofd- of eindredactie voert, is niet vermeld.


Directeur Guus van Kleef van Omroep Gelderland noemt het een unieke samenwerking. Hij wijst erop dat een speerpunt zal zijn de herdenking van Market Garden, de mislukte geallieerde poging om de Duitse linies te doorbreken vanuit Nederland in september 1944. Van 14 tot 21 september 2014 gaan beide omroepen uit Gelderland en Brabant samen een televisieprogramma maken, elke dag op een andere plek.


Ook op radio komt er veel aandacht voor de herdenkingen. In de regionale kranten zullen flinke bijlagen verschijnen, en ook de huis- aan- huisbladen van Wegener Media zullen er volop aandacht aan besteden. Buiten deze speerpunten zal het hele jaar met journalistieke producties aandacht worden besteed aan deze historische gebeurtenissen en hun betekenis voor het nu.


In elk geval komt er een adres waar mensen en organisaties terecht kunnen met materiaal of informatie die bruikbaar is. Directeur Guus van Kleef van Omroep Gelderland: 'Dit is echt uniek, het is nog nooit vertoond dat regionale media op deze manier samenwerken. We zijn het vfonds zeer dankbaar voor het vertrouwen en kijken er naar uit samen iets bijzonders neer te zetten.'


Daarnaast meldt Omroep Gelderland een speerpunt de herdenking van Market Garden zijn, de geallieerde operatie in september 1944. Van 14 tot 21 september 2014 gaan beide Omroepen samen een televisieprogramma maken, elke dag op een andere plek. Ook op radio zal er veel aandacht zijn voor de herdenkingen. In de regionale kranten wordt uitgepakt met een flinke bijlage, ook de huis- aan- huisbladen van Wegener Media zullen er volop aandacht aan besteden. Buiten deze speerpunten zal het hele jaar met journalistieke producties aandacht worden besteed aan deze historische gebeurtenissen en hun betekenis voor het nu.








Ook Limburg markeert bevrijdingsroute Geallieerden




door Arthur Graaff
MAASTRICHT, 13-06-2014 - De provincie Limburg gaat samenwerken met de 'Liberation Route Europa', de organisatie ter herdenking van de bevrijdingsroute van de geallieerden uit het einde van de Tweede Wereldoorlog.


Foto rechts: een luisterkei bij museum Hartenstein in Oosterbeek.


Om de herinnering aan deze oorlog levend te houden krijgt deze route van de geallieerden markeringen in het landschap  van Noord- en Midden-Limburg.


De kosten van dit project bedragen € 300.000. In Noord-Limburg werd zwaar gevochten in aansluuting op de Slag om Overloon en diverse stedne in de buurt zoals Roermond en Venlo werden zwaar gebombardeerd.


De Provincie neemt de helft van de kosten voor haar rekening. De andere helft wordt betaald door de betrokken gemeenten. Ook de Roermondse Stichting 1880 en het Prins Bernhard Cultuurfonds doen een financiële bijdrage. Er komen op 20 plaatsen 'luisterkeien', keien met een luidspreker waar het verhaal van die plek uit klinkt.


Dit blijkt uit besluit van Gedeputeerde Staten. De route start bij de landingsstranden in Normandië en volgt het pad van de geallieerden via België en Limburg richting Berlijn. VVV Midden-Limburg is initiatiefnemer, de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg evenals de gemeente Eysden-Margraten hebben zich hierbij aangesloten.


Bij de luisterplekken kan de toerist persoonlijke verhalen horen van mensen uit de regio die vertellen over de gebeurtenissen in 1944 en 1945. Daarnaast laat de provincie  voor scholen lespakketten ontwikkelen opdat ook de jeugd beter kan kennisnemen van de opmars van de geallieerden en de sporen hiervan in Limburg. Tevens wordt de website www.liberationroute.com uitgebreid met informatie over de bevrijdingsroute in Noord- en Midden-Limburg.


Gedeputeerde Twan Beurskens van Economische Zaken zegt op de website van de provincie dat Limburg zich met dit project op de kaart zet voor een nieuwe groep toeristen, die interesse heeft in het verkennen van de slagvelden en de herdenking van de geleverde strijd. “Dit initiatief biedt gelegenheid tot verdieping in de betekenis van de oorlog voor deze provincie,” aldus Beurskens. “Ook past het in ons beleid om in deze regio een onderscheidend toeristisch product aan te bieden”.










Serie over Mussert niet, over verrader Riphagen wel op tv



HILVERSUM, 13-06-2014 - De aangekondigde dramaserie die de VPRO over NSB-leider Anton Mussert (foto rechts) wilde maken,gaat niet door. Het Mediafonds  weigerde subsidie te geven.


Een driedelige serie over verrader en crimineel Dries Riphagen is wel goedgekeurd, met Jeroen van Koningsbrugge als Riphagen. Regisseur is Pieter Kuijpers, die bij zijn vorige film, 'Hemelop aarde' uit 2013, ook al met Van Koningsbruggen werkte. Deze serie komt najaar 2015 op tv. 


De serie over Mussert zou verhalen over de opkomst en ondergang van NSB-leider Anton Mussert (1894-1946). Ketelaar schreef het scenario samen met Kees Prins. Deze had in 2012 laten weten dat hij een zekere bewondering voor Mussert  voelde.


Tegen de Volkskrant zei hij toen o.m. over Musserts proces en doodstraf: "Er zijn vragen of die gang van zaken eigenlijk wel rechtsgeldig was. Het is mooi om dat verhaal te vertellen terwijl je een man ziet die eigenlijk tot het einde toe in zijn ideeën is blijven geloven, terwijl je alles om hem heen in elkaar ziet storten.' Prins vindt Mussert 'een hele wonderlijke figuur'.


In 1968 maakte Pieter Verhoeven al een documentaire over Mussert,met daarin onder meer kernfiguren als Florrie Rost van Tonningen.procureur-generaal mr J.Zaaijer en de voormalige premier Schermerhorn.


Riphagen, foto links, bijgenaamd de Hollandse Al Capone, maakte naam als pooier en als uitbater van gokhuizen. In de Tweede Wereldoorlog werd hij de spil van alle onderwereldfiguren die met de Duitse bezetter samenwerkten en leverde hij in dienst van de Sicherheitsdienst honderden Joden uit aan de nazi’s.


Hij werd nooit berecht. Nadat de onderwereldbaron in mei 1945 werd opgepakt, vluchtte hij in 1946 naar Argentinië. Daar raakte hij bevriend met president Juan Perón. Riphagen overleed in 1973 in Zwitserland.


De regie is van Pieter Kuijpers, foto rechts, regisseur van o.m. 'Van God los'  over de uiterst moorddadige bende van Venlo, een film die 3 Gouden Kalveren won.


Het scenario is van Jean Paul Nelissen en Thomas van de Ree en de producent is Pupkin. De serie wordt gebaseerd op het boek 'Riphagen' van Parool-journalisten Bart Middelburg en René ter Steege, waarvan prioducent Pupkin in 2013 de rechten kocht.


Pieter Kuijpers op de site van uigeverij NwAd'dam over Riphagen: : “Als je alle Nederlandse film- en televisieproducties over de Tweede Wereldoorlog op een rijtje zet, lijkt het of we een land vol verzetshelden zijn. De realiteit was een stuk weerbarstiger. Nederland was wel degelijk een land vol antisemieten, collaborateurs en opportunisten. Eén van de meest schrijnende voorbeelden hiervan was Andries Riphagen, de koning van de Amsterdamse onderwereld. Zelfs de Sicherheits Dienst wilde op een gegeven moment niet meer met ’m samenwerken. Hij was letterlijk fouter dan de Duitsers.”






Troostwijk veilt enorme collectie militaria van Jan van Gelder - maar niet nazispullen

door Arthur Graaff

AMSTERDAM, 11-06-2014 - Troostwijk veilingen organiseert op 27 juni de grootste veiling van militaria uit o.m. WO2 die het bedrijf ooit heeft meegemaakt, volgens kenners in ieder geval de grootste van Nederland. In overleg met het CIDI heeft directeur Feenstra besloten dat er echter totaal geen nazi-artikelen geveild zullen worden.

Onder de spullen bevinden zich diverse nazi-artikelen, zoals trommels van de Hitlerjugend, SS-helmen en petten, wapens, en kruitketels van de SS. Troostwijk heeft in overleg met Van Gelder geregeld, dat deze spullen naar officiële instellingen zullen gaan zoals het Verzetsmuseum en het NIOD.

Volgens de eigenaar van de spullen, de 68-jarige militariahandelaar Jan van Gelder (foto rechts) van Army Dump in Heukelum bij Gorcum, stopt hij omdat hij op leeftijd raakt en zijn vrouw het welletjes vindt. Bovendien heeft het er alle schijn van, dat hij geen nieuwe spullen meer kwijt kan.

In totaal verwacht eigenaar Jan van Gelder een opbrengst van ver boven een miljoen. Hij wil niet precies zeggen hoeveel. Er zijn vekle tientallen artikelen bij die iedervoor zich al enkele duizenden euro's op moeten brengen, zoals een VOC-kanon.

Foto onder: een SS-uniform in de collectie van Jan van Gelder van Army Dump te Heuekelum.


Dit is volgens de website NLnazivrij de eerste keer dat een veilinghuis in Europa nadrukkelijk de verkoop van nazispullen afwijst. NLnazivrij is de organisatie die tracht de verspreiding van nazisymbolen tegen te gaan, en is zeer verheugd met het besluit van Troostwijk.

Troostwijk is in de jaren 1930 gesticht door Joden, maar er zijn geen oorspronkelijke familieleden meer bij het bedrijf betrokken. Volgens het digitale Joods Monument zijn er 139 leden van deze familie omgebracht (niet allen waren bij de veilingen betrokken).

Troostwijk stelt op zijn site Europees marktleider van het zakelijke veilen te zijn en heeft 14 kantoren in West-Europa. Op de militariaveiling komen volgens directeur Feenstra 6.000 kavels aan bod.

De meeste kavels bevatten meerdere artikelen - zoals een kavel van 5 geweren en 1 bazooka (onbruikbaar gemaakt), een kavel met 50 badges, een met 30 caps, of een met 20 schaalmodellen - of met slechts één luchtafweerkanon. Ook is er één Britse 9 cylinder stermotor uit een WO2-vliegtuig te koop. In totaal beslaat het aanbod twee hallen ter grootte van in 3 voetbalvelden .

Foto links: een Alvis_Leonides 9 cylinder stermotor, volgens Jan ven Gelder in goede staat en wereknd te maken.Deze moet €4.500 kosten inclusief de originele dolly. Foto Troostwijk.

Volgens de website van Troostwijk  zijn vele soortenuniformen, muziekinstrumenten, werktuigen, duikboot- en vliegtuigonderdelen, motoren, trucks, tenten, benzinetanks, kisten, generatoren, oorlogsdocumentatie en nog meer. De spullen staan in Dodewaard en Geldermalsen.

Eigenaar Jan van Gelder blijkt geen ruimte te hebben voor nieuwe spullen en is intussen 68 jaar, terwijl zijn gezondheid wat minder wordt en zijn vrouw aandrong op stoppen. Troostwijk is al sinds januari bezig met het inventariseren van de collectie.

Naar schatting gaat het in totaal om maar liefst 60.000 losse artikelen. Ook onklaar gemaakt wapens kanonnen, en verder bajonetten, messen en allerlei andere steekwapens worden geveild.

Er zijn ook diverse modellen van tanks, schepen en vliegtuigen. Als deze swastika's bezitten, worden ze niet geveild. Wat betreft de nazispullen zegt veilingleider Feenstra, dat hij het niet gepast acht die te veilen.

Foto rechts: de spullen uitgestald in halen van Troosttwijk. Waarschijnlijk verdwijnt de nazihelm in het midden nog uit de veiling. Foto Troostwijk.


Feenstra stelt dat er geen enkel artikel geveild zal worden waar swastika's op staan, omdat hij dat met name ook in deze tijd ongepast vindt en Feenstra zich bewust is van de Joodse 'roots' van het bedrijf.

Feenstra vindt nadrukkelijk dat zulke spullen niet in particuliere handen moeten komen, omdat hij dan niet weet of dat niet uit verkeerde motieven gebeurt.



ZIE OOK >>> www.NLnazivrij.tk









Laatste Navajo overleden die ongekraakte geheimtaal uit WOII ontwikkelde




CHICHILTA, NEW MEXICO,  5-06-2014 - Chester Nez, de laatste van de 29 Amerikaanse Navajo's die tijdens de WO2 een codetaal ontwikkelden die de Japanners of anderen nooit hebben gekraakt, is woensdag in Chichilta in de staat New Mexico overleden. Hij werd 93 jaar oud.



Foto rechts: vlnr Nez in de oorlog, en rechts op 90-jarige leeftijd.


"De kracht van onze taal werd met de wereld gedeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de eerste 29 'Code Talkers' zich vrijwillig aanmeldden. Spijtig genoeg hebben we de laatste overlevende van die 29 mannen, Chester Nez (23 januari 1921 - 4 juni 2014), verloren. Hij overleed woensdagochtend in zijn slaap", aldus de leider van de Navajo's, Ben Shelly.


Op de website van de Amerikaansse mariniers staat een uitgebreid artikel over Chester Nez.


De 29 Navajo-indianen werden in mei 1942 ingelijfd bij de Amerikaanse mariniers. Op basis van hun bijzonder complexe moedertaal die toen geen geschreven woorden kende, ontwikkelden ze een codetaal voor gebruik het slagveld en in onderzeeërs.


"Ik ben heel trots om te zeggen dat de Japanners er alles aan hebben gedaan om de code te breken, maar dat ze daar nooit in geslaagd zijn", zei Chester Nez vorig jaar tegen het Amerikaanse militaire dagblad Stars and Stripes. Deze mariniers ontvingen voor hun bijdrage gezamenlijk de Gold Medal of Honor van het Amerikaanse Congres in 2001. Dit is de hoogste Amerikaanse onderscheiding.

In totaal werden ongeveer 400 Navajo-indianen als "Code Talkers" ingezet bij de oorlog in de Grote Oceaan. Ook indianen van andere stammen (Choctaws, Cherokee, Comanches) werden overigens ingezet om gecodeerde boodschappen door te geven.


Dat konden zij veel snelelr dan de toenmalige codeermachines. Violgens majoor Howard Connor, de communicatieofficier van de 5de Mrine Division die bij Iwo Jima betrokken was, zoiu het onbmogelj zijn geweest dit eiland op de Japanners te veroveren zonder de 6 navajo's die daar toen dienden.


Vanwege de verschillen tussen Engels en Navajo-taal moesten de Navajo's zelf beschrijvende termen voor sommige voorwerpen bedenken, die nog geen naam hadden in de Navajo-taal. Bijvoorbeeld 'gofasters' voor hardloopschoenen of 'ink stick' voor pen. Deze termen hebben daarna vaste voet gekregen binnen het US Marine Corps. De codetaal werd ook nog gebruikt in de Koreaanse oorlog en in de Vietnamoorlog.


Na de oorlog trof een triest lot velen van de 'code talkers', omdat zij niet mochten vertellen wat zij precies in de oorlog gedaan hadden. Velen van hen stierven in de decennia vlak na de oorlog, zonder een cent en zonder werk.


Het overlijden van Chester Nez "vormt een triest einde van een tijdperk voor ons land en voor de geschiedenis van het Marine Corps", reageren de Amerikaanse mariniers in een persbericht. "De Navajo-Code Talkers hebben onschatbare bijdrages geleverd op het strijdtoneel in de Grote Oceaan tijdens de Tweede Wereldoorlog", aldus het Marine Corps.


De code bleef tot in de jaren tachtig geheim, omdat het Amerikaanse leger lange tijd dacht dat hij nog nuttig kon zijn bij een eventueel nieuw conflict. Chester Nez schreef als enige van de 'code-talkers' zijn memoires getiteld 'Code Talker: The First and Only Memoir by One of the Original Navajo Code Talkers of WWII' (Berkley Hardcover. ISBN 0425244237).






Koning en 6 Britse Royals in Normandië



DEN HAAG 4-06-2014 - Koning Willem-Alexander, koningin Máxima en minister-president Rutte zijn op 6 juni 2014 aanwezig in Normandië bij de herdenkingen ter gelegenheid van de geallieerde invasie 70 jaar geleden op 6 juni 1944, zo meldt de RVD.Ook koningin Elizabeth en prins Philip zijn dan in Frankrijk, waar de vorstin tegelijkertijd een staatsbezoek aflegt, maar ook prins Charles en echtgenote Camilla, alsmede prins William en zijn vrouw Catherine komen naar Frankrijk.


In de ochtend van 6 juni vindt een Nederlands-Franse herdenking plaats in Arromanches. Bij de herdenking zijn veteranen aanwezig van de Prinses Irene Brigade en van de Marine Luchtvaartdienst, die in 1944 deelnamen aan de invasie. Ook Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Jaime de Bourbon de Parme woont, als beschermheer van de veteranen van het garderegiment Fuseliers Prinses Irene, de bijeenkomst bij.


Prins William en zijn echtgenote komen op 6 juni 's middags ook naar Arromanches. Charles en Camilla, die al op 5 juni een vol programma afwerken, zijn bij de speciale herdenkingsdienst van het Royal British Legion, de veteranenorganisatie, in de kathedraal van Bayeux. Daarna gaan ze naar de militaire erebegraafplaats in het Franse stadje voor een herdenking.

 

Het kasteel van Bénouvile (mét accent) bevindt zich aan de westkant van het Canal de Caen la Mer , aan de zuidoostelijke rand van de stad Benouville , en net ten zuidwesten van de Pegasus Bridge , beknd van D - Day , 1944 .

Tijdens WO II werd het kasteel annex
kraamkliniek gerund door Madame Lea Vion bijgenaamd ' la Comtesse ' , directeur  die ook een verzetsgroep van het GGO
leidde die behoorde tot de netwerk ' Nieuwe Tijd ' .

De kraamkliniek werd een haard van verzet voor de regio: voortvluchtige geallieerde piloten en Franse jongeren niet bereid om te werken voor de Duitsers vonden hier een veilige onderduikplek.

Wapens en een verzetszender werden hier verborgen. Vion was in frequent contact met weerstandsactivisten Leonard Gille , Rene DUCHEZ en Henri Leveille.

Een van haar informanten was Georges Gondree , de caf eigenaar in de buurt van de brug over het Kanaal van Caen , die in het geheim informatie verzamelde over Duitse verdediging ten behoeve van D Company 2 Ox and Bucks onder majoor John Howard, die de brug met succes zou bestormen in de nacht
voor D-Day .

Via Madame Vion
werd deze belangrijke informatie van Gondree doorgestuurd naar Engeland . Op de  D - Day-ochtend vuurde soldaat Wally Parr , een scherpschutter van de Os en de Bucks , enkele granaten van een Duitse anti tank - pistool naar en over het kasteel , omdat hij ten onrechte dacht dat Duitse scherpschutters aanwezig waren op het dak van het gebouw, totdat Major Howard maakte liet stoppen .

Howard vertelde Parr dat er zwangere vrouwen in het kasteel
waren. Op dit zelfde ogenblik echter stond de Duitse luitenant Hans Hoeller een artillerie- officier van 8 . Kompanie ( Schwere Waffen ) , 192 . Panzergrenadierregiment , Kampfgruppe Rauch , 21 Panzerdivision op de top van het kasteel samen met een sergeant en soldaat om  de kanaalbrug te observeren.

Eerder vond
Hans Hoellerhet frustrerend dat zijn anti-tank bataljon Bénouville niet kon passeren , wegens te zwaar verzet van de Britse parachutisten die behoorden tot A Company , 7 Para Bataljon onder leiding van Nigel Taylor . Hij zocht een geschikte plek voor zijn batterijen.

Madame Vion
had tevergeefs geprobeerd t Lt Hoeller te beletten het " kasteel " binnen te dringen. Hoeller en zijn collega's werden vervolgens gedwongen door Wally Parrs granaten naar benedente gaan en zich  onmiddellijk terug te trekken .


Minister-president Rutte, minister Hennis-Plasschaert en generaal-majoor b.d. Hemmes spreken in Arromanches namens de regering en de veteranen.


Ter nagedachtenis aan de gevallenen wordt door de Koning en Koningin een krans gelegd. Minister-president Rutte en minister Hennis-Plasschaert leggen een krans namens de Rijksministerraad. Ook wordt een krans gelegd namens de Franse regering.


Na afloop van de ceremonie ontmoeten de Koning, Koningin, minister-president en minister van Defensie de veteranen.


Na de bijeenkomst gaan Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en minister-president Rutte op uitnodiging van de Franse president Hollande naar een lunch in Château de Bénouville met staatshoofden en regeringsleiders uit zeventien landen.


Het Britse staatshoofd neemt in het kasteel van Bénouville ook deel aan deze lunch. Daarbij zijn onder anderen ook de Belgische koning Filip, de Noorse koning Harald, de Deense koningin Margrethe en de presidenten Barack Obama en Vladimir Poetin aanwezig.

Aansluitend zijn het Nederlands Koningspaar, de minister-president en de minister van Defensie aanwezig bij de internationale herdenking op Sword Beach in Ouistreham, het strand waar de C+anadezen hun aanval inzetten. 


Daar zal de Franse president Hollande een toespraak houden, waarna de bezetting en bevrijding van Frankrijk en Europa in scene worden gezet.















Minister Hennis-Plasschaert opent Liberation Route in Normandië


ELST, 3-06-2014 - Met het hijsen van een speciale vlag opent minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert op vrijdag 6 juni officieel de Liberation Route Europe.

Dit Europese project dat in Nederland werd ontwikkeld, volgt het pad van de geallieerde troepen in 1944-1945 van Normandië tot Berlijn én vanuit het Poolse Gdánsk naar Berlijn.

De toeristisch-historische route wordt geopend in de Franse kustplaats Arromanches, precies 70 jaar nadat hier op D-Day geallieerden aan land kwamen, zo meldt de organiserende stichting. .

Voor het opzetten deze Europese route is nauw samengewerkt met acht vooraanstaande partners uit verschillende Europese landen. Directeur Victoria van Krieken van de Stichting Liberation Route Europe (SLRE), de organsiator van de gehele route,  is trots op deze samenwerking.

“De internationale uitrol van de route, die sinds 2008 in Nederland bestaat, is geen toeval. We staan op een historische dag op een historische locatie. Arromanches maakt deel uit van de Liberation Route Europe en wij vinden het belangrijk op deze manier aan de wereld te tonen dat niemand vrijheid als vanzelfsprekend kan beschouwen. Voor een vrij Europa is immers een hoge prijs betaald,” aldus mevrouw Van Krieken.

Dat is niet de enige reden waarom de internationale route er komt, stelt zij. “Hiermee kunnen we historische locaties met elkaar verbinden en houden we de geschiedenis levend. Het duurt niet lang meer voordat de laatste ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog zijn overleden. De verhalen van deze mensen willen wij graag blijven vertellen.”

Website en app
Samen met de opening van de Liberation Route Europe komen de vernieuwde website (www.liberationroute.com) en een gratis ‘Liberation Route Europe’-app beschikbaar. Beide in 5 talen: het Nederlands, Engels, Frans, Duits en Pools.

