Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
Achtergronden 2014
Achtergronden 2013
Achtergronden 2012
Achtergronden 2011
Aanslagen op Hitler
10 vragen over de oorlog
Boekenlijst WO2
Boere: Aken-blog
Churchill
Curaçaose stakers 1942
D-day 2014
Dossier Vorden 2013
Dossier Wulff en Gauck
Gauck niet-Faber wel
Euthanasie
Februaristaking
Gauck PERS
Geschiedvervalsing
Grijs verleden
Herzberg-lezing
Hilversum oorlog
Koninkrijk - De Jong
Market Garden 2014
Mein Kampf h1
Mein Kampf h2
Mgr Lampert: onthoofd
Rode Kruis
Roofkunst
Roofkunst links
Troostmeisjes
Verliezen WO2 per land
WO1 - De machine
Colofon
70 jaar bevrijding
Onderduyik
Churchill pers
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS






  A   C   H   T   E   R  


  G  R  O  N  D  E  N  


v a n     d e


O  O  R  L  O  G     2  0  1  2 




Weinig subsidie naar WO2-projecten


DEN BOSCH, 28-12-2012 - Het vfonds (zonder hoofdletter) heeft zijn nieuwe subsidies voor het 4de kwartaal bekendgemaakt. Daar zijn ditmaal weinig projecten bij die met WO2 te maken hebben. In totaal gaat er naar nieuwe WO2-projekten nog geen € 75.000.


Foto rechts: een luisterkei bij de Waalbrug in Nijmegen. Hier wordt het verhaal van plaatselijk verzetsman Jan van Hoof verteld.


Vorig kwartaal was dat € 665.000, waaronder € 400.000 voor de restauratie van de laatste echte barak uit Kamp Vught, Barak 1b en € 190.000 voor de Liberation Route (foto rechts) van het bureau voor toerisme Arnhem-Nijmegen.

  • SOL Filmproducties BV ontving dit kwartaal voor de film 'Broken Silence' € 37.730. Dat is een film over Sinti en Roma die lang gezwegen hebben over de genocide tijdens WO2 op bijna 500.000 van hen.
  • De Stichting Oranjehotel in Scheveningen ontving voor informatie over het nieuwe monument Oranjehotel dat naast de strafgevangenis gebouwd gaat worden € 15.250.
  • De Stichting Monument Kamp Amersfoort ontving voor het opstellen van een beleidsplan € 15.000.


Een aantal instellingen op het gebied van WO2 ontvangt een vaste subsidie van het vfonds, zoals het Nat. Comité 4 en 5 mei, dat jaarlijks € 1 miljoen ontvangt voor het opzetten van 14 bevrijdingsfestivals. Daarnaast ontvangen een aantal veteranenorganisaties forse vaste subsidies.

Het vfonds gaat zich de komende jaren meer manifesteren als maatschappelijk investeerder. Het fonds wil meer bemoeienis met de activiteiten van haar partners, zo zegt het fonds op zijn site. In 2011 liep het fonds een tekort op van € 1,7 miljoen. Dit is uit de reserves aangevuld.

De opvallendste nieuwe subsidie in het laatste kwartaal is € 1,2 miljoen,  welk bedrag gaat naar de dit jaar door het vfonds zelf opgerichte Stichting WEP (Waardering erkenning politie).  Er gaat verder € 270.000 naar de FNV voor het Sociaal Juridisch Loket 2013. Er ging € 50.000 naar de zeilwedstrijd van de mensenrechtenstichting  Miles4Justice van advocaat Gert-Jan Knoops, die 140 gehandicapte veteranen van vredesmissies in staat stelt mee te zeilen. Er ging € 21.000 naar de documentaire van een Stichting Traktor over de Belgische popgroep dEU


De stichting Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg, zoals het vfonds formeel heet, ontvangt jaarlijks ongeveer € 8 miljoen uit de BankGiro Loterij. Het vfonds begon als de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers [BNMO]. Na de oorlog in het voormalige Nederlands-Indië groeit het ledental van de BNMO sterk. Toch blijft deze bond aangewezen op inkomsten uit particuliere initiatieven, zoals de verkoop van loten en lucifers.


In 1970 richtte voorzitter en belangrijk ex-verzetsman rn ridder MWO  Bib van Lanschot van de BNMO met anderen de Giroloterij op, de eerste Nederlandse loterij voor goede doelen, later bekend als BankGiro Loterij. De voorloper van het huidige vfonds – de Stichting Fondsenwerving Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers – ontvangt volgens afspraken bijna 13% van de opbrengst. Deze SFMO werd opgericht om de middelen uit de loterij te verdelen onder de BNMO en andere veteranenorganisaties. Sinds het voorjaar 2007 opereert de SFMO onder de naam vfonds. Huidig directeur is FNV-voorzitter Ton Heerts (foto links), voormalig PvdA-kamerlid en ex-voorzitter van

.





Commissie documenteert 5.000 misdaden in Italië



ROME, 19-12-2012 - Een Duits-Italiaanse commissie van historici heeft een rapport over Duitse oorlogsmisdaden in Italië uitgebracht.


Foto rechts: executies in Sant' Anna di Stazzema. Klik op de foto voor een link.


Dit bevat 5.000 aparte gevallen.In Italië pleegden de Duitsers zeer ernstige oorlogsmisdaden.


Die raakten opnieuw in de belangstelling  nadat dit jaar het Internationaal Gerechtshof in Den Haag eisen tot schadevergoeding of vervolging van de Duitse daders afwees.

De commissie van historici werd in 2008 ingesteld. Aanleiding was de veroordeling tot schadevergoeding die dat jaar door een rechtbank was gedaan en waarna er beslag op Duits staatsbezit in Italië was gelegd. Ook dat beslag werd bij de uitspraak in Den Haag als onjuist en onhoudbaar verklaard.

Enkele van de meest bekende excessen - in Italië bekend onder de naam 'eccidio' of 'strage' is die van Marzabotto. Daar vermoordden de Duitsers tussen 29 september en 5 oktober 1944 770 mensen: mannen vrouwen en kinderen.


Foto links: arrestaties van mannen in Rome die geëxecuteerd zouden worden bij de Ardeatinische Grotten.


Deze wandaad was een Duitse represaille voor aanvallen door het Italiaanse verzet, dat vanaf de overgave van Italië in september 1943 steeds sterker geworden was.

Op 13 januari 2007 werden 10 Duitse daders, SS-ers van de 16de . SS-Freiwilligen-Panzergrenadier-Division Reichsführer SS, tot levenslang veroordeeld. Hoewel enkelen van hen op dat moment in Duitsland in vrijheid leefden, werd geen enkel vonnis door Duitsland overgenomen of uitgevoerd. Evenmin werd het proces, dat zich afspeelde voor een militair tribunaal in La Spezia, door de Duitsers bijgewoond noch leverden zij weerwerk.
http://en.wikipedia.org/wiki/Marzabotto_massacre

In augustus 1944 vond de massamoord van Sant'Anna di Stazzema plaats, waarbij 560 burgers werden vermoord. Op 24 maart 1944 vond in de buurt van Rome de zg. Ardeatinische massamoord op 560 burgers plaats, door Hitler zelf goedgekeurd. De Engelstalige Wikipedia bezit een lijst van de grootste massamoorden in Italië.




Britse duivencode toch gekraakt

ONTARIO, 17-12-2012 - Een Canadees uit Peterborough in Ontario (Canada) denkt de geheime code van een Britse postduivenbericht uit de oorlog gekraakt te hebben. Volgens Gord Young, een Canadese geschiedenisliefhebber, bevat het bericht informatie over routes van Duitse tanks en militairen op D-Day in Normandië.

Sinds de overblijfselen van de duif uit de WO2 vorige maand in het Britse Surrey werden ontdekt, werd er druk gespeculeerd over wat er in het bericht zou staan. Verschillende codekrakers van de Britse inlichtingendienst GCHQ bogen zich tevergeefs over de ingewikkelde code.

Young en andere Canadese onderzoekers van het Lakefield Heritage Center menen dat zij de code gekraakt hebben. Zij gebruikten een codekraak-handleiding uit de Eerste Wereldoorlog. Het gaat om een bericht van sergeant William Scott, een 27-jarige Britse parachutist, die in het Duits-bezette Normandië was gedropt.

De sergeant liet de vier jaar oude duif, codenaam 40TW194, op 6 juni 1944, D-Day,  los met een bericht aan het hoofdkwartier van de Britse luchtmacht over de Duitse troepen in de omgeving. De duif bereikte zijn bestemming echter nooit en sergeant Scott sneuvelde een paar weken later.

Hier is het gedecodeerde bericht volgens de onderzoekers:

'Artillery observer at 'K' Sector, Normandy. Requested headquarters supplement report. Panzer attack - blitz. West Artillery Observer Tracking Attack.
Lt Knows extra guns are here. Know where local dispatch station is. Determined where Jerry's headquarters front posts. Right battery headquarters right here.
Found headquarters infantry right here. Final note, confirming, found Jerry's whereabouts. Go over field notes. Counter measures against Panzers not working.
Jerry's right battery central headquarters here. Artillery observer at 'K' sector Normandy. Mortar, infantry attack panzers.
Hit Jerry's Right or Reserve Battery Here. Already know electrical engineers headquarters. Troops, panzers, batteries, engineers, here. Final note known to headquarters.'


Het Canadese team heeft nog niet het hele bericht ontrafeld. Zij denken dat de parachutist mogelijk opzettelijk delen van het bericht onbegrijpelijk heeft opgeschreven. 'Misschien is het alleen opvulling, bedoeld om Duitse troepen om de tuin te leiden', zei Young in de Britse krant The Daily Telegraph.

In Surrey ontdekte de 74-jarige David Martin ontdekte het briefje eigenlijk al in 1982, tijdens de verbouwing van zijn schoorsteen. Hij wilde de duif weggooien, maar vond net op tijd een rode capsule, bevestigd aan een poot van de vogel. In de capsule zat een berichtje, met 27 codes van ieder vijf letters, gevolgd door een aantal cijfers. Vier weken terug kwam de code weer in het nieuws.

In zowel  de Eerste als Tweede Wereldoorlog zetten militairen regelmatig postduiven in om militaire geheimen te verspreiden. Alleen al tijdens de Tweede Wereldoorlog beschikte het Britse leger naar schatting 250.000 duiven.





75ste Herdenking massamoord Nanking

NANJING, 17-12-2012 - Vorige week is in Nanjing (vroeger: Nanking) herdacjt dat daar van december 1937 tot februari 1938 ongeveer 200 tot 300.000 Chinese burghers vermoord werden.

Aan de herdenking werd deelgenomen door o.m. Japanners, onder wie Boeedistische priesters die samen met Chinese Boeddhistische priesters een religieuze ceremonie konden uitvoeren (foto rechts).


De herdenking werd volgens het officiële Chinese persbureau XingHua door 9.000 mensen bijgewoond.

Deelnemers kwamen uit de VS, Canada, Portugal, Tsjechië, Griekenland, Nepal, Nord-Korea en Japan. Al eerder in die week werden in andere Chinese gemeenschappen in de wereld herdenkingen gehouden, zoals in Canada.

Nanking was de hoofdstad van China, dat toen als 'Nationalistische China' onder maarschalk Tsjiang kai Tsjek bekend stond. Japan was in 1931 Mantsjoerije, het noordelijk deel van China, binnengevallen en had sindsdien pogingen gedaan de rest van het land te veroveren.

De massamoord van Nanking (in het Engels bekend als 'Rape of Nanking', o.m. vanwege het grote aantal verkrachtingen) wordt door sommige historici niet beschouwd als een onderdeel van WO2. Anderen echter zien de toenemende Japanse agressie vanaf 1931 wel als een onderdeel ervan, omdat tijdens de Westerse definitie van WO2 jaopan dezelfde doelen nastreefde als in de ecennia daarvoor, namelijk overheersing in heel Oost-Azië.





Collega's vragen gratie voor codekraker Turing aan premier Cameron

 LONDEN, 14-12-2012 - Vooraanstaande Britse wetenschappers hebben vanochtend  premier Cameron opgeroepen gratie te verlenen aan code-expert en wiskundige Alan Turing, die ooit wegens homosexualiteit werd veroordeeld. Hij  was de grootste Britse code-expert uit de oorlog.

Hoogleraar Stephen Hawking, koninklijk astronoom Lord Rees en andere wetenschappers pleiten daarvoor in een brief aan de Britse krant de Daily Telegraph. Binnen acht 8 uur kreeg dit bericht 350 reacties, overigens niet allemaal positief.


Dit jaar wordt herdacht dat Turing 100 jaar geleden geboren werd. datw erd ook in Nederland gevierd. Dir voorjaar klonken er stemmen in Engeland om Turing op het nieuwe 10-pondsbiljet af te beelden. Dat gebeurde echter niet.

Turing gold als een briljant wiskundige. Tijdens de oorlog verrichtte hij verder baanbrekend onderzoek als codekrakers in Bletchley Park, het landhuis van de geheime dienst waar Duitse militaire berichten werden ontcijferd.



Met name het cruciale kraken van de duikbotencode van de Duitse Enigma-codemachines is Turings verdienste. Ook droeg hij belangrijk bij aan de ontwikkeling van de eerste computers. Zijn Turingtest geldt nog altijd als een proef voor kunstmatige intelligentie.

Turing was homosexueel en werd in 1952 veroordeeld wegens toen verboden handelingen. Als straf moest hij zich chemisch laten castreren. Hij  pleegde in 1954 zelfmoord. In 2009 bood de socialistische premier Brown aan Turings familie excuses aan, maar verleende geen gratie. Afgelopen februari herhaalde de huidige regering dat gratie niet aan de orde was, omdat homoseksualiteit in die tijd strafbaar was en Turing dus de wet had overtreden. Al enkele jaren wordt er regelmatig gepleit voor eerherstel voor Turing.

Hawking en de tien andere wetenschappers spreken schande van de behandeling van Turing. In de brief herinneren ze aan Turings bijdragen aan de oorlog en de wetenschap en noemen ze hem "een Brits icoon". De Britse regering heeft nog niet gereageerd op het verzoek.





Verzetsmsuseum Amsterdam start tentoonstelling over krijgsgevangenen

AMSTERDAM, 11-12-2012 - Het Verzetsmuseum Amsterdam start 20 december 2012 de tentoonstelling 'Prikkeldraad'.

Deze gaat over dienstplichtige militairen die in 1943 door de Duitsers werden opgeroepen terug te keren in Duitse krijgsgevangenschap. Het veelal verzwegen verhaal van de ex-militairen die gehoor gaven aan deze oproep staat centraal. De oproep leidde tot grootschalige onderduik. Ongeveer 11.000 kwamen werden toch krijgsgevangen. Bij hun terugkeer kregen zij veel verwijten en problemen.

Op 10 mei 1940 viel nazi-Duitsland Nederland binnen. Op 15 mei capituleerde Nederland en werd het gehele leger krijgsgevangen en afgevoerd naar Duitsland. In juni mochten Nederlandse krijgsgevangenen op bevel van Hitler terugkeren naar huis

Maar eind april 1943 besloot de hoogste Duitse Wehrmachtbevelhebber in Nederland, general Christiansen, dat alle voormalig dienstplichtige militairen van het Nederlandse leger opnieuw krijgsgevangen zouden worden.

De ex-militairen stonden voor de keuze zich te melden of onder te duiken. Van de ongeveer 240.000 ex-militairen die werden opgeroepen, kwamen uiteindelijk ongeveer 11.000 in krijgsgevangenschap terecht. Zij werden overgebracht naar kampen in Duitsland en Polen. Bij terugkeer in Nederland werd deze groep bepaald niet met open armen ontvangen. Ze hadden zich toch gemeld en gewerkt voor de vijand? Ex-krijgsgevangenen hebben daarom zelden of nooit meer over die tijd gesproken.

In de tentoonstelling, een productie van Muzee Scheveningen, staan de ervaringen centraal van twee voormalig krijgsgevangenen: Bob Entrop sr. en Joop Mulder. Zij schreven hierover het boek ‘Prikkeldraad’ (foto rechts), dat in 1946 verscheen.

Zijn zoon Bob Entrop jr. maakte in 2010 een gelijknamige film over deze vergeten geschiedenis. De tentoonstelling ‘Prikkeldraad’ richt zich ook op deze onderbelichte historie. Een deel van de expositie is gewijd aan het leven van Bob Entrop als museumdirecteur over de periode 1966-1987, vanaf de oprichting van het schelpenmuseum ‘In de Schulp’ tot aan zijn dood in 1987.

In de expositie zijn ook interviewfragmenten te zien van andere ex-militairen die in Duitse krijgsgevangenschap zijn geweest. Zij vertellen over hun motieven en ervaringen.

20 december 2012 t/m 21 april 2013





Imperial War Museum Londen 6 maanden

deels dicht




LONDEN, 3-12-2012 - Het grootste oorlogsmuseum van Europa, het Imperial War Museum in Londen, sluit zijn grote hal en zijn afdeling WO2 6 maanden vanaf 1 januari.

Het museum, gelegen in een park in een voormalig ziekenhuis vlakbij de Theems en Waterloo Station, start hiermee een serie renovaties die in totaal 10 jaar gaan beslaan.

Sinds 1 december 2012 de afdeling 'grote voorwerpen' in de grote hal gesloten, omdat deze afdeling gerenoveerd zal worden. Als eerste stap daarvan is eind november de V2-raket weggehaald.

De 64 objecten in de grote hal, waaronder WO2-vliegtuigen, tanks en kanonnen worden opgeslagen in de vestiging van het museum op vliegveld Duxford boven Londen. Daarna gaan enkele grotere objecten uit WO1 naar de nieuwe afdeling WO1, die in september 2014 open gaat.


Behalve het grote hoofdmuseum maken ook deel uit van het museum

  • IWM Duxford, het vliegveld bij Cambriidge waar vooral WO2-vliegtuigen te zien zijn
  • HMS Belfast, een lichte kruise uit WO2, gelegen in de Theems
  • De Chirchill war Rooms, de Churchills kelders onder de regeringsgebouwen in het centrum
  • en IWM North in Manchester.
 
De gehele renovatie gaat £ 35 miljoen kosten. Daarvan is volgens een bericht van het museum nu £ 20 miljoen bijeengebracht via eigen fondsenwerving en inkomsten uit evenementen.


Het museum maakt gebruik van een Twittercampagne voor fondsenwerving. Daarbij is het mogelijk om via de code FWWG gevolgd door het bedrag, bijvoorbeeld £ 10, dus 'FWWG£10', een donatie te doen. Verder ontvangt het museum grote bedragen van de Britse National Lottery.

De voornaamste reden voor de grootscheepse herinrichting is de aankomende 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog in 2014, zo stelt het museum.

De nieuwe WO1-afdeling gaat het gehele atrium beslaan, en zal 6 verdiepingen in  beslag nemen. Er komen bovendien een nieuwe winkel en een nieuw café. Deze laatste twee zijn voor het museum van groot belang, omdat zij als grote inkomstenbronnen de gratis toegang moeten compenseren - behoudens speciale tentoonstellingen, waarvoor wel toegang wordt gevraagd.
































Foto boven: de grote hal, gedomineerd door rechts een Spitfire, midden een Mustang, links daarvan een Focke-Wulf Fw 190, en helemaal links de V2. Klik op de foto voor een video van de verhuizing van de raket.


































Foto boven: een kraan pakt de punt van de V2 vorige week in de avond. Links de Spitfire.



























Foto boven: De V2 ligt bijna op zijn kar. Foto's uit de video van het IWM.






Hoogleraar  gaat verbeelding van oorlog op web

en Twitter onderzoeken



AMSTERDAM, 1-12-2012 - Dr. Kees Ribbens gaat als hoogleraar onderzoeken hoe oorlogen verbeeld worden op het web, op Twitter, in strips en allerlei andere nieuwe media.Ribbens is met ingang van 1 januari 2013 benoemd tot bijzonder hoogleraar Populaire Historische Cultuur en Oorlog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Hij bekleedt deze nieuwe leerstoel vanwege het NIOD. De leerstoel is ondergebracht bij het Centrum voor Historische Cultuur (CHC) van de Erasmus School of History, Culture and Communication.

Volgens het NIOD bestaat er In de huidige samenleving behoefte aan een wetenschappelijke kijk op oorlogen en grootschalig geweld in de populaire historische cultuur.


De omgang met beide wereldoorlogen en daarmee samenhangende genocide is mede door nieuwe media (internet, games, simulatie, 3D cinema) en hergebruik van oudere genres sterk veranderd.

In zijn onderzoek en onderwijs zal Ribbens zich richten op uiteenlopende manieren waarop
oorlogsverbeeldingen en -herinneringen steeds opnieuw vorm en betekenis krijgen. Het betreft een breed internationaal terrein in de 20e eeuw en 21e eeuw, varierend van stripverhalen tot tentoonstellingen en herdenkingen, van computergames tot filmpjes op YouTube.

Dr. Ribbens bekleedt de leerstoel één dag in de week en zal een bijdrage leveren aan onderwijs en onderzoek. Ribbens (1967) studeerde Geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en promoveerde in 2001 aan de Universiteit Utrecht op een onderzoek naar de alledaagse historische cultuur in naoorlogs Nederland. Hij werkte als onderzoeker en docent aan de universiteiten in Utrecht, Nijmegen en Rotterdam en als redactiesecretaris van het Tijdschrift voor Geschiedenis.


Sinds 2006 is hij verbonden aan het NIOD te Amsterdam waar hij actief is als senior onderzoeker op het terrein van de publieksgeschiedenis. Zijn belangstelling is onder meer gericht op de zich wijzigende maatschappelijke betekenissen van het oorlogsverleden.





Nijmeegse kunstenaars zien WO2-museum in hun fabriek niet zitten

NIJMEGEN, 29-11-2012 - Het beoogde gebouw van het beoogde grote Nijmeegse oorlogsmuseum is voorlopig nog niet beschikbaar.


De huidige huurders, kunstenaars en cultuurbedrijven die het oude fabrieksgebouw van de Vasim in Nijmegen nu gebruiken, zijn nog steeds tegen de komst van het museum WOII naar de fabriekshal waar zij nu in werken.


Dat werd woensdagavond duidelijk tijdens een vergadering van de gemeenteraad van Nijmegen over het museum.

Foto rechts: een complete B-25 tweemotorige lichte bommenwerper in het Liberty Park in Overloon - één van de ongeveer 100 voer- en vliegtuigen die dit museum bezit.


Deze zomer maakten drie oorlogsmusea bekend dat zij een groot, gezamenlijk  museum willen oprichten in Nijmegen. Het zijn museum Hartenstein in Oosterbeek, het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en het grote Liberty Park in Overloon. Zij richtten zich op het gebouw van de Vasim, maar daar werken al 10 jaar lang diverse kunstenaars en culturele bedrijven. Die zouden het liefst het gebouw kopen en opknappen.

De kunstenaars vrezen dat het gebouw nu te duur wordt opgeknapt, waardoor de hun huren te hoog worden. Bovendien denken ze dat hun activiteiten, zoals ijzergieten, te veel overlast veroorzaken voor een museum.


De gemeente Nijmegen, onder meer de burgemeester, heeft zich positief uitgelaten over de keuze van het Vasim-gebouw. De gemeente is eigenaar van het gebouw. Op welke termijn de huurcontracten aflopen, is niet duidelijk.


Foto links: museum Hartenstein in Oosterbeek.

Er zou een bedrag van ongeveer 25 miljoen nodig zijn voor de verbouwing en verhuizing voor het nieuwe museum. Er zijn nog geen vaste afspraken van de drie musea met financiers of subsidiegevers en evenmin toezeggingen.

Volgens dagblad De Gelderlander lijkt de Nijmeegse gemeenteraad positief over de komst van het museum naar het Vasim-gebouw en vindt dat de kunstenaars zich daar naar moeten schikken. Museum Hartenstein is een jaar geleden geheel opgeknapt. Het museum in Overloon ligt bij Venray en daarmee het meest afgelegen van de drie, maar bezit ook de grootste collectie, waaronder tanks en vliegtuigen.






NSB-blad 'Volk en Vaderland' nu ook

digitaal bij KB



DEN HAAG, 28-11-2012 'Volk en Vaderland', het bekendste NSB-weekblad, staat sinds deze week op de digitale op de site van de Koninklijke Bibliotheek. Het gaat om de edities van 1 januari 1937 tot en met 9 januari 1942 die nu digitaal en op woordniveau doorzoekbaar gepubliceerd zijn.

Tegen de publicatie is lang bezwaar gemaakt, o.m. door Joodse organisaties wergens het antisemitische karakter van deze en soortgelijke publicaties. Na uitvoerig overleg is tot het compromis gekomen, dat bij elke digitale vertoning van het blad een waarschuwing tegen het antisemitische karakter geplaatst wordt.

Wanneer de overige edities van het blad digitaal worden gepubliceerd door de KB, is nog onduidelijk. De KB publiceert historische kranten in grote groepen, tot nu toe twee maal per jaar. 


Volk en Vaderland (afgekort 'VoVa') bestond van 1933 tot 1945. Het verscheen in het groot krantenformaat bevatte veel propaganda. Iedere week moesten NSB-leden, bij voorkeur in uniform, colporteren met het blad en dat leidde geregeld  tot relletjes met anti-NSB'ers. Het eerste nummer van Volk en Vaderland, 7 januari 1933.

Het blad werd sinds 7 januari 1933 uitgegeven door Nenasu, de NSB-uitgeverij die eigendom was van ir. Anton Mussert, de leider en oprichter van de NSB. Het weekblad was een succesvolle bron van inkomsten. Vanaf het begin af aan publiceerde het blad  Volk en Vaderland antisemitisch materiaal. Zo werd al in februari 1933 voor het eerst de term 'de internationale Jood' in negatieve zin gebruikt. In de begintijd schreef Mussert de opiniërende hoofdartikelen eigenhandig.


Op 4 februari 1933 begon een beroemde muiterij op het Nederlandse fregat De Zeven Provinciën, toen in Indonesië. De Nederlandse regering liet het schip bombarderen, met 23 doden als gevolg. Volk en Vaderland maakte zich kwaad op de linkse invloeden bij de marine.


Met de kop ‘Roodvonk op de vloot’ werden de oproerlingen weggezet als ‘marxistische sloopers’. De koers van het blad was steeds duidelijk: tegen het bolsjewisme, vóór Hitler en Mussolini, vóór de nazi's. 


Maar echt antisemitisch werd het blad met zijn nummer van 18 november 1938, het eerst na de Kristallnacht. Daarin werd onomwonden antisemitisch geschreven - zie de afbeelding links (klik op de afbeelding voor het bekijken van dit nummer bij de KB). Er was opeens een 'Jodenvraagstuk', een 'internationaal Jodendom' (met hoofdletter J), en de Nederlandse grenzen moesten dicht voor vluchtende Joden.


De NSB werd op 4 november 1932 opgericht. Het was de grootste nazipartij van Nederland, en Volk en vaderland was het meest zichtbare voortbrengsel van de partij. Twee boeken van uitgeverij Boom bevatten waardevol materiaal over de rol van het weekblad.


Robin te Slaa en Edwin Klijn beschreven de beginjaren van de partij in De NSB – ontstaan en opkomst van de Nationaal-Socialistische Beweging, en Josje Damsma en Erik Schumacher schreven Hier woont een NSB’er – Nationaalsocialisten in bezet Amsterdam, een documentatie van de Amsterdamse NSB tijdens de oorlog.






Kees Prins maakt VPRO-tv-serie over Anton Mussert

HILVERSUM, 27-11-2012 - Acteur en regisseur Kees Prins is voor de VPRO bezig met een serie over Anton Mussert, de NSB partijleider die in de oorlog zwaar collaboreerde met de Duitsers.

Prins vindt Mussert een 'hele wonderlijke figuur', zo zei hij tegen RKK-radio. Hij vindt het een historie van een man met grootheidswaan die na de oorlog werd geëxecuteerd. "Het is de vraag of hij zo terecht aan zijn eind is gekomen", vindt Prins. 


Foto rechts: Mussert zweert trouw aan Hitler. Achter hem gouverneur Seyss-Inquart.

Mussert was van 1931 tot het einde van de oorlog in 1945 leider van de NSB maar werd door de Duitsers niet erkend als leider van het Nederlandse volk. Hij bleef Hiter echter trouw tot na diens dood.


Na een opzienbarend proces werd Mussert op 7 mei 1946 geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte, waar de Duitsers vele honderden verzetsstrijders hadden geëxecuteerd.

Mussert & CoPrins: „Er zijn vragen of die rechtsgang eigenlijk wel geldig was. Het is mooi om dat verhaal te vertellen terwijl je een man ziet die eigenlijk tot het einde toe in zijn ideeën is blijven geloven terwijl je alles om hem heen in elkaar ziet storten.” Opvallend vindt Prins dat Musserts laatste woorden staatsgeheim zijn en deze pas in 2021 openbaar worden.

Mussert stond bekend al 'burgerman', maar bleek volgens de biografie "Mussert en Co" van Tessel Pollmann (foto links) een listige en gewetenloze intrigant. Hij had carrière gemaakt met gekonkel, was later door zijn uitgeverij van NSB-bladen en boeken een rijk man geworden, terwijl hij ook profiteerde van huizen en voorwerpen uit Joods bezit. Hij trouwde met zijn 18 jaar oudere tante, maar begon tijdens de oorlog een verhouding met zijn nichtje. Hoewel hij zich persoonlijk inzette voor het redden van enkele tientallen Joden, heeft hij nooit bezwaar gemaakt tegen de Jodenvervolging als geheel.

Het is nog onduidelijk wanneer de serie bij de VPRO te zien zal zijn.






Kamp Amersfoort start expositie en verkoop van prikkeldraad


AMERSFOORT, 26-11-2012 - In Kamp Amersfoort is een tijdelijke tentoonstelling ‘Vondsten van Toen, Archeologie van Nu’ ingericht. Deze toont objecten die op het grondgebied van het voormalige kamp in in de omgeving werden gevonden.

Speciaal voor deze tentoonstelling heeft het kamp een ‘herinneringsplankje’ laten maken. Daarop zit een stukje van het prikkeldraad dat tijdens archeologische opgravingen in 2011 naar boven is gekomen. Het plankje wordt aangeboden om aandacht te vestigen op het belang van tastbare sporen, omdat behoud ervan geld kost en als herinnering aan deze expositie. Het plankje is te verkrijgen voor 10 euro.


Daarnaast geeft de expositie, die woensdag wordt geopend,  informatie over twee archeologische opgravingen en de conservering van gevonden objecten, zo meldt het kamp.


Foto rechts: enkele opgegraven voorwerpen uit Kamp Amersfoort. Foto kamp Amersfoort.


Tevens vraagt het kamp aan bezoekers meer informatie over ruim 150 gevonden ‘naamplaatjes’ - waarop in spiegelbeeld namen en adressen werden aangebracht - maar waarvan de herkomst niet duidelijk is.
 
Vrijwilligers hebben de tentoonstelling bij samengesteld en ingericht. Via informatiepanelen en vitrines lichten in over tastbare sporen die herinneren aan het kamp en zijn bewoners.


Naast voorwerpen en informatie uit de eigen collectie kon ook gebruik worden gemaakt van enkele voorwerpen uit de collecties van Museum Flehite en de Archeologische Dienst van Amersfoort. Studenten van de Universiteit van Amsterdam hebben een belangrijke rol gespeeld bij de conservering van enkele objecten.
 
Niet alleen ooggetuigen en archieven zijn een belangrijke bron van informatie over Kamp Amersfoort. Ook vondsten, hoe onbeduidend ze soms ook lijken, kunnen een bijzonder verhaal vertellen. Deze tentoonstelling maakt dat duidelijk.


Twee opgravingen
Twee archeologische opgravingen in de directe omgeving van voormalig Kamp Amersfoort worden in de tentoonstelling belicht. De eerste opgraving werd uitgevoerd door archeologisch bureau RAAP. Het betrof een onderzoek naar loopgraven en een stelling voor afweergeschut op het terrein van Kamp Amersfoort.


Het tweede archeologisch onderzoek werd uitgevoerd door de Archeologische Dienst van Amersfoort. Dit onderzoek had een opgraving bij het nieuwe dierenbeschermingscentrum tot gevolg. Bij beide opgravingen – die in 2011 plaatsvonden - kwamen voorwerpen naar boven die een directe relatie hebben met Kamp Amersfoort. Foto’s van beide onderzoeken en een aantal vondsten zijn te zien in de expositie.
 
Speciaal voor deze tentoonstelling werd een ‘herinneringsplankje’ gemaakt. Op het plankje is een stukje prikkeldraad bevestigd dat tijdens archeologische opgravingen in 2011 naar boven is gekomen. Het herinneringsplankje wordt aangeboden om aandacht te vestigen op het belang van tastbare sporen, omdat behoud ervan geld kost en als herinnering aan deze expositie. Het plankje is te verkrijgen voor 10 euro.
 
De tentoonstelling ‘Vondsten van Toen, Archeologie van Nu’ is tot en met februari 2013, tijdens openingsuren, te bezoeken.





Handel in naziwapens verboden maar gaat door


ARNHEM, 14-11-2012 - Het gerechtshof in Arnhem heeft vorige week geoordeeld dat de handel in replica's van naziwapenen zoals SS-dolken discriminatie is en daarom verboden is.

Het hof motiveert dit door te wijzen op  de ongecontroleerde handel en verkoop aan willekeurige onbekenden via internet. De handel  echter gaat door, met name via Marktplaats en Belgische siites.

In 2009 oordeelde het hof in Arnhem dat het bij de verkoop van de SS-dolken niet om discriminatie ging. Na een uitspraak van de Hoge Raad dat dit onjuist was, heeft het hof in Arnhem nu vastgesteld dat handel in SS-dolken wel discriminatie oplevert wegens de associaties en symbolen zoals hakenkruizen op die dolken. Ook bezit is zodoende strafbaar, behalve in een wetenschappelijke of historische collectie.

Op Marktplaats zijn regelmatig nazi- of  SS-voorwerpen te koop met hakenkruizen. Momenteel ook een replica van een SS-dolk en een SS-zakmes. Zoeken via Google naar 'SS dolk kopen" levert 136.000 vermeldingen op. Op Marktplaats is verder handelaar 'Piet' aktief, die enkele tientallen Duitse artikelen uit de nazi-tijd aanbiedt.

Op sommige foto's heeft hij echter het hakenkruis onzichtbaar gemaakt (foto rechts, de rode stip). Zij  aanbod werd in mei 2012 al door onder meer. het dagblad Spits opgemerkt, maar staat nog steeds (of opnieuw) online. Vorig jaar september werden in Sluis in een winkel 3 dolken met hakenkruizen in beslag genomen.

De zaak van de SS-dolken op Schiphol loopt al sinds 2006. Op 7 juni van dat jaar vond de douane op Schiphol een partij wapenen die een Nederlandse handelaar vanuit de VS invoerde. Van deze partij zijn vier soorten dolken in beslag genomen, namelijk volgens het vonnis:
a.  35 dolken met twee snijkanten, waarvan het heft is voorzien van de Duitse Rijksadelaar met hakenkruis en van een SS-teken en het lemmet van de SS-spreuk : Meine Ehre heisst Treue, typeaanduiding MC-2085BK (zie foto linksboven);
b.  5 dolken met twee snijkanten, voorzien van de Duitse Rijksadelaar, typeaanduiding HK-2023;
c.  30 dolken met één snijkant waarvan het heft is voorzien van een hakenkruis en het lemmet van de tekst: Arbeid adelt, typeaanduiding HK-26018;
d.  12 dolken met één snijkant waarvan het heft is voorzien van een hakenkruis, typeaanduiding MC-2021.

Het gaat om in de Verenigde Staten vervaardigde replica’s. De handelaar werd daarna veroordeeld wegens het doen van pro-nazistische uitlating.

Maar de handelaar had op zijn site duidelijk zijn afstand van het nationaal-socialisme en het fascisme vermeld. De bezoeker moest bewust de sectie ‘wo2 Duitse militaria’ binnengaan. Op de website werd vermeld dat ‘Duitse Derde Rijk’-voorwerpen uitsluitend worden verkocht voor geschiedkundige-, studie- en/of verzameldoeleinden, welke mededeling vergezeld gaat van een ‘stop fascisme’-teken.

De handelaar meende daarom dat hem niets kon worden verweten waarover artikel 137e van het Wetboek van Strafrecht gaat, het ter verspreiding in voorraad hebben van een voorwerp waarin een discriminerende uitlating is vervat. De Hoge Raad verwierp dit argument in een uitspraak op 29 mei 2012, en achtte de man wel schuldig een discriminatie. De HR vond de argumentatie van de man niet voldoende.  Eerder al had een gerechtshof de man vrijgesprorken. het gerechtshof in Arnhem moest de zaak nu overdoen. Dit hof veroordeelde de man wegens discriminatie.







WO2-zoekmachine oorlogsbronnen.nl uitgebreid

AMSTERDAM, 13-11-2012 - De zoekdienst oorlogsbronnen.nl is sterk uitgebreid en verbeterd, zo meldt het NIOD. Dat komt mede door de aansluiting van nog meer Tweede Wereldoorlog-collecties.

Deze site staat nu met één muisklik zoeken in de aangesloten collecties toe op tekst, audio, video en beeld. Manager Netwerk Oorlogsbronnen, Edwin Klijn: ,,Oorlogsbronnen.nl is een zoekmachine specifiek gericht op de Tweede Wereldoorlog in Nederland en in de voormalige koloniën. We vinden het belangrijk dat onderzoekers en andere belangstellenden hun weg weten te vinden in het alsmaar groeiende aanbod aan WO2-collecties op het internet.” Op 7 november 2012 hield het Netwerk Oorlogsbronnen presentaties van het materiaal in de openbare bibliotheek van Amsterdam.

Oorlogsbronnen.nl doorzoekt zo’n 2 miljoen objecten (documenten, foto’s, tekeningen, video’s, dagboeken, archiefstukken, brochures, audiofragmenten, interviews, voorwerpen) uit tientallen verschillende archief-, bibliotheek- en museumcollecties. Zoekresultaten kunnen desgewenst verfijnd worden door te selecteren op onder andere het soort materiaal, de collectie of specifieke datum, zo meldt het NIOD.

Een recent toegevoegde collectie is Oorlog in Blik. Oorlog in Blik presenteert uniek materiaal van amateur- en professionele filmers uit de periode 1933-1950. Maar ook de belangrijkste oorlogsmonumenten in Nederland, interviews met veteranen interviews met veteranen over hun in ervaringen in de Tweede Wereldoorlog en de collectie van muziekwebsite musicforce.org zijn via de zoekdienst te vinden.

Een andere aansluiting is het digitale netwerk voor museumcollecties, DiMCoN. Netwerk Oorlogsbronnen heeft in afstemming met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed – de beheerder van DiMCoN – een selectie gemaakt uit het aanbod van deze portal. Via de zoekdienst zijn nu ook data en beschrijvingen van delen van collecties uit bijvoorbeeld het Rijksmuseum, het Tropenmuseum en het Joods Historisch Museum te vinden.

Oorlogsbronnen.nl is een onderdeel van het Netwerk Oorlogsbronnen. Dit is een samenwerkingsverband van DANS-KNAW, de Koninklijke Bibliotheek, Nationaal Archief, Nationaal Comité 4 en 5 mei, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (coördinator). Oorlogsbronnen.nl wordt mogelijk gemaakt door subsidie van het ministerie van VWS.
 
Wie in oorlogsbronnen.nl zoekt op Westerbork vindt onder andere een overzicht van foto’s met daarop de oorlogsmonumenten van de site van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Maar ook transportlijsten uit de collectie van het NIOD, foto’s van wachtende Joden voor deportatie naar Oost-Europa uit de Beeldbank Wo2, kamptekeningen uit de collectie van het NIOD en MUSEON, dagboeken uit het Geheugen van Nederland, filmpjes uit Oorlog in Blik, getuigenverhalen uit het project Getuigen Verhalen en krantenartikelen van de Historische Kranten-website van de Koninklijke Bibliotheek.






Laatste Londense herdenking voor veel veteranen

LONDEN, 12-11-2012 - Gisteren om 11 uur lokale tijd zijn in Londen en ook in de andere landen van het Britse Gemenebest, de militairen herdacht die stierven tijdens oorlogen.

Foto rechts: de Cenotaph, vlakbij het parlement, in Londen. Foto BBC.

Voor de Britse vereniging van D-Day veteranen was het echter de laatste keer dat zij officieel deelnamen, in dit geval met 600 mannen en vrouwen. Volgens de organisatie worden de leden te oud.

Ook monumenten en erevelden voor de geallieerde gevallenen in andere landen werden bezocht, zoals in Anzio in Italië, Egypte bij El Alamein, Tobruk in Libië, Athene. In Nieuw-Zeeland woonde prins Charles de herdenking bij met zijn vrouw camilla,. Singapore namen Prins Harry en zijn vrouw deel, in Canada, de VS, Australië en in ook Nederland waren herdenkingen.


Deze grootste dodenherdenking in de westerse wereld geschiedt ieder jaar op 11 november, ter herinnering aan de dag van de wapenstilstand op 11 november 1918 aan het einde van de Eerste Wereldoorlog.

In Londen legden Koningin Elizabeth en de koninklijke familie, premier Cameron en andere politici, alle levende oud-premiers, en alle premiers van het Gemenebest  en vooraanstaande Lagerhuisleden kransen bij de 'Cenotaph', het centrale Britse monument voor de oorlogsdoden vlakbij Westminster in Londen.

Na hen volgden de veteranen.

Deze kransen bestaan altijd uit klaproosjes (poppies, van plastic), als herinnering aan de klaprozen die tijdens de Eerste Wereldoorlog op de slagvelden in Vlaanderen ondanks al het geweld altijd bleven groeien.

De ceremonie begon om elf uur lokale tijd (twaalf uur Nederlandse tijd), bij de eerste slag van de Big Ben.


Zaterdagvond trad popster Rod Stewart op voor de koningin tijdens het 'Festival van Herdenking' ter ere van de oorlogsslachtoffers. Het evenement in de Royal Albert Hall in Londen werd live uitgezonden op tv..

De opbrengst gaat naar behoeftige veteranen. In Frankrijk en België werd gisteren de Eerste Wereldoorlog herdacht. President Hollande nam deel aan een ceremonie bij het monument van de Onbekende Soldaat onder de Arc de Triomphe in Parijs.

Ook in Nederland zijn op een dozijn plaatsen de doden uit het Gemenebest herdacht. Onder meer met een dienst in St. Mary's Anglican Church in Rotterdam. In ons land zijn 476 plaatsen waar soldaten uit het Gemenebest uit WO2 liggen.

Zoals op het Canadese ereveld in Groesbeek, met ruim 2500 doden, in Amsterdam op de Oosterbegraafplaats, in Nunspeet en andere plaatsen. In Nederland ligt de nadruk op WO2.

De eerste Brit die stierf in Nederland was Henry Linton Millward, een 19-jarig bemanningslid van de RAF, die stierf op 17 september 1939 en begraven is in Renesse, op het algemene kerkhof. De laatste Brit uit WO2 die in Nederland stierf was legerkoporaal A.W. Kinzett, overleden op 6 juni 1947 en begraven op de algemene begraafplaats van Hoek van Holland.

In totaal zijn ruim 19.000 Britten en andere militairen van het Gemenebest in Nederland begraven als gevolg van de Tweede Wereldoorlog.



Ru
s wil geboortehuis Hitler laten slopen

MOSKOU, 9-11-2012 -  Een invloedrijk Russisch parlementslid wil  het geboortehuis van Hitler in het Oostenrijkse dorp Braunau-am-Inn kopen en af laten breken.

De nationalistische parlementariër Frants Klintsevitsj, kolonel b.d., van de partij Vereend Rusland heeft dit plan geopperd. Hij krijgt bij zijn plan steun van communistische collega's. Parlementariër Vadim Solovjev wil alles wat aan het fascisme herinnert, „van de aardbodem laten verdwijnen”.

Daarmee willen de parlementariërs  de overwinning van de Sovjet-Unie over het Groot-Duitse Rijk in 1945 kracht bijzetten. Klinzewitsch is niet alleen lid van de staatsdoema, hij is ook voorzitter van zijn partij, die trouw Putin steunt. Klinzewitsch geldt als een hardliner.

Klintsevitsj en Solovjev willen zo'n 2 miljoen euro inzamelen voor de aankoop van het leegstaande pand.

Foto links: twee Amerikaanse militairen schrijven hun namen op de muren van Hitlers geboortewoning.

Er loopt al enige tijd een discussie in Braunau over de ebstemming van het pand. De gemeente is er nog niet uit. Eerder waren er een bibliotheek, een school, een bank en een tehuis voor gehandicapten gevestigd.

In het huis dat zij willen slopen, werd de latere Duitse dictator Hitler op 20 april 1889 geboren. De latere dictator massamoordenaar bracht er zijn eerste levensjaren door. Op 7 november herdacht Moskou de aanval van de nazilegers op die stad zoals elk jaar sinds 1941 met een grote parade op het Rode Plein.



Canadese militairen
op Memorial Sunday naar ereveld Groesbeek


GROESBEEK, 7-11-2012  -  Rond 100 Canadese militairen die in Duitsland gelegerd zijn, komen zondag om 10 uur bijeen op de Canadese Erebegraafplaats in Groesbeek ter gelegenheid van Memorial Sunday oftewel Poppy Day.

Foto rechts: het Canadese ereveld in Groesbeek.

Op deze begraafplaats liggen ruim 2.600 Canadese militairen begraven die sneuvelden in het Nederlands-Duitse grensgebied in het laatste oorlogsjaar.

Er worden kransen en bloemen gelegd door o.a. Canadese militairen die momenteel gelegerd zijn in het Duitse Geilenkirchen, Airborne Vrienden Groesbeek, het Bevrijdingsmuseum, het College van B&W en jongeren uit Groesbeek.

Memorial Day wordt vooral in voormalig geallieerde landen van het Britse Gemenebest, Frankrijk en België in ere gehouden ter herdenking van de gevallenen uit de oorlogen. Het einde van de Eerste Wereldoorlog op 11 november 1918 werd in die landen al gevierd, en die traditie is na WO2 gehandhaafd.

   

    In Flanders Fields

    In Flanders fields the poppies blow
    Between the crosses row on row,
    That mark our place; and in the sky
    The larks, still bravely singing, fly
    Scarce heard amid the guns below.

    We are the dead. Short days ago
    We lived, felt dawn, saw sunset glow,
    Loved, and were loved, and now we lie
    In Flanders fields.

    Take up our quarrel with the foe:
    To you from failing hands, we throw
    The torch; be yours to hold it high.
    If ye break faith with us who die
    We shall not sleep, though poppies grow
    In Flanders fields
.


De Canadese begraafplaats is de grootste erebegraafplaat van het Britse Gemenebest in Nederland. Er liggen ruim 2600 Canadezen begraven die in Nederland en Duitsland vielen tijdens geallieerde bevrijdingsoperatie Market Garden in 1944 - 1945 en de daaropvolgende doorstoot naar Duitsland, Operation Veritable.

Foto rechts: de Canadese arts John McRae, schrijver van 'In FlandersFields'.

Op een herdenkingsmuur staan nog eens de namen van ruim duizend soldaten die als vermist gelden.

Poppy Day ofwel Klaproosdag is vernoemd naar het gedicht 'In Flanders Fields' van de Canadese militaire arts John McCrae uit WO1, waarin hij beschreef hoe er altijd weer klaprozen zouden bloeien op de slagvelden in Vlaanderen.

McCrae sneuvelde tijdens WO1. In veel geallieerde landen is het sinds 1918 de gewoonte dat oorlogsveteranen een klaproos - van plastic - op hun revers dragen.

De Canadese militairen bezoeken zondag na de plechtigheden het Nationaal Bevrijdingsmuseum, dat vlakbij de begraafplaats staat. Het museum geeft alle bezoekers dit weekeinde een exemplaar van het gedicht van McCrae cadeau.




Clive Dunn - corporal Jonesy - van Dad's Army overleden

PORTUGAL, 7-11-2012 - Clive Dunn - bekend als lance corporal Jack Jones oftewel 'Jonesy' in de  BBC-televisieserie 'Dad's Army' is op 6 november 2012 92-jarige leeftijd overleden. De acteur stierf in Portugal na een operatie.

"Hij zal erg gemist worden", aldus zijn manager Peter Charlesworth. De langlopende Britse komische serie beeldde een groep vrijetijdssoldaten in de Home Guard uit die hun dorp moesten verdedigen tegen de Duitsers - die nooit kwamen.

Dunn speelde een 90-jarige plaatselijke slager, die nog onder generaal Kitchener in de Soedan had gediend en daardoor militair de meeste ervaring had. Niettemin raakte hij het snelst in paniek. Hij speelde van 1968 tot het einde van de serie in 1977 mee.

 
Op 10 november 2012 herhaalt deBBC 2om 8u30 plaatselijke tijd een aflevering die draait om Dunn.

Dunn, die twee stopwoorden had: 'Don't panic' en 'Permission to speak, Sir', was een van de laatste overlevenden van 'Dad's Army'. De hoofdrolspeler Arthur Lowe, die kapitein Mainwaring speelde, was al in 1982 overleden. Sergeant Arthur Wilson - gespeeld door John le Mesurier - stierf in 1983, John Laurie (private James Frazer) stierf al in 1980, James Beck, de platte private Joe Walker, in 1973, Arnold Ridley in 1984, en de enige nog levende is de destijds jonge Ian Lavender, het moederskind private Frank Pike.
 
Door de oorlogshumor vol Britse zelfspot haalde de serie hoge kijkcijfers in Groot-Brittannië en daarbuiten. In 1986 schreef Dunn zijn autobiografie 'Permission To Speak'. De productie van de erg populaire radio- en televisiereeks stopte in de jaren zeventig, maar herhalingen zijn nog steeds wekelijks te zien op de BBC en andere zenders..

Dunn werd geboren in Londen in een familie van music hall-artiesten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Dunn zeven jaar militair bij de Britse gemechaniseerde cavalerie. Hij werd in 1941 in Griekenland gevangengenomen en zat vier jaar in een krijgsgevangenenkamp in Oostenrijk.

Foto links: Dad's Army compleet. Vlnr:
Frank Pike oftewel ian Lavender, John Laurie (boven air warden met witte helm, Bill Pertwee), Arnold Ridley, Arthur Lowe oftewel capt. Mainwaring, James Beck, Clive Dunn, John le Mesurier.


Vanaf de jaren vijftig was hij weer als acteur actief. In de jaren zestig brak hij door als televisieacteur in comedies. In 1967 speelde hij een gastrol in aflevering Something Nasty in the Nursery van The Avengers (De Wrekers).In 1968 kreeg Dunn de rol van Lance-Corporal Jones in Dad's Army. Dunn was toen 48. Hij was een van de jongste leden van de cast maar speelde de rol van een slager van ruim 90 die al onder Kitchener in Soedan had gediend.

Dunn was een fervent socialist en maakte vaak ruzie met de conservatieve Arthur Lowe. Na Dad's Army speelde Dunn een vergelijkbare rol in de televisieserie "Grandad". in 1984  verdween hij van het scherm. Hij vestigde zich met zijn echtgenote Priscilla Morgan, zelf ook actrice, en hun twee dochters in de Algarve (Portugal), omdat hij ooit Greta Garbo in Queen Christina naar Portugal had zien vertrekken.




J. Greshoff-prijs voor 'Nazi te Venlo' van Lucas Hüsgen

DEN HAAG, 6-11-2012 - De J. Greshoff-prijs 2012 gaat naar voor Lucas Hüsgen voor zijn essay-bundel 'Nazi te Venlo'.  De Jan Campert-Stichting, die ruim zestig jaar de literaire prijzen van de Gemeente Den Haag toekent, heeft dit vandaag bekend gemaakt. Het boek verscheen in 2011.

De jury schrijft:

" In zijn meesterlijke Nazi te Venlo van Lucas Huesgen komen alle motieven uit zijn eerdere werk op een fraaie manier samen: van zijn fascinatie met Korea, tot zijn niet aflatende onderzoek naar de voor- en achterkant van de Romantiek, zijn politiek-maatschappelijk engagement en zijn grote maar kritische liefde voor Duitsland en de Duitse cultuur. De manier waarop Huesgen met omtrekkende bewegingen werkelijk iets zegt over wat de oorlog betekent en heeft betekend en dat combineert met een zoektocht naar grootvader Huesgen die uiteindelijk 'kundig aan de geschiedenis ontsnapte' dwingt bewondering af. Met grote kennis van zaken maakte Lucas Huesgen uit al deze ingredienten een boek dat meer is dan een doorsnee-essaybundel. "

Van de jury onder voorzitterschap van Aad Meinderts maakten deel uit Yra van Dijk, Arjen Fortuin, Aukje Holtrop, Ena Jansen, Jos Joosten, Annemie Leysen, Lut Missinne en Carl De Strycker. De feestelijke prijsuitreiking vindt plaats op zondagmiddag 20 januari 2013 in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

Cyrille Offermans in De Groene Amsterdammer schrijft over het boek :

"Nazi te Venlo [..] is een soort essayistisch reisverhaal met talloze uitweidingen,stuk voor stuk de moeite waard. Een daarvan gaat over Harry Mulisch. Hüsgen veegt de vloer aan met de veelgeprezen Zaak 40/61, laat zien hoe dit boek zich verhoudt tot de rest van Mulisch’ oeuvre en concludeert dat diens strategie van ‘het vergroten van het raadsel’ precies past in zijn strategie van verzwijgen en verdraaien."

De uitgever schrijft:
"In Nazi te Venlo doet Lucas Hüsgen verslag van een onderzoek. Wie was zijn overgrootvader werkelijk een nazi, en wat heeft hij in dat geval op zijn kerfstok? En hoeveel gelegenheid had hij daar eigenlijk toe, op zijn buitenpost van het Duitse spoorwegnet?"

"Maar omdat een nazi nooit alleen komt, de extreemrechtse verlokking zich ook weinig aantrekt van grenzen in de tijd, breidt het onderzoek zich over meer gebieden uit, tot in het heden en de dreigingen van de toekomst. Het neemt daarbij de vorm aan van een spoorwegnet, met hoofdtrajecten en nevenlijnen, en neemt de lezer bovendien mee op een treinreis langs plekken van het Duitse verleden, hun toeristische merites en de geheimen van de bureaucratie. Toch blijft in dat hele weefsel van geschiedenis en politiek steeds ruimte voor literatuur en kunst. Zoals, logischerwijs, ook voor een ezel."

De uitgever: "Op zoek naar de achtergrond van zijn overgrootvader, schrijft Lucas Hüsgen in deze nieuwe essaybundel over thema’s als ecologie en technologie, tirannie en esthetica, de reikwijdte van een ideologie en de actualiteit van geschiedenis, over Harry Mulisch en Adolf Eichmann, over Geert Wilders, over de werkelijkheid van Leibniz en Hölderlin, Gerhard Richter en Neo Rauch."

 Lucas Hüsgen (1960) is schrijver, dichter, vertaler. Meest recente publicaties: Wat een romantische droom (essays, 2007), Plooierijen van geschik (roman, 2007) en Vederbeds Lumière (poëzie, 2009).Een interview met Hüsgen werd afgenomen door Brussel Nieuws.



VS schond rechten Italiaanse burgers tijdens WO2

WASHINGTON, 3-11-2012 - Zo'n 70 jaar geleden was het in de VS opeens een misdaad Italiaan te zijn.

Vorige maand was het de maand van het Italiaanse erfgoed in de VS, en kwam dit verhaal over de zware schending van Italiaanse burgerrechten in de VS naar boven. Dat gebeurde opdezelfde ruwe manier waarop de rechten van Amerikanen van Japanse afkomst werden geschonden.

Het blijft een zwarte periode uit die oorlogstijd in de VS  die nu niet of nauwelijks meer genoemd wordt:  de massale gedwongen uitzetting van inwoners van Italiaanse afkomst uit hun huizen.


Foto links: Amerikaanse baseballheld van Italiaanse origine Joe DiMaggio - zijn vader mocht niet meer vissen in de baai van San Francisco.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ongeveer 600.000 mensen van Italiaanse komaf maar zonder Amerikaanse papieren,  Italiaanse immigranten in de Verenigde Staten, van de ene dag op de andere beschouwd als vijandige vreemdelingen, en gearresteerd, geïnterneerd, verplaatst, ontdaan van hun eigendommen of onder een avondklok geplaatst. Honderden van hen werden opgesloten in interneringskampen.

Italianen noemen dit hoofdstuk van de Amerikaanse geschiedenis, "Una Storia Segreta," of een geheime geschiedenis. In Nederland is daarover ook vrijwel niets bekend.

Toen de VS door de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 aan de Tweede Wereldoorlog ging deelnemen, werden Japanse burgers gedwongen opgesloten in interneringskampen, een episode in de Amerikaanse geschiedenis, waarvoor de overheid heeft zijn excuses aangeboden en compensatie heeft betaald aan overlevenden.

Na 7 december 1941, verklaarde president Franklin D. Roosevelt verklaarde de oorlog aan Duitsland, Italië en Japan en hun burgers in de VS. Dat nam al snel extreme vormen aan: de internering van ten minste 120.000 mensen van Japanse afkomst, of hun gedwongen verhuizing van de westkust. Twee derde van hen waren Amerikaanse staatsburgers. Duitse burgers die erin slaagden om aan de massale gedwongen verhuizingen te ontsnappen, werden ook onderworpen aan internering en vele andere beperkingen.

De Italianen vormden toen de grootste allochtone groep in het land. Zij werden tot de niet-Amerikaanse burgers gerekend. Bijna 5 miljoen Italianen hadden zich nooit genaturaliseerd, bij gebrek aan tijd, aan taalvaardigheid of een ontbrekend gevoel van noodzxaak.

Ze werden gedwongen om zich als vijandige vreemdelingen te registreren. Ze moesten foto-ID-boekjes bij zich dragen, moesten zaklampen, kortegolf-radio's, geweren, verrekijkers, camera's en andere materialen die werden beschouwd als "contrabande" afgeven.

Foto links: Italiaanse Amerikanen bij het verlaten van hun kamp. Klik hier voor de vindplaats van deze foto.

De FBI pleegde zelfs invallen in privéwoningen, verrichtte arrestaties en hield bewoners vast.

De Verenigde Staten was niet alleen in oorlog met de Duitsers, maar ook met het Italië van de fascistische dictator Benito Mussolini.

Zelfs de vader van de beroemde Yankee baseball-legende Joe DiMaggio, een visser, kreeg te horen dat hij niet meer kon vissen in de baai van San Francisco of zelfs de stad bezoeken. En Joe DiMaggio's vader was niet de enige.

Duizenden gewone Italianen die naar de VS waren geëmigreerd -status werden gemeden en moesten leven met nachtelijke huisarrest, een avondklok van 8 uur tot 6 uur. Niet-burgers konden in de VS niet meer dan 5 mijl van hun huis te reizen zonder een vergunning.

Aan duizenden Italianen uit het hele land werd verteld hun huizen te verlaten, er werden veel vissersboten in beslag genomen en vele anderen verloren hun baan.Sommigen van hen moesten noodgedwongen hun toevlucht nemen tot kippenhokken en schuren of leefden in verlaten auto's ... terwijl de zonen van deze zogenaamde "vijandige vreemdelingen" gingen vechten voor de Verenigde Staten.

Een half miljoen Italiaanse-Amerikanen diende in het Amerikaanse leger, de grootste etnische groep in het leger. Toch kwamen Italiaanse militairen terug uit de oorlog naar hun huizen - om te zien dat deze waren dichtgetimmerd en hun families geëvacueerd.

Uiteindelijk gaf de regering meer dan een halve eeuw later toe dat dit een overtreding was, toen president Bill Clinton een wet van erkenning van de schending van de Italiaanse burgerrechten ondertekende in 2000, een duidelijk signaal voor mensen van Italiaanse afkomst in het hele land.


Klik hier voor het Wikipedia-artikel over internering van Italiaanse Amerikanen.



Osnabrück evacueert 15.000 mensen wegens bom



OSNABRÜCK, 2-11-2012 - De stad Osnabrück, ongeveer 100 km oostelijk van Enschede, evacueert op 11 november 2012 15.000 inwoners wegens het ruimen van een bom.

In april is ook al een bom geruimd in de stad.

Foto rechts: het centrum van de stad in zomer 1945.

Die zondagochtend vanaf 10 uur moeten de bewoners van twee wijken hun huizen uit. Het gaat om de wijken Schölerberg en Fledder en ook de dierentuin ligt middenin de afzettingszone.

Ook alle invalide bewoners moeten weg, en zullen door ambulances en de brandweer getransporteerd worden. De maatregelen kunnen tot de avond duren. De universiteitsstad en bisdomszetel met 165.000 inwoners is tijdens de oorlog zeer zwaar gebombardeerd, omdat het een belangrijk knooppunt van spoorwegen was.

De stad werd 79 maal gebombardeerd en voor ruim tweederde vernield; de binnenstad zelfs ruim 90%. Op 20 juni 1942 wierpen de Britten 9.000 bommen op de stad, op 6 oktober van dat jaar 11.000. De grootste aanval was die van 13 september 1944, toen er ruim 183.000 bommen op de stad neerkwamen.

Foto links: het herbouwde hoofdstation van Osnabrück. Foto Wikipedia.

Van de oude stad werd nog op 25 maart 1945, Palmzondag, het laatste deel vernield. In totaal ontving de stad bijna 700.000 bommen, waaronder 181 zogenaamde 'luchtmijnen'. Naar schatting zijn 10 tot 15% van de bommen blindgangers.

Het aantal doden bleef in het licht van die getallen relatief laag met 1434. Tussen december 1944 en een jaar later verloor de stad 25.000 van haar 100.000 inwoners. Het bekendste bedrijf uit de oorlog in Hannover was de Karmann-cabriolet-fabrieken. Tijdens de oorlog bouwde dit bedrijf legervoertuigen.

De stad draagt sinds de Westfaalse Vrede in 1648, waar de Nederlanden ook partij bij waren en die de Tachtigjarige Oorlog beëindigde, de eretitel 'Vredesstad'. In 2000 kreeg de stad de zetel van de Deutsche Stiftung Friedensforschung, de nationale stichting voor Duits vredesonderzoek. In 1945 maakte Nederland aanspraak op annexatie van de stad volgens het plan Bakker-Schut. Die annexatie werd door de VS en de Uk tegengehouden.




James Bondfilms 50 jaar: Nederlandse agent als inspiratie



LONDEN, 1-11-2012 - Al 50 jaar zijn de James Bondfilms populair. Weinig bekend is dat de geheim agent  voor een belangrijk deel werd geïnspireerd door een Nederlandse verzetsman, Peter Tazelaar, een vriend en collega van Erik Hazelhoff Roelfzema.

Één van de beroemdste scènes uit een Bondfilm baseert zich op de daden van Tazelaar, zo bevestigt boek over de geschiedenis van de Secret Intelligence Service, de voorloper van MI6, waar Bond zogenaamd onder viel.

Het voorbeeld voor de scène uit de film Goldfinger waarin de Bond in een duikpak uit het water komt, onder zijn pak een smetteloze smoking onthult en vervolgens soepel wat explosieven aan een schip bevestigt en mee gaat doen met een party, is voor het grootste deel echt gebeurd en vond plaats tijdens de Tweede Wereldoorlog

Ian Fleming schreef de roman Goldfinger in 1959 als 7de in de reeks Bondboeken, maar in het boek komt de duikerpak-scène niet voor. Wèl in de film, en dat was de derde in de serie en deze kwam uit in 1964, in welk jaar ook het boek in het Nederlands verkrijgbaar werd onder de titel De Man met de Gouden Vingers. In de film komt Bond ergens in Zuid-Amerika uit het water. De film brak alle filmrecords.

Deze openingsscène (foto links) van de film Goldfinger uit 1964 en werd geïnspireerd door het echte leven van Nederlandse agent Pieter Tazelaar, zo stelt het boek 'MI6' van geschiedenisprofessor Keith Jeffery, die de eerste officiële geschiedenis van de SIS publiceerde in 2010. De 'Secret Intelligence Service' was de vorloper van MI6.


Foto links: Sean Connery als James Bond in de film 'Goldfinger. Hier trekt hij net Tazelaars duikpak uit, waaronder hij een complete smoking blijkt te dragen.

Tazelaar  werd in 1941 door de Nederlandse regering in Londen als agent uitgezonden om contact te maken met agenten in Nederland. Het boek verhaalt dat hij aan wal werd gezet op het Scheveningse strand om 04:35 op 23 november 1941 vlak bij het Kurhaus-casino in avondkledij en ruikend naar alcohol, waarbij hij een speciaal ontworpen rubberen duikpak droeg om hem droog te houden tijdens zijn landing.


'In plaats van van hem ergens in de duinen achter te laten, was het doel om om hem in staat te stellen zich te kunnen zich te mengen met de feestgangers aan de voorzijde,' zo schrijft professor Keith Jefferey.

'Na de landing op het strand sprenkelde collega Erik Hazelhoff een paar druppels Hennessy XO cognac op hem, om zijn imago van feestganger te versterken'.

