Skip to main content

...............................................................................................................

.......................................................
NIEUWS WO2
ACHTERGRONDEN
Achtergronden 2014
Achtergronden 2013
Achtergronden 2012
Achtergronden 2011
Aanslagen op Hitler
10 vragen over de oorlog
Boekenlijst WO2
Boere: Aken-blog
Churchill
Curaçaose stakers 1942
D-day 2014
Dossier Vorden 2013
Dossier Wulff en Gauck
Gauck niet-Faber wel
Euthanasie
Februaristaking
Gauck PERS
Geschiedvervalsing
Grijs verleden
Herzberg-lezing
Hilversum oorlog
Koninkrijk - De Jong
Market Garden 2014
Mein Kampf h1
Mein Kampf h2
Mgr Lampert: onthoofd
Rode Kruis
Roofkunst
Roofkunst links
Troostmeisjes
Verliezen WO2 per land
WO1 - De machine
Colofon
70 jaar bevrijding
Onderduyik
Churchill pers
BEZETTING NL
CURIOSA VAN DE OORLOG
DOSSIER KLAAS FABER
DOSSIER MARKTPLAATS
FOTO'S
JODENVERVOLGING
LANDOORLOG
LUCHTOORLOG
OORLOGSDAGBOEK
OVERZICHT WO2
VANDAAG GEBEURD
ZEEOORLOG
Memobord gastenboek
Indie-45-50
marktplaats-fotos
Leestafel
marai
INDEPERS
 N I E U W S  -   W O 2  . T K 

 





 A   C   H   T   E  

 G  R  O  N  D  E  N 

          W O - 2           
   2  0  1  5 - 1 6 - 1 7
 




 


  V E R V O L G    V A N    V O O R P A G I N A 


Executie eerste geheim agent in WO-2 in Nederland herdacht


door Redactie Nieuws-wo2.tk

HILVERSUM, 17-06-2016  - Donderdag 16 juni is herdacht de 75ste sterfdag van de eerste geheim agent die in Nederland gedropt werd uit Engeland, luitenant ter zee  Lodewijk van Hamel.


De herdenking vond plaats op de executieplek op de Bussummerheide in Hilversum, waar een groot houten kruis voor hem en vier andere daar geëxecuteerde verzetsmensen staat.


Aan de herdenking namen deel vertegenwoordigers de Nederlandse krijgsmacht, van het civiele bestuur en enkele burgers. Er werden bloemen gelegd om dit feit uit 1941 te gedenken. Het wasook  de eerste executie van een militair in het Gooi.


Aan deze plechtigheid namen deel o.m. luitenant-kolonel der Marechausse M.E. Dieters, namens de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, verder Anne Visser, raadslid van de gemeente Laren, en de Bussumse Linda Theebe-Fisser, die een 'Lieux de mémoire' schreef. De herdenking was een initiatief van de oorlogsjournalist Arthur Graaff uit Bussum, die de intieme plechtigheid leidde. Hij kent het monument goed omdat hij in Bussum woont, niet ver er vandaan.


Lodewijk van Hamel (1915-1941) was luitenant-ter-zee tweede klasse van de Koninklijke Marine. Hij was naar Engeland uitgeweken en was betrokken bij de evacuatie van de Britse troepen uit Duinkerken in mei 1940 en had zich daar onderscheiden.


Zie ook: http://www.gooisemereninformatie.nl/homepage/activiteiten/445-herdenking-75ste-sterfdag-van-rmwo-lodewijk-van-hamel


Eind augustus 1940 werd Van Hamel, na een opleiding,  vanuit Engeland als eerste Nederlandse geheim agent gedropt in Nederland. Zijn taak was militaire inlichtingen te verzamelen en door te seinen. Hij had daarvoor een zender bij zich, die echter bij de landing beschadigd was.


Foto rechts: de bloemlegging bij het kruis. Vlnr: raadslid Visser uit Laren, lt-kol Dieters namens de Inspecteur-gen der Krijgsmacht, Arthur Graaff, organisator.

Uit een video van Menke de Groot, www.nederlandsekrijgsmacht.nl


Van Hamel vond met enige moeilijkheden diverse adressen om als zendstation te gebruiken. Na tien dagen ging de zender opnieuw kapot, maar kon gerepareerd worden dor een jonge Amsterdamse radiotechnicus.


Deze bleef daarna aan de groep van Van Hamel verbonden. Van Hamel wierf intussen meer mensen, onder wie een jonge telegrafist. Ton Buys, de radiotechnicus uit Amsterdam, bouwde een tweede zender. Van Hamel stichtte vier illegale groepen. Half september had Van Hamel zijn eerste doelen verwezenlijkt en wilde terug naar Londen voor overleg.


Na veel moeilijkheden kwam hij overeen met Londen dat hij opgehaald zou worden door de latere generaal Schaper met een watervliegtuig vanaf het Tjeukemeer in Friesland.


Uiteindelijk werd het half oktober voordat het ophalen zou plaatsvinden. Van Hamel en zijn mede-agent Hers en drie anderen moesten echter twee dagen zogenaamd als vogelkenners bij het Tjeukemeer op het vliegtuig wachten wegens slecht weer. Ze werden door plaatselijke bewoners opgemerkt die de veldwachters alarmeerden. Van Hamel en zijn metgezellen werden gearresteerd. Het vliegtuig kwam de nacht daarop nog één maal, maar werd nu door de Duitsers beschoten.



Het is nog onduidelijk of er volgend jaar opnieuw een herdenking op deze executieplek zal plaatsvinden.

Dat hangt volgens Graaff ook af van de familie Van Hamel.

Gezien het feit dat het om de eerste militair gaat die in Nederland gedropt werd, en die bovendien de hoogste onderscheiding heeft, en de eerste marineman die deze onderscheiding tijdens WO-2 verkreeg, moet er ook nog overleg plaatsvinden met de marine of er van die kant belangstelling bestaat om Van Hamel te herdenken op die plaats.

Door toevallige omstandigheden was het organisatorisch nu te kort dag om een vertegenwoordiger van de marine te laten deelnemen.

 
Van Hamel werd naar de Scheveningse strafgevangenis overgebracht en daar wekenlang gemarteld door de Sicherheitsdienst. Ondanks dat gaf Van Hamel geen inlichtingen prijs. Hij werd ter dood veroordeeld en ruim acht maanden later gefusilleerd.

Zijn broer Gerard nam zijn werk over, maar werd ook gesnapt en kwam eveneens om. Daarmee verloor het gezin Van Hamel hun beide zonen. Een dochter overleefde de oorlog..


Van Hamel verkreeg postuum voor verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en zijn moedige houding tijdens zijn proces de Militaire Willemsorde. Dat is de hoogste militaire onderscheiding van Nederland.