Foto links: het strand van Arromanches met Het Kanaal, waarin de caisson van de geallieerde tijdelijke haven. Eén ervan ligt vooraan op het strand.

De app geeft de gebruiker op basis van gps onder meer informatie over wat zich heeft afgespeeld op weg naar een vrij Europa.

Daarmee treedt de bezoeker letterlijk in de voetsporen van de bevrijders. De app en site worden continu aangevuld met nieuwe informatie over de ruim drieduizend kilometer lange route.


De officiële lancering van de route begint om 11.15 uur op het plein van Arromanches, na afloop van de binationale herdenkingsceremonie van Frankrijk en Nederland. Bij deze ceremonie zijn onder anderen koning Willem-Alexander, koningin Máxima, premier Mark Rutte en Hennis-Plasschaert aanwezig.

De Liberation Route Europe presenteert zich tijdens een fête d’honneur van de plaatselijke burgemeester Patrick Jardin. Dit gebeurt via een audiovisuele presentatie , afgewisseld met korte toespraken van onder anderen minister Hennis-Plasschaert.

 Europese samenwerking
De Liberation Route Europe is een van oorsprong Nederlands project, maar bestaat inmiddels uit een Europese samenwerking op verschillende niveaus. Zo behoren het Londense Imperial War Museum, het Geallieerden Museum in Berlijn, het Museum van de Tweede Wereldoorlog in het Poolse Gdánsk en het Mémorial de Caen (Frankrijk) tot voorname museale partners.

Erkende historische uit heel Europa beoordelen de historische inhoud. Dankzij deze multinationale samenwerking krijgt de SLRE niet alleen subsidie van het vfonds (het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg), maar ook van de Europese Unie.

Binnen Nederland werkt de SLRE intensief samen met musea in Gelderland en Noord-Brabant. Het gaat om het Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek, het Oorlogsmuseum in Overloon en het Airborne Museum ‘Hartenstein’ in Oosterbeek.

Naar verwachting sluiten meerdere musea later dit jaar aan als gevolg van verdere uitbreiding van de Liberation Route Europe naar Limburg en Zeeland.
Zij verricht daarna de openingshandeling door het hijsen van de Liberation Route Europe-vlag op het plein. Staatssecretaris Martin van Rijn van het ministerie van VWS sluit de lancering op passende wijze af door het eerste exemplaar van de route op symbolische wijze te overhandigen aan de jongere generatie.

Freedom Trail
De eersten die een groot deel van de Europe route officieel afleggen, zijn deelnemers aan de zogeheten Freedom Trail 2014.

Tijdens een sportief evenement op 5 en 6 juni gaan honderden medewerkers van politie, brandweer en defensie per motor, fiets, te voet of zwemmend op pad om zo volgens de organiserende stichting te tonen dat zij staan voor een vreedzame en veilige samenleving.

Onder de deelnemers, die vanaf verschillende plekken richting strand Nulde gaan, bevinden zich korpschef Gerard Bouman van de Nationale Politie en Inspecteur Generaal der Krijgsmacht Ton van Ede. Vanuit Arromanches vertrekt een groep motorrijders op 5 juni richting het eindpunt een dag later.

In Nederland komen de deelnemers aan de Freedom Trail onder meer door Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel. De estafette is een initiatief van de Stichting Waardering Erkenning Politie en het Veteraneninstituut. Meer informatie is te vinden op www.wep.nu en www.freedom-trail.nl.







8.000 Nederlanders hielpen geallieerde piloten



GRASS VALLEY, CALIFORNIË,28-05-2014 - In totaal zeker 8.000 Nederlanders hebben geallieerde piloten geholpen die in Nederland tijdens de oorlog neerstortten.


Dat hield in dat zij onderdak kregen en mogelijk hulp bij een vlucht naar Engeland. Dat blijkt uit de jongste cijfers van de website 'Netherlands-escape-lines.com'. 


Deze site wordt sinds 11 jaar  gerund door amateurhistoricus Bruce C. Bolinger uit Californië.


Hij is van Belgische komaf en een neef van de Britse soldaat Tom Britton die Himmler arresteerde in 1945, en een achterneef van een Nederlandse verzetsman in België, Arthur Schrynemakers die zeer actief was in het organiseren van 'pilotenlijnen' voor de vlucht van geallieerde vliegeniers door België.


Bolinger, een vormalig beleidsambtenaar o.m. actief geweest in de organisatie van verkiezingen,  ontleent de namen vooral aan de Britse National Archives. Hij benadrukt dat om zeer uiteenlopende redenen, zeker niet alle namen van 'pilotenhelpers' bekend zijn geraakt en dan bovendien nog in overheidsdocumenten terecht zijn gekomen en terugvindbaar bleken.


Het getal van de 8.000 helpers is dus indicatief. Welblijkt uti de grodnigheid waarmee Bolinger zijn werk heeft verricht, plus de lange duur van zijn onderzoek en de honderden reacties van betrokkenen die hij intussen heeft ontvangen, dat het getal in grote lijnen ene goede indicatie kan zijn voor de mate waarin 'vliegeniers 'geholpen werden. 


Boven Nederland zijn in totaal ongeveer 6.000 geallieerden en Duitse toestellen neergestsort, waarvan de helft, dus 3.000 ruwweg geallieerdwas. Daarbij ging het meestal om bommenwerpers met een bemanning van gemiddeld 5 mensen. Daarbij zijn ongeveer 10.000 geallieerde doden gevallen. De meeste gevallen van pilotenhulp betrof meer dan één vliegenier, omdat er vaak enkele mensen tegelijk uit een wrak opdoken.


Bij in totaal 3.000 neergestorte toestellen was dat naar schatting 15.000 overlevende inzittenden. na aftrek van de gesneuvelden blijft er een groep van ongeveer 5.000 vliegeniers over die hulp kon krijgen. Een deel van hen werd snel gearresteerd door de nazi's - maar hoeveel dat er waren is onduidelijk. Het gaat dus waarschijnlijk om een groep van 2 tot mogelijk 4.000 man. Hoevelen van hen feitelijk konden ontsnappen is ook onduidelijk. Maar diverse helpers bekommerden zich als groep of achtereenvolgens om dezelfde piloten, waardoor het getal van helpers dat van piloten overstijgt.


Opvallend is, dat de Franse pilotenhulp nu staat op 4.500 helpers, maar Belgische en Luxemburgse op ruim 17.000, Deense ongeveer 400, Hongaarse ruim 180, en 14 Joegoslavische. Het grote aantal Belgen en Luxemburgers heeft ermee te maken, dat bijvoorbeeld in Nederland neergekomen vliegeniers vrijwel uitsluitend konden vluchten via België, dus altijd ook Belgische hulp kregen. Daarbij kwam  dan het aantal vliegeniers dat in België zelf was neergestort, en dat op ongeveer 10.000 kan worden geschat. Bovendien kwamen in België de vliegeniers terecht die in de westelijke Duitse grensstreek neerkwamen en ook weer via België verder trachtten te vluchten.België was dus een soort knooppunt voor illegale doortocht van geallieerde vliegeniers.










Foto boven: Rudy Burgwal in zijn Spitfire.

Indisch Den Haag in Verzet, een tentoonstelling


DEN HAAG, 27-05-2014 - 'Indisch Den Haag in Verzet, de helden van ’40-’45' is de titel van een nieuwe tentoonstelling in het Cultuurpaviljoen van de 56e Indische Tong Tong Fair in Den Haag. Deze expositie behandelt de grote rol die Indische Nederlanders speelden in Nederland in het verzet tegen de Duitsers. De bekendste van hen is wel de Soldaat van Oranje, Erik Hazelhoff Roelfzema.

Toen de Duitsers op 10 mei 1940 binnenvielen, bevonden zich in Nederland tienduizenden mensen uit Indië: Indo’s, Molukkers, Indonesiërs en totoks (blanken). Relatief veel van hen namen deel aan het verzet. Journalist en schrijver Herman Keppy doet al jaren onderzoek naar de strijd tegen de Duitse bezetter vanuit de Indische gemeenschap. Samen met Esther Wils stelde hij de tentoonstelling samen, die veertien helden van ’40-’45 portretteert. Arthur Meyer is de vormgever.

Soldaat van Oranje
De Soldaat van Oranje, Erik Hazelhoff Roelfzema en zijn maat Peter Tazelaar zijn bekend uit het boek van Roelfzema, van de film en de musical. Vrijwel niet bekend is dat beiden werden geboren in Nederlands-Indië, zoals verrassend veel oorlogshelden.

Foto links: Erik hazelhoff-Relfzema, rechts, Peter Tazelaar, links, tussen hen in Rie Stokvis, foto 2 mei 1945.

Alleen al in Den Haag woonden er volgens de samensteller van de expo ten minste 40. Een verklaring voor de activiteiten vermeldt de informatie niet. Wel is bekend dat de in Nederland levende Indische gemeenschap over het algemeen welgesteld was, een internationale belangstelling had, niet onavontuurlijk en zeker koningsgezind was.

KNIL-officier Eddy Latuperisa wonde in 1940 in de Frederik Hendriklaan. Hij hielp Tazelaar als die weer - letterlijk - opdook uit de branding van Scheveningen. Latuperisa, een Molukker, verzamelt ook wapens en rekruteert leden voor de militaire verzetsbeweging Ordedienst. Hij wordt echter gearresteerd en na een schijnproces geëxecuteerd op de Leusderheide.

Rudy Burgwal
Aan de Populierstraat woonde de Indische mevrouw Burgwal uit Soerabaja, die een gestrande geallieerde militairen een schuilplaats biedt. Zij krijgt vaak bezoek van ingenieur  Anton Schrader, ook uit Soerabaja, die aan het begin van de oorlog voor bootjes zorgt die Engelandvaarders naar de overkant kunnen voeren. Hij ziu zelf ook de overtocht maken, net als de zoon van mevrouw Burgwal.

Rudy Burgwal (
Soerabaja, 27 september 1917 – Le Genest-Saint-Isle, 12 augustus 1944) kreeg na zijn vlucht in Engeland en Canada een opeiding tot piloot. Hij kwam in actie in de RAF en trof er veel ‘Indische jongens’. Burgwal ontving het Bronzen Kruis. Burgwal werd de topscorende Nederlandse ace met 20 overwinning en 3 gedeelde V1's, waarvan 5 overwinningen op één dag.

Burgwal
studeerde bijvoorbeeld in Leiden samen met de Engelandvaarder en eveneens later RAF-piloot Bob van der Stok, de meest gedecoreerde Nederlander uit WO2. Van der Stok werd geboren in Pladjoe in Ned-Oost-Indië. Van der Stok wordt niet in de expo behandeld, omdat hij geen band met Den Haag had.
.
Van de 900 Nederlanders binnen de Engelse luchtmacht tijdens de oorlog, waren er maar liefst 209 afkomstig uit Indië. Naast Engelandvaarders waren dat rechtstreeks uit Indië uitgeweken vliegers en andere militairen. Velen van hen zagen Nederland voor het eerst, als zij er met hun vliegtuig overheen vliegen. Velen keren nooit meer terug. Dat lot treft ook Rudy Burgwal nadat hij al vele succesrijke missies had uitgevoerd.

De bekende striptekenaar Peter van Dongen heeft een illustratie gemaakt van de Spitfire met deze Indische vliegenier aan de knuppel. Deze is vergoot op een wand gemonteerd. Op de passagierszetel is een uitsparing gemaakt, waar kinderen hun hoofd doorheen kunnen steken. Onder het motto ‘Vlieg mee met Rudy!’ kunnen zij op de expositie als co-piloot worden gefotografeerd.

Veertien portretten
Rudy Burgwal was enig kind, zijn ouders leven allang niet meer. Maar hij is niet vergeten, want tijdens de Tong Tong Fair komt hij weer tot leven.

 Programma
De tentoonstelling Indisch Den Haag in Verzet, de helden van ’40-’45 is te zien in het Cultuurpaviljoen van de 56e Tong Tong Fair.
Lezingen van Herman  Keppy over Indisch Den Haag in Verzet:
  •     donderdag 29 mei 2014, 14.00 uur, Tong-Tong-Theater
  •     woensdag 4 juni 2014, 14.00 uur, Tong-Tong-Theater
  •     vrijdag 6 juni 2014, 11.00 uur, Haags Historisch Museum. Deelname is gratis, exclusief museumentree.
    Op vertoon van uw toegangsbewijs van de Tong Tong Fair betaalt u slechts € 2,50 entree. Museumkaart gratis toegang. Reguliere entreeprijs is € 7,50.




Nog 13 andere helden uit Indisch Den Haag worden in de tentoonstelling geportretteerd en Herman Keppy vertelt over hen in zijn lezingen: Juliana Dessauvagie, Fons Loohuizen, Eddy Latuperisa, Tole Madna & Mima Saïna, Rawindro Noto Soeroto, Jan Nout, Donald Poetiray, Cor & Frits Spook, Albert Sprée, Mies Walbeehm, en Rutger Webb.

Ooggetuigen vertellen
Op woensdagmiddag 4 juni zal de 87-jarige tante Ans Poetiray bovendien vertellen over haar broer Donald, Engelandvaarder, die met zijn vriend Albert Sprée in een Duits concentratiekamp belandde. Op de openingsdag van de Tong Tong Fair, 29 mei, zal Keppy nog een andere ooggetuige voor het voetlicht halen.







Amsterdam betaalt aan Joden erfpachtboetes en verweesde rekening Gemeentegiro terug


AMSTERDAM, 23-05-2014 - De gemeente Amsterdam betaalt €870.000 terug aan erfpachtboetes en na de Tweede Wereldoorlog niet-opgevraagde Girotegoeden van voornamelijk Joodse inwoners. Dat meldt de gemeente in een persbericht.


Rechthebbenden krijgen de mogelijkheid het geld terug te eisen en een overblijvend deel wordt besteed aan een of meer Joods maatschappelijke doelen. Burgemeester Van der Laan (foto rechts) heeft zich persoonlijk sterk gemaakt voor een fatsoenlijke regeling van deze zaken.


Over de gang van zaken met betrekking tot de erfpachtcanon loopt vervolgonderzoek bij andere erfpachtgemeenten. Ook naar de manier waarop de gemeente na de Tweede Wereldoorlog is omgegaan met andere heffingen zoals straatgeld en rioolrecht wordt vervolgonderzoek gedaan. Dat stelt het college van B&W gisteren in een brief aan de gemeenteraad voor.


Het college van B&W doet dit voorstel na twee afgeronde onderzoeken. Het onderzoek naar de erfpachtboetes is uitgevoerd door het NIOD Instituut voor Oorlog-, Holocaust- en Genocidestudies. Het onderzoek naar de niet-opgevraagde Girotegoeden is uitgevoerd door de heer Blocks, oud-directeur van de Nederlandse Vereniging van Banken en vanuit die functie in 2000 betrokken bij de ‘Bankenovereenkomst'

Onderzoek naar Erfpachtboetes

Studente Charlotte van den Berg ontdekte in 2011 dat de Amsterdamse gemeente na de oorlog teruggekeerde Joden niet alleen aansloeg voor niet betaalde erfpachtcanon maar hen bovendien een renteboete oplegde wegens niet-tijdige betaling.


Het ging in deze gevallen vaak om achterstand in de betaling van de erfpachtcanon die was ontstaan omdat de ‘oorlogsbeheerder' of ‘oorlogskoper' de canon niet had betaald. Het NIOD berekende dat het totaal bedrag aan geïnde boetes bij benadering €820.000,- telt.


Dit cijfer is een extrapolatie vanuit de aangetroffen bedragen in guldens naar een vermoedelijk totaal; het bedrag in guldens is omgerekend naar euro's en vervolgens met rente op rente omgerekend naar 2014.

De mogelijkheid om een boete op te leggen kwam voort uit de erfpachtvoorwaarden. Het NIOD constateert dat de gemeente de juridische mogelijkheid had om de boetes kwijt te schelden. Andere gemeenten zoals Den Haag kozen daarvoor. Amsterdam besloot destijds de boetes te halveren.
Burgemeester Van der Laan: ‘Het NIOD-rapport laat zien: met de ogen van nu, maar ook met de ogen van toen is het door de gemeente aan oorlogsslachtoffers opleggen van erfpachtboetes formalistisch en ongepast.'
Rechthebbenden of hun nazaten kunnen het geld claimen via een op te richten Stichting. Het eventueel resterende bedrag wordt besteed aan een of meer Joods maatschappelijke doelen. Daarover wordt advies gevraagd aan de Joodse gemeenschap.

Vervolgonderzoek naar naheffingen erfpacht

Erfpacht is een periodieke vergoeding van de huiseigenaar aan de eigenaar van de grond - de gemeente- waarop het huis staat. De gemeente kan nog geen uitspraak doen over de vraag of zij ook het bedrag van de na-betaalde erfpachtcanons ter beschikking stelt.


Dit ligt ingewikkelder dan bij de boetes. Na de oorlog werd door het rechtsherstel de oorlogskoop en het oorlogsbeheer beschouwd alsof deze niet had plaatsgevonden. Daardoor konden de oorspronkelijke eigenaren hun huizen terugkrijgen.


Dit betekende voglens de gemeente dan wel dat de oorspronkelijke eigenaren verplicht waren de door de oorlogskoper of oorlogsbeheerder eventueel niet betaalde erfpachtcanon zelf te betalen..Het behoorde in principe tot de mogelijkheden voor de oorspronkelijke eigenaar om deze bedragen in de rechtsherstelprocedure met de oorlogskoper of beheerder te verrekenen.


De gemeente had er voor kunnen kiezen om zelf actie te ondernemen tegen de oorlogs-kopers of beheerders om hen de achterstallige canon te laten betalen. Hier heeft Amsterdam destijds niet voor gekozen. De gemeente stelt voor om een vervolgonderzoek uit te voeren naar onder andere de vraag of zij in dit opzicht afweek van andere Nederlandse erfpacht gemeenten en zal daarna een afweging maken.


Ook naar eventuele andere heffingen zoals bijvoorbeeld straatgeld en rioolrecht zal vervolgonderzoek worden ingesteld. De omvang van het vervolgonderzoek moet nog worden bepaald. De kans dat hierover veel minder wordt teruggevonden dan bij de onderzochte erfpachtdossiers, is echter groot.

Loonstein

Na de oorlog bleven Girorekeningen van omgekomen Joodse Amsterdammers met positief saldo openstaan. Door de niet aflatende vraag van Federatief Joods Nederland (FJN), de heer H. Loonstein, weten we nu wat er met deze gelden is gebeurd en om hoeveel geld het gaat.


Het totaalbedrag van de tegoeden is volgens het rapport ‘Girodienst der Gemeente Amsterdam niet- opgevraagde tegoeden/Tweede Wereldoorlog', uitgevoerd door de heer Blocks, vastgesteld op €51.000 (opgerent naar nu). Het gaat om bijna 900 rekeningen met overwegend kleine bedragen. Het is niet meer exact te achterhalen wat er gebeurd is met dit geld. Het is hoogstwaarschijnlijk dat het geld aan de gemeente Amsterdam ten goede is gekomen.


De Gemeentelijke Girodienst is via de Postcheque- en Girodienst en de Postbank overgegaan in de ING Bank. ING heeft de aanspraken van de individuele rekeninghouders overgenomen en zal de individuele aanspraken uitbetalen in lijn met de vaststellingsovereenkomst uit 2000 die met de Nederlandse banken is overeengekomen. Conform deze overeenkomst zal ING zich daarbij niet op verjaring beroepen. Daarnaast wil de gemeente het bedrag dat ten onrechte aan haar ten goede is gekomen, en niet aan individuele gerechtigden kan worden gerestitueerd, besteden aan een of meer Joods maatschappelijke doelen.


Ook de namen van de individuele rekeninghouders zijn in het onderzoek gevonden. De gemeente zal deze namen na overleg met het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) openbaren. De gemeente richt hiervoor een procedure in die recht doet aan de gevoeligheid die een dergelijke publicatie met zich mee kan brengen. Hierover volgt binnenkort meer informatie.

Maror-gelden

In het jaar 2000 heeft de Nederlandse regering via de Maror-gelden 400 miljoen gulden ter beschikking gesteld om ‘uitdrukkelijk en finaal recht te doen aan de kritiek op de bejegening van de betrokken oorlogsslachtoffers in het rechtsherstel en de gevolgen die dat heeft gehad op hun verdere bestaan.'

Dit gebaar had betrekking op de overheid en overheidsoptreden in zijn geheel, dus ook op dat van de Gemeente Amsterdam. Desalniettemin is de gemeente Amsterdam van mening dat de opgelegde gehalveerde boetes voor de niet-betaalde erfpachtgelden en de-niet opgevraagde tegoeden van de Gemeentegiro teruggegeven moeten worden aan de getroffen oorlogsslachtoffers, hun erfgenamen en indien zij niet te traceren zijn ten goede zouden moeten komen van de Joodse gemeenschap.

Overleg hierover vindt binnenkort plaats met de Raadscommissie AZ en de Gemeenteraad.







Nederlandse oorlogssite verslaat Guggenheim, MoMa en 'the Met'



NEW YORK, 21-05-2014 - Een Nederlandse site heeft het Guggenheim Museum, het  Museum of Modern Art en en het Metropolitan Museum of Art, alledrie in New York, in een uitwedstrijd op eigen terrein verslagen.

De website 'De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen' van het Nationaal Comité 4 en 5 mei won in die stad namelijk een Webby-award, en de drie musea, hoewel genomineerd, niks.

Het  NatCom heeft de Webby ontvangen in de categorie culturele instelling. In andere categorieën wonnen bijvoorbeeld het Jamaicaanse bobslee team, Beyonce en Pharell.

De website hoort bij de zeer succesvolle tentoonstelling die van 5 februari tot en met 5 mei 2014 in de Kunsthal Rotterdam te zien was. De tentoonstelling en de website ontstonden uit de samenwerking van 25 oorlogsmusea, herinneringscentra en het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Gastcurator en samensteller van de tentoonstelling was oorlogskenner Ad van Liempt.

De website 'De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen', die blijft bestaan, maakt deel uit van de portal tweedewereldoorlog.nl. De website is gemaakt door het reclamebureau Black Magic Marker. Deze ontving ook nog Webby nominaties voor beste educatieve website en beste homepage. Er is soms kritiek op de Webbys omdat deelname alleen in werking treedt na overmaking van een inschrijfgeld van $ 300 per categorie. Er zijn tientallen categorieën met elk vele tientallen tot honderden inschrijvingen. Het bijwonen van de prijsuitreiking kan eveneens alleen na betaling.

De Webby Awards komen sinds 1996 van 'The International Academy of Digital Arts and Sciences'. Leden van die instelling zijn onder meer Richard Branson, internet-goeroe Vint Cerf en David Bowie en die leden vormen de jury. Of ook de drukker bezette leden de honderden inzending meejureren, is niet duidelijk. De jury publiceert geen rapporten.