Professor Keith Jeffery, van Queen's University in Belfast, kreeg onbeperkte toegang tot de historische bestanden van de Secret Intelligence Service. Maar zijn werk heeft alleen betrekking op de periode tot 1949 en hem werd verboden om nieuwe zaken te publiceren, in verband met de veiligheid van bestaande agenten. .

Maar Tazelaar (foto rechts) was niet het enige voorbeeld dat Ian Fleming voor Bond gebruikte. Het boek van professor Jeffery beschrijft dat een van de andere voorbeelden voor James Bond een spion met de weinig belovende naam van Wilfred 'Biffy' Dunderdale was.

'Als hoofd van de SIS-bureau Parijs in de jaren 1930, was hij met een voorliefde voor mooie vrouwen en snelle auto's  een van de mogelijke modellen voor Bond,' schrijft het boek. "Hij was een grote vriend van Ian Fleming en beweerde dat hij delen van zijn eigen verhalen in de James Bond romans gevonden. '

Professor Jefferey schrijft verder over Dunderdale: 'Een man met  grote charme en savoir-faire, die op oudere leeftijd een onverbeterlijke verteller werd. Hij hield van vertellen, bijvoorbeeld hoe hij nog in zijn tienerjaren, als tolk voor een Wit-Russische generaal, zich in de gang naast een slaapcabine in een trein bevond om te tolken voor de generaal die bezig was zijn Britse minnares verleidde, maar geen Engels sprak. '

Op een punt maakt professor Jeffery een einde aan de mythe dat MI6 een 'licence to kill' had, hoewel er wel doden vielen door het spionagewerk, met name in oorlogstijd. 'Ik zocht er erg hard naar "slechte dingen", zei professor Jefferey. 'Uiteindelijk vond ik minder informatie dan we misschien zouden verwachten, zeker minder bewijs dan ik zou verwachten als de amateur spionage fictie buff dat ik was.'

Van Tazelaar is niet bekend dat hij ooit iemand tijdens zijn missies heeft gedood. Bij zijn bezoek aan Nederland in 1941 mislukte de meeste taken die hij moest uitvoeren, zoals berichten naar Engeland zenden, omdat zijn zender bij de landing kapot was gegaan. Ook zijn nevenopdracht, enkele sleutelfiguren meenemen naar Engeland, mislukte toen. 

Tazelaar werd daarna in Engeland commado en opnieuw geheim agent. Hij liet zich in november 1944 nog een keer in Nederland droppen, dit keer in Friesland, en kon dit keer wel met succes berichten naar Engeland doorsturen. In april 1945 werd Tazelaar adjudant van koningin Wilhelmina, samen met zijn vriend Roelfzema.

In augustus 1945 trok hij naar Ceylon om als militair ingezet te worden bij de bevrijding van Nederlands-Oost-Indië. Zijn moeder zat in het Jappenkamp Tjideng op Java. In maart 1946 raakte hij gewond bij het opsporen van Indonesische nationalisten en keerde terug naar Nederland, en naar de burgermaatschappij. Hij werkte daarne nog enkele jaren voor onder meer de Shell..





Catalogus van ontsnappings-hulpmiddelen ontdekt


LONDEN, 1-11-2012 - de Britse geheime dienst had een speciale afdeling voor hulp aan krijgsgevangenen. Deze afdeling, MI9, maakte in 1942 een catalogus van de geheime hulpmiddelen die zij met voedselpakketten aan POWs mee kon sturen. Het ging meestal om kaarten en kompasjes.

Foto rechts: twee pagina's uit de catalogus. Linksboven een kaartspel, met daarin een geheime kaart. Daaronder een sigarenkoker, ook weer met kaart. Schuin links onder de sigaar een zakdoek, op de achterzijde van kaart voorzien. Op de rechterpagina rechtsboven een gouden kies met speciale vulling.

Een exemplaar van deze uiterst zeldzame catalogus wordt 30 januari 2013 geveild in Londen.

Producent was de weinig bekend afdeling MI9, Military Intelligence 9. De catalogus bevat onder andere gouden tanden met mini kompassen en op zijde zakdoeken gedrukte kaarten van Duitsland verstopt in een pen. Ook was een populair voorwerp een kaartspel, waar ook weer een kaart in verborgen was.

Deze artikelen werden tussen de voedselpakketten gestopt, die naar de Duitse kampen gestuurd werden. Over het algemeen mislukten overigens Britse ontsnappingen, omdat de Britten te weinig Duits spraken. Bijvoorbeeld bij The Great Escape uit Stalag Luft III, werden alle Britten gegrepen en waren het slechts drie non-Britten die de hele tocht afmaakten
  •     Per Bergsland, Norweegse piloot van No. 332 Squadron RAF
  •     Jens Müller, Norweegse piloot of No. 331 Squadron RAF
  • Bram van der Stok (foto links), Nederlandse piloot van No. 41 Squadron RAF (bekend als 'Oorlogsvlieger van Oranje').

    Het relaas van 'The Great Escape' vermeldt overigens niet uitdrukkelijk deze hulpmiddelen van MI9, maar het is duidelijk dat vrijwel geen ontsnappeling zonder kompas of kaart wilde vertrekken.

In veel gevallen kon hun succes daar van af hangenDe catalogus was gemaakt voor de Amerikaanse geheime diensten, die namelijk nog niet zo ontwikkeld waren als de die van de Britten. Ongeveer 100 exemplaren van ieder 76 pagina's werden in 1942 voor de Amerikanen gedrukt.

De catalogus wordt geveild door het Britse veilinghuis Bonhams. 'Het is een zeer uitzonderlijke vondst', zegt specialist Lionel Willis van het veilinghuis tegen de Britse krant The Daily Telegraph. 'Maar weinig van deze catalogi hebben het overleefd. Ik geloof dat er een in het Australische Oorlogsmuseum ligt.'

'MI-9 was in de oorlog speciaal opgericht om ontsnappingen mogelijk te maken. Ze realiseerden zich toen al heel snel dat er twee dingen heel belangrijk zijn bij een ontsnappingspoging: kaarten en een kompas.' Het boekje is getaxeerd op een bedrag vban 500-800 pond.




100ste geboortedag van filosoof-moralist
Jean Améry

BRUSSEL, 31-10-2012 - Vandaag is het de 100ste geboortedag van de invloedrijke Oostenrijkse filosoof en schrijver Jean Améry. Hij was een overlevende van Auschwitz en werd vooral bekend door het boek 'Schuld en boete voorbij: verwerking van een onverwerkt verleden', dat in het Nederlands verscheen in het jaar 2000. Améry pleegde in 1977 zelfmoord.

Améry was zoon van een christelijke vader en Joodse moeder. Na de Anschluss van Oostenrijk in 1938 vluchtte hij in december eerst naar Frankrijk, samen met zijn Joodse vrouw. Vervolgens vluchtte hij verder naar Antwerpen, België. Toen de Duitsers in mei 1940 België binnenvielen, werd hij door België naar Frankrijk gezonden als een “Duitse vreemdeling”.

Hij werd geïnterneerd in Zuid-Frankrijk, maar kon in juli 1941 ontsnappen uit het concentratiekamp Gurs. Hij keerde terug naar zijn vrouw in Brussel en sloot zich aan bij het Österreichische Freiheitsfront, een kleine communistische verzetsbeweging, bestaande uit jonge Oostenrijkse en ook enkele Duitse emigranten. Hij schreef later dat hij dat deed omdat hij niet gearresteerd wilde worden als jood, maar als lid van het verzet.


Améry werd ten slotte op 23 juli 1943 gevat door de Gestapo onder zijn verzetsnaam Roger Lippens, wegens het verspreiden van antinazistische propaganda. Hij werd als communistische verzetsstrijder opgesloten in het Fort van Breendonk. Hij zat er 3 maanden in een isolatiecel. Toen zijn ondervraging door de Gestapo niets opleverde, werd hij door SS-Untersturmführer Arthur Prauss naar de folterkamer gebracht. Hier werd hij dan verschillende dagen zwaar gefolterd. Een vleeshaak werd aangebracht tussen de boeien om zijn handen achter zijn rug. Daarna werd hij met een katrol omhoog gehesen tot een meter boven de grond. Zijn armen schoten uit hun kom en werden totaal ontwricht. Ondertussen werd hij afgeranseld met de bullenpees.


Af en toe liet men hem neervallen op grote driehoekige houten wiggen tot hij uiteindelijk bezwijmde. Die foltering heeft hem kleingekregen. Maar hij kon de Gestapo niets nuttigs vertellen, gewoonweg omdat hij niets wist behalve aliassen. Maar toen de Gestapo vernam dat hij een jood was en geen politieke gevangene, werd hij op 15 januari 1944 naar Auschwitz gestuurd. Die foltering bleef hem zijn hele leven blijven. Hij schreef: “Wie gefolterd wordt, blijft gefolterd. Tweeëntwintig jaar later bengel ik nog steeds aan mijn ontwrichte armen boven de vloer. Ik snak naar adem en beschuldig mezelf.”


Améry kwam terecht in het werkkamp Buna-Monowitz van Auschwitz III. Hij kende geen vak en noemde zichzelf bij de registratie "filosofiestudent" - in feite een doodvonnis, want de Duitsers hadden vaklieden nodig. De gedetineerde die dit moest noteren, schreef echter "stukadoor" in het register. Dat werd, zonder dat Améry het wist, zijn redding. Hij werd aangesteld als werkman en moest zware handenarbeid verrichten in de IG Farben-fabriek. Toch slaagde hij erin dit te overleven.


Toen het Russische leger midden januari 1945 oprukte in de richting van Auschwitz, werd hij overgebracht eerst naar Gleiwitz-II, toen naar Dora-Mittelbauen en vervolgens naar Bergen-Belsen. Hier werd hij in april 1945 bevrijd door het Britse leger. Hij keerde naar Brussel terug, waar hij moest vaststellen dat zijn vrouw in augustus 1944 aan een hartkwaal overleden was.


Hij werd in Brussel correspondent voor een Duitstalige Zwitserse krant, zweeg over de oorlog en weigerde lang nog naar Duitsland of Oostenrijk te reizen. Pas in 1964 kon de Duitse dichter Helmut Heissenbüttel hem overhalen tot een spreekbeurt over Auschwitz op de Duitse radio. Deze spreekbeurt werd in 1966 het openingsessay van zijn boek Jenseits von Schuld und Sühne (vertaald als Schuld en boete voorbij). Dit boek werd een klassieker uit de naoorlogse kampliteratuur.


Améry schreef vanuit een slachtofferperspectief op een onverwerkt verleden, vol angst en wrok. Sachtoffers kunnen in de visie van Améry mentaal niet loskomen van de begane wreedheden. Ze zitten, zoals Améry schrijft, "vastgenageld aan het kruis van hun vernielde verleden". Maar ook de daders zitten vastgekluisterd in hun verleden. Uiteindelijk zitten beiden, bij wijze van spreken, rug aan rug aan elkaar vast. De uiteindelijke les is volgens Améry: om deze verschrikkingen te kunnen voorkomen moet men eerst begrijpen hoe een gewone mens een beul kan worden.






Bisdom Den Bosch excuseert zich voor kerkdienst in Geffen



DEN BOSCH, 31-10-2012  - Het bisdom Den Bosch heeft aan Federatief Joods Nederland zijn excuses aangeboden voor de rk-kerkdienst in Geffen vorige week zaterdag. Toen wijdde pastoor van Dijk aandacht aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog vanwege de onthulling van het nieuwe oorlogsmonumernt. De pastoor noemde daarbij de namen van Joodse slachtoffers evenals Duitse militairen.

Over die samenvoeging van de namen van daders en slachtoffers was vorige week veel ophef ontstaan. De gemeente Maasdonk waar Geffen in ligt, wilde zowel Duitse soldaten als Joodse slachtoffers op een nieuw monument vermelden. Joodse en andere orgamnsiaties maakten daar ernstig bezwaar tegen.

Foto rechts: Kapelaan Jac Naus, één van de actieve verzetspriesters die omkwam in de oorlog.

Na protest uit Joodse kring besloot het gemeentebestuur het monument te plaatsen zonder namen. De burgemeester zegde toe dat tijdens de herdenking evenmin namen werden genoemd. Op het monument zou de naam van een Joodse familie uit Geffen komen, die doord e Duitsers is omgebracht. Een neef uit Amsterdam maakte daar bezwaar tegen.

Tot woede van Federatief Joods Nederland (FJN) heeft de pastoor zaterdag wel de namen van Duitsers en slachtoffers genoemd.. In een commentaar aan Omroep Brabant zegt  hulpbisschop mgr. Mutsaerts te denken dat de pastoor de beste bedoelingen had, maar in een brief aan FJN noemt hij de keuze van de pastoor ongelukkig.

"U bent geschokt. Die gevoelens kunnen wij helaas niet meer wegnemen. Wel willen wij hierbij excuses aanbieden voor de pijn en het verdriet die het noemen van alle namen bij Joodse mensen onbedoeld heeft veroorzaakt."

Ook een ingezonden brief van de Geffense diaken (hulppriester) Wim van Herwijnen die de pastoor verdedigt, keurt de hulpbisschop af. De FJN is volgens Omroep Brabant blij met de excuses van het bisdom. Volgens woordvoerder Loonstein heeft de brief van de hulpbisschop verzachtend gewerkt.

Tijdens de oorlog heeft de katholieke kerk in Nederland zich onder aartsbisschop De Jong zich duidelijk verzet tegen de nazi's. De Jong ontving na de oorlog de onderscheiding Yad Vashem uit Israël. Dat verzet leidde tot talrijke arrestaties van priesters en nonnen, van wie een aantal is vermoord, zoals de zaligverklaard pater prof. Tituis Brandsma (Bolsward, 23 februari 1881 – Dachau, 26 juli 1942) en heiligverklaarde zuster Edith Stein (Breslau, 12 oktober 1891– Auschwitz-Birkenau, vermoedelijk 8 augustus 1942). 

Met name het bisdom Roermond onder bisschop Lemmens werd in de oorlog zwaar getroffen, wegens verzet en hulp aan onderduikers. Het getal priestergevangenen uit dat bisdom steeg tijdens de oorlog tot 70. Onder hen twee bisdomsecretarissen, zoals Leo Moonen (ontving postuum het hoge Verzetskruis), verschillende kanunniken, de dekens van de vijf grootste plaatsen, vele pastoors, zoals pastoor Vullinghs uit Grubbenvorst, rectoren en vooral kapelaans, zoals kapelaan Naus uit Venlo en een aantal priesters uit het onderwijs. Van hen verloren er 16 daarbij hun levens.





Bibliotheken schenken 610.000 omstreden oorlogsromans 'Damokles' aan leden


AMSTERDAM, 30-10-2012 - W.F. Hermans' veelgelezen maar omstreden oorlogsroman 'De donkere kamer van Damokles' vormt  dit jaar het geschenk van de bibliotheken aan hun leden in het kader van de actie 'Nederland leest'. De oplage is 610.000 exemplaren.

Hermans' kreeg veel kritiek op dit boek, omdat hij daarin uitdraagt dat 'goed' en 'fout' in de oorlog door elkaar liepen.


De uitgever van het boek, Van Oorschot, bevestigt de oplage in een telefonische reactie. Met deze uitgave bereikt 'Damokles' volgens hem de 47ste druk, en Van Oorschot schat dat er tot nu toe al ruim 100.000 exemplaren regulier van gedrukt zijn. Het oorlogsboek is het best verkopende boek van zijn uitgeverij.

De actie 'Nederland leest' start donderdag 1 november 2012 in alle bibliotheken van Nederland en bestaat eruit dat alle leden een gratis exemplaar van het boek kunnen krijgen. Opvallend dit jaar is dat er drie uitgaven bij de bibliotheek komen: een groene 'goede' uitgave, een rode 'slechte' (bedoeld wordt: 'foute') uitgave (foto links), en een neutrale grote-letteruitgave. De tekst goed en slecht staat op een wrapper die van het boek afgehaald kan worden.


Dit idee van twee edities is door het reclamebureau KesselKramer bedacht, om daarmee de discussie over 'goed' en 'fout' in de oorlog aan te scherpen. Dit vormde ook de kern van Hermans' betoog in zijn boek.De oplage wordt donderdag officieel bekendgemaakt. Als start van de actie houdt Claudia de Breij (foto links), die behalve cabaretière ook afgestudeerde is in literatuurwetenschappen, een lofrede op dit boek, dat zij tot één van haar favorieten rekent. De rede houdt zij donderdag in een tram in Den Haag omringd door genodigden.

Tevens verschijnt er een speciale luxe editie met harde kaft in de boekhandel voor € 10. 'Damokles' is Hermans bestverkochte en meestbekende boek en beleefde tot nu toe 47 drukken met een totale oplage van ruim 700.000. Het is daarmee één van de meestgedrukte oorlogsromans van Nederland.

Zaterdag ontving een ander oorlogsboek, 'Wij weten niets van hun lot',  van Bart van der Boom, over het besef van de omvang van de Jodenvernietiging, de Grote Libris Geschiedenisprijs. De rol van oorlogsboeken in de bevordering van het lezen en de boekenverkoop is daarmee dit jaar opvallend groot.

(Zie ook ons artikel dd 28-10-2012, scroll naar beneden)

Hermans' boek heeft een verzetsman als hoofdpersoon, de jonge sigarenhandelaar Osewoudt die echter niet erg doortastend of succesvol overkomt. Hij laat zich leiden door een echte spion, die echter zijn dubbelganger is. Na de oorlog krijgt hij problemen omdat hij beschouwd wordt als landverrader. Hermans schetst een beeld van de oorlog als een verwarrend mengsel van goed en kwaad dat voortdurend door elkaar loopt.


Van der Waals

Het personage Osewoudt is gebaseerd op Anton van der Waals, Nederlands grootste verrader uit de Tweede Wereldoorlog. Van der Waals beriep zich tijdens zijn proces op een dubbelganger die hem tot zijn daden aanzette. Hermans' visie op de oorlog is overigens vaak bekritiseerd, omdat hij in zijn strenge oordeel dat de daden van mensen afhingen van toeval en chaos, te ver ging.

Willem Frederik Hermans (1921—1995, foto rechts) groeide op in een Amsterdams onderwijzersgezin. Zijn oudere zuster pleegde zelfmoord toen in mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvielen, een gebeurtenis die Hermans’ kijk op het leven sterk bepaald heeft. In 2011 bleek dat Hermans contact had gehad met de Kultuurkamer, de Duitse instelling waar schrijvers en andere kunstenaren zich moesten aanmelden om legaal te kunnen werken.


Onduidelijk is of dit contact van Hermans of van de Kultuurkamer uit is gegaan. Hermans werd in ieder geval geen lid. Hermans weigerde verder als student tijdens de oorlog de Ariërverklaring te tekenen. In 1957 werd Hermans door de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 onderscheiden met de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet. Deze prijs weigerde hij aan te nemen.


Verfilming
Het boek is in 1963 door Fons Rademakers verfilmd met als titel 'Als twee druppels water'. Deze film wordt in november op diverse plaatsen vertoond. Hij is ook compleet op Youtube te zien. Op 6-11-2012 organiseert het filmmuseum Eye in Amsterdam de zg. 'Klassiekerlezing' over de verfuilming van het boek.  Deze lezing wordt verzorgd door Mieke Bernink, lector aan de Ned. Film en TV Academie. Zij schreef zijn biografie 'Fons Rademakers - scènes uit leven en werk' en zal zich in deze lezing concentreren op de regisseur en zijn motivatie om deze Hermans te verfilmen. Na de lezing is er een vertoning van de film.



Uitgeverij Van Oorschot beschrijft op zijn site het boek als volgt:

Angst, dreiging en verraad, ongrijpbaarheid van de werkelijkheid en onkenbaarheid van de ander: in deze roman komen Hermans’ centrale thema’s op geraffineerde en uiterst beklemmende wijze aan bod. De donkere kamer van Damokles vertelt het verhaal van Henri Osewoudt, sigarenhandelaar te Voorschoten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontmoet hij de verzetsman Dorbeck, die sprekend op hem lijkt op één ding na, dat hij zwart haar heeft terwijl Osewoudt blond is, en die hem opdrachten geeft die hij gewillig uitvoert. Naar aanleiding van zijn daden wordt Osewoudt gevangen genomen, komt weer vrij, pleegt een moord, nog een moord.
Na de bezetting lijkt alles zich tegen hem te keren en wordt hij gekwalificeerd als landverrader. Zich beroepen op Dorbeck blijkt onmogelijk: er is geen enkel spoor dat leidt tot deze man. Het enige dat Osewoudt heeft om de wereld Dorbecks bestaan te bewijzen is een camera met een foto van Dorbeck erin, maar ook die foto blijkt uiteindelijk niet te bestaan.


Bestaat Dorbeck echt of heeft Osewoudt hem verzonnen? Is hij Osewoudts superego? In hoeverre is Osewoudt zelf verantwoordelijk voor zijn daden? Wie ben je als iedereen je ziet als een verrader en een leugenaar, bestaat er wel zoiets als waarheid en werkelijkheid? Om dergelijke vragen gaat het in dit huiveringwekkende boek, dat uitgroeide tot Hermans’ meest gelezen en bejubelde roman.

De tekst is conform de zo door Hermans gewenste ‘Ausgabe letzter hand’ - versie zoals verschenen in diens Volledige werken.





Polen willen ook monument in Duitsland



WARSCHAU, 29-10-2012 - De dag na de inhuldiging van het monument voor de Sinti- en Roma-slachtoffers van de nazi's in Berlijn heeft ook Polen opnieuw op een monument voor de Poolse nazi-slachtoffers aangedrongen.

Volgens schattingen hebben de nazi's in de Tweede Wereldoorlog minstens 1,9 miljoen niet-joodse Poolse burgers gedood. Daarbij komen nog minstens 3 miljoen omgebrachte Poolse Joden. Polen was qua percentage doden het zwaarst getroffen land uit de Tweede Wereldoolrog en had in 1939 27 miljoen inwoners.

Foto rechts: professor Bartoszewski in 2004.


De Poolse ere-staatssecretaris professor Wladyslaw Bartoszewski zegt in de krant "Rzeczpospolita" de oprichting van een dergelijk monument in de Duitse hoofdstad voor te staan. Bartzsewski is overlevende van Auschwitz en voorzitter van de Auschwitz-stichting in Polen.

"De Duitsers hebben tegen de Polen een vernietigingspolitiek gevoerd", aldus Bartoszewski vorige week. "De Duitsers hebben gevangenen en intellectuelen uit Polen vermoord." Volgens de ere-staatssecretaris moet Berlijn ook die slachtoffers gedenken. Hij zegt het thema te zullen aansnijden bij de in november geplande Duits-Poolse regeringsgesprekken. 


In de krant Rzeczpospolita staat ook dat de kwestie van de Poolse slachtoffers gevoelig ligt in Duitsland. Dat komt vooral door de Duitse ontheemden. Velen van hen zijn afkomstig uit de gebieden die Duitsland in 1945 af moest staan aan Polen.


Dat is het deel van Polen dat nu ongeveer het westelijke derde van het land beslaat en waaruit de Duitsers na de oorlog en masse vertrokken - al dan niet met dwang. Hun organisatie van verdreven Duitsers - met ruim 1 miljoen leden - heeft altijd bezwaar gemaakt tegen aandacht voor het Poolse slachtofferschap.


Al jaren dringen enkele Poolse organisaties aan op een instituut of monument voor de herdenking van de Poolse slachtoffers van de nazi's. Daaronder Unie van slachtoffers tijdens het Derde Rijk, en OST Poolse dwangarbeiders in Duitsland en een aantal andere organisaties. Zuh hebben zonder succes aan ​​de Duitse regering gevraagd om in Berlijn een documentatiecentrum en een monument voor de Poolse slachtoffers op te zetten.


Foto links: het Nederlandse monument 'De Vallende Man', dat staat in onder meer Hannover, Frankfurt, Hamburg en Salzburg.


Professor Bartoszewski was actief in het Poolse verzet tegen de Duitse bezetter. Hij overleefde het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Hij was enkele jaren minister in de Poolse regering en ontving uit Israël de onderscheiding Yad Vashem. Ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag op 19 februari 2012, werd een feest voor hem aangericht door de Poolse regering in het Poolse koninklijk paleis en werd hij toegesproken door premier Donald Tusk. Hij is voorzitter van de raad van beheer van het nationaal museum Auschwitz-Birkenau.


Op enkele plaatsen in Duitsland zijn er monumenten voor vermoorde Nederlanders. In Hannover bijvoorbeeld is op het Nederlandse ereveled voor 525 slachtoffers die vielen in het concentratiekamp Bergen-Belsen een monument, De Vallende Man. Een kopie van dit monument staat ook in Frankfurt, Hamburg en Salzburg en nog in Londen en Oslo en in Nederland.





Tentoonstelling `Beschadigd België' geopend in Algemeen Rijksarchief

BRUSSEL, 29-10-2012 - Het Belgisch Algemeen Rijksarchief in Brussel wijdt een tentoonstelling getiteld "Beschadigd België" aan de grote materiële oorlogsschade in het land. België was tweemaal frontland: in mei 1940 en in 1943-44.


Foto rechts: schade na het vergissingsbombardement op Mortsel bij Antwerpen, 5 april 1943, met 936 doden.


De oorlog liet volgens het Rijksarchief in heel België sporen van vernieling na: in elke stad en dorp, elke familie. Het archief bewaart kilometers schadedossiers rond de vergoedingen aan slachtoffers daarvan. Vanaf 27 oktober 2012 loopt de tentoonstelling.

Tussen 1940 en 1945 werden volgens het Rijksarchief 506.090 onroerende goederen - of zowat 23,3% van de gebouwen die voor de oorlog bestonden - beschadigd of verwoest. Hieronder waren 16.803 industriële en commerciële panden, 31.253 boerderijen en talloze privéwoningen. Geen enkele provincie bleef gespaard.

Eerst komt mei 1940 aan bod en de schade aangericht tijdens de achttiendaagse veldtocht. De bombardementen en opeisingen in de periode 1943-1944 vormen een tweede hoofdbrok.


De bevrijding en de hardbevochten eindoffensieven maken de cirkel rond. De V1-campagne tegen Antwerpen kostte ook vele honderden slachtoffers en duizenden bouwwerken.

In het kader van deze tentoonstelling stelt het Rijksarchief ook het boek "Puin en Wederopbouw" voor, dat handelt over de oorlogsschadedossiers van de Tweede Wereldoorlog en verwante archieven. De catalogus van de tentoonstelling wordt ter plaatse verkocht en is ook beschikbaar via de website www.arch.be.

De tentoonstelling `Beschadigd België' loopt in het Algemeen Rijksarchief, Ruisbroekstraat 2 te 1000 Brussel en is geopend op maandag van 8.30 u tot 16.00 u, van dinsdag tot vrijdag van 8.30 u tot 18.00 u en op zaterdag van 9.00 u tot 12.30 u en van 13.00 u tot 16.00 u. De toegang is gratis.



Foto links: rouwenden na het bombardement op Mortsel, na 5 april 1943.









Canadese dodenherdenking in NL dit jaar op precies 11 november




APELDOORN, 29-10-2012 - Dit jaar precies op zondag 11 november, Remembrance Day, vindt in Apeldoorn de jaarlijkse herdenking plaats van alle Canadese militairen die sneuvelden voor de bevrijding van Nederland.


Foto rechts: Het Canadese monument in Apeldoorn, waar de herdenking plaats vindt. Foto Wikipedia.


De dag staat ook bekend als Wapenstilstandsdag oftewel Poppy Day en op die dag herdenken de Britse gemenebestlanden hun gevallenen uit de oorlog. (Zie ook het bericht 'Start ´Poppy Appeal´ aanloop naar grootste oorlogsherdenking ter wereld' dd  25-10-2012, hieronder).

In totaal liggen er 5713 Canadese oorlogsgraven in Nederland uit de periode 1940-'45, zo blijkt uit de database van de Commonwealth War Graves Commission. De Canadese gesneuvelden liggen behalve in Apeldoorn, ook op allerlei andere plaatselijke kerkhoven.

In Apeldoorn is jaarlijkse de centrale herdenking. Er zijn drie grote Canadese oorlogsbegraafplaatsen:

  • de begraafplaats in Holten in Overijssel telt 1.380 Canadese doden,
  • Bergen-op-Zoom 1.087 en
  • Groesbeek 2.336.

Op deze plaatsen zijn ook meestal ook herdenkingen; in Bergen-op-Zoom heeft dat juist plaatsgevonden op de datum van de bevrijding van de stad door de Canadezen, 27 oktober.


De doden van Groesbeek vielen voor het merendeel in Duitsland bij de Operation Veritable, tijdens de moeilijke strijd in het Reichswald achter Nijmegen. Hier liggen overigens ook 268 Britten, 3 Belgen, 2 Australiërs, 2 Polen, 1 Nederlander, 1 Nieuw-Zeelander, 1 Rus en 1 Joegoslaaf.

De eerste Canadese dode was Pilot Officer Paul Edward Snyder, van het 51ste Squadron van de Royal Canadian Air Force, uit Waterloo, Ontario. Hij was 25 jaar en zij graf ligt op Eindhoven Woensel. Op diezelfde dag stierven 4 andere leden van het squadron van Snyder - het zou dus kunnen zijn dat het een bemanningslid van een grote Lancaster of Halifax was.


De laatste Canadese dode was soldaat George Buchanan Crawford, 33 jaar oud, van het  Lord Strathcona's Horse (Royal Canadians) 2nd Armd. Regt. Hij kwam uit Killarney, Manitoba. Waar hij exact stierf, is niet vermeld bij de database van de Commonwealth War Graves Commission.


Monument

Het monument is vormgegeven als een bronzen wuivende figuur met in elke hand een hoed.

Het symboliseert de uiting van vreugde en dankbaarheid voor de herwonnen vrijheid en is daarnaast een blijvend eerbetoon van Nederland aan Canada. Aan Dow’s Lake in Ottawa, Canada, staat een kopie hiervan, een tweelingmonument.

De beelden symboliseren de blijvende vriendschapsband tussen Nederland en Canada. H.K.H. Prinses Margriet onthulde beide monumenten respectievelijk op 2 mei 2000 in Apeldoorn en op 11 mei 2002 in Ottawa. 



De openbare plechtigheid in Apeldoorn vangt aan om 11.00u bij het Nationaal Canadese Bevrijdingsmonument aan de Loolaan in Apeldoorn. Publiek is hierbij van harte uitgenodigd.


Elk jaar worden op de zondag zo dicht mogelijk bij 11 november – Remembrance Day oftewel Wapenstilstandsdag – in het gehele Britse Gemenebest de militairen herdacht die sneuvelden tijdens oorlogen.


Ter gelegenheid hiervan organiseren de besturen van de Nederlandse tak van het Royal Canadian Legion en de Stichting Bevrijding ’45 sinds een aantal jaren een herdenking bij het Nationaal Canadees Bevrijdingsmonument. Aan de herdenking nemen onder andere deel de burgemeester van Apeldoorn, drs. J.C.G.M. Berends, militaire en burger genodigden, evenals kinderen van de Koninklijke Scholengemeenschap en de Heuvellaanschool, en jeugdleden van de scouting.


Na de kransleggingen is er ruimte voor het publiek om een bloemenhulde te brengen. De herdenking duurt ongeveer een uur en wordt muzikaal omlijst door het Fanfarekorps Nationale Reserve van de Koninklijke Landmacht en traditioneel door de City of Apeldoorn Pipes & Drums.

Locatie: Loolaan, Canadees Monument Apeldoorn, Loolaan, Uddel
Start: 11-11-2012  om 11u00, einde 11-11-2012 12u00
.





Kritiek op ´moderne´ dodenherdenking neemt toe

AMSTERDAM, 25-10-2012 - De bezwaren tegen de moderne dodenherdenking groeien. Deze week bekritiseert  columnist professor Afshin Ellian (foto rechts)  in Elseviers magazine deze herdenking, stellend dat nazi's en Joden niet op één monument horen.

Elsevier-medewerkers columnist Gerry van der List wees in mei al teveel nuances bij de herdenking af en commentator René van Rijckevorsel schreef in april dat een vergoelijkend SS-gedicht ongepast is op 4 mei. In mei liep ook de actie 'Gauck niet, Faber wel, tegen het betrekken van de Duitse president bij de viering van de bevrijding.

Het aantal incidenten rond de herdenking van de Tweede Wereldoorlog neemt toe. Het zijn zelfs geen incidenten meer, er valt een patroon in te herkennen. Kennelijk zijn de politiek-morele normen ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog aan het veranderen. En ook de cultuur verandert.

Vlak voor 4 mei ontstond ophef over het geoplande voorlezen van een SS-gedicht. Daarnaast was er de opschudding over de dodenherdenkin ginVorden, waar de burgemeester van de rechter het verbod kreeg om ook Duitsers te herdenken op 4 mei. Het hoger beroep van de burgemeester loopt nog. In beide gevallen was het 't Nationale Comité 4 en 5 mei, opgezet en gefinancierd door de overheid, die er geen bezwaar tegen had.Het comité hanteert sinds enkele jaren de volgende definitie van de herdenking:

“Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.”
Die definitie omvat zo gesteld  ook alle gestorven oorlogsmisdadigers, nazi's, SS-ers en Wehrmachtsoldaten in Nederland, Duitsland, Polen, Rusland, Italië en Griekenland.


Het monument in Geffen heeft als titel: Verzoening, vrijheid en vrede. Ellian wijst er ook op dat er niets meer te verzoenen valt, en bovendien dat vergevingsbevoegdheid niet toevalt een de nabestaanden.

Deze vergevingsbevoegdheid (of de macht) ten aanzien van het nazisme komt de burgemeester, de wethouder, en eigenlijk niemand toe. Niemand kan en mag namens de vermoorde joden en de gevallen verzetsstrijders - of de gewone burgers - de nazi-dienaren vergeven.

Er is ook nooit verzoening geweest met de SS of de Wehrmacht van nazi-Duitsland. Maar de Duitse burgers in het democratische Duitsland moesten worden verzoend met andere Europeanen. En dat gebeurde ook.

Toen bondskanselier Willy Brandt in Auschwitz knielde voor de slachtoffers van nazi-Duitsland, begon het verzoeningsproces tussen de volkeren. Maar is hieraan anno 2012 behoefte? Nee, die behoefte aan verzoening met burgers van het nieuwe Duitsland bestaat niet - in elk geval niet in Nederland.




'Auschwitz-fotograaf' Brasse overleden (94)

AUSCHWITZ, UPDATE 25-10-2012 - De 'Auschwitz-fotograaf' Brasse is dinsdag overleden op 94-jarige leeftijd, zo meldt het Auschwitz-museum. Ook de oudste overlevende van Auschwitz, de 108-jarige Antoni Dobrowolski is overleden.

De niet-Joodse Pool Wilhelm Brasse weigerde mee te werken met de nazi's en kwam in Auschwitz, waar hij voor de SS foto's moest maken. Hij was fotograaf van beroep. In opdracht van de nazi's maakte hij foto's van gevangenen ter identificatie. In totaal maakte Brasse meer dan 50.000 foto's in het kamp.

Eind 1940 kwam Brasse in Auschwitz terecht. Omdat hij Duits sprak en fotograaf was, werd hij aan het werk gezet. De SS-0ers documenrtteerden vrijwel alles nauwgezet. Brasse moest van elke gevangene bij hun aankomst foto's maken.

Brasse moest verder foto's maken van de medische experimenten die nazi-arts Josef Mengele uitvoerde. Mengele had de bijnaam 'Engel des doods' en deed gruwelijke experimenten op gevangenen. Nrasse verstopte foto's met het doel deze later als bewijs tegen de Duitsers te gebruiken.

Na de oorlog zijn de meeste foto's van Brasse vernietigd. Brasse fotografeerde nooit meer na de oorlog. Een aantal zijn bewaard gebleven en te zien in het museum van Auschwitz. In 2005 werd er ook een documentaire gemaakt van Brasse onder de titel 'De Portrettist'. Hieronder een aantal foto's van Brasse die bewaard zijn gebleven. Het EO-programma Moraalridders koos Brasse tot 'Moraalridder van de week'.

Dobrowolski

Zondag overleed Antoni Dobrowolski, waarschijnlijk de oudste overlevende van concentratiekamp Auschwitz. Hij is op 108-jarige leeftijd in het Poolse stadje Dębno (uitspr.: Dembno)  overleden. Dat maakte het Auschwitz-museum bekend.

De Duitsers pakten deze niet-Joodse Poolse leraar in 1942 op omdat hij in het geheim lesgaf. De Duitsers vielen Polen op 1 september 1939 binnen en sloten o.m. alle scholen. Doel was de Polen dom te houden. Kinderen tot vier jaar mochten nog naar school.
In het geheim kon er nopg wel onderwijs gevolgd worden.

Dobrowolski, leraar Pools, kwam in juni 1942 in concentratiekamp Auschwitz. Later moest hij naar de kampen Gross-Rosen en Sachsenhausen. Dobrowolski bevond zich in dit laatste kamp, bij Berlijn, toen hij in 1945 werd bevrijd.

Na de oorlog vestigde Dobrowolski zich in Dębno in het noordwesten van Polen. Hij hernam zijn werk.






Donald 60, maar toch al

actief in 1943



AMSTERDAM, 21-20-2012 -Vorige week vierde Donald Duck in Nederland zijn 60ste verjaardag. Maar hij was al in de oorlog actief in de propaganda. Dat is een periode waar Disney nu niet graag aan herinnerd wordt. Donald toont zich in de film ' Der Fuehrer's Face': van zijn beste kant als onderdaan van de nazi-staat.


Der Führer's Face (originele titel: Donald Duck in Nutzi Land) is een Amerikaanse animatiefilm geproduceerd door Disney Productions en uitgebracht in 1943 door RKO Radio Pictures.




De cartoon, die Donald Duck toont in een nachtmerrie waarin hij in een nazi-fabriek werkt, werd gemaakt in een poging om Amerikaanse oorlogsobligaties  te verkopen en is een voorbeeld van Amerikaanse propaganda tijdens de Tweede Wereldoorlog .


De film werd geregisseerd door Jack Kinney en beschikt over aangepaste en originele muziek van Oliver Wallace. De film staat bekend om originele song Wallace's "Face Der Führer ', die daadwerkelijk werd eerder uitgebracht door Spike Jones .

Der Führer's Face won bovendien nog de Academy Award voor Best Animated Short Film op de 15e Academy Awards. Het was de enige Donald Duck-film die ooit die eer kreeg,  hoewel acht andere Duckfilms werden genomineerd. In 1994 werd 'Der Fuhrer's Face' uitgeroepen Nummer 22 van "de 50 Greatest Cartoons aller tijden'.


Echter, vanwege de propagandistische karakter en de afbeelding van Donald Duck als nazi (zij het met tegenzin), hield Disney de film uit de algemene circulatie na de oorspronkelijke release.


Hier ook de tekst van het gelijknamige lied uit de cartoon:

Refrein

When der fuehrer says we is de master race
We heil heil right in der fueher's face
Not to love der fuehrer is a great disgrace
So we heil heil right in der fuehrer's face

When Herr Goebbels says we own the world and space
We heil heil right in Herr Goebbels' face
When Herr Goring says they'll never bomb dis place



We heil heil right in Herr Goring's face


Are we not de supermen Aryan pure supermen
Ja we are the supermen (super duper supermen)
Is this Nutsy land so good


Would you leave it if you could
Ja this Nutsy land is good
We would leave it if we coul
d



We bring the world to order
Heil Hitler's world to order
Everyone of foreign race
Will love der fuehrer's face
When we bring to the world dis order

Refrein

Instrumental Interlude

Refrein

Naschrift dd 29-10-2012:

Zoals uit enkele reacties bleek, bestaan er meer Donald-Duckfilms die voor de propaganda gemaakt werden. Op Youtube zijn er ongeveer 5 te vinden. De Link: Youtube.com. AG




Joodse organisaties maken bezwaar tegen tekst monument


AMSTERDAM, 17-10-2012  - Het Centraal Joods Overleg maakt bezwaar tegen het vermelden van Duitse soldatennamen op een monument in het Brabantse Geffen (gemeente Maasdonk). De soldaten komen naast Nederlandse slachtoffers te staan. Het monument zou zaterdag onthuld worden. De kleine organisatie Federatief Joods Nederland (FJN) maakt hetzelfde bezwaar.

Ook deze site Nieuwswo2.tk protesteert tegen het vermelden van de namen op het oorlogsdodenmonument in Geffen. Hoofdredacteur Graaff zal met enkele medestanders in Geffen actie gaan voeren als zaterdag het monument geplaatst wordt.

„Het bij elkaar brengen van de daders van de gruwelen van de WO II en de slachtoffers daarvan, doet groot onrecht aan degenen die slachtoffer waren van een moordzuchtig regime en hen die het kwaad bestreden”, stelt het CJO in een persbericht.


Foto links: Betje van Dijk uit Geffen in 1927. Zij kwam om in één van de vernietigingskampen.


De organisatie wil dat Nederlanders ervoor oppassen „de geschiedenis niet te vervalsen door iedereen onder dezelfde noemer te willen herdenken.”

De  FJN heeft woensdag per brief een gesprek aangevraagd met de burgemeester van Maasdonk. Volgens voorzitter Herman Loonstein is het „onbegrijpelijk” dat de gemeente een dergelijk monument wil plaatsen. De gemeente Maasdonk kon nog niet reageren.

Afgelopen voorjaar ontstond eveneens commotie over de herdenking van Duitse soldaten. FJN stapte in mei naar de rechter om te voorkomen dat de Gelderse gemeente Bronckhorst tijdens de dodenherdenking op 4 mei ook Duitse soldaten zou gedenken.


De dodenherdenking mocht doorgaan maar de rechter bepaalde toen wel dat burgemeester Henk Aalders de graven van Duitse soldaten moest mijden. De FJN kondigde toen aan volgend jaar de herdenkingen in alle gemeenten in de gaten te zullen houden en naar de rechter te stappen wanneer elders ook Duitse soldaten worden herdacht.

De hoofdredacteur van de site vindt het onbegrijpelijk dat mensen zo kunnen dwalen. "Het thema van het monument is nota bene 'Vrijheid' - dat stond er tenminste op het oude monument dat in 2011 gestolen werd en nu vervangen wordt. Maar Duitse soldaten deden met hun terreur en moordpartijen juist alles tegen die vrijheid. Zij vormden, of ze daar nu helermaal achter stonden of niet, een dodelijke bedreiging voor die vrijheid. Die soldaten horen daarom niet op 4 mei herdacht te worden. Iedereen kan hen privé herdenken wanneer hij of zij wil, maar niet tijdens de herdenking van de Nederlandse slachtoffers."



Maasdonk mikt op verzoening - maar met wie?

GEFFEN, 18-10-2012 - Wethouder Rini van de Ven van de gemeente Maasdonk erkent dat Duitse soldaten in de oorlog niet streden voor vrijheid, maar het kost enige moeite hem tot die erkenning te brengen. Niettemin komen de namen van 14 van die soldaten op het nieuwe 'verzoeningsmonument' in Geffen, een dorp in Maasdonk, te staan, vlakbij die van Joodse slachtoffers..

Volgens Van de Ven  (foto onder) is de suggestie om Duitsers erbij te vermelden afkomstig van de plaatselijke Heemkundige vereniging. Maar behalve verzoening, worden ook de thema's vrede, verdraagzaamheid, vrede en vrijheid aan het monument gehecht.

Families van de nabestaanden uit Geffen zijn volgens de wethouder allemaal gepolst en bleken positief over het vermelden van de Duitse soldaten. Alleen de Joodse familie Van Dijk zegt vandaag dat zij niet wil dat de naam van hun verwant op hetzelfde monument staat als die van een Duitser.

Er zijn op het Joods digitaal monument 12 mensen te vinden, vrijwel allemaal Van Dijk geheten, die in Geffen geboren zijn en tijdens de oorlog overleden. Geffen heeft ook een Joodse begraafplaats die opgericht was vanuit het naburige Oss, waar een grotere Joodse gemeenschap leefde.


Op het monument in Geffen zullen in totaal 17 Nederlandse, 14 Engelse en 16 Duitse oorlogsslachtoffers worden vernoemd. "Eigenlijk kende Geffen een oorlogstijd van een paar weken in 1944", zegt amateur-historicus Ruud Verhagen tegen het Brabants Dagblad.

"Ja, in 1942 boorde een vliegtuig zich in de Geffense grond waarbij zeven Engelsen omkwamen. Maar de felste strijd woedde toch vlak voor de bevrijding, oktober ’44. De Engelsen bevrijdden Oss en verjoegen de Duitsers uit Geffen - dat niemandsland werd. Soldaten troffen elkaar daar tijdens het patrouilleren, met ook burgerslachtoffers tot gevolg.”


De gemeente Maasdonk had overigens in haar aankondiging van de onthulling van het nieuwe monument niet vermeld, dat het om Duitse namen zou gaan, noch dat die bij Joodse namen zouden staan. Door oplettendheid van het Federatief Joods Overleg is dit aan het licht gekomen. Voor de onthulling van zaterdag zijn naast nabestaanden van de overledenen uit Geffen zijn ook nabestaanden van de overledenen uit Engeland, Ierland en Duitsland uitgenodigd. In totaal zijn circa 30 personen uit het buitenland aanwezig bij de activiteiten.

Met wie de wethouder zich dan verzoent, kan hij niet aanduiden. Hij erkent dat de Duitsers die destijds daders waren, na de oorlog nooit in Geffen zijn geweest om hun excuses aan te bieden voor wat zij daar gedaan hebben.

De wethouder weet ook dat de Duitsers nooit één Nederlanders oorlogsmisdadiger uit Duitsland hebben uitgeleverd. Hij weet ook van de affaire Gauck niet, Faber wel. Ook de Duitse president heeft op bezoek in Nederland geen excuses aangeboden voor Duitse daden. De wethouder erkent dat een dergelijke geste ook vreemd zou zijn, omdat Gauck en andere Duitsers van na de oorlog niets misdaan hebben en zich dus nergens voor te hoeven verontschuldigen.
Op de vraag met wie de wethouder of de gemeente zich dan gaat verzoenen, blijft de wethouder het antwoord schuldig. Wel erkent hij dat de Nederlandse slachtoffers die op het monument staan, geen inspraak meer hebben bij veranderingen aan het monument en dat je dus eigenlijk om die reden niets moet veranderen.

Nieuws-wo2 heeft ook geprotesteerd tegen het voorlezen van een SS-gedicht op de Dam in mei van dit jaar. Via de site zette Graaff met steun van het Simon Wiesenthalcentrum in mei een actie op tegen de komst van uitgerekend de Duitse president Gauck, die in Breda de bevrijdingslezing moest gehouden.


Verzoening is goed, maar hangt ook af van berouw. Dode Duitse soldaten kunnen nooit meer berouw tonen.


Bovendien moet je even inschatten wat de gesneuvelde Nederlanders zouden willen: zouden zij met hun aartsvijanden op één monument willen staan? Met de mensen die hun dood direkt of indirekt veroorzaakt hebben? Laat me niet lachen!"


Comité 4 en 5 mei

Graaff wijt deze onbegrijpelijke gedachtenstoring aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei in Amsterdam. "Die hebben zich meester gemaakt van de 4 en 5 mei-herdenking."


"Op 4 mei moeten Nederlanders op gezag van het comité op de Dam nu opeens alle Nederlandse doden uit alle oorlogen gedenken. Graaff: "Dus ook de Nederlandse SS-ers en andere gruwelijke oorlogsbeulen en collaborateurs die bijvoorbeeld door het verzet vermoord zijn. Het comité heeft de herdenking gekaapt, en wou vorig jaar zelfs een SS-gedicht laten voorlezen op de Dam. Dat werd gelukkig door o.m. het Auschwitz-comité voorkomen."


"Fout is opeens niet meer fout - hoe moet je dat aan je kinderen uitleggen? Die moeten wij juist een scherp besef van goed en fout bijbrengen. Zeker moeten we ze ook leren verzoenen, maar daarvoor is een andere tijd en plaats."






Kindermuseum van Verzetsmuseum open in 2013


AMSTERDAM, 17-10-2012 -  Het Kindermuseum van Verzetsmuseum in Amsterdamzal in 2013 open gaan. In een nieuw aanpalend gebouw het museum kunnen kinderen ervaren hoe leeftijdgenootjes de oorlog hebben beleefd, zo maakt het museum bekend.

Het Verzetsmuseum streeft al sinds 2007 naar een aprt kindermuseum. Een groot deel van de bezoekers zijn schoolkinderen uit Amsterdam en wijde omgeving.

Rechtszaken van omwonenden, problemen met vergunningen en een faillissement van de aannemer hebben enkele jaren vertraging veroorzaakt. De recessie maakte het volgens het museum moeilijk om geld van fondsen te krijgen. De kosten van de bouw van het nieuwe museum bedragen 3,4 miljoen euro.

De opening staat is voorzien voor oktober 2013. Dit wordt in Nederland het eerste kindermuseum over de Tweede Wereldoorlog. 


Foto links: het schema van de nieuwbouw van het Kindermuseum.


Het museum heeft daarvoor vier echte ooggetuigen opgespoord - Jan, Nelly, Eva en Henk - die hun verhaal doen. Zij zijn nu gemiddeld 82 jaar. Tijdens de oorlog waren ze zelf kinderen tussen de 9 en 14 jaar.

De ooggetuigen komen uit verschillende families: Nelly komt uit een NSB-gezin, Jan bezat een vader die onderduikers hielp, de Joodse Eva moest zelf onderduiken en overleefde concentratiekamp Auschwitz en Henk komt uit een 'alledaags' gezin. Op een oppervlakte van 300 vierkante meter horen bezoekende kinderen via videofragmenten en originele objecten hun verhaal.

De ervaringen van de hoofdpersonen zijn bijeengebracht rond een plein dat het straatbeeld uit de bezettingstijd nabootst, met alle geluiden van overkomende vliegtuigen - die na het eerste oorlogsjaar vrijwel dag en nacht te horen waren.

In een hoek van het nieuwe museum komt het restant van een neergestort vliegtuig te liggen. Daarbij presenteert het museum het verhaal van kinderen uit andere landen van de wereld.





Museum Fort Hoek van Holland bedreigd met sluiting

HOEK VAN HOLLAND, 16-10-2012 - Het museum Fort Hoek van Holland wordt bedreigd met sluiting.De eigenaar, de gemeente Rotterdam, wil de huur verhogen van nu € 5.000 per jaar naar € 135.000. Volgens de gemeente is dat laatste bedrag kostendekkend.

Tijdens WO2 was het fort in gebruik. Het heeft een korte maar opvallende rol in de geschiedenis gespeeld, omdat hier op 13 mei 1940 de laatste kabinetsvergadering op Nederlandse bodem plaatsvond, van het kabinet onder jhr De Geer, vlak voordat het kabinet naar Engeland vluchtte.


De huidige huurder is de Stichting Fort aan den Hoek van Holland. Deze heeft met 80 vrijwilligers de afgelopen 18 jaar een grote reeks onderhoudswerken uitgevoerd. In 2007 kreeg de stichting de vrijwilligersprijs van de gemeente Rotterdam.


Het fort is in 2009 en 2010 dicht geweest voor een grote renovatie. Het jaarlijks bezoekersaantal ligt op ongeveer 18.000 mensen. Het huurcontract loopt per 1 januari 2013 af en is nog niet verlengd.

Het fort werd gebouwd in 1889 om de Nieuwe waterweg te beschermen. Het bestaat uit kazematten met daarin grote geschutskoepels voor groot geschut, plus bijbehorende gebouwen, in totaal 100 vertrekken, vrijwel allemaal ondergronds. Het fort had een bemanning van 300 man. Op 1 september 1989, de dag dat het fort 100 jaar bestond, opende de toenmalige defensieminister Frits Bolkestein het museum.

Na WO1 werd het fort enkele jaren buiten gebruik gesteld. Op 29 maart 1938 kwamen er  vanwege oorlogsdreiging weer een bezetting. Tijdens de WO2 was het in handen van de Duitsers, die het inrichten als hospitaal en bakkerij.Ze voegden enkele bunkers en een liftgebouw toe. In 1943 sloopten de Duitsers de koepels, kanonnen en stoommachines,en brachten deze naar Duitsland brengt waar ze werden omgesmolten.


Na de oorlog gebruikte de Marine het gebouw als kazerne. Later werd het een opslagplaats van de Marine Inventarisdienst tot 91981 en stond daarna 8 jaar leeg. Het gebouw is een rijksmonument. In 2010 voltooide de gemeente Rotterdam de restauratie, die ongeveer € miljoen heeft gekost. In 2011 liet de gemeente Rotterdam een exploitatieplan maken. De gemeente stelt dat het dagelijks beheer aanzienlijke kosten met zich meebrengt. Er is nu mogelijk een nieuwe gegadigde als huurder, maar onbekend is wie dat is.



Monument voor nazi-legerdeserteurs komt toch in centrum Wenen



WENEN, 15-10-2012  - Pal voor de beroemde Hofburg en de bondskanselarij in Wenen, zetel van de Oostenrijkse premier oftewel kanselier, komt een monument voor Oostenrijkse soldaten die deserteerden uit de nazilegers.

Foto rechts: het uitzicht vanuit de bondskaselarij op de Ballhausplatz.

Het besluit daartoe verliep moeizaam en na maandenlange discussie binnen het stadsbestuur, maar dit heeft vrijdag besloten dat het Ballhausplatz de plek voor het monument wordt. Het monument moet er in 2013 staan en het kost ongeveer 200.000 euro.

Het besluit krijgt brede steun van Oostenrijkse politici, schrijvers, kerkleiders en intellectuelen. O.m. de Oosterijkse Nobelprijswinnares (literatuur 2004) Elfriede Jelinek schrijft over dit besluit:
Neben all den Kriegerdenkmälern in Österreich ist es die Pflicht dieses Landes, auch derjenigen zu gedenken, die, unter Einsatz ihres Lebens, einen verbrecherischen Krieg nicht mitmachen wollten. Ihnen gebührt Ehre und Anerkennung.“

Vertaald: "Naast alle oorlogsmonumenten Oostenrijk is het de plicht van dit land om ook diegenen te gedenken, die met inzet van hun leven niet mee wilden doen aan een misdadige oorlog. Wij zijn hen eer en erkenning verschuldigd."

Oorspronkelijk zou het monument op de imposante en veel grotere Weense Heldenplatz moeten  komen, het plein voor de Hofburg en vlak naast de Ballhausplatz. Op de Heldenplatz wordt echter een parkeergarage gebouwd.

Het Derde Rijk annexeerde Oostenrijk in 1938 met hulp van de Oostenrijkse bondskanselier en de latere nazi-gouverneur van Nederland, dr Arthur Seyss-Inquart, die rijksstadhouder werd van wat daarna de Ostmark (van Duitsland)  heette. De meerderheid van de Oostenrijkers juichte dat toe.

In het gehele nazirijk, waarvan Oostenrijk in de oorlog een provincie vormde, zijn ongeveer 23.000 militairen geëxecuteerd wegens desertie - maar hoeveel van hen exact in de toenmalige Ostmark is niet bekend. Ook werden er doodvonnissen voltrokken tegen helpers van deserteurs, onder wie vrouwen, zoals bijvoorbeeld Maria Peskoller uit Villach.

Het gemeentelijk besluit over het monument voor wat in het Duits 'Fahnenflucht' heeft, werd genomen na luide kritiek van Weense leden de rechts-nationalistische en populistische Freiheitliche Partei Österreichs (FPÖ), vooral bekend van de intussen overleden leider en politicus Jörg Haider, zoon van een nazivader en -moeder. De FPÖ kreeg geen bijval van andere partijen.

Het besluit kreeg instemming van Thomas Geldmacher, leider van het Oostenrijkse comité „Gerechtigkeit für die Opfer der NS-Militärjustiz“ - (gerechtigheid voor de slachtoffers van militaire justitie onder de nazi's). Dit comité heeft in 2008 ook een vereniging voor rehabilitering van de slachtoffers opgericht. Dezen zijn niet alleen vaak slecht behandeld na de oorlog, zij kregen omdat zij officieel als 'deserteur' en veroordeelde aangemerkt werden, vaak grote problemen met werkgevers of de overheid op het gebied van bijv. pensioenen. Pas op 1 december 2009 trad in Oostenrijk een wet in werking, die nazideserteurs officieel rehabiliteerde.
 
De stad Wenen richtte in 1984 een monument op in het Donaupark in Wenen voor verzetsleden uit de Wehrmacht, die geëxecuteerd werden. 

Foto links: een aanplakbiljet mete en waarschuwing voor deserteurs uit 1945 in Danzig.

Nederland
Ook in Nederland deserteerden Duitse soldaten. Bekend is de executie van twee Duitse marinemannen, nog op 13 mei 1945 op het Zeeburgereiland in Amsterdam: Rainer Beck, Bruno Dorfer.

Dr Lou De Jong schrijft in zijn 'Koninkrijk' in deel 10b, 1ste helft, pag 33: ' Het aantal deserteurs nam toe (alleen al in december '44 werden bijna honderd militairen van de Wehrmacht gearresteerd door de Feldgendarmerie 'wegen Fahnenflucht oder unerlaubter Entfernung'2), niettemin was er in de eenheden als geheel nog een ruime mate van cohesie.'

In Bussum werd in maart 2012 een oproep tot desertie van een Duitse soldaat uit april 1945 ontdekt. Wie deze ondergedoken soldaat was, is nog niet ontdekt. Zie bericht 30 maart 2012 hieronder (scroll naar beneden).





Churchill-documenten tegen betaling online te zien



LONDEN, 12-10-2012 - Archiefdocumenten van en over Winston Churchill, met inbegrip van concepten van toespraken en schoolrapporten, zijn gedigitaliseerd en staan nu online. Daarvoor moet echter aan een particuliere uitgever betaald worden. De toegang is nog niet beschikbaar voor privépersonen.

Concepten van oorlogstoespraken behoren tot bijna een miljoen gearchiveerde documenten met betrekking tot de voormalige Britse premier Winston Churchill die nu zijn gedigitaliseerd, zo meldt de Daily Telegraph. .

Andere documenten die online staan voor voor universiteitsbibliotheken, openbare bibliotheken en scholen zijn Churchills schoolrapporten en persoonlijke correspondentie met familieleden en andere leiders.

Er zijn ook 10 speciaal geselecteerde documenten gratis in te zien op de nieuwe site. Het gaat om documenten uit alle perioden van Churchills leven. Hieronder een brief van vlak na de vrede in Europa aan de delegatie van Groot-Brittannië die in San Francisco onderhandelde over de oprichting van de UN. Churchill spreekt er zijn zorg over de communistische macht in uit.

In augustus vond er in the Morgan Museum and Library in New York een tentoonstelling over Chuchill plaats. Daaraan is gekoppeld de site Discoverchurchill.org, bedoeld voor de jeugd.

Kwitanties van aankopen en sigaarrekeningen zijn ook beschikbaar. In de documenten zijn er verwijzingen naar Churchills voorkeur voor cognac, en waarschuwingen van MI5 dat geschenken met Cubaanse sigaren vergif of explosieven konden bevatten.

Churchill verwijst ook naar coalitieregeringen, suggererend dat zij in 'bijzondere tijden' nodig kunnen zijn.

Foto links: een brief van Churchill van 12 mei 1945 over het gevaar van het communisme. Klik op de foto voor een vergroting.

Het gehele Churchillarchief, berustend bij Churchill College, Cambridge, is gepubliceerd door Bloomsbury Publishing na de voltooiing van een twee jaar durende digitalisering gebaseerd op een overeenkomst met het Sir Winston Churchill Archve and Churchill Trust.

Universiteiten en scholen moeten een contributie betalen afhankelijk van hun omvang om toegang te krijgen. Abonnementen zijn nog niet beschikbaar voor personen die niet zijn aangesloten bij een instelling.

Allen Packwood, secretaris van de Sir Winston Churchill Archive Trust zei dat de digitalisering van de documenten "het mogelijk maakt dat de verzameling zijn ware potentieel vervult doordat Churchill's woorden opnieuw een wereldwijd publiek bereiken ."

Zie ook http://www.churchillarchive.com/index voor meer details.








Oorlogsbom in Potsdam: 11.000 evacués

POTSDAM, 12-10-2012 - Vanochtend moesten 11.000 inwoners van de stad Potsdam bij Berlijn hun huizen verlaten omdat daar een bom uit WO2 opgeruimd wordt.

File:Potsdam-Sanssouci-2007.jpgDe politie, brandweer en 330 medewerkers van de stad zijn ingezet bij de evacuatie. De bom moest om elf uur ontmanteld worden, maar er is vertraging opgetreden.Geëvacueerde bewoners kunnen in een school terecht. Het plan was om de bom om 11 uur te neutraliseren, maar dit is niet gelukt omdat de evacuatie nog niet klaar was.


Foto rechts: Potsdam is o.m. bekend van het slot Sanssouci, waar Frederik de Grote leefde.


De Amerikaanse 250-ponder werd ontdekt op privégrond in de wijk Am Stern. Omdat hij volgens het stadsbestuur niet getransporteerd kan worden, moet hij ter plekke worden ontmanteld.


Mocht dat mislukken, dan zoekt de gemeente een andere plek. Alle bewoners werd gevraagd om de woonwijk om 7.30 uur te verlaten binnen een 600-meter cirkel . Veel oudere mensen wonen er en er zijn talrjke bedrijven, winkels en andere voorzieningen.


Invalide of of bedlegerige bewoners moeten zich aanmelden op donderdag bij de brandweer.  Vanwege de bom een aantal wegen in de woonwijk afgesloten.

De eigenaar van het terrein met de bom had geruchten van zijn familie onthouden, over een bom in de nabijheid van het huis tijdens de oorlog, meldde een woordvoerder van de stad. De aanleiding voor zxijn speurtocht was de mislukte ontmanteling van een bom in München in augustus, waar veel gebouwen werden beschadigd en een miljoen schade werd aangericht.In juli werd in Potsdam een Sovjet-bom opgeblazen zonder dat enige schade. 


De stad is in de oorlog zwaar gebombardeerd, vooral op 14 april 1945. Na de oorlog vond in het Cecilienhof de Conferentie van Potsdam plaats, waaraan de overwinnaars (Truman, Churchill deelnamen (foto links).


Volgens een bericht in de Berliner Morgenpost bevinden zich onder de spoorlijnen in het nabije Oranienburg (genoemd naar het paleis dat daar door Johan Maurits van Nassau Siegen gebouwd werd) ook nog veel blndgangers. Vanwege een wapenfabriek hebben de geallieerden daar volgens het bericht 10.500 bommen afgeworpen, waarvan er volgens de universiteit van Cottbus nog 20 onder de spoorbaan liggen.


Eind augustus mosten 4.000 bewoners van de stad geëvacueerd worden na een bommelding. Sinds woensdag wordt het baanvak Berlijn-Rostock, waar Oranienburg aan ligt, op bommen onderzocht door 80 tot 90 man van een gespecialiseerd bedrijf. Een zegsman stelt dat elke bom opsporen 100.000 euro kost.




EXCLUSIEF

Veel Grieken willen nog altijd genoegdoening van Duitsland
.
ATHENE, 11-10-2012 - Kanselier Merkel was op bezoek in Athene - waar de Grieken niet lopen te juichen bij het zien van belangrijke Duitsers. Dat heeft meer dan één reden. Veel Grieken willen nog altijd genoegdoening van Duitsland.

De Grieken hebben tijdens de oorlog zeer zwaar geleden tijdens wat zij zelf net als de Nederlanders  'De Bezetting', 'Η Κατοχή' (I Katochi) noemen.


Links: de drievoudige bezetting van Griekenland.

Blauw = Italiaans, rood = Duits en groen = Bulgaars.

Griekenland had ongeveer net zoveel inwoners als Nederland, maar is vier maal zo groot. Partizanen hadden er de ruimte om zich te verstoppen.


Zij hebben na de oorlog wel enkele betalingen en goederenzendingen uit Duitsland gekregen, maar veel daarvan bereikte Griekenland nooit.


Bovendien was de oorlogsschade veel groter dan in de meeste Westeuropese landen, terwijl Griekenland eigenlijk nooit aan een goede eindafrekening met de Duitsers toegekomen is.

Dat had ook te maken met de burgeroorlog waarin het land meteen na de oorlog terechtkwam - de buitenlandse belangen werden toen slecht behartigd.


Maar de oorlog steekt veel Grieken nog steeds - de Duitsers hebben er duizenden mensen gedood en honderden dorpen vernietigd en de sporen daarvan zijn nog altijd te zien.

Behalve de term 'bezetting' bestaan er nog andere grote overeenkomsten met Nederland. Beide landen hadden ongeveer evenveel inwoners in 1940, 9 miljoen, beide koningshuizen vluchtten, beide landen verloren relatief evenveel Joden, en beide landen vormden het toneel van enorme luchtlandingen -  en in beide landen ontstond een groot verzet. Alleen was dat in Nederland geweldloos, en in Griekenland niet. Dat hebben de Grieken geweten.


Verschil
Maar er was ook één verschil: in Griekenland was alles tien keer erger voor de bevolking. Nederland heeft zijn Putten, vanwaar de Duitsers 600 mannen in oktober 1944 naar Neuengamme versleepten als represaille na een aanslag - de Grieken hadden wel vijftig Puttens. Onze Hongerwinter kostte 20.000 mensen het leven door de genadeloze hardheid van de nazigouverneur Seyss-Inquart - in Athene alleen al stierven tijdens de grote Griekse hongersnood van 1941-42 rond 300.000 Griekse burgers.