Voor zover bekend is dit de eerste maal dat Van Hamel op deze plek apart wordt herdacht.


Er was eerder die dag ook een herdenking in Baarn, waar zijn ouders een monument voor hem en zijn eveneens in het verzet werkzame en eveneens omgekomen broer Gerard, staat. Dat monument is geadopteerd door een Baarnse basisschool die het op zich heeft genomen jaarlijks een herdenking te houden. Daaraan nemen ook leden van de familie Van Hamel deel.








D-Dayviering in Frankrijk geslaagd, maar
minder druk


door Arthur Graaff

SAINTE-MÈRE-EGLISE, 6 juni 2016 - De herdenkingen van D-Day in Normandië zijn volgens de plaatselijke pers prima verlopen, maar aanzienlijk minder druk dan vorig jaar of het kroonjaar 2014, toen het 70 jaar geleden D-Day was.


In 2014 verschenen er ongeveer 100.000 bezoekers naar de meer dan honderd herdenkingen in de vele tientallen plaatsen die herdenkingen en andere evenementen organiseren. Nu zijn het er maar 30.000 volgens de regionale overheid.


Op D-Day startten de geallieerden met hun invasie van Normandië met 156.000 militairen, geholpen door 9.000 vliegtuigen en 4800 schepen. Dit was de grootste landingsoperatie uit de gehele geschiedenis.


Behalve Britten en Amerikanen namen o.m. ook Canadezen, Zuid-Afrikanen, Nieuwzeelanders en tientallen andere nationaliteiten aan deze landingen deel. De Nederlandse militairen van de Prinses-Irenebrigade kwamen enkele dagen later ook hier aan.


Ook nu vond weer de paralanding plaats met zo'n 350 man bij Sainte-Mère-Eglise een van de hoofdattracties (foto boven).


De para's landden in het moeras van La Fière bij Sainte-M-E. In La Fière wordt op 6 juni ook altijd een officiële herdenking gehouden, die de overheid organiseert. (foto links)


Eerder dezenacht was er de traditionele herdenking geweest bij de Pegasusbrug in Bénouville bij Caen.


Daar landden die nacht 6 zweefvligtuigen met `181 man en een majoor Howard om de cruciale brug over de Orne te nemen en te houden. Dat lukte, zoals in feite ook de gehele gigantische landing lukte.







Bijzondere aantekeningen van Montgomery
over D-Day
gepubliceerd


LONDEN, 6 juni 2016 - Een korte, eigenhandige, schematische geheugensteun over der aanval op D-Day van de Britse veldmaarschalk en leider van de invasie op D-Day, Sir Bernard Montgomery, is door het Imperial War Museum vandaag naar buiten gebracht.


Dat doet het museum ter herdenking van D-Day, vandaag exact 72 jaar geleden. Op D-Day landden 160.000 geallieerde militairen in bezet Normandië.


Zij begonnen aan het offensief om Noordwest Europa te ontzetten, de nazi-Duitsers te verslaan en Berlijn te bereiken.


Montgomery maakte dit schema in april 1944, twee maanden eerder. De bovenste zin luidt: 'Heavy Air Bombing from as soon as light permits until after H hour'.


Hij schreef er rechtsonder als laatste opmerking bij, dat de kracht van de aanval moet liggen in de eenvoud ('SIMPLICITY',  driemaal onderstreept).


De plannen om de nazi's in Frankrijk aan te vallen, ontstonden aan het eind van 1943 in nauwe samenwerking tussen de Amerikanen en de Britten.


De Amerikanen moesten vooral de artillerie en tanks leveren, de Britten schepen en vliegtuigen. Wat de diverse afkortingen op het schema betekenen, heeft het museum niet vermeld.


In q1943 ontstond een paar maanden het voornemen bij de geallieerde legertop om op een vrij moeilijke plaats te landen. Die landing was onvermijdelijk voor het doodringen in Noordwest-Europa.


Moeilijk ook, omdat de nazi-Duitsers die Normandische, soms steile kust goed verdedigden met o.m. hun Atlantikwall, maar eveneens omdat het verschil tussen eb en vloed er 4 meter bedraagt.


Behalve deze schematische geheugensteun is er ook een handgeschreven speech van Montgomery naar buiten gebracht, bedoeld als laatste aanmoediging van de soldaten vóór de invasie.


Daarin stelt de Britse veldmaarschalk dat „de tijd is gekomen om de vijand een enorme slag toe te brengen in West-Europa." Hij eindigt met de zin: „Succes voor jullie allemaal, en een goede jacht op het vasteland van Europa."







Conferentie in Utrecht over Nederlandse krijgsgevangenen in Japan tijdens WO-2
'Japanse overheid en premier negeren welbewust Japanse oorlogsmisdaden'


door Arthur Graaff
UTRECHT, 4-06-2016 - De Japanse premier Abe en de Japanse overheid schieten ernstig tekort in hun houding tegenover WO-2 in Japan. Het geschiedenisonderwijs in Japan negeert of ontkent de Japanse oorlogsmisdaden stelselmatig, met als voorbeeld de regering.


Dat vinden enkele deskundige Japanners in Nederland. Zij zeiden dat tijdens een conferentie in Utrecht over het lot van de Nederlandse krijgsgevangenen in Japan tijdens de oorlog. Deze kritiek klonk ook al eerder op in de vergadering van de VN en in Zuid-Korea.


De voornaamste critici zijn de in Nederland levende Japanse professor Murakami (foto links) en de voorzitster van de Stichting Dialoog Nederland-Japan-Indonesië, mevrouw Tangena-Suzuki, eveneens wonend in Nederland. Haar stichting organiseerde de conferentie in Utrecht over de krijgsgevangenen voor de 19de maal.


Het thema was 'verzoening'. Speciale gasten waren leden van het Japanse PoW (Prisoner of War, krijgsgevangene) Research Network. Ook namen Japanse studenten aan de conferentie deel.


Volgens professor Murakami weigert de regering Abe opzettelijk de realiteit van de Japanse oorlogsmisdaden onder ogen te zien en tracht die vooral buiten het onderwijs te houden. Dat geldt zowel voor de behandeling van krijgsgevangenen als voor de zaak van de zg. 'troostmeisjes', de vrouwen en meisjes die als dwangprostituées in Japanse legerbordelen moesten werken. Onder hen waren enkele honderden Indonesische en Nederlandse meisjes en vrouwen.


De aanwezige Japanse studenten bevestigden over het algemeen op school niets te hebben geleerd over de gruwelijkheden van de Japanse militairen tegenover krijgsgevangenen en de Europese inwoners van Indonesië.