Op de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen toonden de 25 Nederlandse oorlogs- en verzetsmusea en instellingen hun bijzonderste voorwerpen voor het eerst gezamenlijk op één plek: de Kunsthal in Rotterdam. Er kwamen driemaal zoveel bezoekers als verwacht. Bij de voorwerpen waren o.m. een gesmolten naaimachine, een truitje van hondenhaar, een grote, echte zwarte SS-vlag en een Sinterklaaspak met geheime zakken.

De jury was volgens het NatCom met name onder de indruk van het concept van de tentoonstelling.








Onderwatervondsten uit oorlog in beeld bij museum Westkapelle




WESTKAPELLE, 16-05-2014  - Het Dijk- en Oorlogsmuseum Polderhuis in Westkapelle gaat oorlogsmaterieel op de zeebodem pal voor de deur toegankelijk maken voor het publiek. Dat zegt museumleider Ivo van Beekhuizen.


Foto rechts: een Sherman op de zeedijk vlak voor het musem (links, met zonnecellen op 't dak). Foto Jan de Jonge Fotografie met toestemming van museum Polderhuis.


Westkapelle is het westelijkste dorp van Walcheren - en mogelijk Nederland)  en heeft tijdens de oorlog zeer zwaar geleden:


Het halve dorp verdween door inundatie en bombardementen in oktober 1944 en 180 inwoners stierven - 20% van de bevolking (zie kader)


Het museum denkt aan een soort 'Oorlogsaquarium' met  een combinatie van foto's en videobeelden van de geallieerde landing in 1944 en de hedendaagse toestand onder water. 


Daar ligt bijvoorbeeld een zeldzame 'Buffalo', een amfibische tank die speciaal in Zeeland werd ingezet toen de Canadezen daar aan land gingen. Wat er preciesligt is nu nog onduidelijk,maar minstens 10 grotere voorwerpen lijkt medewerker jasn van Beekmhuizen waarschijnlijk. Het zalvolgens hem al gauw maanden kosten om alles in beeld te brengen, omdat de zee doord e constante wind meestal troebelis.


 

Geschiedenis Westkapelle in oktober 1944 


Op 3 oktober 1944 werd de zeedijk aan de zuidkant van het dorp door Britse bommenwerpers verwoest (deze gebeurtenis heet in Westkapelle nog altijd simpelweg 't Bombardement),


met de bedoeling Walcheren onder water te zetten om zo het eiland makkelijker van de Duitse bezetter te kunnen bevrijden.


Bij dit bombardement kwamen 180 inwoners van het stadje om het leven; de plaats zelf werd zo goed als van de kaart geveegd door de bommen en het binnenstromende zeewater.


De geallieerde troepen landden op 1 november 1944 met landingsvaartuigen ten noorden en zuiden van het ontstane dijkgat. Ten tijde van de landing bevonden zich nog zes mensen in het dorp, de rest van de overlevenden was geëvacueerd naar de omringende dorpen.

Op 12 oktober 1945, meer dan een jaar later, was het gat gedicht. Een nog altijd zichtbaar overblijfsel van de Tweede Wereldoorlog is de kreek die ontstaan is door het bombardement.


Door het zoute kwelwater, onder de dijk door, is het water brak in plaats van zoet. Voor meer informatie over deze en de andere bombardementen van de dijken op


Het museum werkt samen met de Nederlandse Onderwatersport Bond die met het idee kwam voor foto's en films. Het museumwildei dan combineren met  in combinatie met oude beelden herkenbare beelden van de tanks,kanonnen en andere voorwerpen. De expositie zal te zien zijn in  2015


Omdat het nu een jubileumnjaar is voor het museum - 70 jaar eidne WO2, 10 jaar museum - is er al 15% meer bezoek. Er komt dit jaar nog een actie met oorlogsprijzen 44. 


Acht plaatselijke winkeliers en een café bieden duiensten en artikelen aan voor oolrogsprijzen.bijvoorbeeld op vrijdagen 25 ct voor het 1ste biertje in het café, band plakken voor 10 cent bij de fietsenmaken.


De duikers Roel en Astrid van der Mast uit Diskoeck namen het initiatief. De bodem ligt op geringe diepte bezaaid met amfibievoertuigen, tanks, geschut, tankversperringen en ander materieel. Dat is volgens de duikers een deelvan het jaar door snorkelaars of vanaf een schip met een kijkglas goed te zien.










Wenen op keerpunt in omgang met nazigeschiedenis




WENEN, 8-05-2014 - Vandaag is het de grote dag van de algehele capitulatie van nazi-Duitsland in 1945 in Reims. In Wenen is deze dag aangegrepen om een demonstratie aan te kondigen voor nazideserteurs.


De plaats is het Ballhausplatz, waaraan ook het presidentiële paleis is gevestigd en nu net de bouw van een monument voor de Oostenrijks deserteurs is gestart.


Foto rechts: een maquette van het monument voor de 2.000 vermorode nazi-deseteurs in Wenen.

Dit jaar zijn er op deze dag in Wenen diverse herdenkingen en vieringen van de vrede. Er zijn aanwijzingen dat er sprake is van een keerpunt in de omgang met de nazihistorie in Wenen.

Of dat voor heel Oostenrijk gezegd kan worden, valt te betwijfelen. De extreemrechtse partij FPÖ, opgericht door SS-ers, trekt nog steeds veel aanhangers. Op haar site rept de partij met geen letter over de nazicapitulatie vandaag.


Aan de Wirtschaftuniversitäst Wien is vorige week een gedenkteken onthuld voor de 200 docenten en studenten die vandaar door de nazi's verdreven werden. Op 9 mei komt er al voor het tweede jaar een gratis bevrijdingsconcert van de Wiener Symphoniker in de open lucht - het orkest dat toch heel wat meer mensen ontsloeg in de nazitijd dan hun collega's van de Berliner Symphoniker. Ze hebben hun fouten vorig jaar eindelijk in het openbaar erkend.

De nazi's executeerden minstens 15.000 van hun eigen militairen wegens desertie of soortgelijke redenen, tegen de VS tussen 1941 en 1946  1 (één), zo stelt het Oostenrijkse "Persoenkomitee Gerechtichkeit für die Opfer des NS-Militärjustiz". Ongeveer een tiende van hen was Oostenrijker, in totaal 2.000. 


Na tientallen jaren van  discussies lukt het uiteindelijk om in Wenen tot de bouw van een deserteursmonument te komen, de eerste van deze soort in het land, waar Hitler vandaan kwam en waar hij zo mogelijk meer aanhang kreeg dan in Duitsland zelf.  De organiserende instelling is nu bang dat dit het zoveelste 'kransendepot' zal worden. De demonstratie van morgen is bedoeld om een aanzet te geven tot een regeling voor verdere activiteiten rond de nazidesderteurs en het naziverleden. De demoinstrartie wordt ook bijgewoodn door de politieke partij de Groenen.

Het monument zelf krijgt de vorm van een liggende letter 'X' met rondom twee stoeptreden en ongeveer 8 bij 8 meter groot. Het heeft al tot veel controversiële discussie geleid in Oostenrijk.  Volgens de organiserende instell.ing zelfs veel meer dan in Duitsland. Einde oktober wordt het monument van de Duitse kunstenaar Olaf Nicolai onthuld.

 " De stad Wenen had aangekondigd dat er opzet zal komen voor  een hergebruik -concept ", zegt de voorzitter van de organisatie, Thomas Geldmacher tegen de Oostenrijkse krant Kurier. " Maar dat is nog steeds niet gebeurd. " Om de herinnering aan de 2000 binnenlandse slachtoffers van de nazi- militaire rechtssysteem in leven te houden , is het volgens hem absoluut nodig begeleidende maatregelen te treffen. Het voorstekl is een website met uitgebreide informatie over het onderwerp Wehrmachtdesertie , lesmateriaal voor studenten en samenwerking met het toerisme-instellingen .

Een zegsman van de wethouder Cultuur van Wenen Andreas Mailath - Pokorny ( SPO ) zegt : " Bij de opening zal ook het hergebruik zijn vastgesteld ". Maar dat moet niet rond het monument alleen, maar ook met de diverse andere gedenkplaatsen in het gebied . "We zijn ook in gesprek met de federale overheid in termen van betrokkenheid voor de kosten ."






Spanning stijgt in Hongarije wegens nieuw monument



BOEDAPEST, 2-05-2014 - De Hongaarse regering houdt vast aan de harde lijn tegenover minderheden. Gisteren kondigde premier Voktor Orban  aan dat hij de plannen voor een omstreden bezettingsmonument in Boedapest doorzet.


Foto rechts: Hitler met de Hongaarse regent admiraal Horthy tijdens WO2.


Afgelopen weekend namen 25.000 mensen deel aan de jaarlijkse tocht voor de 70ste herdenking  van de Jodendeportaties in 1944. Vorig jaar waren dat er 10.000, zo meldt The Times of Israel.


De rechtste Orban deelde zijn besluit over het monument gisteren mee hij tijdens een bespreking met leiders van de 120.000 mensen tellende Joodse gemeenschap in Hongarije, die gezamenlijk opereren onder de naam Mazsihisz. Het monument moet op 31 mei onthuld worden. Het ziet er naar uit dat daar nog vele protesten tegen zullen komen. 

Het monument zal bestaan uit een arend die een engel aanvalt. Volgens diverse critici uit zowel Joodse en niet-Joodse hoek, tracht de regering met dit monument de grote collaboratie van miljoenen Hongaren te verdoezelen. 


Er was bij de herdenking dit weekend een openlucht concert bij het zg.'Huis van de Terreur'-museum in Boedapest eneen optocht naar de Elisabeth-brug - waar een nieuw beeld werd onthuld en  naar het treinstation Keleti.  Vandaar vertrok een trein naar Auschwitz met 600 mensen, één voor elke 1000 Hongaarse slachtoffers van de Shoah. Zij namen deel aan een ceremonie maandag in  het nazikamp die werd bijgewoond door de Hongaarse president Janos Ader, lid van de rechts-nationalistische partij Fidesz (waarvan ook Orban lid is).


Ongeveer 600.000 Hongaarse Joden werden tijdens de Holocaust vermoord na de Nazi-Duitse inval in Hongarije op 19 maart 1944, Slechts ongeveer 100.000 van hen overleefden, meestal in Boedapest, vooral dankzij het werk van de Zweedse diplomaat Wallenberg en een tiental andere diplomaten, o.m. van het Vatikaan.


Foto links: een recent geschonden Joods kerkhof in Hongarije.


Bijeenkomsten van de overheid voor de 70ste herdenking werd geboycot door Hongarijes grootste Joodse organisatie, Mazsihisz.


Deze groep klaagt dat Orban, eerder deze maand herkozen , een grote toename van antisemitisme in de EU-lidstaat tolereert. De extreem-rechtse partij Jobbik zag haar aandeel in de verkiezing stijgen tot 20,5 %.


Afgelopen zondag waarschuwde de Israëlische president Shimon Peres voor het groeiende Europese antisemitisme, vooral in Hongarije. "Hongarije heeft goede tijden gekend in zijn betrekkingen met de staat Israël," zei Peres in een videoboodschap opgenomen voor het evenement. "Maar de Holocaust is een zwarte vlek op deze betrekkingen op  deze dag." Daarnaast is er sprake van ernstige vervolgingen van Sinti en Roma, met reeds enkele doden als gevolg.


Begin februari vond in Budapest weer de traditionele fascistoïde  'Mars van de eer' plaats ter herinnering aan de strijd om Boedapest in 1944 tussen nationalisten en de Sowjet-legers. Toen streden Hongaarse nazitroepen en de nazistische Pijlkruisers tegen de Sowjets.


Zoals gebruikelijk waren daarbij ook demonstrerende antifascisten. Een opvallende aanwezigheid was die van  het Hongaarsde Nationale Front  (Magyar Nemzeti Arcvonal), volgens zijn eigen beschrijving een nationaal-socialistische en paramilitaire organisatie.


Forse Hongaarse collaboratie

Admriaal Horthy, de regent van het land tijdens de oorlog, sloot een pact met de nazi's en zijn land leverde maar liefst 5 Waffen-SS-divisies met nominaal een gezamenlijke sterkte van  58.000 man, op een bevolking die even groot was die van Nederland, dat 2 slechts SS-divisies leverde met ongeveer 10.000 man. 

In totaal is bekend dat ongeveer 23.000 Nederlanders in dienst traden van de SS, voornamelijk Waffen-SS.

De Hongaarse nationalistische nazi-beweging, genaamd Pijlkruisers, haalde ongeveer 300.000 leden. 

Ter vergelijking: de NSB bezat op zijn hoogtepunt 100.000 leden.

De Hongaarse Waffen-SS-divisies waren:

  • de 18de, genaamd Horst Wessel met 11.000 man,
  • de 22ste, genaamd Maria Theresia met 8.000 man,
  • de 25ste, genaamd  Hunyadi met 15.000 man,
  • de 26ste, genaamd  Hungaria met 13.000 man,
  • de 31ste, genaamd  Batschka met 11.000 man.

    Zie voor verdere details Wikipedia.


 
Deze is o.m. bekend door het te hebben over de 'finale oplossing van het zigeunerprobleem', termen die direkt ontleend zijn aan de denkbeelden van Hitler over Joden.


Onder de deelnemers aan de extreemrechtse kant waren er volgens The Budapest Times ook Bulgaarse en Nederlandse aanhangers van de Blood and Honour-beweging.


De publicatie vermeldt geen bron voor deze bewering, noch details over aantallen of foto's. De rechtse demonstranten konden hun demonstratie afmaken compleet met geünformeerde aanhangers en opruiende toespraken. Er was wel een bommelding, maar die leidde niet tot opschorting van de demonstratie.

Op Youtube stelt een video dat Hongarije een nazi-staat is geworden. De video vertoont beelden van uiterst discriminerende en racistische toespraken en een optocht waarin nazivlaggen vertoondworden en een man als Hitler verkleed. Ook zijn er enkele beelden van grove grafschendingen van Joodse begraafplaatsen. In het commentaar onder deze video staan ook regelrecht discriminerende en nazistische uitlatingen. Deze zijn in Nederland verboden en vormen een misdrijf op het gebied van discriminatie. (Zie verder over dit onderwerp NLnazivrij.tk>>>)

Bij een openbare bijeenkomst van de Jobbik-partij in mei vorig jaar stelde een woordvoerder dat Hongarije onder het 'zionistische onderdrukking leeft'. Dat blijkt uit een andere video op Youtube.








Onderduikleider 'Frits de Zwerver' krijgt lintje van staat Israël





AMSTERDAM, 30-04-2014 - De staat Israël heeft de hoogste onderscheiding voor burgers die Joden tijdens de oorlog, postuum toegekend aan 'Frits de Zwerver' oftewel ds Frits Slomp.


Hij was een van de allergrootste Nederlandse verzetsmensen, een wie duizenden onderduikers hun leven danken. Ook zijn vrouw ontving postuum de onderscheiding voor haar rol. Hun zoon Jan Slomp nam de onderscheidingen vrijdag in ontvangst in het Verzetsmuseum in Amsterdam.


Het feit dat deze onderscheiding pas in 2014 wordt toegekend, heeft te maken met het systeem van Yad Vashem. Deze instelling reikt alleen onderscheidingen uit op verzoek. Als er geen verzoek wordt ingediend, volgt er geen onderscheiding.


Ds Slomp was de leidende organisator van het onderduiken heeft volgens de Israëlische overheidinstelling Yad Vashem zich ook met eigen leven ingezet voor het redden van Joden tijdens de oorlog.


In totaal doken volgens het NIOD in Nederland 350.000 mensen onder, de meesten van hen met hulp van de LO.


Die onderduikers werden verzorgd en geholpen door naar schatting minstens 700.000 mensen, getallen  die nergens anders in Europa voorkwamen. Dat betekent dat 1 miljoen  Nederlandse volwassenen op een bevolking van 9 miljoen betrokken waren bij verzetswerk. Dat was  ruwweg 1 op de 4 volwassenen.


De gereformeerde dominee en zijn vrouw verborgen in de Tweede Wereldoorlog enige tijd de jonge Joodse vrouw Rachel op de zolder van de pastorie in Heemse. Toen de dreiging te groot werd, dook ze onder op een boerderij in de buurt van Lutten.


De nu 96-jarige onderduikster heeft de Yd Vashem aangevraagd bij het gelijknamige holocaust in Jeruzalem. De onderscheiding wordt alleen toegekend aan niet-Joden die in WO2 oden hebben gered.


Ds Slomp werd geboren in Ruinerwold in zuidoost Drenthe op 5 maart 1898 en stierf in Vaassen, op 13 december 1978. was een Nederlandse, gereformeerde predikant en verzetsstrijder en organisator van de hulp aan onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij studeerde theologie aan de Theologische School te Kampen. In 1927 begon hij zijn loopbaan als gereformeerd predikant in Nieuwlande.


In 1930 werd hij predikant te Heemse bij Hardenberg. Deze plaats ligt dicht aan de Duitse grens zodat hij via Duitse kerkgangers alsmede door eigen onderzoek al spoedig de gevaren van het Duitse nazisme besefte en zich daartegen ging verzetten. Zo hielp hij Joodse vluchtelingen die eind jaren dertig Duitsland waren ontvlucht.



Opostelwedstrijd

Vlakbij de voormalige pastorie in Heemse staat een borstbeeld van Frits de Zwerver. Daar vindt jaarlijks op 11 april, de datum dat Heemse in 1945 is bevrijd, een herdenking plaats.

Daar maakte 2 weken terug zoon Jan Slomp bekend dat zijn ouders Yad Vashem kregen. Bij zijn afscheid als burgemeester van Hardenberg stelde Herman Smit in het jaar 2000 het Frits de Zwerverfonds in om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Deze opstelwedstrijd voor scholieren van 14 tot 18 jaar wordt sinds 2000 door de IJsselacademie georganiseerd. Zoon Jan Slomp is voorzitter één van de juryleden. De prijs is 25 april uitgereikt in het gemeentehuis van Hardenberg.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog trok hij vanaf de kansel en op illegale bijeenkomsten van de Anti-Revolutionaire Partij en het Christelijk Nationaal Vakverbond fel van leer tegen de Duitsers bezetter. Als gevolg daarvan moest hij in juli 1942 onderduiken.


Tijdens zijn onderduik leerde hij Helena Kuipers-Rietberg (schuilnaam tante Riek) kennen op wiens aandrang hij eind 1942 begin 1943 de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (afgekort L.O.) oprichtte. In 1944 werd hij toevallig gearresteerd maar niet herkend.


De Landelijke Knokploegen (LKP), onder leiding van de Enschedese bakker en leider van KP Twente Johannes ter Horst, wisten hem echter in Arnhem uit de koepelgevangenis te bevrijden.


Zelf ondergedoken wist Slomp met zijn gezin veilig het einde van de oorlog te bereiken.Frits Slomp heeft de andere grote Drentse verzetsman, Johannes Post, gekend.











Site 'Drenthe in de oorlog' gestart




ASSEN - 29-04-2014 - Dit jaar is Drenthe de provincie waar de bevrijdingsfestivals starten. Er zijn daarom veel activiteiten rondom de oorlog.


De journalist Lourens Looijenga heeft nu de website 'Drenthe in de oorlog' gepubliceerd.


Looijenga werkte  eerder voor RTV Drenthe, waar hij een dossier over de oorlog in de Drenthe samenstelde. Met steun van RTV Drenthe publiceert Looijenga nu zijn documentatie op een aparte website: www.drentheindeoorlog.nl. De site biedt een uitvoerig overzicht van de oorlogsjaren in Drenthe. Ook voor Drenthe vormde de oorlog verreweg de grootste ramp in haar geschiedenis.


De site bezit 9 inhoudelijke hoofdstukken: Duitse inval -- Bezetting -- Jodenvervolging -- Verrzet en Verraad -- Luchtoorlog -- Bevrijding -- Sporen van de Oorlog -- Zestig jaar na dato.


Het bekendst werd Drenthe buiten de provincie door kamp Westerbork. In Drenthe ligt ook het enige dorp in Nederland dat een collectieve onderscheiding kreeg van de staat Israël voor het redden van Joden, Nieuwlande. Wethouder van die plaats en waarschijnlijk de grootste Nederlandse verzetsman was Johannes Post, die dit jaar 70 jaar dood is. Een vrijwel onbekende Drenth is de kapitein der Mariniers Willem Schuiling, die met zijn compagnie in Rotterdam de Maasbruggen herovert  en houdt, waardoor hij ridder in de Militaire Willemsorde werd.


Looijenga schrijft op de site:

Het Kamp Westerbork, de vele NSB’ers en Joodse werkkampen, vliegvelden in Havelte, Peest en Eelde, honderden onderduikers, beruchte oorlogsmisdadigers, een nationaal symbool met verzetsman Johannes Post, de overval op het Huis van Bewaring in Assen, de bouw van een nutteloze Duitse verdedigingslinie dwars door Drenthe, de opmerkelijke luchtlandingsoperatie Amherst, de komst van Franse, Belgische, Canadese, Engelse en Poolse bevrijders: ze behoren tot de Drentse oorlogsbijzonderheden die op deze website zijn verzameld in samenwerking met RTV Drenthe.


Drenthe is ook zwaar getroffen door de luchtoorlog boven Nederland en nog steeds worden er in de bodem resten van vliegtuigen gevonden en ook resten van de bemanningen. Deze worden dan geborgen door de bergingsdienst.


Bij het hoofdstuk 'Sporen uit de oorlog' baseert der site zich op TV Drenthe. TV Drenthe zond in 2000 en in 2008 deze serie uit, waarin programmamaakster Margreet Beetsma in 8 afleveringen 'Sporen van de oorlog' in Drenthe zoekt: kazematten, gebouwen (barakken), tankgrachten, loopgraven, mitrailleurnesten, schuttersputten, vliegvelden, werkkampen, bomkraters, onderduikersholen, fusilladeplaatsen, oorlogsgraven en gedenkmonumenten. Ze komen allemaal langs in de acht afleveringen van 'Sporen van de Oorlog'. (Er is ook een website 'sporenvandeoorlog.nl', een initiatief van het Drents Plateau en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.


Bij elke hoofdstuk geeft de site ook uitvoerige verdere documentatie, naast een algemeen inleidend hoofdstuk  De site bevat ook per hoofdstuk vele foto's,  een tiental video's.en soms uitvoerige fotodocumentatie van na de oorlog.









Fonds Soldaat van Oranje steunt Almeerse projecten met € 5.000


KATWIJK, 26-04-2014 - Twee Almeerse jongerenprojecten ontvingen € 5.000 van het Fonds Soldaat van Oranje, zo meldt de producent van de musical.


Foto rechts vlnr: Fred Boot, producent van de msuical, Marije Buiter,  mevrouw Hazelgoff Roelfzema, Valery Mak. Foto Soldaat van Oranje.


Op woensdag 23 april overhandigde Karin Hazelhoff Roelfzema, weduwe van Soldaat van Oranje Erik Hazelhoff Roelfzema, het bedrag aan twee Almeerse projecten. De prijs ging naar Valery Mak van Stichting Twisted voor creatieve projecten en Marije Buiter van Het Cupidohof, een groen buurtinitiatief.