 
Konstantinos Koukidis

Het meest dramatische Griekse bezettingsverhaal was misschien het begin: de dag dat de Duitse troepen, 27 april 1941, de Akropolis bereikten.

Daar troffen zij de dienstdoende soldaat bij de Griekse vlag en bevalen hem deze te strijken, wat hij deed.

Maar daarna rolde deze Konstantinos Koukidis zich onverhoeds in zijn vlag en wierp zichzelf de diepte in... daar kunnen de Februaristaking noch de Achttien dooden bijna niet tegenop.

Nu staat er voor Konstantinos onder de Akropolis een plaquette, maar sommige Grieken geloven dit verhaal niet, omdat er nooit Griekse getuigen van zijn gevonden.

Het klopt alleen wel met de intensiteit van wat er daarna gebeurde.



Foto boven: generaal Von Brauchitsz op de Akropolis.

En ander opvallend verschil is dat de Grieken met drie bezetters te maken hadden: eerst de soepele Italianen, dan de harde Duitsers met in hun kielzog de net zo meedogenloze Bulgaren, die Macedonië annexeerden, de Joden volgens de naziregels deporteerden en vrijwel meteen met ethnische zuiveringen tegen de Grieken begonnen.


Evenveel Joden
Uit Griekenland verdwenen relatief evenveel Joden in de Shoah als uit Nederland: ruim driekwart van hun 70.000. Sommige Joodse gemeenschappen, zoals van de Romanioten, hadden er meer dan 2.000 jaar kunnen bestaan en tijdens de Spaanse inquisitie hadden Sephardische Joden in Griekenland een veilig toevluchtsoord gevonden.

Andere punten van overeenkomst waren de vrij algemene Griekse afkeer van de Duitse aanvallers en de sterke vrijheidsdrang van de Grieken. In weinig andere landen is het gewapend verzet zo sterk geweest, behalve misschien in de Sowjet-Unie, maar daar is nog steeds niet voldoende documentatie over beschikbaar.


Ook de Grieken vochten bij de Duitse inval tot ze niet anders meer konden, net zoals Nederland zich pas na het terreurbombardement op Rotterdam overgaf,  hoewel het Nederlandse leger op dat moment nog niet verslagen was en de Duitsers de Slag om Den Haag hadden verloren.


Dat ging gepaard met verbazend grote Duitse vliegtuigverliezen, het terugveroveren van de drie Haagse vliegvelden door de Nederlanders plus het gevangennemen van 1.700 Duitse para's.

Wat verzet betreft heeft Nederland met zijn ongewapende onderduikbeweging ook een belangrijk hoofdstuk in de Europese geschiedenis van de oorlog geschreven, al wordt dat niet overal opgemerkt of erkend, zelfs niet door sommige Nederlandse auteurs.


Zo'n 350.000 mensen doken onder, zeg maar de hele stad Utrecht, en werden verzorgd en gehuisvest door ruim 500.000 andere mensen - cijfers van het NIOD. Dat komt neer op 1 op de tien Nederlanders.

Maar de omvang van het Griekse verzet blijft voor buitenstaanders ongelofelijk. Er zijn redelijke schattingen - nu we 70 jaar verder zijn is gelukkig veel meer duidelijk - die stellen dat er 1,8 miljoen Grieken meededen aan het gewapende verzet.


Foto links: Duitse soldaten rusten uit tijdens de Slag om Kreta, 20 juni 1941.


Dat is 1 op de vijf Grieken. Die liepen niet allemaal met een geweer en verborgen zich zeker niet vier jaar lang continu in de heuvels.


Ook in Griekenland moesten er berichten rondgebracht worden, wilden mensen hun vrouw en kinderen af en toe zien, moest er eten opgehaald worden - maar het getal blijft ontzagwekkend.


De bevolking van het land was gelijk aan die van Nederland:  maar het land is viermaal zo groot en biedt veel ruige schuilplaatsen. De Grieken betaalden hun verzet echter met wel erg veel bloed: de schatting is dat er 500.000 Grieken door de Duitsers omkwamen. Nederland heeft 200.000 oorlogsdoden.

Die Duitse reactie begon al bij de inname van Griekenland. Het laatste hoofdstuk daarvan was Kreta, dat door de Britten, Australiërs en Nieuw-Zeelanders bezet werd gehouden. Die konden het echter niet houden tegen de Duitse para's - net als in Nederland zetten de Duitsers hier hun luchtlandingstroepen in, ook weer onder generaal Kurt Student.

  
 

Duitse Massamoorden in bezet Europa 1939-1945

Opvallend is dat in deze incomplete lijst van massamoorden
met meer dan 150 slachtoffers, de Grieken 6 maal voorkomen.
Ook de aantallen doden zijn in Griekeland hoger dan in alle
andere vermelde landen samen.
De massamoord in Kefallonia betrof Italiaanse soldaten die door
de Duitsers werden afgeslacht.

Kedros of Amari (Gr)                  164    22-08-1944
Kandanos (Gr) 
 
                     180    03-06-1941
Tulle (Fr)                              200    09-06-1944
Distomo (Gr)                         218    10-06-1944
Kommero (Gr)                      317    16-08-1943
Ardeatijnse grotten (It)          335    24-03-1944
Lidice (Cz)                           340    10-06-1942
Viannos & Ierpetra (Gr)       >500    14-16-09-1943
Putten (Nl)                           552    01-10-1944
Oradour (Fr)                         642    10-06-1944
Sant'Anna di Stazzema (It)    560    12-08-1944
Marzabotto (It)                     800    29-09 tot 5-10-1944
Kalavryta (Gr)                   1.430    13-12-1943

Kefallonia (Gr)                  5.600    21-24-09-1943
                                       (It. Acqui divisie)


Zie ook: Axis  occupation  of  Greece (Wikipedia)


Copyright FP Media VOF, Amsterdam 2012

En ook in Griekenland bleek dat een uiterst kostbare zaak: volgens Churchill verloren de Duitsers er 15.000 man, van wie 5.000 doden. Deze operatie kostte ook weer honderden vliegtuigen: bijna 400 - in Nederland was dat rond 500. Nog één zo'n Duitse operatie en de oorlog zou snel over zijn geweest.

Opvallend was bovendien dat de Duitsers op Kreta meteen te maken hadden met gewapende tegenstand van de bevolking - instant-partizanen. Dat liep al meteen na de Duitse overwinning uit de hand.


Generaal Kurt Student gaf de order dat er strenge represailles moesten komen tegen vechtende burgers. Er werden in het dorp Kandaros 180 mensen vermoord, hun vee werd gedood en hun dorp vernietigd. Datzelfde gebeurde met de dorpen Floria en Kakopetro.

Twee jaar later vond opnieuw op Kreta plaats wat nu de 'Holocaust van Viannos' heet: de bewoners van Viannos en 20 naburige dorpen werden wegens partizanenactiviteiten in hun regio vermoord, ruim 500 doden in twee dagen. Dat leverde generaal Friedrich-Wilhelm Müller de bijnaam 'de slager van Kreta' op. Müller kreeg in Griekenland de doodstraf in 1947.


Griekenland wilde Student ook uitgeleverd hebben, maar hij kreeg in Duitsland vijf jaar, waarvan hij er éé uitzat, en stierf in 1978. Zoals Müller en Student waren er tientallen commandanten die nooit behoorlijk of helemaal niet berecht zijn voor hun oorlogsmisdaden. Ook die dingen steken nog altijd. En natuurlijk is Merkel het teendeel van een nazi - zij is niet eens in de oorlog geboren. Maar dat maakt op veel Grieken onder de omstandigheden weinig indruk.





Polen willen erkenning voor hun rol bij Enigma code-kraak

 

WARSCHAU, 10-10-2012 - De grootste codekraak uit WO2 wordt geprezen als een meesterzet van de Britse codebrekers, waardoor Adolf Hitler kon worden verslagen en de levens van duizenden geallieerde soldaten konden worden gespaard.


Maar het land dat als eerste door de nazi's werd aangevallen, en dat van alle aangevallen landen het hoogste percentage van zijn bevolking verloor, Polen, krijgt hierbij niet de erkenning die het verdient.

 

Foto rechts: de Duitse Enigma-machine.


Nu echter is Polen een offensief gestart om de eer van dit succes te claimen. De Polen menen dat deze ten onrechte door Groot-Brittannië wordt opgeëist. Daarom is het Poolse parlement een campagne gestart om "rechtvaardigheid te herstellen" voor de Poolse mannen en vrouwen die voor het eerst de Enigma codes braken.


"In zowel populaire literatuur als officiële informatie kreeg het publiek te horen dat het breken van de Enigmacodes te danken was aan het werk van de Britse inlichtingendiensten. Daarbij werd het werk van de Poolse wetenschappers volledig genegeerd", luidt de resolutie.

 

Als onderdeel van de inspanningen heeft de Eerste Kamer van het Poolse parlement een resolutie ingediend om erkenning te geven aan Marian Rejewski, Jerzy Rozycki en Henryk Zygalski, de drie Poolse wiskundigen die voor het eerst de codes in 1932 kraakten.

 

De drie worden gekenschetst als "helden" in de resolutie. Rejewski, Rozycki en Zygalski werkten bij het Poolse codebureau in de vroege jaren 1930, en eind 1932 kwamen zij met drie methoden voor het breken van de versleutelde codes van de Enigmamachine, die de Duitsers als onkraakbaar beschouwden.

 

Op zowel de Nederlandse als de Engelstalige versies van Wikipedia krijgen de Polen overigens die erkenning al jaren wel. Daar wordt ook de rol van het Biuro Szyfórw duidelijkgenoemd.


Historici geloven dat het geallieerde vermogen om Duitse codeberichten af te luisteren de oorlog in Europa met ongeveer één tot twee jaar heeft bekort. Vooral de Slag om de Atlantic, waarbij de Duitse onderzeërs enorme aantallen geallieerde en ook Nederlandse schepen vernietigden, kon daardoor gewonnen worden toen de berichten van de U-Boote begrepen konden worden. Maar tot frustratie van veel Polen is de erkenning gegaan naar de Britse cryptologen in Bletchley Park, met inbegrip van Alan Turing. Dit jaar wordt zijn honderdste geboortedag gevierd.

 

"We hebben de plicht om mensen precies te herinneren wat de Poolse cryptologen deden," zei de Poolse senator Piotr Zientarski.


Foto rechts: de Britse film Enigma met o.m. Kate Winslet, waarin de rol van de Polen eveneens wordt verzwegen.


De campagne om meer erkenning voor de Poolse codebrekers weerspiegelt een meer wijdverspreide ergernis in Polen over de vraag waarom de Poolse bijdrage aan de nederlaag van nazi-Duitsland vaak over het hoofd wordt gezien of gebagatelliseerd in het naoorlogse verslagen, zo bericht de Daily Telegraph.

 

Poolse jachtpiloten hadden de hoogste scores in de Battle of Britain, Poolse troepen vochten in Noord-Afrika, Italië waar zij bij Monte Cassino 4.000 man verloren, Normandië en Nederland (o.m. Breda, Market Garden) en waren betrokken bij de Slag om Berlijn.

 

Ondanks hun inspanningen bleek de Britse wens om Stalin te paaien dat Poolse troepen, nog steeds onder het bevel van onafhankelijke regering van Polen in ballingschap, werd verboden deel te nemen aan officiële VE (Victory in Europe) vieringen in Engeland en elders in West-Europa.

 

De film Enigma uit 2001 in het bijzonder, raakte de Poolse zere plek. De Britse productie met in de hoofdrol Kate Winslet en zich afspelend in het Britse codecentrum Bletchley Park gewaagt nauwelijks van de Poolse bijdrage aan het kraken van de codes. De film wreef zout in de wonden door de enige Pool in de film af te beelden als een verrader.

 

"Deze resolutie herstelt rechtvaardigheid", zegt Jan Rulewski, een senator van de regeringspartij Burgerplatform. "Niet alleen hebben de westerse geallieerden de prestaties van de Poolse cryptografen gemarginaliseerd, maar de Sovjets deden hetzelfde. Ze zwegen over de Poolse bijdrage aan het redden van de levens van honderdduizenden troepen op alle fronten."

 

Op een vergadering buiten Warschau in juli 1939, slechts enkele weken voor de start van de Tweede Wereldoorlog, droegen de Polen de geheimen van de Enigmacodes aan de Britse en Franse inlichtingendiensten over, en overhandigde de Poolse kant-en-klare replica's van de Enigma-machines.

 

De Britse ontwikkelden van hun eigen kern van elite-cryptografen gebaseerd in Bletchley Park, terwijl de Duitsers steeds nieuwe lagen van complexiteit toevoegden aan hun Enigma. Maar de Britten pasten nog steed de ontdekkingen van de Polen toe.


 




Duitse tv-serie over Hitler op komst

CANNES, 8-10-2012 - Vandaag zijn in Cannes plannen bekendgemaakt voor een tv-serie over het leven van Adolf Hitler. De serie is bedoeld voor de Duitse tv.

Producenten Nico Hofmann (teamWorx) en Jan Mojto (Eos/Beta) maakten vandaag op een tv-beurs in Cannes bekend, dat zij een dure, achtdelige serie over Hitler willen maken. Daarbij gebruiken zij als uitgangspunten "sleutelmomenten" en "keerpunten" om te schetsen hoe Hitler verwerd tot een van de grootste massamoordenaars van de 20ste eeuw. Daarmee willen ze aangekondigde projecten in de VS en Groot-Brittannië voor zijn.

In de Sowjet-Unie zijn de afgelopen 60 jaar diverse Hitlerbiografieën op film verschenen. De vorige grote productie over Hitlers leven als geheel was de Russische film 'Moloch' uit 1999, van Alexander Sokurov. Deze film behaalde op het filmfestival in Cannes de prijs voor het beste scenario in dat jaar.


In 2008 produceerden de Russen een controversiële komedie over Hitler, genaamd 'Hitler Kaput!', geregisseerd door Marcus Veisberg. Deze bleek in de Russische bioscopen een groot succes.

De plannen voor deze  tv-serie maakten beide televisiemakers maandag bekend op de Mipcom, de grootste televisiebeurs ter wereld. Zij hebben eerder ervaring met het onderwerp opgedaan in de documentaire "'Rommel", gemaakt in 2011, over de generaal die in Noord-Afrika wegens zijn prestaties de naam 'Woestijnvos' verwierf. 


"We hadden al bij 'Rommel' gemerkt, dat men zulke stof kan emotionaliseren zonder de hoofdrolspelers tot helden te verklaren", zei Hofmann. Deze productie voor de Duitse netwerken ARD en SWR werd door de nog levende familieleden van de generaal bekritiseerd omdat hij daarin als oorlogsmisdadiger werd voorgesteld. In Noord-Afrika had Rommel plannen voor Jodenvervolging. Hij deed in 1944 mee aan een moordkomplot tegen Hitler.


Thomas Weber

De keuze voor Thomas Webers biografie als basis voor de serie  is opvallend. Hij is de schrijver van het boek "Hitler's first war", uit 2010, over de carrière van deze soldaat in het Duitse leger in Noord-Frankrijk.

De meeste Hitlerbiografen stellen dat Hitler aan de frontlijn als ordonnnans was ingezet, maar Weber voert aan dat dit niet klopt.

Hitler was inderdaad ordonnans (koerier), maar achter het front. 

Hij kreeg de bijnaam “achterlandvarken”, Hinterlandschwein, die aanduidt dat hij niet hoog in aanzien stond. Ook maakte hij geen promotie en werd alleen maar soldaat 1ste klas. Weber verrichtte onderzoek in persoonlijke archieven van soldaten uit hetzelfde regiment als Hitler.

Zijn onderscheidingen zou Hitler volgens Weber te danken hebben aan goede verhoudingen met zijn officieren. Of Hitler ooit echt gewond was, lijdt sterke twijfel. Evenals het bekende citaat dat Hitler nooit over zijn onderscheidingen sprak omdat hij ze op voorspraak van een Joodse luitenant
zou hebben verkregen.

Weber is als onderzoeker verbonden aan de universiteit van Aberdeen, maar gedurende 2012-13 werkzaam aan de universiteit van
Harvard, Massachusets.


Het filmen is nog niet begonnen, en evenmin bekend  is wanneer dat zal starten. Ook de hoofdrolspeler staat nog niet vast.

In de film 'Der Untergang' over Hitlers laatste week uit 2004 speelde Bruno Ganz de hoofdrol, maar zijn naam is in verband met dit project niet genoemd. Scenario en regie komen in handen van Niki Stein, die al eerder de documentaire "Rommel" maakte, Co-auteur is Hark Bohm.

De reeks begint in 1914, aan hety begin van de Eerste Wereldoorlog, waarin Hitler als ordonnans in Noord-Frankrijk deelnam en mogelijk gewond raakte. eindigt met Hitlers dood in 1945 en zal ook zijn privé-leven belichten. Het project stoelt op een boek van historicus Thomas Weber.


20 miljoen dollar

"Slechts als we Hitlers zelfbewustwording, zijn persoonlijke talenten en zwaktes, zijn kille wreedheid en zijn persoonlijke charme, zijn wordingsproces en de ontwikkeling van zijn sociale betrekkingen ernstig nemen en niet proberen de invloed aan te pakken die hij op vele Duitsers heeft uitgeoefend, kunnen we de interactie tussen Hitler en de Duitsers verklaren", werd Weber door teamWorx geciteerd.

Een internationaal team historici zal het project begeleiden. Van de documentaire  'Rommel' was de auteur historicus Jorg Mullner.

Voor de productie is een budget van minstens 20 miljoen dollar (15,3 miljoen euro) voorzien; Der Untergabng kostte 13,5 miljoen euro. Het project zal over twee jaar beëindigd zijn.


De beide televisiemakers hebben hun productieplannen in de ontwikkelingsfase bekendgemaakt om het onderwerp als eerste te claimen. Ook in de VS en Groot-Brittannië lopen filmplannen voor Hitler-biografieën.






Paul Kalma uit kritiek op mythologisering van

verzet en oorlog

SCHEVENINGEN, 29-09-2012 - Drs Paul Kalma vindt dat de oorlog teveel is gemythologiseerd en het Nederlandse verzet tijdens de oorlog teveel is gerelativeerd. Kalma is ex-Kamerlid en ex-directeur van de Wiardi Beckman-stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA.

Dat is de neerslag van zijn rede vanochtend bij de herdenking bij de Doodencel 601 in de strafgevangenis in Scheveningen, tijdens de oorlog het zogenaamde Oranjehotel. Kalma vertelde over zijn moeder, Ies Staal, die in Scheveningen gevangen had gezeten voor haar verzetswerk als middelbare scholiere in Rotterdam.

Kalma ging daarna in op enkele auteurs en een filmmaker die de laatste decennia bekend zijn geworden door hun sombere visie op het Nederlandse verzet. Hij doelde op W.F. Hermans, Chris van der Heijden en filmer Paul Verhoeven.

Kalma gunt Hermans zijn visie, maar dingt sterk af op diens negativiteit over de drijfveren van verzetsmensen. Ook bekritiseert Kalma het zeer populaire boek 'Grijs Verleden' van Van der Heijden, die hij een navolger van Hermans vindt. De bijna religieuze stelling uit Grijs Verleden dat goed of fout in de oorlog vrijwel puur toeval was, wijst hij af.

In het algemeen vindt Kalma dat er over de oorlog veel te zwartgallig wordt gedacht, met name over de rol van het verzet. Hij steunt de visie die de schrijver Ewout Kieft heeft ontvouwd in zijn recente boek 'Oorlogsmythes'. Grijs Verleden wijst het gebruik van de indeling goed en fout volkomen af, en Kieft geeft argumenten waarom juist die indeling in de oorlog onmisbaar was.

Kalma citeert Kieft instemmend:

"Juist door alle onoverzichtelijkheid en de enorme discipline die ervoor nodig was om met het gewone werk door te gaan, schrijft hij, lag de nadruk op het hogere doel. Vaderlandsliefde, politieke of religieuze overtuiging, een gevoel voor rechtvaardigheid: ze dienden ook als persoonlijke motivatie, als een manier om de wereld te ordenen zodat men er een heldere, krachtdadige keuze in kon maken.
En hij sluit zijn boek af met de conclusie: ‘Vrije wil is de grootste oorlogsmythe van allemaal. Die moet in zijn opgeblazen vorm worden bestreden, net als zijn spiegelbeeld, dat van de mens die tot niets in staat is. Zonder de gedachte dat mensen tijdens bezettingstijd in staat waren uit vrije wil keuzes te maken, blijft er niet veel meer van de oorlogsgebeurtenissen over dan een toevallige opeenstapeling van gebeurtenissen. En dat weiger ik te geloven.’

Nieuwe plan herdenkingscentrum
Het nieuwe ontwerp voor de verbouwing van het blok rond Doodencel 601 is vandaag ook bekendgemaakt.


Er blijven twee blokken rond de oorspronkelijke cel met in totaal 30 celen behouden. Deze nieuwe herdenkingsplaats krijgt nu ook een eigen ingang aan de openbare weg en zal permanent geopend zijn, tegen tot nu toe 1 dag per jaar. Aan de voorkant komt in de duinrand ook een herdenkingsplaats.

Het kleine halfronde poortje waardoor de ter dood veroordeelden de gevangenis moesten verlaten, blijft ook behouden. Hiernaast de tekening.
Zie ook het artikel hieronder over de nieuwbouw.


Hieronder: geel omlijnd het deel van de gevangenis waarin Doodencel 601 zich bevindt. Dit deel wordt vrijwel afgebroken.





Doodencel in Scheveningen wordt in 2014 apart museum


SCHEVENINGEN, 27-09-2012 - Zoals al eerder aangekondigd, wordt de zogenaamde Doodencel 601 in de Scheveningse strafgevangenis een museum. De Stichting Oranjehotel heeft dat gisteren bekendgemaakt. Dit deel van de strafgevangenis staat leeg,  is afgekeurd en wordt gesloopt, waarschijnlijk eind 2013,  zegt secretaris H. van der Meulen van de Stichting Oranjehotel. Het nieuwe museum volgt dan in 2014. Vermoedelijk gaat het museum Nationaal Monument Oranjehotel - Waalsdorpervlakteheten.

De Doodencel wordt dan eigendom van de stichting, die er een bezoekerscentrum bij laat bouwen en een eigen toegang vanaf de openbare weg krijgt. Daarmee is de stichting niet meer afhankelijk van de heersende veiligheidsregels van de gevangenis, waarvan het grootste deel met o.m. oorlogsmisdadigers blijft bestaan.


Foto rechts: een opname van vlak na de oorlog. Tot nu toe was de cel slechts één dag per jaar voor het publiek geopend.

In de Doodencel moesten tijdens de oorlog verzetsstrijders en militairen hun executie op de Waalsdorpervlakte afwachten. De cel is vlak na de oorlog geconserveerd en als monument aangewezen.


Hij vormt nu nog een onderdeel van de gevangenis en is alleen op de jaarlijkse herdenkingsdag (dit jaar zaterdag 29 september, zie onder)   te bezichtigen voor het publiek. In totaal verbleven er 25.000 tot 30.000 Nederlanders, meestal van 1 tot 3 maanden. Van de gevangenen zijn er 734 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte, zo meldt de Stichting Oranjehotel op haar site.

Er staan teksten in de cel van gevangenen die zij tijdens hun verblijf in muren krasten. Zo staat er 'Oranje overwint' op het kozijn, maar er werden ook liefdesverklaringen achtergelaten als 'Mijn schat is Marietje, die ik eeuwig trouw blijf. Wim'.. Enkele jaren geleden werd een virtuele versie van de cel ontwikkeld, waardoor Doodencel 601 op internet in 3D te zien is.

Nu wordt de cel onderdeel van een museum. Om  de cel heen komt een aanbouw zodat belangstellenden de cel het hele jaar tijdens bezoekuren kunnen bekijken. De kosten voor de verbouwing bedragen 3 miljoen euro. De aanbouw komt buiten de bewaakte zone  van de gevangenis te liggen. De organisator, de Stichting Oranjehotel hoopt dat ook veel scholieren de cel straks zullen bezoeken.

De 'Deustches Polizeigefängnis' kreeg al snel de bijnaam 'Oranjehotel'. Wie die naam het eerst gebruikt heeft is niet bekend. Hoe die naam ingeburgerd was mag blijken uit het feit dat, toen de gérant van het echte Oranjehotel in Scheveningen telefonisch bestellingen deed in Den Haag, deze bij de gevangenis werden afgeleverd.


Gedurende de oorlogsjaren hebben in het 'Oranjehotel' steeds een 1200 – 1500 gevangenen gezeten. Hoeveel in totaal is niet precies bekend, maar het kan worden geschat op 26.000/30.000. Gemiddeld zat men 1 tot 3 maanden in het 'Oranjehotel', soms met vier tot vijf mensen in één cel.

Op 7 juni 1944, de dag na de Geallieerde invasie in Normandië, werden alle gevangenen uit het 'Oranjehotel' naar het concentratiekamp Vught overgebracht. Het stond toen een tijdje leeg, maar na drie maanden bevonden er zich weer duizenden nieuwe gevangenen.


Foto rechts: de cel tijdens de herdenking in 2010.


Gedurende de eerste jaren na de oorlog zaten in de cellenbarakken veel politieke delinquenten, NSB-ers e.d.. Mussert, leider van de Nederlandse Nationaal Socialistische Beweging, zat er ook en hij is van deze gevangenis uit op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Ook Rauter, hoofd van de Duitse politie, heeft er gevangen gezeten.


In zijn herdenkingsrede in het Oranjehotel op zaterdag 26 september 2009 zei Minister van Justitie Hirsch Ballin het behoud van de monumenten toe:
   

"Het Poortje, de Doodencel en de Gedenkplaat zijn de materialisering van gebeurtenissen en daden die wij niet mogen vergeten. Zoals mevrouw Mulock Houwer al zei: deze mogen niet verloren gaan. En ik kan, als minister van Justitie, dan ook toezeggen dat zij bewaard zullen blijven. In welke vorm precies, zal nog worden bepaald. Want we hebben deze materialisering van het verleden nodig om ons een voorstelling te kunnen maken van wat hier is gebeurd."

Foto onder: de gang van de Doodencel mogelijk tijdens de oorlog of vlak ervoor.

De Rijksgebouwendienst heeft 2010 en 2011 overlegd met de betrokken Ministeries en met de Stichting Oranjehotel en de Vereniging Erepeloton Waalsdorp.


Dit heeft geleid tot een ontwerp voor een openbaar toegankelijk Monument en Informatiecentrum, dat op 29 september 2012 gepresenteerd wordt. Ook de Gemeente Den Haag, die de Doodencel, het Poortje en de gedenkplaat "Zij waren eensgezind" op 25 februari 2010 op de gemeentelijke monumentenlijst heeft geplaatst, ondersteunt dit initiatief.


Zowel de betrokken ministeries als de gemeente Den Haag kunnen evenwel niet voor financiering van het Monument zorgen. Sinds juni 2012 bereidt een Projectgroep initiatieven voor om het benodigde bedrag uit andere bronnen bij elkaar te krijgen en het Nationaal Monument Oranjehotel - Waalsdorpervlakte te realiseren.


Daarbij zijn de Stichting Oranjehotel, de Vereniging Erepeloton Waalsdorp en de Gemeente Den Haag vertegenwoordigd.


In 2012 zal de jaarlijkse herdenking plaatsvinden op zaterdag 29 september. De herdenkingsrede wordt uitgesproken door drs. Paul Kalma, zoon van oud-gevangene, politicoloog, voormalig lid van de Tweede Kamer en voormalig directeur van de Wiardi-Beckmanstichting.






Neonazi valt Polen in Hamburg aan bij herdenking

HAMBURG, 25-09-2012 - In Hamburg heeft een neonazi Poolse ex-dwangarbeiders uit de Tweede Wereldoorlog aangevallen met pepperspray tijdens een herdenking, afgelopen vrijdagmiddag.


Negen Polen werden gewond en moesten naar het ziekenhuis, onder hen enkele mensen van boven de 80 jaar. De Poolse delegatie kwam naar de onthulling van een gedenksteen voor een voormalig dwangarbeiderskamp in de wijk Bergedorf  van Hamburg.

De plaatselijk bekende neonazi aangeduid in de pers als Frank A. kwam juist na het begin de plechtigheid verstoren. De politie arresteerde de 42-jarige man direkt. 


Foto rechts: dit teken  moesten Poolse dwangarbeiders in Duitsland altijd zichtbaar op hun kleding dragen.


Tweehonderd genodigden onder wier een speciaal uitgenodigde delegatie uit Polen was aangetreden voor de onthulling van een gedenkteken voor dwangarbeiders toen plots een fors gebouwde neonazi op de eerste rij afstormde, schrijft de krant Bergedorfer Zeitung.


Rechtenloos

Poolse dwangarbeiders werden vergeleken met inwoners uit West-Europa volkomen rechteloos behandeld.

Zij mochten bijvoorbeeld geen bezit hebben: geen geld, waardevolle zaken, fietsen of andere voertuigen, of vervoersbewijzen. Zij waren gedwongen een P op hun kleding te dragen.

Zij mochten niet naar Duitse cafés, bioscopen of zelfs kerken. Zij ontvingen meestal geen loon en moesten overwegend de zwaarste arbeid verrichten, en werden zeer slechts gehuisvest in barakkenkampen.

Omgang met Duitsers was streng verboden, op sexuele omgang stond de doodstraf.

Het doel van de dwangarbeid voor Polen was deels 'Vernichtung durch Arbeit' - het uitroeien van de Slavische volkeren die net als de Joden door de nazi's als 'Untermensche' werden gezien. In totaal werkten in slavernij in Duitsland per 1944 ruim 2,8 miljoen Polen.



De Polen waren uitgenodigd voor een verblijf van een week door het parlement van de stadstaat Hamburg. Deelraadvoorzitter Dornquast van Bergedorf liet zich niet van de wijs brengen en liet de onthulling doorgaan.

Volgens de politie ging het om een man met psychische problemen. "Na zijn arrestatie gedroeg hij zich kalm", aldus een agent in de krant. Dominee Angelika Schmidt, die juist een rede zou houden, is niet te spreken over het incident.


"Deze mensen hadden recht op erkenning voor hun lijden in Duitsland en opnieuw werden ze hier slecht behandeld", aldus de dominee.


De leider van de Poolse delegatie had overigens bij zijn vertrek alleen woorden van lof. "Dit incident kan alle andere goede ervaringen van de voorbije week niet overschaduwen."

De dader werd onlangs nog beboet voor het versturen van extremistische literatuur naar Host Mahler, een neonazi in gevangenschap. 


Foto onder: de regels die voor zogenaamd 'vrijwillige' Poolse 'Zivilarbeiter' golden. In regel 7 staat vermeld de doodstraf op sexuele betrekkingen met Duitsers. Klik op de foto voor een artikel op de Poolse Wikipedia over Zivilarbeiter (Google vertaling).









Onbekende pasfoto's aan Stadsarchief geschonken

AMSTERDAM, 21-09-2012 - Het Amsterdamse Stadsarchief heeft van erfgenamen 160 rolletjes met pasfotonegatieven uit de oorlog ontvangen. Het gaat hoogstwaarschijnlijk om foto's bestemd voor illegale identiteitsbewijzen, afkomstig van fotograaf Johan van Dijk.

Van Dijk (foto rechts) speelde een belangrijke rol voor de radicale Amsterdamse verzetsgroep CS-6. Hij was een klasgenoot van één van de oprichters, Jan Karel Boissevain. Naast zijn gewone werk is nu gebleken dat hij tijdens de oorlog het verzet bij het maken van valse identiteitsbewijzen hielp.Hij overleed in 2004

Een tijd geleden ontving het Stadsarchief van zoon Edo van Dijk enkele doosjes met negatieven.


Het Stadsarchief bezat al veel architectuurfoto’s van Van Dijk. Op de negatieven stonden duizenden foto’s van onbekenden.


Het Stadsarchief  onderzocht de foto's en ontdekte dat veel portretjes pasfoto's voor illegale persoonsbewijzen waren, gemaakt in opdracht van de Amsterdamse verzetsgroep CS-6.


Dit was één van meest meest radicale verzetsgroepen, geleid door o.m. Jan Karel en Gideon Boissevain (foto rechts, van links 2de met bril en Gideon 4de van links met bril), en Jan Verleun, die zelf minstens vijf mensen vermoordde. De groep vermoordde onder meer een collaborerende generaal en een staatssecretaris.


Uit onderzoek van het Stadsarchief naar de identiteit van de gefotografeerde mensen bleek dat alle getraceerde mensen de oorlog hebben overleefd, zo vertelt Ellen Grabowski, medewerkster van yhet archief.

EenVandaag heeft een reportgae over de foto’s in het Stadsarchief en spreekt met de zoon van Johan van Dijk, Edo. Tot voor kort had hij geen weet van de rol die zijn vader speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog.












Resten van mogelijk SS-ers gevonden in Westerbork

WESTERBORK, 21-09-2012 - Gisteren zijn er zijn resten van mogelijk mogelijk 9 SS-ers en NSB-ers gevonden bij concentratiekamp Westerbork.

De resten lagen op een begraafplaats die vorige week is ontdekt op ongeveer 1 km van het bezoekerscentrum. Het gaat vermoedelijk om overblijfselen van mensen die daar vlak na de Tweede Wereldoorlog werden begraven.


Foto rechts: ex-SS-er Jan Beijering, die in het kamp verbleef na de oorlog, vertelt iets over zijn ervaringen als gevangene in een interview met de NOS. Klik op de foto voor het interview.

De barakken op het kamp werden na de oorlog gebruikt om foute Nederlanders in op te sluiten, zoals NSB-ers, landwachters of SS-ers.

Een deel van hen heeft het verblijf in Westerbork niet overleefd, soms door moord of mishandeling. Volgens ex-SS-er Jan Beijering, die na de oorlog in het kamp vertbleef, was het kamp berucht wegens wantoestanden. In een interview met de NOS vertelt hij niet over wantoerstanden die hij zelf heeft waargenomen.

In de eerste maanden na de bevrijding stierven er 89 mensen om onduidelijke redenen. In 2009 wijdde het kamp een tentoonstellling aan de na-oorlogse gevangenen.Ze zijn tussen 1945 en 1947 anoniem begraven in het bos, zo bevestight directeur Dirk Mulder tegen het Radio 1 Journaal..


Foto links: destijds een grote leegte, slechts met heide begroeid, is het voormalige kamp nu bosachtig en direct gelegen naast de radiotelescoop van Westerbork. De graven zijn in het bos gevonden.


Hoe de gevangenen zijn oveleden is nu nog niet bekend, maar wordt onderzicht door het Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht

In 1960 zouden de graven geruimd zijn, maar niet duidelijk i of dit ook daadwerkelijk met alle graven is gebeurd. Ook de exacte plek deze ‘vergeten’ begraafplaats was tot voor kort onbekend.


Door de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht (BIDKL) en onderzoekers van de politie is vorige week de plek van de graven gevonden.Rondom het kamp startte onlangs een zoektocht naar mogelijke resten van die mensen die na de oorlog in het kamp verbleven. Na identificatie worden ze elders herbegraven.





Oorlogsspion en verzetsman d'Aulnis overleden


DEN HAAG, 20-09-2012 - Oorlogsspion en verzetsman mr Pierre Louis baron d'Aulnis de Bourouill is zondag op 93-jarige leeftijd in Den Haag overleden. Hij werd bekend dooir het aanvragen van het bombardement op Huize Kleykamp in Den Haag (foto's onder, 11 april 1944 gebombardeerd), waar kopieën van de bevo0lkkingsregfisters werden bewaard waarmee falsificatiesop tesporen waren.

De oud-artillerieofficier was op één na de oudste Ridder Militaire Willems-Orde. Baron D'Aulnis ontving de onderscheiding voor zijn verzetswerk als spion tijdens de Tweede Wereldoorlog.   Baron D'Aulnis is 16 september 2012 op 93-jarige leeftijd in Den Haag overleden.

D'Aulnis studeerde rechten in Leiden. Toen Duitsland op 10 mei 1940 Nederland binnenviel was hij als commandant van een batterij luchtdoelartillerie aan de Buurtweg in Wassenaar gestationeerd. Zijn batterij haalde die dag 2 vliegtuigen uit de lucht.

Na de capitulatie ging D'Aulnis terug naar Leiden, waar ook lid was van studentencorps Minerva. Met andere corpsleden werd hij lid van het ondergrondse Legioen van Oud-Frontstrijders (LOF). Reeds enkele corpsleden waren naar Engeland ontsnapt. Toen in maart 1941 achttien Geuzen werden terechtgesteld, besloten D'Aulnis met Cees Drooglever Fortuyn naar Londen te gaan.


Via de Van Niftrik-route, via Antwerpen en Toulouse bereikten ze de Pyreneeën, die zij te voet doorkruisten. In Spanje werden ze gevangengenomen en kwamen via Barcelona terecht in het Castello de Figueras in Cervera. 


Foto links: Huize Kleykamp in brand - een filmpje uit de oolrlg. Klik op de foto voor de video.



Eind april werden ze overgeplaatst naar het Campo de Concentración in Miranda de Ebro. Na zeven weken werden d'Aulnis en zeven anderen afgehaald door een ambtenaar van de Engelse ambassade. Deze bracht de groep per trein naar de ambassade in Madrid.

D'Aulnis en Droogleever Fortuyn moesten wachten op een uitreisvisum en bleven vijf maanden in Madrid. Ze besloten eerder te gaan en vertrokken op 12 december in een open vrachtauto van de Engelsen naar Sevilla, waar de Nederlandse honorair consul ing. Albert de Voogd hen onderdak verleende. Op 26 december 1941 voeren zij naar Gibraltar. Op 4 januari 1942 landden zij in Glasgow.

In Londen
Onder escorte van militaire politie gingen ze met de trein naar Londen, waar ze werden gescreend. De groep bestond uit baron Guup Kraijenhoff (latere voorzitter van de Raad van Bestuur van Akzo), Maarten Sluis, Rian Collée, Klaas Wagner en nog steeds Cees Drooglever Fortuyn. Op 24 januari waren ze weer vrij en huurden een flat in Jermyn Street.

D'Aulnis nam contact op met ‘Soldaat van Oranje’ Erik Hazelhoff Roelfzema en Chris Krediet, die hij als clubgenoten en medeverzetsleden uit Leiden kende. In maart werd hij beëdigd als tweede luitenant bij de Prinses Irene Brigade. Hij leerde onder meer parachutespringen en volgde een marconistencursus om als verbindingsofficier het contact van het verzet met Engeland te coördineren. In de nacht van 10 op 11 juni werd hij gedropt bij de Wijk, ten oosten van Meppel. 


De oud-artillerieofficier was Ridder Militaire Willems-Orde en ontving de onderscheiding voor verzetsdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Kleykamp
In Nederland regelde D'Aulnis een dropping van 5 zenders waaronder 3 weerstations voor een groep die voor de geallieerden werkte. Als marconist van Groep Kees vroeg hij in 1943 de Nederlandse regering en de Royal Air Force om Huize Kleykamp te bombarderen. Daar zat het Centrale Bevolkingsregister met duplicaten van alle uitgegeven persoonsbewijzen.


Foto rechts: Dr L. de Jong wijdt in zijn serie 'Het Koninkrijk 'ongeveer 30 passages aan D'Aulnis. Hij heeft hem geïnterviewd, en dat uitgezonden in de serie 'De Bezetting'. Klik op de foto van baron dÁuknis voor de video.


Uiteindelijk op 11 mei 1944 gingen 6 Mosquito-gevechtsvliegtuigen op pad voor de missie. Hoewel slechts een kwart van de documenten werd vernietigd, was de missie geslaagd; in veel gemeentes konden ambtenaren weer valse persoonsbewijzen afgeven.


Na een mislukte poging om naar Londen terug te keren, verzorgde d'Aulnis tot het einde van de oorlog in Leiden de radioverbinding van Jan Kielstra, die een groep leidde van koeriers tussen Leiden en Zwitserland.

Na de capitulatie in Nederland werd D'Aulnis in augustus 1945 alsmilitair naar Ceylon gestuurdomdaar spionagewerk tegen de Japanners te verrichten. Hij kon vanwege da Japanse capitulatie inb decmeber 1945 weer terugkeren.

Tijdens de oorlog trouwde d’Aulnis met Blanche Noyon. Het echtpaar kreeg 4 kinderen. Na de oorlog werkte hij bij Koopman & Co, een handelsonderneming in Amsterdam, en Brocades. In 1960 richtte hij samen met onder anderen Johan Verdoner de Academie voor Kleinkunst in Amsterdam op.

Onderscheidingen
Behalve de Militaire Willems-Orde(MWO) ontving hij voor zijn activiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog de Distinguished Service Order van de Britse inlichtingendienst, het Kruis van Verdienste, het Oorlogsherinneringskruis, het Verzetsherdenkingskruis, het Officierskruis en de Inhuldigingsmedaille 1948. Van 1982-1984 was d'Aulnis voorzitter van de Interallied Confederation of Reserve Officers, waarvoor hij een conferentie in Rome organiseerde en werd onderscheiden met de Orde van Verdienste van de Republiek Italië. D'Aulnis was ook ere-lid van de Leidse studentenweerbaarheid Pro Patria, een gezelschap binnen Minerva.


Levende Ridders
Er zijn nu nog 6 levende Ridders MWO:

  • de Engelsman Ken Mayhew (1917) is de oudste
  • Edward Fulmer (USA, 1919) en
  • de Nederlanders Albert Hoeben (1920),
  • Cornelis van den Hoek (1921),
  • Giovanni Hakkenberg (1923) en
  • de enige actief dienende militair kapitein Marco Kroon (1970).


Daarnaast hebben een aantal militaire onderdelen de onderscheiding voor hun rol in de oorlog ontvangen, zoals





Vijf vermoorde kinderen begraven in Hamburg


HAMBURG, 18-09-2012 - Op de Hamburgs begraafplaats Ohlsdorf werden zaterdag de resten begraven van 5 tijdens de oorlog vermoorde kinderen.


Het ging om gehandicapte kinderen tussen één en drie jaar, gedood in 1941 en 1942 in Hamburg, als onderdeel van de "kindereuthanasie" van de nazi's. "Minachting werd moord", zei plaatsvervangend burgemeester van Hamburg Dorothee Stapelfeldt in haar grafrede. Zij acht het beschamend dat de daders vervolgens niet werden veroordeeld.

In totaal zijn 78 kinderen in Hamburg bij de "kindereneuthanasie" vermoord in de medische en verpleegkundige faculteit van Universitätsklinikum Hamburg-Eppendorf, in het kinderhospitaal Langenhorn en het herstellingsoord Rothenburgsort. 


Foto rechts: het affiche van de tentoonstelling over de 'euthanasie' in Hamburg, met als titel: 'ter herinnering van de kinderen'. Op het affiche zijn afgebeeld zes kinderen uit het "Brandenburgischen Idiotenanstalt Lübben". Niet vermeld is of zij de oorlog hebben overleefd.


De hersenmonsters werden onderzocht in het Universitätsklinikum Hamburg-Eppendorf (UKE) en werden enige tijd geleden ontdekt.  Het naziregiem doodde meer dan 5.000 kinderen met een handicap.

De toenmalige verantwoordelijke arts in het  tehuis Langenhorn, Friedrich Knigge (1900-1947), beweerde na de oorlog dat de kinderen waren gestorven zonder bewustzijn of pijn, zei de psychiater Marc Burlon zei tijdens de uitvaart. In feite werden ze gesmoord in pijn na een overdosis geneesmiddelen en de daaropvolgende longontsteking. Burlon had dit ontdekt bij het schrijven van zijn proefschrift. Nog elf kinderen waren afkomstig uit Lüneburg..

De vermoorde kinderen kwamen meestal uit arme gezinnen, aldus Burlon. De ouders werd in de meeste gevallen de genezing van de kinderen beloofd. In vier van de 22 gevallen zouden de ouders echter met de moord op hun kinderen hebben ingestemd.

Wetenschappers hebben in de naziperiode direct geprofiteerd van de vermoorde kinderen, zei prof dr Heinz-Peter Schmiedebach, directeur van de UKE Instituut voor Geschiedenis en ethiek van de geneeskunde. In de collectie van het ziekenhuis bleken na uitvoerig onderzoek onder 20.000 preparaten, zelfs preparaten van hun hersenen voor te komen.

Sommige artsen hebben de moorden volgens prof Schmiedebach aangemoedigd .  De rol van de geneeskunde in het nazi-tijdperk werd pas vrij laat na de oolrog opgemerkt . De Duitse Vereniging voor Pediatrische en Adolescent Medicine erkende pas vorig jaar in het openbaar schuld aan "euthanasie" in het Derde Rijk. De universiteitskliniek UKE houdt over de kinderen tot 11 november 2012 een tentoonstelling.


Oostenrijk

In Oostenrijk is gisteren bekend geworden dat daar geestelijk beperkte vrouwen kinderen o.m. door de nazi's onder dwang werden gesteriliseerd, zo bericht het dagblad Trouw


In Oostenrijk werd in mei 2012 een zelfde soort begrafenis gehouden van vermoorde kinderen.Zie deze link. In de Weense kinderkliniekAm Spiegelgrundwerden door de nazi's 700 tot 800 kinderen vermoord.


Leerlingen van de scholen Bugenhagen Ev. Alsterdorf hadden voor de 5 kinderen een kleine achthoekige doodskist gemaakt .


Tijdens de begrafenis lazen ze hardop de biografieën van de vijf kinderen Gerda Behrmann, Werner Hammerich, Marianne Harms, Dieter Kullak en Agnes Petersen Erna. Het kerkhof bezit een afdeling voor oorlogslachtoffers met 52.000 doden. Er is ook een Nederlands ereveld met 350 doden, voornamelijk uit het nabijgelegen kamp Neuengamme.

De universiteitskliniek houdt ook een serie van vier lezingen over de nazi-kindermoorden georganiseerd, die tot in november loopt.





VS en GB verborgen waarheid Katyn


WASHINGTON, 13-09-2012 - De VS wist al in 1943 van de masaamoord van de Sovjets op 22.000 Poolse officieren en hogere burgers in Katyn, maar heeft deze verdoezeld. Ook Groot-Brittannië wist ervan, maar hield het eveneens stil.

Dat bewijzen documenten die het Amerikaans Nationaal Archief maandag openbaar heeft gemaakt.

Foto rechts: opgravingen van de slachtoffers door de Duitsers in 1943.

Zo'n 22.000 Poolse militairen en burgers werden in 1940 in het West-Russische dorp Katyn in opdracht van Sowjet-dictator Josef Stalin geëxecuteerd. Vervolgens gaf Stalin de nazi's de schuld.

Pas in 1990 erkende Rusland schuld aan de massamoord. Piresidnet Roosevelt moet op de hoogte zijn geweest, maar besloot de zaak geheim te houden om de Sowjets nuiet te ergeren.

Uit de nu ontdekte documenten komt naar voren dat 2 Amerikaanse militairen in Duitse krijgsgevangenschap door de Duitsers als getuigen werden ingeschakeld bij de opgravingen in Katyn en vervolgens  in 1943 geheime boodschappen stuurden naar Washington.

De twee waren Capt. Donald B. Stewart en Lt. Col. John H. Van Vliet Jr.. Zij meldden ze dat ze duizenden lijken in staat van ontbinding in het bos van Katyn in het westen van Rusland hadden gezien. De krijgsgevangenen moesten van de Duitsers de massagraven onderzoeken, om met dit gegeven tweespalt te zaaien tussen de geallieerden.

De twee militairen trokken al vrij snel de conclusie dat de nazi's de moorden niet hadden begaan en dat het dus de Sovjets waren geweest. Het overtuigendste vonden zij de goede staat van de uniformen en de laarzen van de geëxecuteerden, wat erop duidde dat ze niet lang in gevangenschap hadden geleefd.

Foto links: een kaart gemaakt in 1946 door de Poolse regering in ballingschap.

Ook troffen de Amerikanen verschillende brieven en andere papieren, maar geen enkele met een datum van na de lente van 1940. De nazi's arriveerden echter pas in 1943 in dat gebied.

 In 1951 getuigde kol. Stewart voor een Congrescommissie, de zogenaamde Madden Committee. Deze commissie stelde al in 1952 unaniem vast, dat de Sowjet-Unie de dader van de massamoord was.

Ook die activiteit leidde niet tot openbaarheid. De documenten werden ontdekt door Krystyna Piorkowska, Pools-Amerikaanse onderzoekster en schrijfster van het boek 'English-Speaking Witnesses to Katyn: Recent Research'.

Ook is er aangetroffen een bericht aan de Amerikaanse regering van de Britse oorlogspremier Churchill, waarin de Sowjets als daders worden aangewezen. Net als Roosevelt hield ook Churchill die informatie geheim.

Stalin was in de Tweede Wereldoorlog de voornaamste militaire bondgenoot van de geallieerden, en door de Russische inspanning werden de Duitsers uiteindelijk definitief verslagen. Verder onderzoek van de documenten zal uitwijzen wat de Amerikanen en Britten precies wisten en wanneer zij dat wisten.

Foto onder: de Duitsers organiseerden een internationala groep waarnemers, onder wie Amerikaanse krijgsgevangen officieren. Deze berichtten over de vondst aan de US-regering.







Falende Duitse justitie veroordeelde in 50 jaar 500 nazi's - 10 per jaar


HILVERSUM, 17-07-2012 - In de ruim 50 jaar van zijn bestaan heeft de officiële Duitse instelling voor vervolging van nazi's, de zg. 'Zentrale Stelle' in Ludwigsburg (foto rechts), in totaal 536 veroordelingen bereikt. Dat is gemiddeld iets meer dan 10 per jaar.


Dat bleek uit deel 4  van de documentaireserie Levy en de laatste nazi's van de AVRO over nazi-oorlogsmisdadigers gisteravond. Deze aflevering maakt duidelijk hoezeer de eigen Duitse afrekening met het naziverleden volkomen gefaald heeft.

Deze officiële Duitse nazi-jagers in Ludwigsburg hebben de afgelopen 10 jaar zelfs slechts 5 nazi's voor het gerecht gebracht. Van deze 5 waren de laatste 3 jaar onder meer Heinrich Boere, van geboorte Nederlander, veroordeeld tot levenslang op 23 maart 2010, en daarna Iwan Demjanjuk, van geboorte Oekrainer, op 12 mei 2011 tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld (gestorven 17 maart 2012). Beiden buitenlanders.


Samensteller Gideon Levy noemt in deze aflevering ook nog de Nederlandse oorlogsmisdadiger Siert Bruins, die in Duitsland tot 7 jaar wel veroordeeld waarvan hij 5 uitzat. In Nederland werd hij in 1949 bij verstek ter dood veroordeeld.


Bruins leeft nog en is 90. Hij  bleef echter onberecht voor nog enkele moordzaken tijdens de oorlog in Nederland. Bruins wordt net als Faber en alle andere naar Duitsland gevluchte voormalige Nederlandse SS-ers, niet aan Nederland uitgeleverd. Uit een bericht in de Telegraaf van 26 juli 1979 blijkt dat er op dat moment zo'n 350 Nederlandse oorlogsmisdadigers in Duitsland verbleven. Van hen is nooit iemand aan Nederland uitgeleverd.

In totaal zijn er volgens de Ludwigburgse rechter Andrea Gombac  700.000 Duitse oorlogsmisdadigers geïdentificeerd en werden er  naar ruim 170.000 personen strafrechtelijke onderzoeken verricht. Dat leidde tot 36.000 rechtszaken en uiteindelijk tussen1958 - de datum van oprichting van de Zentrale Stelle - tot 2005 tot in totaal 563 veroordelingen.

Officieel heet de instelling 'Zentrale Stelle der Landesjustizverwaltungen zur Aufklärung nationalsozialistischer Verbrechen'. Dat bevat volgens de samensteller Gideon Levy het grootste archief van nazimisdaden ter wereld. Er werken 2 aanklagers, 3 rechters en 2 politiemannen, 2 vertalers en 9 ondersteunende krachten, totaal 18 mensen.


Volgens gegeven van de Zentrale Stelle zelf (foto links) , werden er de volgende aantallen veroordelingen bereikt:

  • van 1945-1949        4.667      (70% van het totaal aantal veroordeelden, door geallieerde rechtbanken)
  • van 1949-1958        1.426     (22% - Duitse justitie algemeen)
  • van 1958-2005         563     (8%,  - vanaf de oprichting van de Zentrale Stelle)


Rüter

Volgens de Nederlandse strafrechtjurist en nazikenner prof em. Frits Rüter (foto rechts)  echter van de Universiteit van Amsterdam is deze instellign louter bedoeld om 'de Joden van je lijf te houden en je eigen bevolking uit de wind.' Rüter zei dat volgens hemzelf tegen een hoge CDU-politicus, die dat zonder aarzeling erkende. Welke politicus dat was, vermeld Rüter niet.

Bij de oprichting van de Zentrale Stelle in 1958 werden er volgens Rüter 11 rechters-onderzoekers aan verbonden, uit elke deelstaat 1. Deze moesten de tienduizenden zaken onderzoekern.


Volgens onderzoek van prof Rüter zijn zodoende bijvoorbeeld de oorlogsmisdaden in Belzec (in Oost-Polen) consequent vrijwel niet behandeld. Daar werden van maart 1942 tot december 1943 ongeveer 435.000 mensen vermoord.

Daarnaast blijkt er volgens de documentaire een grote tegenstelling te bestaan tussen de voormalige Oostduitse en Westduitse strafrechtelijke vervolging van nazimisdadigers.


In het huidige verenigde Duitsland worden Oostduitse nazimisdadigers die door Oostduitse rechters veroordeeld zijn, nu beschouwd als slachtoffers, m.n. van de Oostduitse Staatsicherheitsdienst (Stasi).

Volgens Dieter Skiba (foto links), de voormalige Oostduitse directeur van het Oostduitse Stasi-departement dat op nazi's joeg, was Ludwigsburg een 'nazi wasmachine', die slechts tot doel had om nazi's probleemloos weer in de Westduitse maatschappij te integreren. Skiba wordt nu zelf in het nieuwe Duitsland aangemerkt als 'dader', omdat hij als Stasi-lid Oostduitsers vervolgde.




Onbekend filmscript van De Jong over agent Lodo van Hamel aangetroffen

HAARLEM, 10-07-2012 - Bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie blijkt zich een nooit uitgegeven filmscript van historicus Loe de Jong te bevinden. Het gaat over de eerste en succesvolle geheim agent die tijdens de oorlog in Nederland gedropt werd, de marineluitenant Lodo van Hamel.


UPDATE 10-07-2012 - 16:35


Loe de Jong heeft het bij pas het NIOD herontdekte filmscript "Geheim Agent" destijds aangeboden aan producent Rudolf Meyer, van de film "De overval", zo meldt het Haarlems Dagblad.


Door Meyers plotselinge dood heeft De Jong het scenario laten rusten. De Jong, voormalig directeur van het RIOD (nu NIOD) schreef voor Meyer in de jaren '60 het scenario voor de "De overval".


Hubert Berkhout, medewerker van het NIOD, vond volgens het Haarlems Dagblad in De Jongs ‘Herinneringen II’ een passage over het filmscript.


De Jong schrijft daar :

Vermeld zij nog dat ik na ‘De Overval’ een tweede filmscenario schreef: Geheim Agent, alweer in mijn vakantie die wij in 1966 doorbrachten in de Dordogne. Het was een zuivere reconstructie van leven en dood van de eerste geheime agent van de regering te Londen: de luitenant-ter-zee eerste klasse Lodewijk van Hamel. Een boeiend verhaal, maar Rudolf Meyer stond er met aarzeling tegenover. Toen hij plotseling overleed aan een hartaanval, heb ik het scenario laten rusten.’


Na het schrijven van het scenario voor ‘De Overval’, de film die door 1,5  miljoen Nederlanders werd bezocht en die wereldwijde bekend werd, wilde Loe de Jong kennelijk nog een keer scoren.


Het scenario voor ‘Geheim Agent’ bevindt zich in de kluis van het NIOD. Door een tip van NIOD-medewerker Hubert Berkhout kreeg historicus Han Korting tijdens de research voor zijn boek ‘Lodo, voor God, Vaderland en Oranje’, het manuscript te zien.

 
Dat vereiste enige aanpassingen, maar het werk is nu bezig. Volk en Vaderland is daarmee de laatste fascistische publicatie uit Nederland die gedigitaliseerd wordt en via de site van de KB bereikbaar is.

Door zijn fanatisme en zijn status was Feldmeijer een concurrent van Rost van Tonningen, die algemeen beschouwd wordt als de belangrijkste rivaal van Mussert. Feldmeijers rol bij de NSB is, ook in de geschiedschrijving van Loe de Jong, onderbelicht gebleven vergeleken bij die van Rost van Tonningen.

Alleen dat al rechtvaardigt deze biografie, vertelt Bas Kromhout: ‘Hij is interessant omdat hij een belangrijke rol heeft gespeeld als hoofd van de Germaanse SS.Vlak voor Lodo van Hamel in bezet Nederlands gebied gedropt zou worden, overhandigde hij zijn testament aan deze Juniper, voor het geval hij zou omkomen.
Deze Engelandvaarder zette een geheime radiokring voor het verzet op in bezet Nederland en gaf drie maanden lang vrijwel dagelijks berichten aan Engeland door.

De herdenking van D-Day door Normandie Mémoire, de grote overkoepelende organisatie die de herdenkingen in Normandië organiseert, vindt dit jaar verder plaats in de Britse sector die de naam Sword kreeg, bij het dorp Hermanville. Het script van De Jong draagt als titel: 'Geheim Agent'. Historicus Han Korting uit Santpoort-Noord kreeg het volgens het Haarlems Dagblad (HD) te zien toen onderzoek verrichtte voor zijn boek ’Lodo, voor God, Nederland en Oranje’. Het werd vorige week in het Nationaal Archief aangeboden aan oud-premier Piet de Jong.
 

Foto rechts: Dr Loe de Jong bij het ontvangen van het eerste exemplaar van het boek 'De Bezetting', gebaseerd iop de tv-serie waardoor De Jong algemeen bekend zou worden.


Korting in het HD:

,,Ik had eerder in het NIOD gewerkt en was daar goed bekend. Tijdens het onderzoek voor mijn boek over Van Hamel zei een medewerker daar dat hij nog iets interessants voor mij had en kwam met het script aandragen. Je verwacht zoiets niet van Loe de Jong, die nogal formeel en prozaïsch naar buiten trad. Lodo van Hamel was de eerste geheim agent die vanuit Londen in bezet Nederland werd gedropt en ik denk zeker dat Loe de Jong hem moet hebben gekend in Londen. Ik heb het stuk gelezen en kreeg het idee dat De Jong zich in dat script toch vrij nauwkeurig aan werkelijkheid hield. Je kunt als historicus niet putten uit zo’n script en dat heb ik ook niet gedaan, maar ik denk dat ik geen grote misslag had begaan als ik het wel had gebruikt.’’

De Jong wijdt in zijn standaardwerk 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog', bijna 30 passages aan van Hamel, en beschrijft zijn spionagetijd en arrest duidelijk.op ongeveer 5 pagina's (dl 4, tweede helft, pag. 655-600).


Het is opmerkelijk dat Korting De Jong als prozaïsch omschrijft. Historicus David Barnouw, sinds jaren voorlichter van het NIOD en goed bekend met De Jong als toenmalig directeur, omschrijft hem juist als een 'verhalenverteller'.


De Jong schreef verder al eerder een filmscript, namelijk dat van 'De Overval', de geslaagde bevrijding van 50 verzetsmensen uit de strafgevangenis in Leeuwarden op 8 december 1944. Die film werd in 1962 door Fons Rademakers gemaakt met in de hoofdrol Rob de Vries als knokploegleider Piet Kramer en o.m. Piet Römer in een bijrol.


Lodewijk van Hamel


Lodewijk van Hamel, (1915) was sinds 1935 luitenant-ter-zee bij de marine. Hij was een zoon van jurist prof dr J.A. van Hamel. Hij voer o.m. op de lichte kruiser HrMs Sumatra en in Indië en diende 3 jaar bij de onderzeedienst. Hij wist op 10 mei 1940 te ontkomen als commandant van een motorsloep, de HrMs M74.

Hij bereikte hij Engeland, en hielp vervolgens bij de evacuatie uit Duinkerken van Britse en Franse troepen. In Londen ontmoette hij de Nederlandse spymaster François van 't Sant, die hem opleidde en al op 27 augustus samen met C.H. van Brink  liet droppen, bij Hillegom.

Op 13 oktober 1940 zou hij naar Engeland terugkeren en opgehaald worden door een Brits watervliegtuig vanaf het Tjeukemeer in Friesland. Daar gaf hij zich samen met enkele andere verzetsmensen uit voor ornitholoog, maar werd betrapt.

Het watervliegtuig kon door mist niet landen. Van Hamel had daar ook een koffer met gegevens, die eveneens ontdekt werd. Hij en zijn drie collega's en één vrouw werden daarna in het Oranjehotel opgesloten en zwaar verhoord.

Zijn vader heeft alles geprobeerd om hem vrij te krijgen, maar uiteindelijk werd Lodo als enige van dit groepje geëxecuteerd. Zijn broer Gerard ging ook in het verzet, maar hij werd in augustus 1942 thuis in Baarn gearresteerd en stierf in 1944 als  Nacht- und  Nebelgevangene (een gevangene waarover de familie niets meer vernam) in concentratiekamp Natzweiler-Strutzhof.


Het script start met een scène waarin een Britse marinevrouw, Marva Juniper Prentice en Lodo van Hamel, die als officieren een liefdesaffaire hadden, voor elkaar salueren.


Lodo wist een radionetwerk op te zetten in Nederland maar werd gearresteerd bij een poging om met een watervliegtuig vanuit Friesland te ontkomen naar Engeland.


Hij werd al op 16 juni 1941 op de Bussummerheide bij Laren gefusilleerd. Daar is nu voor hem en vier andere gefusilleerde verzetsmensen een groot houten kruis opgericht, waar jaarlijks op 4 mei een dodenherdenking plaatsvind.

Korting: ,,De Jong moet een grote fascinatie gehad hebben voor Lodo van Hamel. Hij heeft juist hém gekozen voor zijn script, terwijl hij toch een ruime keus had uit andere Engelandvaarders, zoals Erik Hazelhoff Roelfsema. Of hij getracht heeft het manuscript aan de man te brengen, is onduidelijk. Later heeft hij er nog wel met de vader van Lodo van Hamel over gesproken, maar hoe dat is geëindigd, is niet bekend.’’



Vlissingen ontwikkelt gebied voor herdenking WWII 



VLISSINGEN, 9-07-2012 - Vlissingen moet een speciaal herdenkingsgebied voor de Tweede Wereldoorlog krijgen, gelegen rond de Groene Boulevard en de Oranjemolen en bij het huidige landingsmonument. Dat heeft het college van B&W van de gemeente Vlissingen vorige week besloten.

Bij de Oranjemolen startte de amfibische en zware geallieerde invasie van Vlissingen. De stad speelde de hoofdrol tijdens de harde Slag om de Schelde, voor de Canadezen Operation Infatuate, bedoeld om de Duitsers rond de Westerschelde uit te schakelen in november 1944, om zodoende de toegang tot Antwerpen vrij te maken.


Die stad was al eerder veroverd door de geallieerden. Jaarlijks herdenkt Vlissingen op 3 november de bevrijding uit 1944.


Foto rechts|: de Oranjemolen, waarnaast de geallieerde invasie van Vlissingen startte. Het is de enige overgebleven molen in de stad.


Foto links: de restanten van Hotel Brittannia in Vlissingen in november 1944.


Het college besloot eind 2011 deel te nemen in het zg. interreg-project WWII-heritage’. Het nieuwe herdenkingsgebied valt onder dit project, dat het erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog zal verzamelen.


Naast de fysieke elementen (bunkers, forten, etc.) wil de gemeente ook er bijzondere aandacht schnekne aan verhalen uit het dagelijkse leven. Er is ook de Stichting Bunkerbehoud actief in de stad, die door de Duitsers beschouwd werd als deel van de Atlantikwall.

Op de plek waar nu het landingsmonument staat, lag vroeger de Slijkhaven. In november 1944 zijn de geallieerden hier geland en moesten hard vechten voor de bevrijding van de stad Vlissingen. Daarnaast was deze slag cruciaal voor het geallieerde offensief naar naar Antwerpen en  het noorden van Nederland . Door het stichten van een herdenkingsgebied nabij de Oranjemolen, moet deze Vlissingse geschiedenis meer aandacht krijgen.

De gemeente werkt aan een voorlopig ontwerp voor de openbare ruimte van dit gebied. Misschien laat zij het landingsmonument naar een plek aan de andere zijde van de dijk naast de Oranjemolen verplaatsen. Zo moet het monument een prominentere plek krijgen en een duidelijker relatie met de Westerschelde.