De studenten benadrukten dat er in het Japanse onderwijs over het algemeen niets negatiefs over het optreden van de Japanse strijdkrachten voorkomt.


Ook de Japanse slachting in de Chinese stad Nanking in 1937, waarbij in één week tussen de 100.000 en 300.000 burgers werden verkracht en vermoord, is hen niet van school bekend.


Foto rechts: drie overlevenden uit het kamp Fukuoaka-2 bij Nagasaki, die tevens de aanval met de atoombom op 9 augustus 1945 overleefden. Links de heer Henk Kleijn met naast zich zijn echtgenote en daarnaast nog twee overlevenden - foto AG


Een kleine uitzondering blijken sommige scholen te vormen in en bij o.m. Hiroshima en Nagasaki, de plaatsen waar de Amerikanen de atoombom hebben afgeworpen. Vorig jaar is er op de plek van een kamp voor dwangarbeiders bij Nagasaki voor de Nederlandse krijgsgevangenen die daar zaten een monument opgericht, op het terrein waar tegenwoordig een middelbare school staat. Deze school interesseert zich al enkele jaren voor de geschiedenis van deze gevangenen.


Het ging in heel Japan om in totaal 35.000 krijgsgevangenen die tegen de regels van de Conventie van Genève naar Japan werden verscheept.


Foto rechts: het5 kamp Fukuoka-2, op de plaats waar nu een middelbare school staat. Op het dak van het kamp de afkorting 'P W'- 'prisoners of war'- krijgsgevangenen. De schaduw van de passerende B-29 bommenwerper (hetzelfde type dat de a-bom afwierp) valt op de barak. Foto USAAF.


Er bestonden in Japan in totaal 130 kampen voor zulke dwangarbeiders. Zij moesten onder meer werken in de mijnen en op scheepswerven, zoals van Mitsubishi. Het kamp bij Nagasaki heette Fukuoka-2.


Zaterdag 4 juni is over dat kamp na de conferentie een boekje gepresenteerd, 'Gestolde tranen', geschreven door de zoon van een overlevende krijgsgevangene in het kamp Fukuoka-2, Laurens van Aggelen.  Bij de presentatie aanwezig waren vier nog levende Nederlandse voormalige krijgsgevangenen uit dit kamp. Opmerkelijk is, dat zij de atoombom op het nabije Nagasaki hebben meegemaakt en overleefd.


NOS:

Nederlandse overlevende atoombom krijgt schadevergoeding van Japan


Japan betaalt een schadevergoeding aan de 95-jarige Nederlander Dick Büchel van Steenbergen uit Aalst omdat hij de ontploffing van de atoombom meemaakte toen in Nagasaki was toen die daar in 1945 de atoombom ontplofte. Hij ontvang omgerekend 8800 euro, ter compensatie van geleden lichamelijke en geestelijke schade.


Büchel van Steenbergen verbleef op 9 augustus 1945 als krijgsgevangen KNIL-militair en dwangharbeider in de stad, op minder dan 2 kilometer van waar de atoombom Fat Man ontplofte. Hij zag de bommenwerper in kwestie komen en zocht beschutting in de fabriekshal waarin hij werkte. Zo kon hij de ontploffing overleven.


In 2014 werd hij door de stad Nagasaki erkend als slachtoffer van de atoombom, hibakusha in het Japans. Om een schadevergoeding van de staat te krijgen diende hij nog een rechtszaak in Japan voeren.


Principekwestie

Yoko Huijs-Watanaki van de Foundation for the People Affected by the War in the Pacific hielp hem daarbij, zo meldt de NOS. "In Japan is veel erkenning voor het leed van mensen die de atoombom hebben overleefd. Japan heeft ook alle aansprakelijkheid voor de atoombom op zich genomen. Maar als buitenlandse slachtoffers een schadevergoeding willen, moet dat via de rechter. Dat is nu eenmaal zo geregeld. Op deze manier hebben al veel Koreanen een uitbetaling gekregen. En nu dus ook een Nederlander."


Volgens Yoko Huijs leefden er in 1945 ongeveer 150 Nederlanders als krijgsgevangenen in Nagasaki. Ruim 140 van hen overleefden de atoombom. "Inmiddels zijn ze bijna allemaal overleden. Velen van hen aan de gevolgen van de straling."


"Voor zover ik weet is er naast Büchel van Steenbergen nog een overlevende. Die wil uit principe geen rechtszaak voeren voor een schadevergoeding. Hij vindt dat Japan uit eigen beweging moet betalen."


OPM red.: er bleken op 5 juni 2016 bij een conferentie in Utrecht in totaal nog 4 overlevenden te zijn.

 



Erkenning Nederlandse overlevende atoombom

AD 5-2-2014
Een 93-jarige Nederlandse overlevende van de atoombom op de Japanse stad Nagasaki krijgt bijna 70 jaar na de oorlog erkenning. Het stadsbestuur kent hem een zogeheten hibakusha-certificaat toe, meldde het Japanse persbureau Kyodo.

Hibakusha betekent in het Japans 'slachtoffers van de explosie'. Het certificaat geeft recht op medische behandelingen en uitkeringen. De Nederlander, volgens Kyodo gaat het om de heer Buchel, was destijds als krijgsgevangene in Nagasaki. Na de Japanse invasie werd hij gevangengenomen op het eiland Java in het toenmalige Nederlands-Indië.

Toen de atoombom ontplofte was hij in de stad aan het puinruimen na Amerikaanse bombardementen. Volgens een Japanse organisatie die hibakusha in het buitenland ondersteunt, zijn zo'n 150 Nederlanders in hetzelfde krijgsgevangenenkamp blootgesteld aan de atoomexplosie.

Enkelen van hen hebben een certificaat gekregen. In totaal hebben maar 11 buitenlandse krijgsgevangenen een hibakusha-erkenning gekregen van Nagasaki. Buchel diende onlangs een aanvraag in voor de erkenning bij de Japanse ambassade in Nederland, aldus Kyodo.

 Nagasaki werd op 9 augustus 1945 getroffen door de Amerikaanse atoombom Fat Man. Tienduizenden inwoners stierven onmiddellijk en vele tienduizenden anderen leden lang na de oorlog nog onder de gevolgen van de straling.


Foto onder: de ontploffing van de bom in Nagasaki, 9 augustus 2016, 11:02 uur, gezien  vanaf het eiland waar kamp Fukuoka-2 lag.


.








Antifascisten: vrijheid van meningsuiting in geding

Handelaren in nazispullen
starten proces tegen critici


HOUTEN, 29 maart 2016 update 13-06-2016 – Een landelijke militariabeurs in Houten wil zijn critici, de AFVN-Bond van Antifascisten het zwijgen opleggen via een kort geding.