De uitreiking  vond plaats in het decor van de musical in de TheaterHangaar op de vm. vliegbasis Valkenburg in Katwijk. Het Fonds Soldaat van Oranje steunt jonge initiatiefnemers die net als de verzetsstrijder een probleem in de samenleving te lijf gaan. Het is een zogenaamd Fonds op Naam bij het Oranje Fonds.


De producenten van Soldaat van Oranje – De Musical startten in 2010 bij de lancering van de musical een Fonds op Naam bij het Oranje Fonds. “Met het Fonds Soldaat van Oranje willen we het gedachtegoed van Erik Hazelhoff Roelfzema voortzetten. Wij zijn dan ook verheugd deze beide dames te kunnen steunen bij hun inzet voor een betere samenleving”, aldus Fred Boot, producent.  Soldaat van Oranje – De Musical is de langstlopende voorstelling uit de Nederlandse theatergeschiedenis en ontving al meer dan 1,3 miljoen bezoekers. Het is ook de eerste musical over Nederland in WO2.





Ook Japanse parlementsleden bezoeken weer Yasukuni-tempel




TOKIO - 24-04-2014 - Twee dagen terug bezocht een grote groep van 146 Japanse parlementsleden de omstreden Yasukuni tempel, wat opnieuw tot boze officiële reacties uit China en Zuid-Korea leidde.


Het is aan de vooravond van president Obama's officiële bezoek aan Japan.


Foto rechts: de Yasukuni-tempel uin Tokio.


Op 16 april startte een officieel gesprek tussen ambtenaren van Zuid-Korea en Japan over 'comfort women', troostvrouwen oftewel sexuele slavinnen uit WO2. De Japanse delegatie is op bezoek in Korea gekomen.


De uitkomsten zijn nog niet bekend. Korea dringt al jaren aan op meer erkenning en uitvoeriger excuses, terwijl de huidige Japanse regering van premier Abe steeds opnieuw laat merken weinig met deze zaak op te hebben en van de officiële excuses uit 1995 af wil.


Japan stichtte een financieel steunfonds voor de slachtoffer, maar vele vrouwen wilden daar geen gelden van aannemen omdat deze niet van de Japanse regering afkomstig waren, zo meldt de officiële Chinese website China People's Daily.


Justin Bieber bezocht gisteren in Tokio ook de zeer omstreden Yasukuni-tempel en begraafplaats. Daar zijn vele duizenden Japanners begraven, onder wie ook veroordeelde oorlogsmisdadigers. Een bezoek aan die plaats leidt vrijwel altijd tot opschudding, omdat het zonder verder commentaar gezien wordt als eerbewijs aan deze oorlogsmisdadigers.


Uit de Chinese pers kwam afkeurend commentaar. Bieber publiceerde daarna een excuus. Eerder deze  week stuurde de Japanse premier Abe ook nog een eerbewijs naar Yasukuni.

Op 16 april vond in Tokio een volgende zitting plaats van een rechtszaak van Chinese oorlogsslachtoffers tegen de Japanse regering.


Deze keer vond  een getuigenverhoor plaats, waaraan o.m. meer een overlevende deelnam. De eis is een uitkering van bijna 100.000 dollar aan elk slachtoffer van de groep van 188 die deelneemt in de rechtszaak.

Het gaat om het bombardement van Chongqing (ook wel bekend Tsjoenking) in centraal-China aan de Yantse. Chongqing was tijdens de Japanse invasie van China vanaf 1937 enige tijd de hoofdstad van de nationalistische regering van de geallieerde Kuomintang onder generaal Tsjiang Kai Tsjek.


Foto rechts: een opname van een bombardement op Chongqing, tijdens de oorlog tuussen Japan en China de voorlopige hoofdstad van China. De klene witte wolkjes in het muidden beneden zijn bomexplosies.

De stad werd zwaar gebombardeerd van 18 februari 1938 to 23 augustus 1943, met als dieptepunt 5 juni 1941, toen bij 20 aanvallen 4.000 burgers omkwamen.

In totaal zijn er volgens Wikipedia 238 bomaanvallen op de stad geweest - gemiddeld 1 per 2 weken gedurende 5 jaar.
De rechtzaak loopt sinds 2006. Er is geen duidelijkheid over wanneer deze af zal lopen. 












Dachauherdenking met prins Jaime van Bourbon Parme en Gijs van de Westelaken



AMSTERDAM, 19-04-2014  - Afgelopen zaterdag vond de 69ste herdenking van de bevrijding van concentratiekamp Dachau plaats.


Foto rechts: prins Jaime de Bourbon Parme spreekt over zij grootvader, die in Dachau gevangen zat.  Foto Arthur Graaff.


Op de herdenking spraken o.m. prisn Jaime, zoon van prinses Irene, en de journalist Gijs van de Westelaken. De opkomst was wat minder. omdat tegelijkertijd de herdenking in kamp Amersfoort plaatsvond.

Prins Jaime haalde herinnerningen op aan zijn grootvader, prins Xavier de Borubon Parme, die tijdens de oorlog diende  in het Belgische leger en later een belangrijke rol speelde  bij de Franse maquis.


Hij werd door de nazi's gevangengenomen en naar Natzweiler en Dachau gezonden. In Dachau weigerde hij een voorkeursbehandeling. Zijn grootvader werd op 29 april 1945 met de andere gevangenen uit Dachau werd bevrijd. Prins Jaime verloor tijdens zijn uitzending naar Bagdad ik 22 VN-collega's door een bomaanslag.

Journalist Gijs van de Westelaken was ook uitgenodigd als spreker, omdat hij het boek 'De Bus' heeft geschreven, het relaas van 18 Dachau-overlevenden die met een gestolen bus terug naar Nederland reizen, en daar een zeer koele ontvangst krijgen. Van de Westelaken: ,,Het kan elk moment opnieuw gebeuren. De hel is om de hoek". Hij vertelde de aanwezigen over zijn bekende overleden collega W.L. 'Boebie' Brugsma, jarenlang hoofdredacteur van de Haagse Post. Ook hij zat in Dachau en kreeg daardoor last van een zg, KZ-syndroom.

De kranslegging vond zoals gebruikelijk plaats door onder andere leerlingen van de Amstelveense Merkelbachschool. Daarna liepen de aanwezigen traditiegetrouw door het monument, dat bestaat uit twee rijen taxushagen met een licht schuin voetpadf, waarop de namen van zo'n 500 concentratiekampen staan (er waren er in ruim 10.000). 

Van 1933 tot 1945 verbelven 206.000 gevangenen in Dachau, onder wie ruim 2.000 Nederlanders. De officiële cijfers noemen 31.591 doden maar volgens historici is dit getal veel hoger; de Duitse Wikipedia noemt 41.000. Bekende Nederlandse gevanagen uit Dachau warenb o.m. prof pater Titus Brandsma O.Carm, de schrijver Nico Rost, zakenman Pim Boellaard en prof pater Robert Regout SJ.

Volgens organisator Frank Houben zal er volgend jaar vanwege de 70ste herdenking een uitgebreidere manifestatie plaatsvinden.






Museum Overloon start vernieuwing met speciaal paviljoen





OVERLOON, 18-04-2014 - Oorlogsmuseum Overloon - het grootste WO2-museum van Nederland met de uitgebreidste collectie - start een uitgebreide vernieuwing met de opening van een nieuw 3D-paviljoen over de Slag bij Overloon.


Daarmee keert het museum terug naar zijn basis, want de slag was volgens directeur Eric van der Dungen de aanleiding voor het ontstaan van het museum, dat is gevestigd op het terrein van deze grootste tankslag van Nederland.


De opening werd verricht door de commissaris van de koning in Noord-Brabant, dr Wim van de Donk samen met de gouverneur van Limburg, drs Theo Bovens. Zij onthulden samen een beeldje van een fenix, gemaakt van scherven van het slagveld in Overloon, gemaakt door Jan Driessen (foto links). Er waren ongeveer 200 vrijwilligers en vrienden van museum Overloon  bij de opening.


Foto rechts: een plattegrond van het nieuwe paviljoen. Er omheen zijn 5 tanks en 5 kanonnen opgesteld, die ook dienst deden tijdens de slag.


Commissaris Van de Donk zei in een toelichting dat hij vertrouwen heeft in de toekomst van museum Overloon en dat hij dit grootste museum van zijn provincie ook blijft ondersteunen, ook nu er een nieuw oorlogsmuseum in Nijmegen wordt gepland. Een eventuele spooraansluiting voor het dorp en het museum achtte hij moeilijk.


Ook werd de expositie Verzet in Europa geopend, die een beeld geeft van het veel uitgebreidere verzet tegen de nazi's dan in Nederland bekend is (zie ook artikel 2-04-2014 hieronder). Deze expositie beleeft in Overloon zijn Nederlandse première en is ontwikkeld door het Belgische insituut voor veteranen en de internationale federatie van verzetsstrijders (FIR) en wordt in Nederland georganiseerd door de AFVN/Bond van antifascisten.


Een tweede expositie over de Liberation Route Europe startte ook. Deze toont de route van de geallieerden vanaf 6 juni 1944 van Normandië naar Berlijn. Er werd ook een nieuwe kaart van de Liberation Route Brabant aangeboden, met daarop 1185 oorlogsplaatsen in de provincie: monumenten, luisterkeien, en historische plaatsen. Beide exposities startten in Brussel.


Foto links: gendigde en spreker generaal Meines en zijn aide-de-camp kijken naar de 3d-presentatie in het nieuwe paviljoen. Foto S. Yücel.


Oorlogskenner en documentairemaker Ad van Liempt gaf een lezing over de zeer succesvolle expositie in de Kunsthal R'dam 'De Tweede Werreldoorlog in 100 voorwerpen' (tot 5 mei).


Foto rechts: Susan Yücel van de organiserende AFVN/FIR samen met oorlogsauteur Ad cvan Limept, op de expositie 'Verzet in de Tweede Wereldoorlog' in musum Overloon. Foto S. Yücel.


Het nieuwe paviljoen is overgenomen van de Floriade in Venlo. De nadruk ligt hier op de ervaringen van de bewoners en de totale vernietiging van het dorp herfst 1944.  De ongeveer 1.300 dorpelingen kwamen opeens knel te zitten tussen twee grote tankmachten en moesten op 27 september op stel en sprong evacueren, zonder extra kleren, eten of enig idee waar zij heen konden. Hun dorp werd totaal vernield. De bevolking heeft daar zwaar relatief geleden voordat enkele weken later de bevrijding een feit was.

Directeur Eric van der Dungen benadrukte dat zijn museum nog steeds zonder overheidssubsidie werkt en ondersteund wordt door veel particulieren en vrijwilligers. De investering in het nieuwe paviljoen met 3 vertrekken was ruim € 300.000. Dit paviljoen is de start van een vernieuwingsprogramma van 3 tot 5 jaar. 


Het paviljoen beslaat ongeveer 180m2 en bestaat uit een eerste etage met een gedramatiseerde videopresentatie van originele oorlogsbeelden op een muur van ongeveer 7,5 m bij 2,5 m. Daarvoor staat een op de grond een kubus met een digitale kaart die het schematische verloop van de slag toont.


Deze etage is ingericht als een kelder met twee videowanden, waar nagespeelde verslagen van bewoners worden vertoond.


Foto's onder: de maquette van het verwoeste Overloon, nu geplaatst in het nieuwe paviljoen van de Slag bij Overloon. De verwoeste kerk staat in het midden onderaan.

Daaronder een  foto uit september 1944, met de kerk opnieuw in beeld. Opvallend is hoe getrouw de maquettemakers de verwoesting van o.m. de kerk hebben gekopieerd.



Elke videopresentatie neemt zo'n 5 minuten in beslag. Ook in de kelder staat een accurate maquette van 2,5 x 2,5 m van het verwoeste dorp. Veregeleken met de foto's van de verwoesting maakt deze een authentieke indruk.

Voor het museum vormt dit paviljoen de eerste stap van een uitvoerig
renovatieprogramma waar het museum de komende 3 tot 5 jaar voor uittrekt.


Slag

De slag duurde tot 18 oktober en toen de mensen terugkeerden, troffen zij alleen ruïnes en puinhopen aan. Hun dorp was geheel verwoest, en volgens twee overlevenden bij de opening in het museum kon je alleen nog het stratenpatroon herkennen.

Het gebied was ongeschikt voor een tankslag: nat en modderig, vol sloten en beekjes, bosachtig. De geallieerden telden na deze tankslag - de grootste van Nederland ooit - bijna 1.900 doden, de nazi-Duitsers rond 600.

De burgers vluchten onder meer naar het nabije Venray, waar zij van de zusters van Jeruzalem in een klooster en een gekkenhuis onderdak kregen. De slag was op dat moment in volle gang en ook Venray werd beschoten.


Het eten raakte snel op, de vluchtelingen verscholen zich in de kelders waar geen water of wc's waren. Sommige patiënten draaiden volledig door.
















Religieuze groepen vragen om dodenherdenking zonder Duitsers  



DEN HAAG, 16-04-2014  - Christelijke, Joodse en islamitische organisaties willen op 4 mei een herdenking van alleen Nederlandse slachtoffers en niet van Duitsers of andere daders, zo maakten zij gisteren bekend.  Zij hebben een petitie daarover gericht aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het comité heeft gezegd daar op te zullen reageren.


De directie van het comité, bij monde van mevrouw Nine Nooter en Jan van Kooten, heeft vorig jaar al uitvoerig verklaard, dat het herdenken van Duitsers niet thuishoort op de dodenherdenking van 4 mei. Onduidelijk is waarom de gezamenlijke kerken en enkele Joodse en moslim-organisaties dit nu verzoeken. De afgelopen maand heeft het comité in Utrecht 4 avonden belegd ter bespreking van de wensen en mogelijkheden van de dodenherdenking met betrokken groepen.


Volgens oud-D66 senator Hanneke Gelderblom van het Joods-christelijk overleg is dit verzoek gedaan om het herdenken van daders formeel uit te sluiten bij de herdenking. Mevrouw Gelderblom is de zegsvrouw van het ziogenaamde Cairo-overleg waarin de religieuze organsiaties samenwerken.


Vorig jaar ontstond er veel onrust toen voor de tweede keer op 4 mei een herdenking van nazi-Duitse militairen werd aangekondigd in Vorden (gem. Bronckhorst). Op het laatste moment liet de gemeente weten, niet officieel te zullen deelnemen aan die herdenking. Dat was na uitvoeruige druk van o.m. de AFVN/Bond van Antfascisten, die een demonstratie op 4 mei 2013 hadden aangekondigd. Ook deze site heeft veel druk uitgeoefend. Vorden kwam landelijk in de pers.


Die 4de mei heeft de AFVN in Vorden samen met Duitse antifascisten en Nieuws-wo2 het verzet herdacht bij het verzetsmonument in Vorden. Daarna namen de AFVN en Nieuws-wo2 deel aan de Vordense dodenherdenking. Ook organisaties als het volledige voormalig verzet en het CIDI oefenden druk uit op de gemeente Bronckhorst.

Het Nationaal Comité hanteert sinds eind jaren '60 de volgende definitie:

“Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.”


De gezamenlijke kerken wijzen ook verzoenende teksten af tijdens de dodenherdenking. De religieuze organisaties stellen verder voor enkele punten, zoals over vluchtelingen, toe te voegen aan die definitie.


"Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij Nederlanders of de vluchtelingen die woonden in het Koninkrijk der Nederlanden, welke in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord, gesneuveld en gestorven, waarbij Joden, Sinti en Roma als slachtoffers van de genocide expliciet worden genoemd.
Wij herdenken de slachtoffers, niet de daders.
Ook gedenken wij Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog het leven lieten in oorlogssituaties en bij vredesmissies."


Volgens mevrouw Gelderblomgaat het om 3 dingen: de dingen bij hun naam noemen, dus moord ipv omkomen; geen daders herdenken op 4 mei en onderwijs. Zij wijst dan met name op de kinderen van allochtone ouders, die alleen via het onderwijs kennis over de rampen van de Tweede Wereldoorlog kunnen meekrijgen.


Mevrouw Gelderblom vindt in principe dat de dodenherdenking dient te verlopen zoals de stichters ervan hebben bedoeld, namelijk gericht op alleen de slachtoffers van WO2. Zij vindt ook dat de vergeljking opgaat dat je geen grorpen aan de dodenherdenking moet toevoegen, netzomin als je figuren aan de Nachtwacht van Rembrandt kan gaan  toevoegen. Maar dat acht zij een belangrijk punt voor een latere discussie.


Mevrouw Gelderblom wil de dodenherdenking op de Dam nu zien als iets dat uit 2 hoofdstukken bestaat: de doden uit WO2 en de doden van daarna, uit andere Nederlandse militaire acties. Het comité Vrienden van Mauthausen maakt al jaren bezwaar tegen het opnemen van die laatste groep, omdat daar ook SS-ers onder vallen die in Korea konden gaan vechten om hun Nederlanderschap terug te krijgen. De Cairo-groep erkent die bezwaren, maar ziet nog geen mogelijkheden om daar nu aan tegemoet te komen.








Premier Rutte onderscheidt Haarlemse zusters Oversteegen 


DEN HAAG, 16-04-2014 - “U bent allebei heldinnen. Een beter woord is er niet.” Zo noemde premier Mark Rutte gisteren de verzetsvrouwen en vriendnnen van de communistische verzetsvrouw Hannie Schaft, de Haarlemsen Truus Menger-Oversteegen en Freddie Dekker-Oversteegen. Zij waren lid van de communsitsiche Raad van Verzet (RVV).


Foto rechts: Freddie Dekker-Oversteegen (links) Truus Menger-Oversteegen en premier Mark Rutte. Foto Defensie.


Voor hun verzetswerk tijdens de oorlog ontvingen de zussen van de minister-president het Mobilisatie-Oorlogskruis, zo meldt het ministerie van Defensie. Dit is een militaire onderscheiding die ook aan actieve verzetsmensen uitgereikt wordt, hoewel die nooit officieel militair waren.


In  de Wikipedia-biografieën van beide zusters wordt abusievelijk vermeld dat zij het Verzetsherdenkingskruis hebben gekregen.


“Het is boven elke twijfel verheven dat ook u beiden blijk hebt gegeven van bijzondere moed”, zo zei de premier tegen de zusters Truus (nu 90) en Freddie (nu 88). “Dankzij u, en dankzij mensen als u, leven wij sinds 1945 in vrijheid; de grootste verworvenheid van onze rechtsstaat.”


De dames uit het communistisch verzet waren volgens Defensie verrast dat Rutte hen na al die jaren de onderscheidingen kwam opspelden. “Ongelofelijk mooi!” reageerde Freddie. “Een geweldige eer om deze onderscheiding uit handen van de minister-president te krijgen.” Haar zus Truus sloot zich daarbij aan: “Ik ben buitengewoon vereerd. Dit zie ik als een erkenning voor de rol van de vrouwen in het verzet.” Bovendien was de waardering voor het communistische verzet beguin jaren '50 vanwege de Koude Oorlog steeds minder geworden.


De zusters waren 16 en 14 jaar oud toen ze zich aansloten bij het verzet. Met hun moeder Trijn verspreidden ze in Haarlem pamfletten en affiches. Later raakten ze ook betrokken bij het gewapend verzet tegen de Duitse bezetter.  Truus oversteegn pleegde met hannie Scahft een moordaanslagen op politieman Willem Zirkzee en op de kapper Ko Langendijk. Deze succesvolle  IJmuidenaar was voor de Sicherheitsdienst gaan werken.  Na de oorlog werd Truus beeldhouwster.


Het Mobilisatie-Oorlogskruis kan uitgereikt worden aan mensen die tijdens de oorlog werk verrichtten in het belang van het Koninkrijk. De medaille wordt tegenwoordig zelden toegekend. Premier Rutte kenschetste de uitreiking van de onderscheiding “niet minder dan een daad van historische rechtvaardigheid” en “symbool voor de dankbaarheid van de natie”.




1.000 schoolkinderen bezoeken morgen Soldaat van Oranje 



AMSTERDAM, 15-04-2014 - Morgen vindt de eerste educatieve voorstelling van de musical  'Soldaat van Oranje' voor 1.000 middelbare scholieren plaats.


Fotio rechts: eens cène uit de musical op vliegveld Valjkenburg: de 'koningin' komt aan in Nederland, begroet door de 'Soldaat van Oranje'.Foto SvO - de Musical.


Deze voorstelling is georganiseerd door de Stichting Educatieve Theaterprojecten (SET), opgericht door productiemaatschappij NEW Productions van SvO.


Deze stichting heeft mede via sponsors momenteel budget voor het vertonen van de voorstelling voor 6.000 scholieren. Doel van de SET is de kinderen beter vertrouwd te maken met de oorlog en de dilemma's daarvan. Zij krijgen ook uitleg en bezoeken de expositie in de theaterhangar waar de voorstelluing plaatsvindt. De scholen betalen een kleine eigen bijdrage.


De scholen of kinderen betalen een kleine eigen bijdrage van € 15.75 of kunnen het met hun cultuurkaart betalen, waardoor de kinderen niets hoeven uit te geven. Dit jaar zijn er slechts 6 schoolvoorstellingen. Deze 6 voorstellingen voor dit jaar waren zeer snel uitverkocht, zo meldt de producent.


In de aanloop naar 4 en 5 mei 2014 is de musical Soldaat van Oranje gestart met het project Gezichten van Vrijheid. Via dit educatieve initiatief kunnen kinderen en kleinkinderen selfies op het web publiceren samen met een portret van hun ouders, grootouders of familieleden uit de oorlog, en hun geschiedenis erbij zetten. Verder organiseert de cast van musical een aparte herdenkingsvoorstelling op 4 mei in de stadsschouwburg in Leiden.


Foto links: schoolkinderen bezoeken de tentoonstelling bij de muysical. Foto SvO - de Musical.


'Gezichten van de Vrijheid' is georganiseerd door de musical  Soldaat van Oranje (SvO) in samenwerking met stichting GO4media, die het project heeft bedacht. Volgens de productiemaatschappij van SvO zal het zal niet heel lang meer duren voordat deze hele generatie Nederlanders er niet meer is. Momenteel leven er volgens het CBS nog 1,6 miljoen mensen die vóór mei 1945 geboren zijn.

Iedereen kan sinds vrijdag 11 april op de website http://www.soldaatvanoranje.nl/gezichten_van_vrijheid/ een selfie plaatsen met een foto van iemand uit zijn of haar naaste omgeving die de oorlog heeft meegemaakt of een verhaal delen uit die tijd, zo meldt SvO. Op deze manier ontstaat een digitaal monument, volgens SvO een ketting van gezichten en verhalen uit de Nederlandse geschiedenis die bewaard blijven.


I
n 2011 startte de productiemaatschappij NEW Productions van SvO ook al met een educatief project: 'Als wij niets doen', naar het gelijknamige lied uit de musical. De titel is gebaseerd op een opmerking van Erik Hazelhoff Roelfzema, de hoofdpersoon uit de musical. Op deze website 'Als wij niets doen' kunnen jongeren antwoorden op varianten van de vraag: 'Wat zou jij doen in de oorlog?'