Aan de Commandoweg kan een parkeergarage komen voor zowel de binnenstad, het herdenkingsgebied en het Scheldekwartier. Ook onderzoekt de gemeente hoe de Oranjemolen zelf beter gebruikt kan worden, met behoud van zijn karakter en mechaniek. De gemeente brengt zal in de derde kwartaal van 2012 het voorlopig ontwerp van het herdenkingsgebied, in de inspraak.


Foto links: de zg. Buffalo's waarmee de Canadese commando;'s aan land moesten gaan, nadat zowel bombardementen als inundaties de Duitsers niet hadden kunnen verdrijven van Walcheren.


Het herdenkingsgebied Vlissingen vormt een onderdeel van het Europese interreg-project ‘WWII Heritage’. Deze regeling kan ongeveer de helft van de investeringen financieren.


De gemeente Vlissingen participeert hierin samen met de Provincie Zeeland, de gemeente Middelburg, het muZEEum (Nederland), de provincie West-Vlaanderen (België), de Universiteit van East Anglia, de Essex Country Council (Verenigd Koninkrijk), de gemeente Leffrinckoucke en de SMCO (Frankrijk).


 
Aanval op Vlissingen


In de vroege ochtend van de 1e november 1944 startte de geallieerde commandoaanval. De operatie Infatuate I startte.

Al in de maand ervoor was Walcheren en ook Vlissingen door geallieerde bombardementen op de dijken onder water gezet.

Vanuit Breskens aan de Westerschelde vertrokken ca. 500 commando’s in hun landingsvaartuigen. Bij het ‘modderhaventje’ naast de Oranjemolen landden zij.

Foto rechts: de onthulling van het monument voor de Nr 4 Commandos, 31 mei 1952.

Straat voor straat moesten zij op de Duitsers veroveren.  ‘Hell’s Fire Corner’ ofwel Betje Wolffplein vormde een hachelijke passage omdat Duitse sluipschutters zich in de hijskranen aan de Schelde zaten.

Nog meer risico ontstond door het Duitse geschut vanaf de Boulevard.

Dit waren niet de enige obstakels voor de commando’s. Het laatste Duitse bolwerk, Grand Hotel Britannia, met enkele bunkers, kon pas op 3 november na zware gevechten worden veroverd en er zou slechts een ruïne van overblijven. Die strijd zou 6 uren uur duren, en 50 Duitsers en 18 Schotse commando’s het leven kosten.





Yad Vashem toegeeflijker tegenover paus Pius XII

JERUZALEM, 2-07-2012 - Yad Vashem, de officiële Israëlische instelling voor de herinnering van de Jodenvernietiging  in Jeruzalem, heeft de tentoonstellingstekst in het shoahmuseum over de rol van paus Pius XII in de Tweede Wereldoorlog versoepeld.

Eerder had het Vaticaan bezwaren geuit tegen het bijschrift op de tentoonstelling dat vermeldde dat Pius XII, Eugenio Pacelli. niet heeft geprotesteerd tegen de Jodenvervolging en  bovendien een verdrag met nazi-Duitsland tekende, met als doel de Duitse katholieke kerk te tegen nazi-aanvallen beschermen.


De kerk werd in Duitsland niettemin vervolgd, de Oostenrijkse mgr Karl Lampert werd bijvoorbeeld in 1944 door de nazi's onthoofd; prof pater Titus Brandsma, oud-rector van de universiteit van Nijmegen, werd in Dachau in 1942 vermoord, net als vele honderden andere priesters, vooral uit Polen.

Al enkele jaren terug onderscheidde Yad Vashem mgr Angelo Roncalli, een diplomaat in Turkije, wegens het redden van 3-4.000 Joden. Roncalli werd in 1963 gekozen tot paus Johannes XXIII, en hij zocht duidelijk toenadering tot Israël. Ook een Vaticaans diplomaat in Boedapest, mgr Angelo Rotta, werd onderscheididen door Yad Vashem, wegens hulp bij het redden van 15.000 Joden tijdens de oorlog.

Ook van Pius XII zijn gegevens bekend geworden over zijn steun aan het redden van Joden, zonder dat dit overigens ooit zijn officiële politiek werd. Overigens waren de Nederlandse bisschoppen de enigen die zich openlijk uitspraken tegen de Jodenvervolging. 


In het zomerverblijf van de paus, Castel Gandolfo, werden ongeveer 1.000 Joden verborgen. De paus steunde echter de Kroatische, uiterst antisemitische katholieken en verhief hun voorman, mgr Aloyisius Stepinac, tot kardinaal. Na de oorlog kregen vele duizenden SS-ers steun van priesters bij hun vlucht.


Foto links: het zomerverblijf (rose) van de paus in Castel Gandolfo.


The Myth of Hitler's Pope: Pope Pius XII And His Secret War Against Nazi GermanyVan Joodse zijde wordt niet alleen kritisch over Pius XII gedacht De Amerikaanse historicus en professor en rabbi David G. Dalin heeft in 2005 in een boek, The Myth of Hitler's Pope: How Pope Pius XII Rescued Jews from the Nazis, gesteld dat in het zomerverblijf van de paus, Castel Gandolfo, duizenden Joden onderdak vonden en beschermd werden. Dalin heeft verder gepleit voor het toekennen van de Yad Vashem-onderscheiding aan Pius XII.
 
Op het nieuwe bijschrift staat dat niet Pius XII, maar zijn voorganger Pius XI het concordaat tekende, hoewel Pacelli toen kardinaal en  secretaris (minister) van buitenlandse zaken van het Vaticaan was. Ook staan er nu positieve en negatieve aspecten van acties van de paus op het bijschrift vermeld.


Yad Vashem ontkent in een verklaring op zijn website voor druk van het Vaticaan te zijn gezwicht. De tekst is volgens de site aangepast om recht te doen aan onderzoek uit in de afgelopen jaren. Het optreden van Pius XII is minder eenduidig te interpreteren dan in de eerdere tekst werd gesuggereerd, stelt Yad Vashem nu.

VERKLARING VAN YAD VASHEM
dd 1 juli 2012

" The Vatican

The Vatican, under Pius XI, Achille Ratti, and represented by the Secretary of State Eugenio Pacelli, signed a concordat with Nazi Germany in July 1933, in order to preserve the rights of the Catholic Church in Germany.

The reaction of Pius XII, Eugenio Pacelli, to the murder of the Jews during the Holocaust is a matter of controversy among scholars. From the onset of World War II, the Vatican maintained a policy of neutrality. The Pontiff abstained from signing the Allies' declaration of December 17, 1942 condemning the extermination of the Jews.

Yet, in his Christmas radio address of December 24, 1942 he referred to “the hundreds of thousands of persons who, without any fault on their part, sometimes only because of their nationality or ethnic origin (stirpe), have been consigned to death or to a slow decline.” Jews were not explicitly mentioned. When Jews were deported from Rome to Auschwitz, the Pontiff did not publicly protest.

The Holy See appealed separately to the rulers of Slovakia and Hungary on behalf of the Jews. The Pope’s critics claim that his decision to abstain from condemning the murder of the Jews by Nazi Germany constitutes a moral failure: the lack of clear guidance left room for many to collaborate with Nazi Germany, reassured by the thought that this did not contradict the Church’s moral teachings.

It also left the initiative to rescue Jews to individual clerics and laymen. His defenders maintain that this neutrality prevented harsher measures against the Vatican and the Church's institutions throughout Europe, thus enabling a considerable number of secret rescue activities to take place at different levels of the Church.

Moreover, they point to cases in which the Pontiff offered encouragement to activities in which Jews were rescued. Until all relevant material is available to scholars, this topic will remain open to further inquiry.  "


De instelling wilde de tekst alleen wijzigen, als het Vaticaan zijn archieven zou openstellen voor wetenschappelijk onderzoek en als daar ook uit zou blijken dat het beleid van de paus verkeerd was overgekomen.


De  Rooms-Katholieke Kerk heeft aan die eis niet voldaan, al zijn er wel sommige documenten vrijgegeven. Volgens Yad Vashem heeft nieuw onderzoek echter ,,bepaalde kwesties verhelderd, al blijven nog vele vragen open''.

Op het oude bord stond onder meer dat Pius XII "actief'' streefde naar een verdrag met nazi-Duitsland om de rechten van de kerk te beschermen "zelfs als dat inhield dat het racistische naziregime werd erkend''.


Ook stond er dat hij een brief tegenhield waarin racisme en antisemitisme werden veroordeeld en dat hij niet in het openbaar tegen de moord op de Joden protesteerde.Op het nieuwe bord staat onder meer dat Pius in 1942 in een radiorede de dood van duizenden mensen onder het nazibewind veroordeelde, zonder dat hij de Joden noemde. 







Veiling van documenten van nazi-militairen met Nederlandse banden


STUTTGART, 25-06-2012 - Nazi-artikelen uit de nalatenschap van de Duitse majoor en gouden Olympisch turner Alfred Schwarzmann  (1912 – 2000) wordt op 30 juni 2012 geveild. Schwarzmann behaalde drie maal Olympisch goud in 1936 in Berlijn.


Op 10 mei 1940 landde hij als parachutist  in Nederland en had een aandeel in de verovering van de bruggen bij de Moerdijk. Daarvoor ontving hij binnen twee weken na de landing twee ijzeren kruisen met een door Hitler zelf ondertekende oorkonde.


Foto rechts: Schwarzmann landde bij de Moerdijk op 10 mei 1940, en raakte daar gewond door een longschot.


Deze oorkonden zijn nu te koop op een militariaveiling, en de adviesprijs is  10.000 euro. Het  Duitse gespecialiseerd veilinghuis Andreas Thies nabij Stuttgart biedt deze documenten en andere militaria met een link naar Nederland aan.

Ook komen documenten en foto's van Oberst (kolonel) Helmut Lent (foto links)

op dezelfde veiling aan bod.


Lent leidde het 4de Nachtjadggeschwader en vloog drie jaar vanaf de basis Leeuwarden. Hij behaalde 113 overwinningen en kreeg daarvoor het 'Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes mit Eichenlaub, Schwertern und Brillanten' op 31 juli 1944. Daarvan zijn er slechts twee uitgereikt aan de Luftwaffe. Die ridderorde is niet op de veiling maar berust in het Militärhistorisches_Museum_der_Bundeswehr in Dresden.


Lent geldt als één van de beste 'aces' van de Duitse 'dunkele Nachtjagd', de jageroperaties zonder zoeklichten, die overigens voornamelijk vanuit Nederland werd uitgevoerd. Lent moderniseerde de aanpak van zijn eenheid, o.m. door boordradar en optimaal gebruik van de Duitse walradar. Hij kwam uiteindelijk in 1944 in Duitsland om na een ongeluk tijdens een landing.


Foto links: kolonel Lent met zijn vrouw op hun huwelijksdag, september 1941. Lent was in Leeuwarden commandant van het 4de eskader van het Nachtjagdgeschwader 1. Foto onder rechts: de begrafenis van Lent, oktober 1944. De originelen van deze en andere foto's zijn te koop op de veiling..


Op dezelfde veiling komen ook artikelen van andere nazi's aan bod, zoals gouden epauletten van Reichsmarschall Goering, die voor 9.500 euro op de lijst staan, of een zilveren schaal uit Goerings landhuis Carinhall in Berlijn, waarvan de schatting 18.000 euro is.


Een SS-trompetterbanier moet maar liefst opbrengen, een zwarte SS-pet 4.500, een SS-dolk 6.500 euro. Een SS-veldjasje van een Sturmbannführer (majoor) van Hitlers lijfwacht, de Leibstandarte Adolf Hitler, moet 11.500 euro opbrengen. Een SS-eekhoorn in porcelein kon wel eens 2.800 euro opbrengen volgens de catalogus.


Aquarel van Hitler

Een aquarel door Hitler van de Karlskirche in Wenen van mogelijk 14.500 euro opbrengen op de veiling.


Deze aquarel is bijzonder, omdat achterop de naam van de kunsthandelaar staat die hem verhandelde: Samuel Morgenstern uit Wenen, die Hitler er fatsoenlijk voor betaalde. Hitler leverde 4 jaar lang aan Morgenstern.


Toen deze gedeporteerd zou worden trachtte hij via een verzoekschrift aan Hitler diens hulp in te roepen, maar de brief heeft Hitler nooit bereikt en Morgenstern stierf in 1943 in het ghetto van Lodz (Litzmannstadt).
 





Schwarzmann
Schwarzmann won in 1936 op de Olympische Spelen in  Berlijn driemaal: bij het turnen landenteam, turnen parcours en paard. Zodoende was hij één van meest succesvolle deelnemers van deze spelen, die door de nationaal-socialisten vooral werden benut voor propaganda.

Schwarzmann was toen al militair, en maakte door zijn successen een grote carrière. Alhoewel hij geen vereiste opleidingen had genoten, werd hij toch van soldaat tot officier bevorderd. Na de Olympische Spelen werd hij reservist en sportinstructeur bij een legersportschool.

Schwarzmann gaf vóór de oorlog Duitse parachutisten les hoe zij met turnoefeningen beter konden landen en doorrollen - de toenmalige parachutes hadden een veel hogere landingssnelheid dan die van nu.


Na zijn eigen landing bij Moerdijk, raakte hij gewond door een longschot, waarvan hij maar langzaam genas. Hij werd eerst in een ziekenhuis in Dordrecht verpleegd.


Schwarzmann had een gering aandeel in de gevechten in Nederland, maar ontving toch drie hoge militaire

onderscheidingen: het

Eisernes Kreuz-II en -I op resp. 17 en 23 mei 1940, en zelfs het Ridderkruis. Mogelijk kreeg hij die laatste orde omdat zijn dood werd verwacht.


In juni 1940 werd Schwarzmann uit het ziekenhuis ontslagen, waarna hij het volgende jaar deelnam aan de grote luchtlanding  op Kreta in 1941 en vervolgens naar de Sowjet-Unie werd gestuurd.


Foto rechts: Schwarzmann op de Olympische Spelen in Berlijn in 1936.


Tegen het einde van de oorlog kreeg hij weer last van zijn wond en kwam weer in het hospitaal.  Na de oorlog namen de Britten hem gevangen, maar kwam eind 1945  vrij.

Duitsland kon pas 7 jaar later weer deelnemen aan de spelen, en ook Schwarzmann nam opmerkelijk genoeg weer deel. De turner won toen verbazend genoeg een zilveren medaille – 16 jaar na zijn overwinning in Berlijn. Door deze prestatie werd hij in 2000 uitverkozen tot beste Duitse turner van de vorige eeuw.

Naast zijn militaire spullen komen ook documenten van Schwarzmann op de veiling. Deze hebben allemaal iets met zijn sportieve verleden te maken, zoals  gelukstelegrammen uit 1936 en zijn soldijboekje - geschatte waarde 5.000 euro. Mogelijk zal de hele kavel 40.000 euro opbrengen.


Het veilinghuis heeft wel op de site erbij vermeld, dat alleen verkocht wordt aan mensen die een kennelijk legiitieme reden hebben voor de aanschaf van deze zaken, zoals het samenstellen van een verzameling over WO2 op wetenschappelijke gronden.




Turings 100ste verjaardag grote herdenking voor Bletchley Park

BLETCHLEY PARK, 22-06-2012 (UPDATE 23-06-2012) - Morgen valt de 100ste geboortdeag van Alan Turing (23 juni 1912 - zelfmoord, 7 juni 1954), die gezien wordt als belangrijkste Britse codebreker uit WO2.


Turing was de voornaamste geallieerde expert, die de Duitse zg. 'Enigma'-machine wist te kraken. Die codemachine werd m.n. door de Kriegsmarine en de Duitse onderzeevloot gebruikt.


Bletchley Park was het Britse centrum dat tijdens WOII de Duitse Enigma en Lorenz codes kraakte.


Deze dag heeft tot veel herdenkingen en evenementen geleid.

Turing werkte vanaf 1938 voor de betrokken dienst en vanaf 1939 in Bletchley Park zelf en geldt verder als de vader van de computerkunde wereldwijd.


Foto rechts: Turings werkkamer in Bletchley Park.


Op 30 juni viert het Blechtley Park de 100ste verjaardag van de geniale codebreker met een symposium. Ook in Nederland herdenkt de academische gemeenschap Turings verjaardag (zie ook bericht 4 juni 2012). Het Londense Science Museum wijdt een tentoonstelling aan hem.

Ter ere van het Alan Turingjaar 2012 organiseert het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) in het Science Park Amsterdam in de Watergraafsmeer de tentoonstelling Turings Erfenis. Deze tijdelijke tentoonstelling is geopend op 14 juni en is te zien tot en met 6 oktober 2012.


De Duitse Wehrmacht, Luftwaffe en Kriegsmarine verzonden tijdens de Tweede Wereldoorlog dagelijks vele duizenden gecodeerde berichten .

Turing brak persoonlijk de code van de Enigma, de machine die werd gebruikt door de U-Boote die tijdens de Slag om de Atlantische Oceaan aasden op de geallieerde konvooien. Daarbij stierven op de Atlantic ruim 36.000 geallieerde zeelieden, onder wie 4.500 Nederlanders, en gingen 3.500 koopvaardijschepen verloren, waarvan ruim 300 Nederlandse

De Enigma-berichten liepen uiteen van topgeheimen, zoals gedetailleerde verslagen van generaals en orders ondertekend door Hitler zelf, tot de belangrijke details van de oorlog, zoals weerberichten en inventarissen van het voorraadschepen.

Dankzij Turing en zijn collega-codebrekers, belandde veel van deze informatie in geallieerde handen - soms binnen een uur of twee na het verzenden.


Foto links: de Duitse Enigma, ook te zien in Amsterdam.

Hoe sneller de berichten kunnen worden gebroken, hoe verser de intelligentie die zij bevatten, en ten minste één keer werd de Engels vertaling van een onderschept Enigma-bericht door de Britse Admiraliteit gelezen in minder dan 15 minuten nadat de Duitsers had verzonden. Het prototype van Turings anti-Enigma "kraakmachine", genaamd Victory, werd geïnstalleerd in het voorjaar van 1940.


Zijn kraakmachiners, in het Engels "bome" genoemd,  maakten van Bletchley Park in een codebrekers-fabriek. Al in 1943 kraakten Turings machines het duizelingwekkende totaal van 84.000 Enigma-berichten per maand - twee berichten per minuut.

 
De Tweede Wereldoorlog heeft volgens sommige kenners twee jaar korter geduurd door het werk in Bletchley Park.


Officieel was dat de Government Code & Cypher School, beheerd door de Britse Secret Intelligence Service, tijdens de oorlog bekend als MI6, Military Intelligence, Section 6, de Britse inlichtingendienst voor het buitenland. 


Foto rechts: Alan Turing


Het succes van Bletchley Park was deels te danken aan het genie van mensen als Alan Turing (foto rechts) , maar volgens sommigen evengoed aan de industriële aanpak van de verwerking van onderschepte Duitse berichten. Er lopen veel actie in het centrum, dat ernaar streeft een belangrijk museum te worden.

Bletchley Parkl bezit een enorm archief over WO2. Tegenwoordig vormt dat een uiterst belangrijke bron voor gebeurtenissen en personen uit de Tweede Wereldoorlog.


Sinds 2010 wordt dit ontsloten door een grootscheeps scan- en elektronisch archiveringsproject met de hulp van computer- en printerbedrijf Hewlett Packard.. Zowel indexkaarten, landkaarten, boodschappen en verwerkte informatie – nu nog in tientallen dozen – worden of zijn al gescand, en zijn in eerste instantie voor intern gebruik opgeslagen.


Daarna zal de informatie ook publiekelijk beschikbaar komen via de website. Weer later moet het interactief toegankelijk worden, met de optie om bijkomende informatie rond gepubliceerde gebeurtenissen eraan te koppelen..


Wat het archief exact bevat is nu nog onduidelijk, omdat nog lang niet alle catalogi klaar zijn.

Ook deze archiefactiviteit past in het streven om van Bletchley Park een topmuseum te maken. Blechtley Park is verder druk bezig met fondsenwerving en heeft een subsidie gekregen van 4,6 miljoen pond van de Britse National Lottery Fund. het centrum moet daar zelf nog 1,7 miljoen bij werven. Doel is vooral de vervallende gebouwen van de codebrekers te redden.




Documentaire over laatste Nederlandse nazi's

HILVERSUM, 15-06-2012 - Aanstaande maandag start de AVRO een serie over de laatste Nederlandse nazi's. In deze zesdelige serie is getiteld LEVY & de Laatste Nazi’s. Hierin doet documentairemaker Gideon Levy (foto rechts) een uiterste poging de laatste, hoogbejaarde Nederlandse oorlogsmisdadiger Siert Bruins, achter de tralies te krijgen.

Tot diens dood op 24 mei 2012 volgde hij ook Klaas Carel Faber. Levy bezocht archieven, interviewde aanklagers, bezocht de huisadressen van Bruins en Faber en confronteerde Duitse politici in de Bondsdag. Nu blijft alleen Bruins over.


Siert Bruins (Vlagtwedde, 2 maart 1921), ook bekend het Beest van Appingedam, vocht als SS-er net als Heinrich Boere aan het Oostfront en werkte daarna in de oorlog voor de Sicherheitsdienst (SD)  in Delfzijl en omgeving. .

Bruins vluchtte in de laatste oorlogsdagen naar Duitsland. Op 22 februari 1980 vervolgde de rechtbank van Hagen hem op instigatie van nazi-jager Simon Wiesenthal vanwege moord op twee Joodse broers, Lazarus en Meijer Sleutelberg, op 25 april 1945 in Delfzijl. Wegens medeplichtigheid kreeg hij in Duitsland 7 jaar cel waarvan hij 5 jaar uitzat.


Voor de moord op verzetsman A.K. Dijkema uit Bierum is Bruins nooit veroordeeld. Een Duitse historicus, dr. Stephan Stracke van de Bergische Universität, tracht deze zaak nog voor de Duitse rechter te krijgen. Bruins woont tegenwoordig in het kleine dorp Altenbreckerfeld in de buurt van Hagen.

In 2003 wees de rechtbank in Hagen een verzoek van toenmalig minister van justitie Piet Hein Donner af om hem te vervolgen. Op 26 januari 2007 maakte de Duitse justitie bekend, dat ze hem en nog drie daar levende Nederlandse oorlogsmisdadigers niet voor oorlogsmisdaden zouden vervolgen. Maar Boere werd tot levenslang veroordeeld en voor Faber was de Duitse overname van zijn levenslange Nederlandse straf in een gevorderd stadium.

Gideon Levy over z’n nieuwe reeks:


“Mijn hele familie is getekend door de Tweede Wereldoorlog, dus ik sta niet echt neutraal ten aanzien van de oorlog. Maar in mijn reis om te begrijpen hoe het kan dat er vandaag de dag nog oorlogsmisdadigers in vrijheid leven, probeer ik de zaak van alle kanten te belichten. Zo vertelt mevrouw Faber mij bijvoorbeeld dat haar man een soort kindsoldaat was: ‘Hij was pas achttien’. Siert Bruins zegt hetzelfde over zijn vrijwillige indiensttreding. Anderzijds zijn er mensen geweest van diezelfde leeftijd, die zijn uitgegroeid tot iconen van het verzet. Wat mij intrigeert is hoe mensen morele keuzes maken, hoe kiezen mensen? Dan gaat het niet alleen over toen, maar ook over nu."

Levy maakte eerder voor de AVRO documentaires over o.m. het onderwijs in Nederland.




Scenarioschrijfster gevonden voor film Bankier van het Verzet


AMSTERDAM, 13-06-2012 - Er is een scenarioschrijfster gevonden voor de geplande film 'Bankier van het Verzet' over het financieringswerk van de grote Nederlandse verzetsman Walraven van Hall.  Het is Marieke van der Pol. Zij gaat het leven van de onderduikfinancier beschrijven. Dat heeft producent NL Film dinsdag bekendgemaakt.


Foto rechts: Van Hall en zijn gezin tijdens de oorlog.


De film Bankier van het Verzet gaat over de ondergrondse financiering van mensen in financiële nood door de oorlog. In tweede instantie financierde het Nationale Steunfonds van Iman van den Bosch en Van Hall de grote Nederlandse onderduik en daarnaast van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog vanaf ongeveer 1942. Van Hall werd door de Duitsers als represaille gefusilleerd in 1944. Bankier van het Verzet moet in de winter van 2013 uitkomen.


Waarheidsgetrouw

Producent Sytze van der Laan van NL Film benadrukt in een toelichting dat het de bedoeling is een zo waarheidsgetrouwe film mogelijk te maken. Daarom heeft zijn bedrijf voor deze film de historicus Wim de Bell ingeschakeld, die voor het Verzetsmuseum in Amsterdam de tentoonstelling over Van Hall in 2010 heeft samengesteld.

Ook heeft Van der Laan contact gelegd met de zoon en dochters van Van Hall, die o.m. het familiearchief hebben opgesteld. Kleinzoon Walraven van Hall jr. werkt ook aan de film mee. Ook de gemeente Amsterdam heeft alle medewerking toegezegd; burgemeester Eberhardt van der Laan was bij de onthulling van het monument voor Van Hall en is zeer geïnteresseerd in het Nederlands verzet; hij was enige tijd voorzitter van het Verzetsmuseum.


Door de voorbereidingen is de producent  zeer onder de indruk geraakt van de figuur van Van Hall, van wie hij tot de oprichting van het standbeeld nog nooit gehoord had. Van der Laan wijst de 'grijze' visie op de Tweede Wereldoorlog sterk af, die de Nederlanders in de oorlog hoofdzakelijk als onverschillig ten opzichte van de Duitsers afschildert. Van der Laan noemt Van Halls werk en het Nationaal Steunfonds 'uniek in de wereld'.

Hij neigt ernaar om Dr L. de Jongs bewondering voor Van Hall als mogelijk grootste Nederlandse verzetsman te onderschrijven, ook door het bijzondere karakter en de grote opoffering van Van Hall. De manier waarop zonder geweld enorme sommen geld - Van der Laan stelt dat het gaat om bedragen die nu tussen 500 miljoen en 1 miljard waard zijn - bijeen werden gekregen heeft veel indruk op hem gemaakt.


In 2010 kreeg Van Hall een groot monument op het Frederiksplein, naast de Nederlandsche Bank in Amsterdam. Hij geldt als één van de grootste Nederlandse verzetsleiders, zo stelt de officiële  geschiedschrijver Dr L. de Jong in zijn standaardwerk over de oorlog, 'Het Koninkrijk'.

Foto links: het monument voor Van Hall, een omgevallen boom van brons, op het Frederiksplein op de dag van de onthulling. Foto Arthur Graaff.


Marieke van der Pol schreef eerder scenario's van films als De Tweeling, naar het boek van Tessa de Loo over twee Duitse zusjes van wie de ene in Nederland de oorlog meemaakt, de ander in Duitsland. Deze film kreeg een Oscarnominatie.Marieke van der Pol heeft zin om het scenario te schrijven. "Een man die door middel van de grootste bankfraude uit de Nederlandse geschiedenis zijn geluk en zelfs zijn leven op het spel zet, binnen de arena van de Tweede Wereldoorlog. Daar zit een ijzersterke film in."

"Marieke heeft een groot talent om historische thema's emotioneel en actueel te vertellen", schrijven de producenten Sytze van der Laan en Alain de Levita op hun website.




Gratie op komst voor Ierse deserteurs uit WO2


DUBLIN, 13-06-2012  - De Ierse regering heeft gisteren voor ongeveer 5.000 gedeserteerde Ierse soldaten uit WO2 gratie aangekondigd. Deze groep deserteerde uit het Ierse leger om met de Britten tegen de Duitsers te vechten.

De gratiëring was al aangekondigd in januari van 2012. Er waren na de oorlog schrijnende gevallen van veroordeelden door de krijgsraad geweest.


Foto rechts: twee Ierse soldaten, hier in Brits tenue. Het zijn Freddy en Paddy Reid.


De straf van de overheid had ook al na de oorlog tot veel onrust geleid, vooral omdat die niet gedekt werd door de traditionele definitie van desertie: het verlaten van een bedreigde post om op eigen gezag naar een veilige post te gaan. Het omgekeerde was juist het geval, en duizenden slachtoffers werden gestraft met onthouding van overheidsbanen en -uitkeringen.

De Ierse regering heeft bovendien zijn excuses aangeboden aan de deserteurs voor de manier waarop zij na de oorlog in Ierland behandeld werden. Degenen die individueel veroordeeld werden door een krijgsraad krijgen een vernietiging van hun vonnissen. Er komt een speciale wet voor de deserteurs die dit najaar zijn beslag zal krijgen, zo kondigde de minister van Defensie Alan Shatter aan in het parlement, de Dáil.

Ierland was tijdens die oorlog neutraal en tot op zekere hoogte vanwege het anti-Britse gevoel, zelfs pro-Duits.


De toenmalige Ierse premier Éamon De Valera (foto links) tekende bijvoorbeeld na de dood van Adolf Hitler op 30 april 1945 zelfs een Duits condoleanceregister in Dublin - hoewel hij als oprecht gelovig katholiek grote bezwaren tegen Hitler had gehad. Het Ierse standpunt deels kwam voort uit eeuwenlange bloedige onderdrukking door de Britten. Niettemin stonden de Ieren de Britse luchtmacht tijdens de oorlog toe over hun land te vliegen. Het was overigens De Valera die de maatregelen tegen de 'deserteurs' goedkeurde.

Tijdens de Duitse bombardementen op Belfast  in Noord-Ierland in april en mei van 1941 (met Duitse bommenwerpers uit
o.m. Nederland ) hielpen diverse brandweerkorpsen uit de Ierse Vrijstaat bij het bestrijden van de branden en het behandelen van de slachtoffers. Twee weken later werd Dublin door de Duitsers gebombardeerd, waarbij 30 doden vielen.


Foto onder: Lower Donegall Street, Belfast na het bombardement door Luftwaffe op 15 april 1941. Hierbij vielen 900 doden.


Er waren binnen de IRA vele leden die sympathiseerden met de nazi's, onder hen de schrijver Francis Stuart en zijn vrouw Iseult Gonne, die zoals een aantal andere IRA-leden naar Duitsland uitweken. Stuart werd berucht door zijn propagandawerk voor de Duitse radio.

Defensieminister Shatter zei er gisteren het volgende over in het Iers parlement, de Dáil:
"Leden van de Ierse defensiekrachten verlieten hun posten in die tijd om aan de geallieerde zijde te vechten tegen tirannie en samen met duizenden andere Ierse mannen en vrouwen, speelden zij een belangrijke rol in het verdedigen van de vrijheid en democratie. Degenen die aan de geallieerde kant vochten hebben zo bijgedragen aan de het beschermen van de onafhankelijkheid van deze staat en van onze democratische waarden."

Zo'n 50.000 Ieren uit de Ierse Republiek dienden tijdens WO2 in het Britse leger. De toenmalige Ierse regering ontsloeg de deserteurs onder hen en ontzei hen 7 jaar lang de toegang tot overheidsfuncties en -uitkeringen. Die maatregel werd zonder aanziens des persoons genomen: wie tijdens de oorlog afwezig was, werd botweg door die maatregel getroffen.

Velen van hen ondergingen die behandeling als stigmatiserend. Daarom hebben veel deserteurs en hun nabestaanden zich decennialang ingezet voor eerherstel. De regering heeft zijn beslissing genomen op basis van ''voortschrijdend inzicht''.




Rode baretten herdenken invasie D-Day


SAINTE-MÈRE-ÉGLISE, 12-06-2012 (NAGEKOMEN) - Nederlandse militairen hebben in Normandië deelgenomen aan de herdenking van D-Day, zo meldt het ministerie van Defensie.

Met een parachutesprong boven het vermaarde Normandische plaatsje Sainte-Mère-Église hebben militairen van de 11de Luchtmobiele Brigade op D-Day, woensdag de geallieerde invasie van 6 juni 1944 herdacht.


Foto rechts: de Rode Baretten tijdens de herdenking op het plein van Sainte-Mère-Église op 6 juni 2012, D-Day, in Normandië. Op de achtergrond de bekende kerk, waaraan de parachute met de pop hangt. Foto Defensie.


Het Normandische dorpje, achter Utah Beach in de Amerikaanse aanvalssector, maakte op 6 juni 1944 om 01:55 een luchtlanding mee. Daarbij werden vele Amerikaanse para's van de 82nd Airborne Division gedood; één terwijl hij met zijn parachute aan de kerktoren hing.

Als monument hangt er sindsdien een parachute met een pop aan de kerktoren (foto links). Deze divisie verloor in Normandië  5.245 doden en werd later dat jaar ook bij Grave gedropt in het kader van Operation Market Garden.

De huidige herdenkingssprong, samen met para's uit de VS, Frankrijk, Duitsland en het VK, vormde een van de vele plechtigheden waaraan de rode baretten en militairen van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers ‘Prinses Irene’ de dagen rond D-Day hebben deelgenomen.


Op 5 juni 2012 kwam in Arromanches, ook on Normandië, traditioneel een groep voormalige Engelandvaarders van de Prinses Irene Brigade bijeen onder leiding van Engelandvaarder en generaal-majoor b.d. Rudi Hemmes (foto rechts) om D-Day te gedenken. De brigade had aan D-Day overigens niet deelgenomen, maar kwam op 8 augustus 1944 in Frankrijk aan.

Eerder was er een kranslegging bij het monument ‘Iron Mike’ in het nabije La Fière voor de 82nd Division door onder anderen luitenant-kolonel Michael van den Berg, de adjunct-defensieattaché in Parijs. De Nederlandse militairen namen ook deel aan een herdenking bij het oorlogsmonument in het dorpje Graignes, waar zeer zwaar is gevochten en door de SS enkele oorlogsmisdaden zijn gepleegd.


Juist vór 6 juni vond ér ook een herdenking plaats op de grote Duitse begraafplaats in het nabije dorpje La Cambe, waar 21.114 Duitse soldaten liggen. Ook daaraan heeft de Nederlandse delegatie van militairen deelgenomen.




Elftal onder de indruk van Auschwitz

AUSCHWITZ, 7-06-2012 - Het complete Nederlands elftal leek woensdag onder de indruk van het bezoek dat zij brachten aan het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.


Spelers en staf bleven ruim een uur op het uitgestrekte terrein  van het voormalige kamp, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim 1 miljoen mensen vermoord werden. De tocht langs de gaskamers maakte mogelijk de meeste indruk. "Dit mogen we nooit vergeten'', twitterde John Heitinga.


Het gezelschap keerde na het bezoek weer terug naar Krakau, 65 kilometer verderop, waar het Nederlands elftal verblijft tijdens het EK. Mark van Bommel was aangeslagen. Op Bert van Marwijk maakte het bezoek erg veel indruk.


De spelers kregen al daarvoor in Lausanne  informatie over het kamp van voormalig hoogleraar Nederlands Herman Pleij, zelf een voormalig profvoetballer. Hij legde o.m. de link met rassenhaat en slavernij - Auschwitz was ook een kamp voor slavenarbeid.


Pleij vertelde aan Radio 1 dat de spelers gretig de informatie opnamen en zeer geïnteresseerd waren. Hij wees erop dat de kennis van Auschwitz onder de spelers zeer uiteenliep, door hun uiteenlopende leeftijden - 18 tot 35 - en opleidingen.  Hij was getroffen door vragen over o.m. de extreem rechtse beweging in Griekenland en het Polenmeldpunt. Pleij achtte het uitgesloten dat je niet naar Auschwitz zou zijn gegaan als je in Krakau logeert. Hij heeft ook gewezen op de Jodenvernietiging in de Oekraïne tijdens de moordacties van de zg.Einsatzgruppen.


Begin jaren '90 speelde profclub Telstar in Katowice, eveneens nabij Auschwitz. Spelers en aanwezige Nederlandse journalisten besloten het kamp te bezoeken. Een van die bezoekers van destijds vertelde gisteren: "Als verdoofd reisden we destijds terug naar Katowice, aan voetballen dacht niemand. Het duurde nog dagen voordat we de beelden en indrukken een beetje van ons af konden schudden," zo beschrijft Silvain Efimenco in zijn column over het bezoek in Trouw. De NRC heeft een fraaie fotoserie. BNR heeft een slideshow van het bezoek van de Nederlandse spelers aan het kamp

Ook de Italiaanse ploeg bezocht het kamp. Er ontstond wel een rel om bezoek de Duitse Nationalmannschaft aan Auschwitz, omdat er maar 3 spelers aan deelnamen, van wie twee met een Poolse achtergrond. Bastian Schweinsteiger bleek bijvoorbeeld op Capri vakantie te houden.


Olivier Bierhoff, de teammanager van de Duitse ploeg, werd aangevallen vanwege een ongelukkige uitlating. Hij kondigde na het bezoek aan dat met de overige leden van de ploeg bij het haardvuur oftewel bij een 'Kamingespräch' het nog over hebben. Dat viel bij sommigen verkeerd, omdat het een woordspeling leek op de schoostenen van de gaskamaers.  In Duitsland is overigens de nadruk op Jodenvervolging in het onderwijs sterk, wat mogelijk een reden voor de afkerigheid van de Duitse spelers voor een bezoek is.





President Hollandes eerste D-Day: bezoeken aan Ranville en Caen


PARIJS, 6-06-2012 - De nieuwe Franse president François Hollande (foto rechts) bezoekt vanmiddag op de 68ste herdenking van D-Day in Normandië.


Hij gaat eerst naar het Britse War Cemetery in het dorp Ranville bij Caen en daarna naar de nabijgelegen stad Caen zelf. Ranville was de eerste Franse plaats die tijdens de Tweede Wereldoorlog bevrijd werd, en wel op 6 juni 1944, D-Day.


In Caen bezoekt de president vervolgens het Vredesmuseum dat dit jaar een nieuwe afdeling speciaal gewijd aan D-Day heeft. De nieuwe president reist per auto, en ook de beveiliging is aanzienlijk verminderd vergeleken met die van president Sarkozy, zo meldt de Franse pers.


De president neemt verder op 9 juni ook deel aan de herdenking van de Massamoord van Tulle - 120 inwoners die door de SS als represaille werden opgehangen. Tulle ligt in het departement van de Corrèze, waar Hollande enkele jaren afgevaardigde voor was


Afbeelding links: wat de gelijkgeschakelde Nederlandse pers mocht publiceren van de Duitsers over de invasie in Normandië. Klik op de afbeelding voor een leesbare PDF.


De landingen op 6 juni 1944 in Normandië werden door de geallieerden aangeduid met Operation Neptune als onderdeel van de Operation Overlord, de Slag om Normandië. De operatie geschiedde door 156.000 Britse, Amerikaanse en Canadese militairen met behulp van ruim 5.000 schepen van bijna 200.000 marinemensen. Het is nog altijd de grootste amfibische landing in de geschiedenis. Er sneuvelden ongeveer 37.000 geallieerde militairen.


In de Britse sector, aangeduid met Sword en het gebied omvattend dat noordelijk van de stad Caen ligt, voerden ook 7900 geallieerden luchtlandingen met parachutes en zweefvliegtuigen uit.


De Amerikaanse 101ste en 82ste luchtlandingsdivisies deden hetzelfde in hun sectoren.


Foto links: een Horsa-zweefvliegtuig in het museum in Benouville, naast Ranville.


De Duitsers hadden de Atlantische kust versterkt met de fortificaties van de zg. Atlantikwall.


Nederlands aandeel

Aan de invasie namen 39 Nederlandse koopvaardijschepen deel. De marine neemt aan deze invasie deel met de kanonneerboten HrMs Flores en HrMs  Soemba (zie kaart onder voor hun posiites) en met de mijnenlegger HrMs Douwe Aukes. De twee kanonneerboten beschoten de Normandische kust. Ook namen 4 Nederlandse zeeslepers deel: de Schelde, de Thames en de Zwarte Zee (sterkste sleper ter wereld) en de Amsterdam. Het Nederlandse RAF 320 Squadron vocht eveneens mee met tweemotorige Mitchell bommenwerpers.


Tijdens de Operation Overlord, waarvan D-Day de start vormde, begon Frankrijks bevrijding van de nazi's. Er stierven in Normandië in juni en juli 1944 alleen al 20.000 Franse burgers - ruwweg éénderde van de totale burgerverliezen van het land tijdens de hele oorlog.


Het dorp Ranville krijgt dit jaar voor het eerst in zijn bestaan bezoek van het Franse staatshoofd. Het is een dorp met destijds 500 en nu 1750 inwoners. Hier ligt op één na het grootste Britse ereveld bij Caen, met 2.235 voornamelijk Britse soldaten, onder wie 97 onbekenden.


Er ligt ook 1 hond, de mascotte van het Britse 9th Batallion Parachute Regiment, samen met zijn baas, de 19-jarige soldaat E.S. Corteil, gestorven op 6 juni 1944 - zo stelt de website battlefieldsww2.50megs.com


Foto rechts: het Britse Ranville War Cemetery


Het Britse (Gemenebest) Ranville War Cemetery is in grootte de tweede geallieerde begraafplaats bij Caen, na Beretteville-sur-Laize. Op het plaatselijke burgerkerkhof van Ranville ernaast liggen nog eens 47 geallieerde militairen.


Er zijn in Ranville geen Nederlanders begraven, wel liggen op het oorlogskerkhof ook 322 Duitse militairen uit de Tweede Wereldoorlog. Mede om die reden bezocht bondskanselier Gerhard Schröder in 2004 Ranville War Cemetery. De jongste soldaat die er ligt was 16 jaar, waarschijnlijk een SS-lid van de Hitlerjugend, welke divisie in Caen vocht.

Op 19 april 2011 werd op Ranville War Cemetery nog een Australische RAF-piloot van een Spirtire officieel begraven. Het was de 27 jaar oude Flight Lieutenant Henry Lacy Smith, gestorven vermoedelijk 11 juni 1944.Aan zijn begrafenis namen deel leden van het Smiths oude squadron, het Australische 453 Squadron RAAF, en eveneens twee Australische ministers en leden van de familie Smith. Het toestel met zijn stoffelijke resten werd in november 2010 gevonden in de buurt, in de modder in de rivier de Orne.

Ranville ligt 6 km van de kust en vlak naast de rivier de Orne en het kanaal van Caen naar de kust, waarover de beroemde hefbrug ligt, de zg. 'Pegasus-bridge' - de eerste brug die de geallieerden in Frankrijk veroverden.


Deze werd in 1944 hernoemd naar het symbool van de Britse luchtlandingstroepen van de 6th Airborne Division, Pegasus, het mythische Griekse vliegende paard.



Na Ranville gaat de president naar Caen, 6 km verderop, naar het Vredesmuseum. Deze stad heeft zeer zwaar geleden in de laatste maanden van de oorlog in Frankrijk.


De stad verloor tweederde van zijn gebouwen tijdens Slag om Caen van 6 juni tot 8 augustus 1944 tussen de Canadezen en de Duitsers, onder wie de 12. SS-Panzerdivison Hitlerjugend. Deze divisie vermoordde 176 Canadese krijgsgevangenen tijdens deze slag, waarvoor SS-Brigadeführer Kurt Meyer werd veroordeeld. Het grote Vredesmuseum (Musée de la Paix) in Caen bezit sinds dit jaar ook een speciale  D-Day-afdeling heeft (in het Frans: Jour-J)




Foto links: Caen in augustus 1944. Het centrum van de stad werd door 6 weken hevige strijd totaal verwoest.



Elk jaar concentreert  de herdenking zich op één van de 5 landingssectoren in Normandië. Speciale aandacht zal dit jaar ook uitgaan naar de Noorse torpedoboot Svenner die bij de aanval op 6 juni 1944 verloren ging.


In het gehele departement Calvados, waarvan Caen de hoofdstad vormt en dat alle stranden van D-Day omvat, zijn zoals elk jaar rond 6 juni enkele honderden herdenkingen in vrijwel alle

plaatsen, te vergelijken met 4 en 5 mei in Nederland. Het departement heeft het 'D-Day Festival Normandy' (foto rechts) georganiseerd. Het departement vermeldt echter weer niet het bezoek van de president aan Ranville en Caen.


Kaart onder: bij de rode pijlen de posities van de Nederlandse kannoneerboten HrMs Soemba (L) en HrMs Flores (R). In blauw de namen van de vijf aanvalssectoren van D-Day. Klik op de afbeelding voor een vergroting


Normandië 6 juni 1944 Geallieerde vlootposities




NIEUWE BIOGRAFIE:


Feldmeijer was Musserts voornaamste rivaal, niet Rost


GRONINGEN, 1-06-2012 - Niet NSB-leider Meinoud Rost van Tonningen (1894-1945), maar de veel onbekendere Henk Feldmeijer (1910-1945) was de belangrijkste concurrent van Anton Mussert gedurende de Duitse bezetting van Nederland.


Feldmeijer was in de ogen van de Duitsers zelfs de belangrijkste leider binnen de NSB, die de partij en daarmee Nederland moest nazificeren.


Feldmeijer - die zijn naam later verduitste tot 'Feldmeyer' - was een pleitbezorger van de Grootgermaanse SS-idealen binnen de NSB, in tegenstelling tot de ‘softere’ en nationalistische Mussert, die de Nederlandse zelfstandigheid wilde behouden.


Dat blijkt uit de biografie De Voorman. Henk Feldmeijer en de Nederlandse SS van de historicus Bas Kromhout, tevens redacteur van het Historisch Nieuwsblad. ‘De voortdurende radicalisering van Feldmeijer lijkt op die van terroristen,’ aldus Kromhout, die op 4 juni 2012 op het onderzoek promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.  


Henk Feldmeijer werd al in 1932, als 479e persoon, lid van de NSB. Hij wijdde zich vanaf 1935 helemaal aan de partij. Zijn studie wis- en natuurkunde zette hij ervoor aan de kant en hij werd vanaf 1935 steeds radicaler in zijn opvattingen. Door zijn ijver klom hij snel op in de NSB, waar hij volgens Kromhout altijd tot de hardliners behoorde.


Tot aan zijn dood door een ongeluk in februari 1945, op weg naar het front in de Betuwe, bleef hij een fanatiek gelovige in de SS-leer van Blut und Boden


Germaanse SS
Die afdeling binnen de NSB zette hij in opdracht van Reichsführer-SS Heinrich Himmler op om de Duitse belangen binnen de partij te borgen. Hij werd geacht om Mussert op het rechte pad te brengen in het belang van de nazificering van Nederland. Toen dat niet bleek te lukken, overwogen de SS-autoriteiten Mussert af te danken en Feldmeijer tot ‘Leider’ te benoemen.’


Raszuiver


Rost was ouder en kwam uit een betere familie dan Feldmeijer, maar hij kon niet voorkomen dat zijn jonge rivaal in een beter blaadje stond bij Himmler. Niet alleen door zijn jeugd en toewijding, maar ook omdat hij, anders dan over Rost gezegd werd, raszuiver was.


Foto links: Meinoud Rost van Tonningen met zijn vrouw Florrie op hun trouwdag in het Raadhuis van Hilversum.


‘Mussert was helemaal op Rost van Tonningen gefixeerd en schreef daar zelfs nog over vanuit zijn cel. Daarom heeft Rost zoveel aandacht gekregen. Maar Rost beschouwde Feldmeijer als zijn voornaamste rivaal en Feldmeijer was voor Mussert veel bedreigender.’



Radicalisering


Dat een getalenteerde student wis- en natuurkunde aan de Groningse universiteit zichzelf al in 1932 bekeerde tot het nationaal-socialisme valt op. Toch is het gezien zijn achtergrond als zoon van een ‘law-and order’ militair wel begrijpelijk, zegt Kromhout.‘Hij had al een rechts-conservatieve, niet kerkelijke achtergrond. Maar hij was tegelijkertijd wel op zoek naar een levensvervulling. Hij ging zich tijdens zijn studie voor immateriële zaken interesseren, en zocht het zelfs in spiritisme.

Daarnaast groeide zijn rancune jegens de elitaire corps-studenten waar hij als een van de weinige beursstudenten niet bij hoorde. Die combinatie van ressentiment en behoefte aan een ideaal was de voedingsbodem. En hij wilde steeds recht blijven in de leer.’
Ook ontving voormalig minister van buitenlandse zaken Madeleine Albright (foto rechts) bij deze gelegenheid de onderscheiding. Zij groeide  op in een Joods gezin in Tsjechoslowakije dat in 1938 wegens Hitlers inval in hun land naar Londen vluchtte. Ook o.m. Bob Dylan en astronaut en senator John Glenn kregen de onderscheiding tijdens dezelfde ceremonie.

Curriculum vitae Bas Kromhout

Bas Kromhout (Amsterdam, 1975) studeerde Maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit. Hij is werkzaam als redacteur bij het Historisch Nieuwsblad.


Kromhout hoopt op 4 juni 2012 aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen te promoveren op zijn proefschrift:
De Voorman. Henk Feldmeijer en de Nederlandse SS. Promotor is prof.dr. J.W. Renders

Groeiboek


Het boek van Kromhout is opgezet als geschiedenis van Feldmeijers radicalisering. De biograaf kon daarbij gebruik maken van een aantal nieuw ontdekte egodocumenten. De meest opvallende is het ‘groeiboek’ van Feldmeijers zoontje, dat hij sinds diens geboorte bijhield.



Daarin staan niet alleen de eerste stapjes bijgehouden, maar ook ontboezemingen over de politieke situatie en vaderlijke vermaningen voor als zijn kind ooit is opgegroeid, die helemaal passen bij de nationaal-socialistische ‘wereldbeschouwing’. Het document kwam op curieuze wijze in het bezit van Kromhout, namelijk via Marktplaats, waar het te koop stond aangeboden.


Feldmeyer was de Nederlander die de hoogste rang in de SS bereikte: kolonel. Tijdens de bezetting zette hij ook de Aktion Silbertanne op, de sluipmooden op 54 onschuldige maar patriottische Nederlanders. Feldmeyers ster verloor aan glans in de laatste jaren van de oorlog. Hij werd betrapt op verduistering en dronk teveel.





MEDAILLES VOOR  2  OORLOGSHELDEN


Obama glijdt uit over 'Poolse' doodskampen


WARSCHAU, 31-05-2012 - Premier Tusk van Polen is kwaad op de Amerikaanse president Barack Obama. Op 29 mei kende de president de overleden WOII-held Jan Karski een Presidential Medal of Freedom toe, en sprak Obama over de voorname rol die Karski speelde bij het openbaar maken van de moorden in de concentratiekampen tijdens de oorlog.


Foto rechts: president Obama tijdens de uitreiking van de medailles. Klik op de foto voor een video van de uitreiking van de voorlichtingsdienst van het Witte Huis. Spoel door naar 10:27. daar heeft Obama het over Jan Karski en 'Polish death camp'. De medaille werd aangenomen door ex-minister van buitenlandse zaken Adam Rotfeld.


Maar in plaats van nazi-kampen sprak Obama echter over 'Poolse' doodskampen. Dat schoot de Poolse regering in het verkeerde keelgat. De Presidential Medal of Freedom is overigens de hoogste Amerikaanse onderscheiding voor burgers. Dit jaar zijn er 13 uitgereikt


Opvallend is, dat er dit jaar twee mensen vanwege hun optreden tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn onderscheiden. Naast Karksi is dat de Japanse Amerikaan Gordon Hirabayashi, die zich verzette tegen Amerikaanse willekeur tijdens de oorlog en weigerde zich in een kamp voor Japanners te laten plaatsen en uiteindelijk, na 40 jaar, won.


De Poolse verzetsman Jan Karski, foto links, stierf in het jaar 2000 en was na de oorlog jarenlang professor in de VS. Hij is bekend geworden omdat hij in 1942 en 1943 vooral over de vernietiging van het ghetto in Warschau en de vernietigingskampen heeft bericht aan de Poolse regering in Londen en aan de westerse overheden.


Op 10 december 1942 verscheen het officiële Poolse regeringsrapport aan de geallieerde regeringen getiteld 'The mass extermination of Jews in German occupied Poland'van de Poolse minister van buitenlandse zaken graaf Edward Raczynski op basis van Karski's documentatie


De vernietigingskampen stonden op bezet Pools grondgebied. De nazi's hadden echter de kampen gebouwd en zij gebruikten ze om Joden en andere ongewenste volkeren en individuen te vermoorden. Karski werd na de oorlog professor in de VS aan de universiteit van Georgetown, nabij Washington.


Het Witte Huis heeft ondertussen in een reactie al laten weten dat Obama 'nazi-kampen in Polen' bedoelde. Of de Poolse regering, die een nauwe band met de VS onderhoudt omdat er een tiental miljoen Polen naar de VS zijn geëmigreerd, daarmee genoegen neemt is niet duidelijk. De tekst van Obama's speech op de website van het Witte Huis is intussen aangepast.


Amerikaanse concentratiekampen



De Presidential Medal of Freedomis de opvolger van de 'gewone' Medal of Freedom', de medaille die vanwege oorlogsactiviteiten werd ingesteld. De nieuwe medaille is o.m. uitgereikt aan de Poolse president Lech Walesa (1989) en de voormalige Nederlandse minister van buitenlandse zaken en secretaris-generaal van de NAVO, Joseph Luns (1984), een ex-NSB-lid.


De Medal of Freedom werd na de oorlog vanwege verzetswerk ook toegekend aan o.m. Willem Drees, Johannes Post*, Wim Speelman*, Henk van Randwijk, Iman van den Bosch*, Hannie Schaft*, Joke Folmer, Walraven van Hall*, en Peter van de Hurk (deze laatste drie met Gold Palm, de hoogste versie) en aan nog ongeveer 300 andere Nederlanders. Anno 31-05-2012 leven Joke Folmer en Peter van den Hurk nog.


*: postuu







Volk en Vaderland in november op website Kon. Bibliotheek


DEN HAAG, 25-05-2012 - In november 2012 komt het NSB-weekblad Volk en Vaderland digitaal beschikbaar. Dat heeft de Koninklijke Bibliotheek bekendgemaakt. Het zal gaan om ongeveer 600 nummers van 6 pagina's gemiddeld. Het blad komt dan op de website Kranten.KB.nl.


De publicatie is louter door technische redenen vertraagd, zo benadrukt een bibliothecaris Edwin Klijn van de instelling. Er is een bestand van microfilms die overgezet moeten worden naar een digitaal formaat voor de database. 



Discussie

In 2010 ontstond een openbare discussie of het wel gewenst was om nazistische literatuur via het internet beschikbaar te maken. Intussen heeft de KB dat met vrijwel alle Nederlandse fascistische bladen gedaan.


Dat het bekendste blad het laatste is, is het gevolg van technische problemen, stelt de KB.Volk en Vaderland, het officieel orgaan van de NSB,  verscheen voor het eerst op zaterdag 7 januari 1933, en was de bekendste uitgave van de Nationaal Socialistische Beweging in Nederland.


Anton Mussert, oprichter en leider van de NSB, schreef in het begin vrijwel altijd de hoofdartikelen. Het blad gedijde goed en vormde een inkomstenbron voor Mussert en zijn beweging. De  uitgeverij was Nenasu te Utrecht, waarvan Mussert eigenaar was.


Hoofdredacteur

Op het eerste nummer stond geen hoofdredacteur vermeld, maar de belangrijkste redacteur was tot 1942 de romanschrijver George Kettmann jr. en na hem L. Lindeman. Volk en Vaderland koos - conform Musserts opstelling - een politiek uitgangspunt waarin ons land nog min of meer zelfstandig kon voortbestaan binnen een 'Germaanse' statenbond.


Al in 1933 schreef het blad de eerste licht antisemitische teksten, en dat werd na het begin  van de oorlog veel en veel sterker. Het blad had af en toe echter ook kritiek op de Duitsers, wat zelfs leidde tot de arrestatie van hoofdredacteur Lindeman in februari 1945.



Foto links: een pagina uit het nummer van 29 september 1944, met een politeke spotprent met antisemitische clichés. Wonderlijk, omdat vrijwel alle Joden toen allang uit Nederland en uit het straatbeeld verdwenen waren. Klik op de afbeelding voor een groter beeld.


Het blad werd vlak voor de oorlog in mei 1940 verboden en verscheen toen weer voor het eerst op 24 mei van dat jaar. Zijn hoogste oplage 200.000 exemplaren, bereikte het blad begin 1944, wat echter daalde tot 15.000 na Dolle Dinsdag, 5 september 1944. Het laatste nummer verscheen eind april 1945.


Na de oorlog kregen de hoofdredacteuren gevangenisstraffen. De naam Volk en Vaderland werd voor 75 jaar verboden en mag pas in 2023 weer in gebruik komen als naam van een periodiek.


Dat ruim 10 jaar eerder de publicatie nu digitaal plaatsvindt, is daarmee niet strijdig. Het zou zeker de oude NSB-ers sterk verbaasd hebben. NSB-leden werden geacht in uniform te colporteren met het blad. De colportage van het blad leidde tot een bekend spotrijm uit de jaren ´30




    Op de hoek van de straat staat een  NSB-er,

    't Is geen man, 't is geen vrouw, 't is een ras-plebejer

    Met een krant in zijn hand staat hij daar te venten

    en verkoopt zijn vaderland voor 6 rooie centen.






Burma wil oude 'dodenspoorweg' heropenen


YANGON, 21-05-2012 - Myanmar, het vroegere Burma, wil de beruchte Japanse oorlogsspoorweg naar Thailand heropenen. Dat heeft de Burmese minister van spoorwegen Aung Min vandaag bekendgemaakt.

De spoorlijn staat bekend als de 'Burma Railway' of dodenspoorlijn omdat hij door geallieerde krijgsgevangenen en Aziatische dwangarbeiders werd aangelegd, van wie er bijna 100.000 bij de aanleg stierven.

Vanaf juni 1942 liet de Japanse bezetter van Burma, toen een Britse kolonie, 415 km smalspoor aanleggen tussen Nong Pladuk ten westen van Bangkok en Thanbyuzayat bij de Burmese haven Moulmein.

Deze spoorlijn maakte een lange zeereis van Bangkok zuidelijk langs Malakka van 4.000 km overbodig en sneed een groot stuk af. Wel moest hij door moeilijk en bergachtig jungleterrein worden aangelegd, waarbij in deze gebieden ook 4 maanden per jaar een hevige moesson heerst.

De kans dat de verbinding tussen Burma en Thailand weer tot stand komt, lijkt echter klein omdat er in 1985 op het traject  een stuwmeer is ontstaan door de bouw van de Vajiralongkorn Dam in Thailand in de provincie Kanchanaburi.

De lijn raakte bekend door de film 'Brug over de Rivier Kwaï'. De film biedt een volkomen irreëel beeld van de dodelijke situatie, terwijl ook de titel onjuist is, aangezien er nooit een brug over de Kwai was - decennia later hebben de Thais de rivier de Mae Klong waarover de beroemde brug voert omgedoopt in Kwai ('Kwae').

De dodenspoorlijn is berucht geworden om het uitzonderlijk harde regime van de Japanners, waarbij zij bijvoorbeeld aan de vele duizenden zieken (dysenterie, avitaminose, tropenzweren, uitputting, cholera) vaak geen enkel voedsel meer verstrekten, omdat dezen niet werkten.

De verzorging schoot niet alleen volkomen tekort, sanitaire voorzieningen ontbraken volkomen, de werktaak was veel te zwaar, er was alleen slecht handgereedschap, en de behandeling door de Japanners en ook Koreanen was ongemeen agressief en wreed. Onder het Duitse bewind in Nederland was het mogelijk zonder ernstige gevolgen een gengenisstraf van maanden in bijvoorbeeld het Oranjehotel te doorstaan en daar niet per se blijvende gevolgen van te houden. Bij de Japanners was enkele maanden gevangenis gelijk aan een doodstraf.

Het aanleggen van de brug zou volgens planning 5 jaar duren, maar op 25 december 1943, na 16 maanden, was de verbinding al klaar. De bouw werd verricht door 240.000 gevangenen alleen met handgereedschap. De lijn heeft het leven gekost aan meer 90.000 Aziatische dwangarbeiders en ruim 16.000 geallieerde krijgsgevangenen.

Van de 18.000 Nederlandse krijgsgevangenen stierven 3.100 Nederlanders en Indische Nederlanders, zo schrijft Dr L. de Jong in zijn 'Koninkrijk'. De sterfte was onder hen 1 op 6, onder de Aziatische slaven, de zogenaamde romoesja's 1 op 10, volgens De Jong. Geallieerde bombardementen vernietigden in 1945 delen van de spoorweg en kostten ook weer de levens van honderden gevangenen.

Burma studeert nu op een heropening en wil de heropbouw na het regenseizoen, in november, starten, met internationale hulp. Er waren sinds 1992 al plannen voor een renovatie van de spoorlijn, maar die bleven in de kast liggen. Het in maart 2011 aan de macht gekomen bewind voerde al omvangrijke politieke en economische hervormingen door. De heropening zou ook een ontsluiting betekenen van het grensgebied van de Karen.

Bij de spoorlijn zijn 3 officiële Nederlandse erevelden voor de slachtoffers, waarbij op elke begraafplaats niet exact bekend is hoeveel Nederlanders er liggen omdat er veel anonieme graven zijn: 

  •     Kanchanaburi in Thailand, is ongeveer 130 km van Bangkok aan de oevers van de Mae Khlong rivier

  •     Thanbyuzayat in Myanmar ligt in het gelijknamige dorp, ongeveer 65 kilometer ten zuiden van Moulein

  •     Chungkai in Thailand, ligt aan de oever van de Kwai Noi rivier, ten westen van Kanchanaburi.


Voor 50.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers bestaan graven. Van 130.000 Nederlandse slachtoffers zijn nooit stoffelijke resten gevonden, ze verdronken op zee, hun lichamen rusten in massagraven bij Duitse of Japanse concentratiekampen of ze zijn vermoord in de vernietigingskampen van de nazi's, zo stelt de Oorlogsgravenstichting.







Project ‘Verrijkt Koninkrijk’ van start gegaan


AMSTERDAM, 21-05-2012 Begin 2012 is het project ‘Verrijkt Koninkrijk’ van start gegaan. Dit project beoogt de digitale toegankelijkheid van dr. L. de Jongs Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog te verrijken en te optimaliseren. Het omvangrijke standaardwerk van De Jong is als informatiebron én referentiepunt nog steeds een vitaal onderdeel van de historiografie over Nederland en de toenmalige koloniën in de twintigste eeuw, zo stelt het NIOD. Begin 2012 is het project ‘Verrijkt Koninkrijk’ van start gegaan dankzij financiële steun van CLARIN.


Dit project beoogt de digitale toegankelijkheid van Loe de Jongs Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog te verrijken en te optimaliseren. Het 14-delige standaardwerk van De Jong is als informatiebron én referentiepunt nog steeds een vitaal onderdeel van de historiografie over Nederland en de toenmalige koloniën in de twintigste eeuw. Alle delen van De Jongs seriewerk, inclusief het deel met reacties op zijn werk, worden meegenomen in de verrijking. Het project, olv Kees Ribbens van het NIOD, gaat het standaardwerk beter toegankelijk maken door de delen integraal doorzoekbaar te maken.


Door middel van een back-of-the-book index, trefwoorden en verwijzingen en woordfrequentielijsten van het NIOD kan het omvangrijke corpus veel fijnmaziger en structureler worden onderzocht. Bovendien kan de beschikbare informatie uit De Jongs werk gekoppeld worden aan andere, aanvullende digitale bronnen, varïerend van Wikipedia tot WO2-werken uit de Digitale Bibliografie voor de Nederlandse Letteren.


Voorbeeld 

Om te laten zien wat zo’n systematische aanpak van het corpus kan opleveren hier een voorbeeld van de manier hoe het concept van ‘de verzuiling’ een rol speelt in het werk van De Jong. Expliciet heeft hij zich hier weinig over uitgelaten, maar bij wat hij doorgaans als de ‘volksdelen’ aanduidde kon hij moeilijk ontkomen aan een positiebepaling tegenover de maatschappelijke structuur van de door hem beschreven samenleving. We willen daarbij niet alleen in kaart brengen welke individuele vertegenwoordigers en organisaties hij ten tonele voert, maar ook kijken welke waardering er spreekt uit zijn manier van weergeven.


Bovendien passen we dezelfde benadering toe op drie andere gemeenschappen met destijds een wezenlijke, zij het zeer uiteenlopende positie: Joden, nationaalsocialisten en communisten. In samenwerking met de Universiteit van Amsterdam (Maarten Marx, Lars Buitinck en Johan van Doornik), de Vrije Universiteit (Victor de Boer), DANS van de KNAW (Marjan Grootveld), het Meertens Instituut (Mark Kemps Snijders) hoopt het NIOD (bij monde van Tim Veken en Kees Ribbens) met de e-humanities vragen te stellen die voorheen niet of nauwelijks te beantwoorden waren.


Het CLARIN-onderzoeksprogramma ‘Verrijkt Koninkrijk’ (of VK) zal de informatieve waarde van Loe de Jongs werk voorzien van een inspirerend voortbestaan in een digitale publieksomgeving. Het is een boeiende manier om te ontdekken hoe De Jong zich kan handhaven in een nieuwe, zeer veranderlijke omgeving, en om te zien hoe nieuwe vraagstellingen kunnen worden toegepast op een dergelijk corpus. Juist die combinatie van maatschappelijke en wetenschappelijke maakt Verrijkt Koninkrijk een spannend project. 