Wanneer het geding zal dienen, is nog niet bekend. De bond noemt die beurs met overwegend nazispullen een ‘nazibeurs’. Volgens de bond zijn namelijk op drie kwart van de spullen voorzien van hakenkruizen.


Foto rechts: twee exemplaren van mein kampf aangeboden op de beurs vorig jaar, door organisator Vrolings (zijn hand bij het boek).


De AFVN wil dat gemeenten en andere overheden de handel in nazispullen stoppen. Bezwaren tegen de beurs werden ook al geuit door het Nederlands Auschwitz Comité en de antifascisten krijgen steun van o.m. Joodse en andere instellingen en antifascistische organisaties.


De beurs telt ongeveer 80 standhouders en is de grootste in zijn soort in Nederland en opent zijn deuren ongeveer 5 maal per jaar. Vorige week liep de bedenktijd af die de organisator van de beurs had aangekondigd.


Organisator Vrolings (foto onder) vordert ook dat de AFVN hem niet meer in één adem noemt met neonazi’s. De bond stelt echter deze vorig twee maal op de beurs te hebben gespot en bezit daar foto’s van.




Foto van Vrolings
verwijderd
op last van
rechterlijk vonnis
dd 06-06-2016 (zie afb. onder)


13-06-2016

 
De organisator stelt dat de publiciteit van de antifascisten hem schade oplevert, maar noemt geen specifieke bedragen.

De AFVN wijst deze beperking van de vrijheid van meningsuiting sterk af. Woordvoerder Graaff, die tevens hoofdredacteur is een onafhankelijke website over de Tweede Wereldoorlog, Nieuws-wo2.tk, ziet als mede-gedaagde ook zijn persvrijheid bedreigd, maar heeft veel vertrouwen in de visie van de Nederlandse rechters.


Op de beurs in mei vorig jaar ontstond ook een incident met de persvrijheid. Daar werd toen een fotograaf van NRC Handelsblad bedreigd met de tekst: ‘Als je me fotografeert krijg je een klap voor je bek.’


De bond stelde begin dit jaar een rapport samen over de handel in nazispullen. Daaruit bleek dat die handel in ruim 30 jaar is gegroeid van 2 naar 33 beurzen per jaar met in het beste geval weinig nazispullen.


De bond benadrukt dat in Houten verreweg de meerderheid van de spullen swastika's draagt.


De bond acht het zeer zorgelijk, dat mensen door dit soort beurzen wennen aan nazispullen en hakenkruizen, omdat ze volgens de bond de ultieme mensenhaat uitstralen en vertegenwoordigen. Met name in de tijd van de vluchtelingencrisis is dat volgens de bond 'afschuwelijk en totaal ongewenst'.


Afgelopen 31 januari vond de beurs weer plaats, op zondagochtend zoals gebruikelijk. Op exact datzelfde moment voltrok zich echter ook de jaarlijkse Holocaust-herdenking bij het Auschwitz-monument van Jan Wolkers in aanwezigheid van onder meer bewindslieden, de kamervoorzitters en de AFVN.


Voorzitter Jacques Grishaver van het Nederlands Auschwitz Comité was ontsteld toen hij vernam van de gelijktijdige beurs. Hij zei toen: “Wij herdenken de moord op 100.000 Joden, en 30 kilometer verderop worden de spullen die daarbij gebruikt zijn, vrijelijk verhandeld. Walgelijk.''


Vorig jaar maart bezocht de bond de beurs voor het eerst en ontdekte dat er exemplaren van het verboden boek Mein Kampf werden verhandeld, door een van de organisatoren, een historicus. Dat verhaal verscheen toen in enkele regionale media, die de beurs ook hadden bezocht.


Ook worden er volgens de bond stelselmatig honderden verboden nazidolken aangeboden, die tussen € 200,- en € 800,- per stuk moeten kosten. Handelaren stellen volgens de bond bij hoog en laag dat het om echte gaat, die volgens hen niet verboden zouden zijn, maar certificaten van beëdigde taxateurs ontbreken stelselmatig. Er zijn ook waxinelichtjes mat hakenkruizen te koop, nieuwe nazivlaggen en tientallen nazi-uniformdelen, –helmen en dergelijke uitrustingsstukken. Ook schietwapens worden er verhandeld, volgens de bond onklaar gemaakt.


De bond voert nu ruim twee jaar actie tegen nazispullen. Zowel tegen de verkoop via beurzen en particulieren, als via Marktplaats. In december 2013 bereikte de bond, na een optreden van woordvoerder Graaff bij Vara’s Kassa!, dat de verkoopsite een totaal verbod instelde op de verkoop van alle spullen met nazitekens erop.


Dat bleek echter een loze overwinning, want nog steeds staan vrijwel dagelijks bijna 3.000 nazispullen te koop op de site en het verbod wordt nauwelijks gehandhaafd. De bond trad ook een aantal malen op tegen optredens van mensen in nazi-uniformen bij bijvoorbeeld bevrijdingsfestivals, vooral als het gaat om echte spullen.


Afgelopen voorjaar lukte het de bond om de beurs te laten vertrekken uit Huizen (N-H), nadat de bond de burgemeester en de gemeenteraad had geïnformeerd. Daarmee werd de gemeente Huizen de eerste in Nederland die een nazibeurs verbood, en haalde daarmee de Europese media.


Afgelopen voorjaar voerde de bond ook actie tegen de verkoop van Mein Kampf door een handelaar in Amsterdam. De antifascisten stellen dat er geen enkele noodzaak bestaat in nazispullen of tastbare exemplaren van Mein Kampf te handelen, en dat deze alleen voor bewonderaars dienen als 'relikwie'. Deze zaak ligt nu bij de Hoge Raad.




Ernst Cahn, eerste geëxecuteerde uit WO2 in NL,  van Erelijst.nl verdwenen maar weer vermeld

door Arthur Graaff

AMSTERDAM, 28-01-2016 (Nieuws-WO2) - De naam van de eerste in Nederland geëxecuteerde verzetsman is van de zg. Erelijst.nl verdwenen. Na contact van de redactie met de beheerder van de site werd de naam weer vermeld. De Erelijst is de officiële Nederlandse lijst met gesneuvelde verzetsmensen en andere oorlogsslachtoffers.

 

IJSSALON KOCO


Op 19 februari 1941 deed de Grüne Polizei een inval in IJssalon Koco in de Van Woustraat in Amsterdam. Ernst Cahn en Alfred Kohn, twee Joden die Duitsland waren ontvlucht, dreven deze zaak die ook  door Joodse knokploegen  werd gebruikt.