Theaterproducent Fred Boot (foto links) van NEW Productions nam het initiatief voor de prichting van de Stichting Educatieve Theaterprojecten. In het bestuur zitten Walter Groenen, directeur CJP, en prins Pieter-Christiaan van Oranje-Nassau, Van Vollenhoven als bestuurslid.
Foto  rechts: prins Pieter-Christiaan

Bij het ontwikkelen van Soldaat van Oranje – De Musical heeft Fred Boot volgens zijn toelichting altijd in zijn ac
hterhoofd gehouden dat hij de voorstelling toegankelijk wiilde maken voor jongeren en scholieren. Zijn oom Marinus Boot zat in het verzet en kwam om in kamp Buchenwald.


Theater na de Dam in Leiden

In het kader van Theater na de Dam is op zondagavond 4 mei, om 21:00 uur, na de Nationale Dodenherdenking, de muziektheatervoorstelling Als wij niets doen… te zien in de Leidse Schouwburg in Leiden.

Cast en orkest van Soldaat van Oranje  spelen een programma van Edwin de Vries en Nico de Vries. De acteurs brengen die avond op de Tweede Wereldoorlog geïnspireerde verhalen, gedichten en liedjes die in het teken staan van ‘keuzes maken’.

Er zijn ook enkele scènes en liedjes uit de musical zelf.

 Bij de repertoirekeuze is vooral getracht om de oorlog zoals die in Leiden beleefd is, centraal te stellen. Voor meer informatie en kaarten: www.stadspodia.nl en via 0900-9001705 (25 ct pm) of www.theaternadedam.nl.
\
De voorstelling vertelt volgens hem een belangrijk verhaal over onze vaderlandse geschiedenis dat doorverteld moet worden. Zo blijft de historie leven. Niet alleen de geschiedenis van Erik Hazelhoff Roelfzema, maar juist ook die van alle andere Nederlanders die keuzes moesten maken in '40 - ’45. 

De gezamenlijke theaterervaring en het educatieproject moet volgens Boot leerlingen uitnodigen met elkaar en met hun naaste omgeving te praten over oorlog, vrijheid, het maken van keuzes, moed, vriendschap en opoffering.

Walter Groenen (voorzitter SEP): "Voorstellingen zoals Soldaat van Oranje - De Musical zouden eigenlijk door iedere leerling moeten worden bezocht. Het is een belangrijk thema dat in een buitengewoon indrukwekkend theatrale setting wordt verteld. Voor het onderwijs is dat fantastisch materiaal om te integreren in het leerplan voor CKV of geschiedenis. En wij kunnen als stichting, nu met behulp van het VSBfonds, het Fonds1818 en de Stichting Zabawas, het financieel mogelijk maken. Graag bieden we extra voorstellingen aan en daarvoor zoeken we naar additionele fondsen en sponsors."













Gedenksteen voor vliegers onthuld bij Buchenwald-herdenking




BUCHENWALD, 14-04-2014 -  In het voormalige concentratiekamp Buchenwald in Duitsland vond zondag de 69ste herdenking plaats, waar zo;'n 650 mensen aan deelnamen.


Er werd een ook nieuwe gedenksteen onthuld (foto rechts) , gewijd aan de 168 geallieerde vliegers die er verbleven tegen de regels van de Geneefse conventie in; twee van hen stierven daar. Dat is de 4de speciale gedenksteen naast die voor homo's, Jehova's getuigen en dienstweigeraars.


Buchenwald was tijdens de oorlog een groot concentratiekamp, vlakbij de stad Weimar, ooit de eerste regeringszetel van de eerste Duitse republiek en de stad vab Goethe en Schiller.

 


Het kamp lag nabij en werkte samen met het kamp Mittelbau-Dora,waar de V2 werd geproduceerd.  Zondag werd in het nabije Weimar voor het eerst de film 'Lost Airmen of Buchenwald' (video links) vertoond, een veelgeroemde documentaire uit 2011 over de geallieerde vliegers.

Op begraafplaats de Nieuwe Ooster in Amsteram-Oost had vrijdagochtend de 69ste Buchenwaldherdenking plaats. Bij het monument in Amsterdam sprak de heer K. Veninga, lid van het Herdenkingscomité Buchenwald.


Enkele Leerlingen van het nabijgelegen Wellantcollege, die het monument hebben geadopteerd, droegen gedichten voor. Na een minuut stilte volgde het leggen van kransen en bloemen. Er namen ongeveer 30 mensen aan de herdenking deel.


Internationaal voorzitter Bertrand Herz (foto onder)  hield in het voormalige kamp een toespraak. Hij wees daarin op het belangrijke element van verzet, dat ook in dit kamp werd volgehouden door o.m. communisten, die zich zelfs wisten te bewapenen.


Op 10 april zijn er enkele exposities geopend in het nabije kamp Mittelbau-Dora vanwege de herdenking geopend. Mittelbau-Dora was de paats waar de V2 werd gebouwd door gevangenen en waarmee Buchenwald nauw samenwerkte.


De Israëlische ambassadeur in Duitsland, Emmanuel Nahshon, sprak ook wegens zijn afscheid uit Duitsland en noemde zijn oudoom, Simon Epstein, die in Buchenwald vermoord werd.


Naar schatting hebben 3300 Nederlanders  in Buchenwald gevangen gezeten. Daarbij zijn 497 Nederlanders  omgekomen en toen het kamp werd bevrijdm, bevonden zich er nog 384 Nederlanders . In totaal verbleven er 250.000 mensen in het kamp, van wie er 56.000 omkwamen.


In de periode 2000-2002 zijn 38 Nederlandse overlevenden geïnterviewd voor een project van het NIOD.


Het kamp werd in 1937 gestart en op 11 april 1945 bevrijd door de 6de pantserdivisie van het 3de Amerikaanse leger. De eerste Nederlandse gevangenen waren de zg. Geuzen, die al in voorjaar 1941  arriveerden. Er verbleven in Buchenwald o.m. Nederlandse communisten zoals Henri Pieck, tekenaar en geheim agent en tweelingbroer van Anton Pieck en ook de KVP-voorzitter en voorzitter van de landbouwhogeschool Wageningen, Dick de Zeeuw.


Ernst Thälmann, voorzitter van de Duitse communisten tijdens de Weimarrepubliek, werd er op bevel van Hitler persoonlijk op 18 augustus 1944 geëxecuteerd, na 11 jaren onveroordeeld gevangen gehouden te zijn. Er verbleven ook vrouwen en kinderen in het kamp en er was een SS-bordeel.








Vlissingen begint inrichting WO2-gebied



VLISSINGEN - De gemeente Vlissingen is woensdag begonnen met het werk aan het Herdenkingsgebied WOII in Vlissingen. Half juni 2014 moeten dit klaar zijn. Onder meer het commandomonument (links) wordt daarvoor een stukje verplaatst.


Het Vlissinger museum Muzeeum is bezig met het opknappen van de nabijstaande Oranjemolen, waar op 3 november 1944 de landingen in Vlissingen begonnen.

De molen moet ook in juni klaar zijn en daarna volgt daar op een nader te bepalen tijdstip een expositie over de Slag om de Schelde. Deze duurde van 2 oktober tot 8 november 1944, en was met 60.000 geallieerde militairen tegen 80.000 nazi-Duitse één van de zwaarste slagen in noordwest-Europa ter overwinning van de grote 'Festung Walcheren', die de Scheldemond afsloot.

De plannen voor de herinrichting leidde tot opschudding onder groepen burgers. De gemeente schrapte daarop o.m.een parkeerterrein. Een van de redenen voor het herinrichten was dat het commandomonument door de aanleg van een zeedijk in 1980 geen uitzicht op zee meer had. Dat wordt hersteld en zo komt de gemeente aan de oorspronkelijke wens van commando's tegemoet, geuit in 1946.


De gemeente krijgt o.m. geld van de EU voor dit project. het gaat om Europees samenwerkingsproject metVlaanderen, Noord-Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Doel is het materiële en immateriële erfgoed van de Tweede Wereldoorlog beter te ontsluiten.

Er vielen bij deze slag 12.8773 geallieerde doden, van wie ruim de helft Canadezen, tegen maximaal 12.000 nazi-Duitse. Aan de landzijde hadden de Duitsers een linie met tankgracht van 11 km en 38 bunkers gebouwd, waarvan er nu nog 27 over en intact zijn (deze zijn onder de titel 'Bunkerroute Walcheren' te bezichtigen). De bunkers vormden een onderdeel van de Atlantikwall. De gealieerden noemden de aanval 'Operation Infatuate'.

 

In het Herdenkingsgebied WOII Vlissingen wordt straks informatie gegeven over over de bezetting, bevrijding en zwaar getroffen burgerbevolking van Vlissingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De stad liep door de oorlogshandeling deels onder water.

De belangrijkste aanpassingen zijn de verplaatsing van de monumenten voor de 4de Commando en de 52e Lowlandsdivision (nu gelegen aan de Commandoweg) naar de zeezijde van de dijk. Daarnaast wordt ook het Nationaal Milieumonument verplaatst naar een groenstrook bij de Punt.

Donderdag is begonnen met de werkzaamheden voor de verplaatsing van het Nationaal Milieumonument naar de nieuwe locatie bij de Punt. Ook wordt een zitelement in de dijk geplaatst en wordt er gewerkt aan diverse paden.

In mei wordt het monument voor de 4de Commando en het monument van de 52e Lowlandsdivisie verplaatst naar de zeezijde van de dijk bij de Oranjemolen. Op de nieuwe locatie wordt de sokkel van het monument voor de 4de Commando gerestaureerd.

De huidige locatie van het monument wordt ingericht als informatie- en ontmoetingsplek. Half juni 2014 zijn de werkzaamheden van het Herdenkingsgebied WOII, Vlissingen klaar. Dan zijn ook informatieborden en bankjes geplaatst.

Vanaf medio 2014 is er in het Muzeeum in Vlissngen een expositie ter herdenking van de Salg om der Schelde, een 5 weken lange zware slag. Deze slag was nodig om de Duitse 'Festung Walcheren' met zijn 16 grote kustbatterijen en versterkingen uit te schakelen.


Deze stelling sloot de toegang naar de reeds veroverde haven van Antwerpen af. Antwerpen was de na Le Havre de tweede grote haven in westelijk Europa die de geallieerden in september 1944 in handen kregen en die bovendien ideaal lag was voor de aanvoer ten behoeve van de strijd richting Nederland, de Ardennen en Duitsdland. Pas na de strijd aan de Scheldemond kon de haven ook gebruikt worden voor aanvoer.


Foto onder: verwoestingen in Vlissingen aan de Boulevard De Ruyter. Links op de foto versperringen in het water.











Westerbork ontvangt officiële Europese erkenning

BRUSSEL, 9-04-2014 - Vandaag ontvangt herinneringscentrum kamp Westerbork in Brussel het Europees erfgoedlabel. Dat betekent dat het herdenkingscentrum en het vvoormalige kamp ook meer Europese bekendheid zullen krijgen.


Foto rechts: de herbouwde barak 56, de enige die heeft overleefd.De barak staat op exact de oorpsonkelijke plaats in een proefopstelling. Hij wordt mogelijk verlengd met nog 20 m. Foto kamp Westerbork.


De erkenning is des te oopmerkelijker,omdat er van de oorspornkelijke gebouwen van het kamp vrijwel niets over is. Alleen de commandantswoning en een ij toeval herontdekte barak zijn nog over.

Na de oorlog diende het kamp als woonoord voor NSB-errs en collaborateurs, en daarna als Moluks woonoord. De barakken waren van hout, en hebben de tand des tijds niet doorstaan - op één na. Die barak wordt opnieuw opgebouwd. Ook de commandantswoning wordt gerestaureerd en zal een glazen overkapping krijgen. Deze zal dit jaar voltooid worden.

Het terrein van voormalig kamp Westerbork krijgt bovendien een nieuw aanzicht, zo meldt het kamp zelf. Ruim 40 jaar nadat de laatste barak in kamp Westerbork werd afgebroken, worden originele barakdelen teruggeplaatst op hun oorspronkelijke plek.


Foto links: het stationnetje van het kamp tidjens de oorlog.


Het is de start van een nieuwe herinrichting van het voormalige kampterrein. Het gaat om de terugplaatsing van delen van de originele barak 56, die werd verkocht aan een boer in het Gelderse Zelhem, die hem gebruikte als landbouwschuur.


In 2010 is deze barak aan Herinneringscentrum Kamp Westerbork geschonken. De herplaatsing zal nog hooguit twee weken in beslag nemen, zo is de verwachting.

In 1971 werden de laatste barakken van kamp Westerbork afgebroken. De historische plek was daardoor nauwelijks meer herkenbaar. Om hierin verandering te brengen, vond begin jaren negentig een eerste herinrichting plaats. Oude paden en wegen zijn destijds opnieuw aangelegd en er werden taluds en reconstructies aangebracht, die de oorspronkelijke grootte en plaats van een aantal barakken aangeven.


Deze herinrichting voldoet nu niet meer om het verhaal van kamp Westerbork aan met name jonge generaties door te geven. Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft daarom besloten originele elementen weer terug te plaatsen op het kampterrein. Barak 56 is daar een voorbeeld van.


Niet de hele originele barak is, bijna 70 jaar na de oorlog, bewaard gebleven. Bij de herbouw destijds in Zelhem is niet de gehele barak gebruikt en zijn oorspronkelijke maten aangepast aan het nieuwe gebruik. De demontage in 2010 leverde dan ook geen complete barak op, maar barakdelen.


Foto rechts: het interieur van de commandantswoning. De woning zal voorzichtig opgeknapt worden nadat de overkapping dit jaar geplaatsdt is.


Daarom worden op plekken, waar de originele houten barakdelen verloren zijn gegaan, andere materialen gebruikt, zoals fotodoek en glas.


En om de lengte van de barak aan te kunnen geven, wordt het uitgegraven zand achter de teruggeplaatste barakdelen aangebracht, in de vorm van een talud. Deze krijgt een totale lengte van 85 meter.

De plaatsing van de barak, met nieuwe constructie en fundamenten, is tegelijkertijd een proef om te onderzoeken hoe bewaard gebleven originele barakdelen het beste herplaatst en ontbrekende delen goed ingevuld kunnen worden op deze historische plek.









Europese expositie over verzet start in museum Overloon

 
OVERLOON, 2-04-2014 - De tentoonstelling “Verzet in Europa” start zijn Nederlandse toernee in nationaal oorlogsmuseum Overloon. De tentoonstelling laat zien dat overal in bezet Europa verzet ontstond tegen het fascisme en nazi-Duitsland.


Foto rechts: twee weken terug opende de Belgische staatssecretaris Maggie de Block de expositie in België.


De expositie geeft informatie over 21 Europese landen die te maken hadden met fascisme, daaronder ook Portugal en Spanje, of nazisme. In totaal zijn er 51 panelen. Polen is een land dat enorm onder het nazisme geleden heeft. Maar ook in bijvoorbeeld Griekenland traden de nazi's gruwelijk op tegen de burgerbevolking, met een onwaarschijnlijk hoog aantal moordpartijen in dorpen.


Nederland heeft de schijn dat hier weinig verzet bestond, maar dat blijkt anders: er was alleen relatief weinig gewapend verzet.


Polen was groot en had uitgestekte bossen. Daarheen trokken diverse verzetsgroepen, onder meer gewapende Joodse groepen. De gebroeders Bielski zijn daardoor bekend geworden en hadden uiteindelijk een zo'n 1.200 Joodse mensen. Ze maakten hun eigen holen en hutten in het bos, overvielen Duitse militairen  en overleefden de oorlog.


De expositie bestaat uit 21 panelen die elk de hoofdputen van het verzet in een land tonen.

De tentonstelling is tot stand gekomen door een samenwerking van de Nederlandse AFV/Bond van Antifascisten,  de Europese koepel van verzetsbewegingen Fédération Internationale des Résistants (FIR), en het Belgische het Instituut voor Veteranen, onderdeel van het Belgische ministerie van Defensie.

De expositie is in januari 2014 van start gegaan in het Europees Parlement met als speciale gastheer de voorzitter, Martin Schulz.

 

Griekenland had veel gelijkenis met Nederland: een klein land aan zee, een kleine bevolking. De Duitse inval in het land leidde tot groot gewapend verzet - makkelijk gemaakt door het grote bergachtige en schaars bevolkte achterland, waar partizanen zich verstopten.


Al snel beseften de nazi's dat tegen de toenemende guerilla-aanslagen geen kruid gewassen was.


Ze vergrepen zich steeds vaker aan de burgerbevolking in de afgelegen dorpen. Het bekendst daarvan is daardoor Distomo geworden, waar 214 doden onder de burgers vielen, maar er zijn in het land wel 200 plaatsen waar dan weer 20, dan weer 100 of zelfs meer vrouwen, kinderen en ouderen zonder aarzeling werden vermoord na een aanslag door het Griekse verzet.


Foto's rechts: tijdens de massamoord en het monument voor de gestovenen in Distomo.


In Nederland gebeurde zoiets maar één keer, in Putten. Daar werd de volwassen mannelijke bevolking van ruim 500 mannen afgevoerd na een onbedoelde aanslag in oktober 1944 op de SS-generaal Rauter.

De expositie laat de verschillen tussen landen goed zien. In Nederland was het verzet nauwelijks gewelddadig, en bestond vooral uit 350.000 onderduikers plus hun helpers - ongeveer 700.000 volwassenen. Anne Frank staat natuurlijk symbool voor hen.


Samen maakte deze groep zo'n 10% van de toenmalgie bevolking uit, een hoog aantal in bezet Europa. Geen ander land ontving na de oorliog relatuief zoveel onderscheidingen voor het redden van Joden als Nederland.


Ook uniek in het Nederlandse verzet was de Februartistaking, de enige grote proteststaking tegen de Jodenvervolging in heel bezet Europa. Joden speelden overigens een aanzienlijke rol in het Nederlandse verzet: de Nederlande Volksmilitie uit Rotterdam bijvoorbeeld, opgericht door Sally Dormits. was daar een zeer actief voorbeeld van. 


Binnen de zeer gewelddadige verzetsgroep CS6 uit Amsterdam speelden Joodse leden ook een belangrijke rol bij moordaanslagen, zoals Leo Frijda en Hans Katan.

Het verzet in België ontwikkelde zich sneller dan in Nederland: er ontstonden zelfs clandestiene 'legers' plus een uitgebreide illegale pers, die nog heden voortleeft in bijvoorbeeld het nu geheel legale dagblad Le Soir.


Ook in België, onder meer in Luik, werd gestaakt tegen de bezetters. Dat was ondanks de grote aanhang die de nazi's wisten te krijgen.


In Frankrijk lag de sitautie anders: de eerste twee jaar van de oorlog bezetten de nazi's slechts de helft van het land, zodat verzetsmensen meer gelegenheid hadden zich te groeperen. De partizanen konden zich verder terugtrekken in de pronvincie waar net als in Polen uitgestrekte bossen en schaarsbevolkte gebiedenw aren. Er kon zelfs een aparta Joodse partizanenbrigade ontstaan.

In Nederkland heeft het verzet in Duistland altijd weinig aandacht gekregen. Toch bleken er tientallen groepen actief te zijn, vooral gevormd rond socialuistebn en communisten, plus groepen uit officierenkringen en de katholieke en prtotestante kerken. Alleen al het aantal justitieel geëxecuteerden in nazi-Duitsland bedroeg bijna 30.000 mensen.


Toevallig was de eerste buitenlander onder hen een Nederlander, Marinus van der Lubbe, die op 10 januari 1934 met de guillotine werd omgebracht. Dat gebeurde op basis van een wet, die pas na zijn arrestatie wegens de brandstichting in de Reichstag werd aangenomen.

De expositie staat in museum Overloon tot en met 5 mei 2014. De toegang is bij de entreeprijs van het museum uinbegrepen.








Nieuwe militaire museum gaat op 3 oktober open



SOESTERBERG, 01-04-2014 - Het nieuwe Nationale Militaire Museum gaat op 3 oktober 2014 open. Dat heeft het ministerie van Defensie bekendgemaakt. De bouw ligt volgens de nieuwe website van het museum op schema. Onduidelijk is nog welk aandeel er in het museum aan WO2 geschonken zal worden.


Foto links: de ruwbouw is intussen klaar. Foto Heijmans.


Het museum heeft behalve een museale  functie ook een promotionele en wervende functie voor Defensie. Er is geen marineafdeling, die blijft in het Marinemuseum in Den Helder.

Het museum is met een begroting van € 90 miljoen verreweg het duurste nieuwe museum dat in Nederland in jaren is gebouwd. Voor de oprichting van dit museum werden het Legermuseum in Delft en het Militaire Luchtvaart Museum in Soesterberg beiden voorgoed gesloten. Een deel van de collecties komt in het nieuwe NMM



Centraal op het terrein staat een groot museumgebouw met een expositie-oppervlak van 20.000 m2. Enkele gebouwen, waaronder met historische waarde, worden herbestemd. Op het grote buitenterrein van in totaal 45 ha zullen exposities en grootschalige evenementen plaatsvinden. Het terrein wordt opengesteld voor recreanten en sluit aan op nabije natuur- en recreatiegebieden.

Het ontwerp van de expositie is van het internationaal bekende Nederlandse bureau Kossman en dejong uit Amsterdam. Dit bureau heeft ook bijv. het Nationaal Maritiem Museum, in Helsingør, Denemarken ingericht.


Foto rechts: het transport van de Gloster Meteor, vorige week.


Zogenaamde 'interactives' wordt gemaakt en geleverd door het bureau Fabrique uit Amsterdam. Er is o.m. een app in voorbereiding waarmee bezoekers al voordat zij aankomen spelachtige taken kunnen beginnen, die dan in het museum worden voltooid via o.m. een speurtocht.

Vorige week werd de herbouwde uitzichtkoepel geplaatst, de zg. 'belvédère'. Deze stamt uit de begintijd van 'vliegkamp' Soesterberg. Maandagavond 24 maart 2014 zijn 4 historische vliegtuigen vervoerd naar  het nieuwe Nationaal Militair Museum. De vliegtuigen kwamen uit het vorig jaar gesloten Militaire Luchtvaart Museum aan de Kampweg in Soesterberg.

Het ging om 2 propellervliegtuigen uit WO2, de Amerikaanse P-51K Mustang en de Koolhoven en twee straaljagers, en verder een F-16A en de Gloster Meteor, de laatste eveneens uit WO2 en de eerste geallieerde straaljager van de oorlog.


Op trekker-opleggers zijn de toestellen naar het nieuwe museum gebracht, zo'n 3 kilometer verderop. Hier worden ze tijdelijk in depot geplaatst. De Mustang is overigens tijdens WO2 niet in Nederlandse dienst geweest.


Foto links: de herbouwde bevédère. Foto Heijmans.


Er komt volgens vm. directeur René van Parijs van het Luchtvaartmuseum ook een B25 bommenwerper uit WO2, waarmee o.m. het KNIL vloog.  Een Douglas C47 (meestal aangeduid met zijn civiele naam DC3) komt er ook.

Er is tot aan de opening ook informatiecentrum bij de bouwplaats, geëxploiteerd door aannemer Heijmans. Dat centrum biedt vergaderruimten voor buitenstaanders tegen de setting van het nieuw te bouwen museum. Het centrum is om veiligheidsredenen niet vrij toegankelijk. Op afspraak kunnen relaties en bedrijven onder begeleiding van een Heijmans-medewerker er gebruik van maken.