Bevrijdingsmuseum viert 25 jarig bestaan met extra activiteiten


GROESBEEK, 20-05-2012 - Het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek bestaat 25 jaar en organiseert een aantal extra activiteiten. Er komt een speciale plaquette voor de veteranen en het museum gaat zijn battlefield tours per bus en per uitbreiden. De verjaardag viel mei is al uitgebreid feestelijk gevierd.


Er blijkt volgens het museum bij het publiek een toenemende behoefte aan kennis naar de oorlogsgebeurtenissen in en rond het Rijk van Nijmegen. Het gebied speelde gedurende het laatste oorlogsjaar van WO2 een belangrijke rol in Europa, met grote gevolgen voor burgers, militairen en landschap.


Het museum bestaat dit jaar 25 jaar. Op 6 mei 1987 opende het zijn deuren. Het wordt vrijwel zonder subsidie gerund door een kleine betaalde staf en ruim 100 vrijwilligers. Jaarlijks komen er gemiddeld 40.000 bezoekers, onder wie steeds meer jongeren. Opvallend is volgens het museum dat ieder jaar nog altijd veteranen en nabestaanden van overleden militairen naar het Bevrijdingsmuseum komen. Alleen al in de  omgeving Rijk van Nijmegen en het directe grensgebied liggen ruim 12.000 geallieerde soldaten begraven. Mede daarom werd  25 jaar geleden in Groesbeek het Bevrijdingsmuseum opgericht midden in het gebied waar zich destijds twee grote geallieerde operaties voltrokken: Operatie Market Garden en Operatie Veritable (het Rijnlandoffensief).

Battlefield Fietstour

Zondag 20 mei, 3 juni, 10 juni, 9 september, 30 september en 14 oktober: Battlefield Fietstour. van 10 km over de WO2-slagvelden in en rond Nijmegen. Startlocatie is het beeld 'Mariken van Nimwegen', Grote Markt, centrum Nijmegen om 13.00-17.00 uur. Kosten ter plekke te betalen aan de gids € 10,50 pp incl. gratis entreebewijs voor het Bevrijdingsmuseum.


Battlefieldtour per bus 

Zaterdag 26 mei en 15 september: Battlefieldtour per bus langs de historische locaties van Operation Market Garden in september 1944 en het Rijnlandoffensief in februari 1945.  Deze dagtocht is inclusief koffie/thee, lunch, vervoer, entreegelden, informatieboekje, deskundige gidsen en drankje na afloop en kost € 75,- pp. Reserveren gewenst (vertrek onder voorbehoud van voldoende  deelnemers).


Fietsen zonder parachute 

Zondag 29 juli, 5 augustus, 12 augustus en 19 augustus: Fietsen zonder parachute. Fietstocht van 12.00-17.00 uur in het teken van Operation Market Garden in september 1944 over de landingsterreinen bij Groesbeek, lengte ong. 20 km. Startlocatie is het Bevrijdingsmuseum; kosten € 10,50 pp. inclusief gratis entreebewijs voor het museum.


Reserveren kan via info@bevrijdingsmuseum.nl of tel. 024-3974404.

 


Het museum organiseert een bijzondere bijeenkomst ter ere van de veteranen en de gesneuvelde militairen om de bevrijders onze dankbaarheid te tonen. Dat wi het museum doen door het onthullen van een herinneringsplaquette die een prominente en permanente plaats zal krijgen in het Bevrijdingsmuseum.


Op de plaquette zoveel mogelijk namen vermelden van mensen die dit initiatief ondersteunen. Het museum nodigt belangstellenden uit om dit mede gestalte te geven, voor een bedrag van minimaal € 25,-. Foto rechts: de oorkonde die sponsoren van de wandplaquette ontvangen. De opbrengst zal worden gebruikt voor de vervaardiging van de wandgrote plaquette en activiteiten van het Bevrijdingsmuseum. De namen van de sponsoren komen op de plaquette. Wanneer deze klaar zal zijn, is nog niet duidelijk.


Het museum toont tot en met 31 december 2012 de expositie 'Forever Free. Dansen en Oorlog in de Frontstad', de beleving van de bevolking van Nijmegen en omgeving gedurende het laatste oorlogsjaar. Toen was Nijmegen weliswaar bevrijd, maar een half jaar lang frontstad.


In de frontstadperiode werden er uit het gebied van de Betuwe en het Rijk van Nijmegen zo’n 90.000 mensen geëvacueerd. De regio behoorde tot de zwaarst getroffen delen van Nederland. In Nijmegen kwamen bijna 3.000 burgers ten gevolge van oorlog om. Op 9 mei heeft het museum de dag van Europa gevierd met een symposium met Nederlandse en Duitse politici, onder wie Frans Timmermans (PvdA).





Andere Tijden zondagavond:  Gewapend verzet  


HILVERSUM, 19-05-2012 - In Andere Tijden, zondag 20 mei om 21.15 op Nederland 2: Gewapend verzet.  De hoofdpersonen: twee tienermeisjes en een jonge vrouw. Deze drie besluiten zich tijdens de oorlog aan te sluiten bij het gewapend verzet.


De Groningse Siet Tammens van 20 helpt een Joodse jongen aan een onderduikadres. Uiteindelijk wordt ze één van de kopstukken uit het Gronings verzet, moet zelfs beslissen over leven en dood. De zusjes Truus (foto rechts, als jongen verkleed) en Freddie Oversteegen uit Haarlem zijn 14 en 16 als de oorlog uitbreekt. Het verzet vraagt ze om mee te doen en ze moeten al gauw met een pistool leren omgaan en bruggen leren op te blazen. Drie jonge vrouwen actief in het gewapend verzet: wat vinden ze nu van hun verleden?


Truus en Freddie leven in een communistisch gezin en hebben voor de oorlog al gevluchte Duitse Joden in huis. Al snel doen ze koerierswerk en bezorgen stakingspamfletten. Op een dag in 1941 komt Frans van der Wiel langs van de Raad van Verzet. Freddie vertelt: “Hij zag er leuk uit, maar hij lachte niet. Heel serieus zei hij wát we dan gingen doen. Toen had hij het nog niet over schieten, maar wel over dat we trotyl zouden moeten plaatsen op spoorwegen. Maar ik wist helemaal niet wat trotyl was, of bruggen opblazen. Toen zei ik: ‘God, dat hebben we nog nooit gedaan.”


Voor hun eerste opdracht moesten ze naar Overveen. Achter stapels strobalen verbergt zich  een opslagplaats van het Duitse leger. De meisjes krijgen glazen aspirinebuisjes mee met een brandbare stof erin die ze goed rechtop moeten houden. Truus en Freddie gaan elk met een jongen, alsof ze stelletjes zijn. De buisjes moesten ze tussen de strobalen zien te stoppen. De zussen leiden de soldaten af met een beetje flirten en giechelen, en ondertussen steken de vriendjes de buisjes in de fik. “Frans had gezegd: ‘Niet bang zijn, gewoon doen.’ “ , vertelt Freddie. Ze zijn trots als een pauw. De volgende dag hangen er aanplakbiljetten met een beloning voor de tip die de brandstichters kan aangeven. Siet, onderwijzeres, zorgt eerst voor onderduikadressen,  ze heeft een groot netwerk.


In 1943 organiseert ze met anderen een overval op een bonkantoor in Langweer bij Sneek. De buit: 5.000 onmisbare bonkaarten voor illegalen. Na de overval worden de bonkaarten en wapens bij Siet thuis verstopt. “Ik was gewoon naar mijn werk, maar ze hadden wel een sleutel. Ze konden altijd bij me binnen. Het ging goed.”   Vanaf ’43 zit Siet in de zogenaamde Top, bijeenkomsten van het Groninger verzet. Ze gaat steeds meer organisatorische taken doen. In de Top bespreken ze vervalsingswerk, de verdeling van documenten en wapens, de aanpak van verraders en ook liquidaties. Zo besluit de Top dat politiechefs Keijer en Elsinga uit de weg moeten worden geruimd omdat deze mannen jacht maken op Joden en verzetsmensen. "Ze hebben heel veel kwaad gedaan in Groningen."


Na de actie worden ter vergelding zes mannen uit Bedum doodgeschoten. “Je hebt een beslissing genomen, op dát moment was die beslissing goed. En dan kun je niet meer zeggen: was het wel goed, of was het niet goed? Want dat is achteraf praten”, reageert Siet fel.   Truus en Freddie krijgen opdracht een hoge SS-officier mee te lokken naar een plek in het bos om daar geliquideerd te worden. Truus: “Ik moest opgemaakt worden, wat ik nog nooit had gedaan. Dus dat deed Freddie dan”.


De meiden vinden het resultaat nogal hoerig. Maar Truus heeft succes, ze weet de officier mee te nemen uit het café-restaurant. “Frans heeft hem in een bos doodgeschoten”, vertelt Truus. “Ik vond het heel verschrikkelijk.” Siet ervaart het einde van de oorlog als een teleurstelling. Van officiële kant is er geen begrip voor haar verzetsdaden. "Ik moest me verantwoorden, waarom ik uit Duitsland terug gekomen was! En daar zaten wat wij noemden de mensen die op het laatste moment van grijs goed geworden waren." Siet weigert alle medewerking. Ze vertrekt naar Curaçao en werkt daar als lerares.   Truus en Freddie voelen eveneens teleurstelling.


Bij het einde van de oorlog komen alle verzetsgroepen onder de Binnenlandse Strijdkrachten met aan het hoofd prins Bernhard. "Dat was natuurlijk voor ons gevoel helemaal een verrechtsing", zegt Truus. Af en toe krijgen ze opdrachten waar ze achteraf aan twijfelen. Zo ontstaat wat de zogenaamde Velser Affaire is. Na de oorlog keren de vooroorlogse verhoudingen terug, vernieuwing ontbreekt. Ook worstelen de zusjes met hun gemiste jeugd. "Je kon geen kind zijn. We misten mijn moeder heel erg, even een arm om je heen of over je haar strijken. Dat was er natuurlijk niet bij."   Regie en samenstelling: Yaèl Koren; research: Yfke Nijland en Hannah Dogger.






Wallenberg transporteerde Joods goud  


STOCKHOLM, 19-05-2012 - Raoul Wallenberg, de Zweedse diplomaat en Jodenredder had waarschijnlijk bij zijn onopgeloste verdwijning uit Boedapest in januari 1945 15 kilo goud en sieraden van Joden in zijn auto bij zich. Zijn biograaf Bengt Jangfeldt zegt daarvoor bewijzen te hebben gevonden, meldde de krant Svenska Dagbladet vrijdag.  


Wallenberg was tijdens de Tweede Wereldoorlog als tweede secretaris bij de Zweedse ambassade in Boedapest gestationeerd en hielp daar ongeveer tienduizend Hongaarse Joden door hun Zweedse papieren te geven. Hij werd daarvoor onderscheiden door Yad Vashem. Na de verovering van Boedapest door het Rode Leger namen de Sovjets hem gevangen. Volgens Svenska Dagbladet verdachten zij Wallenberg van spionage.  


Ook oppert het blad de mogelijkheid van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waarbij de Sowjets zijn goud ontdekten en hem daarom verdachten. Volgens de biograaf konden de Sowjets het vermoeden hebben, dat het om nazigoud ging..  


Wallenberg werd gearresteerd 19 januari toen hij op weg van Boedapest naar Debrecen in het oosten van Hongarije reed. Daar wilde hij het hoofd van de oprukkende Sovjet-troepen, maarschalk Rodion Malinowsky, ontmoeten. Daarna wilde Wallenberg naar Zweden rijden met zij Amerikaanse auto, een Studebaker Champion uit 1941. Volgens zijn accountant John Dickinson had hij zijn reis goed voorbereid, Hij vertrok op 10 januari 1945 en had zijn chauffeur en beschermer bij zich. Onduidelijk is waarom Wallenberg op dat moment de Sowjets tegemoet wilde rijden. Wallenberg was een bekende figuur in het nazistische Hongarije.


Januari 1944 was een chaotische periode in Hongarije, met terugtrekkende Duitsers. Wallenberg had al doodsbedreigingen ontvangen, waarschjjnlijk van de Hongaarse fascistische Pijlkruisers, de Gestapo en de SS. Wat Wallenberg niet wist was dat het Sovjet-commando in december 1944 verklaard had dat "het Zweedse Rode Kruis is een pure spionnen-organisatie en in het bijzonder Wallenberg ." Wallenberg werd dan na zijn arrestatie behandeld door SMERSH, de Sowjet-antispionagedienst. De Sowjets lieten in 1957 weten dat hij op 17 juli in een gevangenis in Moskou aan een hartinfarct was gestorven, maar volgens een Russisch rapport uit 2000 is hij geëxecuteerd. Duidelijkheid hierover is er nog steeds niet.


Foto links: een Studebaker Champion uit 1941. Met dit type auto, mogelijk in een andere kleur, reed Wallenberg zijn verdwijning tegemoet.


Wallenberg werd in augustus 1912 geboren. Daarom vieren de Zweden dit jaar het Wallenberg-jaar met allerlei evenementen. Vorig jaar werd een speciale onderzoekscommissie ingesteld met een flink budget om uitsluitsel te geven over de verdwijning van Wallenberg. Een van de raadsels rond zijn verdwijning is de reden voor zijn aanhouding. Biograaf Jangfeldt zegt in de krant dat de Russen er waarschijnlijk van uitgingen dat Wallenberg het goud voor hen wilde verbergen. „De verklaring voor zijn arrestatie kan dus tamelijk banaal zijn.” De diplomaat zou het goud en de sieraden per auto naar Zweden hebben willen vervoeren. Jangfeldts biografie komt binnenkort uit.


Het goud van Wallenberg was volgens de Zweedse krant al langer geleden bekend bij het Zweedse ministerie van buitenlandse zaken. Volgens een kenner inlichtingendiensten, de Zweedse professor Wilhelm Angell die door de krant geïnterviewd is, vormde het goud een beletsel voor het ministerie om met kracht naar een oplossing van het mysterie-Wallenberg te streven.



Colombo-tragedie: nieuwe nabestaande klaagt mee  


AMSTERDAM, 17-05-2012 - Een van de nabestaanden van de Colombo-tragedie, het schijnproces op Ceylon tegen 3 Nederlandse militaire vliegers uit Nederlands-Indië wegens zogenaamd verraad , heeft zich begin van de maand aangesloten bij de actie voor eerherstel. De zaak is ook bekend als 'het Plancius-proces', omdat hij plaatsvond aan boord van HrMs Plancius in de haven van de Colombo in 1943.  


Het gaat om een familielid van de hoofdveroordeelde, 2de luitenant William Burck (foto rechts), vlieger bij de Militaire Luchtvaart van het KNIL - het Indische leger.. Hem werd een poging tot sabotage, hulp aan de Japanners en desertie ten laste gelegd en hij werd tot levenslang veroordeeld. Zijn twee medeverdachten, sergeant.-vliegers H. Kelder en E. de Lyon.kregen 20 jaar. Burck, geboren in 1911, werd in 1943 door een Nederlandse krijgsraad in Colombo op Ceylon veroordeeld, in 1950 vrijgelaten, ontzegd uit zijn burgerrechten, en stierf in 1981 in München. Burck was veroordeeld als gevolg van uitlokking door de latere generaal Spoor, toen nog majoor. 


De scherpste kritiek is gekomen van S.J. baron van Tuyll van Serooskerken, advocaat van Burck die steeds heeft gesteld, het laatst in 1981, dat het proces volstrekt niet deugde. Burck was met zijn eenheid uit Indië gevlucht nadat de Japanners daar binnenvielen en de verdediging onhoudbaar was geworden. Hij liet echter zijn vrouw, 2 kinderen en ouders op Java achter. Vanaf zijn aankomst in Australië, waar zijn eenheid terechtkwam, maakte hij plannen om hen op te halen. Die plannen maakten diverse collega's in dezelfde omstandigheden ook en enkele hogere officieren hadden dat ook feitelijk gedaan. Foto links: de website over deze onnodige oorlogstragedie.  


Zijn eenheid had aanvankelijk echter niet de beschikking over voldoende of geschikte vliegtuigen, zodat het bij plannen maken bleef.   Burck liet zich medio 1942 onder invloed van alcohol door een door Spoor aangestelde provocateur verleiden om uit te spreken, dat hij zich in Indië met een vliegtuig aan de Japanners wilde overgeven. Concrete plannen of voorbereidingen hadden hij, of zijn twee medeveroordeelden daarvoor nooit gemaakt. De drie werden door een niet-juridisch geschoolde Nederlandse krijgsraad in Colombo tot hoge straffen veroordeeld, omdat majoor Spoor een voorbeeld wilde stellen. Sinds hun veroordeling zijn er steeds bezwaren gemaakt tegen deze rechtszaak. Eind 2011 is een officieel request voor herziening van deze zaak aan premier Rutte gestuurd, die daar sindsdien nog niet op gereageerd heeft. 


Generaal Spoor leidde de koloniale oorlog tegen de Indonesische onafhankelijkheid, waarin geweldsexcessen en moordpartijen op burgers regelmatig voorkwamen na de bevrijding en werd in Indonesië vergiftigd. Over de generaal is vorig jaar een biografie verschenen van dr J. de Moor van het Instituut voor Militaire Historie. Dit werk is vorig jaar bekroond.






Velser Affaire: onderzoek volgend jaar klaar


IJMUIDEN, 16-05-2012 - Volgend jaar publiceert historicus Bas von Benda-Beckmann zijn onderzoek naar de Velser Affaire. Dat is bekendgemaakt tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Stichting Onderzoek Velser Affaire, dinsdagavond in het Thalia Theater in IJmuiden.


De Velser Affaire is het complot om communistische verzetsmensen te vermoorden. dat gebeurde aanvankelijk tijdens de oorlog, waarbij de foute burgemeester van Velsen en de politie een belangrijke verraderlijke rol speelde. Ook de Haarlemse afdeling van de zg. Binnenlandse Strijdkrachten was erbij betrokken.   Deze affaire is één van de meest  verontrustende uit de oorlog, naast affaires zoals het zg. 'Englandspiel', 'King Kong' Lindemans en verrader Anton van der Waals. de Stichting Onderzoek Velser Affaire (SOVA) heeft het onderzoek in gang gezet.


Een bestuurslid van de stichting is de schrijfster Conny Braam. Zij schreef in 2004 de roman Het schandaal en de Velser Affaire (foto rechts). Het onderzoek van Beckmann richt zich op de volgende vragen: In hoeverre collaboreerde de Velser politie en het gemeentebestuur met de Duitsers en welke rol speelden politiemannen als Arend Kuntkes en Joop Engels hierin? Welke spanningen ontstonden er tussen de communistische illegaliteit en de groep die vanaf eind 1944 de leiding over het verzet kreeg en in hoeverre leidde dat tot verraad? In de tweede plaats behandelt het onderzoek de Velser Affaire vanuit een breder (inter-) nationaal perspectief. In hoeverre voerden de regering in Londen, de landelijke verzetsleiding en andere belanghebbenden een anticommunistische politiek ten aanzien van het verzet en in hoeverre kunnen de gebeurtenissen in Velsen en Haarlem hierdoor worden verklaard?


In de derde plaats kijkt het onderzoek naar de naoorlogse periode. Het gaat daarbij enerzijds in op de juridische afwikkeling van de“affaire” en op de beschuldigingen van corruptie en doofpotpolitiek. Daarnaast probeert het onderzoek in bredere zin te verklaren waarom juist deze affaire zoveel stof heeft doen opwaaien in de naoorlogse geschiedenis. De auteur is inmiddels vrijwel klaar met het archiefonderzoek en heeft reeds een substantieel begin gemaakt met het schrijven. De resultaten zullen in het voorjaar van 2013 bekend worden gemaakt en in boekvorm verschijnen.


De historicus professor Doeko Bosscher uit Groningen gaf dinsdagavond op de jaarvergadering van de SOVA in IJmuiden een lezing met als titel ’De talloze gezichten van verzet en collaboratie in de Tweede Wereldoorlog’. Hij legde uit hoe betrokkenen terugkeken op de oorlog.  Meer dan honderd mensen woonden de lezing en jaarvergadering bij. 





Bommen uit Gilze-Rijen vandaag in Oirschot opgeblazen  


GILZE/HULTEN, 16-05-2012 - De bommen uit de Tweede Wereldoorlog, die in Hulten bij het vliegveld Gilze-Rijen onder de grond lagen, zijn alle 4 ontmanteld. Ze worden vandaag in Oirschot tot ontploffing gebracht. Gilze-Rijen was tijdens de oorlog het meest gebombardeerde Duitse vliegveld in Nederland. Bijzonder is, dat van dit bombardement zowel vanaf de grond als uit de lucht foto's bekend zijn.



Er was tijdens het opruimen ook een wegafzetting die de hele maandag in stand bleef. De bommen zijn zeer waarschijnlijk op 15 augustus 1944 afgegooid op de vliegbasis Gilze-Rijen door de Britse luchtmacht. Het was een bombardement door ruim 100 Lancasters kort na de middag bij stralend weer.


De foto rechts tootn de explosie van de bommen op de grond, de foto onder is genomen door de geallieerden vanuit de lucht.


Voor het herstel werden enkele honderden burgers uit Tilburg gevorderd. Vliegen vanaf dit vliegveld was vrijwel onmogelijk, ghoewekl er geen grote schade was.


De aanvoer van benzine uit Duitsland stokte echter. Wel werden er nog V1-s afgeschoten. Zowel Gilze als Hulten hebben zwaar geleden onder de geallieerde bombardementen. Begin september gaf de Luftwaffe het vliegveld op en het werd op 27 oktober ingenomen door de 1st Polish Armoured Division van generaal Maczek. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) voerde verder in de eerste wek van mei 2012 in Nederland ruim 20 ruimingen uit van onontplofte projectielen uit de Tweede Wereldoorlog. De mijnenjagers van de Koninklijke Marine zijn afgelopen week 3 keer uitgerukt voor het onschadelijk maken van explosieven uit de oorlog. Ook ruimden de mijnenjagers 2 restanten van explosieven, zo meldt het ministerie van Defensie.


Gilze-Rijen was tijdens de oorlog een zg. ´Fliegerhorst´, een hoofdvliegveld met 3 landingsbanen van 1.700 m en een uitgebreid stelsel van 70 hangars en gebouwen, waaronder een reparatiehal, maar ook een eigen spoorlijntje, casino, zwembad, hospitaaltje, bibliotheek en sportveld. Tussen Gilze en Chaam werd een aparte villawijk voor officieren met 40 woningen gebouwd, met ook daar een casino en zelfs een bioscoop. Er werden ook zeemijnen opgeslagen voor gebruik door de Kriegsmarine.


Nabij het vliegveld verrezen ook drie onderkomens voor ´Luftwaffe-Helferinnen´, de vrouwen die administratieve taken verrichten bij o.m. de vluchtleiding en plaatselijk bekend stonden als ´Blitzmädel´. Het vliegveld was omgeven door 24 lichte en 13 zware stukken luchtafweergeschut plus een grote radarinstallatie, de Würzburg, zo beschrijft het standaardwerk ´Vliegvelden in oorlogstijd´ van het Ned. Instituut voor Militaire Historie. Er werd ook op grote schaal gebruiik gemaakt vasn dwangarbeid, o.m. door gevangenen uit kamp Vught. 




Woestijnvondst van Kittyhawk uniek


EL ALAMEIN, 14-05-2012 - Het vliegtuig dat donderdag bij El Alamein werd ontdekt in de Egyptische Sahara, blijkt uitstekend bewaard en is daarom uniek in zijn soort. Volgens de krant de Daily Telegraph staat de vondst voor militaire historici gelijk aan de tombe van Toetankhamon.


Of dat zo is, valt te betwijfelen, want het gaat om een zeer goed bekend vliegtuig, een Curtiss-Wright P 40 Kittyhawk. Zowel de geschiedenis van het toestel als die van de fabriek, tijdens de oorlog de grootste vliegtuigfabriek van de VS, is goed gedocumenteerd. Dit type toestel werd ook door Nederland gebruikt.


De Kittyhawk P40 stortte in juni 1942 neer en verkeert nog in opvallend goede staat. In de media staat de veronderstelling dat de Britse piloot de crash overleefde door zijn parachute te gebruiken. Die werd bij het wrak gevonden. De Kittyhawks van het squadron in kwestie, het 260ste, werden beroemd omdat zij succesvol de totale aftocht van het Britse 8ste leger in Noord-Afrika dekten. Maar zijn voettocht door de Sahara op zoek naar beschaving was gedoemd te mislukken.



De Kittyhawk was een éénmotorige jager en op twee na het meest geproduceerde Amerikaanse jager, na de Mustang en de Thunderbolt, met 13.738 exemplaren.

Het toestel is te herkennen aan zijn karakteristieke luchtinlaat vlak onder de propeller. In Egypte werd het door geallieerden voor het eerst ingezet. Het toestel meet bijna 10 m lang bij 11,38 m breed en weegt leeg 2880 kg. De standaardmotor was een Allison V-12  van 1150 pk (858 kW).

De maximumsnelheid was 580 km/u, het bereik 1100 km, het plafond 8800  m en de bewapening was 6 .50 Browning machinegeweren en de bommenlast maximaal 450 kg. het werd gebouwd tot 1944.

Er zijn nog 19 vliegende exemplaren op de wereld. Het werd gebruikt door ongeveer 20 landen,  inclusief de Sowjet-Unie en Nederland.


De vermoedelijke piloot Dennis Copping, toen 24, is nooit gevonden. Hij zal door dorst en uitputting omgekomen zijn. Er zal naar zijn overblijfselen gezocht worden. Het vliegtuig werd bij toeval ontdekt door een Poolse medewerker van een oliebedrijf, Jakub Perka. Het ligt 300 km van het dichtstbijzijnde dorp.


De boordwapens en de munitie zaten nog in het toestel en zijn in beslag genomen door de Egyptische autoriteiten. De meeste cockpitinstrumenten lijken nog intact.


Het RAF museum in Hendon in Londen maakt plannen om het toestel te bergen, De Britse militaire attaché in Cairo gaat het toestel eerdaags bekijken. Er bestaat echter vrees dat het toestel zal worden ontmanteld door de plaatselijke bevolking en door souvenirjagers. De vondst is voor militaire historici interessant, omdat het toestel kennelijk 70 jaar onaangeroerd onder het zand heeft gelegen.


Het toestel maakte deel uit van het RAF 260 Squadron dat vocht tegen generaal Erwin Rommel en aanvankelijk in juni 1942 moest terugtrekken.


Tijdens deze periode moest sergeant Copping een beschadigde Kittyhamk naar een andere basis brengen voor reparaties. Hij moet de weg kwijt zijn geraakt en heeft toen een gecontroleerde crash gemaakt, waarbij hij opzettelijk zijn landingsgestel niet uitdeed, omdat dit een salto tot gevolg zou hebben. De Britse autoriteiten in Egypte hebben co0ntact met RAF Hendon om zo snel mogelijk het toestel veilig te stellen. De Daily Telegraph biedt een serie foto's van het wrak, gemaakt dor de Poolse ontdekker van het wrak.


Foto onder: een Kitty in Tunesié. De mecanicien op de vleugel geeft de richting aan bij het taxiën, omdat de piloot op de grond slecht zicht heeft.




Waffen-SS-er waardeert SS-gedicht Dam


ENSCHEDE, 28-04-2012 - In een artikel in de Twentsche Courant Tubantia (TCT) komt een ex-SS-er aan het woord, die zijn waardering uit voor het SS-gedicht van de Dam. Het gaat om Arjen de Groot uit Enschede. Hij heeft het gedicht Foute Keuze gelezen in Trouw.


Hij kwam als jongen van 15 in de Waffen-SS en hij volgt de onrust over het gedicht van Auke de Leeuw over z’n oudoom, SS’er Dirk Siebe. Dat zou de eveneens 15 jarige schrijver op de dodenherdenking voordragen op de Dam. Na zware kritiek van het dagblad Spits, het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en het Auschwitz Comité schrapte het Comité 4 en 5 mei die bijdrage. „Het gedicht is goed, maar voor mij hoeft het niet dáár te worden voorgedragen", reageert De Groot in de TCT .


Zijn ouders waren fanatieke NSB’ers, vooral zijn vader Keimpe. De kinderen werden daarom nazistisch opgevoed. Arjen werd als jochie lid van de Nationale Jeugdstorm, de jongerenbeweging van Anton Musserts NSB. Na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, vluchtte zijn moeder met hem en haar andere kinderen naar Duitsland en kwam Arjen bij de Waffen-SS. Dat was geen bewuste keuze,.Arjen voelde zich de SS in geduwd ,,Ik ben geweest waar ik ben geweest. Maar het gedachtegoed van mijn vader was niet het mijne."


De Groot gaat niet voorbij aan ‘kwalijke dingen’ die gebeurd zijn, aan mensen die ‘zijn geknecht door die rotmoffen’. „Maar in mei, de dagen van herdenking, ben ik óók bij de jongens die in Rusland zijn gevallen", zegt De Groot. Ook daar wordt bij stilgestaan. Arjen en zijn vrouw Mieke, ook een kind van ‘foute’ ouders, zijn ooit uitgenodigd voor de dodenherdenking, maar ze voelden zich niet thuis op de Dam. Nu leest hij het gedicht Foute Keuze. „Ik druk die maker aan mijn hart, maar ook Günter Grass." De Duitse schrijver publiceerde onlangs een kritisch gedicht over Israël dat vanwege enige kritiek verkeerd viel waarna Grass, Nobelprijswinnaar, door Israël 'pesona non grata' werd verklaard. 




Eerbetoon aan onderduikgevers Willem en Dina Geurink


LICHTENVOORDE, 28-04-2012 - Op Bevrijdingsdag, zaterdag 5 mei a.s. om ongeveer 14.30 uur, vindt de onthulling plaats  van de nieuwe ‘Onderduikersbrug’ in Lichtenvoorde in de Achterhoek. Dit gebeurt met o.a. nabestaanden van betrokken onderduikgevers Willem en Dina Geurink en van wethouder Paul Wentink van de gemeente Oost Gelre. Belangstellenden zijn hierbij van harte welkom.


Foto rechts: de nu gesloopte boerderij van de familie Geurink.


De brug ligt in de nieuwbouwwijk Flierbeek in Lichtenvoorde, aan de Derde Broekdijk, dichtbij de plek waar de intussen afgebroken boerderij van Willem en Dina Geurink heeft gestaan.


Willem Geurink is bekend als verzetsstrijder uit de Tweede Wereldoorlog toen hij bij de Trouw-groep was aangesloten. In de Tweede Wereldoorlog bood het gezin van Willem en Dina Geurink in hun boerderij onderdak aan 10 vaste en volgens zoon Albert Geurink nog minstens 10 loss onderduikers.


Onder hen 3 Joodse onderduikers, die de oorlog hebben overleefd. Die boerderij lag in het huidige nieuwbouwplan Flierbeek van Lichtenvoorde. In 2009 is een deel van de nabijgelegen Martin Leliveltstraat al omgedoopt in de Willem Geurinkstraat. Voor hun grote verdienste en vooral hun bescheidenheid zijn Willem en Dina Geurink op 14 mei 1990 geëerd met de Yad Vashem-onderscheiding. De Joodse familie Levy woonde in 1940 in Varsseveld in de Achterhoek. Op kerstavond 1941 kwam er een Nederlandse SS’er aan de deur, een schoolvriend van zoon Jonny. Hij waarschuwde: ‘Ga nooit werken in Duitsland. Er zijn kampen waar de joden worden vermoord.’


De SS-er had dat zelf opgemerkt toen hij aan het Oostfront diende. Wat er van hem geworden is, vermeldt de geschiedenis niet.   ‘Vanaf dat moment’, vertelt Jonny, ‘begonnen mijn ouders te zorgen voor een eventuele onderduik; eentje voor henzelf en de andere voor hun drie zoons. Toen we op 10 april 1943 naar Amsterdam moesten verhuizen, was het moment aangebroken om te verdwijnen.’ De jongens kwamen in Lichtenvoorde op de boerderij van de familie Geurink terecht.


Er werd een stenen een schuilkelder gemaakt met een verborgen ingang in het varkenshok was de ingang. Jonny Levy in een citaat op de site van Albert Geurink:: ‘Later kwamen er nog vele onderduikers bij. Willem Geurink hield met gevaar voor eigen leven mensen verborgen. Ik heb hem later wel eens gevraagd waarom hij het allemaal gedaan had. Hij antwoordde dat die taak hem van boven was opgelegd.’ De geschiedenis van de Geurinks is overgenomen door het Verzetsmuseum in Amsterdam.Jonny Levy leeft nog.






Gé Reinders herdacht zijn moeder met optreden in kamp Ravensbrück  




Foto boven: Gé Reinders met Huub Stapel.


HILVERSUM, 28-04-2012 - Zanger Gé Reinders heeft afgelopen zondag de herdenking in concentratiekamp voor vrouwen Ravensbrück bijgewoond en daar ook gesproken en opgetreden. Zijn moeder, verzetsvrouw Grada Reinders-van Horen, werd al in 1944 afgevoerd naar kamp Vught waar zij een jaar zonder aanklacht of veroordeling heeft gezeten.


Daarna moest ze naar het Duitse vrouwenkamp en heeft ook nog in München in een afdeling van kamp Dachau gezeten. Reinders bezit van zijn moeder een geborduurd zakdoekje, waarop zij de route van haar reis van Roermond naar Ravensbrück had weergegeven. Over zijn moeder en haar zakdoekje heeft hij ook een boek geschreven met dezelfde titel. Zijn moeder heeft ook in de gevangenis van Roermond.gezeten, waar zij na de oorlog jarenlang vlak naast werkte, zonder over die periode te spreken - haar zoon ontdekte pas tientallen jaren later dat zij daar had vastgezeten.


Het zakdoekje is te zien op een tentoonstelling die momenteel loopt in het Verzetsmuseum in Amsterdam. Van Ravensbrück (foto rechts, vrouwen tijdens een appèl) zijn nauwelijks oorspronkelijke gebouwen meer over, er staat wel een herinneringscentrum. Op 12 juni 1944 werd zijn moeder door de Duitsers in de gevangenis ingeschreven als oorlogsmisdadigers. Zij moeder kreeg in 1964 een uitkering uit Duitsland. Zijn moeder hielp met het laten onderduiken van verzetsmensen en piloten en hielp bij het verspreiden van illegale lectuur. op 22 juni werden twee van haar met haar gearresteerde vriendinnen vrijgelaten, maar werd Reinders' moeder naar Vugth doorgestuurd.


Reinders wees erop in een interview met de Tros Nieuwsshow van Radio 1, dat zijn moeder en veel andere verzetsvrouwen en slachtoffers die hij heeft ontmoet, vrijwel allemaal stelselmatig hun aandeel in het verzet bagatelliseren. Eén van die vrouwen zei bijvoorbeeld tegen hem dat zij 'alleen maar pistolen had gesmokkeld'. Als kind, zo zei Reinders in het radioprogramma, werd er in hun gezin vooral veel over de oorlog gezwegen. Wanneer vroeger het onderwerp oorlog opkwam, begon zijn moeder steevast te huilen en heeft er nooit over willen vertellen - en volgens de zanger was dat vrij algemeen bij veel oorlogsslachtoffers.


Reinders heeft enkele liedjes over zijn moeder geschreven. Hij zei dat hij zijn show 'Helden' die hij twee jaar heeft gespeeld eigenlijk nu eigenlijk beschouwt als een lange try out voor zijn optreden van  in Ravensbrück   Ook heeft Reinders ernstige pogingen in het werk gesteld om de veroordeelde SS-moordenaar Heinrich Boere te spreken te krijgen, omdat hij als undercover verklikker in Helden heeft gewerkt, waar Reinders' moeder ook actief was. Dat lukte niet, maar de zanger raakte erg onder de indruk van Boeres beschrijving van zijn internering in Valkenburg in 1947, waar dronken bewakers 's avonds soms op de barakken schoten. Reinders veroordeelt ook het SS-gedicht niet, dat het Nat. Comité op de Dam wilde laten voorlezen. 





Kritiek van NIOD op keuze SS-gedicht


AMSTERDAM, 27-04-2012 - Een wetenschappelijk onderzoeker bij het NIOD heeft stevige kritiek geuit op het Nationaal Comité wegens de keuze van het SS-gedicht. De directeur van het NIOD uitte al eerder bezwaren tegen dit gedicht en de vermenging van daders en slachtoffers bij de dodenherdenking. De terugtrekking van het gedicht leidde tot bijna 200 perspublikaties.


Volges drs Bram Enning van het NIOD mocht de jonge schrijver aanvankelijk zijn gedicht voordragen bij het Herinneringscentrum van Kamp Westerbork, zo schrijf Enning in de Volkskranrt. In Westerbork stuitte deze voordracht op problemen. Directeur Dirk Mulder - die doorgaans de aandacht voor NSB'ers en hun kinderen niet uit de weg gaat - weigerde het gedicht. Volgens Enning viel om onbekende redenen, de hoofdwinnares van de dichtwedstrijd afviel. Daarom zocht het comité een vervanger en koos het gedicht van Auke de Leeuw. Volgens Enning een bewuste, weloverwogen keuze.


Directrice Nooter van het comité zei toen de bezwaren opkwamen, dat het gedicht niet goed werd gelezen en dat het niet de bedoeling was van het comité om daders en slachtoffers gelijk te stellen. De laatste zin van het gedicht - 'omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden' - laat volgens Enning weinig ruimte voor twijfel. 'De zin kan niet anders worden begrepen dan dat ook gesneuvelde SS'ers moeten worden herdacht op de Dam', schrijft hij. Enning: 'Iedereen heeft het recht zijn eigen doden te herdenken, ook deze scholier en zijn familie. Maar tijdens de Nationale Dodenherdenking staan de slachtoffers centraal.


Dat vindt zelfs het Nationaal Comité. De pogingen van het comité om met een gedicht over een Nederlands lid van de Waffen SS de toch al elastische grenzen van het slachtofferschap verder op te rekken, is mislukt. Slachtoffers van de oorlog en zeer velen die de oorlogsslachtoffers willen herdenken, voelen zich nu geschoffeerd. Evenals de betrokken scholier trouwens. Dit geeft te denken over de capaciteiten van het Nationaal Comité.'




 Nat. Comité 'verbijsterd' door kritiek CIDI op SS-gedicht


AMSTERDAM, update 15:00 - 26-04-2012 - Het Nationaal Comité 4 en 5 mei zegt dat het ´verbijsterd´ is door kritiek van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) op een 4-meigedicht.


Dat gaat over een Waffen-SS-er en zal worden voorgedragen tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. Intussen heeft het Nat. Comtié het gedicht teriggetrokken, aldus de verklaring op de site (rechts).  het comité stelt dat "Tijdens de Nationale herdenking worden alle Nederlanders herdacht die slachtoffer zijn geworden van Duitse en Japanse oorlogsterreur".


Op de vraag of daarmee de oude defintie, gekend als het zg. 'mandaat' dat het heeft over 'allen ' in Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog', was vervallen, kon de voorlichtster geen uitsluitsel geven. Het gaat om een werkstuk van een 15-jarige scholier over de 'foute keuze' van zijn oudoom, een Nederlands lid van de Waffen-SS, zo heeft dagblad Spits ontdekt. Het bericht is verschenen in diverse media, waaronder het NOS-Journaal en Radio 1 Journaal. De tiener heeft met het gedicht een prijs gewonnen, die juist bestaat uit het voorlezen ervan op de Dam tijdens de Dodenherdenking.

 
Foute Keuze
Afgewezen gedicht voor de 4-meiherdenking op de Dam in Amsterdam 2012

Mijn naam is Auke Siebe Dirk
Ik ben vernoemd naar mijn oudoom Dirk Siebe
Een jongen die een verkeerde keuze heeft gemaakt
Koos voor een verkeerd leger
Met verkeerde idealen
Vluchtte voor de armoede
Hoopte op een beter leven
Geen weg meer terug
Als een keuze is gemaakt
Alleen een weg vooruit
Die hij niet ontlopen kan
Vechtend tegen Russen
Angst om zelf dood te gaan
Denkend aan thuis
Waar Dirk z’n toekomst nog beginnen moet
Zijn moeder is verscheurd door de oorlog
Mama van elf kinderen, waarvan vier in het verzet zitten
En een vechtend aan het oostfront
Alle elf had ze even lief
Dirk Siebe kwam nooit meer thuis
Mijn naam is Auke Siebe Dirk
Ik ben vernoemd naar Dirk Siebe
Omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden




Volgens het CIDI wordt deze SS'er daarmee op eenzelfde niveau gezet als de slachtoffers van het nazi's, terwijl er aan de handen van SS'ers vaak bloed kleeft. Van de Nederlandse Waffen-SS-ers is bekend, dat zij bij dienst aan het Oostfront ook ingezet werden bij het vermoorden van burgers, onder wie vaak Joden.


Of dit het geval was bij deze oudoom, is onduidelijk. In Nederland werden zij o.m. ingezet bij moordaanslagen op onschuldige burgers, zoals bij de Aktion Silbertanne, of bij executies van verzetsmensen. Nederlandse Waffen-SS-ers dienden allemaal vrijwillig.


Overigens was de vader van de koningin, prins Bernhard, ook lid van de SS geweest. Hij deed jarenlang mee aan de dodenherdenkingen zonder noemanswaardige bezwaren.


Het Nationaal Comité raakte al eerder in opspraak wegens het uitnodigen van een Duitse president om dit jaar op 5 mei de bevrijdingslezing te houden, uitgerekend in Breda, de stad waaruit de laatste levende Nederlandse oorlogsmisdadiger Klaas Carel Faber, eveneens een Waffen-SS-er en een veroordeelde moordenaar, in 1952 ontsnapte.


Aanvankelijk zou president Wulff daar komen, en dat riep al bezwaren op, o.m. van dr Efraim Zuroff van het Simon Wiesenthal Center, het Internationaal Dachau Comité en deze site.


Ondanks die bezwaren maakte het comité een neiuwe afspraak met de nieuwe Duitse president, Gauck. Dat leidde tot de actie 'Gauck niet, Faber wel'. CIDI-directeur Ronny Naftaniel vindt het niet passend om juist tijdens de dodenherdenking de gevolgen van de verkeerde keuze gelijk te stellen aan de dood van verzetshelden, Joden en andere slachtoffers van het naziregime. Dat is "een belediging naar allen die als daadwerkelijk slachtoffer het leven lieten", schrijft Naftaniel in een brief aan directeur Nine Nooter van het Natonaal Comité 4 en 5 mei, dat de jaarlijkse dodenherdenking organiseert.


Sinds ruim een decennium heeft de overheid bepaald, dat op de Dam op 4 mei alle doden in Nederland tijdens de oorlog en bij militaire acties daarna worden herdacht. Dit heeft al vaak kritiek opgeroepen, omdat daarmee in principe ook bijvoorbeeld SS-moordenaars die in Nederland sneuvelden, herdacht zouden moeten worden. Dat was bij de instelling van de dodenherdenking nooit de bedoeling. Enkele kenners van de Tweede Wereldoorlog zoals voorlichter David Barnouw van het NIOD en directeur Dirk Mulder van herinneringscentrum kamp Westerbork wijzen deze vermenging af. Deze vermenging schijnt volgens kenners ook nauwelijks algemeen bekend te zijn bij het publiek.


Mevrouw Nooter bleek woensdagavond verrast over het bericht van Spits en vond het jammer dat ze de kritiek van het CIDI via de krant hoorde. Ze is geschokt en stelt dat het CIDI het gedicht van de jongen "niet goed heeft gelezen en niet goed heeft begrepen'', alsof hij een pleidooi houdt om daders te herdenken. "Hoe fout kun je een kind begrijpen?", zei mevrouw Nooter. De jongen vindt het volgens mevrouw Nooter in Spits belangrijk dat mensen de geschiedenis beter kennen. Hij verwoordt volgens Nooter een dilemma met zijn beschrijving van goede en foute keuzes binnen één gezin. In dat gezin zaten 4 kinderen in het verzet en hebben mogelijk levens gered, één kind trok naar het Oostfront, aldus mevrouw Nooter.


De SS-er Adolf Eichmann (foto rechts)  organiseerde tijdens de oorlog de Jodenvernietiging. Hij werd in 1961 door de Israëli's opgespoord in Argentinië, gekidnapt, berecht en opgehangen.


Mevrouw Nooter wil met het CIDI in gesprek naar aanleiding van de bezwaren van het CIDI tegen een gedicht van een tiener over zijn oudoom, een SS-er, dat voorgelezen zou moeten worden op de Dam. Naftaniël bepleit dat omdat hij deze herdenking ziet als een les over goed en kwaad, die niet vermengd moet worden met andere conflicten waarbij dat minder duidelijk is. Naftaniël wil zich verder niet bemoeien met de inhoud van het gedicht of de jonge schrijver ervan, maar vindtw el dat de slachtoffers in dit soort gevallen een vetorecht moeten hebben om dit soort voorvallen te voorkomen. Er komt volgens hem ook een brief van gezamenlijke Joodse organisaties tegen het voorlezen van dit gedicht. Naftaniël is niet tegen de komst van president Gauck op 5 mei naar Breda, omdat hij een vertegenwoordiger is van het nieuwe Duitsland. Hij is wel een duidelijk voorstander van gevangenisstraf voor Klaas Faber.





Minister Van Bijsterveldt spreekt op 4 mei bij Homomonument


AMSTERDAM, 23-04-2012 - Minister Marja van Bijsterveldt van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zal op 4 mei a.s. spreken tijdens de jaarlijkse Dodenherdenking bij het Homomonument op de Westermarkt in Amsterdam.


Daarmee zal voor het eerste in de geschiedenis een officiële vertegenwoordiger van de Nederlandse regering aanwezig zijn bij deze herdenking. Het Comité 4 Mei Homomonument is verheugd over de komst van de minister. Foto rechts: het driehoekige homomonument in de Keizersgracht achter de Westerkerk in Amsterdam. MVS Gaystation, Stichting Homoseksualiteit en Krijgsmacht (SHK), Homomonument, het netwerk Roze In Blauw van de politie Amsterdam-Amstelland en COC Amsterdam organiseren de jaarlijkse herdenking bij het Homomonument op 4 mei. De organisaties zijn enorm blij met de komst van de minister, die één van de gastsprekers zal zijn.


Bij het Homomonument worden tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoorde seksuele minderheden herdacht. Er wordt eveneens stil gestaan bij homofobie, discriminatie en geweld anno 2012.


Het Homomonument in Amsterdam vlakbij de Westerkerk aan de Keizersgracht dateert van 1987 en bestaat uit drie onderling verbonden roze driehoeken van graniet die zijn aangebracht in het plaveisel.


De tekst op het gedenkteken luidt: 'TER HERINNERING AAN DE OMGEKOMEN HOMOSEKSUELEN'. De Dodenherdenking wordt voorafgegaan door een stille tocht naar het Homomonument, welke vertrekt vanaf het COC Amsterdam in de Rozenstraat 14.


Het vertrek is rond 19.15 uur en loopt via Prinsengracht, Reestraat, Herengracht, Raadhuisstraat naar de Westermarkt. De herdenking begint om 19.45 uur en duurt tot 21.00 uur - na afloop is het COC Amsterdam geopend voor bezoekers.


Het is dit jaar de 25ste keer dat de Dodenherdenking bij het Homomonument plaatsvindt. De Nationale Dodenherdenking staat dit jaar in het teken van het thema ‘Vrijheid geef je door’. Homoseksuelen in Nederland zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog niet op grote schaal vervolgd. Dat dit gebeurd zou zijn, is een „hardnekkige fictie in het leven geroepen door de homo-emancipatiebeweging”. Dat stelt historicus Anna Tijsseling, die in 2009 promoveerde op het proefschrift Schuldige seks. Het ging naar schatting om enkele honderden mensen die problemen kregen of gevangen gezet werden.


Het bekendste homosexuele Nederlandse slachtoffer van de Duitsers is Willen Arondéus, (foto links) een vriend van de Amsterdamse verzetsleider Gerrit van der Veen. Deze pleegde samen met hem en anderen de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister pleegde en waarvoor Arondeus op 1 juli 1943 gefusilleerd werd. Han Stijkel was een leider van een Haagse verzetsgroep die in Duitsland werd gedood. De Joodse celliste en dirigente Frieda Belinfante nam als man verkleed deel aan het verzet. 






Congres van D66 wil Duitse deelname op Dam op 4 mei


AMSTERDAM, 22-04-2012 - Opnieuw ontstaat er discussie om de Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. Ditmaal gaat het om D66: het congres van die partij wil dat bij deze dodenherdenking in 2015 ook een officiële afvaardiging uit Duitsland aanwezig is.

Het D66-congres nam daarvoor zaterdag in Amsterdam een motie aan die de Tweede Kamerfractie van D66 opdracht geeft om zich hiervoor in te zetten. Een meerderheid van de aanwezige leden op het congres van D66 vindt dat het 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog een goed moment is om de slachtoffers van de oorlog samen te herdenken. Al langer loopt een discussie wie er herdacht worden op 4 mei op de Dam. De organisator, het officiële Nationale Comité 4 en 5 mei, formuleert het als volgt:

"Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties." Deze formulering is nauwelijks bekend bij het pubbliek. Maar dit houdt in dat bijvoorbeeld ook SS-ers die moorden hebben gepleegd maar in Nederland gestorven zijn, hier herdacht worden. Daar hebben bepaalde organisaties van verzetsmensen en nazislachtoffers bezwaar tegen.Bij de oprichting van het monument lag de nadruk nog op de Nederlandse gevallenen voor de Nederlandse vrijheid.

Op lokaal niveau vinden er al gezamenlijke herdenking plaats, zoals bij de jaarlijkse Auschwitz-herdenking of de herdenking in concentratiekampen als Amersfoort. Er is ook een monument op de Peel in het dorp Haelen (gemeente Leudel) waar voormalige Duitse militairen al jaren deelnemen aan de herdenking en dat zelfs een Duitse prijs heeft gekregen. Er stierven bij de Slag in het Leudal 687 militairen uit 11 landen.

Hun namen zijn op een cd gezet die in 2000 bij de bouw van het monument is ingemetseld - ooik de namen van de Duiste soldaten. Bij de nationale herdenking op 4 mei op de Dam is nog nooit een officiële Duitse afvaardiging geweest. In andere landen is dit wel al gebeurd. De herdenking is volgens de organisator, het Nationaal Comité 4 en 5 mei, zo opgezet dat er nooit buitenlandse delegaties worden uitgenodigd.

Die discussie kwam in 2010 aan de orde, toen de Duitse ambassadeur liet weten graag deel te nemen. In 2011 ontstond er opschudding toen het ex-Kamerlid Mei Li Vos van de PvdA stelde dat de PVV-ers, in de persoon van hun fractievoorzitter, niet op de Dam thuishoorden tijdens de herdenking, omdat de herdenking volgens haar in essentie ging om vrijheid en de ideeën van de PVV daar volgens haar niet mee strookten. De fcatievoorzitter nam wel deel, zoals ook de jaren daarvoor. Foto links: het monument in het Leudal.

Het landelijk bestuur van D66 het er bezwaar tegen om dit precaire onderwerp te 'politiseren', maar de leden op het congres besloten anders. Onder anderen ex-minister van defensie Joris Voorhoeve, voormalig VVD'er maar inmiddels lid van D66, pleitte voor de motie. "Het samen herdenken op 4 mei is voor Nederlanders en Duitsers een teken van verzoening", vond ook een meerderheid van de congresgangers.

Momenteel loopt een actie tegen deelname van de nieuwe Duitse president Gauck aan de viering van de bevrijding op 5 mei in Breda en tegen zijn aanwezigheid bij het bevrijdingsconcert in Amsterdam die avond. Deze actie, onder de naam 'Gauck niet, Faber wel', wil dat eerst de veroordeelde maar ontsnapte oorlogsmisdadiger Klaas Carel Faber, een ex-Nederlander van wie Nederland al vele malen de uitlevering aan Duitsland heeft gevraagd, eerst wordt uitgeleverd of in Duitsland gevangen wordt gezet. Faber is de laatste Nederlandse oolrogsmisdadiger in Duitsland, dat nog nooit één van deze mensen heeft uitgeleverd.




 Ambassadeur bij eerste herdenking executies Georgiërs

door Cor Beumer, Radio Beverwijk

 BEVERWIJK, 20-04-2012 – Vrijdagmiddag heeft voor het eerst een herdenking plaatsgevonden van de executie van 15 Georgiërs bij fort Sint Aagtendijk in Beverwijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. De heer Shota Gvineria, ambassadeur van Georgië, en zijn echtgenote hebben bij de herdenking bijgewond, evenals de Georgische Dali Asanisjvili, dochter van één van de slachtoffers. De 70-jarige Dali Asanisjvilie is de eerste nabestaande ooit die de executieplaats op het fort bezoekt. Zij kreeg pas onlangs van onderzoeker-journalist Remco Reiding te horen wat met haar vader Arsen Asanisjvili is gebeurd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 Al jaren vermist Arsen behoorde tot een groep van 22 Georgiërs die het fort moesten bewaken. Het Duitse leger had er een munitieopslagplaats tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Georgiërs dienden eerst in het Rode Leger, maar zij werden gevangengenomen door de Wehrmacht. Om de vreselijke omstandigheden van het krijgsgevangenenkamp te ontvluchten, kozen zij voor dienst in het Duitse leger. De meesten, zo'n 700, kwamen terecht op Texel.

Eenmaal overgebracht naar Nederland zochten zij contact met het verzet. Op 20 april 1945, de verjaardag van Hitler, werd een aantal Georgiërs op het fort betrapt op het stelen van handgranaten*. De 15 Georgiërs die zich nog op het fort bevonden, werden dezelfde avond geëxecuteerd. Er werd in 1942 of 1943 een bataljon uit het 822e Georgische Infanterie Bataljon in Noord-Holland gelegerd.

Een groot deel belandde in Zandvoort, een ander deel in Fort Aagtendijk nabij Beverwijk en een ander deel werd bij Callantsoog gelegerd. De Georgiers in Zandvoort kwamen al snel in contact met het communistische ondergrondse verzet. Met deze verzetsgroep ontstonden plannen voor een eventuele muiterij van de Georgiërs. Maar die ideeën werden niet direct uitgevoerd. Begin 1945 werd deze groep van het 822e Georgische Infanterie Bataljon overgeplaatst naar het eiland Texel. Op het eiland werden de Georgiërs, net als voorheen, gewantrouwd. Het was hen zelfs verboden in de buurt te komen van de zware batterijen nabij 'de Krim' en Den Hoorn.

Foto rechts: een betrokken Georgische officier, Nikolai A. Melikia.


Na de oorlog werden de stoffelijke resten opgegraven en herbegraven op het Russisch Ereveld in Leusden. Hier liggen onder meer 101, in en nabij Kamp Amersfoort vermoorde Sovjetrussen begraven, evenals de stoffelijke resten van 691 aan ziekte gestorven krijgsgevangenen, die zijn overgebracht vanuit het Limburgse dorp Margraten. De Stichting Russisch Ereveld heeft alle graven ter adoptie aangeboden om de nagedachtenis aan de soldaten levend te houden.

Tot de slachtoffers van de executie behoorde ook Arsen Asanisjvili, maar zijn dochter Dali Asanisjvili hoorde nooit iets over zijn lot. Totdat een jonge Nederlander, Remco Reiding, haar in Georgië opspoorde en vertelde dat haar vader in Leusden begraven ligt. Deze week maakt Dali Asanisjvili op uitnodiging van de Stichting Russisch Ereveld voor het eerst in haar leven de reis vanuit Georgië naar Nederland.

De stichting organiseerde samen met de gemeente Beverwijk een korte plechtigheid op het fort. Daarbij heeft onder andere burgemeester Han van Leeuwen een bloemstuk gelegd. Het verhaal van de Georgiërs staat beschreven in het boek "Kind van het Ereveld", dat begin deze maand is uitgekomen. Remco Reiding spoorde vrijwillig de families van 187 in Leusden begraven soldaten op, waaronder de nazaten van vier in Beverwijk vermoorde Georgiërs. Meer informatie is te vinden op www.kindvanhetereveld.nl.

Vandaag is bovendien een digitaal monument op het internet geopend, waarop alle oorlogsslachtoffers van de vier IJmondgemeenten worden vastgelegd. Met de vermelding van de Georgiërs wordt het officiële startschot van de website www.oorlogsslachtoffersijmond.nl gegeven. *: Op dat moment was de opstand van hun Georgische wapenbroeders op Texel al twee weken aan de gang. Het is niet duideliik of deze Georgiërs daarvan op de hoogte waren.(red.)





 Bloedige 'Russenoorlog' Texel heeft eigen historische site


TEXEL, 19-04-2012 - Op de nieuwe website www.derussenoorlog.nl zijn voor het eerst de ooggetuigenverhalen over Texels bloedige oorlogsverleden bijeen gebracht. Foto rechts: de Georgische officier Nikolai Melikia. Bij een opstand van 700 Georgische soldaten in Duitse dienst tegen de Duitsers, vielen op Texel aan de ene kant minstens 1.000 doden tussen 5 april 1945 tot het eind van de opstand op 20 mei 1945.Onder de Duitsers vielen tussen 2300 en 3.000 doden. 'Europa's Laatste Slagveld' heet Texel daarom ook wel. In april 1945 werd de relatieve rust op het Waddeneiland verstoord. Terwijl de bevrijding van grote delen van Nederland al een feit was, ook boven de rivieren, beginnen Georgische soldaten in Duitse dienst een bloedige opstand tegen hun meesters.

Tijdens 'De Russenoorlog' - zoals de opstand door de Texelaars wordt genoemd - werden talloze gebouwen op het eiland vernield, stierven honderden soldaten en ook burgers. Te midden van de chaos van 'Europa's laatste slagveld' werden bovendien ook Georgische-Nederlandse baby's geboren. Hoewel uiterlijk hecht, is de eilandgemeenschap innerlijk niet eensgezind over het verleden, tot op de dag van vandaag. 'We zijn bevrijd door de Russen,' zegt ooggetuige Akkie Kikkert. 'Het was geen bevrijding, het was moord,' beweert ooggetuige Annie van Swinderen. Voor de één zijn de Georgiërs helden, voor de ander verraders die dood en verderf hebben gezaaid. Ook na de oorlog bleef de Russenoorlog grote invloed uitoefenen. Tijdens de Koude Oorlog waren alle Texelaars die de Georgiërs een warm hart toedroegen in de ogen van de Binnenlandse Veiligheidsdienst verdacht. Op de website zijn ook de BVD rapporten die tijdens de Koude Oorlog over Texel werden gemaakt in te zien.

Op de website De Russenoorlog vertellen 20 ooggetuigen - uit zowel Nederland als Georgië - hun versie van deze opmerkelijke geschiedenis. Er is ook historisch materiaal - foto's, filmfragmenten en BVD dossiers - toegankelijk gemaakt. In de tegenstrijdige verhalen over helden en opportunisten, lijfsbehoud en eergevoel, schuld en onschuld klinkt 67 jaar na dato volgens de makers van de site nog altijd de onverwerkte pijn door die de Texelaars met zich mee dragen. Bij de website hoort een gratis educatief programma voor het primair en voortgezet onderwijs, waarin scholieren leren over de Russenoorlog, de Tweede Wereldoorlog in Nederland en mondelinge geschiedenis. De Russenoorlog is een website van journalistiek projectbureau Prospektor en het Luchtvaart- en Oorlogsmuseum Texel. De interviews met ooggetuigen werden al eerder gerealiseerd met een subsidie van het programma Erfgoed van de Oolrog van VWS.





 Nieuwe serie bij Omroep MAX: Vrouwen in Oorlogstijd


 HILVERSUM, 11-04-2012 - Van maandag 23 april tot en met 4 mei zendt Omroep MAX dagelijks (op weekdagen) de serie 'Vrouwen in Oorlogstijd' uit, telkens om 16.30 uur op Nederland 2. De serie behandelt achtereenvolghens de Duitse inval, Joodse vrouwen, het bombardement van Zutphen, het verraad, de razzia van Putten, Nijmegen als frontstad, ziekenzorg, de Jappenkampen, de belevenissen van enkele Duitse vrouwen en de geschiedenis van oorlogszangeres Vera Lynn.

De serie gaat helaas niet in op de grote rol van de vrouwen in het verzet en de onderduik, van de 'moeder van de onderduikers' 'tante Riek' Kuipers-Rietberg tot de grootste Jodenredster van Nederland, 'tante Truus' Wijsmuller-Meyer. Militante heldinnen zoals Hannie Schaft en haar vriendinnen de zusjes Overstegen, de door Klaas Faber vermoorde Esmée van Eeghen, geheim agente en ridder MWO Jos Mulder-Gemmeke. Of de heldin van de Slag om Arnhem, Kate ter Horst, of de enige vrouw die na de oorlog werd geëxecuteerd wegens haar verraad, de Joodse Ans van Dijk, blijven helaas onbesproken. Dat geldt ook voor de vele duizenden koeriersters, waar het verzet en de onderduik volkomen op draaiden.

 

Foto boven: vrouwen met Duitse soldaten op de Maliebaan in Utrecht.

Aflevering 1 – De Inval – 23 april
In de eerste uitzending vertellen vrouwen over het begin van de oorlog in Nederland op 10 mei 1940 Nederland. In diverse grensplaatsen in Gelderland zien mensen een enorme troepenmacht ons land binnenstromen. In bepaalde gevallen is de Duitse buurman van gisteren nu ineens de vijand. Voor sommigen komt de oorlog als een verrassing.

 Voor Ella Meilink die bij de Duitse grens in Wyler woont, heeft het begin van de oorlog grote gevolgen. Het prikkeldraad dat sinds de Duitse inval in Polen op 1 september 1939 het Nederlands-Duitse dorp in tweeën snijdt en zo de contacten met Duitse familie bemoeilijkt, is ineens veel minder belangrijk. Er staan Duitse officieren in de keuken van de familie en Ella hoort dat het over de Grebbeberg gaat. Haar broer Albert is daar gelegerd. Als de burgemeester van Groesbeek een paar dagen later aanklopt, kan dat bijna alleen maar slecht nieuws betekenen.
 Ook de herinneringen van de nichtjes Willy Kramer en Rie Smit vbij Ede zijn typerend voor die eerste oorlogsdagen. Dat het zó snel zou gaan, hadden de nichtjes niet verwacht. De familie Smit wordt door de soldaten hun huis uit gejaagd. Willy Kramer ziet hoe de Duitsers zich met veel geweld een weg banen over de Ginkelse Hei voorbij herberg Zuid-Ginkel waar ze werkt. In de eerste uitzending van Vrouwen in Oorlogstijd aandacht voor de Duitse inval en de gevolgen daarvan.

 Aflevering 2 – Joodse Vrouwen – 24 april
 Emmy Drop en Mieke van Creveld zijn nog peuters als de oorlog uitbreekt en hun leven voorgoed verandert. Niets zal na de oorlog nog hetzelfde zijn. De kleine Emmy Drop wordt los van haar gezin op een onderduikadres in Arnhem ondergebracht. Onder andere dankzij haar niet-Joodse uiterlijk, overleeft ze de oorlog. Maar de rest van het gezin heeft minder geluk. Zij zitten ondergedoken in de Achterhoek en worden verraden. Emmy's vader, moeder, broertje en zusje worden vermoord in Sobibor.

 Ook voor Mieke van Creveld verandert de oorlog het ooit zo gelukkige gezinsleven. Al vroeg in de oorlog wordt dit Joodse gezin naar kamp Westerbork gebracht. Ze verblijven daar ruim 1,5 jaar voordat ze op transport moeten naar concentratiekamp Bergen-Belsen. Het leven is er verschrikkelijk.

 Aflevering 3 – Bommen op Zutphen – 25 april

 Zutphen wordt 14 oktober 1944 zwaar getroffen door een geallieerd bombardement - foto boven. Die dag bombarderen drie vliegtuigen de IJsselbrug . De bommen missen en komen neer in de omgeving van het station.. Tientallen mensen komen om en honderden raken gewond, de schade aan de stad is enorm. Maria Sieders en Evie Nieuwenhuis wonen in Zutphen en maken het bombardement als jonge meiden van nabij mee.

 Aflevering 4 – Verraad – 26 april

 In oorlogssituaties handelen mensen ofwel extreem of ze doen niets. De één gaat in het verzet, de ander zwijgt en een derde ziet de vijand als bondgenoot. Door die laatste groep vallen slachtoffers. Verzetsmensen, onderduikers en vooral Joden worden aangegeven. NSB'ers en burgers hebben veel Nederlandse Joden verraden. In deze aflevering van Vrouwen in Oorlogstijd twee voorbeelden van verraad.
 Lies Ikink vertelt over de Joodse familie Frank uit Lienden die haar adopteerde. Later krijgt moeder Frank toch een eigen kind, Ellie. Lies krijgt er daardoor een klein zusje bij. Maar dan breekt de oorlog uit en wordt het gezin uit elkaar gerukt. Aly te Lindert uit het Achterhoekse Sinderen heeft ook een verhaal waarin verraad de hoofdrol speelt. Haar ouders hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog Joodse onderduikers in huis. Op een nacht rijdt een grote vrachtwagen langs de boerderij van de familie Te Lindert.