Tijdens die inval richtte een van de eigenaren een ammoniakleiding  op de indringers. De Grüne Polizei begon te schieten, bestormde de winkel en pakte later op de avond de ontsnapte eigenaren op. Kohn stierf na deportatie, Cahn werd op 3 maart 1941 geëxecuteerd.
(bron 1)


‘Koco’ was ook de naam van een ijssalon in de Rijnstraat. Beide zaken waren een  mikpunt van aanvallen van de nazi's in deze buurt.

Enige geregelde klanten kwamen nu tot het besluit, een afweerploeg te vormen; de Duitse Joden nder hen,, beter bekend met de Duitse mentaliteit, bleven afzijdig. Men organiseerde zich, schafte  zaklantaarns en wapens (beklede gaspijpjes met riempjes) aan.

De eigenaar van de zaak in de Van Woustraat liet een speciaal voor dit doel gemaakte metalen fles van 50 cm lengte in zijn zaak aanbrengen, gevuld met ammoniakgas, om dit op eventuele aanvallers te kunnen richten,.

Enige kleine successen op verspreid optredende Nederlandse nazi's vergrootten het zelfvertrouwen , dat men geheimhouding verwaarloosde; voor vele jeugdige deelnemers werd het een Wild-West-avontuur, opwindend en gezellig.


Toen op 19 februari een patrouille Grüne Polizei, min of meer toevallig in die buurt opererend, de ijssalon Van Woustraat wilde binnendringen, werd zij door de bijtende vloeistof bespoten; zij losten schoten en wisten Cahn, Kohn en enkele bij deze affaire betrokken Joden te arresteren. Ernst Cahn, een man van ruim 51 jaar, werd op 3 maart 1941 door een vuurpeloton doodgeschoten.,
(bron 2)
Het gaat om Ernst Cahn, een Duits-Joods vluchteling die voor de oorlog in Amsterdam mede-eigenaar was van de ijssalon Koco in de van Woustraat 149. .


Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie is verantwoordelijk voor de inhoud van de Erelijst.Dit is een officiëlelijst van gesneuvelden in de strijd tegen de nazi's  waarvan het fysieke exemplaar in de Tweede Kamer ligt. Op internet huist een uitgebreider exemplaar, waar nog steeds toevoegingen en exclusies aan plaatsvinden.

Vanuit die ijssalon opereerde een Joodse knokploeg. Bij een nazi-inval in de ijssalon op 19 februari 1941  vielen er gewonden aan nazizijde. Mede daardoor besloten de nazi's tot de eerste Jodenrazzia in Nederland, die weer de Februaristaking tot gevolg had.


Cahn wordt in de juist verschenen Herdenkingskrant 2016 van het Comité Februaristaking vanwege zijn verzetswerk genoemd.

Waarom Cahns naam is verdwenen, kon een woordvoerder van het NIOD niet zeggen. De naam werd in 2012 toegevoegd op voorstel van deze website. Het NIOD streeft ernaar de naam snel weer op te nemen. Cahn heeft een biografie op Wikipedia, en in Amsterdam een brug en een singel die naar hem vernoemd zijn.


De film "De IJssalon" van Dimitri Frenkel Frank is gebaseerd op deze gebeurtenis. De film is geen historische verfilming, maar heeft eigen hoofdpersonen.


In 1992 werd er een plaquette aangebracht op Van Woustraat 149 ter herinnering aan deze gebeurtenis.


In een minidocumentairevan RTL4 wordt niet vermeld dat Cahn de eerste verzetsstrijder was in Nederland, die gefusilleerd is, maar de eerste die op de Waalsdorpervlakte gedood werd.

Cahns broer Frank leefde in Naarden, en diens dochter (foto rechts) woont daar nog en werd ook in die documentaire over haar oom aan het woord gelaten.





Anne Frank Huis en Auschwitz gaan nauwer samenwerken


door Arthur Graaff
AUSCHWITZ / AMSTERDAM, 14 november 2015 - Het Anne Frank Huis en het staatsmuseum Auschwitz gaan 3 jaar samenwerken op educatief gebied. Dat hebben beide instellingen bekendgemaakt. Het gaat hier zijn de twee bekendste authentieke instellingen ter wereld op het gebied van de holocaust. Het Anne Frank Huis krijgt jaarlijks 1,2 miljoen bezoekers en dat getal stijgt al jaren gestaag.


De samenwerking is opmerkelijk, omdat Auschwitz een als traditioneel te omschrijven museale instelling is, terwijl het AF-huis zich meer maatschappelijk betrokken opstelt. Overigens is dat bij het AF-huis vóór de komst van de huidige directeur Ronald Leopold nog enige tijd intensiever geweest.


Foto rechts: het Anne Frank Huis aan de Prinsengracht 263.


Leopold is historicus en sinds 2011 algemeen directeur. Hij heeft de laatste jaren bereikt dat het bezioelrsaantakl in Amsterdam blijft stijgen en dat er in diverse landen meer belangstelling is ontstaan voor Anne Frank, met name door een reizende expositie.


Het Poolse staatsmuseum Auschwitz krijgt jaarlijks ruim 1,5 miljoen bezoekers, maar dit getal daalt de laatste jaren. Auschwitz bestaat uit de voormalige kazerne en concentratiekamp Auschwitz I en op enkele kilometers afstand gelegen uitgestrekte werk- en vernietigingskamp Auschwitz II-Birkenau, vooral bekend van het inconische beeld van het poortgebouw met de spoorweg erdoor. de Poolse staat heeft pas in de laatste decennia voorrang verleend aan de Jodenververnietiging.
Onder het communisme stond vooral het lot van Poolse slachtoffers van Auschwitz centraal.


Relatief is Polen in Europa verreweg het zwaarst door WO2 getroffen land qua aantallen doden: 3,5 miljoen. Auschwitz geldt en gold in Polen als het middelpunt van dit leed. Directeur is sinds 2006 de historicus dr Piotr Cywiński (43). Hij woonde 11 jaar in Frankrijk en Zwitserland, studeerde o.m. in Straatsburg en promoveerde in Polen.


Hij bereikte dat er een groot financieel fonds voor Auschwitz is gevormd van 100 miljoen dollar. Uit uitsluitend de rente worden nu de kosten van Auschwitz bekostigd, zodat het kamp sindsdien financieel onafhankelijk is. Cywiński publiceerde een tiental werken en ontving 7 Poolse en 4 buitenlandse onderscheidingen.


Foto links: de poort in Auschwitz-I, het hoofdkamp.


Beide instellingen hebben in 2014 overigens recordaantallen bezoekers ontvangen. Dat was vanwege het feit dat vorig jaar de 70ste keer werd herdacht dat Auschwitz werd bevrijd, op 27 januari 1944 door Sowjet-soldaten. Deze dag is sinds enkele jaren door de VN en vooral westerse landen erkend als de dag van internationale holocaust-herdenking.