NIOD-onderzoeker Erik Somers: oorlogsmusea populairder dan ooit


AMSTERDAM, 31-03-2014 - Nederland telt maar liefst 83 musea over de Tweede Wereldoorlog, en de  bezoekersaantallen daarvan groeien. Dit blijkt uit het onderzoek van NIOD-historicus Erik Somers (foto links), waarop hij op woensdag 2 april promoveert aan de Universiteit van Amsterdam. De jongste oorlogsexpositie in de Kunsthal in Rotterdam trekt bijvoorbeeld driemaal zoveel bezoekers als verwacht.

Opmerkelijk is volgens het NIOD dat - naast de bekende musea zoals het Anne Frank Huis, het Kamp Westerbork en het Oorlogsmuseum Overloon - een groot aantal van de oorlogsmusea is opgericht na het jaar 2000.


Dit zijn veelal kleinere, particuliere musea, vooral gericht op de lokale en militaire geschiedenis van de oorlog. Algemeen neemt de belangstelling voor de militaire historie van de oorlog toe. De belangstelling voor de oorlogsmusea groeit opzienbarend: in bijna 10 jaar tot 2013 zijn de aantallen bezoekers bijna verdubbeld.

Somers onderzocht hoe de Nederlandse oorlogsmusea de geschiedenis van de oorlog presenteren. Volgens het NIOD vormen de jaren 40-45 zijn een moreel ijkpunt van de Nederlandse samenleving. De overheid, met haar bemoeienissen gericht op educatie en het versterken van de herdenkingsfunctie, speelt daarbij een belangrijke rol, die de laatste jaren afbeemt.

Bezoeker wil ‘ervaren en beleven’

Volgens Somers zijn de oorlogsmusea op een keerpunt beland: de herinnering aan de oorlog is veranderd. Lange tijd werd die herinnering bepaald door de generatie overlevenden.


Volgens Somers vraagt het publiek anno 2014 om concrete en meer tastbare presentaties. ‘Authenticiteitsbeleving’ is daarbij volgens hem een sleutelwoord. De bezoeker van nu wil authentieke voorwerpen, het bezoeken van historische plekken en de identificatie met persoonlijke verhalen.

Maar het verleden wordt tegenwoordig ook gepresenteerd door een geschapen authenticiteit: enscenering en (re)constructies van het verleden. Deze vorm sluit volgens Erik Somers meer aan bij de beleving van een jongere generatie.


Hij merkt daarbij op: ‘Museumbezoek is een belangrijk onderdeel van de vrijetijdsbesteding geworden. Bezoekers verwachten dat het niet alleen informatief, maar ook ontspannend en recreatief is. Steeds meer is ‘ervaar en beleef’ het motto. Maar hoe ver kan men gaan met het oproepen van een beleving van een beladen geschiedenis. Wanneer worden er moreel-ethische grenzen overschreden? Het evenwicht tussen verantwoorde educatie en informatie enerzijds en emotie en sensatie anderzijds is wankel.’

Erik Somers: De oorlog in het museum. Herinnering en verbeelding. Promotoren zijn prof. dr. F.P.I.M. van Vree en prof. dr. R. van der Laarse. Het proefschrift wordt uitgegeven door WBooks in Zwolle (480 pag, 17 x 24 cm, 67 illustraties, € 34,50). Zie: http://www.wbooks.com/verwacht/de-oorlog-in-het-museum.html. WBooks: Tel. 038-467 34 00

Tijd en locatie promotie
De promotieplechtigheid is op woensdag 2 april om 15.00 uur. 
Locatie: Aula van de UvA, Singel 411, Amsterdam.






Nanda van der Zee plotseling overleden



UTRECHT, 28-03-2014 - In Utrecht is de schrijfster en historica Nanda van der Zee op 62-jarige leeftijd overleden na een ongelukkige val met complicaties. Mevrouw Van der Zee (Hilversum, 1951) was getrouwd met prof dr Bob Smalhout en raakte vooral bekend door haar omstreden boek 'Om erger te voorkomen' uit 1997, dat enkele herdrukken beleefde, waarvan de jongste in 2011.

In dat boek uitte zij scherpe kritiek op koningin Wilhelmina's vlucht tijdens de oorlog, en koppelde dat aan de relatief grote Jodenvernietiging uit Nederland. Mevrouw Van der Zee publiceerde 10 boeken, die overwegend de Duitse bezetting behandelden. Zij debuteerde met de biografie van haar leermeester prof. Jacques Presser. Deze publiceerde in 1965 onder de titel 'Ondergang' de schokkende geschiedenis van de Jodenvervolging tijdens de bezetting.

'Ondergang' beleefde tientallen herdrukken en maakte Nederland bekend met de gruwelijkheid en de omvang van de Jodenvervolging. Presser verklaarde het relatief hoge percentage Nederlandse Joden (75%) dat was omgekomen vergeleken met belgië of Frankrijk uit de meegaande houding van o.m. de Joodsche Raad in Amsterdam, die de nazi's hadden aangesteld voor het regelen van het gehele Joodse leven in de hoofdstad.

In 'Om erger te voorkomen' verklaarde mevrouw Van der Zee dit percentage uit de slappe houding van de Nederlandse heersende stand, inclusief het koningshuis. Zij kon op dat moment niet weten dat Nederland tevens het hooste percentage Jodenredders van de wereld had, zoals blijkt uit het aantal onderscheidingen van de Israëlische staat aan Nederlanders.

Volgens mevrouw Van der Zee liet koningin Wilhelmina zich in de meidagen van 1940 uitsluitend leiden door haar zorg om haar eigen veiligheid. Door dit vertrek ontstond ruimte voor een burgerlijk nazi-bestuur. Aanvankelijk zou Hitler net als in België een militair bestuur hebben willen instellen. Mevrouw Van der Zee meende dat dat voor de Joden minder erg zou zijn geweest, aangezien de prioriteit van de Wehrmacht niet lag bij Jodenvervolging.

Mevrouw Van der Zee koppelde ook de officiële overheidsrichtlijn om mee te werken met de bezetter aan de ontmoediging van de ledinggevenden in Nederland. Daarop baseerde zij haar titel: 'om erger te voorkomen' - daarmee doelde zij op bestuur door de NSB of een volledige nazi-Duitse inlijving. Het gevolg bleek echter vergaande medewerking aan de Jodenvernietiging door ambtenaren, politie, spoorwegen, en de Amsterdamse Joodsche Raad.

Haar mening over de Nederlande Jodenvervolging werd bestreden door o.m. de historicus Cees Fasseur, auteur van enkele boeken over koningin Wilhelmina. Van der Zee vond Fasseurs lezing niet overtuigend. Verder ontstond rond haar bekendste boek een uitgebreide polemiek, waarin vaak onzakelijke kritiek op mevrouw Van der Zee werd geuit.



Behalve 'Om erger te voorkomen' schreef mevrouw Van der Zee nog:

  • Gesprekken in de middag, over gesprekken met Bob Smalhout,2008
  • Oorlog na de oorlog, de herinneringen van een politieman uit WO2, 2006
  • Het Begrijpen, over de menopauze, 2006
  • Het Tere Licht, een duichtbundel, 2005
  • De Trein, over kamp Westerbork  kampcommandant Albert Gemmeker, 2003
  • Het Amsterdams Burger-Weeshuys, met Ben Endlich, 2002
  • De herfst van een voyeur, een roman over een vereenzaamde journalist, 2001
  • Jacques Presser, een biografie,1998
  • De kamergenoot van Anne Frank, over Fritz Pfeffer,1990








 


Waterschap start grote restauratie Grebbelinie



APELDOORN, 26-03-2014 - Grote restauratiewerken moeten de Grebbelinie terug in haar oude staat brengen. Het Waterschap Vallei en Veluwe, verantwoordelijk voor het gebied, begint volgende week met de werken die tot in 2017 duren. Het waterschap laat het eerste jaar honderden bomen kappen.

De stichting Grebbelinie zegt op RTV Utrecht  blij te zijn met de kap van de bomen tussen Rhenen en Spakenburg. Het waterschap wil op die manier de dijken veiliger maken en dat geeft volgens het schap de beroemde linie voor een deel haar historische uiterlijk terug. Oorspronkelijk groeiden er wel bomen op de Grebbelinie, maar de stichting vindt de kap historisch juist.

De Grebbelinie is tegenwoordig een Rijksmonument en loopt van de Grebbeberg via het Valleikanaal en de Eem tot het IJsselmeer. Het waterschap begint volgende week met het neerhalen van de eerste bomen en verwacht dat het karwei volgend jaar juni klaar is.

In totaal laat het schap 22 km dijken renoveren. Het Waterschap Vallei en Veluwe wil vooral de dijk verstevigen, nu deze volgens het schap door klimaatverandering is aangetast. Bij het begin en einde van de linie liggen aarden verdedigingsforten en die worden eveneens gerestaureerd.

De Grebbelinie werd vanaf 1745 aangelegd als vertragende linie tussen Rhenen en Spakenburg. Het achterland kon onder water gezet worden. Vooral bekend is hoe dat gebeurde rond mei 1940, bij de Duitse inval, waarna er enkele dagen hevig werd gestreden, tot de Nederlandse militairen vooral geen munitie meer hadden en bezweken voor de overmacht.

Het waren echter de Duitsers die de  Grebbelinie voor het laatst gebruikten aan het einde van de oorlog. Zij gebruikten de linie opnieuw in de laatste weken van de oorlog. Dat betekende voor de streek dat een aantal gebieden tweemaal binnen 5 jaar onder water kwamen te staan.

Vanaf april 1945 werd er nauwelijks meer gevochten. De Canadese troepen wachtten de capitulatie van de Duitsers af en begonnen onderhandelingen in o.m. het dorp Achterveld vlak achter Amersfoort, ook deel van het inundatiegebied.

Foto  rechts: Gereconstrueerde loopgraven bij Scherpenzeel. Foto  Wikipedia - H. Bot - Creative Commons Licentie

Volgens secretaris Jan de Vries van de Stichting Grebbelinie, die al jaren de geschiedenis van de Grebbelinie onderzoekt, is nergens op de linie het oude profiel nog intact.


"In de loop der tijd is eindeloos aan de Grebbelinie gesleuteld. Met de aanleg van het Valleikanaal (1935-1941) bijvoorbeeld is veel aarde op de dijk gegooid, zodat het profiel onder een laag grond verdween. Daarom is het zo leuk dat we nu op een deel van de Grebbelinie het oude profiel weer terug gaan zien, " zo zei hij tegen het waterschap.

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd de linie toch weer ingericht, nu onder de naam 'Valleistelling'. In de jaren daarvoor waren in de linie 271 kazematten (bunkers) gebouwd, waarvan er 17 in de Grebbeliniedijk bij Amersfoort liggen. Najaar 1939 startte ook de innundatie van de linie. Een deel van het water bleek in mei 1940 verdampt en het waterpeil van de Nederrijn stond te laag om nieuw water het gebied in te laten.


Nederlandse soldaten betrokken in mei 1940 de Valleistelling en op sommige plaatsen werd hevig gevochten. In de Slag om de Grebbeberg vielen ruim 400 Nederlandse soldaten.  De meesten van hen zijnbegrtaven op het ereveld op de Grebbeberg, dat geen deel uitmaakt van het plan van het waterschap.

De Duitsers op hun beurt gebruikten de Grebbelinie onder de naam  'Pantherstellung' vanaf het najaar van 1944. De bunkers zijn de meest in het oog springende overblijfselen, die in de Grebbelinie nog te zien zijn.

De linie zag er in de loop der eeuwen overigens steeds wisselend uit. Volgens secretaris Jan de Vries vand e Stichting Grebbelinie mochten er in tijden van dreigende oorlog geen bomen op de linie staan. De Vries: "Dat was lastig voor de soldaten. Die hadden een vrij schootsveld nodig. Maar in perioden van vrede vond men het zonde om er niets mee te doen en verbouwde men er hakhout op. Van de opbrengst werd de dijk onderhouden. Historisch gezien is het dus helemaal niet gek dat het waterschap bomen op de Grebbeliniedijk omhakt. Dat gebeurde continue, het is nooit anders geweest."

De Stichting 'Grebbelinie in het vizier' houdt zich bezig met de militaire aspecten uit WO2.









Kamp Natzweiler-Struthof krijgt grote restauratie



NATZWILLER, 25-03-2014 - Het voormalige concentratie- en vernietigingskamp Natzweiler-Struthof in de Elzas in Frankrijk krijgt een grote restauratie.


Foto rechts: een blik van het kampterrein naar het monument.


In het kamp in de Vogezen in het noordoosten van Frankrijk hebben tijdens de oorlog 52.000 mensen onder wie bijna 600 Nederlanders vastgezeten. van hen stierven 22.000 mensen. De gebouwen hebben de laatste jaren zwaar geleden onder stormen.

Het kamp stond bekend als 'Nacht und Nebel' - de aanduiding die de SS gebruikte voor het spoorloos laten verdwijnen van gevangnen - een vorm van ter dood veroordeling. In die speciale categorie vielen 2483 gevangenen. Van deze groep zijn volgens de docuemntatie van het kamp 351 mensen nooit teruggevonden.


Er werden ook medische experimenten op Joden uitgevoerd. Het kamp bezat verder zo'n 70 nevenvestigingen voor dwangarbeid. De bekendste commdant was Joseph Kramer, die in 1944 commandant werd van kamp Bergen-Belsen, waar hij werd gearresteerd. Hij werd na de oorlog opgehangen.



Centre
européen du résistant déporté

Het bezoekerscentrum in het kamp omvat tevens het bureau van het Centre européen du réstant déporté, (centrum van gedeporteerde verzetsmensen) in 2005 geopend door de toenmalige president Chirac.

Het biedt 2.000 m2 expositieruimte. Tot 30 juni 2014 loopt er de expositie 'Le Poids du Monde' (het gewicht van de wereld), met moderne beelden van de Straatsburger beeldhouwer  Laurent Reynès (fotolinks).

Het Centre heeft als doelstelling tevens het bevorderen van tolerantie, respect en waakzaamheid.




Jaarlijks bezoeken ongeveer 170.000 mensen het kamp, van wie 90.000 scholieren. Veel barakken zijn in zo'n slechte staat dat binnentreden gevaarlijk is.


De restauratie van de barakken, de gevangenis en het crematorium op het  terrein van  4,5 hectare kost ongeveer 1,2 miljoen euro enis vorige week begonnen. Dit werk moet vóór de zomer klaar zijn, zo heeft de directie van het kampmuseum bekend gemaakt.

In 1976 werd het kamp in brand gestoken door neonazi's. Het museum werd herbouwd, maar onvervangbare artefacten gingen voorgoed verloren. In het kamp was ook een provisorische gaskamer en een crematorium.


Het kamp opereerde van 21 mei 1941 tot september 1944, toen Frankrijk bevrijd werd. Officieel werd het door de nazi's beschouwd als liggend in Groot-Duitsland, omdat de Elzas geannexeerd was tijdens WO2.

In Natzweiler-Struthof hebben ongeveer 52.000 verzetsstrijders uit Frankrijk, Noorwegen, Nederland, Polen, Duitsland en de Sovjet-Unie vastgezeten. Zeker 22.000 gevangenen kwamen in het kamp om het leven.

Het was een zogeheten Nacht-und-Nebel-kamp, waar de gevangenen spoorloos moesten verdwijnen. Familieleden van deze gevangenen ontvingen geen enkel bericht meer van hen, laat staan een overlijdensbericht.

Van de 590 Nederlandse verzetsstrijders die er gevangen zaten, hebben 280 het kamp niet overleefd. Onder de Nederlanders in Struthof-Natzweiler, bevonden zich de journalist en hoofdredacteur van de HP W.L. Brugsma en luitenant en verztesman George Maduro, een Joodse-Curaçoase verzetsstrijder, naar wie Madurodam is genoemd. Brugsma overleefde, maar Maduro stierf vlak voor de bevrijding van het kamp.

Elsevier-uitgever Floris Bakels publiceerde in 1977 over zijn gevangenschap in onder meer Natzweiler het boek Nacht und Nebel. Dit boek stond 7 weken bovenaan de lijst van bestverkochte Nederlandse boeken. Zijn zoon Rudolf is adviseur van het bestuur van de Nederlandse vriendenkring Natzweiler.






Herinneringscentra WO2 behandelen geschiedenis Molukkers en Indische Nederlanders



AMSTERDAM, 21-03-2014 - Op of rond vrijdag 21 maart 2014 presenteren de vier herinneringscentra van de oorlog een afwisselend programma over de geschiedenis van de Indische en Molukse gemeenschap in Nederland,zo melden de centra.

Foto rechts: Barak !b, in kamp Vught.


het gaat om Kamp Westerbork, het Indisch Herinneringscentrum,  Kamp Amersfoort en Kamp Vught. Dit valt onder hun gezamenlijke programma ‘Gedeeld verleden, gedeelde verhalen’.

Vanwege de oorlog herkreeg Indonesië zijn zelftandigheid. Daarmee werd de posiite van het koloniale leger onhoudbaar, en verhuiisden vele militairen daarvan gedwongen naar Nederland.
 
Op vrijdag 21 maart 2014 presenteert Nationaal Monument Kamp Amersfoort een vertelvoorstelling over de geschiedenis van de Indische en Molukse gemeenschap in Nederland. De voorstelling ‘Het Verkadeblik uit Ambon’ van theater/muziekgroep DeltaDua, wordt gehouden in het kader van het programma ‘Gedeeld verleden, gedeelde verhalen’.
 
Nel Lekatompessy vertelt over de dag dat haar ouders in de haven van Rotterdam aankwamen, de verwarring, het wachten op de grote terugkeer, hun dromen, hun eenzaamheid, hun verlangen en de heimwee naar hun geboortegrond. Het vertrekpunt van haar verhaal is een historisch Verkadeblik uit Ambon. Ook in Nederlands-Indië waren de koekjes van Verkade een begrip.

Het blik lag rond 1900 op de Zaanse kade in Zaandam, in een van de honderdduizenden vrachtkisten te wachten op verscheping naar Ambon. Zo’n vijftig jaar later stuurt Oma Nel hetzelfde blik, gevuld vol Verkade-heerlijkheden, per bootpost terug naar Nederland, waar haar zoon na het opdoeken van het KNIL naar toe is gebracht. Ze maakt zich zorgen om de kleinkinderen.
 
‘Het Verkadeblik uit Ambon’; een bijzondere voorstelling van theater/muziekgroep DeltaDua.Gitaar: Peter Lengams
 
De voorstelling begint om 20.00 uur in het bezoekersgebouw van Kamp Amersfoort.Het programma duurt ongeveer 60 minuten. De voorstelling is gratis, een donatie wordt op prijs gesteld. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Kamp Amersfoort 033-4613129.
 
Op vrijdag 21 maart 2014 presenteren Martine Letterie en Karlijn Stoffels hun nieuwe boek ‘Dwars door de storm’ bij het Indisch Herinneringscentrum. Een jeugdboek (11+) over wat de Groningse Tjakkie en de Molukse Jacob begin jaren ’50 van de vorige eeuw bindt, ondanks de verschillende werelden waarin zij opgroeien. Lezingen, muziek en gesprekken brengen de herinneringen aan de Indische en Molukse geschiedenis uit die tijd weer terug. Daarbij is er veel aandacht voor een bindende factor van toen, de indorock.
 
M.m.v. de auteurs Martine Letterie en Karlijn Stoffels, Herman Keppy (journalist, schrijver, onderzoeker), Hans Consten (gitarist, presentator Rock Around The Sixties bij Omroep Rijswijk) en muziekgroep Sound of Njoy. Meer informatie: www.indischherinneringscentrum.nl
 
 
Activiteiten in Herinneringscentrum Kamp Westerbork.
Het weekend van 21 t/m 23 maart staat in het teken van woonoord Schattenberg. Zo zijn de documentaire Woonoord Schattenberg (RTV Drenthe) en de film Gedeeld Verleden, Gedeelde Verhalen (Daan & Laan 2012) te zien en zijn er op zaterdag 22 en zondag 23 maart om 15.00 uur Molukse rondleidingen. Op 23 maart vindt de boekpresentatie Kazernekind van Marlies Mielekamp plaats. Kijk voor meer informatie op de website: www.kampwesterbork.nl.
 
Activiteiten in Nationaal Monument Kamp Vught.
In de week van 16 t/m 23 maart organiseert Nationaal Monument Kamp Vught meerdere activiteiten in het kader van ‘Gedeeld verleden, gedeelde verhalen’. De invulling hiervan wordt begin maart bekend en is dan te vinden op nmkampvught.nl onder ‘Agenda’. In barak 1B, de laatste authentieke kampbarak wordt in de nieuwe presentatie de geschiedenis belicht van woonoord ‘Lunetten’. Op het terrein van Kamp Vught werden sinds 1951 Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen gehuisvest.
 
Activiteiten in het Indisch Herinneringscentrum
In het centrum op landgoed Bronbeek in Arnhem vertelt de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Azië en de gevolgen van de dekolonisatie van Nederlands-Indië, zoals de komst van Indische repatrianten en Molukkers naar Nederland. De drie andere Herinneringscentra hebben een rol gespeeld in de opvang van Molukkers destijds. In Kamp Amersfoort arriveerden de KNIL-militairen en hun gezinnen om gedemobiliseerd te worden en een medische test te ondergaan. Vanuit Amersfoort werden zij door Nederland verspreid, o.a. naar woonoord Lunetten (Kamp Vught) en naar woonoord Schattenberg (Kamp Westerbork).
 
In 2012 organiseerden de vier Nationale herinneringscentra van de Tweede Wereldoorlog voor het eerst een gezamenlijke activiteit in het kader van ‘Gedeeld verleden, gedeelde verhalen’





Journaal, Nieuwsuur en Stand.nl zetten discussie over 4 mei kracht bij



HILVERSUM, 14-03-2014 - De discussie over de 4-mei-herdenking is door het NOS Jounaal, Nieuwsuur en Stand.nl van Radio 1 stevig op de nationale agenda gezet.


Alles draait om de vraag of op de Dodenherdenking op 4 mei alleen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog moet herdenken. Zowel het Journaal als Stand.nl melden echter niet dat de Dodenherdenking ooit louter is opgezet voor WO2 en pas in de jaren daarna werd uitgebreid.

Verder dringen Joodse organisaties, de Raad van Kerken en het Contactorgaan Moslims en Overheid in Nieuwsuur aan op een 'zuivere' herdenking. Al eerder hebben slachtofferorganisaties uit WO2 zoals het Int. Dachau Comité soortgelijke standpunten uitgedragen, bijgevallen door o.m. de AFVN/Bond van Antfascisten, en deze website.

Hanneke Gelderblom van de Libnerale Joodse Gemeente Den Haag, ex-senator van D66, is voorzitster van het Joods-Christelijke Cairo-overleg.