 Aflevering 5 – De razzia van Putten – 27 april

 Een mislukte aanslag van het verzet op een Duitse auto bij Putten oopt in de nacht van zaterdag 30 september helemaal uit de hand. Er vallen doden, drie Duitsers weten weg te komen en één van hen wordt door de ondergrondse meegenomen. De gevolgen voor Putten en wijde omgeving zijn desastreus, 8 mensen komen zondag 1 oktober om het leven en de Duitsers drijven de bevolking in het centrum bijeen.
 
Uiteindelijk worden 600 Puttense mannen op maandag 2 oktober naar het station gedreven en naar kamp Amersfoort vervoerd. Van daaruit gaan de gevangenen naar kampen in Duitsland. Uiteindelijk zullen maar 48 van hen naar Putten terugkeren. In Vrouwen in Oorlogstijd het verhaal van Gerrie Vastenburg van wie de vader niet terugkeert en dat van Jansje Rozendaal-Hogebrug die het van nabij meemaakte.


 Foto boven: voorjaar 1945 in Nijmegen: Britse of Canadese soldaten bij een kanon tijdens een gevechtspauze.

 Aflevering 6 – Nijmegen Frontstad – 30 april

 Hoe was het om in de oorlogsjaren verpleegster of arts te zijn? In welke bochten moesten verplegenden zich wringen om hun patiënten medische en geestelijke zorg te kunnen bieden? Konden ze in hun ziekenhuizen blijven of moeten ze met de patiënten evacueren? En hoe ging de bezetter om met de patiënten? Waren de instellingen veilig voor verzetsmensen en Joden?

 Jetty van Geens is aan het begin van de oorlog verpleegster in de psychiatrische inrichting het Apeldoornsche Bosch, waar Joodse patiënten worden verzorgd in een mooie, bosrijke omgeving. Het verandert in een hel als de Duitsers in januari 1943 de gebouwen opeisen en het transformeren in een soort kuuroord voor SS'ers. Jetty komt oog in oog te staan met SS-Hauptsturmfüher Ferdinand aus der Fünten, een van de latere Drie van Breda, die de inrichting wil ontruimen.

 Jeanette Somberg wil in de oorlog eigenlijk gaan studeren voor arts. Dat blijk niet haalbaar en ze gaat aan de slag als leerling-verpleegster. Na een tijd in Overijssel wordt ze overgeplaatst naar een noodziekenhuis in 's-Heerenberg. In de loop van 1945 verandert de grensstreek in een slagveld. Jeannette krijgtpatiënten met de meest uiteenlopende klachten en verwondingen. De granaten vliegen rond, de bevrijders komen dichterbij, het ziekenhuis ligt in de vuurlinie.

 Aflevering 7 – Verpleging en Zorg – 1 mei

 Op 17 september 1944 start Operation Market Garden. Vanuit België trekken Britse, Canadese en Amerikaanse soldaten Nederland binnen. Tegelijkertijd landen op meerdere plaatsen geallieerde Britse, Poolse en Amerikaanse parachutisten. Nijmegen gonst van de geruchten over de op handen zijnde bevrijding.

 Na 3 dagen vechten is Nijmegen op 20 september bevrijd. Aan de ellende van de oorlog komt echter nog geen einde, want alleen het zuiden van Nederland is bevrijd en Duitsland is nog niet verslagen. Nijmegen verandert in een militair kampement en ligt als frontstad 7 maanden onder Duits vuur. Honderden Nijmegenaren komen om in hun bevrijde stad.

 José van Woerden woonde samen met haar ouders en vier broertjes en zusjes in Nijmegen aan de Berg en Dalseweg. José is de oudste van de kinderen en 14 jaar als de oorlog zijn einde nadert. Wanneer Operation Market Garden begint besefte het hele gezin dat er iets groots stond te gebeuren. De hoop op de bevrijding groeit, maar dat pakt anders uit.

 Ook Joke de Vos heeft levendige herinneringen aan de 'granatentijd' in Nijmegen. De oorlog is nog nooit zo dichtbij geweest. Maar ze maakt ook veel plezier. In huis zitten soldaten ingekwartierd en dat is eigenlijk ook wel heel gezellig.

 Aflevering 8 – De Jappenkampen – 2 mei

 Op 8 december 1941 valt Japan de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor op Hawaï aan. Daarmee raakt het gebied van de Stille Oceaan betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. Nederland, als bondgenoot van Amerika en nog in het bezit van Nederlands-Indië, verklaart daarop Japan de oorlog.

 Als op 1 maart 1942 het Japanse leger op Java landt, moet Nederlands-Indië op 8 maart capituleren. Vrijwel direct worden alle Europese en dus ook alle Nederlandse mannen in kampen ondergebracht. De vrouwen blijven alleen achter, wetende dat het niet lang zal duren voordat ook zij met hun kinderen naar een kamp moeten vertrekken.

 In het totaal worden er ongeveer 120.000 Nederlanders geïnterneerd in de Jappenkampen. Van hen bezwijken meer dan 13.000 mensen door honger, uitputting en mishandeling. In deze aflevering het aangrijpende verhaal van Tineke van der Woude en Elly Braicks. Twee vrouwen die de gruwelen van het Jappenkamp overleefden.

 Aflevering 9 – Duitse Vrouwen – 3 mei

 Maria Diedenhofen groeit op in het landelijke Bedburg Hau, net buiten Kleef. Maria’s ouders moeten niets van de nazi’s hebben en wanneer Hitler jarig is weigeren ze de vlag uit te hangen, waarbij ze zich de woede van een nazi op de hals halen.
 Maar de oorlog komt pas echt heel dichtbij wanneer Maria's vader een oproep voor het front krijgt. Dan staat Maria's moeder er alleen voor.

 Aflevering 10 Dame Vera Lynn – 4 mei
 Vrouwen in Oorlogstijd zoekt de zangeres Dame (het vrouwelijk equivalent van Sir, een adellijke titel) Vera Lynn (foto boven in 1973) , het icoon van de jaren 40 thuis op in Engeland. Marlies Claasen spreekt met Dame Vera Lynn over de rol die zij in de oorlog speelde en hoe ze aan de geuzennaam Sweethart of the Forces komt.

 Dame Vera zong in haar radioprogramma Sincerely Yours verzoeknummers en gaf er boodschappen van het thuisfront door aan de troepen in het buitenland.  Later trad ze op voor soldaten in o.m. Birma. Soldaten droegen haar op handen. Zo werd Dame Vera het symbool van hoop tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar ook na de oorlog deed ze van zich horen.

 Zo kwam vorig jaar haar cd We’ll meet again, The Very Best of Vera Lynn op nummer 1 in de Britse cd top 40. Daarmee is ze met haar 92 jaar de oudste artiest die dat ooit meemaakte.





VREEMDE  CONCLUSIE  COMITÉ  4  EN  5  MEI
Kennis van WO2 zou afnemen

AMSTERDAM, 6-04-2012 - Nederlanders zouden gaandeweg minder weten over de Tweede Wereldoorlog, meent het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

 Die opvatting staat echter volkomen haaks op het recordaantal boeken over de oorlog, de recordaantallen bezoekers van oorlogsinstellingen, en de actuele successen van oorlogsfilms en -theaterstukken.

Foto rechts: het kantoor van de stichting in Amsterdam

De algemene kennis mag dan zijn gedaald, stet het comité, maar het vindt dat deze toch nog steeds op peil is. Dat moet blijken uit het zogenaamde Nationaal Vrijheidsonderzoek 2012 van het Comité. De voornaamste taak van het comité is het organiseren van 4- en 5-mei bijeenkomsten.
 
De mening over de dalende kennis is opvallend, omdat het comité zelf een zeer grote verspreider van informatie over de oorlog is. Bovendien verdeelt het comité sinds april vorig jaar namens het ministerie van VWS de subsidies van € 900.000 voor oorlogsprojecten onder vele tientallen instanties. Al die pogingen - die vaak al jaren aan de gang zijn - hebben volgens het comité kennelijk niet opgeleverd wat de bedoeling was.

 Dat de kennis gedaald zou zijn lijkt echter een onhoudbare mening in het licht van de grote hoeveelheid informatie over WO2 - die de laatste jaren steeds maar blijft groeien. Op Bol.com zijn bijvoorbeeld over de oorlog ongeveer 2500 boektitels te vinden - een recordaantal.

 Ook het aantal bezoekers aan de bekendste oorlogsinstelling van Nederland, het Anne Frank Huis, haalde een recordaantal bezoekers in 2011: 1,1 miljoen mensen, 5% meer dan het jaar ervoor - toen het aantal ook al een record was. Ook het bezoek aan kampen Amersfoort, Westerbork en Vught, blijft gelijk of stijgen. Datzelfde geldt voor het bezoek aan bijvoorbeeld het kamp Auschwitz in Polen. Jaarlijks komen er verder in Nederland nieuwe monumenten voor de oorlog bij, waardoor het totaal nu is gestegen tot ruim 3500 - en het stijgt vrijwel elke maand verder.

 Films
Daarnaast zijn er films en theaterstukken over de oorlog. Alleen in al in het eerste kwartaal van 2012 zijn dat er minstens 6:
  •  Het Bombardement op Rotterdam - speelfilm, verschijnt dit jaar
  •  Charlotte - nieuwe documentaire van Frans Weisz over de Joodse schilderes Charlotte Salomon, vermoord in Auschwitz, première 12 april 2012
  •  Tante Truus - speelfilm over 'tante' Truus Wijsmuller-Meyer, de grootste Jodenredster van Nederland, komt dit of volgend jaar uit
  •  900 dagen - bekroonde Nederlandse documentaire over het beleg van Leningrad, in januari in première gegaan
  •  Süskind (foto rechts) - speelfilm over een grote Amsterdamse Jodenredder, dit jaar januari in première gegaan, binnen 2 weken 100.000 bezoeker
  •  Soldaat van Oranje - de musical, loopt sinds 2011, al 550.000 bezoekers, looptijd verlengd

 In het vorige onderzoek in 2009 gaf volgens het comité 37 % van de Nederlanders aan weinig kennis over de oorlog te hebben. Dat is dit jaar gestegen naar 48 %. De groep met veel kennis kromp voglens het onderzoek van 36 naar 30 % van de bevolking. Directrice
van het comité Nine Nooter zegt in dagblad Metro: "Het onderzoek sterkt ons in de overtuiging om de komende jaren meer aandacht te schenken aan de Tweede Wereldoorlog in internationaal perspectief en inspanningen voor vrijheid wereldwijd na 1945". Een historicus als professor Norman Davies onderschrijft dat. Met name in zijn boek 'Europe at War' benadrukt hij de volkomen doorslaggevende rol van de Sowjet-Unie in de oorlog die in het westen stelsematig verwaarloosd wordt.

 Nederlanders
Volgens het comité zouden 'de Nederlanders' tijdens de dodenherdenking op 4 mei al jaren niet meer denken aan alleen Nederlandse oorlogsslachtoffers.

 Dat suggereert dat voordien de Nederlanders hun 13.000 dode geallieerde bevrijders niet herdachten, zoals de 6.700 gesneuvelde Britten, de 4.100 Canadezen, de 1.135 Amerkanen en de 630 Polen - de meesten van hen stierven zoals bekend tijdens de Operation Market Garden. Met name in Arnhem en Oosterbeek (geallieerde begraafplaats) wordt hun nagedachtenis jaarlijks nadrukkelijk herdacht.
 Foto links: de koningin op weg naar het monument op de dam op 4 mei tijdens de Dodenherdenking.

 De geallieerden uit de Britse sfeer hebben in totaal ruim 450 militaire begraafplaatsen in Nederland. Over het algemeen worden hier herdenkingen gehouden op Remebrance Day, 11 november, of op Remembrance Sunday, de officiële viering op de meest nabijgelegen zondag. Dat het hier niet om kleine aantallen gaat, blijkt bijvoorbeeld uit het aantal graven dat er is in kleine plaatsen. Bijvoorbeeld Uden 697, Mierlo 657, Noordwijk 60, Ovedrloon 274, Lemsterland 33; Rotterdam 120,.

 Vooral Groesbeek Canadian War Cemetary bij Nijmegen, met 2590 graven de grootste Commomwealth begraafplaats van Nederland, met Oosterbeek met 1680 Commonwealth graven als tweede (in Oosterbeek liggen ook 73 Polen). Vanwege de enorme verbreiding van met name deze Commonwealth-begraafplaatsen door Nederland en de vele adoptaties ervan door lagere scholen

 Jaarlijks zijn er ook herdenkingen bij de Franse oorlogmonumenten in Drenthe en Zeeland - in Zeeland ligt niet alleen de Franse generaal Deslaurens, maar ook enkele Marokkaanse soldaten uit het Franse leger. Ook de suggestie dat 'de Nederlanders' mogelijk aan het begin van de herdenking eind jaren '40 bijvoorbeeld wél alleen hun eigen landgenoten herdachten, is onhoudbaar.

 Het comité, een overheidsinstelling, streeft ernaar om onduidelijke redenen om de Dodenherdeking uit te breiden van de Tweede Wereldoorlog naar alle gewapende conflicten. Het is bij veel oorlogsherdenkingen van de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk om de eigen doden te herdenken. Om de lijn van het comité door te trekken, zouden Nederlanders op 4 mei bijvoorbeeld ook de gesneuvelde Nederlandse leden van de Waffen-SS - algemeen beschouwd als een van de ergste soorten verraders - of de gesneuvelde SS-beulen van vernietigingskamp Sobibor of andere oorlogsmisdadigers moeten herdenken.

 Betrokken landen
Volgens het comité hebben veel ondervraagden geen idee hoeveel landen bij WO2 betrokken waren. Slechts 2 % van de ondervraagden weet volgens het onderzoek dat bijna alle landen van de wereld eraan deelnamen en 41 % denkt dat een kwart of minder van de wereld erbij betrokken was. Ruim 25 % van de ondervraagden geeft aan geen idee te hebben.

 Van de ondervraagden kan volgens het comité 44 % in totaal 5 gebeurtenissen uit de oorlog in Europa correct plaatsen. 80 % procent weet dat Nederlanders in toenmalig Nederlands-Indië gevangen werden genomen en 72 % is bekend met de dwangarbeid die ze in Zuidoost-Azië moesten uitvoeren. Net als in 2006 denkt bijna 70^% ten onrechte dat de Jodenvervolging één van de oorzaken is van de oorlog.

 Het comité stelt dat de Europese Unie voortkomt uit de Tweede Wereldoorlog en registreert dat 25 % van de ondervraagden dat bevestigt. Dat is slechts één visie. In een andere visie komt de Europese Unie echter voort uit de Brits-Amerikaanse angst voor een sterke Sovjet-Unie waar een goedgewapend, economisch gezond en politiek eensgezind Westeuropees blok tegenover diende staan - en niet een vermorzeld Duitsland, dat bleef ruziën met aartsvijand Frankrijk.






Rode Kruis start onderzoek naar haar omstreden rol in WO2


 AMSTERDAM, 30-03-2012 - Het Nederlandse Rode Kruis gaat een onafhankelijk onderzoek opzetten naar haar eigen zeer omstreden rol in de Tweede Wereldoorlog.

 Dat stelde Rode-Kruis-directeur Cees Breederveld (foto rechtsonder) gisteren tijdens een symposium in het Joods Historisch Museum. Daar overhandigde zijn instelling tevens de cartotheek van de Joodsche Raad in bruikleen van aan het museum .

 Het resultaat van het onderzo
ek moet over uiterlijk 5 jaar, als het Rode Kruis 150 jaar bestaat, worden gepresenteerd. Al eerder, in 2005, erkende het Rode Kruis dat het in de oorlog weinig tot niets heeft gedaan om de Joodse gemeenschap te helpen.

 Het Rode Kruis weigerde bijvoorbeeld Joodse bloeddonoren en zond geen pakketten naar concentratiekampen. Directeur Breederveld: "Het enige dat wij voor Joden na de oorlog hebben gedaan, was hen brieven te sturen met de namen van al die familieleden die op last van de nazi’s waren vermoord. Zakelijk en formeel."

 Ook in de opvang van overlevenden na de oorlog liet het Rode Kruis steken vallen, zo meldt de organsiatie in een persbericht. Overigens is hulp aan terugkerenden over het algemeen volgens bijvoorbeeld dr L. de Jong in zijn 'Koninkrijk' ernstig tekort geschoten.

 Het Rode Kruis beschouwt dit ook zelf als een zwarte bladzijde in haar geschiedenis. "In de Joodse gemeenschap leven nog steeds zeer negatieve gevoelens over deze zwarte bladzijde uit onze geschiedenis. Het Rode Kruis heeft in de oorlog en daarna deze gemeenschap te weinig hulp geboden.’’, stelt Breederveld.

 "Los van individuele initiatieven van vrijwilligers, waar wij ons echter niet achter mogen verschuilen." De organisatie stelt te willen leren van de fouten die destijds gemaakt zijn.

 Het Rode Kruis draagt sinds 1946 de verantwoordelijkheid voor de cartotheek van de Joodsche Raad. Deze bevat gegevens van het merendeel van de Joden die in Nederland woonden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 Directeur Brederveld vertelde hoe de gescheidenis van het Rode Kruis aan hem duidelijk werd gemaakt. "Een paar jaar geleden, op de avond van 6 januari 2005 stond ik als kersverse directeurin de coulissen van een televisiestudio te wachten bij een landelijke actie van de samenwerkende hulporganisaties.

 Doel was geld in te zamelen voor de slachtoffers van de tsunami in Zuidoost-Azië. Ik was trots op het Rode Kruis. Ik was net terug uit het rampgebied en had gezien wat we daar allemaal deden – en konden doen. We zouden gaan zorgen dat er hulp kwam, dat mensen voedsel, medicijnen en onderdak kregen. We zouden mensen gaan helpen om hun familieleden op te sporen.

 En terwijl ik stond te wachten werd ik voorgesteld aan een bekende Nederlander, tevens prominent lid van de Joodse gemeenschap. Hij was op weg naar het belpanel, waar hij die avond de talloze telefoontjes zou beantwoorden van mensen die een gift wilden doen.

Foto links: het Rode Kruis helpt dakloos geworden Rotterdammers na het bombardement van 14 mei 1940.

Hij stak mij zijn hand toe, maar trok hem direct weer terug toen hij hoorde wie ik was. ‘Directeur van het Rode Kruis! Dat zijn toch allemaal antisemieten,’ zei hij en haastte zich de zaal in."

 Op de kaarten staat informatie zoals deportatiedata, baraknummer en beroep. Het overgrote deel van deze Joden is tussen 1942 en 1944 door de bezetter gedeporteerd en in vernietigingskampen vermoord.

De cartotheek is voglens het Rode Kruis na de bevrijding gebruikt bij onderzoek naar geschiedenissen van gedeporteerden. Zo kon voor velen plaats en tijdstip van overlijden worden vastgesteld.
 Voor veel overlevenden en betrokkenen is de cartotheek een belangrijke bron voor de herinnering aan dierbaren die de oorlog niet overleefden.
 
Door deze informatie ter beschikking te stellen aan het Joods Historisch Museum en de Hollandsche Schouwburg wil het Ride Kruis deze informatie nu toegankelijker worden. Vanwege de privacy mogen alleen direct betrokkenen en familieleden het intussen gedigitaliseerde archief raadplegen.





 Duitse desertieoproep uit 1945 ontdekt in Bussum


 BUSSUM, 28-03-2012 - Op een zolder in Bussum is een Duits pamflet ontdekt, dat opriep tot desertie van Duitse soldaten.
 Deze vondst werd onlangs gedaan op de vliering van Ruthardlaan 15. In dit huis woonde in de oorlog de familie Siddré en Anneke Siddré, dochter des huizes, was toen nog een kleuter.

 Tijdens het opruimen vond zij onlangs kaarten, kranten en andere papieren. Bij deze documenten waren 16 exemplaren van eerder genoemd pamflet.

 Desertie was aan de orde van de dag tegen het einde van de oorlog in Nederland, vooral na Dolle Dinsdag, 5 september 1944. Toen begonnen de Duitse bezetters en hun Nederlandse aanhangers te geloven dat Nederland bevrijd zou worden en daarom met duizenden uit Nederland vluchtten.

 Duitse desertie in Nederland is echter nooit precies geboekstaafd, zodat exacte aantallen niet te geven zijn.

 In totaal waren er in september 1944 ongeveer 50.000 Duitse militairen en andere buitenlandse uniformdragers, onder wie bijvoorbeeld Italiaanse zogenaamde 'Hilfsfreiwillige'.

 Het verschijnsel van Duitse militaire deserteurs was in Nederland al bekend: aan de onbedoelde aanslag op politiegeneraal en SS-er Hans Rauter bij Woeste Hoeve deden bijvoorbeeld twee gedeserteerde SS-ers mee;

 Volgens Klaas Oosterom, secretaris van de Historische Kring Bussum weet mevrouw Siddré zich nog te herinneren dat er tegen het einde van de oorlog iemand in een kleine kamer boven in het huis woonde. Na de oorlog hoorde zij dat het ging om een gedeserteerde Duitse militair.

 Het pamflet moet omstreeks 17 april 1945 gemaakt zijn, aangezien de militair zijn kameraden van het garnizoen Bussum-Naarden wijst op het feit dat de gepantserde Canadese strijdkrachten Apeldoorn zijn binnengevallen. Oosterom heeft het pamflet laten vertalen.


Hieronder een passage uit de dringende oproep:

 'Kameraden willen wij echt aan deze waanzin meedoen en een paar minuten voor twaalf volkomen zin- en nutteloos ons leven riskeren?', stelde de Duitse militair ruim 66 jaar geleden.

' 'De oorlog is allang verloren', schreef de soldaat verder. 'De Engelsen, Amerikanen en Russen zijn niet ver van elkaar verwijderd. Denken jullie aan Duitsland: ons vaderland, dat wij door ons doorvechten niet helpen, maar schaden. Denk aan jullie vrouwen, kinderen, moeders, vaders, die zich juist nu grote zorgen maken. Zij hebben ons na de oorlog nodig.'

De laatste alinea van het pamflet: 'Wij willen niet uit lafheid stoppen, want dat de Duitse soldaat weet te vechten, heeft hij de afgelopen jaren genoegzaam bewezen. Wij gaan ons echter niet zinloos opofferen, enkel en alleen omdat een bankroete leiding e laf is om haar bankroet toe te geven.' De militair eindigt: 'Als de leiding, die geen enkel verantwoordelijkheidsbesef heeft toch verder wil vechten, moet ze dat zelf doen, maar zonder ons!' 


Dr Lou De Jong schrijft in zijn 'Koninkrijk' in deel 10b, 1ste helft, pag 33: ' Het aantal deserteurs nam toe (alleen al in december '44 werden bijna honderd militairen van de Wehrmacht gearresteerd door de Feldgendarmerie 'wegen Fahnenflucht oder unerlaubter Entfernung'2), niettemin was er in de eenheden als geheel nog een ruime mate van cohesie. De bevelen van de officieren werden opgevolgd, die officieren volgden de bevelen der hogere staven op en de hogere staven hielden zich aan Hitlers instructie: bezet Nederland moest hardnekkig worden verdedigd.

Op pag 309 van deel 10b 1ste helft schrijft De Jong verrder:  Vóór september '44 waren er ca. twaalfhonderdvijftig z.g. beroepslandwachters en bijna negenduizend hulplandwachters geweest. Van die ca.tienduizend man deserteerde ten tijde van de Dolle Dinsdag-crisis ongeveer de helft: sommigen doken onder, anderen wisten ondanks de in de treinen toegepaste controle Duitsland binnen te komen.'

 Op pag 314 schrijft De Jong verrder: Na de Nederlandse Landwacht de Landstorm Nederland. De drie bataljons van deze militaire, tot de Waffen-SS behorende formatie namen in september deel aan de gevechten in het noorden van België en het zuiden van Nederland: het Iste in de streek van Hasselt, later bij Sittard, het Ilde in het gebied tussen Antwerpen en het Hollands Diep, het lIlde bij Oosterbeek.

In die tijd deden zich ongeveer duizend gevallen van desertie voor. De secretaris van de historische kring hoopt nog meer informatie te krijgen. 'Was hij in Naarden-Bussum gelegerd geweest, gedeserteerd en ondergedoken? Heeft hij hulp gehad van de heer Siddré of van anderen om dit pamflet te maken en te laten vermenigvuldigen? En zou het verspreid zijn onder Duitse militairen? En hoe? Het feit dat er in dit huis een stapeltje van deze oproep lag, roept veel vragen op', aldus Oosterom. Hij is te bereiken op n.c.oosterom@hetnet.nl.






Hilversum start met Bill-Mincolezing



 HILVERSUM, 24-03-2012 - Bij de 4 mei-herdenking in Hilversum zal nu ook een lezing plaatsvinden, genoemd maar een jonge Joodse verzetsman, Bill Minco (foto boven).

 Hij speelde na de oorlog een grote rol in verzetsorganisaties. De 80-jarige Hilversummer en journalist André Roelofs spreekt bij deze eerste lezing over zijn oorlogservaringen .

 Roelofs is oud-correspondent van de Volkskrant in Berlijn en Moskou en vertelt over zijn jeugd in Hilversum tijdens de bezetting en zijn eerste verzetswerk.

 De nieuwe burgemeester van Hilversum Pieter Broertjes hoopt dat de lezing de start zal zijn van een kleine traditie. Nieuw dit jaar is verder de medewerking van een blazerskwartet van het Muziekcentrum van de Omroep.

 De Joodse Rotterdammer Minco maakte in die stad het grote bombardement van 14 mei 1940 mee, wat diepe indruk op hem maakte. Hij ging in het verzet bij de eerste verzetsorganisatie van Nederland, de Geuzen, die hij zelf later kenschetste als 'kinderlijk'.

 Verraad Spoedig werd deze verzetsorganisatie als gevolg van amateuristische loslippigheid opgerold. In maart 1941 werd Bill Minco bij het eerste Duitse proces tegen een Nederlandse verzetsorganisatie, het Geuzenproces, ter dood veroordeeld.

 Met 17 andere veroordeelden (15 Geuzen en 3 Februaristakers) verbleef hij in de gevangenis in Scheveningen. Dichter Jan Campert schreef over deze 18 mannen later zijn beroemde gedicht "De achttien dooden".

 Omdat Bill Minco minderjarig was, kreeg hij gratie en werd zijn straf levenslang. Minco bracht toen eerst 18 maanden door in eenzame opsluiting in het tuchthuis Untermassfeld in Duitsland. In het voorjaar van 1943 werd Minco getransporteerd naar concentratiekamp Mauthausen, en enkele maanden later naar Auschwitz. Toen de Russen naderden moesten de gevangenen te voet naar Dachau. Bill Minco overleefde alles en werd op 30 april 1945 uit Dachau bevrijd door de Amerikanen. Na de oorlog hielp Minco bij de oprichting van de Stichting Geuzenverzet, werd daarvan erevoorzitter, was actief in de Stichting Het Oranjehotel en zette zich in voor het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon. Ook startte hij een beddenzaak in Hilversum genaamd Morpheus, die tot een keten uitgroeide.
 Minco was jarenlang actief in de Hilversumse politiek voor de VVD. Hij beschreef zijn oorlogservaringen in 1997 in het boek 'Koude Voeten'. Hij overleed op 5 mei 2006, op 83-jarige leeftijd. Hij was verwant aan de schrijfster Marga Minco.




 Opsporing van familieleden van begraven Russen in Leusden nadert einde


LEUSDEN, 23-03-2012 - De campagne om de onbekende families van in Nederland begraven Sowjetsoldaten te traceren, loopt op zijn einde.
 Op 10 april verschijnt bij wijze van aflsuiting het boek 'Kind van het ereveld'. van Rusland-correspondent Remco Reiding.
Hij beschrijft daarin zijn jarenlange zoektocht naar nabestaanden van vooral Oezbeekse Sowjetsoldaten, die op het Russisch Ereveld in Leusden begraven liggen. .

 Er staan nog ruim 80 namen op de lijst van militairen, waarvan nooit de familie bereikt is: alleen al 40 Russen en 30 Oekrainers, naast militairen uit Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan en Wit-Rusland. De Stichting Russiche Ereveld die zich met hun lot bezighoudt en waarvan Reiding secretaris is, heeft de afgelopen jaren al vele tientallen Russische familieleden weten te bereiken.
 865 graven Op het Leusder ereveld, naast de Amersfoortse begraafplaats Rusthof, liggen 865 militaire oorlogsslachtoffers uit de voormalige Sowjetunie begraven. Ruin 60 jaar na de oorlog informeerde Reiding een aantal nabestaanden over het lot van hun vermist geraakt familielid. Er staat op de site van de begraafplaats een aandoenlijke Russische video van een oudere vrouw die na 70 jaar eindelijk het graf van hun vermiste soldaat ziet.

 In september 1941 kwamen op de veelosplaats bij station Amersfoort 101 Sowjet-krijgsgevangenen uit Centraal-Azië aan.
 
Foto links: enkele Sowjetsoldaten op een beschadigde foto.

 De Duitsers behandelenden de Sowjets met hun vaak Mongoolse gelaatstrekken als Untermenschen om daarmee ook de afkeer van de bevolking voor de Russen op te wekken.Dat lukte niet. Tijdens hun gevangenschap in Kamp Amersfoort overleden 24 gevangenen en op 9 april 1942 werden de overgebleven 77 gefusilleerd. Na de oorlog werden hun stoffelijke overschotten herbegraven op begraafplaats Rusthof in Leusden.

 Ook kwamen hier nog eens 691 Sowjetrussische militaire doden van het Netherlands American Cemetery and Memorial in Margraten in Limburg. Zij waren in de laatste dagen van de oorlog of na de bevrijding aan ziekte bezweken in Duitse ziekenhuizen.

 Ook de stoffelijke overschotten van 73 dwangarbeiders en Sovjetrussische soldaten in Duitse dienst werden in Amersfoort herbegraven.Omdat op Rusthof onvoldoende ruimte was, wordt een aparte begraafplaats aangelegd. Dit Russisch Ereveld werd op 18 november 1948 geopend door minister van oorlog W.F. Schokking

 De Stichting Russisch Ereveld, waarin ook Reidings Russische vrouw actief deelneemt, is zomer 2011 een 'slotoffensief' begonnen om nog zoveel mogelijk nabestaanden van in Leusden begraven soldaten te traceren. Als gevolg daarvan zijn ongeveer 10 families van Sowjetrussische oorlogsdoden gevonden en geïnformeerd. Helaas zullen er altijd families overblijven, die nooit geweten hebben waar hun gelifde is begraven.

De Koedriest (ook wel Russisch Monument) staat op de plek waar na de oorlog een massagraf met 77 Sowjetrussische slachtoffers werd blootgelegd. Zij maakten deel uit van een groep van 101 gevangenen die op 27 september 1941 naar Kamp Amersfoort werd gebracht. De meesten waren afkomstig uit Oezbekistan. Begin april 1942 waren 24 Sovjetrussen in het kamp aan ziekte, ontbering en mishandeling overleden. De overgebleven 77 werden op 9 april 1942 gefusilleerd. In 1954 werd een eenvoudig gedenkteken op deze executieplaats opgericht, dat op 4 mei 1962 werd vervangen door het huidige monument.

De tekst op de zuil luidt: ‘Aan de roemrijke zonen van het Sovjetvolk die gevallen zijn in de strijd tegen de Duitse bezettingsmacht in 1941-1945. Van het dankbare Vaderland’. De Koedriest is de naam van een bosperceel waar de executie plaatsvond. Basisschool De Heerd uit Leusden heeft het monument geadopteerd. Het monument bevindt zich aan het einde van de Loes van Overeemlaan (de voormalige Appelweg), voorbij het voormalige Kamp Amersfoort en golfbaan De Hoge Kleij.




 Onderzoek defensie naar verzetsgraf in Drunense Duinen leidt tot misverstand


 DRUNEN, 22-03-2012 - In de Loonse en Drunense Duinen vlak boven Den Bosch zijn militairen vorige week mogelijk gestuit op twee graven met 14 geëxecuteerde verzetsstrijders uit de WO2.

 Wat zij gevonden hebben, is onduidelijk. Het Rode Kruis heeft bezwaar gemaakt tegen de publiciteit over dit onderzoek.Het ministerie van Defensie heeft woensdag het onderzoek bekendgemaakt.
 Foto rechts: militairen van de genie bezig met de grondradar in de Loonse en Drunense Duinen. Foto Defensie.

Gisteravond laat heeft defensie nog een rectificatie uitgegeven, omdat de indruk weg te nemen dat het onderzoek op verzoek van betrokkenen is verricht. Dat is niet het geval. Er is nog geen positief bericht over de vondst van lichamen.

 In juli 1946 werden er al pogingen gedaan om de lokatie van de graven in de Drunense duinen te achterhale. Vijf maanden na de executie van de veertien mannen werd Brabant bevrijd. Vrij snel startte het zoeken naar de twee graven. Deze zijn echter nooit gevonden, ondanks vele onderzoeken. Daarbij werden helderzienden, wichelroedelopers en de modernste apparatuur gebruikt. Ook pogingen in 1974 leverden niets op. Er staat in Udenhout een verzetsmonument voor de gefusilleerden.

 De genisten kozen dit gebied vanwege een bekend verhaal van plaatselijke bewoner Rien Broeders, die tijdens de oorlog als kleine jongen in die omgeving woonde. De Duitsers hadden in de oorlog een schietbaan in dat deel van de duinen. Wanneer ze verdwenen, ging Rien daar vaak hulzen rapen.

 Hij wist zodoende ook dat er 2 kuilen waren, omringd door prikkeldraad, waar de Duitse militairen zich in konden verschuilen bij dreigend gevaar. Kort na de oorlog zag hij tot zijn verbazing dat de kuilen volledig waren dichtgegooid.

 De soldaten gingen vorige week in de Loonse en Drunense duinen oefenen met een grondradar. Vervolgens wees de radar twee keer op een bijzonderheid. Er werden plekken gevonden waar de grond anders van samenstelling is. Daarnaast werden prikkeldraad, munitie en een mortier gevonden. Rode Kruis Het Rode Kruis zei tegen Omroep Brabant allerminst gelukkig met het publicedren van de vondst door defensie. Volgens Henk Peters van het Rode Kruis, die zich heeft verdiept in de Loonse de Drunense Duinen tijdens de oorlog, vindt het Rode Kruis Oorlogsnazorg dat nabestaanden nu 'dubbel gestraft' worden.

 Volgens Peters is het namel;ijk nog allerminst zeker dat de lichamen van de neergeschoten verzetsstrijders ook daadwerkelijk gevonden zijn. "Zekerheid is er pas na grondboringen. Het zouden ook boomstammen kunnen zijn of iets anders." Peters meldt ook, dat een Oostenrijkse legerarts, die werkte voor de Duitsers, destijds gezegd dat de lichamen korte tijd na de executie zijn opgegraven en gecremeerd in kamp Vught. Defensie zou nu de schietbaan van de Duitsers hebben gevonden, maar nog niet het massagraf.

 Een dagkboekfragment In de nacht van 26 mei 1944 werden 14 mannen uit hun cel gehaald in de gevangenis in Haaren (NB). Leden van de Grüne Polizei vervoerden hen in vrachtauto's naar een plek in de Drunense Duinen. "langzaam marcheert de stoet de wachtende duinen in. Ongeveer tien minuten duurt de tocht. De laatste tocht van veertien verzetstrijders. Zeven hunner krijgen bevel te wachten. Zeven anderen lopen verder. Ze verdwijnen met de bewakers en het vuurpeleton achter een zandheuvel. Ze worden naast elkaar neergezet. Achter hen gapen twee kuilen: graven. Een dag eerder gedolven. De eerste zeven krijgen papieren blinddoeken voor. Het vuurpeleton stelt zich tegenover hen op.. Het laatste bevel. Een salvo weerklinkt over de duinvlakte en wordt door de donkere dennenbossen teruggekaatst. De volgende zeven marcheren naar de rand van het tweede graf. Het drama herhaalt zich. Opnieuw vallen zeven lichamen in de gapende kuil.", aldus Jacques Levij in "De Stem" van 28 mei 1969.

Achtentwintig schoten klonken in die nacht. Toen de slachtoffers waren begraven, gingen de Duitsers naar de uitspanning "Bosch en Duin". De eigenaar G. Kruijssen en zijn vrouw hadden de geluiden van de gebeurtenis gehoord. In het dagboek van Kruijssen staat, dat zij de Duitsers, naar zij later begrepen vergezeld van de 14 mannen, aan hadden horen komen. Zij hoorden ook de schoten. Nu stonden de Duitsers voor hun deur. Zij wilden koffie.

 http://www.regionaalarchieftilburg.nl/tilburg/de-tweede-wereldoorlog-in-tilburg/oorlogsslachtoffe rs-tilburg/de-verdwenen-doden
 Vermoedelijk gaat het om verzetsstrijders die vastzaten in de gevangenis in Haaren. In de nacht van 26 mei 1944 moesten zij in vrachtwagens naar een plek in de Loonse en Drunense Duinen vervoerd.

 Het gaat om distributieambtenaar Harmen van Rossum (27), kantoorbediende Petrus Juten (25), bakker Jacob Everaers (26), landbouwer Jacob Hage (23) en student Cornelis Waghto (22) uit Bergen op Zoom.

 Deze vijf werden beschuldigd van betrokkenheid bij een overval op het distributiekantoor in Bergen op Zoom op 4 maart 1944, van het bezit van wapens en munitie en van het in brand steken van een Duitse opslagplaats in januari 1944.

 Uit Tilburg kwamen bevolkingsambtenaar Wim Berkelmans (32), Harry Verbunt (34), ambtenaar bij het Gewestelijk Arbeidsbureau, en fabrikant Rob van Spaendonck (27).

 De kunstschilder Albert Meintser (25) en journalist Barend Busnac (22) kwamen uit Amsterdam. Jan de Jong (29), een onderhopman van de Nederlandsche Arbeidsdienst, kwam uit Doorn. Uit Groningen kwamen de rijksambtenaar Jan Roes (26), poelier Jan Noorda (24) en onderwijzer Willem Oosterheert (25). Deze drie hadden in maart 1944 een mislukte overval gepleegd op een bankloper. Het geld daarvan wilden zij gebruiken voor hun verzetsgroep.




NATIONALE HERDENKINGEN EN VIERINGEN

Charlotte Fontijne wint dichtwedstrijd bevrijdingsfeest


 BREDA, 16-03-2012 - Charlotte Fontijne (16 jaar, foto rechts) heeft donderdagavond in Breda de finale gewonnen van de dichtwedstrijd Dichter bij 4 mei. Deze wedstrijd van het Nationaal Comité 4 en 5 mei vindt jaarlijks plaats.

 Charlotte won met het gedicht 'De stilte spreekt'. Zij zal haar gedicht op 4 mei voordragen tijdens de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam, zo mneldt het Nationaal Comité (NC)..

 Drie andere finalisten, Auke de Leeuw (15 jaar), Quinn Frijters (15 jaar) en Teun Schoemaker (16 jaar) zullen hun gedichten voordragen tijdens de herdenkingen in respectievelijk Herinneringscentrum Kamp Westerbork, het Nationaal Monument Kamp Vught en het Nationaal Monument Kamp Amersfoort. De overige finalisten doen mee aan herdenkingen in de provincie Noord-Brabant.

 De finale van Dichter bij 4 mei vond plaats in Noord-Brabant. In die provincie gaat dit jaar de Nationale Viering van de Bevrijding van start. Tijdens een bijeenkomst in de Koninklijke Militaire Academie in Breda won Charlotte van 16 finalisten, afkomstig van diverse scholen in Noord Brabant.

 15de keer Het NC organiseerde de dichtwedstrijd Dichter bij 4 mei dit jaar voor de 15e keer. Jongeren uit de provincie waar de Start van de Nationale Viering van de Bevrijding op 5 mei plaatsvindt, schrijven een gedicht voor de Nationale Herdenking in Amsterdam. Dit jaar hebben ruim 300 scholieren uit Noord-Brabant gereageerd. Na een selectieronde bleven er zestien finalisten over, die met elkaar streden om de plek op de Dam op 4 mei.

 Op 8 maart vond in Breda de eerste van 5 zg. 'weverijen' plaats, zo meldt de provincie N-Brabant. Dat zijn werkateliersen brainstorm sessies, rond themas om nieuwe vormen van viering van de vrijheid te ontwikkelen. De bijeenkomst in Breda staat in het teken van kunst en design, die in Tilburg heeft als thema community en social design en die van Breda diversiteit en interculturaliteit. In Bergen op Zoom staat volkscultuur centraal en s-Hertogenbosch werkt het thema jeugd uit.

 Oorlogsmonumenten De provincie en het NC geven ook aandacht aan de 450 oorlogsmonumenten in Brabant. Veel van die monumenten staan op 4 mei centraal bij herdenkingen. Er zijn ook monumenten die vergeten zijn. De provincie, het NC en Erfgoed Brabant organsieren een wedstrijd om de Brabanders uit te dagen hun monumenten weer tot een levende plek in de samenleving te maken.

 Website Iedereen kan op de speciale provinciale website www.vrijheidinbrabant.nl lezen welke activiteiten rond de viering van de vrijheid plaats vinden. Ook kunnen daar herdenkingen en vieringen aangemeld worden. Het is de bedoeling dat de website permanent actief blijft. Op de website www.voorvrijheid.nl van het NC kunnen alle Brabanders hun boodschap over vrijheid achterlaten.

 Teun en Cas
 Teun en Cas Hieltjes, die optreden op een bevrijdingsfestival, zijn het erover eens dat het moeilijk is over onvrijheid te spreken als je gewend bent in vrijheid te leven.  "Toch vinden we het belangrijk om vrijheid door te geven. Zeker in een tijd waarin niet iedereen in Nederland zich welkom voelt. Toen we een jaar of twaalf waren, speelde in ons voetbalteam een jongen uit een asielzoekerscentrum in de buurt van Nijmegen. Hij had al veel ellende meegemaakt. Na een paar jaar werd hij teruggestuurd.

 Go Back To The Zoo trad ook op in Servië. Het viel ons op dat de mensen die geen oorlog hadden meegemaakt, erover wilden praten. Maar de mensen die dat wel hadden meegemaakt hielden hun mond. Ze hadden duidelijk moeite met de verwerking van oorlogstraumas, aldus Teun en Cas op de website van de provincie." Start viering Op 5 mei vindt in Breda de Start Nationale Viering van de Bevrijding plaats. In de Grote Kerk vindt een besloten bijeenkomst plaats met de 5 mei-lezing, die eerst door president Wulff van Duitsland zou worden gehouden.
 Dat stuitte op enige maatschappelijke bezwaren, omdat sommige Nederlanders vinden dat Duitsland eerst de laatste oorlogsmisdadigers moet oplsuiten, namelijk Klaas Carel Faber en Siert Bruins, voordat een Duister de bevrijdingslezing kan houden.

Door Wulffs ontijdige aftreden is een controverse voorkomen. Wie nu de lezing houdt, is nog niet bekend.Na afloop van de lezing ontsteekt premier Rutte het vrijheidsvuur dat de avond te voren door Brabantse athletiek- verenigingen in een estafette naar 's-Hertogenbosch en Breda gebracht is.

 Ook zullen er activiteiten rond Fashion for Freedom en Reuzen voor de Vrijheid plaats vinden. Het complete programma van de 5 mei viering wordt op een later tijdstip bekend gemaakt.

 Bevrijdingsfestival Brabant Traditiegetrouw vindt in s-Hertogenbosch het Brabantse bevrijdingsfestival plaats. Het festival is verplaatst naar de Pettelaarse Schans en start om 14.00 uur. Tot de line-up behoren de bands Katzenjammer, Mamas Gun, Fishbone. The Levellers, Mama Rosin, La Kinky Beat&Co en de Ambassadeurs voor de Vrijheid Go Back To The Zoo. Die laatste band wordt mede gevormd door de broers Teun en Cas Hieltjes.





 Nederlands verzet en collaboratie kenden duizenden varianten


 VELSEN, 15-03-2012 - Het verzet in Nederland kwam zeer geleideljk op gang en werd vooraf gegaan door massale collaboratie; beide daden kenden duizenden varianten. Dat stelde, samengevat, afgelopen maandag, professor Doeko Bosscher.

 Professor Bosscher is hoogleraar eigentijdse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en gaf de lezing voor de Stichting Onderzoek Velser Affaire.onder de titel "De duizend gezichten van verzet en collaboratie, 1940-1945".

 Foto rechts: Professor Bosscher (1949) werd geboren in Heiloo en studeerde geschiedenis aan de RU Groningen en promoveerde daar op premier Colijn. Hij werd daar in 1991 hoogleraar eigentijdse geschiedenis. Van 1998 tot 2002 was hij daar rector magnificus. Van 1978 tot 1990 washij tevens lid gemeenteraad van Warffum en van 1982 tot 1990 wethouder.

 De Tweede Wereldoorlog overviel, zo stelt de professor, ons land en onze samenleving zo plotseling en onverwacht, dat slechts een enkeling al voor zichzelf had uitgemaakt hoe hij/zij zich bij een eventuele bezetting zou gedragen. In de verwarring die na mei 1940 ontstond moest bijna iedereen volledig improviseren.

 Nederland bezat, anders dan sommige buurlanden, in het geheel geen ervaring met vreemde overheersing. De overheid - welke dan ook - was in de Nederlandse politieke cultuur in principe legitiem. Het duurde mede daardoor een flinke tijd voordat op grote schaal verzet ontstond tegen de nieuwe machthebbers.

 Wie collaboreerde of in het verzet ging deed dat soms als lid van een politieke beweging, maar iedereen bleef een individu dat persoonlijke afwegingen maakte. Zo ontstonden er talloze varianten van collaboratie en evenveel varianten van verzet, zo benadrukte prof Bosscher.

 De Velser Affaire: nog onopgelost
 De Velser Affaire is een vermeend complot tijdens de oorlog waarbij leden van het politiekorps Velsen en leden van het Nederlands verzet betrokken een aantal Joden, communisten en linkse idealisten aan de Duitsers zou hebben verraden.

 De stelling van o.m. een aantal communisten is dat dit vanuit Londen werd aangestuurd door de Nederlandse regering in ballingschap. Dit laatste is bijvoorbeeld de stellige overtuiging van schrijfster Conny Braam. Omdat na de oorlog de betrokken politieagenten deel uitmaakten van de bijzondere rechtspleging, zou hierdoor van een objectief onderzoek van deze zaken geen sprake zijn geweest.

 Ook de moord op de Duitser Fritz Schallenberg op 14 september 1949 en de zaak Menten worden soms in verband gebracht met de Velser Affaire.Hoewel over de Velser Affaire een aantal boeken is verschenen, is de precieze toedracht nog steeds onduidelijk.In 1946 stelde Leo Rodrigues Lopes (zied ook ons artikel over Paulette Cooper van maandag 11 maart 2012, waarin hij een rol speelt) de zaak in zijn blad De Ochtendpost voor het eerst aan de kaak. Braam heeft met andere particulieren een stichting Steun Onderzoek Velser Affaire (SOVA) opgericht voor een zuiver wetenschappelijk onderzoek naar de affaire.

Op 2 januari 2009 werd bekend dat er twee ton beschikbaar was gekomenom een tweejarig onderzoek te starten. De onafhankelijke onderzoeker Bas von Benda-Beckmann werkt vanaf 1 januari 2010 fulltime aan de zaak werken. De Stichting SOVA heeft een brochure " Onbeantwoorde vragen en het onderzoek naar De Velser Affaire" uitgegeven.

 Alleen al om die reden – en dus niet zozeer omdat er tussen wit en zwart een grote grijze zone zit – bestond "het verzet" niet, evenmin als "de collaboratie". Beide fenomenen hadden duizend gezichten.

 Er bedstond een categorie pure opportunisten, er waren principiële strijders voor "vrijheid" naast avonturiers, er waren aan beide kanten mensen die door anderen werden meegesleurd in een maalstroom, je had echte bewonderaars van Duitsland en antisemieten, aldus Bosscher.

 Het gedrag van deze "duizend" categorieën kan alleen zuiver worden beoordeeld als je ook de leeftijd meeweegt. Iemand die op zijn 50e "fout" was dient anders te worden bezien dan de 17-jarige Oostfrontvrijwilliger.

 Hetzelfde geldt voor de echte avonturiers in het verzet. Deelname aan gewapende actie tegen de vijand was een ultieme vorm van vrijheidsbeleving. Degenen die bewust het grootste risico namen omdat hun principes van democratie en vrijheid dat eisten, hadden weer heel andere doelen voor ogen, zo bendadrukte Bosscher.

 In de lezing gaf Nosscher enkele varianten genoemd en hij deed een poging gedaan een soort morele hiërarchie aan te brengen. Bijzondere aandacht besteedde hij aan hoe de betrokkenen na de oorlog terugkeken. Een deel van het verzet was gefrustreerd omdat de naoorlogse samenleving de hoge idealen "van toen" niet honoreerde. Een deel betreurde dat men de politieke macht geheel uit handen had gegeven .





 Liberation Route Brabant geopend


 OVERLOON, 10-03-2012 - Commissaris van de Koningin Wim van de Donk heeft vorige week in het Liberty Park (Oorlogsmuseum) in Overloon de Liberation Route Brabant - een herdenkignsroute over WO2 met monumenten - geopend. Daarmee startten ook de activiteiten rond de officiële viering van de Bevrijding op 5 mei in Breda.

 De Liberation Route voert langs verschillende plekken in Brabant, Limburg en Gelderland die de geallieerden in verband met de Operation Market Garden aandeden tijdens hun bevrijding van Nederland.

 "Vrijheid vindt haar wortels in 2000 jaar geschiedenis, maar het begrip 'vrijheid' zoals wij het kennen, is een relatief jong begrip", zei Van de Donk in zijn toespraak.

 "De Tweede Wereldoorlog is nog niet zo heel lang geleden en Europa is nog jong. Doen alsof oorlogen in Europa door de vorming van de Europese Unie zijn uitgebannen, zou hooghartig zijn. Vrijheid is een werkwoord."

 Verder zei hij: "Er moet altijd aan gewerkt worden en door herinneringen op te halen, blijven mensen herinnerd worden aan wat het belang van vrijheid is. Niet alleen om te herdenken, maar ook om er inspiratie uit te putten. De Liberation Route maakt de bevrijding van Brabant tastbaar voor heel Brabant en voelbaar voor alle Brabanders."

 Liberation Route Op een aantal plaatsen in Brabant en Gelderland bevinden zich nu zg. 'luisterkeien'. Met een mobiele telefoon, smartphone of mp3-speler is op die plaatsen te beluisteren wat er tijdens de bevrijding op die plek gebeurde. Ook is er een speciale iPhone-app en staan de verhalen via de website. In de provincie Brabant gaat het in totaal om 26 luisterkeien met een informatiepaneel, waaronder drie in de buurt van Overloon - waar een tankslag plaatsvond op en één in Grave. Ook in de gemeenten Uden, Veghel, Schijndel, Oss, Landerd en Son en Breugel bevinden zich dergelijke luisterkeien. Als onderdeel van de Liberation Route Arnhem-Nijmegen bevinden zich ook keien in de gemeenten Gennep en Mook en Middelaar.

 De verschillende partners binnen het Brabantse deel van dit traject zijn naast Liberty Park ook Museumpark Bevrijdende Vleugels, Stichting Platform Market Garden en Vrijetijdshuis Brabant. Meer informatie en een overzichtskaart van alle luisterkeien in Brabant en Gelderland staat op www.liberationroute.nl





 Vrijwilligers Vught zorgen voor inrichten Barak 1B


 VUGHT, 9-03-2012 - Vrijwilligers van Nationaal Monument Kamp Vught starten acties voor de inrichting van barak 1B, de laatste authentieke barak van concentratiekamp Vught en ook de laatste authenthiekE van Nederland.

 Het startsein valt op woensdag 21 maart om 16.00 uur bij de barak aan de Lunettenlaan in Vught (naast het Geniemuseum). Ernst Verduin, oud-gevangene, zal een symbolische starthandeling verrichten.

 Op 21 maart is het 61 jaar geleden dat Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen in Nederland aankwamen, waarna zij o.m. in Vught gingen wonen in de leegstaande gevangenenbarakken. De Molukse Louise Parihala vertelt daarover, in aanwezigheid van de oudste bewoners van het huidige Lunetten, het echtpaar Taihuttu.

 Bestemming De restauratie van de barak is in volle gang, maar voor de inrichting ontbreekt nog geld. De vrijwilligers zeten zich in voor educatieve kant van de inrichting, zoals multimediale middelen, lesmateriaal en workshops. In barak 1B kunnen vanaf 2013 scholieren en andere bezoekers kennis maken met geschiedenissen die tot nu toe onderbelicht bleven.

 Geschiedenis
 Kamp Vught heette officieel Konzentrationslager Herzogenbusch en was het enige kamp dat de SS in West-Europa oprichtte, op 13 januari 1944 ging het open.

 Het sloot op 26 oktobner 1944 en er verbleven 31.000 gevangenen, van wie er 730 in het kamp stierven - een uitzonderlijk laag getal vergeleken met bijvoorbeeld Dachau, waar van de 200.000 gevangenen er 40.000 stierven.
 De belangrijkste data in Vught zijn verder het 'Bunkerdrama' van 15 januari 1944, waarbij 74 vrouwen in één cel werden opgesloten, dat 10 vrowuen het leven kostte; en de Kindertraantsporten van 6 juni 1943, waarbij 1666 kinderen werden weggevoerd en stierven. Het kamp diende tevens als 'Arbeitslager', werkkamp; er was o.m. een zg. 'Philipsbarak', waar Philips gevangenen voor zich liet werken onder over het algemeen betere omstandigheden dan in de rest van het kamp heersten.

 Tot de bekendste overledenen behoren o.m.
  • de communist Daan Goulooze (naamgenoot van de communistenleider),
  •  de Jodenredder Joop Westerweel,
  •  knokploegleider Leendert Valstar,
  •  de 23 mensen van de Trouw-groep.

Daaronder is ook de naoorlogse internering van collaborateurs en Duitse burgerevacués en de geschiedenis van het Molukse woonoord Lunetten.

 In de gerestaureerde barak 1B komen twee workshopruimtes en een museumdeel met een vaste presentatie. Barak 1B is de laatste authentieke concentratiekampbarak in Nederland. Barak 1B was postbarak (Poststelle) van het concentratiekamp Vught voor de gevangenen en geïnterneerden. Hier kwamen pakketten - die gevangenen inderdaad konden ontvangen - en brieven binnen en via dit gebouw ging de (gecensureerde) post naar buiten.

 Ruilactie
De vrijwilligers hebben diverse acties bedacht, variërend van het benaderen van bedrijven en de gemeenten waar de 750 overleden gevangenen woonden, van de vele scholen die het museum bezoeken met de vraag acties voor barak 1B op touw te zetten.
 Ook komt er een renteruilactie. Deze start op 21 maart met aardappelen, die voor iets waardevollers geruild worden, en zo verder. Het laatste artikel wordt dan op 24 juni geveild door een een bekende Nederlander.
 Foto onder: Barak 1B in de jaren '60.





VN-archief oorlogsmisdaden moet open


 NEW YORK, 6-03-2012 (NAGEKOMEN) - Britse en Amerikaanse wetenschappers dringen aan op toegang tot een omvangrijk maar vrijwel onbekend VN-archief over de oorlog. Daarin bevinden zich documenten over 10.000 rechtzaken van oorlogsmisdadigers uit de oorlog.
 De dossiers hebben niet alleen historische waarde, zo stellen de onderzoekers, maar kunnen ook juridische precedenten bevatten die kunnen bijdragen aan het berechten van nog vrij levende oorlogsmisdadigers.

 Eén van de onderzoekers is dr Dan Plesch, kenner van de geschiedenis van de VN en directeur van de Centre for International Studies and Diplomacy at the School of Oriental and African Studies in Londen. Het gaat om het archief van de United Nations War Crimes Commission.
 Zijn verzoek wordt volgens het Britse dagblad The Guardian ondersteund door Ben Barkow, directeur van de Wiener Library for the Study of the Holocaust & Genocide, de oudste Holocaust herdenkingsinstelling ter wereld (opgericht in 1933 in Amsterdam, maar in 1939 naar Londen verhuisd). Deze bilbiotheek is bereid een kopie van het archief onder te brengen en streng te beheren.

 Het is echter onduidelijk waarom de VN zo terughoudend doet met dit archief. Dr Plesch benadrukt dat de meeste daders al dood zijn, op een handvol na.

 Het Simon Wiesenthal Center heeft eind vorig jaar in Berlijn een laatste offensief aangekondigd in het vinden van oorlogmisdadigers. In 1986 drong de toenmalige Israëlische ambassadeur Netanyahu bij de VN aan op toegang, en dat werd toen met strenge restricties verleend. Die restricties bestaan nog steeds.

 In het archief bevinden zich ongeveer 400.000 pagina's opgeborgen in 400 dozen. De documenten zijn al meer dan 60 jaar niet toegankelijk voor het publiek. De zaken variëren van een Belgische aanklacht tegen Adolf Hitler tot een aanklacht wegens het aanzetten tot verkrachting door een Japanse officier.

 De United Nations War Crimes Commission werd opgericht in 1943 en staakte zijn werk in 1949.De reden voor de terughoduendheid is, dat de archieven veel geruchten en onbewezen beschuldigingen bevatten, zo blijkt uit de toelichting op de aanvraagproceudure.




Duitse bijeenkomsten en expositie over dwangarbeid


BERLIJN, 5-03-2012 - Met een groot aantal activiteiten willen enkele Duitse organisaties de slachtoffers van de Duitse vernietigingsoorlog in Oost-Europa gedenken, daaronder dwangarbeiders.

 Deze bijeenkomsten, voornamelijk in Berlijn, lopen door tot 2015. In Dortmund start verder op 18 maart 2012 een tentoonstelling over dwangarbeid in de mijnen.

 Foto rechts: dwangarbeidster met 'Ost'-insigne op haar kleren. Foto's van dwangarbeiders werden meestal onder strenge voorwaarden genomen, zodat de personen op de foto er blij en in goede toestand uitzagen.

 Op woensdag vindt de eerste bijeenkomst plaats. Het is er een podiumgesprek over het onderwerp 'Zwangsarbeit war Weiblich".
 De helft van de dwangarbeiders uit Oost-Europa waren vrouwen, meest jonge van onder de 20. In totaal werkten 13,5 miljoen buitenlanders als dwangarbeider in Duitsland, op het hoogtepunt in september 1944 6 miljoen mensen tegelijk.

 Uit Nederland kwamen volgens Nederlands tellingen 550.000 dwangarbeiders, volgens Duitse 475.000 - onder hen ruim 8% vrouwen.
 In een toelichting op het aanstaande podiumgesprek in Berlijn vermeldt de stichting EVZ, dat deze meisjes vaak zwanger werden. Dan werd hun lot nog eens veel erger: ze wrden tot abortus gedwongen, of moesten hun kind afstaan, of moesten onder de moeilijkste omstandigheden voor hun kind zorgen.

 Bovendien hielden hun problemern niet op na hun terugkeer. De 'Oostarbeiterinnen' moesten net als de Joden een teken op hun kleding drgane, 'OST'. Op 20 februari 1943 vaardigde Himmler het decreet 'Ostarbeiter-Erlasse'uit, waarin de ruim 2 miljoen burger-Sowjetgevangenen aan speciale regels onderworpen werden.

 Er is een stevige politieke en wetenschappelijke forum aan dit podiumgesprek. Minister Erhard Weimann, van de deelstaat Sachsen; voorzitter Günter Saathoff, van de Stiftung EVZ; 1ste ambassaderaad Iwona Kozlowskavan Polen; als inleidster de historica dr. Ulrike Goeken-Haidl; twee Poolse overlevenden Halina Koseska en Barbara Rybeczko-Tarnowiecka, destijds minderjarig; en als forumvoorzitster prof dr Gertrud Pickhan van de Freie Universität Berlin.

 De betrokken organisaties zijn: Aktion Sühnezeichen Friedensdienste Deutsch-Russisches Museum Berlin-Karlshorst (het gebouw waar de Duitse oevrgave werd getekend) Gegen Vergessen - Für Demokratie e.V. Stiftung Denkmal für die ermordeten Juden Europas Stiftung Erinnerung, Verantwortung und Zukunft Foto links: Russiche dwangarbeidsters, 1943.

 De tentoonstelling 'Zwangsarbeit' in Dortmund behandelt het lot van de slaven die in de mijnen moesten werken. Dit was een van de zwarste soorten werk die er waren. De tentoonstelling benadrukt volgens de toelichting hoe de nazi's opzettelijk een scheiding tussen de 'Volksgemeinschaft' en de slaven versterkten.
 Dit is een internationale reizende tentoonstelling. Hij is te vinden in het Westfälisches Landesmuseum für Industriekultur en duurt in Dortmund tot 30 september 2012.




 W.F. Hermans meldde zich voor Arbeitseinsatz, maar ging niet


 AMSTERDAM, 29-02-2012 - Schrijver Willem Frederik Hermans (1921-1995) meldde zich in 1943 vrijwillig voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Dat schrijft historicus Eric Slot deze maand in het Historisch Nieuwsblad.

 Slot baseert zich op het dagboek van Henk Jonkman. Deze Amsterdamse verzetsman schold Hermans uit de rij voor het arbeidsbureau en voorkwam zo dat de schrijver naar Duitsland ging. Slot publiceerde eerder o.m. 'De vergeten geschiedenis van Nederland in de Tweede Weredloorlog'. Hermans liet zich er na de oorlog op voorstaan, zo meldt het HN,dat hij zich niet als dwangarbeider naar Duitsland had laten voeren. Ook had hij de verplichte loyaliteitsverklaring voor studenten niet getekend. Beide beweringen kloppen volgens Slot, maar bevatten slechts de halve waarheid.

 Amsterdam
In 1941 was Hermans student-assistent geworden aan de Amsterdamse universiteit. Hij was dus ambtenaar en daarmee vrijgesteld van zowel het tekenen van de loyaliteitsverklaring als de Arbeitseinsatz.Toch zag Jonkman op 22 juni 1943 Hermans toevallig in de rij staan voor het arbeidsbureau om zich te melden voor werk in Duitsland. De verzetsman besloot in te grijpen. ‘Kafferde hem uit omdat hij alvast vrijwillig wil gaan,’ noteerde Jonkman.

 Henk Jonkman
Op 2 maart 1944 werd de Amsterdamse onderwijzer Simon Hendrik (‘Henk’) Jonkman (Enkhuizen, 3-4-1903) gearresteerd. Hij woonde op dat moment in de 1e Helmersstraat 202hs te Amsterdam, zo schrijft het Joods Monument Zaanstreekover hem, vanwege een Joods jongetej dat hij tijdens zijn arrestatie op het politiebureau ontmoette.

Jonkman was al jaren actief binnen de illegaliteit, eerst bij de financiële ondersteuning van zeemansgezinnen, later ook bij de LO/LKP.
 Via het Amsterdamse hoofdbureau van politie en het SD-hoofdkwartier aan de Euterpestraat belandde Jonkman in het huis van bewaring aan de Weteringschans. In de rapporten van de politie is volgens Het Joods Monument Zaanstreek te lezen wat hij aan bezittingen bij zich had: een nikkelen vestzakhorloge en ruim 626 gulden (nu zo'n 4.000 euro). Op 16 april 1944 werd hij vrijgelaten; hem kon alleen hulp aan zeemansvrouwen ten laste worden gelegd. Jonkman overleefde de oorlog en stierf in 1969.

Wraak
Eric Slot schrijft dat Hermans later wraak nam, zoals later in zijn leven zou blijken geen ongewone stap voor de schrijver. Hij zette in zijn roman De tranen der acacia’s de verzetsman – en met hem het hele verzet – neer als een leugenaar. Onlangs maakte de Leidse historicus Willem Otterspeer al bekend dat Hermans in 1942 het lidmaatschap van de Kultuurkamer heeft aangevraagd. Slot ziet een parallel met Hermans’ romans. ‘Onbedorven zielen bestaan in zijn werk niet. Nu er meer bekend wordt over zijn eigen gedrag tijdens de Tweede Wereldoorlog, lijkt Hermans steeds meer op een personage uit zijn eigen werk.'




 Expositie over val van Indië in Bronbeek  


ARNHEM, 29-02-2012 - Op 8 maart opent de tentoonstelling ‘1942, de val van Indië’ in museum Bronbeek in Arnhem.  


Het is dan exact 70 jaar geleden dat Indië moest capituleren en dat Nederland feitelijk zijn meest winstgevende kolonie kwijtraakte.   Commandant Landstrijdkrachten generaal Mart de Kruif opent de tentoonstelling op 8 maart. Er wordt onder andere een krans gelegd bij het KNIL-monument op het terrein van Bronbeek.  


Foto rechts: 'Het bombarderen van de westzijde van het vliegveld Kalidjati', door Kenji Yoshioka, 1942. Museum of Modern Art, Tokyo. Foto Min. v. Defensie.  


Deze expositie, georganiseerd door medewerkers van het ministerie van defensie, biedt o.m. een gefilmd interview met KNIL-veteraan Maarten de Roode, die nog in het militair tehuis Bronbeek woont en die de strijd in Nederlands-Indië meemaakte.