Het aantal bezoekers van Auschwitz lijkt overigens te gaan dalen, hoewel in 2013 Auschwitz toch een recordaantal 1,3 miljoen mensen ontving. Het eerste en oudste concentratiekamp van de nazi's, Dachau, ontvangst  jaarlijks zo'n 600.000 bezoekers en is het daarmee na Auschwitz het meest bezochte kamp. Ook dit getal daalt langzaam - op het hoogtepunt in de jaren '80 kwamen er naar Dachau nog 900.000 mensen, 10 jaar terug nog 700.000.


Daarbij moet echter de aantekening staan dat deze daling zeker te maken heeft met de forse ontwikkeling van de andere voormalige concentratiekampen in Duitsland tot complete herinneringscentra, mede met aanhoudende steun van de Duitse overheden. Vrijwel alle grotere concentratiekampen bezitten nu fatsoenlijke gebouwen voor de ontvangst van bezoekers en voor het houden van exposities en bijeenkomsten.


Alleen het US Holocaust Memorial Museum in de stad Washington in de VS ontvangt ongeveer evenveel bezoekers als het AF-huis en Auschwitz, ongeveer 1,5 miljoen per jaar. Het heeft als beperking dat het geen authentieke historische plek is, maar overigens wel beschikt over grote aantallen originele voorwerpen en overblijfselen. Bovendien steunt het op verreweg de grootste Joodse gemeenschap buiten Israël.



De samenwerking tussen het AF-huis en Auschwitz lijkt logisch, al was het maar omdat er duidelijke historische banden tussen beide bestaan. Er zijn ruim 60.000 mensen uit Nederland weggevoerd naar Auschwitz, van wie er minder dan 4.000 het kamp overleefden. Anne Frank, haar zus Margot en haar ouders zaten enige tijd in het kamp opgesloten in 1944, waar hun moeder omkwam, terwijl Anne en haar zus Margot verplaatst werden naar het kamp Bergen-Belsen waar zij stierven. Hun vader Otto overleefde Auschwitz.


Daarnaast is het het zeer actieve Nederlands Auschwitz  Comité, dat vooral de jaarlijkse Auschwitz-conferentie organiseert en de nationale Auschwitz-herdenking. Het comité is ook verantwoordelijk voor de inrichting en het onderhoud van het Nederlandse Auschwitz-paviljoen, dat in Auschwitz-I gevestigd is en enkele jaren terug is vernieuwd en werd heropend door koningin Beatrix.


Het Anne Frank huis is één van de meest succesvolle holocaust-instellingen ter wereld. Het werd geopend in 1960 en is sindsdien uitgebreid met naburige panden en een nieuwbouwpand op de hoek naast de Westerkerk. Daarin zijn kantoren, ontvangst- en exopisitieruimten ingericht. In 1998 startte in Berlijn het Anne Frank Zentrum met hulp van het AF-huis in Amsterdam. Ook in New York is een vestiging die is verbonden met Amsterdam.











Amerikanen bemoeilijkten herstel Joodse rechten in Nederland

AMSTERDAM, 12 OKTOBER 2015 - Ongenuanceerde Amerikaanse bemoeienis aan het einde van de vorige eeuw heeft de afwikkeling van Joodse tegoeden in Nederland vertraagd. Dat blijkt uit het boek van NIOD-onderzoeker Regina Grüter (foto rechts) over de geschiedenis van de afwikkeling van Joodse verzekeringstegoeden uit de Tweede Wereldoorlog.

Om een Amerikaanse boycot van Nederlandse verzekeraars te verhinderen heeft de Nederlandse overheid samengewerkt met de Joodse gemeenschap hier en met het Verbond van Verzekeraars.

Strijd om gerechtigheid

Joodse verzekeringstegoeden en de Tweede Wereldoorlog
Regina Grüter

Voor de overlevende Joden was de Tweede Wereldoorlog met de bevrijding niet voorbij.

Er volgde een nieuwe worsteling, ditmaal voor rechtsherstel en het uitgekeerd krijgen van verzekeringstegoeden.

Nog in 1995 laaide die strijd opnieuw op, ditmaal onder invloed van het Joods Wereldcongres en financiële toezichthouders, politici en advocaten in de Verenigde Staten.

Het Centraal Joods Overleg en de Nederlandse verzekeraars pakten dit ingewikkelde vraagstuk op – en uiteindelijk kwam men tot overeenstemming.

Dit boek gaat over de confrontatie tussen de Nederlandse polderoverlegcultuur en de Amerikaanse strijdcultuur. Bovenal wordt duidelijk dat het onrecht dat de Joden is aangedaan nog altijd een open zenuw is.

Over de auteur(s):

Regina Grüter is senior onderzoeker bij het NIOD Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies. Voor haar boek over de affaires rond Friedrich Weinreb ontving zij de dr. L. de Jongprijs.

Die samenwerking was ook nodig om de band met de invloedrijke Joodse gemeenschap in de VS goed te houden.


Na de bevrijding moesten de overlevende Joden een strijd voeren voor het herstel van hun rechten en de teruggave van hun eigendommen, waaronder de verzekeringstegoeden.


Het rechtsherstel verliep moeizaam en formalistisch, maar het grootste deel van de verzekeringen werd wel hersteld.


Vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog kwam de kwestie van het rechtsherstel van Joods bezit weer aan de orde. In Amerika was onder aanvoering van het Joods Wereldcongres, financiële toezichthouders, politici en advocaten een felle discussie ontstaan over het rechtsherstel van Holocaustslachtoffers.


Waarbij bijna iedereen er vanuit ging dat er in Europa überhaupt geen rechtsherstel had plaatsgevonden. Deze discussie waaide ook over naar Nederland.


Uit het onderzoek komt naar voren dat hoewel het Centraal Joods Overleg (dat de onderhandelingen deed voor de Joodse gemeenschap) en de verzekeringsbranche verschillende uitgangspunten hadden er ook een belangrijke toenadering plaatsvond.


Daardoor er ruimte kwam voor overleg, onderzoek en een akkoord. In november 1999 werd de overeenkomst ondertekend.







Kerken in Europa waren tijdens de oorlog geen haarden van verzet





AMSTERDAM, 16-05-2015 -  De kerken in Europa waren tijdens de oorlog geen haarden van verzet. Ze hielden zich vooral bezig met de handhaving van hun eigen positie.


De morele boodschap werd daarbij dikwijls aangepast aan de nukken en grillen van Hitler, Stalin en Mussolini. Vaak krijgen gereformeerden een verzetsrol toegedicht. Bank relativeert deze heldenrol.