In Stand.nl zei zij: "Het is een misverstand dat herdenking alleen gericht is op Joden. WO2 was een oorlog waarin mensen vermoord werden om wie ze waren, niet wat ze deden. Bij de discussie over veteranen wordt vaak de indruk gewekt dat wij dat niet belangrijk vinden, maar ik doe een oproep aan de veteranen om met ons te overleggen. Mensen in WO2 werden overweldig, hadden geen keuze. Veteranen hadden wel een keuze."

Nu heeft de overheid via het overheidsorgaan Nationaal Comité 4 en 5 mei bepaald dat de jaarlijkse Dodenherdenking niet alleen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht, maar ook de Nederlandse burgers en militairen die sdindsdien bij vredesoperaties na 1945 om het leven kwamen, zoals in Korea, Bosnië, Libanon en Afghanistan.

Volgens de AFVN/Bond van Antifascisten en een aantal andere slachtofferorganisaties moet de herdenking weer 'zuiver worden.Ook het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) vindt dat.


Directeur Esther Viet benadrukt dat het "een unieke gebeurtenis" is; de herdenking van de slachtoffers raakt volgens haar nu "ondergesneeuwd". Voet vindt dat de slachtoffers van na 1945 op Veteranendag herdacht moeten worden.

Het Veteranenplatform is het niet eens met de organisaties. Voorzitter Hein Scheffer zei dat Veteranendag geen herdenkingsdag is, maar een dag waarop veteranen erkenning krijgen. Ook vindt hij dat de Dodenherdenking anders "te geïsoleerd" wordt, omdat er steeds minder mensen een band mee hebben. Scheffer vindt ook dat doden uit alle oorlogen gelijk zijn.


Het Nationaal Comité 4 en 5 mei is belast met de organisatie van de Dodenherdenking en houdt een serie maatschappelijke discussies over de vraag of het alleen om 4 mei of niet moet gaan.

Voorzitter Joan Leemhuis-Stout zegt in een reactie op het voorstel van de organisaties dat het een belangrijk signaal is "dat wij in onze gedachtewisseling buitengewoon serieus nemen".


 Argumenten voor een zuivere 4-mei

  • Aparte karakter WO2: nooit eerder in onze geschiedenis werden willekeurige groepen met uitroeiing bedreigd - op 25 februari herdenking we bijv,. Februaristaking, en niet de ambtenarenstaking uit 1983, de AH-staking van maart 2013 of alle andere stakingen

  • WO2 was grootste ramp uit onze geschiedenis - verdient ook daarom aparte plaats

  • Herdenking is ook cultureel erfgoed:  we moeten de bedoeling van stichters respecteren, zowel 4 mei als monument op de Dam; we gaan ook geen figuren toevoegen aan bijv. de Nachtwacht

  • Overheid is niet eigenaar van herdenking en moet inhoud niet bepalen - laat staan verdraaien; denk bijv. aan plan overheidsinstelling NatCom om in 2012 SS-gedicht te laten voorlezen op Dam; of rare dwaling om gesneuvelde nazi-Duitsers te herdenken in Vorden op uitgerekend 4 mei; daar is 11 november voor

  • Herdenkingen moeten duidelijk en herkenbaar zijn; in Leiden wordt op 3 oktober het Leids ontzet herdacht, op 15 augustus de in Den Haag het eind evan de oorlog in Indië - overigens particuleir georganiseerd

  • Argument van veteranen voor opname is beperkt en miskent aparte karakter WO2: terreur en volkerenmoord

  • wie andere groepen wil herdenken: ga je gang; er zijn talloze voorbeelden: vrouwendag 8 maart, de Holocaust-herdenking 27 januari, Kirstallnacht 9 november, etc, het Nijmeegse bombardement uit 1944 op 22 februari - en daarherdenken ze niet allee bombardementen

  • 4 mei is ook herdenking tegen fascisme, volkerenmoord, naziterreur



Vorig jaar heeft het Nat. Comité zich vanwege de naziherdenking inVorden op 4 mei uitdrukkelijk uitgesproken, dat er alleen slachtoffer herdacht moeten worden.

De afgelopen jaren was er veel discussie over de invulling van Dodenherdenking. Zo wilde de gemeente Bronckhorst in Vorden ook op 4 mei direct na 8 uur langs de graven van nazi-Duitse militairen lopen.

Daar kwam veel verzet tegen, van de AFVN.Bond van Antfascisten, Nieuws-wo2.tk, oud-verzetsorganisaties, Joodse organisaties en ook van Duitse antifascisten die een delegatie naar Vorden stuurden. Deze nam deel aan een herdenking bij het monument voor de gevallenen in het dorp. .

In 2012 was er een plan om een 15-jarige scholier een gedicht voor te laten dragen over zijn oudoom, een oud-SS'er. Ook dat plan werd uiteindelijk geschrapt. Hanneke Gelderblom zegt dat zij dat eenprachtig gedicht vindt, dat bijvoorbeeld in scholboekjes thuishoort omdat het laat zien hoe het voelt als je net zo heet als je oudoom.














Tentoonstelling `100 voorwerpen' NatCom 4/5 mei en Kunsthal groot succes



UTRECHT, 13-03-2014- De tentoonstelling '100 voorwerpen uit de Tweede Wereldoorlog' in de Kujnsthal in Rotterdam is een groot succes. De expositie, die loopt van 5 februari tot 6 mei, zou volgens de organisatoren 35.000 bezoekers in totaal moeten trekken,
maar dat aantal is al in een maand bereikt. Dat zei mevrouw Joan Leemhuis-Stout, voorzitter van het organiserende Nat. Comité 4 en 5 mei.


Foto rechts: de knikkers vasn Anne Frank, net ontdekt en al te zien op de tentonstelling. Foto Kunsthal Rotterdam (ook ander foto's). Daaronder de melding op CNN (klik op die foto voor de link naar CNN).


Dat zei mevrouwe Leemhuis gisteravond in Utrecht. Daar vindt een serie bijeenkomsten  van het comité plaats over de opzet en uitvoering van de herdenkingen van 4 en 5 mei.


Naar schatting zal deze expo 100.000 bezoekers halen, zo verwacht mevrouw Leemhuis. De reden voor het succes lijkt een combinatie van voorbereiding door o.m.het Nat. Comité en gelukklig toeval.   LEES VERDER>>>


De opening geschiedde door koning Willem Alexander en toevallig was een week daarvoor een blik knikkers van Anne Frank ontdekt. Het nieuws dat de knikkers in de Kunsthal tentoongesteld zouden worden heeft de nationale en internationale pers gehaald,van CNN tot en met The Australian. Het ontbreken van het bekendste Nederlandse voorwerp uit WO2, het dagboek van Anne, viel daarbij niet meer op..


Samensteller van de expositie is oorlogsauteur Ad van Liempt. Hij kon uit de collecties van 25 deelnemende oorlogsmusea en -instellingen voorwerpen lenen, terwijl 5 voorwerpen door het opubliek zijn gekozen. Onder de voorwerpen zijn vooral veelpersoonlijke spullen, zoals een teddybeer, een fiets, een afscheidsbrief van een ter dood veroordeelde, en een brilletje van verzetsstrijdster Hannie Schaft.


En zelfs het vervalste schilderij van Han van Meegeren, 'Christus en de overspelige vrouw', dat hij als een 'Vermeer' voor 1,65 miljoen gulden aan de topnazi Goering verkoopt, een geheim dat hij pas onthulde toen hij na de oorlog  van collaboratie werd beschuldigd.


Maar ook een vulpen en een trompet, een kindertruitje gebreid van hondehaar, maar ook een clandestiene radio in een boek, een pistoolmitrailleur, een vluchtelingenkano en een opvouwbaar Britse motorfietsje (foto links) dat per parachute gedropt werd tijdens de Operation Market Garden.


Daarnaast ook de echte SS-vlag die in de stad Groningen op het gebouw van de SS en SD stond - een gebouw waar veel en wreed gemarteld en gemoord werd. Buiten staat ook een echte tank uit WO2, een Britse Churchill-tank.


De expositie ontving veel publiciteit, ook op de radio en de tv. De krant Trowu wijdde een special bijlage een 25 van de voorwerpen.


Er zijn ook allerlei nevenactiviteiten opgezet. Bij deze tentoonstelling is educatief materiaal voor leerlingen van het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en MBO. In de schoolvakanties zijn er activiteiten voor families. Voor kinderen en  begeleiders die zelfstandig de tentoonstelling bezoeken is er een kijk & doe-tocht beschikbaar, waarbij groot en klein samen aan de slag gaan.








Minister Plasterk spreekt bij herdenking ereveld Loenen 4 mei

DEN HAAG, 13-03-2014 - Op zondag 4 mei 2014 zal minister Plasterk spreken tijdens de dodenherdenking op het Nederlands ereveld Loenen op de Veluwe. De plechtigheid begint om 13.30 uur. Leerlingen van de Koninklijke Scholengemeenschap in Apeldoorn leveren een bijdrage aan de plechtigheid. De herdenking op het ereveld is openbaar,zo meldt de Oorlogsgravenstichting.

Op het ereveld Loenen liggen 3882 oorlogsslachtoffers begraven. Militairen en burgers: mannen, vrouwen en kinderen die op verschillende plaatsen en onder verschillende omstandigheden zijn omgekomen sinds 9 mei 1940.


Naast het aanleggen, inrichten, in standhouden en verzorgen van oorlogsgraven houdt de Oorlogsgravenstichting ook de nagedachtenis in ere aan slachtoffers voor wie geen graf kon worden ingericht. In de kapel op het ereveld Loenen staat een schrijn met 42 gedenkboeken waarin de namen vermeld staan van 130.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers van wie de laatste rustplaats niet aanwijsbaar is.

In opdracht van de Oorlogsgravenstichting vindt verder sinds 3 maart 2014 een grootschalige renovatie plaats van de beplanting op het Nederlands ereveld te Orry-la-Ville (foto onder, foto OGS) nabij Parijs. Hier liggen 114 Nederlandse oorlogsslachtoffers begraven die vanuit heel Frankrijk op dit ereveld geconcentreerd zijn.

Vorige week zijn op en rond dit ereveld alle heggen, struiken en planten gerooid en ruim 20 bomen gekapt. Er is een nieuw ontwerp van tuinarchitect John Todirijo dat hier wordt uitgevoerd.


Zo komt ook de oorspronkelijke symmetrische opzet van het ereveld terug.  Ook het toegangshek en het voorterrein krijgen een behandeling. De totale renovatie zal drie weken in beslag nemen, zodat het ereveld er voor 4 mei 2014 weer goed verzorgd bij zal liggen.

Op gedenkplaten in het paviljoen op dit ereveld staan de namen van 108 oorlogsslachtoffers vermeld die elders in Frankrijk begraven liggen. Hun graven konden niet worden overgebracht.


Het ereveld in Orry is aangelegd door de Oorlogsgravenstichting en ingewijd op 3 mei 1958. Sindsdien wordt het onderhouden door de Franse oorlogsgraveninstelling, l' Office National des Anciens Combattants.











Veteranen en Joodse instellingen willen geen verandering herdenking 4 en 5 mei

 


AMSTERDAM, 11-03-2014 - De herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de viering van de bevrijding moet niet veranderen.

 

Foto rechts: dodenherdenking 2012. Foto Nat. Com. 4/5 mei.

 

Dit stellen volgens de Telegraaf Joodse organisaties en Nederlandse veteranen in reactie op de gestarte discussie van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. „Wij willen de betekenis van 4 en 5 mei nader overwegen. Herdenken, herinneren en vieren opnieuw zorgvuldig definiëren", aldus het comité.

Er leven momenteel volgens het CBS nog 1,6 miljoen Nederlanders die geboren zijn vóór mei 1945. In de afgelopen jaren hebben zich met name rond de 4 meiherdenking problemen voorgedaan. Deze hebben te maken met het uitbreiden van de groep herdachten met mensen die na de oorlog zijn omgekomen. Veel veteranen en verzetsmensen uit WO2 en veel van hun nabestaanden menen deze nieuwe groepen niet op die datum herdacht moeten worden bij monumenten die voor die oude groepen opgericht zijn. Woordvoerster Nelleke Rienstra van het Veteraneninstituut in Doorn zegt echter dat dit instituut zich achter het Nat. Comité stelt.

 

Ook enkele groepen die zich in NLnazivrij (www.nlnazivrij.tk) heben verenigd, willen vasthouden aan een 'zuivere' herdenking van WO2. Het gaat om de AFVN/Bond van Antfascisten, het Nederlands en het Interbnationaal Dachau Comité, en de Int. Federatie van Verzetsorganisaties (FIR) en de website Nieuws-WO2. Niet alleen willen zij dat de herdenking van 4 mei zich beperkt tot de oorlog, ook wensen zij dat uitsluitend Nederlandse slachtoffers herdacht worden. In Vorden bijvoorbeeld zijn plannen gemaakt om op 4 mei ook nazi-Duitse soldaten te herdenken.

 

De plaatselijke organisatoren en de gemeente Bronckhorst wensen geen gehoor te geven aan druk vanuit diverse groepen om de Duitse gevallenen op een andere dag te herdenken. Bij NLnazivrij heerst ook de opvatting dat de WO2-herdenkingen een vorm van cultureel erfgoed zijn, waar latere generaties geen wijzigingen in moeten aanbrengen.

 

Daarnaast neemt bijvoorbeeld de voorzitster van de Vriendenkring Mauthausen niet deel aan de Dodenherdenking op de Dam sinds die uitgebreid is met gesneuvelden van na de oorlog. Daarbij zijn nu onder meer inbegrepen zijn Nederlandse SS-ers die in 1953 in Korea sneuvelden. Zij konden daar strijden in geallieerde verband, op basis van de belofte dat zij daarmee hun Nederlanderschap terug konden verdienen. Ook de invoeging van in Indonesië gesneuvelde Nederlandse militairen ligt moeilijk, omdat een aantal van hen excessen pleegden zoals in Rawagede.

 

„Handen af van de dodenherdenking zolang de eerste generatie er nog is. Zolang de slachtoffers en veteranen er nog zijn, moet je hier met een zijden handschoen mee omgaan", zegt Ronnie Eisenmann van de Joodse gemeente Amsterdam in de Telegraaf.

 

De Joodse organisaties en de veteranen menen dat het komende debat dient te gaan over het blijven betrekken van jongere generaties bij 4 en 5 mei. Ze vinden volgens de Telegraaf dat het comité daar te weinig aan doet. Het Nationaal Comité organiseert in Utrecht gedurende deze maan 4 bijeenkomsten met historici, schrijvers, kunstenaars, wetenschappers en journalisten over 4 en 5 mei.

Onder anderen historicus en NIOD-medewerker prof. Peter Romijn, generaal b.d. Peter van Uhm, ex-directeur van het Joods Historisch Museum Judith Belinfante, journalisten Hans Jaap Melissen en Kustaw Bessems nemen deel. Na deze zogeheten verkenningsbijeenkomsten schrijft het comité een conceptvisie, die in het najaar verder publiekelijk besproken kan worden. Het comité wil nader weten hoe diverse groepen denken over de Tweede Wereldoorlog, vrijheid, democratie en rechtsstaat en welk verhaal daariver de huidige kinderen en kleinkinderen moeten horen.

 

Uiteindelijk zal het comité aan de hand hiervan een advies aan de regering geven, die dan besluit. Dat bepaalt het uitgangspunt voor de aanpak van het Nat. Comité voor komende 5 jaar. Het comité heeft een bestuur onder leiding van Joan Leemhuis-Stout, de voormalige commissaris van de koningin.  

 

 


 

 

Voorzitter Croll van Vfonds gaat Engelandvaren over Noordzee


DEN BOSCH,, 6-03-2014 - Een replica van mogelijk de beroemdste Engelandvaardersboot van Nederland is op de HISWA in Amsterdam gedoopt, de zeilvlet Yvette II. Met deze boot zal Vfonds-voorzitter Robert Croll (foto links) eind april samen met 4 anderen naar Engeland varen.


Het wordt voor het eerst sinds de oorlog dat een dergelijke herdenkingstocht onder zeil wordt ondernomen. Vier mannen en een vrouw vluchtten op 29 april 1943 in een 5,5 meter lange houten vlet over de Noordzee. Ze noemden hun bootje ‘Yvette’, naar de enige vrouw aan boord. Na drie dagen op zee kwamen ze aan in Sheerness, aan de monding van de Theems. De ‘Yvette’ ligt momenteel in het oorlogsmuseum in Overloon en is samen met een kano het enige nog overgebleven vaartuig van Engelandvaarders.


De Yvette II is op de openingsdag van de Hiswa met een puts champagne is  gedoopt. Als eerbetoon aan alle Engelandvaarders, of ze het haalden of niet, wordt de tocht opnieuw gemaakt. De Koninklijke Marine zal met het opleidingsschip ZrMs Urania de opvarenden van de Yvette II begeleiden. Aan de Engelse kant verwelkomen leden van de Royal Navy de Yvette II. De vertrekdatum ligt, afhankelijk van wind en weer, tussen 17 april en 1 mei 2014.


Het initiatief voor de tocht is ontstaan in de zomer van 2013, toen twee redacteuren van de Vaarkrant van de Telegraaf het plan opperden opnieuw naar Engeland te varen om de Engelandvaarders te herdenken. In de daaropvolgende maanden is de Yvette vervolgens nagebouwd door een bootbouwer in Wormerveer. Inmiddels is het plan uitgegroeid tot een groot project, waarover een documentaire wordt gemaakt die op National Geographic Channel wordt uitgezonden.


Het Vfonds is hoofdsponsor van het project, dat beoogt om jonge mensen te laten zien dat leeftijdsgenoten ruim 70 jaar geleden gevaarlijke ondernemingen opzetten om vrijheid te verwerven die Nederlanders volgens het fonds  in 2014 als vanzelfsprekendheid ervaren. Aan boord zal tijdens de tocht naast de twee Vaarkrant-redacteuren en Robert Croll ook een kleindochter of kleinzoon van de originele opvarenden uit 1943 zijn. Identiteit van de vijfde opvarende wordt later bekend gemaakt.


 

De Nederlandse vlet 'Yvette' is aangemeerd aan een boei midden op de rivier de Theems (foto onder, originele foto van de echte vlet) , vlak na de zware overtocht van meerdere dagen over de Noordzee door slecht wee. De tocht  begon vanaf de Brielse Maas op 29 april en duurde tot en met 2 mei 1943, zo meldt de website Gahetna.nl.

De groep van vijf opvarenden bestond uit ir. Jan Bartlema van de Technische Hogeschool Delft en zijn vrouw Yvette Bartlema-Sanders, Henning Meyer en "Lange" Hein Louwerse, student aan de TH en "Korte" Hein Kaars Sijpesteijn. Ze konden allemaal zeilen.

De houten zeevlet lag in Nederland nieuw op een werf te IJmuiden en werd van de eigenaar (een NSB-er) voor 700 gulden gekocht. Een vrachtrijder bracht de vlet vanuit "Sperrgebiet IJmuiden" naar Loosdrecht. Daar maakten verschillende zeilmakers en timmerlieden het scheepje klaar voor de overtocht.

Kleine zeilen werden in een badkuip met Oost-Indische inkt donker gemaakt. De schipper van een klein binnenvaartschip bond op 29 april de vlet aan zijn schuit en sleepte hem zo vanaf de Schie de Brielse Maas op, waarna voorbij Den Briel de vijf Engelandvaarders in de vlet overstapten en de riemen uitlegden.

De vluchtelingen waren bij stil weer en plotseling lichtende zee vertrokken, en een luchtaanval bij Hoek van Holland zorgde voor afleiding. De 6-pk motor werd pas bij het passeren van de branding gestart, waarbij het lichten van de zee hielp om zandbanken te vermijden.

De deining maakte voortdurend hozen nodig. Onderweg viel de motor uit en een hulpmotor bleek ook niet aan de praat te krijgen, waarop het zeiltuig werd opgezet. Aan het eind van de dag (30 april) viel de wind weg en moest er geroeid worden. Na enkele uren sloeg de windstilte om in storm uit het noorden. Toen die afnam bleef op 1 mei een zware deining staan en de zeezieke bemanning had alle moeite de vlet boven water te houden en op koers.

Tegen de avond zwol de wind weer aan waarbij het tuig brak. Er moest voortdurend gehoosd worden. Om vlak voor de wind te blijven, werd het te lichte drijfanker verzwaard met het zeil en de boot hield daardoor een koers op het zuidwesten aan. In de vroege ochtend van 2 mei werd de buitenboei van de Theems bereikt. Het zeil werd uit het water gevist en het tuig provisorisch gerepareerd. Uiteindelijk pikte een Engels marineschip hen op. De "Yvette" zou in 1964 een plaats krijgen in het Nationaal Ooorlogsmuseum in Overloon.








Eindelijk studie van communistisch verzet in provincie Groningen



door Arthur Graaff
GRONINGEN, 5-02-2014 – In 1995 werd - toevallig in Groningen - de geschiedenis van Limburg in de oorlog gepubliceerd, in een proefschrift van dr A. Cammaert. Hij vulde daarmee grote witte plekken in Dr L.de Jongs 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' aan. Het bleek dat de Limburgers veel verzetsdaden hadden verricht, vooral op het gebied van het redden van Joodse kinderen.

Pas 20 jaar later is nu hetzelfde gebeurd met het verzet in Groningen, en wel het communistische verzet. Dat verzet was in Groningen, met zijn fabrieken en leden van de CPN, belangrijk, vastberaden en ook relatief hevig. Maar die geschiedenis ervan is er tot nu toe bekaaid afgekomen. Tot nu toe.

Bij uitgeverij Profiel Bedum verschijnt vandaag de tweedelige geschiedenis van het communistisch Verzet in Groningen. Door de verzuiling en de Koude Oorlog is de geschiedenis van het communistisch verzet op belangrijke punten onderbelicht gebleven, zo menen hedendaagse historici en meenden naoorlogse leden van de CPN..

75 verzetsmensen dood
Auteur Ruud Weijdeveld heeft uitgevonden dat er tijdens de oorlog alleen al(los van sterfgevallen als gevolg van de oolrog maar na het einde ervan) al minstens 75 communistische Groningse verzetsmensen in de strijd tegen de nazi's zijn omgekomen.

Volgens de 'Erelijst.nl' zijn er in de stad Groningen 60 mensen omgekomen door nazi-wandaden. De meeste doden vielen in de stad omdat daar het hoofdkwartier van de SD zat. Dat betekent dat de Groningse communisten in de oorlog
relatief een zeer zware tol hebben betaald. Het is mogelijk dat zij verreweg het grootste aantal slachtoffers vormen.

De SD hield fors huis in Groningen, en met name het Scholtenhuis - hoofdkwartier van de SS midden in de stad Groningen - werd berucht om de uitzonderlijke wreedheden die er plaatsvonden, vaak ongezien door de leiding van de SS in Den Haag. SS-ers als de gebroeders Faber waren actief in Groningen, en ook 'het beest van Appingedam', Siert Bruins, tegen wie begin dit jaar het proces voor de moord op een verzetsstrijder werd gestaakt wegens het ontbreken van getuigen. Tegen die rauwe achtergrond speelt het boek zich af.