Ook vertoont de expositie oorlogsschilderijen van Japanse kunstenaars voor het Japanse Keizerlijke Leger. Deze werden nooit eerder in Nederland getoond.  


Op 8 december 1941 verklaarde gouverneur-generaal jhr. A.W.L. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer van Nederlands-Indië het Japanse keizerrijk de oorlog. Op 8 maart 1942 gaf Nederland zich over.


Van deze ongelijke strijd precies 70 jaar geleden, bestaan weinig beelden in Nederland. Museum Bronbeek in Arnhem wil daar verandering in brengen door een nieuwe tentoonstelling.  


De capitulatie betekende voor de Europese Nederlanders die in Indië, net als voor de gekoloniseerde rijskgenoten, de Indonesiërs, het begin van veel ellende. Militairen werden van meet af aan slecht behandeld en soms vermoord, en verdwenen meteen in krijgsgevangenschap. Vervolgens werden werden steeds meer groepen Nederlanders, vrouwen en kinderen, geïnterneerd in vaak zeder ontoereikende kampen.  


De Indonesiërs kregen vooral op Java te maken met een grote hongersnood, ook wel bekend als de Indische holocaust, waaraan 3 tot 4 miljoen mensen stierven. Bronbeek voegt in de loop van dit jaar beelden aan de expositie toe die herinneren aan de kamptijd. Deze Indische Holocaust wordt momenteel in deze en andere tnetoobnstellingen in Bronbeek niet behandeld.






 Nazi-jaagster Beate Klarsfeld genomineerd voor Duits presidentschap  


PARIJS, 28-02-2012 - De 73-jarige Duitse nazi-jaagster Beate Klarsfeld uit Parijs is genomineerd voor het Duitse presidentschap. De Duitse partij Die Linke - deels bestaand uit voomalige communisten - heeft haar voorgedragen. De kans dat zij wordt gekozen is volgens politieke commentatoren in kranten nihil.  


Mevrouw Klarsfeld werd wereldwijd beroemd toen zij op 7 november 1968 de toenmalige Duitse bondskanselier en ex-nazi Kurt Georg Kiesinger op het congres van zijn partij, de CDU, een oorvijg gaf. De Nobelprijswinnaar Heinrich Böll stuurde haar daarop 50 rode rozen. Zij werd toen veroordeeld tot een jaar gevangenis, wat bekort werd tot vier maanden feitelijk zitten.  


De Duitse presidentsverkiezing van 18 maart 2012 geldt als formaliteit, omdat de regeringspartijen en de voornaamste oppositiepartijen hebben afgesproken dat de voormalige Oostduitse mensenrechtenactivist Joachim Gauck (72) de vooral ceremoniële functie van president moet bekleden. Gauck is een erkend antifascist, die echter meer gericht is op communistische onderdrukking vanwege zijn Oostduitse afkomst. 


Mevrouw Klarsfeld was intussen in 1963 getrouwd met de Franse-Joodse advocaat Serge Klarsfeld, wiens vader in Auschwitz was vermoord. Zij spoorde diverse belangrijke nazi's op, en trachtte met haar man de SS-Obersturmbannführer (lt-kolonel) en Gestapoleider Kurt Lischka te ontvoeren.  


Dat mislukte en kwam haar en haar man op 2 maanden gevangenisstraf te staan. Lischka bleef echter in Duitsland op vrije voeten, hoewel hij in Frankrijk tot levenslang was veroordeeld.  


Foto rechts: de folder voor mevrouw Klarsfelds optreden in Essen, vorige maand. Op de zwartwit-foto het moment na de oorvijg aan Kiesinger.  


'Slachter van Lyon' Zij bleef aktief, en in 1987 werd op haar aandringen de 'slachter van Lyon', de SS-Hauptsturmführer (kapitein) Klaus Barbiegearresteerd. Hij kreeg levenslang en stierf in 1991 in een Franse gevangenis. In 2001 werd dankzij haar werk de vervanger van Eichmann, de SS-Hauptsturmführer Alois Brunner, in Frnakrijk bij verstek tot levenslang veroordeeld.  


Mevrouw Klarsfeld ontving van de staat Israël de 'Dapperheidsmedaille voor Ghettostrijders', en in Frankrijk het ridderschap van het Légion d'Honneur, waarna president Sarkozy haar in 2007 bevorderde tot Officier. Haar zoon Arno is adviseur van de president. Tweemaal echter weigerde het Duitse ministerie van buitenlandse zaken haar de toekenning van het Duitse Bundesverdienstkreuz.  


Zij werd eveneens tweemaal door het Israëlische parlement, de Knesseth, voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede. Vorihe maand werd een grammofoonplaat uit 1968 over de zaak-Kiezeinger - 'der Fall-K' - online gezet. Toen trad zij op in Essen - de eerste maal in 40 jaar dat zij in de stad terugkwam.









Herdenking succesvol Duits Rosenstrasse-protest tegen deportatie


BERLIJN, 27-02-2012 - behalve Nederland met de Februaristaking, kende ook Duitsland zijn protestbewegingen tijdens de oorlog.   Foto rechts: de reclamezuil die de plek aanduidt waar het gebouw Rosenstrasse 2-4 tijdens de oorlog stond. Foto Wikipedia.   Soms waren die succesvol. Morgen, 28 februari, wordt in Berlijn aan de Rosenstrasse 2-4 zo'n actie herdacht.  


Het ging om de zogenaamde 'Fabrikaktion': de landelijke arrestatie van duizenden Duitse Joodse dwangarbeiders in fabrieken die voornamelijk gemengd gehuwd waren.   Om die reden waren zij nog niet gedeporteerd en moesten over het algemeen dwangarbeid verrichten.


In totaal ging het naar schatting om 1800 mannen in Berlijn. in heel Duitsland om 8.000 mensen. In Berlijn werden deze mensen bijeengebracht in de Rosensterasse, een voormalig gebouw van de Joodse welzijnorganisatie. Toen hun niet-Joodse echtgenoten vernamen wat er gebeurd was, gingen zij voor de deur demonstreren. Het ging vooral om vrouwen die dat deden. Dit protest hielden zij bijna een week vol, ondanks uitvallen van de politie, totdat de gearresteerden weer werden vrijgelaten.  


Er waren ook bij vergissing 25 van de mannen al naar het werkkamp Auschwitz III Monowitz gedeporteerd; zij werden echter apart ondergebracht in afwachting van uitsluitsel over hun status en keerden na enige weken terug. Vrijwel alle mannen van de Rosenstrasse hebben volgens de Duitse Wikipedia de oorlog overleefd.  


Bij deze actie in Berlijn vielen twee dingen op: tientallen Joden werden door functionarissen op hun werk of zelfs door de plitie gewaarschuwd, terwijl aan de andere kant de Gestapo gebruik maakte van Joodse verklikkers.   Volgens Britse oorlogshistoricus Richard Evans ging het in de Rosenstrasse niet om een gemeenschappelijk protest. Het protest is in 1995 verfilmd onder de tiel Rosenstrasse door Margarethe van Trotta.




 Duitser jaagt op ontsnapte SS-er Siert Bruins  


WUPPERTAL, 25-02-2012 - Een Duitse historicus, dr. Stephan Stracke, heeft het plan de 90-jarige voortvluchtige Nederlandse oorlogsmisdadiger Siert Bruins voor de rechtbank te brengen wegens de moord op verzetsman A. K. Dijkema uit Bierum. Dat schreef Arnold Karskens in De Pers.   Als lid van de Sicherheitsdienst in Delfzijl schoot Bruins volgens De Pers met een Duitse collega de 36-jarige landbouwer in de nacht van 21 op 22 september 1944 in Appingedam dood.   Na de bevrijding vluchtte Bruins naar West-Duitsland waar hij toch nog op 22 februari 1980 door de rechtbank van Hagen werd veroordeeld. Volgens Stracke heeft de rechter in het vonnis geen uitspraak gedaan over de executie van de verzetsman.  


Bruins kreeg 7 jaar gevangenisstraf , waarvan hij er 5 uitzat, als ‘Beihilfe’ oftewel medeplichtigheid bij de moord op de Joodse gebroeders Lazarus en Meijer Sleutelberg op 25 april 1945 in Delfzijl.   Stracke, wetenschappelijk medewerker van de Bergische Universiteit van Wuppertal, meent uit de jurisprudentie van recente processen nu wel een mogelijkheid te hebben Siert Bruins veroordeeld te krijgen voor de moord op Dijkema. Siert Bruins (3 maart 1921) werd geboren in Vlagtwedde en werd op zijn 18de lid van de NSB. Hij vocht als SS’er aan het oostfront. In Nederland is Bruins na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld, later omgezet in levenslang.


Duitsland wil de ex-SS’er tot op de dag van vandaag niet uitleveren omdat hij volgens de Duitsers door het zg. 'Führererlass' - een besluit van Hitler over Duitse nationaliteit voor buitenlandse SS-ers - uit 1943 de Duitse nationaliteit heeft verworven. Bruins woont onder de naam Siegfried Bruns in Altenbreckerfeld, Westfalen. Telefonisch weigerde hij aan Karskens ieder commentaar. ‘Mit Holland will er nichts zu tun haben’, zegt zijn vrouw. Naast Bruins wacht de eveneens 90-jarige Haarlemmer Klaas Carel Faber, vrij levend in Ingolstadt, mogelijk de cel. De rechtbank in die plaats in Beieren beslist deze komende maanden of hij zijn Nederlandse levenslange gevangenisstraf alsnog in een Duitse cel moet uitzitten.

oorlogsmisdadiger Heinrich Boere in 2010 werd geoordeeld dat ‘executies ook al betreft het partizanen niet altijd als rechtvaardige represailles mogen worden gezien’.   Stracke, die volgens Karskens een reputatie heeft opgebouwd als nazi-jager in Duitsland, onder andere bij het vinden van extra bewijslast tegen Heinrich Boere, wil dat Bruins de stress voelt van een nieuw proces.   ‘Al zou het voor één symbolische dag cel zijn.’






Duits proces tegen holocaust-ontkennende bisschop moet over  


NEURENBERG, 23-02-2012 - Het Duitse proces tegen de omstreden Britse bisschop Richard Williamson, ontkenner van de holocaust. moet over. Dat besloot het regionale gerechtshof in Neurenberg in Beieren woensdag.   Bisschop Williamson stelde in 2009 dat de gaskamers niet bestonden en dat daar evenmin 6 miljoen Joden zijn vermoord. Vorige week werd de rechtse Franse politicvus Jean-Marie Le Pen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete veroordeeld wegens holocaustontkenning.   Een rechtbank in de nabije stad Regensburg zou procedurefouten hebben gemaakt toen Williamson in hoger beroep werd veroordeeld tot een geldboete van 6.500 euro in juli vorig jaar. Williamson ontkende toen de Jodenvervolging door nazi-Duitsland in de WO2.  


Begin 2009 gaf Williamson in Duitsland een interview aan een Zweedse tv-zender. Daarin ontkende hij het bestaan van nazi-gaskamers in de concentratiekampen . Ook opperde hij dat in de kampen 'slechts' 200.000 tot 300.000 Joden zijn gestorven. Duitsland kent een verbod op ontkenning van de Holocaust .Pngeveer 6 miljoen Joden werden vermoord tijdens WO2..   Williamson neemt deel aan de zeer conservatieve Spaanse priesterbroederschap Pius X. In 1988 werd hij uit de rk-kerk gezet, nadat hij tegen de wil van Rome tot bisschop was gewijd. Vlak na het Zweedse interview hief paus Benedictus XVI Williams excommunicatie op, en dat leidde tot veel ophef.   Begin februari verliet een katholieke professor in de theologie aan de universiteit van Nijmegen, Jean-Pierre Wils, de rk-kerk wegens de affaire-Williams.







 Hitler kreeg waarschijnlijk

zoon bij Française

van 16  


PARIJS, 20-02-2012 - Hitler lijkt tijdens WO1 waarschijnlijk een zoon te hebben gekregen bij een 16-jarige Française. De claim is echter nog niet onomstreden.  


Het gaat om Charlotte Lobjoie, een meisje uit Fournes-en-Weppes, een dorpje vlak ten westen van Lille en nabij het toenmalige front.   In dat dorpje bracht Hitler tijdens WO1 zijn regulier verlof door. Er zijn nu nieuwe bewijzen voor Hitlers vaderschap van Charlotte Lobjoies zoon bekend geworden.   Hitler diende tijdens WO1 in Noord-Frankrijk als Duits koerier en streed dus tegen de Fransen.  


Foto rechts: de webpagina van Le Point.  


Hij ontmoette volgens Le Point de 16-jarige jongedame Lobjoie tijdens zo'n verlof en kreeg in juni 1917 een verhouding waaruit in maart 1918 een zoon, Jean-Marie, voortkwam.  


Charlotte Lobjoie gaf deze zoon in 1930 weg voor adoptie aan de familie Loret, wiens naam Jean-Marie kreeg. J-M Loret stierf in 1985, en heeft kinderen gekregen.   Het verhaal is vrijdag gepubliceerd door het serieuze Parijs weekblad Le Point. Het blad baseert zijn verhaal op verklaringhen van onder meer de Parijse advocaat van J-M Loret, maître Gibault. die sprak met verslaggevers van Le Point.  


Het blad ontdekte ook dat er foto's van J-M Loret bestaan, die een terffende gelijkenis met Hitler tonen. Bovendien bleek zijn moeder schilderijen van Hitler te bezitten, compleet met handtekening. De zoon heeft ook dezelfde bloedgroep als Hitler. Ook zijn er bewijzen dat Whrmacht-officieren soms geld brachten naar mademoiselle Lobjoie.  


Er bestaat ook een zeldzaam vrouwenportret (Le Point tootn het echer niet) door Hitler - hij schilderde meestal landschappen en gebouwen - dat sterke gelijkenis met mademoiselle Lobjoie vertoont. Volgens een blogger hield de Gestapo tidjens de oorlog Charlotte Lobjoie in de gaten en kreeg zij van de Duitsers geld. 


J-M Loret diende in het Franse leger en na de capitulatie ging hij bij het Franse verzet. Hij hoorde pas vroeg in de jaren 1950 van zijn moeder, vlak voor haar dood, dat hij de zoon van Hitler was. J-M Loret liet vier onderzoeken uitvoeren naar zijn afkomst, ondersteund door een historicus. Onder meer de universiteit van Heidelberg verrichte volgens Le Point een antropologisch en genetisch onderzoek uit, dat bevestigde dat Loret de zoon van Hitler kon zijn. Er is geen DNA van Hitler meer beschikbaar.  


J-M Loret schreef in 1981 'Ton papa s'appellait Hitler' ('Je vader heette Hitler' ,foto links)), waarin hij zijn geschiedenis beschrijft. Dat boek krijgt nu een herdruk. Loret stierf in 1985 op 67-jarige leeftijd.   De 9 kinderen uit de twee huwelijken van J-M Loret hebben volgens de britse krant The Daily Telegraph mogelijk de rechten op Mein Kampf, dat een behoorljk bron van inkomsten kan vormen.  


Volgens de Belgische journalist Jean-Paul Mulders van Het Laatste Nieuws klopt het verhaal van Lotret niet.  Dat blijkt uit een onderzoek van Mulders aan de hand van DNA-onderzoek onder Hitlers familieleden in de VS en Oostenrijk. De journalist trok naar Oostenrijk en de Verenigde Staten en slaagde erin DNA te pakken te krijgen van familieleden van de voormalige Führer. Dit komt niet overeen met DNA dat hij zegt te hebben van een postzegel van J-M Loret.  


De Duitse historicus en Hitler-biograaf Werner Maser bracht de zaak van Loret al in de publiciteit en erkende Loret als Hitlers onechte zoon. Echter de historicus Roger Moorhouse, specialist wat betreft Hitler en auteur van Killing Hitler,  twitterde dat het niet waar is.





 Le Pen krijgt forse straf voor vergoelijken WO2


PARIJS, 17-02-2012 - De Franse, voormalige, politicus Jean-Marie Le Pen is donderdag in Parijs tot 3 maanden voorwaardelijke celstraf plus 10.000 euro boete veroordeeld. Dat werd hem in hoger beroep opgelegd wegens het vergoelijken van oorlogsmisdaden in Frankrijk. De rechters bevestigden zo Le Pens veroordeling uit 2008. Le Pen is nog lid van het Europees Parlement.  


De advocaat en voormalige leider van de extreem-rechtse partij Front National stond terecht wegens een opmerking uit 2005. De nu 83-jarige Le Pen zei destijds tegen het rechtse blad Rivarol dat de Duitse bezetting van Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog ,,niet bijzonder inhumaan'' was geweest, hoewel er wel wat ´uitglijers´ waren geweest, ´wat normaal is in een land van 550.000 m2  


Dat levert in Frankrijk het misdrijf van 'de ontkenning van een misdrijf tegen de menselijkheid' op. Le Pen kondigde meteen na de uitspraak donderdag aan in cassatie te gaan.   In het verleden werd Le Pen al eens veroordeeld wegens racisme en antisemitisme. In 1987 zei hij dat de gaskamers van de nazi's ,,een detail van de geschiedenis'' waren. Meer dan 70.000 Franse Joden stierven door de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Le Pen organiseerde in 1953 hulp van Franse jongeren voor de Nederlandse watersnood.  


Volgens persbureau Associated Press is de Franse anti-racistische organisate ´SOS Racisme´ blij met de veroordeling vooral omdat Le Pens beledigende opmnerkingen voor de voormalige verzetsmensen grievend waren.  


Le Pen droeg de leiding van het Front National vorig jaar over aan zijn dochter Marine. Zij staat nu op circa 20 % van de stemmen in de opiniepeilingen voor de presidentsverkiezingen.  


Frankrijk kent enkele hardnekkige holocaustontkenners - in het Frans 'négationniste'. De bekendste is Robert Faurisson, een nu gepensioneerde professor in de letteren, nu 87 jaar. Daarnaast is bkend Roger Garaudy, een exp-coomunist en ex-katholiek, die islamiet werd. Ook hij werd veroordeeld wegens ontkenning.Binnen het Front National was het bestuurslid François Duprat, die werd vermoord in 1978. Drie functionarissen van het FN zijn eveneens wegens ontkenning veroordeeld, namelijk Georges Theil, Ëric Delcroix, en Martin Peltier. Frankrijk heeft een redelijk nieuwe anti-ontkenningswet, de Loi Gayssot.  





Colditz: ontsnapping van krijgsgevangenen per zweefvliegtuig

LONDEN, 14-02-2012 - Een Britse tv-zender, Channel 4, gaat deze zomer een documentaire uitzenden over de ontsnapping van geallieerde krijgsgevangenen  uit het kasteel Colditz per zweefvliegtuig. Ook Nederlanders brachten hier tijd door.  


Colditz diende als krijgsgevangenenkamp voor officieren. Het was een enorm kasteel met ongeveer 250 kamers bij Leipzig waar de zware gevallen onder de officieren terecht kwamen, onder wie ook enkele tientallen. Nederlanders, maar in alle gevallen alleen gesnapte ontsnappers.   De Wehrmacht beschouwde Colditz als veilig tegen ontsnappingen. Dat hield 'normale' beveiligingsmaatregelen in, over het algemeen geen onmenselijke.  


Foto rechts: Colditz  


Onder het beheer van de Wehrmacht werd de Conventie van Genève hier vrij strikt nageleefd, anders dan in de kampen van de SS, die de SS met steun van het regime beschouwde als staat in de staat waar alleen de SS-regels golden.  


Rood tapijt voor gevangene Zo klaagde bijvoorbeeld de prominente gevangene  Giles Romilly, een neef van Sir Winston Churchill ,over de spijkers in de zolen van de bewaker svoor zijn cel. Die liepen 24 uur per dag lawaaierig heen en weer, waardoor Romilly niet kon slapen. Na een bezoek van het Rode Kruiis werd er een rood tapijt voor de cel gelegd.  


Het lukte relatief veel Nederlanders om ook uit Colditz te ontsnappen, meestal in samenwerking met de Britten. De Nederlanders konden over het algemeen profiteren van hun betere kennis van Duits. Ook hun uniformjassen hadden dezelfde grijze kleur als die van de Duitsers, waardoor deze met kleine veranderingen voor Duitse jassen door jonden gaan.  


Maar de meest opvallende ontsnappingspoging uit de oorlog komt zonder twijfel  voor rekening van de Britten. Zij bouwden in het geheim een clandestien zweefvliegtuig (foto links), op een zolder van Colditz. 


Dit was onder meer mogelijk, omdat het kasteel dermate groot en in feite onoverzichtelijk was, dat zelfs de Duitsers er geen goed zicht op hadden. Bovendien hadden de Britten een valse wand op de zolder gebouwd.  


De Britten stonden verder bekend om hun vindingrijkheid, zoals ook al gebleken was bij The Great Escape, de ontsnapping uit Stalag Luft III, een groot kamp voor piloten en vliegtuigbemanningen, waarbij op in oktober 1943 3 man ontsnapten uit een tunnel - deze was vanuit een turnpaard gegraven midden op een open terrein.  


Op 23-24 maart 1944 ontsnapten maar liefst 77 militairen uit Stalag Luft III door een tunnel van 102 meter. Geen van de ontsnapte Brtitten bereikte de vrijheid, alleen twee Noren en RAF-vlieger, de Nederlander Bram van der Stok lukte dat.  


Zweefvliegtuig Bij de bouw van het zweefvliegtuig in Colditz gebruikten de Britten een boek over de theorie van vliegtuigbouw dat zij toevallig van de Duitsers kregen,. Ze benutten pap in plaats van lijm en stof van slaapzakken als vleugebekleding. Het gevaarte kreeg de naam Colditz Cock en was een project van de officieren Tony Rolt en Bill Goldfinch. 


Er is al eens in 1971 een film gemaakt over deze ontsnapping, die uiteindelijk door de bevrijding werd ingehaald. De film heette The Birdmen, en hierin vloog de haan wel uit het kasteel. Van het toestel is niets overgebleven. Wel bezit het Imperial war Museum een replica ervan. Uit Colditz ontsnapten 30 mensen, niet veel op een bevolking van gemiddeld 600 man, en onder wie de volgende 7 Nederlanders:  Daminaen van Doorninck   O. Drijber   C. Giebel   E. Hans Larive   Anthony P. Luteyn   J. van Lynden   Francis Steinmetz  


De meeste Nederlandse ontsnappingben stonden onder leiding van kapitein Machiel van den Heuvel. Hij stierf als majoor in Indonesië tijdens de laatste koloniale oorlog in 1946 en kreeg het Bronzen Kruis voor zijn inzet.  


Er was één Indiase officier als gevangene, en ook hem lukte het te ontsnappen waarna hij actief werd in de Franse ondergrondse.   Na de oorlog werd Colditz, dat toen in de DDR lag, een communistische gevangenis voor kapitalisten, en daarna werd het een hospitaal voor 400 patiënten. Nu is het onder meer een jeugdherberg.





In Memoriam: boek en expositie over vermoorde Joodse kinderen  


AMSTERDAM, 13-02-2012 - Tot 21 mei 20102 loopt in het Amsterdams Stadsarchief de tentoonstelling "In Memoriam De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen 1942 - 1945'. De toegang is gratis.   Deze tentoonstelling isgebaseerd op de het boek met dezelfde titel van schrijver Guus Luijters en fotodocumentaliste Aline Pennewaard (foto rechts, foto Stadsarchief) .  


Hij heeft voor dit boek de personalia van bijna 18.000 in de Tweede Wereldoorlog vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen bijeengebracht. Van 3.000 kinderen is ook een foto gevonden, mede dankzij de jarenlange speurtochten van onderzoekster Aline Pennewaard, zo meldt het Stadsarchief.  


De tentoonstelling in het Stadsarchief bestaat uit drie delen. In de grote hal van het Stadsarchief staat een monumentale presentatie van een 70 meter lange tafel in vier delen waarop de teruggevonden foto’s van 2.900 kinderen te zien zijn, gerangschikt per transport van kamp Westerbork naar de vernietigingskampen. Voor bezoekers is een naamregister op de foto’s beschikbaar.  


Op de glazen wanden van de tentoonstellingsruimte zijn de namen aangebracht van 18.000 gedeporteerde en vermoorde kinderen. In de tentoonstellingsruimte worden de verhalen van 15 Amsterdamse kinderen verteld.  


Hier toont het archief originele documenten waarin de kinderen worden vermeld, zoals de gezinskaarten en archiefkaarten van het Amsterdamse bevolkingsregister.  


Foto links: Guus Luijters met Yvonne Pennewaard.


Maar ook de lijsten van de gedwongen registratie tot Jood in 1941, persoonskaarten uit de cartotheek van de Joodse Raad en transportlijsten van kamp Westerbork. Deze gedetailleerde administratie geeft een indringend beeld van de organisatie en omvang van de Sjoa in Nederland.  


Van een aantal kinderen zijn persoonlijke zaken bewaard gebleven. Bijvoorbeeld familiefoto’s, kindertekeningen, schoolrapporten, gedichten, een poëziealbum. Samen met de originele documenten vertellen deze persoonlijke bezittingen unieke en ontroerende verhalen. Verhalen die staan voor ieder uniek leven van elk van de uit Nederland gedeporteerde kinderen.  


Het doel van boek en tentoonstelling is om zoveel mogelijk kinderen weer een gezicht te geven en iets van hun identiteit te herstellen. Er zijn vitrines gereserveerd voor foto’s en documenten die na de voltooiïng van boek en tentoonstelling worden ingezonden. Afgelopen week is op tv en in de geschreven pers veel aandacht besteed aan het boek van Guus Luijters en Aline Pennewaard (foto rechts, € 99,95). 


In Het Parool van 8 februari zei Guus Luijters over het project: "Dit is geen boek om te lezen. Het is een boek dat er is. Het is een boek dat er moest komen. Heel erg dwingend moest dat boek er komen. Omdat het er nog niet was. Sommige boeken moet je schrijven omdat ze er niet zijn. En dit boek zou uitgebreid moeten worden tot een boek over iedereen die in de Tweede Wereldoorlog vanuit Nederland gedeporteerd en vermoord is."





Russen schermen geschiedenis Duitse eenheden af  


AMSTERDAM, 13-02-2012 - De orders en andere militair-administratieve gegevens van 800.000 Oost-Europese soldaten die voor de rusten nog steeds in gesloten Russische arcchieven.  


Zij schermen deze gegevens al sinds de oorlog af. Dat meldde de site Suite101.com gisteren.   Duitsland en Japan vormden samen met 12 Europese landen het Anti-Komintern Pakt.  


Foto rechts: Roemeense krijgsgevnagnen na de val van Stalingrad in november 1942.  


Daarvan waren er5 uit Oost-Europa, namelijk Bulgarije, Hongaije, Kroatië,  Roemanië, Slowakije. Uit al deze landen werden soldaten ofwel ingelijfd in Duitse regimenten, ofwel opgesteld in speciale nationale eenheden.


De orders en andere gegevens die bij de eenheden horen, zijn bij de inname van Oost-Europa door de Sowjets in beslag genomen en nooit meer openbaar gemaakt, of toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek door westerse onderzoekers.  


De Oost-Europese eenheden hebben volwaardige taken uitgevoerd tijdens vooral missies in Oost-Europa en aan het Russische front.


Bij het verlies van Stalingrad in november 1942 bijvoorbeeld werden twee Roemanse legers, een Italianase en Hinfgaars leger vernietigd. De restanten keerden terug naar huis om voornamelijk anti-verzetsacties uit te voeren.   Imn 1944 bleef alleen Hongarije een bondgenoot van de Duitsers, nadat de Russen de overige Oost-Europese hadde ingenomen en de Duitsers daar verslagen.  


Behalve complete legereenheden uit landen, traden ook mannen uit vrijwel alle bezette landen toe tot de Waffen-SS, in totaal 1 miljoen uit niet-Duitse landen, daaronder ook onbezette landen als Spanje, Frankrijk en Italië.  


Behalve dat deze paramilitairte organisatie, die na de oorlog officieel werd aangemerkt als 'misdadig', reguliere militaire taken uitvoerde, vaak als meest vooruitgeschoven eenheid, werden deze eenheden ook gebruikt bij het uitvoeren van pogroms en moorden op Joden en anderen. Deze eenheden werden overigens vaak veel slechter uitgerust dasn de Duitse eenheden, die als elitetroepen optraden.

  



Opschudding door VS-mariniers met SS-vlag  


LOS ANGELES, 11-02-2012 - Het Simon Wiesenthal Center in Los Angeles veroordeelt het gebruik van een SS-vlag door Amerikaanse mariniers in Afghanistan. De voorzitter van het center, rabbi Marvin Hier vindt het een schande. Ook een generaal van de mariniers keurde het gisteren onmiskenbaar af.  


Generaal James Arnos heeft in het openbaar zijn excuses gemaakt over de foto. Tijdens de processen van Neurenberg is de SS officieel verklaard tot een verboden criminele organisatie.   Volgens een onderzoek dat de generaal had laten uitvoeren, bleek dat de mannen op de foto zich niet bewust waren van de betekenis van de vlag in relatie tot de vernietiging van Joden in nazi-Duitsland.  


Foto links: een poster van de 'Scout Snipers".


Mogelijk ontbeeekt enige opzet in de gelijkenis met het nazi-SS-symbool. Zij hebben een oficiële les gekregen over de SS. Mogelijk worden de 10 mariniers voor de krijgsraad gebracht. De leiding van de mariniers heeft echter bepaald, dat dat niet zal gebeuren.  


Rabbi Hier verzoekt president Obama en de minister van defensie Panetta om onmiddellijk een onderzoek naar deze zaak in te stellen. Hij voegt er in een verklaring aan toe, dat dit indicent de nagedachtenis van zo'n 200.000 Amerikaanse soldaten die tegen de nazi's vochten onteert.   De SS was volgens de rabbi verantwoordelijk voor de utiroeiing van 6 miljoen Joden, onder wie 1,5 miljoen kinderen. De SS heeft bovendien van Normandië tot de Slag om de Ardennen ongewapende Amerikaanse krijgsgevangenen vermoord.  


Rabbi Hier wil dat de verantwoordelijken vervolgd worden. Bovendien concludeert hij dat de jonge mensen die nu in het leger komen kennelijk niet goed genoed zijn voorgelicht over WO2 en betere lessen nodig hebben over de Holocaust. Het Simon Wiesenthal Center is bereid zich daarbij in te zetten.  


Tijdens WO2 speelden scherpschutters een belangrijke rol, vooral aan het Oostfront. Die rol had beslissend kunnen zijn als Operation Foxley, een plan om Hitler tijdens zijn verblijf op de Berghof in Beieren door een scherpschutter te laten vermoorden, was uitgevoerd. Dit plan had in de zomer van 1944 moeten plaatsvinden. De beslissing werd uitgesteld en pas in november 1944  werd het plan officieel ingediend. Hitler bezocht echter de Berghof voor de laatste maal in juli 1944. Vooral de Russen maakten veel gebruikt van scherpschutters na hun grote verliezen tijdens de Winteroorlog tegen de Finnen, die als eersten op grote schaal sluipschutters ineztten. Hun beste schutter was Simo Hyayhya, die 542 tegenstanders doodde.


De beste Rus was Vladimir Pchelintsev, die 456 tegenstanders doodde. Er waren in Rusland mogelijk 2000 vrouwelijke scherpschutters. Lyoedmila Pavlichenka is recordhoudster met 309 doden. Een van de bekendste onder hen wass Róza Shanina (foto rechts).

 




WO2-archief Franse spoorwegen eindelijk naar holocaust-instellingen  



PARIJS, 07-02-2012 - De WO2-archieven van de Franse staatsspoorwegen gaan eindelijk naar 3 holocaustinstellingen in Frankrijk, Israël en de VS voor onderzoek en publicatie. Dat bevestigt het Franse bedrijf. Het gaat om gedigitaliseerde documenten.  


Foto rechts: het station Bobigny, nu herdenkingsoord voor de deportaties door de spoorwegen.  


In de periode 1939-1945 werden 70.000 Joden uit Frankrijk met Franse treinen, bediend door Frans personeel vanuit Frankrijk gedeporteerd naar de Duitse grens, op weg naar de vernietigingskampen van Nazi-Duitsland.  


Het Franse spoorbedrijf SNCF weigerde jarenlang openheid te geven over de collaboratie met de nazi's, maar in die houding kwam in het afgelopen jaar verandering.


Drie kopieën van deze archieven zijn in de afgelopen maanden getransporteerd naar het Mémorial de la Shoah in Parijs, het Yad Vashem-museum in Jeruzalem en het Holocaust Museum in Washington. De archieven moerten duidelijkheid bieden op vragen naar de mate van betrokkenheid van de SNCF, en de willigheid of tegenstand van diverse hoge functionarissen.  


In 2006 wees een Franse rechter claims van nabestaanden van de ongeveer 76.000 Joden in Frankrijk tegen de SNCF toe. Dit proces werd aangebracht door een Frans lid van het Europese Parlement, Alain Lipietz. Zijn vader en moeder werden door de SNCF naar het Franse concentratiekamp in Drancy vervoerd, waar zij uiteindelijk na maanden bevrijd konden worden.  


Collaboratie naast verzet

De geschiedenis van het Franse spoorwegen is overigens niet simpel. Bij de ondertekening van de wapenstilstand op 22 juni 1940 werd het gehele beheer van de spoorwegen - ook in niet-bezet Vichy-Franrijk - onder de Duitsers kwam. Zo hebben vele honderden Franse spoorwegmensen gestaakt tegen de Duitsers, bijvoorbeeld op 7 april 1943 te Oullins, wegens de te grote werekdruk en tevens om de vrijlating van gearresteerde collega's te bewerkstelligen.  


Ook hebben honderden spoormensen deelgenomen aan het verzet en vooral sabotagedaden aan het spoor verricht, met name in 1944.  Zo leidde een aanslag te Ascq bij Lille op 2 april 1944 tot een Duitse represaillemoord op 80 burgers.   De sabotages hebben overigens nooit geleid tot oponthoud van de dodentreinen, zo stelt de Amerikaanse oorlogshistoricus professsor Robert Paxton van de Columbia University in New York, die gespecialiseerd is in bezet Frankrijk. Hij kent slechts één geval waarin spoorwegmensen Joden, in dit geval 50 kinderen, uit een trein naar het oosten hebben gered door hen te helpen ontsnappen.  


Voor het overige kenschetst Paxton de SNCF tijdens de oorlog als een haard van verzet. In juni 1942 verscheen Reichsminister Albert Speer in Parijs, en eiste daar 1100 locomotieven, 45.000 wagons en duizenden kilometers rails op.  Met name onder leden van communistische organisaties binnen de SNCF was veel verzet. Volgens de SNCF zijn er door de oorlog 1608 spoorwegmensen verdwenen, gefusilleerd of door andere oorzaken gestorven.  


Er staat op de site van de geschiedenis van de Franse spoorwegen een uitvoerige chronologie van de oorlogstijd. Cru is dat de SNCF rekeningen stuurde aan de Duitsers voor het vervoer van Joden, op basis van 3de klas, terwijl de Joden vrijwel altijd in goederenwagons vervoerd werden. Tot na de oorlog bleef de SNCF verder aandringen op betaling door de overheid.  


De SNCF werd aanvankelijk veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen, maar in 2007 werd dit door een hogere rechtbank in Bordeaux ongedaan gemaakt omdat deze rechtbank zich niet bevoegd achtte, en werd de zaak terugverwezen naar een andere rechtbank.

In januari vorig jaar erkende SNCF-topman Guillaume Pepy (foto links) dat het spoorwegbedrijf tijdens de oorlog een „radertje was in de vernietigingsmachine van de nazi's".   Druk uit VS Pepy maakte die excuses volgens diverse berichten onder sterke politieke druk. In 2010 kreeg de SNCF namelijk steeds meer problemen met Joden in de VS, die procedeerden en soms zaken tegen het bedrijf wonnen.  


De SNCF is de laatste jaren bezig in de VS hogesnelheidstreinen aan de VS te slijten. Door deze processen in de VS verminderden de kansen voor de SNCF om deze treinen daar te leveren.   In het parkement van de staat Californië werd zelfs een motie tegen de SNCF aangeniomen. Veel praktisch effekt geeft dat niet, het is meer symbolische en opublicitaire winst.  Zie ook ons bericht over Pepy uit november 2010.   De Franse spoorwegen reserveerden tijdens de oorlog het gesloten sttion station Bobigny, ten noorden van Parijs, als vertrekstation voor Joden uit de hoofdstad van Frankrijk. Bobigny lag bovendien niet ver van kamp Drancy, de verzamelplaats voor gearresteerde Joden in Parijs.

 Bobigny-Muiderpoort

In 1943 en 1944 vervoerde de SNCF 20.000 Joden met goederentreinen vanuit Bobigny naar de Duitse grens op weg naar de vernietigingskampen. Het zou in vergelijking hetzelfde zijn als het station Amsterdam-Muiderpoort - waarvandaan 11.000 Nederlandse Joden naar Westerbork werden vervoerd - als herdenkingscentrum wordt ingericht. In de vrij ruime hal van het station is nu een fietsenhandel annex -stalling gevestigd.   In totaal brachten de Franse spoorwegen circa 76.000 Franse Joden op weg naar de kampen.In januari 2011 stond de SNCF het oude station van Bobigny af om er een gedenkplaats van te laten maken.  Het wordt nu opgeknapt en ingericht.

 



Süskind al binnen 2 weken 'gouden' film


AMSTERDAM, 04-02-2012 - De film Süskind heeft binnen 2 weken na de première al 100.000 bezoekers ontvangen. Dat is onverwacht snel, zo laat de pruducent weten. De film draait in ruim 100 bioscopen. De film is sinds de première op 19 januari2012 in alle Nederlandse bioscopen te zien.In bezet Amsterdam besloot de Duits-Nederlandse Jood Walter Süskind in 1942 handjeklap met de SS te gaan spelen.


Hij werkte als beheerder van het verzamelcentrum voor Joden in Amsterdam, de Hollandsche Schouwburg, waar ook Joodse kinderen bijeen werden gebracht. Vanaf dat moment begint een levensgevaarlijk kat- en muisspel waarmee Süskind honderden kinderen van deportatie naar Westerbork en de vernietigingskampen kan redden. Terwijl de razzia’s in de stad toenamen en de Joodse gemeenschap steeds meer moeite had om zich staande te houden, riskeerde Süskind zijn leven.  


Hij  werd geholpen door enkele tientallen asnderen , waaronder Henriëtte Pimentel, de directrice van de Joodse crèche, Piet Meerburg, de organisator van een verzetsgroep die de kinderen overbracht naar enkele honderden gastgezinnen in vooral Friesland en Limburg, Meerburg was later theaterdirecteur en bioscoopeigenaar en ontving de Yad-Vashem-onderscheiding.  


Dr Jacques  Presser vermeldt de episode in zijn standaardwerrk 'Ondergang', en vermeldt daar ook de twee dochters van de co-voorzitter van de Joodsche Raad, Cohen, die tegen enige verzetsacties was; en de SS-er Zündler, die werd betrapt en overleed in een concentratiekamp.   Na de oorlog werd Süskind aangezien voor een collaborateur, maar pas later werd duidelijk dat hij in feite een kinderredder was geweest. Zijn eigen vrouw en kinderen werden in Auschwitz vermoord, hij daarna ook.  


Regisseur is Rudolf van den Berg, hoofdrolspeler in Jeroen Spitzenberger, Karl Markovics speelt SS-offocier Ferdinand aus der Fünten en Nyncke Beekhuyzen is Hanna Süskind . De violiste Janine Jansen speelde voord e film de vioolsolo.  


Foto rechts: een opname uit de film.  Süskind wordt aangenomen als beheerder.


De film is een produktie van Rinkel Film, Cadenza Films en Fu Works, met als partner de VARA, kamp Westerbork, War Child, de Hollandsche Schouwburg, uitgeverij Peter Sasburg en het Landelijk Steunpunt Gastsprekers WO II. De film geldt als met een budget van € 6 miljoen als een van de kleinere produkties.  


Ook de roman op basis van het script van de film doet het goed en kwam op de 9de plaats binnen op de vcerkoolijst van de boekenorganisatie CPNB. Er is een biografie over Walter Süskind verschenen, geschreven door Mark Schellekens en uitgegeven door Athenaeum.







Meerderheid internationale rechters:

Duitse staat immuun voor Italiaanse WO2-claims  


DEN HAAG, 03-02-2012 - Individuele Italiaanse oorlogsslachtoffers kunnen niet via Italiaanse rechtbanken Duitsland dwingen tot schadevergoedingen. Dat heeft het Internationaal Gerechtshof vanochtend besloten in de zaak die Duitsland had aangespannen tegen Italië. De uitspraak betekent, dat ook individuele Nederlandse claims op Duitslandf hiermee onmogelijk zijn geworden.  


Op alle onderdelen van de zaak kreeg Duitsland gelijk, meestal met een overgrote meerderheid van 14 tegen 1 rechter.   De inzet waren schadevergoedingen voor individuele Italiaanse dwangbarbeiders in Duitsland tijdens de oorlog. Een aantal van hen had nooit schadevergoeding uit Duitsland ontvangen en ging daarom aankloppen bij de Italiaanse rechtbank.  


Foto rechts: een Russische dwangarbeiders bij Volkswagen in 1944 aan het werk een aanzogenaamde 'Kubelwagen'. De luchtgekoelde motor achterin is goed herkenbaar, evenals de 'ruggegraat', de centrale schacht voor de versnellingsstang en bedieningskabels.


In totaal had Duitsland eind van de oorlog zo'n 10 miljoen dwangarbeiders. Daaronder 550.000 Nederlanders.   Tot in de hoogste instantie hebben deze klagers vervolgens hun zaken in Italië gewonnen.  


Duitsland heeft toen een zaak aangebracht bij het Internationaal Gerechtshof, (foto rechts) vrezend voor een stortvloed aan claims, niet alleen uit Italië maar ook uit andere landen waar de nazi's burgers en militairen opzettelijk schade hebben berokkend, of zelfs hebben gedood.   In Nederland is het bekendste geval de Razzia van Putten, waarbij begin oktober 1944 na een verzetsaanslag in de buurt 600 mannen uit Putten werden afgevoerd naar concentratiekampen; daar kwamen 522 van hen om.  


De Italiaanse zaak liep hoog op toen er in 2008 door de Italiaanse rechter in opdracht van Griekse slachtoffers beslag werd gelegd op een Duitse villa aan het Comomeer, Villa Vigoni, die eigendom is van de Duitse staat.   Achtergrond Deze zaak tussen Duitsland en Italië speelde tegen een rommelige overgangstijd in de oolrog. Tijdens de naziperiode waren de twee staten aanvankelijk bondgenoten, maar vanaf de Geallieerde landing in 1943 in Sicilië werd Mussolini afgezet en gaf de staat zich over aan de Gealllieerden. De Duitsers hielden echter de helft van het land nog bezet, en moesten er met grote moeite uit verdrongen worden. Het Italiaanse verzet nam toen sterk toe.  


In die overgangstijd nam het gewapend verzet, in feite een guerilla, vooral van partizanengroepen die zich goed konden verschuilen in de Italiaanse bergen en daardoor vaak ongrijpbaar waren, steeds grotere vormen aan waardoor de Duitsers in Italië tientallen keren wraak hebben genomen op onschuldige burgers, zoals vrouwen, kinderen en oude mensen.  


Foto links: de herdenking in Putten, 1 oktober 2011.


In Nederland vonden vooral vanaf 1944 zoals in Putten ook represailles en executies plaats, maar in Italië liep het totaal aantal slachtoffers op tot vele duizenden. Het Hof in Den Haag heeft zich geconcentreerd op met name de gevangenen die de Duitsers toen maakten, burgers zowel als militairen, die meestal dwangarbeid opgelegd kregen.  


In 1947 sloten beide staten een vredesverdrag, dat alle zaken voortvloeiend uit de oorlog regelde. De Italiaanse staat erkende toen ook dat geen Italiaanse burger meer claims kon indienen tegen Duitsland vanwege de oorlog. In 1953 heeft Duitsland een wet aangenomen voor schadevergoeding aan de Italianen.


Ook daarna zijn nog nadere verdragen gesloten voor het regelen van uitvloeisels uit het verdrag van 1947 en uit de oorlog. Steeds nam de Italiaanse staat hierin de rechten van haar burgers over.  


Fonds uit 2000

In het jaar 2000 richtte Duitsland een fonds op, dat voor dwangarbeiders schadevergoedingen aan Italië betaalde, dan weliswaar niet direkt aan Italiaans burgers maar aan Italiaanse instellingen die zich bewegen op het terrein van herinnering en vergeving en vrede. Een heikele toestand ontstond toen voormalige Italiaans dwangarbeiders zich vanwege deze regeling in Duitsland meldden voor een schadevergoeding, zij het dan uit te keren aan een Italiaanse vredesinstellng, maar nul op het rekest kregen.  


De Duitse staat stelde zich namelijk op het standpunt dat de Italianen weliswaar in feite dwangarbeiders waren geweest, maar dat dit onwettig was en de militairen feitelijk nooit echt hun status als krijgsgevangene verloren hadden. Diverse rechtzaken van Italianen in Duitsland leverden niets op, en zelfs een zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens liep op niets uit.  


Luigi Ferrini

Eén voormalige militair en dwangarbeider, Luigi Ferrini, begon in 1998 toch een rechtzaak, in de kleine provincieplaats Arezzo in het oosten van Toscane. Daar waren de rechters het echter niet met hem eens: Duitsland is niet meer aanspreeknaar door Italiaanse burgers en heeft immuniteit. De hogere rechtbank in Florence besliste daarentegen het tegenovergestelde. Zo ging dat nog enkele malen heen en weer, en lag er tenslotte een vonnis dat Duitsland wel verantwoordelijk hield.  


Het vasthoudende voorbeeld van Ferrini deed andere dwangarbeiders/militairen volgen, en in diverse plaatsen kwamen er uiteindelijk vonnissen op tafel waarin Duitsland werd aangesproken.   Het Italiaanse Hooggerechtshof boog zich intussen bovendien over de oorlogsmisdaden van de Duitse Wehrmacht-parachutist en onderofficier Max Josef Milde, die betrokken was geweest bij een aantal moordpartijen en wandaden, met name in Civitella in Valdie Chiana bij Arezzo (foto rechts). Milde werd bij verstek veroordeeld tot levenslang en moest een schadevergoeding betalen, zo luidde het vonnis in 2006. Ook dit vonnis werd in laatste instantie dor het Italiaanse Hooggerechtshof bevestigd, ondanks hevige Duitse tegenstand.  


Griekenland

Intussen kwamen in Griekenland, waar minstens even erge dingen waren voorgevallen, ook steeds meer mensen naar voren die nog een appaltje te schillen hadden vanwege nooit afgehandelde wandaden uit de oorlog. Het ging met name om het beruchte geval van de massamoord in Distomo, die als bekendste in Griekanland geldt en waar 218 mensen, onder wie vrouwen, ouderen, 34 kinderen onder de 10 jaar en 4 zuigelingen door de SS werden vermoord. Hun dorp Distomo werd met de grond gelijkgemaakt.  


Distomo

In 2006 brachten overlevenden van de massamoord in juni 1944 van Distomo hun zaak voor de Italiaanse rechter in een poging greep op Duitsers of Duits bezit te krijgen. Familieleden van slachtoffers hadden voor het Griekse rechtbank schadevergoedingen geëist voor de slachtpartij die Duitse SS-ers daar hadden aangericht.   Foto links: het monument in Distomo voor de SS-massamoord uit op 216 mannen, vrouwen en kinderen juni 1944. Foto Wikipedia.  


Het gerecht had verordend dat Duitse bezittingen als het Goethe-Instituut in Athene uin beslag ochten worden genomen, maar de Griekse regering weigerde haar medewerking. De Grieken brachten de zaak toen naar een Italaanse rechter. Het Italiaanse Hooggerechtshof erkende in 2008 de zaak, en liet toe dat er beslag op de Villa Vigoni bij het Comomeer, Duits staatsbezit, werd gelegd. Ook deze zaak is nu van de baan.  


Duitsland hoeft nu niet meer bang te zijn voor een onoverzichtelijke stortvloed van zaken. Het wil niet onder zijn verplichtingen uitkomen en heeft al op grote schaal herstelbetalingen gedaan voor de misdaden van het nazi-regime. Maar dit moet geregeld worden met internationale verdragen: de immuniteit van de staat moet oevreidn blijven, want anders 'is de terugkeer naar een duurzame vredesregeling, naar dialoog en vertrouwen praktisch uitgesloten', verklaarde in haar pleidooi Susanne Wasum-Rainer, de adviseur voor volkenrecht van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Duitse organisaties incl Anne Frankhuis willen 23 augustus niet als herdenkingdag dictaturen   BERLIJN, 03-02-2012 - Ongeveer 30 Duitse organisaties voor herdenking van het nazisme of de holocaust wijzen 23 augustus als herdenkingsdag van totalitaire regimes af.   Dat blijkt uit een open brief van de voorzitter van hun samenwerkingsverband, prof dr .Günter Morsch (foto links) in januari aan de minister-president van de deelstaat Brandenburg en van de deelstaat Berlijn.  


Prof Morsch en deze organisaties geven de voorkeur aan het herdenken op 27 januari, de dag waarop de Russen concentratiekamp Auschwitz bervijdden. Zij zijn bang dat het bijzondere karakter van de nazi-terreur en Jodenvervolging overschaduwed wordt.  


Anne-Frank-Zentrum

Onder de 30 Duitse organisaties die de 23ste augustus, ook wel bekend als de herdenkingsdag van Stalinisme-nazisme, afwijzen, bevinden zich onder meer de Duitse Anne-Frank-Zentrum, en ded herinneringscentra en voormalige concentratiekampen Sachsenhausen en Ravensbrück. De Centrale Joodse Raad in Duitsland en het American Jewish Committee hebben zich hierbij aangesloten.   Ook de directeur van herinneringscentrum kamp Westerbork, Dirk Mulder, is een tegenstander van de 23ste augustus als herdenkingsdag. Volgens hem hebben veel Westeuropede landen voldoende aan 27 januari. In de praktijk geldt dezxe dag in Nederland wel als herdenkingsdag voor totalitaire onderdrukking..Volgens Mulder is een probleem dat bijvoorbeeld de baltische staten een ander perspectief hebben op nazisme en Stalinisme: zij beschouwen vaak de nazi's als bevrijders van het nazisme.  


De 27ste januari wordt steeds algemener herdacht in de westerse wereld. In Nederland heeft staatssecretaris Veldhuyzen van Zanten overigens vorige week juist afgewezen dat 27 januari een officiële door de overheid erkende en aanbevolen herdenkingsdag wordt. Op 23 augustus 2011 publiceerde Viviane Reding, EU-commissaris voor justitie, een persbericht waarin zij de herdenkingsdag ondersteunde.  


Europese Parlement

De 23ste augustus is door het Europese Parlement gekozen als herdenkingdag. Op deze datum in 1939 ondertekenden de Sowjets onder Stalin en de nazi's onder Hitler het Molotov-Ribbentrop-pact waarbij zij ogenschijnlijk een niet-aanvalverdrag sloten, maar in het geheim bovendien een samenwerking afspraken bij de aanval op Polen, en de verdeling van Polen regelden.  


Tot de ondertekenaren in het Europees Parlement (EP) behoorden op 23 september 2008 o.m. de EP-leden Jezy Buzek (in 2011 voorzitter van het parlement), de Franse voormalige studentenleider Daniel Cohn-Bendit, ex-president van Litouwen Vytautas Landsbergis en veel leden uit het voormalige oostblok.   Onder de Nederlandse leden die ondertekenden waren Bastiaan Belder, Rolf Berend, Bert Doorn, Elly de Groen-Kouwenhoven, Jeanine Hennis-Plasschaert, Joost Lagendijk, Jan Mulder, Lambert van Nistelrooij (EPP), Ria Oomen-Ruijten (EPP), en Corien Wortmann-Kool (EPP).






Schatjagers vinden in Brits vrachtschip $ 3 miljard aan platina 


BOSTON, 02-02-2012 - Amerikaanse schatjagers hebben in een Brits vrachtschip een lading platina gevonden ter waarde van vermoedelijk 3 miljard dollar. Of deze schat gelicht kan worden, is onduidelijk. Foto links: het ss Port Nicholson Het schip werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door U-Boot U87 tot zinken gebracht, schrijft de Amerikaanse krant de Boston Globe.  


Het bedrijf dat de vondst heeft gedaan, Sub Sea Research heeft hets chip, de ss Port Nicholson teruggevonden op de bodem van de oceaan op 700 voet diepte en op ongeveer 50 kilometer oostelijk van de stad Provincetown (Massach.). Het vrachtschip voer van Halifax (Canada) naar New York toen het in 1942 getorpedeerd werd. Daarbij stierven 6 opvarenden, 87 werden gered.   Sub Sea Research vond de schat al in 2008 dankzij een onderwaterrobot. Er zouden in het wrak zeker 30 kisten met platinastaven liggen met een totaal gewicht van 71 ton. Het bedrijf heeft gewacht met de aankondiging van de vondst tot het de 'salvagerights', reddingsrechten via de rechtbank had geregeld.

 Platina kost ongeveer $ 1600 dollar per troy ounce (31 gr). Sinds begin deze eeuw zijn de prijzen van dit edelmetaal enorm gestegen.Mogelijk liggen in het schip ook zowat 10 ton goud en enkele industriële diamanten, aldus Greg Brooks van Sub Sea Research. In de Filippijnen hebben Japanse leden van de keizerlijke familie en generaals in diverse grotten ook grote hoeveelheden buit in goud en platina opgeslagen, bekend als 'Yamashita's Gold'.

Er is nog niet één staaf platina naar boven gebracht. Wie de eigenaar is, is op dit moment niet duidelijk. Bij een vergelijkbare ramp met de HMS Edinburgh, een lichte Britse kruiser die eveneens een waardevolle lading van 4,5 ton goud uit de SU overbracht als betaling en in mei 1942 werd getorpedeerd. Ook hier zijn diverse pogingen in het werk gesteld om het goud boven te brengen, maar dat is nooit goed gelukt.  


Het platina van de Port Nicholson was bedoeld als betaling van de Sowjet-Unie aan de VS voor oorlogsleveranties, die in die jaren uitvoerig waren. De waarde was toen $ 53 miljoen. Het is de derde keer dat pogingen worden gedaan deze schat naar boven te halen.   Volgens maritiem archeoloog Robert F. Marx uit Florida is niet duidelijk hoeveel er toen is opgehaald. Hij betwijfelt of het voor een bedrijf als Sub Sea Search goed mogelijk zal zijn om zich het platina toe te eigenenen, omdat maritieme wergeving zo gecompliceerd is.

 




Bezoek Kamp Vught licht gestegen in 2011  


VUGHT, 30-01-2012 - Het voormalig concentratiekamp Vught heeft vorig jaar ongeveer 63.000 bezoekers ontvangen, 1000 meer dan het jaar ervoor. Dat heeft een medewerker van het kamp bekendgemaakt.   Het kamp, dat formeel heet 'Nationaal Monument kamp Vught' is begin van de maand gestart met de verbouwing van de laatste originele kampbarak uit de oorlog, de stenen barak 1B van 8 bij 25 meter.  


Deze krijgt een educatief doel, zodat het kamp dit jaar verwacht meer scholieren te kunnen ontvangen. Vorig jaar liep die educatieve capaciteit - de helft van de bezoekers zijn schoolkinderen - af en toe vol en nu komt er meer ruimte voor hen, aldus de woordvoerster.   De bezoekersaantallen van het kamp zijn de afgelopen jaren steeds met ongeveer hetzelfde aantal gestegen. De verwachting is, dat dit ook dit jaar het geval zal zijn.   Wat de financiële situatie betreft verwacht het kamp dit jaar geen vooruitgang. Vorig jaar was er een financiële wervingsactie voor de restauratie van de barak 1B. Voor dit jaar staat geen speciale actie op het programma. Wel zal de website worden gerenoveerd.   Kamp Vught was het enige kamp buiten Duitsland dat direct onder Duits SS-beheer stond.  


Opvallend is dat het sterfecijfer van het kamp slechts ééntiende was van Duitse kampen, zoals bijvoorbeeld het qua grootte vergelijkbare kamp Dachau.   Daar stierven  van de in totaal 200.000 gevangenen er 40.000, oftewel 1 op 5. In Vught was dat van de 31.000 (in twee jaar) 730 doden, oftewel 1 op ruim 50.   Op 1 februari gaat het kamp weer open na de winterstop in januari en herstart de tentoonstelling 'Alle kinderen, ze zijn weg. Kamp Vught, 1943'.  


Wegens de grote belangstelling én waardering voor de expositie is deze expositie uit 2011 verlengd t/m 15 april 2012. In 2012 is het 69 jaar geleden dat op 6 en 7 juni 1943 tenminste 1296 kinderen uit kamp Vught werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Sobibor in Polen.   De Duitsers zeiden destijds dat de kinderen, van enkele dagen oud tot 17 jaar , naar een ‘kinderkamp ‘zouden worden gebracht, omdat Kamp Vught te vol was. Alle namen van de kinderen zijn verwerkt in het kindermonument dat sinds 1999 op het terrein van NM Kamp Vught staat.

 Schotse Jodenredster in Boedapest herdacht   BOEDAPEST, 26-01-2012 - Vandaag is in Boedapest de Schotse Jodenredster Jane Haining (1897-1944) herdacht.   In juni 1932 kam zij aan in Boedapest om daar een gereformeerd meisjesinternaat, de Scottish Mission School, te leiden. Daar redde zij voor en tijdens de oorlog enkele honderden Joden.   Destijds bestuurde maarschalk Horthy (foto links) Hongarije. Hij kenschetse zichzelf als een antisemiet, en was verder een bondgenoot van Hitler.   Dankzij Hitler kon Hongarije een deel van Slowakije en daarna een deel van Roemeens Transsylvanië innemen.   Horthy stond ook toe dat in Hongarije de antisemitische en fascistische Pijlkruiser-beweging opereerde. Vanaf 1938 traden er in Hongarije antisemitische wetten in werking.  


Geleidelijk kreeg Jain (of Jane) Hairing steeds meer wrijving met de Hongaarse overheid, door zich steeds openlijker tegen antisemitisme uit te spreken en Joden te helpen. Daarbij werd zij ook gedreven door bekeringsijver.   Naarmate de oorlog vorderde, werd haar positie hachelijker. Toch kwamen steeds meer Joden naar haar instelling in de hoop op onderdak of hulp bij vertrek - haar school gaf ook inburgeringscursussen voor Engeland.  


In totaal lukte het haar en haar medewerkers om ongeveer 500 Joden te verbergen. Toen Hongarije in 1944 door de nazi's werd ingenomen, waren haar dagen echter geteld. De Joodse wijk werd tot ghetto verklaard, en haar zendingsschool kwam onder toezicht van het internationale Rode Kruis. Dat stond in Boedapest onder leiding van de grote Jodenredder Friedrich Born, een Zwitserse diplomaat, die betrokken was bij de redding van ruim 11.000 Joden. Het was uitstel van executie.   Op 4 april 1944 werd Jane Haining door de SS gearresteerd. De officiële beschuldigingen luidden: „Deze Schotse vrouw bezocht Engelse oorlogsgevangenen en werkte voor de Joden. Zij huilde eens toen zij ‘haar’ Joodse meisjes met de gele davidsster zag. Zij ontsloeg een arische medewerker van het Schotse Instituut omdat deze Joden zou hebben benadeeld."  


Enkele diplomaten - in Boedapest opereerden onder meer Raoul Walleberg en andere diplomaten die tot over hun nek bij Jodenredding betrokken waren - en ook de Hongaars-hervormde bisschop dr. László Ravasz trachtten haar vrij te krijgen. Omstreeks 12 mei 1944 werd zij echter naar Auschwitz vervoerd en daar op 17 juli vermoord.   Zij werd in 1997 uiteindelijk onderscheiden door Yad Vashem. In 1988 was een aanvraag afgewimpeld, omdat de Israëli's geen vrouw wilden eren die christelijk zendingswerk onder Joden had verricht. In Schotland geldt zij nu als 'de Schotse Schindler'.  


Zie ook een artikel; in het Refromatorisch Dagblad >>>  






Staatssecretaris wil geen aparte nationale Auschwitz-dag 



DEN HAAG, 25-01-2012 - Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten gaat geen aparte, officiële Auschwitz-dag instellen. Wel krijgt het Auschwitz-Comité (AC) vaste, praktische steun van het Nationaal Comité 4 en 5 mei , srteun van het NIOD en meer geld.   Dat blijkt uit haar antwoord van 15 pagina's op het ruim half jaar oude verzoek van het Auschwitz-comité. Wel krijgt het Auschwitz-Comité (AC) vaste, praktische steun van het nationaal Comité 4 en 5 mei.  


In haar brief van gisteren aan de Tweede Kamer schrift zij: "Het verzoek van het Nederlands Auschwitz Comité, dat een lange historie kent, interpreteer ik als een oproep om erkenning van de betekenis voor huidige maar ook toekomstige generaties van de gruwelijkheden van de Holocaust en als een appèl op de rijksoverheid om te zorgen voor waarborgen voor een betekenisvolle herdenking in het kader van International Holocaust Memorial Day. "  


Zij wijst er in haar brief ook op, dat het predikaat 'nationaal' niet officieel is en niet door de overheid kan worden verleend. Wel gaat zij meer geld beschikbaar stellen voor de International Holocaust Memorial Day op 27 januari. Het NIOD krijgt als taak extra activiteiten te regelen.  


Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei op de Dam zou volgens het AC te weinig expliciete aandacht worden geschonken aan de slachtoffers van de Holocaust. In haar brief erkent de staatssecretaris wel het bestaan van een 'ereschuld' zoals zij dat noemt, maar legt niet uit waaruit die dan bestaat.   De overheid is volgens mevrouw Veldhuijzen van Zanten bij de herdenking van WO2 betrokken en wil dat blijven. De staatssecretaris stelt dat haar aanpak zich vooral gaat richten op jongeren.  


 
Officiële Herdenkingstekst 4 mei Dam  

Die tekst luidt sinds het jaar 2000: 

 "Er zullen nu drie kransen worden gelegd. Voor alle burgers die tijdens of direct na de Tweede wereldoorlog in Europa, zijn omgebracht of omgekomen. Omdat zij: - in verzet kwamen; - werden uitgesloten, vervolgd, vermoord in concentratie- en vernietigingskampen om wie zij waren; - het leven verloren door oorlogsgeweld of uitputting. De volgende krans wordt gelegd voor alle burgers die zijn omgebracht of omgekomen, tijdens of direct na de Twee-de Wereldoorlog in Azië. Als gevolg van verzet, internering, oorlogsgeweld en uitputting. De volgende kransen worden gelegd voor alle militairen en koopvaardijpersoneel, omgekomen in dienst van het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de Tweede Wereldoorlog en sindsdien in oorlogssituaties en bij vredesmissies".



De staatssecretaris heeft gesproken met zowel organisaties op dit gebied, als met mensen in Israel, Polen en Nederland, jong en oud. Zij heeft ook gesproken met de Nationale Jeugdraad (NJR), met pedagogen en wetenschappers over de toekomst van het herdenken. Ook heeft de staatssecretaris in het buitenland gekeken naar hun manieren van herdenken.

 De staatssecretaris vat samen hoe de herdenkingen in Nederland tot stand zijn gekomen, en wijst erop hoe ingewikkeld dat is geweest. Uiteindelijk werd na veel en jarenlang overleg bij de nationale herdenking op 4 mei op de Dam een tekst ontwikkeld waarin ook de slachtoffers van de Jodenvervolging aan bod komen.


De staatssecretaris vindt bovendien, dat de Japanse bezetting nog steeds onderbelicht is, inclusief de daaraan gekoppelde Indonesische strijd tegen de Nederlandse kolonisatoren.   Wetenschappers en organisaties betrokken bij het herdenken, zijn het er volgens de staatssecretaris over eens dat herdenken, met name voor degenen zonder persoonlijk oorlogsleed, anno 2012 niet los kan staan van voorlichting en educatie over de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog.

De staatssecretaris geeft haar steun aan de doelstelling van de drie organisatoren van de International Holocaust Memorial Week: "Jongeren tussen de 15 en 25 jaar te leren over de Holocaust en andere genociden. De bewustwording hiervan draagt bij aan de waakzaamheid voor opkomende rassenhaat, discriminatie en antisemitisme en moet de jeugd waarschuwen voor de enorme gevolgen daarvan."   De staatssecretaris stelt voor dat de drie instellingen, het AC, het NIOD en de de Sociale Verzekeringsbank (PUR) gaan samenwerken met de Nationale Jeugdraad.





 Duitse jonge volwassenen kennen Auschwitz niet  


BERLIJN, 25-01-2012 - 1 op de 5 jongvolwassen Duitsers van 18 tot 30 jaar kent Auschwitz niet als nazi-concentratie- en vernietigingskamp.   Van de 30-plussers van de 1002 ondervraagden kende 95 procent de betekenis van de plaats wel. 


Foto rechts: schoolkinderen op bezoek in Auschwitz.  