Dat schrijft Trouw vandaag over een onderzoek van historicus professor Jan Bank genaamd 'God in de oorlog', een overzicht van de rol van alle Europese kerken in de periode 1939 tot 1945.


Bank zet in de studie alle kerkelijke instituties in Europa en de Sovjet-Unie op een rij, van de oosters-orthodox tot luthers, van rooms-katholiek tot gereformeerd. Bank is historicus van de relativerende school wat betreft de oorlog.


De historicus geeft veel aandacht aan de Nederlandse kerken tijdens de bezetting. Vaak krijgen gereformeerden een verzetsrol toegedicht. Bank relativeert dat.

Hij vlakt nergens uit dat individuele gereformeerden en grote groepen verzetsdaden pleegden, bijvoorbeeld de makers van bladen als Trouw en Vrij Nederland, maar over de gereformeerde kerken is de historicus niet lovend.

De katholieken - Bank is zelf van katholieken huize en ex-redacteur van de Volkskrant uit de tijd dat die nog katholiek was  - komen er beter vanaf.  Vooral omdat kardinaal De Jong zich van meet af aan krachtig opstelde tegen de nazi's. De katholieken namen ook openlijk stelling tegen de nazi's, in een toenemend aantal gevallen samen met de hervormden en kleinere protestante denominaties.

Bank erkent wel dat er sommige groepen belangrijk verzet hebben geboden, zoals rond de bisschop van Münster,  Clemens August Graf von Galen.

Voorzichtig

Een voorname oorzaak daarvan was H.H. Kuyper, de zoon van de oprichter van de gereformeerde leider Abraham Kuyper. De jonge Kuyper had veel invloed, en koos een voorzichtige koers. "Het naziregime kon aanspraak maken op de gehoorzaamheid van het Nederlandse volk, omdat er in de zomer van 1940 geen sprake was van tiranniek optreden", schrijft Bank over de opvatting van Kuyper.

Zo voorkwam de kerk een landelijke confrontatie met de nazi's, iets dat de Nederlandse Hervormde Kerk juist wel deed. De houding leidde uiteindelijk tot een schisma, stelt de historicus. Bank doelt daarbij op de kerkscheuring in de winter van 1944, waarbij een deel van de gereformeerden uit hun oude kerk trad en verder ging als vrijgemaakt-gereformeerden.

Hun latere vrijgemaakte voorman Klaas Schilder sprak zich fel uit tegen de Duitsers, terwijl Kuyper en een deel van de synode pleitte voor aanpassing. Door dit verschil kon het conflict niet wachten tot na de oorlog, schrijft de historicus. "Schilder had het dispuut op de spits gedreven in de zomer van 1944 - uit theologische ijver maar zeker ook vanuit een ongenoegen in de synode over de felle en onbekommerde oppositie van de theoloog tegen accommodatie."





Rotterdam herdenkt 75 jaar bombardement



ROTTERDAM, 16-05-2015 - Bij het standbeeld 'De Verwoeste Stad' is het bombardement van 14 mei 1940 op Rotterdam herdacht.

Foto rechts: de herdenking op Plein 40-45 bij het monument van zadkine, dat eerst op het stationsplein stond.

Burgemeester Aboutaleb legde er een krans bij het beeld dat symbool staat voor de verwoesting van het centrum van de stad. 

Bij het beeld van Zadkine op Plein 1940 bracht Aboutaleb in herinnering dat 75 jaar geleden de Tweede Wereldoorlog voor Nederland begon.

"Laten we stilstaan bij hen die vandaag ergens op de wereld bommen horen vallen, al die slachtoffers die vallen, weerloos, zinloos. Slachtoffers van gewapende conflicten omdat sommige mannen dat willen. En laten we stilstaan bij hen die op die ene dag in mei de bommen op Rotterdam zagen vallen", zei Aboutaleb tijdens de herdenking.

"Samen kijken we uit naar de dag dat er in de wereld vrede zal heersen, ook al weet ik dat sommigen zullen zeggen 'burgemeester, u weet dat is een utopie', maar ik heb geleerd dat utopieën er zijn om op z'n minst naar te streven."

Foto onder: Het Witte Huis op een Duitse foto. De stad brandt nog enkele dagen na 14 mei door.



Stadsdichter Hester Knibbe droeg een egdicht voor. Namens alle Rotterdammers legde de burgemeester de krans bij Zadkines beeld. Met twee minuten stilte werd het begin van de aanval herdacht. Daarna luidden de klokken binnen de zg. 'brandgrens' ter nagedachtenis aan de slachtoffers en volgde het Wilhelmus. De 'brandgrens' is de grens van het verwoeste centrum, die vorig jaar werd eengegeven met lichtbundel omhoog.

Op de ochtend werd herdacht bij het monument aan de Statenweg voor het ultimatum van de Duitsers. Daar moesten de Nederlandse commandant en de Rotterdamse burgemeester Oud op 14 mei 1940 een beslissing over nemen: overgave binnen 2 uur of er zou een bombardement volgen.

Het hart van de stad werd in 13 minuten tijd door bommen uit 52 Heinkel 111-bomemnwerpers zwaar getroffen en er kwamen zo'n 850 mensen om het leven. Bijna 80.000 mensen raakten dakloos, vooral door de vele branden die uitbraken.

"Als de Nederlanders meer haast hadden gemaakt met de capitulatie na het eerste ultimatum had het bombardement mogelijk nog voorkomen kunnen worden", zei de hisrioricus  van het Rotterdamse stadsarchief Jantje Steenhuis tegen de NOS. de Duitsers hadden veel haast en hadden enorme aantallen vleigtuigen verlorem, tot op die dag bijna 500.

Foto onder: een Duiste originele kleurefoto van vlak na het bombardement.



Ook veroverden de Nederlanders de drie vleigvelden bij Den Haag binnen éen dag terug en joegen de aanvallende luchtlandingstroepen plus hun generaal, Kurt Student, op de vlucht. Student kon ternauwernood aan gevangenneming ontsnappen. De Duitse legerleiding wilde daarom Nederland hoe dan ook hard aanpakken en dreigde met een volgend bombardement op de stad Utrecht. Daarop gaf de Nederlandse bevelhebber generaal Winkelman zich over en tekende een dag later de capitulatie.