Die geschiedenis is lang onderdrukt. Een bekend fenomeen was dat zelfs de herdenking van de vermoorde verzetsheldin Hannie Schaft - als 'het meisje met het rode haar' vrijwel als enige communistische verzetsmens bekend - omstreden was en een keer werd verboden.

Auteur is Groninger historicus Ruud Weijdeveld. Hij is al 25 jaar geleden begonnen met het houden van interviews met getuigen. Die waren er toen nog zeker voldoende, en bovendien nog goed in staat zich de geschiedenissen te herinneren. Weijdeveld heeft niet 25 jaar aaneen aan het boek geschreven, maar de tijd heeft wel in zijn voordeel gewerkt. Nu zijn er veel meer facetten van de oorlog bekend dan 20,of 40 jaar terug. Weijdeveld heeft voor zijn boek ook recenter uitgebreid onderzoek verricht in archieven in Nederland en Duitsland.

Begin: 1933

Het boek begint met de strijd tegen het fascisme in Groningen vanaf 1933. De CPN verzette zich al van meet af aan tegen het fascisme, met name van Hitler. Die had het communisten trouwens uitdrukkelijk als zijn vijanden aangewezen.Vanaf Hitlers machtsovername in 1933 bouwden de nazi's concentratiekampen  Enkele aantal daarvan, bestemd voor socialisten en communisten uit het Ruhrgebiet, werd net over de Groningse grens in de moerassen van het Eemsland gebouwd, in de zg. 'Moore'.

De communisten hielpen Duitse anti-fascistische vluchtelingen uit die kampen en steunden het het verzet in Duitsland. ||dart hield niet op toen de oorlog uitbrak op10 mei 1940. In het najaar van 1940 verwscheen hun eerste illegale verzetskrant, het Noorderlicht.

Foto links: een naoorlogse poster ter herdenking van de omgekomen hoofdonderwijzeren  verzetsman G. Sterringa. Naar hem is de stichting genoemd die het boek over het communistische verzet heeft voortgebracht.

Na protesten tegen de Jodenvervolging in het voorjaar van 1941 en de februaristaking die door de Noordhollandse communisten werd georganiseerd, begonnen arrestaties van communisten in Nederland, maar het communistisch verzet ging de hele oorlog door. Bij de bevrijding was hun krant De Waarheid een van de grootste verzetskranten in Groningen.

Talrijke Nederlandse communisten zijn in Nederlandse en Duitse concentratiekampen onder gruwelijke omstandigheden omgekomen en omgebrachrt, anderen werden voor het leven getekend.

Na de bevrijding bleef erkenning lang uit. Hoewel Groningense communisten vroeg in het verzet gingen, kregen zij als laatsten vaak als laatsten uitkeringen van de Stichting 1940-1945.

Naast een volledige behandeling van de periode 1933-1945 heeft auteur Weijdeveld veel anecdotisch materiaal toegevoegd. Daarbij kon hij putten uit zijn gesprekken met tientallen  verzetsdeelnemers en nabestaanden.

Over de totstandkoming van het boek schrijft auteur Weijdeveld in zijn verantwoording in het boek: "In 1986 verscheen de eerste publicatie: ‘Rode Hulp – De opvang van Duitse vluchtelingen in Groningerland - 1933-1940’. Deze uitgave werd verzorgd door de onderzoeksgroep die zich inmiddels had aangesloten bij het Instituut voor Politiek en Sociaal Onderzoek (IPSO), het wetenschappelijk bureau van de toenmalige CPN (Communistische Partij van Nederland). Zelf was ik verantwoordelijk voor de eindredactie van het boek Om de formele kanten van deze uitgave te regelen werd een stichting opgericht, genoemd naar Geert Sterringa. Sterringa was onderwijzer en tevens lid van de Groninger gemeenteraad en de Provinciale Staten. Hij nam deel aan het verzet, werd in 1941 gearresteerd en kwam in 1944 in het concentratiekamp Buchenwald om het leven."

Het boek besluit met een hoofdstuk over de eerste jaren na de oorlog.








YouTube maakt nazi-propagandafilms vrij toegankelijk




BERLIJN, 4-03-2014 - Rechts-extremisten gebruiken Youtube om in Duitsland verboden nazi-propaganda films in hun volle lengte te tonen. Volgens de woordvoerster van YouTube kan deze site "dergelijke films niet op voorhand filteren', zo meldt het Hamburger Abendblatt.

Dezelfde redenering wordt gebruikt door eBay en haar dochter Marktplaats, die ook allerlei ongewenste of verboden nazispullen doorsluizen.


In het Duitse wetboek van strafrecht verbiedt in artikel 86, paragraaf 4 het openbaar maken van propagandamiddelen van de nazi's. In paragraaf 86a staat nadrukkelijk een verbod op het bezit van voorwerpen met nazisymbolen.

De films zijn wel bekend: 'Jud Süss', 'Hitlerjunge Quex'. Veel van deze films blijken simpelweg te vinden op het web. Overigens net zo makkelijk als het vinden van complete kopieën in diverse talen van Hitlers haatmanifest en politiek programma 'Mein Kampf'. 


In Duitsland baart het zorgen dat deze films nu zo makkelijk te zien zijn. Ze hebben meestal racistische, antisemitische inhoud, die vanwege het gebruik van de Duitse taal en meestal bekeame acteurs en regisseurs verleidelijk zijn, ook 70 jaar na dato.In Duitsland mogen dergelijk films alleen in het openbaar vertoond worden na  een inleidende wetenschappelijke lezing en een discussie na de film. De rechten op de films zijn in het bezit van  de Friedrich-Wilhelm-Murnau-Stiftung in Wiesbaden .

Bij YouTube is het probleem bekend. "We zijn dan ook al enige tijd met de Murnau Stiftung  in contact", aldus YouTube woordvoerster Mounira Latrache tegen het Hamburger Abendblatt. Tijdens een afspraak in april wil Google dochter samen met de Stiftung een oplossing vinden.


De propagandafilm 'Hitlerjugend Quex' (ondertitel: 'Een film in  de geest van opoffering van de Duitse jeugd') wordt momenteel op Youtube aangeboden en bekeken.

Deze keer werd hij aangeboden door een gebruiker met het alias 'PropagandaleiterBG' en meer dan 2000 keer aangeklikt. Zelfs de beroemde en geraffineerde film 'Jud Süss' door Veit Harlan kan worden bekeken - hij kreeg tot nu toe bijna 35.000 kliks.

De Duitse schrijver Ralph Giordano noemde deze film "de gemeenste en meest subtiele vorm van 'artistieke' antisemitisme." Joseph Goebbels zelf eiste dat de Joodse hoofdpersoon in deze film gruwelijk werd opgehangen.

Deze week komt er in Neurenberg een discussie over de vraag of verboden films moeten worden vrijgegeven. In deze films worden volgens een kenner stereotypen vaak alleen subtiel uitgebeeld zodat zij aanvaardbaar worden zonder dat kijkers het beseffen.

Het probleem is dat YouTube stelt niet dergelijke films te kunnen filteren. "Elke minuut wordt er wereldwijd 100 uur aan video geupload," zegt Latrache.


Een filter is "praktisch onmogelijk en ook niet zinvol." Voor YouTube is verder ook de vrijheid van meningsuiting belangrijk. Echter er bestaat een klachtregeling voor geregistreerde gebruikers.


Zij kunnen problematische films melden, welke melding dan zou worden beoordeeld en de film in kwestie eventueel verwijderd. Daarbij speelt het Amerikaanse idee van vrijheid van meningsuiting een rol. In de VS is het bijvoorbeeld niet verboden in het openbaar een hakenkruisvlag te tonen of nazifilms uit te zenden. De Murnau Stichting analyseerde de situatie en rapporteert regelmatig over deze films.






Fransen onderhandelen met VS over compensatie voor gedeporteerden




WASHINGTON, 25-02-2014 - Bijna 72 jaar na de start van het deporteren van Franse Joden naar concentratiekampen, onderhandelt de Franse regering voor de eerste keer nu in de VS over herstelbetalingen voor een paar honderd overlevenden van de Holocaust.

Foto rechts: het station Bobigny bij Parijs, waaarvandaan 20.000 Joden werden gedeporteerd. Het is nu een herdenkingscentrum.


Het gaat om Joden die in Frankrijk woonden en zelf gedeporteerd zijn uit Frankrijk, of om hun familuieleden. Die deportatties werden uitgeveord met voleldige  medwewerking van de staatsspoorwegmaatschappij SNCF. De Joden  wonen nu in de VS.De aanleiding is een serie contracten die een SNCF-dochter, Keolis, in de VS afsluit.

Stuart Eizenstat, een Washingtonse advocaat en adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken op het gebied van Holocaust, zei in een interview vorige week dat de Franse regering formele gesprekken is gestart op 6 februari en de bedoeling heeft de onderhandelingen voor het einde van het jaar te beëindigen.

De Fransen, die zich eerder verzetten tegen herstelbetalingen aan Amerikaanse overlevenden van de Franse deportatie, lijken te zijn beïnvloed door wetgeving in behandeling in het Congres. Deze moet het makkelijker maken voor de slachtoffers om klachten  in te  dienen bij Amerikaanse rechtbanken. In de staten Californië, Maryland en Florida zijn ernstige bezwaeren geopperd tegen contracten met Keolis voor hogesnelheidslijnen.

De SNCF - de Société Nationale des Chemins de Fer francais - heeft naar verluidt deportaties uitgevoerd van  76.000 Joden en andere gevangenen naar concentratiekampen in veewagens. Uit de historie van de SNCF blijkt dat het gehele bedrijf meewerkte aan de deportaties. Het Frans verzet pleegde mondjesmaat aanslagen op deze treinen. Van de 76.000 overleefden slechts 2.000 de oorlog. Er zijn geen gevallen bekend van aanslagen op de deportatietreinen in Frankrijk.

In 2011 maakte de SNCF in het openbaar zijn excuses voor de deportaties, nadat ook weer in de VS, in Californië, bezwaren tegen het bedrijf waren gerezen. Toen schonk de SNCF het oude station van Bobigny (foto rechtsboven) bij Parijs aan de gemeente om er een herdenkingscentrum van te maken.







EOD blaast V1 in W-Brabant

gecontroleerd op




KRUISLAND, 28-02-2014 - Een V1-bom met ruim 800 kilo springstof is vandaag in het West-Brabantse Kruisland succesvol en gecontroleerd tot ontploffing gebracht.


Dat deed de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD). Het explosief is ontdekt na het besluit het gebied te herinrichten. Er komt een bos bij Kruisland ter compensatie van het doortrekken van de A4.


Foto rechts: een neerstortende V1. Plaats en datum onbekend.

Er kwam een speciale eenheid aan te pas omdat de springstof, Aamatol, van de zogenoemde ‘vliegende bom’ uit de Tweede Wereldoorlog ook een kankerverwekkende stof bevatte. Gistermorgen is het betroffen gebied in een straal van 600 meter rond de bom ontruimd. Er moesten 13 gezinnen hun huis uit.

De V1  lag volgens pelotonscommandant eerste luitenant Peter Zaal van de EOD op zijn kop. “Dan is het niet verstandig het object te bewegen. Voor ons was dit een flinke uitdaging. Slechts 1 op de 30.000 EOD-aanvragen betreft een explosief van dit kaliber. Deze vondst is te vergelijken met 8 grote vliegtuigbommen van het type 500-ponder.”

Om het effect van de knal werd de bom bedekt met ruim 5.000 kuub zand om de luchtdrukeffecten van de explosie te dempen en moest het grondwaterpeil omlaag. Een droge bodem geleidt de schok namelijk minder goed. Ook is er om het explosief een sleuf gegraven om de klappen van de ontploffing te doorbreken. Mede door de voorzorgsmaatregelen lukte het de bom uit te schakelen, zonder al teveel overlast te veroorzaken. Om de bom op te blazen gebruikte de EOD 54 kilo springstof.

De V1 werd door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog vanuit Nederland afgevuurd in de richting van het Antwerpse havengebied, maar stortte voortijdig neer. Ongeveer 15% van deze kruisvluchtwapens stortte neer. Het wapen wordt vaak maar foutief aangeduid als raket, maar het gebruikte een straalmotor.






China overweegt nationale herdenkingsdag voor  slachtoffers massamoorden Nanking



BEIJING, 25-02-2014  - Chinese wetgevers overwegen 13 december aan te wijzen als een nationaal dag ter herdenking van de slachtoffers van de Japanse agressors tijdens de Massamoord van Nanking Massamoord van Nanking in de jaren 1930.

Dat heeft  de nationale wetgevende vergadering
dinsdag aangekondigd .Bovendien zal president Xi (foto links) bij zijn komende bezoek aan Duitsland nadrukkelijk de aandacht vestigen op WO2. Hij zal
eind maart in Duitsland ook diverse oorlogsmonumenten bezoeken.

President Xi zal aansluitend ook Nederland, België en Frankrijk bezoeken.
Het ontwerp-besluit zal op de tweemaandelijkse vergadering van het Permanent Comité van het Nationale Volkscongres, die loopt van dinsdag tot en met donderdag worden besproken.

Een jaar geleden bood de voormalige Japanse premier Hotayama zijn excuses voor de massamoord in Naking aan tijdens een bezoek aan China. Dat kleverde hem veel afwijzende reacties van rechts Japanners op. Minster van Defensie Itsunori Onodera noemde hem zelfs een 'verrader'.

President Xi zal, zo luidt de analyse van diverse media, de nadruk leggen op de veel correctere omgang van de Duitsers met hun naziverleden. De rechtse Japanse regering van premier Abe is volgens deze analyse de oorzaak van deze nadruk.De huidige Japanse regering veroorzaakt keer op keer ergernis door zijn uitlatingen en daden met betrekking tot het Japanse oorlogsverleden.

Foto rechts: lijken op de oever van de rivier de Yangtse na het bloedbad van Nanking. Klik op de foto voor een vergroting.


Japanse troepen begonnen het bloedbad in Nanjing op 13 december 1937, waarbij volgens de Chinesen meer dan 300.000 mensen werden vermoord in de 40 dagen.

Deze maand ontstond opnieuw wrijving tussen China en Japan. Een directeur van de Japanse publieke omroep NHK trachtte om de massamoord van Nanking te  ontkennen.

Het ging om Naoki Hyakuta, een van NHK bestuurders, die in een toespraak zei dat het bloedbad van Nanking nooit gebeurd was, slechts enkele dagen nadat de nieuwe baas van de NHK schampere opmerkingen maakte over 'troostmeisjes'.

Vorige week bekritiseerde premier Abe opvallend genoeg de nieuwe baas, Momii, in het parlement over deze opmerking en drong er bij hem op aan zich strikt te houden aan de wettelijk verplichte politiek neutrale houding van de NHK.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Hong Lei, noemde  volgens het Chinese staatspersbureau  Xinghua dergelijk gedrag "een schaamteloze uitdaging was voor de internationale rechtvaardigheid en menselijke geweten." 







Hongaarse regering stelt invasiemonument uit

BOEDAPEST, 21-02-2014  - De Hongaarse regering heeft donderdag een omstreden monument ter herinnering van start van nazi-Duitse bezetting op 19 maart 1944. dat gebeurde na protesten van belangrijke Joodse organisaties in Hongarije.

De bedoeling is op 31 mei het monument nu op te richten. Het monument wordt door veel Hongaarse Joden gezien als poging om de rol van Hongarije in de Holocaust te minimaliseren, toen 550.000 Hongaarse Joden werden vermoord. .


De beslissing van de overheid, die donderdag in Hongaarse staatscourant werd gepubliceerd , verwijst nu naar het gedenkteken als "ter herdenking van de slachtoffers van de Duitse bezetting van Hongarije", terwijl het eerder was bedoeld om de invasiedatum te onthouden. Het was oorspronkelijk gepland voor inwijding op die datum, 19 maart.

De geplande gedenkteken moet komen op het Vrijheidsplein, waar ook een Sovjet-oorlogsmonument, en een beeld van Ronald Reagan staan. Het ieuwe monument toont de Duitse keizerlijke adelaar die omlaag duikt op de aartsengel Gabriël, die Hongarije symboliseert.

Hongarije was een bondgenoot van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, maar werd binnengevallen nadat Hitler vermoedde dat Hongarije een vredesakkoord met de geallieerden wilde sluiten. De SS-er Adolf Eichmann kwam ook naar Hongarije om de deportaties van Joden te organiseren, maar deze werden ze meestal door Hongaarse gendarmes en de politie uitgevoerd.

Premier Viktor Orban heeft gezegd dat hij verbaasd is dat buitenstaanders, vooral uit het Westen, bankiers en de buitenlandse pers, nu trachten om Hongaren vertellen "wat we moeten denken, hoe moeten we niet vergeten."

Orban zei in een brief aan de Federatie van Hongaarse Joodse Gemeenschappen dat hun geplande gesprek tot na Pasenmoet wachten, omdat de campagne voor de parlementsverkiezingen, die op 6 april plaatsvinden, rustig overleg in de weg staabn.

De groep heeft aangekondigdf de herdenkingen van het 70-jarig bestaan van de Holocaust in Hongarije boycotten tenzij de overheid met haar adviezen rekening houdt.Hongarije had een een Joodse gemeenschap van 840.000 mensen in 1939, van wie er 475.000 werden vermoord. Er leven nu ongeveer 100.000 Joden.




Drenthe maakt veel werk van

herdenking en Johannes-Postjaar



ASSEN, 20-02-2014 - De provincie Drenthe gaat veel werk maken van de herdenking van de oorlog dit jaar. In de provincie vindt dit jaar de start van het bevrijdingsfestival plaats.


Foto rechts: Johannes Post, de belangrijkste leider van het gewapend verzet in Nederland tijdens de oorlog.


Bovendien in het dit jaar 70 jaar geleden dat de grootste Nederlandse verzetsheld, Johannes Post, stierf. Daarom is er in Drenthe een 'Oorlogs Informatiecentrum Drenthe' opgericht.

Dit is een stichting die als hoofddoel heeft informatie over de oorlog in de provincie te verzamelen en beschikbaar te maken voor het publiek. Een van de belangrijkste activiteiten zal zijn de instelling van het Johannes-Postjaar, dat overigens niet dit jaar maar volgend jaar gevierd zal worden, zo meldt adviseur Jan Bosch van het OICD.

Het OICD staat onder voorzitterschap van de burgemeester van Coevorden, Bert Bouwmeester. Het dorp Nieuwlande, waar Johannes Post woonde, ligt tegenwoordig in zijn gemeente. Verdere bestuursleden zijn ds Geert Hovingh, auteur van de biografie van Johannes Post uit 1995, notaris mr J. de Jong Posthumus en de directeur van het provinciaal archief, Douwe Huizing

Het informatiecentrum is gevestigd in het Drents Archief in Assen, waarmee de instelling samenwerkt. Het nieuwe instituut kan gebruik maken van de expertise van het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen, dat al langer bestaat. 


Foto links: burgemeester Bert Bouwmeester van Coevorden, voorzitter van de OICD.


Het OICD wil ook documenten, foto’s en films verzamelen en toegankelijk maken voor belangstellenden. Jan Bosch heeft van de familie Post al de aankondiging gekregen dat zij hun archief aan het provinciaal archief willen overdragen.

Het OICD heeft in 2014 en 2015 een aantal projecten op het programma staan. Assen is op uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei de gastheer voor de start van de landelijke 5 mei viering. In 2014 zal het OICD o.m. aandacht schenken aan gebeurtenissen van 70 jaar geleden zoals D-Day op 6 juni 1944, waarmee de bevrijding van West-Europa begon en Dolle Dinsdag op 5 september 1944. Bovendien is dit jaar de 70ste datum van de nazimoord op Johannes Post op 16 juli 1944. Verder komen er nog twee projecten: 'Mien oorlog, oeze naogedachtenis" is een oral historyproject gekoppeld aan de  oorlogsmonumenten in Drenthe.  Er zijn al 12 interviews voor gefilmd, één per Drenthse gemeente, hoewel de subsidie nog niet defintief is toegezegd.


Drenthse oorlogsgeschiedenis

Drenthe bezit een belangrijk aandeel in de geschiedenis van de oorlog. Allereerst is daar Kamp Westerbork in Hooghalen, het grootste Nederlandse doorgangskamp voor Joden.

Verder komt de leider van de Landelijke Knokploegen (LKP), Johannes Post (
Hollandscheveld, 4 oktober 1906 - Overveen, 16 juli 1944)  uit Drenthe en hij geldt als de belangrijkste Nederlandse leider van het gewapend verzet. Post was niet alleen in Drenthe actief, maar ook in Friesland, Noord-Brabant en Amsterdam.

Daar hij werd hij uiteindelijk bij een overval op het Huis van Bewaring om zijn trouwe medestrijder Wildschut te bevrijden, door verraad opgepakt.

Zijn dorp Nieuwlande is één van de twee plaatsen ter wereld die na de oorlog door de Israëlische staat onderscheiden werd met Yad Vashem, vanwege het op grote schaal laten onderduiken van Joden.

Ook in die onderduik had Post een groot aandeel, als actief en leidend protestant en wethouder van de gemeente.

Hoewel er in Drenthe relatief weinig gevochten is, verliep de bevrijding moeizaam en daar werden Franse para's bij ingezet, terwijl ook Polen en verder Canadezen er een belangrijke rol in speelden

Een derde project is 'Anno Drenthe' waarbij met met smartphones informatie kan worden opgehaald op histrische plaatsen. Dat start in Assen in april.

Volgens bestuurslid ds Geert Hovingh, auteur van de biografie van Johannes Post, zijn er ook ideeën voor een film over Posts leven, in de vorm van een docudrama voor jongeren van 11 tot 14 jaar.


Concrete plannen of gelden zijn er echter nog niet. Hovinghs biografie uit 1995 zal mogelijk dit jaar opniuew, maar nu als e-boek verschijnen, aangezien ook de tweede druk uitverkocht is.

Op dit moment is nog niet bekend welk project het Herinneringscentrum Kamp Westerbork zal ondernemen. Het grootste proejct daar is dit jaar de bouw van de glazen overkapping van de commandantswoning.

Als projectmedewerker is aangetrokken de leidster van het Groningse Oorlogs- en Verzetscentrum, Betty Jongejan, die 2 dagen per week naar Assen komt.











Plannen om laatste 

oorspronkelijke kampbarak in 

Nederland te behouden




Foto boven: de laatste oorspronkelijke houten kampbarak van Nederland,nu nog  in Lemele.


OMMEN, 18-02-2014 - De laatste oorspronkelijke houten barak van het nazi-gevangenenkamp Erika uit de oorlog is teruggevonden in Lemele. Dat meldt  een vrijwilliger van de Historische kring Ommen, Harry Woertink. Dit is hoogstwaarschijnlijk de eniger houten barak uit de gevangenen- en concentratiekampen die in Nederland nog over is.
.
Hij kreeg van een overbuurman van de bewoners de tip, dat deze de barak kwijt wilden. Na enig overleg bleken zij bereid, de barak om niet af te staan aan de Historische Kring. Deze wil hem in het streekmuseum plaatsn, waar ruimte is voor het bouwwerk van ongeveer 6 bij 3 meter. Volgens Woertink zijn de kosten van demontage en transport niet mer dan € 1.000.