Die gegevens blijken uit een peiling van het Duitse marktonderzoeksbureau Forsa in opdracht van tijdschrift Stern, dat vandaag is bekendgemaakt.   Veel moeilijkheden waren er ook bij de vraag in welk land Auschwitz ligt. Hier wist slechts 1 op de 3 ondervraagden (31 procent) het juiste antwoord geven. De andere 69% wist niet dat het kamp in het huidige Polen ligt.  


Van de ondervraagde Duitsers zei verder 43 % dat ze nooit een herdenkingsplaats voor concentratiekampen had bezocht. Ongeveer 4 op de 10 jonge Duitsers willen verder een streep zetten onder het naziverleden. In 1994 was dat nog 53 procent. 


Vrijdag vindt de herdenking van de Jodenvernietiging plaats. De datum herinnert aan 27 januari 1945, toen de Russen het kamp Auschwitz bevrijdden. Bij de Holocaust vermoordden de nazi's 5 tot 6 miljoen Joden, onder wie ruim 100.000 Nederlanders In Auhwiz stierven 1 miljoen mensen. Behalve door vergassing stierven gevangenen door te hard werken en slechts behandeling.  


Recordbezoek 2011 Vorig jaar heeft Auschwitz ruim 1,4 miljoen bezoekers ontvangen. Dat is een record voor de gedenkplaats. De meeste bezoekers kwamen uit Polen. Ook veel Britten, Israëliërs, Duitsers, Fransen en Amerikanen brachten een bezoek aan het kamp, zo maakte het staatsmuseum (dat het tegenwoordig is) bekend. Auschwitz ligt in het zuidoosten van Polen. Het is het best bezochte Holocaustmonument in Europa. De grote bezoekersaantallen scheppen ook problemen. De toestand van de gebouwen is matig, een aantal vervallen. 


Vorig jaar ontving het museum miljoenen euro's voor onderhoud van de gebouwen (zie ook bericht Nieuws-wo2 dd 15-12-2011). Vrijwel alle Europese landen, ook de VS en Nederland, doneren forse bedragen voor een onderhoudsfonds. Uit de rente moet dan het onderhoud betaald worden. Dan is het centrum onafhankelijk van giften of subsidies.





 Vermoorde soldaten van Tarakan herdacht in Loenen


LOENEN, 20-01-2012 - Op het Ereveld in Loenen is gisteren, 70 jaar na dato, een monument onthuld voor de 215 KNIL-soldaten die op het eiland Tarakan werden vermoord door de Japanners.   De KNIL-soldaten lagen in 1942 op het olie-eiland Tarakan voor de oostkust van Borneo en bemanden een kustbatterij. De Japanners zetten echter een overmacht in, die bovendien gehard was in de strijd.


Foto rechts: het leggen van kransen bij het nieuwe eregraf in Loenen; de erewacht is van Regiment Garde Grenadiers en Jagers. Foto Oorlogsgravenstichting.


Zij waren sterk geïnteresseerd in het eiland vanwege de oliebronnen en de installaties van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM, onderdeel van Shell).  


Tijdens de verdediging van Tarakan vernietigden de batterij van deze KNIL-soldaten op 12 januari 1942 2 Japanse mijnenvegers.  


Ze vernamen niet de hoofdmacht van hun eenheid al had gecapituleerd, de Japanners haden namelijk de telefoonlijnen vernietigd. Toen de batterijcommandant dan ook de vijandelijke schepen waarnam, liet hij vuur openen. Historicus Loe de Jong vermeldt ook dat de soldaten op Japanse drenkelingen zouden hebben geschoten. Hij wijdde in zijn werk 2 regels aan de moordpartij.  


De Japanners besloten wraak te nemen voor het zinken van de mijnenvegers en lieten de KNIL-soldaten na de verovering van Tarakan overbrengen naar een Japans schip.   Daar staken Japanse soldaten hen met bajonetten neer en wierpen hen vervolgens geboeid overboord op de plek waar de 2 Japanse mijnenvegers waren gezonken..


Foto rechts: een brief waarin defensie bevstigt aan de nabestaanden dat de militair Berkhout is vermoord door de Japanners.


Het monument op het Ereveld in Loenen vermeldt de namen van de 215 omgebrachte soldaten. De actrice en zangeres Wieteke van Dort, geboren in Soerabaja , was de initiatiefneemster voor het monument en medoprichtster van de Commissie Monument Tarakan.   Ze vernam enige tijd geleden over de moordpartij van een zoon van een slachtoffer. Eer is ook een boekje verschenen over de geschiedenis van het betroffen peloton en de tostandkoming van het monument.  


In 1949 is een ereveld te Tarakan ingewijd. De Stichting Oorlogsgraven schrijft op haar site: Ontroerende taferelen op het ereveld Loenen van de Oorlogsgravenstichting. "Twintig jaar heb ik geijverd voor het monument. Niemand kon mij helpen. Tot ik in contact kwam met Wieteke van Dort en haar het verhaal over de dood van mijn vader vertelde. Zij zegde direct alle steun en hulp toe" aldus een gelukkige Harry Berghout. Opbrengsten van benefietvoorstellingen, bijdragen van gulle schenkers en een bijdrage van de Oorlogsgravenstichting maakten het monument mogelijk.


Op 19 januari 2012 ging een grote wens van Harry in vervulling en onthulde hij samen met Wieteke het Monument Tarakan op het ereveld Loenen. Ruim 250 nabestaanden, waaronder opvallend veel jongeren, en genodigden woonden de herdenking bij. "Het is weliswaar geen graf, maar op het monument staat de naam van mijn vader en daar kan ik eindelijk bloemen leggen ter ere van hem."  






EenVandaag voor Duitse rechter na klacht SS-er  


HILVERSUM, 19-01-2012 - EenVandaag-journalisten Jan Ponsen en Jelle Visser zullen volgende maand voor de Duitse rechter moeten komen.  


Zij zijn aangeklaagd om een reportage uit 2009, waarbij met verborgen camera opnamen zijn gemaakt in het huis van de Nederlandse oorlogsmisdadiger Heinrich Boere.   Hij werd in 2011 tot levenslang veroordeeld in Duitsland. Dat proces is ook op deze site uitvoerig verslagen. De nadering van zijn Duitse berechting vormde de aanleiding voor het bezoek van EenVandaag aan de ex-SS-er.  


Op 9 februari moeten de twee in Aken voor de strafrechter verschijnen wegens ‘huisvredebreuk’ en schenden van ‘de vertrouwelijkheid van het woord’. Ponsen en Visser kunnen daar tot drie jaar gevangenisstraf voor krijgen. De twee van EenVandaag bezochten het bejaardenhuis in Eschweiler bij Aken, waar Boere woonde. In 2010 klaagde Boere via zijn advocaten bij de Raad voor de Journalistiek, maar die oordeelde dat Ponsen en Visser juist binnen journalistieke grenzen waren gebleven.  


Steun Familieleden van Heinrich Boeres slachtoffers (familie Bicknese in Breda en familie De Groot in Voorschoten) vinden het volgens een bericht op de site van EenVandaag onbegrijpelijk dat de Duitse justitie de Nederlandse journalisten voor het gerecht daagt.  


Ook ‘nazi-jager’ Efraim Zuroff van het Simon Wiensenthal Center in Jeruzalem snapt er helemaal niets van. Emile Roemer van de SP en Ard van de Steur van de VVD nemen het voor de EenVandaag-journalisten op. De twee beriepen zich op de noodzaak om vanwege de actualiteit Boere te interviewen. Deze zei echter niets nieuws en was al enkele malen eerder te zien op de Nederlandse tv.  


Dat was in uitzendingen van onder meer Rob van Olm en Jan Louter en in items van Arnold Karskens. Deze werkten niet met een verborgen camera. Boere deed daarna aangifte in Duitsland, dat nu leidt tot een rechtzaak vervolging. Vorig jaar werden twee journalisten van EenVandaag door de Duitse politie in Ingolstadt, Beieren lastiggevallen en onwettig weggestuurd, juist toen zij opnamen gingen maken van een andere Nederlandse SS-er en veroordeeld oorlogsmisdadiger, Klaas-Carel Faber. Van de behandelikng van hun klacht tegen de politie is verder niets vernomen.





Polen zoekt exploitant voor Hitlers hoofdkwartier 'Wolfsschanze'  


WARSCHAU, 19-01-2012 - Staatsbosbeheer van Polen is op zoek naar een pachter voor Adolf Hitlers voormalige militaire hoofdkwartier Wolfsschanze in de Mazurische bossen bij Ketrzyn (Duits: Rastenburg) in NO-Polen.  


Dit moet een toeristische trekpleister worden, zo meldt een officiële Poolse bron. De jaarlijkse pacht is 100.000 euro.   Hitler bracht in de Tweede Wereldoorlog veel tijd door in de Wolfsschanze, om met name de operaties aan het Oostfront te volgen en te leiden. Het hoofdkwartier werd in 1940 en 1941 gebouwd.   Het moest Hitler en andere topmensen van het naziregime plaats bieden tijdens operatie Barbarossa, de verrassende en overrompelende invasie van de Sovjet-Unie vanaf 21 juni 1941.  


Foto rechts: éen van de grootste bunkers, nu een ruïne. Foto Wikipedia.  


De Wolfsschanze ligt 200 kilometer ten noorden van Warschau in de bossen verborgen en was een zwaar beveiligd bolwerk van ongeveer 80 gebouwen waar zo'n 2.000 Duitse legerfunctionarissen werkten.  


Er bevonden zich onder meer 2 casino's, 2 theehuizen, een hotel en een bioscoop, naast ettelijke bunkers voor o.m. Göring en stafgeneraals als Jodl en Keitel.  


In totaal bestond ongeveer de helft van de gebouwen uit betonnen bunkers. Er was een station en er waren 2 vliegvelden. Er kwamen veel buitenlandse gasten. De Roemeense maarschalk Ion Antonescu was er 4 maal, Mussolini 3 maal.  


Op 20 juli 1944 pleegde Claus Schenk graaf von Stauffenberg er een bomaanslag op de Duitse dictator, maar deze aanslag mislukte. Van het gebouw waar de aanslag op Hitler plaatsvond, is niets over omdat dat geen betonnen gebouw was. 


Het complex ligt nu in een zeer fraai en toeristisch geliefd deel van Oost-Pruisen met bossen en meren dat na de oorlog aan Polen toebedeeld werd. Polen heeft 10 jaar na de oorlog moeten werken aan het ruimen van de mijnenvelden rond de Wolfsschanze.  


De ruïnes van de bunkers zijn open voor het publiek, maar zijn niet meer dan dat en trekken daarom tot op heden maar weinig toeristen, volgens de Duitse Wikipedia 200.000 per jaar, onder hen steevast enkele honderden Nederlanders (ter vergelijking: het Anne Frankhuis krijgt 1 miljoen bezoekers per jaar).  


Van de andere gebouwen is weinig over, ook omdat de Duitsers bij het oprukken van de Sowjets zelf de meeste gebouwen lieten springen.  


De overgebleven bunkers liggen ver in het bos en kunnen alleen via onverharde wegen bereikt worden. Volgens de functionaris Zenon Piotrwicz van het Poolse Staasbosbeheer is het onmogelijk de bunkers te restaureren, zo zei hij tegen de Britse krant The Daily Telegraph. Van enkele bunkers liggen enorme brokstukken schots en scheef in het bos.   Eén van de voorwaarden die de Polen stellen aan de nieuwe exploitant, is dat er een museum komt dat het hele jaar geopend is.

 Foto links: het vertrek waar op 20 juli 1944 de bomaanslag plaatsvond door Claus von Stauffenberg. Nu is daar niets meer van over.   De Polen stellen over het algemeen hoge wetenschappelijke eisen aan geschiedenismusea, helemaal als het gaat om de Tweede Wereldoorlog. Een indicatie daarvan is, dat het artikel over de Wolfsschanze op de Poolse Wikipedia 4 maal zo lang is als dat op de Duitse.   De Amerikaanse film Valkyrie speelt zich voor een flink deel af op de Wolfsschanze, maar is daar niet opgenomen.






Nethanyahu gaat verzetsheld Van Hulst huldigen  


DEN HAAG, 17-01-2012 - Donderdag 18 januari brengt de Israëlische premier Netanyahu in Den Haag een speciaal eerbetoon aan de 100-jarige verzetsheld prof (em) dr Johan van Hulst (foto rechts). Dat heeft het CIDI, het Centrum Informatie Documentatie Israël, dinsdag laten weten.  


De oud-fractievoorzitter van het CDA in de Eerste Kamer redde in de Tweede Wereldoorlog honderden Joodse kinderen. Netanyahu zal Van Hulst op het Binnenhof toespreken en hem opnieuw namens de staat Israël dank overbrengen voor zijn grote moed en menslievendheid.  Van Hulst werd in 1929 ondwerwijzer te Oudewater, en daarna in Utrecht. Hij ging in 1938 lesgeven in Nederlands en geschiedenis aan de Hervormde Kweekschool in Amsterdam. 


Van Hulst (28-01-1911) is de zoon van een Amsterdamse meubelstoffeerder. Na de oorlog studeerde hij psychologie en pedagogiek en werd voorzitter van het PC Ondferwijzersverbond, vervolgens in 1963 hoogleraar in de pedagogiek aan de VU in Amsterdam.  


Hij begaf zich in de politiek voor de CHU. Voor die partij werd hij verkozen voor de Eerste Kamer en tevens Eropees Parlementslid.   Van 1969 tot 1972 tot was hij fractievoorzitter in de Eerste Kamer en voorziiter van de CHU, en vervolgens van 1977 tot 1981 fractievoorzitter van het CDA in de Eerste Kamer.   Vlak voor zijn 99ste verjaardag won hij (samen met Jan Nagel) het Corus-schaaktoernooi (voorheen Hoogovens) voor (ex)-parlementariërs.

De school was een opleiding voor onderwijzers aan de Plantage Middenlaan.   Van 1942 tot 1960 was Van Hulst directeur van die school. Het gebouw lag recht tegenover de Hollandsche Schouwburg, het verzamelcentrum van waaruit Joden naar het doorgangskamp Westerbork werden gedeporteerd.


Over deze geschiedenis gaat ook de nieuwe film Süskind, naar de Joodse leider van de Hollandsche Schouwburg die de motor achter de kinderredding was. De kweekschool stond naast een Joodse crèche waar baby's en peuters tot hun deportatie verbleven. Over de heg die het instituut scheidde van de kweekschool, tilden de medewerkers de kinderen naar mensen van de kweekschool, vanwaar ze naar onderduikadressen gingen.  


Van Hulst zelf schat dat hij zo wel 500 kinderen heeft helpen redden, maar andere schattingen liggen hoger. Van Hulst ontving daarvoor in 1973 al de Yad-Vashem-onderscheiding van het Israëlische centrum voor documentatie van de Jodenvervolging in Jeruzalem.


  TERUG NAAR HOMEPAGE>>>





 Britse uitgever brengt opnieuw Mein Kampf in Duitsland


MÜNCHEN, 17-01-2012 - Uitgever Peter McGee, een Brit die al enige tijd in Duitsland werkt, wil fragmenten uit het boek "Mein Kampf" van Adolf Hitler aanbieden in de Duitse kiosken. Mein Kampf is voorlopig nog verboden lectuur in Duiitsland. Op internet is het echter eenvoudig te vinden, maar vrijwel alleen in het Engels.  


De Britse uitgever brengt al sinds enige tijd onder de titel Zeitungszeugen reprints van kranten uit de nazi-tijd op de markt. Hij wil met Mein Kampf starten op 26 januari en daarna nog twee edities elk van 15 pagina's.   Het Beierse ministerie van Financiën, dat het auteursrecht op "Mein Kampf" bezit, heeft maandag bekend gemaakt juridische stappen te overwegen tegen het project.   Het Duitse weekblad Der Spiegel bracht het verrhaal over de nieuwe publicatie als eerste.  


Jan Blokker Jr

Historicis en journalist Jan Blokker Jr verwerpt op Radio 1 Journaal in een reaktie vanochtend deze uitgave, die hij echter niet gezien heeft. Deze wordt volgens hem niet geannoteerd - wat echter wel het geval is. Enkele gereputeerde Duitse hoogleraren-historici schrijven de annotering, die even veel ruimte krijgt als de originele tekst.  


Op de linkerpagina Hitlers tekst, op de rechter uitsluitend de toelichting, die in het geval van Mein Kampf onmisbaar is, wal was het maar omdat Hitler er vrij veel in verdraait. (Zie ook hoofdstuk 1 op deze site).   Ook verwijt Blokker de Britse uitgever een commercieel doel. Hij gaat daarbij volgens uitgever McGee voorbij aan de onleesbaarheid van het boek, waardoor 9 van de 10 lezers na 10 bladzijden afhaken. Volgens de uitgever is het nuttig om daarom de cruciale passages aan te bieden.  


NIOD: voorstander

Het NIOD ziet geen enkel bezwaar tegen de gehele of een gedeeltelijke publicatie. Ook het argument dat het 'commercieel' zou zijn, vindt voorlichter David Barnouw niet relevant, 'omdat alle uitgevers commercieel zijn'.   Wat de Nederlandse vertaling betreft ligt het wat moeilijker, benadrukt hij, omdat het mogelijk is dat de auteursrechten berusten bij de weduwe van de vetaler, Steven Baarns.


Verder geldt op de handel in 'Mein Kampf' volgens Barnouw in Nederland een verbod, gebaseerd op het Art. 137 uit het Wetboek van Strafrecht dat gaat over belediging en smaad. Brabnouw ziet evenmin een risico op het ontstaan van neonazi''s, omdat hyet boek zo slecht geschreven is.  


Onleesbaar Mein Kampf  "is een boek van een zeer slecht niveau," benadruktde uitgever. "Het is de hoogste tijd dat het publiek de mogelijkheid krijgt om met de oorspronkelijke tekst zelf te zien." Diverse historici hebben zich beklaagd over de onleesbaarheid van het boek, dat slecht gestructureerd is en waarin Hitler zichzelf de kans biedt, uitvoerig door te zeuren over zijn stokpaardjes. Wie bijvoorbeeld teksten over Joden zoekt, kan hoofdstuk 1 al overslaan - zij worden daar niet in genoemd. In totaal noemt Hitler Joden ongeveer 600 maal in zijn werk.   Toch bevat het boek ook een blauwdruk van de Jodenvernietiging en Hitlers expansieplannen. Door de rammelende stijl en lange passages met geklaag werden deze plannen zeker tot aan de opkomst van de concentratiekampen na 1933 of de Kristallnacht van 9 november 1938, nauwelijks serieus genomen. 


"De uitgever wil het citaatrecht gebruiken, dat ook geldt voor historische documenten, zo liet de uitgever weten. Het citaatrecht houdt in, dat een buitenstaander in een journalistiek, educatief of wetenschappelijk betoog passages uit andere werken kan gebruiken, maar binnen zekere grenzen.  Het citaatrecht is verder in de journalistiek en de wetenschap volkomen onmisbaar.

 Zeitungszeugen  

De serie Zeitungszeugenbevat uitsluitend herdrukken uit de nazitijd, in het Duits. De eerste uitgave vond plaats op 7 januari 2009 end e laatste op 16 december 2010. Uitgever is het redelijk onbekende bedrijf Albertas Lim,ited in Londen, geleid door Britse historicus Peter McGee.   De serie kent een redelijk grote populariteit in Duitsland. Het is McGee ook gelukt vrij grote namen voor de wetenschappelijke begeleiding te engageren, zoals prof dr Wolgang Benz.  


Deze emeritus-hoogleraar was van 1990 tot 2011 leider van het  Zentrum für Antisemitismusforschung van de Technische Universität Berlin. Hij geldt als één van de 10 beste specialisten op het gebied van nazigeschiedenis in Duitsland.  


Een andere bekende naam is prof dr Hans Mommsen (zijn overgrootvader was de eerste Duits winaar van de Nobelprijs voor de literatuur, Theodor Mommsen). Hij is gespecialiserd in de periode 1918 tot 1945 en de arbeidedrsbeweging.   Ook werkt mee prof dr Peter Longerich, een specialist op het gebied van de Jodenvervolging. Daarnast werken nog mee de directeur van herdenkingscentrum Dachau, Barbara Distel, tevens adviseur van het Simon Wiesenthal Center. Er werken nog 6 andere wetenschappers aan de serie mee.  


Het is volgens de uitgeverij mogelijk te citeren uit historische documenten, zonder inbreuk op de auteursrechten te maken. "Het auteursrecht slaat op de publicatie van het complete werk. We hebben niet de bedoeling dat opnieuw uit te geven."   Tot 2015 bezit het Beierse ministerie van Financiën,de auteursrechten op "Mein Kampf", Een belangrijk punt daarbij is dat de auteur nog geen 70 jaar overleden is - hij pleegde zelfmoord op 30 april 1945 - op dat moment wordt een werk in Europa volgens de Berner Conventie van 1886 uteursrechtenvrij.  


"Het Beierse ministerie van Financiën is van plan juridische stappen te zetten tegen een publicatie die niet voldoet aan de kleine citaat regeling op grond van artikel 51 nr. 2 Auteursrechtwet," liet het ministerie weten. Voor zover bekend heeft het ministerie echter geen stappen gezet tegen de publicatie van vooral Engelstalige versies op het internet, onder meer op deze site. Formeel is de publicatie hier op deze site ook een inbreuk op het Duitse recht.  


Verloren proces

In 2009 heeft Beieren geprocedeerd tegen tot de publicatie van de herdrukken van nazi-haatgeschriften en verloor in twee gevallen. Eerder had het ministerie de tweede editie van "Zeitungszeugen" in beslaggenomen in januari 2009, die herdrukken betrof van nazi-kranten "Völkische Beobachter" en "der Angriff" uit 1933. "Ons project staat boven verdenking van een rechtsideologisch product," zei de woordvoerder van de uitgever.


Aan de redactie van "Zeitungszeugen" " werken onder meer mee de gerenommeerde historici Hans Mommsen en Sönke Neitzel en de emeritus directeur van het Centrum voor Onderzoek over antisemitisme aan de Technische Universiteit van Berlijn, Wolfgang Benz (zie kader). In aanvulling op nazi-haatbladen publiceert de utigever ook de overdrukken van de andere kant zoals de SPD-krant "Vorwärts". De drie "Mein Kampf"-brochures houden zich bezig met drie thema's:  autobiografie   zijn propaganda   zijn ideologie. Aan de rechterkant staat de oorspronkelijke tekst en aan de linkerkant het commentaar.


Mochten de brochures bestsellers worden, dan zijn meer uitgaven met de geannoteerde fragmenten mogelijk. Voor de periode na 2015 plant het Instituut voor Hedendaagse Geschiedenis in München een complete becommentariëerde uitgave van "Mein Kampf". Het werk daaraan is in 2010 begonnen, en historici verwachten dat het project twee tot vier jaar duurt.   Zie ook een artikel in Der Tagesspiegel >>>  






Oorlogskenner en verzetsheld prof Ivo Schöffer overleden


LEIDEN, 16-01-2012 - Professor Ivo Schöffer, belangrijk oorlogshistoricus en tevens verzetsman, is vrijdag op 89-jarige leeftijd in zijn woonplaats Leiden overleden.  


Bij het publiek raakte hij vooral bekend als voorzitter van de commissie-Schöffer die de Affaire-Menten, van de oorlogsmisdadiger, onderzocht. Schöffer was ook één van de auteurs van deel 14, 'Reacties', van 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog'.  


Schöffer promoveerde in 1956 aan de Universiteit van Amsterdam op een oorlogsonderwerp: 'Het nationaal-socialistische beeld van de geschiedenis van de Nederlanden. Een historiografische en bibliografische studie'. 


Deze tekst staat integraal online.   In de Tweede Wereldoorlog verleende Schöffer hulp aan Joden. Hij beheerde een studentenhuis in Amsterdam, waar hij Joden onder liet duiken. Schöffer en zijn vrouw ontvingen hiervoor een onderscheiding van de Israëlische staatsinstelling Yad Vashem. Eind jaren vijftig doceerde hij enkele jaren in Australië. In 1961 werd hij hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden.  


Schöffer leidde eind jaren zeventig de Commissie-Menten of Commissie-Schöffer. Die onderzocht de zaak rond miljonair, oorlogsmisdadiger en SS-er Pieter Menten tijdens de oorlog in Polen, die na de oorlog betrapt werd toen hij roofkunst trachtte te verkopen. Deze affaire bracht de toenmalige minister van justitie Van Agt in problemen.  


Prof Schöffer nam het initiatief voor het Biografisch Woordenboek van Nederland en was secretaris van het Tijdschrift voor Geschiedenis. Hij was de promotor van de bekende oorlogshistoricus prof Hans Blom en koningshuiskenner prof Cees Fasseur.







 


Kleinkinderen van collaborateur Renault krijgen fabriek niet terug  


PARIJS, 13-01-2012- Een rechter in Parijs heeft gisteren de eis van de kleinkinderen van Louis Renault afgewezen tot een herziening van de nationalsering van hun grootvaders bedrijf. De rechter heeft zich ook op een aantal punten niet bevoegd verklaard. Dit is een belangrijk tussenvonnis in een langlopende zaak.  


Volgens de 7 kleinkinderen werd het bedrijf op het einde van de Tweede Wereldoorlog onterecht genationaliseerd. Bovendien menen zij dat hun recht op eigendom aangetast is. Zij wensten daarom een schadevergoeding. Deze krijgen zij nu in ieder geval niet. Wel gaan zij nu door met een civiele zaak tegen de staat. De zaak-Renault brengt de gemoederen in Frankrijk nog steeds in rep en roer. Louis Renault stichtte met zijn twee broers in 1989 de Renault-fabriek in Boulogne-Billancourt, een voorstad van Parijs. Louis Renault nam al voor de oorlog geen afstand van het fascisme.  


Foto rechts: en Renault-tank, de FT 17, uitgevoerd in Duitse beschildering. Renault produceerde grootschalig en met ethousiasme voor de Duitsers.  


Zijn fabriek produceerde vanaf 1940 voor de Duitse bezetter auto's en tanks, wat op zich niet opmerkelijk was, dat gebeurde in alle bezette landen, in hoge mate ook in Nederland.  


Na de bevrijding in 1944 werd Louis Renault echter hard aangepakt en vanwege collaboratie gearresteerd en in een gevangenis gezet, waar hij op 24 oktober overleed.  


Weernink

Op 16 januari 1945 nationaliseerde de Franse staat Renault. Volgens autokenner Wim Oude Weernink in een interview op Radio 1 vrijdag  is er nooit hard bewijs geleverd voor Renaults collaboratie.  


Hij wijst op de grote weerzin na de oorlog bij de communistische vakbonden tegen de industrieel, waar Oude Weernink een reden in ziet voor de harde aanpak van Renault. toen de grootste autoproducent van Frankrijk. Zijn grote concurrent was Citroën, op dat moment enkele jaren bezit meer van de Nederlands-Joods-Franse stichter André Citroën. Volgens Oude Weernink is de dood van Renault toegeschreven aan moord of marteling en is deze dood onderzocht, waar geen misdaad uit bleek,


Wel had Renault een gebroken rug. Joods advocaat Thierry Lévy (foto links), de Joodse advocaat van de 7 kleinkinderen Renault, stelt dat het gaat om een puur juridische kwestie, namelijk dat de beslissing van de voorlopige Franse regering in 1945 ongrondwettig was. Hij vroeg daarom ook om de zaak voor te leggen aan het Hof van Cassatie - dat vervolgens het Grondwettelijk Hof moet benaderen. Dit gaat mogelijk wel door. 


Volgens Lévy gaat het niet om een poging tot rehabilitatie van Renault. Maar kleindochter Hélène Dingli-Renault ziet dit toch graag als een heroverweging. Mocht een rechtbank toch een schadevergoeding toekennen, dan gaat dat geld in een fonds om Renaults naam te verdedigen. Aan aanvallen op Renaults naam storen de erven zich nogal. In 2010 wonnen zij nog een proces tegen een verzetsmuseum dat de geschiedenis van Louis Renault als collaboratie bestempelden.

 
Vakbond

Ook de vakbond CGT mengde zich erin en lanceerde een petitie en creëerde een comité van historici en mensen uit het verzet om te voorkomen dat de 'geschiedenis herschreven wordt'.  


Foto links: Het verboden onderschrift bij deze foto luidde: 'Louis Renault produceerde tanks voor de Wehrmacht'.


Een rechtbank in hoger beroep gaf de familie Renault gelijk. De foto gaat hierbij. Direct naast Hitler staat Louis Renault, vlak voor de oorlog op de autosalon in Berlijn.De auto is een renault 4, die ook na de oolrog nog verkijgbaar waren. Dit was het eerste model-4, dat geen gelijkenis vertoonde met het model uit de jaren '60.  


De Bond stelt: 'Louis Renault heeft excessief gecollaboreerd met de bezettingsmacht. De Renault-fabrieken hebben gedurende de hele oorlog op volle toeren gedraaid voor het Duitse leger', En: 'De confiscatie was de juiste beslissing, het is extreem choquerend dat dit in twijfel getrokken wordt.' In 2010 veroordeelde de rechter een museum tot verwijdering van een foto van Louis Renault en Hitler op het autosalon in Berlijn uit 1939. Dat was een oorlogsmuseum in Oradour-sur-Glane, waar de nazi's in 1944 een grote massaslachting aanrichtten en het dorp vernietigden.  


Historici

De Franse historicus Henry Rousso, kenner van de Tweede Wereldoorlog, stelt voorzichtig: 'Hoe groot was het aandeel enthousiasme, en hoe groot het aandeel dwang waarmee Renault gewerkt heeft voor de Duitse oorlogseconomie? Dat moet nog onderzocht worden.' 


Andere historici, zoals Denis Peschanski, zijn strenger: 'Peugeot en Michelin hebben contacten aangeknoopt met de geallieerden en het verzet, hebben op intelligente manier sabotage gepleegd in hun fabrieken en heimelijk onderhandeld opdat hun fabrieken niet gebombardeerd zouden worden. Dat kan absoluut niet van Renault gezegd worden.'  Foto rechts: een B-17 boven Bouloggne-Bollancourt, 3 maart 1942. Bij dit grote bombardement vielen 643 doden en ruim 1500 gewonden. Parijs werd over het algemeen niet aangevallen doorde geallieerden, dit was een uitzondering vanwege de waspenproductie van Renault.  TERUG NAAR HOMEPAGE>>>






Yad Vashem trekt nominatie voor Rechtvaardige in  


JERUZALEM, 12-01-2012 - De Israëlische officiële instelling voor documentatie van de Jodenvervolging, Yad Vashem, heeft een nominatie van een Jodenredder ('Rechtvaardige onder de Volkeren') ingetrokken.   Mogelijkerwijs is dit de eerste keer dat zoiets is gebeurd. Daarbij maakt één van de betrokkene geredden in dit geval, mevrouw Eva Weisel uit Los Angeles, in de New York Times duidelijk bezwaar tegen de intrekking.  


Foto rechts: de website van Yad Vashem, hier de pagina over Nederland. 


De Yad-Vashem-onderscheiding is de enige die de staat Israël uitreikt aan niet-Joden die Joden hebben gered. Daarbij moet er sprake zijn geweest van levensbedreigend risico voor de redders en de afwezigheid van geldelijjk gewin.  


Het geval van mevrouw Weisel voldeed volgens haar verslag in eerste instantie aan alle vereisten, en de nominatie kwam dan ook tot stand, in januari 2007. Het ging om een welgestelde boer, die op zijn grote boerderij een tiental Joden de gehele oorlog verborgen heeft gehouden, en hen daarme het leven heeft gered.   De boer ging er na de komst van zijn onderduikers zelfs toe over, nazi-fficieren uit te nodigen om zo de schijn van instemming met de nazi's te wekken. Eén keer gebeurde het, dat twee dronken nazi's bij de schuur kwamen waar mevrouw Weisel en anderen zich verborgen, maar hun gastheer kon de mannen weglokken.  


Nederlandse redders Waar mevrouw Weisel niet op wijst, maar wat vergelijkbaar is, is de Nederlandse consul in Kaunas, in Litouwen, Jan Zwartendijk. Hij schreef illegale visa voor zo'n 6000 Joden uit, voordat de Duitsers dat land binnenvielen - voor hem bestond er evenmin levensgevaar en hij kreeg eveneens een onderscheiding. Ook de grootste Nederlandse Jodenredster, mevrouw Truus Wijsmuller-Meijer, kreeg die onderscheiding, hioewel zij haar reddingswerk vóór de oorlog deed, toen er nog helemaal geen sprak was van levensgevaar. Mevrouw Weisel betoogt nu, dat het feit dat dit zich in Tunesië afspeelde, en de redder een moslim-Arabier was, een rol speelt. De redder, Khaled Abdul Wahab, stierf in 2007.


Hij zou de eerste moslim-Arabier geworden zijn die een onderscheiding van Yad-Vashem kreeg, op basis van de gecontroleerde getuigenis van de zutser van mevrouw Weisel, Anny Boukris. Volgens mevrouw Weisel werd de nominatie daarna opnieuw behandeld omdat de rechter die over de zaak oordeelde, hem terugstuurde naar de selectiecommissie voor een hernieuwde behandeling. Nu waren er twee verklaringen aan toegevoegd, van mevrouw Weisel en van haar nicht Edméé Masliah. Nu echter wees de commissie de aanvraag af, omdat Abdul Wahad volgens dit orgaan geen levensgevaar gelopen had. Mevrouw Weisel wijst erop, dat de diplomaten, zoals de Zweed Raoul Walleberg in Boedpest, evenmin levensgevaar liepen bij hun Jodenreddingenen en toch een onderscheiding hebben gekregen.



Prof Fennema: excuses aan Joden niet nodig  


AMSTERDAM, 11-01-2012 - De regering hoeft geen excuses te maken aan Nederlandse Joden wegens Jodenvervolging. Dat stelt hoogleraar dr Meindert Fennema (foto rechts), politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam, in een ingezonden stuk in de Volkskrant van gisteren. Hij vindt wel dat de Nederlandse regering in Londen te laat en te slap stelling nam tegen de Jodenvervolging.


Fennema bekritiseert in zijn stuk de Joodse historica Selma Leydesdorff. Zij prees enkele dagen terug in de Volkskrant koningin Beatrix. Koningin Beatrix maakte excuses in 1995 in de Knesset in Jeruzalem voor de slapheid van de regering.


Zij verontschuldigde zich toen voor de grote aantallen Nederlanders die zich tijdens de oorlog daadwerkelijk bij de Jodenvervolging hadden ingespannen, zoals gemeente-ambtenaren, trambestuurders, politiemensen, treinpersoneel.


Opvallend is, dat nergens in deze dicsussie naar voren komt dat Nederland tevens het land is dat verreweg de meeste Joden heeft gered, zoals blijkt uit cijfers van Yad Vashem, de Israëlische staatsinstelling die de Jodenvervolging documenteert en onderscheidingen uitreikt aan Jodenredders.


Bedreiging

Fennema voert ook het PVV-kamerlid Richard de Mos op als indirect slachtoffer van antisemitisme, omdat De Mos kamervragen stelde over anti-semitische leuzen in het ADO-stadion en als gevolg daarvan met de dood werd bedreigd. Het is opvallend dat Fennema hier een kamerlid van een onverdraagzame en discriminerende politieke beweging in zijn argumentatie gebruikt.


Verder stelt Fennema dat pas in mei 1943 de Londense regering een duidelijke instructie gaf aan Nederlandse ambtenaren in bezet Nederland, dat zij niet mochten meewerken aan de deportatie van Joden. De regering schreef dit na een commentaar van verzetslheld L.H.N. Bosch ridder van Rosenthal. Maar toen was het voor de meeste Joden al te laat. Mevrouw Leydesdorff  is geen voorstander van excuses aan Joden en neemt genoegen met de excuses van koningin Beatrix uit 1995. Zij verwijst ook naar het Demjanjuk-proces, waarvoor zij adviseur was van de aanklagers.


De Nederlandse overlevende en mede-aanklager Jules Schelvis eiste daar wel schuldigverklaring, maar geen vrijheidsstraf - zoals hij stelde, uit menselijkheid. Zij stelt tevens: "Het moet nog eens worden opgeschreven: "In geen westers land is zo'n hoog percentage van de Joden omgekomen als in Nederland." Dat wordt echter bestreden door de cijfers: in Duitsland zelf, in Oostenrijk en in Luxemburg kwamen evenveel of een hoger percentage Joden om. Maar die bewering van mevrouw Leydesdorff lijkt eveneens eenzijdig in het licht van de cijfers van Yad Vashem. Daarnaast is nog van belang, dat een aantal invloedrijke Nederlanders zich zeer hebben ingespannen om Joden te redden, onder hen bijvoorbeeld 'tante Truus'  Wijsmuller-Meijer, die een leidende rol speelde in het redden van zo'n 10.000 Joodse kinderen uit Duitsland en Oostenrijk.


In 2005 beschreef premier Balkenende, op een officieel bezoek aan Jeruzalem de houding van veel Nederlanders tegenover de Joden tijdens de oorlog met de woorden 'onverschilligheid, kilheid en verraad'. De deportatie van de Nederlandse Joden noemde hij 'een pikzwart hoofdstuk in de historie van mijn land'. Balkenende zei destijds verder volgens de Violkskrant: 'Tot onze schaamte was het de Tweede Wereldoorlog en de shoah die ons Europeanen leerden dat er universele waarden zijn die we nooit mogen opgeven. Vrijheid. En respect voor de menselijke waardigheid. Gelijkheid en solidariteit.'


Prof Fennema publiceerde in 2010 een kritische biografie van Geert Wilders. In 2007 verscheen zijn biografie (samen met John Rhijnsburger) van Hans Max Hirschfeld, de half-joodse secretaris-generaal van economische zaken tijdens de oorlog. Prof Fennema is sinds 2002 hoogleraar Migratie en etnische studies, in het bijzonder de politieke theorie, de politieke gevolgen van immigratie en de inburgering van immigranten in hun land van vestiging, aan de UvA. Hij is werkzaam aan het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies (IMES) van de UvA. Fennema schreef talloze boeken en artikelen over anti-immigratiepartijen in West-Europa en publiceerde over elites en democratie. 


De premier maakte later duidelijk dat hij meende met deze woorden een diepe buiging te hebben gemaakt naar de Joden in Nederland tijdens de bezetting. Officiële excuses heeft de staat echter nooit gemaakt. Zowel de Nederlandse als Koreaanse parlementen wensen nog steeds officiële excuses van de Japanse regering voor de dwangprostitutie tijdens de oolrog. Zowel Koreaanse, Nederlandse als Indonesische vrouwen (destijds burgers van het koninkrijk der Nederlanden) waren daar slachtoffer van en enkele tientallen van hen, wellicht hoderden overleven nog. Koreaanse slachtoffers wensen uitdrukkelijk excuses en een schadevrgoeding van de Japanse staat.


Zie ook pagina Troostmeisjes >>>




 

De Hond vraagt niet-Joden mening over excuses aan Joden  


AMSTERDAM, 8-1-2012 - Mogelijk tweederde van de Nederlanders, in overgrote meerderheid bestaand uit niet-Joden, vindt het onnodig dat de regering alsnog na 70 jaar haar excuses aanbiedt aan Joden over het negeren van de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog.  


Dat bleek uit een peiling van Maurice de Hond via Peil.nl op zaterdag, de Joodse sabbat, wat deelname van gelovige Joden uitsluit. Bij de peiling is niet gevraagd of niet-Joden hierover überhaupt wel een oordeel kunnen geven, of dat zij dit moeten overlaten aan de betrokkenen.  


De Hond is zelf van Joodse afkomst. Het is niet duidelijk hoe hij zelf over de excuses denkt. Binnen de Joodse gemeenschap lijkt er bij een flink aantal Joden wel belangstelling voor te bestaan, zoals ook duidelijk wordt uit het aandringen op deze excuses door het Auschwitz Comité. Een probleem blijft echter, dat het vrijwel altijd neerkomt op kunstmatige en afgedwongen excuses.  

 Enkele bekende politici pleitten eerder deze week na aandrangh van het Auschwitz Comité voor deze excuses in een reactie op het boek Judging the Netherlands van Manfred Gerstenfeld. Daarin stellen Gerrit Zalm en Els Borst dat de regering in ballingschap tijdens de Duitse bezetting op dit punt tekort schoot, inclusief koningin Wilhelmina, en dat er excuses moeten komen.  


Opvallend bij de uitkomsten van de peiling is dat er bij de PVV-aanhang de grote tegenstand tegen afwijziing van ezxcuses lijkt te bestaan. Bij de meest uitgesproken politeke tegenstanders van de PVV, D66, is het aantal voorstanders relatief het grootst, 32% tegen 28% bij de PVV. Ex-minister Borst van D66 kwam deze week in het nieuws vanwege haar aandringen op excuses.  


De tegenstand is bij VVD-ers het grootste, namelijk 75%. Dat is opmerkelijk, omdat juist een ex-VVD-minister, Zalm, er op aandrong. Gemiddeld 27% ut alle partijen van de Nederlanders stemt in met excuses aan de Joden.  


Opmerkelijk is ook dat niet de ouderen - die over het algemeen de beste kennis van de oorlog hebben - de grootste voorstanders zijn van excuses, maar de groep 45-54 jarigen, kortweg te omschrijven als rijpe, verantwoordelijke volwassenen. De grootste aarzeling bestaat onder de groep 35-44 jarigen, die 9% scoort op het punt 'weet niet'. tegen 4% bij de oudsten.  







 'Adi' Hitler als jochie bijna verdronken in Passau


PASSAU, 6-01-2012 - Volgens een pas herontdekt krantenknipsel uit de Beierse Donauzeitung was Adolf ('Adi') Hitler bijna verdronken als vierjarige. Hij werd echter gered door een even oud vriendje, later een lokale priester in Passau in Beieren, waar Hitlers ouders en hij toen woonden. Hitler zakte waarschijnlijk begin januari 1894 door dun ijs op de rivier de Inn.  


Inwoners van Passau beweerden al langere tijd dat het verhaal over de redding door de latere priester klopte. Hitler werd op 20 april 1889 geboren en verhuisde met zijn ouders als 3-jarige naar Passau. Het krantenknipsel uit januari 1894 uit Passau beschrijft in detail hoe een kind - volgens historici Adolf Hitler - werd gered uit de rivier de Inn. Het geredde kind wordt niet met name niet genoemd in het knipsel, dat werd ontdekt in een Duits archief.   Maar het komt overeen met een verhaal verteld door priester Max Tremmel in Passau in 1980. Hij zei dat zijn voorganger Johann Kuehberger hem vertelde dat deze Hitler gered had toen de latere massamoordenaar een kind was.  



Text knipsel  

De Donauzeitung schrijft letterlijk in het knipsel:   " PASSAU, 9 Jan. Die "Donau-Ztg." erhält folgende Notiz: Am verflossenen Sonntag wurde ein Knabe gerade noch rechtzeitig vor dem sicheren Tode des Ertrinkens gerettet.   Derselbe betrat am Inn unterhalb des Garnisons-Lazarethes neu gebildetes Eis und brach durch.   Glücklicherweise konnte er von seinen behertzten Kameraden gerettet werden. Die Eltern möchten soviel an ihren liegt daher recht vorsichtig sein und ihren Kindern nur das Betreten eines ganz sicheren Eises erlauben.   "

Merkwaardig aan dit verhaal is, dat Kühberger en Hitler volgens de Beierse Regiowiki in hetzelfde jaar geboren werden, en Kühberger dus ook een jongetje van 4 was. Het knipsel vermeldt echter dat de kleine 'Adi' door zijn 'kameraadje' gered werd. Kühberger woonde toen volgens de berichten toen in hetzelfde gebouw als Hitler.  


Inwoners van Passau, waar Hitler toen enkele jaren opgroeide en zijn Beierse accent aanleerde, beweerden ook dat de priester de waarheid sprak. Het verslag van het incident bleef onbevestigd tot voor kort het artikel ontdekt werd.

De latere priester moet in het water gesprongen zijn om Hitler, die niet kon zwemmen, te redden. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de priester als jongetje zelf wel kon zwemmen op zijn vierde - zwemonderwijs was er destijds nauwelijks en al helemaal niet in streken ver verwijderd van de kust en aan jonge kinderen. Anna Elisabeth Rosmus, een Duitse schrijfster die in Passau woont, zei dat het verhaal bekend is bij de meeste inwoners van de stad. "Iedereen in Passau kende het verhaal. Enkele van de andere verhalen over hem waren dat hij nooit had geleerd om te zwemmen en een bril nodig had, 'schreef ze.  


"In 1894, tijdens het spelen met een groep andere kinderen, viel Adolf in de rivier. De stroming was erg sterk en het water ijskoud, het stroomt rechtstreeks uit de bergen . Gelukkig voor de jonge Adolf, was de zoon van de eigenaar van het huis waar hij woonde in staat om hem op tijd  eruit te trekken en redde zo zijn leven. " Hitler vertelde zijn generaals wel dat hij cowboys en indianen speelde aan de oevers van de rivier, maar heeft nooit verteld dat hij erin was gevallen.  De Bayerische Rundfunk zendt op zaterdag  14 januari een programma van een uur over het voorval uit op Bayern 2, van 8.05 tot 9.00 uur.





Oud-ministers vragen ook om excuses aan Joden


AMSTERDAM, 5-01-2012 - Ex-politici Gerrit Zalm en Els Borst vinden dat koningin Wilhelmina een 'slappe houding' had tijdens de oorlog. Dat zeggen zij in een boek over de rol van de Nederlandse regering in ballingschap.   De twee oud-ministers vinden ook dat de regering haar excuses zou moeten aanbieden voor deze houding ten opzichte van de Jodenvervolging.


Zij stellen dit in het boek  'Judging the Netherlands' van de Israëliër dr Manfred Gerstenfeld, dat een half jaar geleden in Jerusalem verscheen. Pas nu is de uitlating opgemerkt, vanwege de hernieuwde belangstelling voor de Auschwitz-herdenking op 27 januari.   Gerstenfeld zit sinds 2000 het Jerusalem Center for Public Affairs voor, dat het boek publiceerde. Hij stelt dat koningin Wilhelmina en het kabinet-Gerbrandy zich passief opstelden wat betreft de Jodenvernietiging.


Koningin Wilhelmina had volgens Gerstenfeld in haar toespraken elke keer „met moreel gezag”  moeten oproepen om Joodse landgenoten te beschermen, zei Borst woensdag. „Dat heeft ze laten liggen. Omdat ze niet wilde of niet mocht, dat weet ik niet. Maar ze deed het niet.”   Zalm en Borst zeggen over Wilhelmina, die destijds 5 jaar in Londen verbleef, dat de Jodenvervolging haar weinig bezighield. Volgens de twee auteurs zou dat wel anders zijn geweest als er katholieken of gereformeerden naar Duitsland werden gedeporteerd.


Zalm en Borst borduren voort op eerdere studies, onder meer die van Nanda van der Zee, 'Om erger te voorkomen', die uiterst kritisch is over de gereing in Londen en Wilhelmina's rol daar.  De Rijksvoorlichtingsdienst gaat niet in op het boek en het noemen van Wilhelmina's naam. Wel wijst de dienst er volgens het ANP op dat het kabinet inmiddels vragen van het kamerleden vanwege brieven aan de Tweede Kamer van het Nationaal Auschwitz Comité zorgvuldig zal beantwoorden. 


'Om erger te voorkomen' van Nanda van der Zee uit 1997, baarde destijds nogal opzien en verscheen in ruim tien drukken . De ondertitel van het boek luidt: "De voorbereiding en uitvoering van de vernietiging van het Nederlandse jodendom tijdens de Tweede Wereldoorlog'.   Van der Zee stelt letterlijk: "Tijdens de oorlog heeft koningin Wilhelmina niets wezenlijks voor de Joden gedaan, en na de oorlog ook niet, trouwens." Dit ondanks herhaalde brieven van Juliana uit Canada, die wel ernstig verontrust was door de Jodenvervolging.  


Ook tien jaar na de abdicatie, dus in 1958, was Wilhelmina's inzicht niet gegroeid, want toen zei zij volgens Van der Zee: "Al die brave mensen die altijd bij mij op audiëntie kwamen en die nu verdwenen zijn."  


Wel had Wilhemina vóór de oorlog regelmatig interesse getoond voor Joodse Nederlanders, en had bijvoorbeeld de Grote Synagoge en Jooodse instellingen bezocht in 1933, het jaar van haar 35-jarig regeringsjubileum. De Joden waren over het algemeen zeer Oranjegezind.  


In het boek 'Tegen beter weten in' van Ies Vuijsje uit 2006 over de vraag wanneer in in hoeverre de Jodenvernietiging bekend was, toont deze glashard aan dat de Nederlandse regering in Londen al vroeg wist van de Jodenvernietiging en van de schaal daarvan.   Op 12 december 1942 meldde Radio Oranje vanuit Londen volgens Vuijsje: 'Over het plan van Hitler, het gehele Jodendom uit te roeien, schreef vandaag The Times:


"Er zijn ook in het verleden progroms geweest. Maar een progrom op deze schaal van koude berekenende wreedheid vindt zijn weerga niet in de geschiedenis." '  







Auschwitz-comité vraagt excuses van regering voor houding bij Jodenvervolging  


AMSTERDAM - 4-01-2012 - Het Nederlands Auschwitz Comité wil dat er alsnog excuses komen voor de „passieve houding" van de Nederlandse regering in Londen in de Tweede Wereldoorlog wat betreft de Jodenvervolging. Het Comité wil ook dat de regering Holocaust Memorial Day (27 januari) erkent als officiële gedenkdag. Officiële excuses voor wandaden tijdens of in de oorlog komen nog steeds regelmatig aan de orde. Ook Nederlandse slachtoffers van de Japanse ontrechting en terreur tijdens WO2 hebben onlangs opnieuw op officiële excuses van dat land aangedrongen.  


Nederland maakte drie weken terug zijn officiéle excuses aan de overlevende familieleden van tijdens de koloniale oorlog ('politionele acties') vermoorde Indonesiërs uit het dorp Rawagede.  


Theoloog en excuses

Volgens een theoloog is die afwijzing van excuses door Selma Engel - en niet door haar alleen - mogelijk terug te voeren op een verschil tussen de Christelijke en de Joodse cultuur. In de christelijke cultuur, gebaseerd op het Nieuwe Testament van de bijbel, wordt veel nadruk gelegd op eeuwige vergeving tussen mensen en de vergevende en liefdevolle Christus:  'Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen' (Joh. 8:7)  


Vergeven: ´Geen zeven keer, maar zeventigmaal zeven keer!´, als Jezus' antwoord op Petrus' vraag: “Heer, hoeveel keer zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe?" ” (Mat 18:21-35)   een aanvaller moet men 'de andere wang toekeren' (Lucas 6:29)   de parabel van de verloren zoon (Lucas 15:1-10).die na een liederlijk leven oprecht vergeving aan zijn vader vraagt, en deze onmiddellijk en onvoorwaardelijk krijgt. Wraak is volgens de Christelijke leer daarom uit den boze. Hitler had een afkeer van deze leer, zo benadrukt deze dominee. Hitler kende ook geen enkele vergevingsgezindheid en beschuldigde de gehele wereld, behalve Japan en Italië, ervan erop uit te zijn hem en zijn land te willen nekken.


Hitler weigerde ook symptomatisch de hand in eigen boezem te steken. Maar het Oude Testament, waarop de Joodse cultuur is gebaseerd, is volgens de dominee juist het boek van de wraaklustige God, die zijn volk keer op keer streng straft voor wangedrag en zoenoffers eist. Toch wil de theoloog er wel voor waarschuwen dit stempel niet op alle Joden van toepassing te verklaren.  


De theoloog wijst er verder op, dat de PVV over het algemeen overkomt als onchristelijk, omdat de partij niet tot welke vorm van vergeving bereid lijkt en uitsluitend beschuldigt, zonder ooit de hand in eigen boezen te willen steken ('hij die zonder zonden is...')..


De overlevende Koreaanse 'troostmeisjes' hebben twee weken terug bereikt dat hun regering bij de Japanse regering ging aandringen op officiële excuses, de de weinige overlevende vrouwen nog steeds wensen. Deze vroujwen en hun aanhangers demonstreren al jaren voor de Japanse ambassade in Seoul en hebben daar twee weken terug nu ook een bronzen beeldje van een treurig troostmeisje laten plaatsen.


Opmerkelijk is dat het comité op dit punt van de excuses het woord neemt nadat de PVV op de excuses aandrong, toch een partij die anders dan het Auschwitz-comité, uitdrukkelijk discriminatie voorstaat en belijdt. Het comité vindt volgens voorzitter Jacques Grishaver (foto rechts) echter al jaren dat excuses op zijn plaats zijn, zo zei Grishaver vandaag. De PVV liet gisteren bij monde van Geert Wilders weten dat die excuses er nu wel eens mogen komen. Het Auschwitz Comité heeft geen afstand van de PVV genomen.  


Voorzitter Grishaver riep al eerder op tot algemene excuses voor de behandeling met de Jodenvervolging toen voormalig minister Ab Klink op 12 april 2010 zijn spijt betuigde aan Sobiboroverlevende Selma Engel-Wijnberg.   Zij kwam na de oorlog terug in Nederland met haar Poolse man, maar die mocht niet in Nederland blijven. Mevrouw Engel emigreerde toen met hem naar Canada. Zij wees de excuses af, omdat zij vond dat die te laat kwamen.  


De Holocaust Memorial Day op 27 januari is nu al de dag waarop internationaal en in Nederland Auschwitz herdacht wordt. Maar het comité vraagt nu wel dat de regering deze dag erkent als officiële gedenkdag.  


Daarin krijgt het comité steun van o.m. het internationale Auschwitzcomité in Warschau, en van diverse Joodse groepen en instellingen in de VS, zoals het US Holocaust Museum, die deze opvattingen al langer aanhangen. ITF Nederland is lid van de Task Force for International Cooperation on Holocaust Education, Remembrance and Research (ITF), een groepering van 28 Europese landen en de VS die zich internationaal inzet voor de herdenking van de Jodenvervolging en voor educatie op dat gebied. Dit jaar is Nederland eveneens voorziztter. De jaarvergadering vond vorige maand plaats in Den Haag.

Deze instelling is opgericht door de premier van Zweden, Göran Persson op 27 januari 1999 via de Overeenkomst van Stockholm. Nederlandse vertegenwoordiger bij de ITF is Marcel Floor (foto rechts), hoofd afdeling Oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Floor heeft zich eerder positief uitgelaten over een officële herdenking, maar zo'n besluit kan alleen de regering nemen. Dit jaar is Nederland voorzitter van de ITF.


Vorig voorjaar heeft het Auschwitz Comité de vraag naar een officiële herdenking aan de Tweede Kamer voorgelegd, en deze heeft de vraag doorgestuurd naar de regering, in casu het ministerie van VWS. Centraal Joods Overleg Secretaris Ruben Vis van het Centraal Joods Overleg zei in een reaktie tegen het ANP dat „excuses maken iets is dat uit de regering zelf zou moeten komen." „Komen er nu oprechte excuses, dan is dat rijkelijk laat. Niettemin zijn oprechte excuses er om geaccepteerd te worden." 


Vis stelt dat „het gevoel binnen de naoorlogse Joodse gemeenschap is en was: de Nederlandse regering in Londen heeft zich te weinig, te laat en te weinig krachtig ingezet tegen de deportaties." Dat beeld rijst volgens hem ook uit onderzoek.   Ongeloof Binnen Joodse kringen bestond veel argwaan en ongeloof toen in de loop van 1942 de eerste berichten over vernietigingskampen doorkwamen. Onder Joden bleek volgens bijvoorbeeld het stdaardwerk van dr L. de Jong over de oorlog, 'het Koninkrijk', grote verdeeldheid endeels ongeloof te bestaan, net als bij andere Nederlanders en geallieerden.  


De Joodsche Raad van Amsterdam bijvoorbeeld, wilde er geen geloof aan hechten en het bericht niet doorgeven. De JR wilde bovendien geen actie ondernemen op de berichten. Sommige andere Joodse raden in Nederland deden dat weer wel, zoals die in Enschede, waar relatief minder Joden slachtoffer van de vervolging werden. 



















 

 

                                                     

 

I  N  D  E  X

Scroll naar beneden om de artikelen te lezen



13-11-2012
WO2-zoekmachine oorlogsbronnen.nl uitgebreid


12-11-2012

Laatste Londense herdenking voor veel veteranen


10-11-2012

Rus wil geboortehuis Hitler laten slopen


7-11-2012

Canadese militairen op Memorial Sunday naar ereveld Groesbeek

Clive Dunn - corporal Jonesy - van Dad's Army overlede
n


7-11-2012

J. Greshoff-prijs voor 'Nazi te Venlo' van Lucas Hüsgen


3-11-2012

VS schond rechten Italiaanse burgers tijdens WO2


2-11-2012

Osnabrück evacueert 15.000 mensen wegens bom


1-11-2012

James Bondfilms 50 jaar: Nederlandse agent als inspiratie

Catalogus van ontsnappings-hulpmiddelen ontdekt


31-10-2012

100ste geboortedag van filosoof Jean Améry


Bisdom Den Bosch excuseert zich voor kerkdienst in Geffen


30-10-2012
Bibliotheken schenken 610.000 omstreden oorlogsromans 'Damokles' aan leden


29-10-2012

Polen willen ook monument in Duitsland


Tentoonstelling `Beschadigd België' geopend in Algemeen Rijksarchief

Canadese dodenherdenking in NL dit jaar op precies 11 november


25-10-2012

Kritiek op ´moderne´ dodenherdenking neemt toe

'Auschwitz-fotograaf' Brasse overleden (94)


20-10-2012

Donald 60, maar toch al

actief in 1943


15-10-2012
Kritiek op ´moderne´ dodenherdenking neemt toe


Monument voor nazi-legerdeserteurs komt toch in centrum Wenen

12-10-2012
Churchill-documenten tegen betaling online te zien

Oorlogsbom in Potsdam: 11.000 evacués

11-10-2012
EXCLUSIEF
Veel Grieken willen nog altijd genoegdoening van Duitsland

10-10-2012
Polen willen erkenning voor hun rol bij Enigma code-kraak

08-10-2012
Duitse tv-serie over Hitler op komst

29-09-2012
Paul Kalma uit kritiek op mythologisering van verzet en oorlog

27-09-2012
Doodencel in Scheveningen wordt in 2014 apart museum

25-09-2012
Neonazi valt Polen in Hamburg aan bij herdenking

21-09-2012
Onbekende pasfoto's aan Stadsarchief geschonken

Resten van mogelijk SS-ers gevonden in Westerbork

20-09-2012
Oorlogsspion en verzetsman d'Aulnis overleden

18-09-2012
Vijf vermoorde kinderen begraven in Hamburg

13-09-2012
VS en GB verborgen waarheid Katyn

17-07-2012Falende Duitse justitie veroordeelde in 50 jaar 500 nazi's - 10 per jaar

10-07-2012
Onbekend filmscript van De Jong over agent Lodo van Hamel aangetroffen

09-07-2012
Vlissingen ontwikkelt gebied voor herdenking WWII

02-07-2012
Yad Vashem toegeeflijker tegenover paus Pius XI

25-06-2012

Veiling van documenten van nazi-militairen met Nederlandse banden


22-06-2012

Turings 100ste verjaardag grote herdenking voor Bletchley Park


15-06-2012

Documentaire over laatste Nederlandse nazi's


13-06-2012

Scenarioschrijfster gevonden voor film Bankier van het Verzet


Gratie op komst voor Ierse deserteurs uit WO2


12-06-2012

Rode baretten herdenken invasie D-Day


07-06-2012

Elftal onder de indruk van Auschwitz


06-06-2012

President Hollandes eerste D-Day: bezoeken aan Ranville en Caen


01-06-2012

NIEUWE BIOGRAFIE:
Feldmeijer was Musserts voornaamste rivaal, niet Rost

31-05-2012

MEDAILLES VOOR  2  OORLOGSHELDEN
Obama glijdt uit over 'Poolse' doodskampen

25-05-2012

Volk en Vaderland in november op website Kon. Bibliotheek

21-05-2012

Myanmart wil Burma-spoorlijn heropenen


'Verrijkt' Koninkrijk der Nederlanden

20-05-2012

Bevrijdingsmuseum viert 25 jarig bestaan met extra activiteiten

19-05-2012

Andere Tijden zondagavond: Gewapend verzet

Wallenberg transporteerde Joods goud

17-05-2012

Colombo-tragedie: nieuwe nabestaande klaagt mee

16-05-2012

Velser Affaire: onderzoek volgend jaar klaar

Bommen uit Gilze-Rijen vandaag in Oirschot opgeblazen

14-05-2012

Woestijnvondst van Kittyhawk uniek


28-04-2012

Waffen-SS-er waardeert SS-gedicht Dam


Eerbetoon aan onderduikgevers Willem en Diny Geurink

 

Gé Reinders herdacht zijn moeder met optreden in kamp Ravensbrück

 

27-04-2012

Kritiek van NIOD op keuze SS-gedicht

 

26-04-2012

Nat. Comité 'verbijsterd' door kritiek CIDI op SS-gedicht

 

23-04-2012

Minister Van Bijsterveldt spreekt op 4 mei bij Homomonument

 

22-04-2012

Congres van D66 wil Duitse deelname op Dam op 4 mei

 

20-04-2012

Ambassadeur Georgië bij eerste herdenking executies Georgiërs

 

19-04-2012

Bloedige 'Russenoorlog' Texel heeft eigen historische site

 

11-04-2012

Nieuwe serie bij Omroep MAX: Vrouwen in Oorlogstijd

 

6-04-2012

VREEMDE  CONCLUSIE  COMITÉ  4  EN  5  MEI 

Kennis van WO2 zou afnemen

 

30-03-2012

Rode Kruis start onderzoek naar haar omstreden rol in WO2

 

28-03-2012

Duitse desertieoproep uit 1945 ontdekt in Bussum

 

24-03-2012

Hilversum start met Bill-Mincolezing op 4 mei

 

23-03-2012

Opsporing van familieleden van begraven Russen in Leusden nadert einde

 

22-03-2012

Onderzoek defensie naar verzetsgraf in Drunense Duinen leidt tot misverstand

 

16-03-2012

Charlotte Fontijne wint dichtwedstrijd bevrijdingsfeest

 

15-03-2012

Nederlands verzet en collaboratie kenden duizenden varianten

 

10-03-2012

Liberation Route Brabant geopend

 

9-03-2012

Vrijwilligers Vught zorgen voor inrichten Barak 1B

 

6-03-2012 

VN-archief oorlogsmisdaden moet open

 

5-03-2012

Duitse bijeenkomsten

en expositie over dwangarbeid

 

29-02-2012 

W.F. Hermans meldde zich voor Arbeitseinsatz, maar ging niet

 

Expositie over val van Indië in Bronbeek

 

28-02-2012

Nazi-jaagster Beate Klarsfeld genomineerd voor Duits presidentschap

 

27-02-2012

Herdenking succesvol Duits Rosenstrasse-protest tegen deportatie

 

 

25-02-2012

Duitser jaagt op ontsnapte

SS-er Siert Bruins

 

23-02-2012

Duits proces tegen holocaust-ontkennende bisschop moet over

 

20-02-2012

Hitler kreeg waarschijnlijk zoon bij Française van 16

17-02-2012

Le Pen krijgt forse straf voor vergoelijken WO2

14-02-2012

Colditz: documentaire over ontsnapping per zweefvliegtuig

 

13-02-2012

In Memoriam: boek en expositie over vermoorde Joodse kinderen

 

Russen schermen geschiedenis Duitse eenheden af

 

11-02-2012

Opschudding door VS-mariniers met SS-vlag

  

07-02-2012

WO2-archief Franse spoorwegen eindelijk naar holocaust-instellingen

 

04-02-2012

Süskind al binnen 2 weken 'gouden' film

 

03-02-2012

Duitse staat immuun voor aanspraken uit oorlog

 

 

02-02-2012

Schatjagers vinden in Brits vrachtschip $ 3 miljard aan platina

 

30-01-2012

Bezoek Kamp Vught licht gestegen in 2011

26-01-2012

Schotse Jodenredster in Boedapest herdacht

 

25-01-2012

Staatssecretaris wil geen aparte nationale Auschwitz-dag

25-01-2012

Duitse jongvolwassenen kennen Auschwitz niet

20-12-2012

Vermoorde soldaten van Tarakan herdacht in Loenen

19-01-2012

EenVandaag voor Duitse rechter na klacht SS-er

Polen zoekt exploitant voor Hitlers hoofdkwartier

'Wolfsschanze'

17-01-2012

Nethanyahu gaat verzetsheld Van Hulst huldigen

Britse uitgever brengt opnieuw Mein Kampf in Duitsland

16-01-2012

Oorlogskenner en verzetsheld Schöffer overleden

13-01-2012

Kleinkinderen van collaborateur Renault krijgen fabriek niet terug

12-01-2012

Yad Vashem trekt nominatie voor Rechtvaardige in

Prof Fennema: excuses aan Joden niet nodig

08-01-2012

De Hond vraagt niet-Joden mening over excuses aan Joden

06-01-2012

'Adi' Hitler als kind bijna verdronken in Passau


05-01-2012

Oud-ministers vragen ook om excuses aan Joden

04-01-2012

Auschwitz-comité wenst excuses van regering over houding bij Jodenvervolging