In het Duitse Bundesarchiv zijn beelden gevonden van de verwoesting van Rotterdam en Middelburg. Bijzonder is dat de beelden zijn gemaakt door een Duitse filmploeg. Dat gebeurde in augustus 1940, een paar maanden na de bombardementen.
Rotterdam was de eerste stad die na de vernietiging van het centrum opnieuw moest worden ingericht en Duitse stedenbouwkundigen waren daarin geïnteresseerd. Kort na de bombardementen kwam de Duitse Rijksbouwmeester Otto naar Rotterdam om de plannen te bespreken met burgemeester Oud en stadsbouwmeester Witteveen. Ze bezoeken ze het getroffen gebied en in de zomer van 1940 wordt een gedetailleerde film gemaakt van de verwoestingen in Rotterdam en Middelburg.
De film kreeg de omschrijving 'Kriegszerstörungen in Rotterdam und Middelburg' in het Bundesarchiv. Dig it UP, een instelling die stedelijk cultureel erfgoed opspoort, ontdekte de film en zorgde dat de unieke beelden naar Nederland kwamen om hier voor het eerst te worden vertoond. Dat gebeurde op 12 februari op een bijeenkomst van de Historische Vereniging Rotterdam. De film duurt 16 minuten en is opgenomen op 35mm in zwart-wit zonder geluid.







Foto boven: nagespeelde Sowjet-soldaten marcheren tijdens de 70ste herdenking van de overwinning op het nazisme  in Leusden - foto AG


Poetin onderscheidt Nederlandse journalist ondanks kritiek


door Arthur Graaff
AMERSFOORT, 10-05-2015 - De Amersfoortse journalist Remco Reiding (rechts) heeft een Russische erkenningsoorkonde gekregen voor zijn langdurig onderzoek naar gesneuvelde Sowjetmilitairen in Nederland.


Dat gebeurde zaterdag tijdens de 70ste herdenking van de overwinning op de nazi's, in Amersfoort.


In een certificaat spreekt de Russische president Vladimir Poetin persoonlijk zijn erkenning uit voor het werk van Reiding, die secretaris is van de Stichting Russisch Ereveld in Leusden. Hij werkte enige jaren als correspondent in Moskou en is met een Russische getrouwd.


Poetins handtekening staat op het certificaat, dat werd uitgereikt tijdens de herdenking van de 26 miljoen Sowjetgevallenen uit de Tweede Wereldoorlog op het Russisch ereveld in Leusden. Reiding ontving al enkele malen eerder Russische onderscheidingen en erkenningen. Vorig jaar werd hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.


Kritiek

NRC Handelsblad vroeg hem of de nieuwe onderscheiding een bijsmaak had.   “Nee. Ik zie het als waardering voor mijn werk, dat apolitiek is. Het is een humanitair project. Zo zie ik het. Dat ik daarnaast heel kritisch ben over Poetin, weten de Russen. Daar heb ik nooit een geheim van gemaakt. Het maakt de onderscheiding voor mij juist alleen maar waardevoller.”


Reiding zei ook te hopen dat de erkenning van Poetin nog meer steun uit Nederland en Rusland oplevert voor het project.  Onder Poetins bewind zijn de volgens de'List of Journalists Killed In Russia' op de Engelstalige Wikipedia zijn er onder Poetins bewind in Rusland sinds 2001 tot en met 2014 al 124 journalisten vermoord.


,,Het is altijd fijn om blijk van waardering te krijgen, vooral van het staatshoofd van het grootste land ter wereld'', zei Reiding. Hij werkt al 17 jaar namens Stichting Ereveld aan het achterhalen van de identiteit van oorlogsdoden. Na afloop van de plechtigheid zei Reiding dat zijn stichting nog een verklaring uit zou geven dat zij strikt politiek onafhankelijk is.


Het certificaat werd uitgereikt door de Russische ambassadeur, Roman Kolodkin. Kolodkin reikte ook onderscheidingen uit aan 4 voormalige Sowjetveteranen .


Aanwezig waren ook de commissaris van de koning van Utrecht, Willibriord van Beek, en de burgemeester van Leusden, Annemiek Vermeulen, die ook kransen legden. Er werden verder kransen gelegd door diverse landen, daaronder Frankrijk, Groot-Brittannië, Polen, Nederland en Duitsland.


AFVN

Ook diverse Nederlandse organisatie legden kransen en bloemstukken, daaronder het Centraal Overleg Voormalig Verzet, vertegenwoordigd door Dick den Boef, en de AFVN-Bond van Antifascisten, vertegenwoordigd door secretaris Hein van Kasbergen.


Opvallend is dat in de diverse verslagen over de onderscheiding aan Reiding in het geheel niet werd gesproken over de herdenking in Amersfoort of de doorslaggevende rol van de Sowjetmilitairen bij het verslaan van de nazi's.


Ereveld

Er zijn 865 Sovjetmilitairen begraven op het Russisch Ereveld in Leusden, voornamelijk uit de voormalige Sovjet-Unie. Van 198 slachtoffers heeft de stichting de identiteit achterhaald en contact opgenomen met de nabestaanden.


Onder de doden zijn er ook uit nu zelfstandige landen als Oekraïne, Belarus, Kazachstan en Armenië, van wie de laatste drie door hun ambassadeurs vertegenwoordigd waren. Er was echter geen ambassadeur uit de Oekraïne.


Het aantal bezoekers was volgens een vaste bezoeker kleiner dat vorig jaar. Veel van de aanwezigen droegen het lint van St. Joris, dat nu geldt als een nationalistisch Russisch symbool en over het algemeen niet door Oekraïners gedragen wordt.


Foto onder: de afvaardiging van de AFVN legt bloemen bij het monument voor de Sowjet-helden en brengt een groet uit. Op de foto secretaris Hein van Kasbergen en lid Ilona Sztana. Foto AG.








Hilversum heeft nu 70 gedecoreerde Jodenredders

HILVERSUM, 3-05-2015 - Hilversum heeft nu 70 mensen die onderscheiden zijn door Yad Vashem voor het redden van Joden tijdens de oorlog. Dat zei oorlogsjournalist Arthur Graaff (foto rechts) zaterdag op een lezing in het Museum Hilversum. 

Andere sprekers tijdens de bijeenkomst waren de journalist en onderduiker André Roelofs, burgemeester Pieter Broertjes en historicus Chris van der Heijden.

Graaff - foto rechts - had deze cijfers deze week verkregen uit de bijgewerkte database van de officiële Israëlische holocaustinstelling Yad Vashem. Hij benadrukte dat Nederland het land is met relatief de meeste onderscheidingen voor het redden van Joden, namelijk 5.413 oftewel 1 op de 1625.

Het getal van 70 onderscheidingen voor Hilversummers is relatief ook hoog, zo benadrukt Graaff, omdat het 30%  meer is dan er gemiddeld in een plaats van deze omvang onderscheiden zijn. In Bussum zijn 35 mensen onderscheiden en in Laren 20.

Die getallen zijn volgens Graaff nog opmerkelijker dan de Hilversumse. Hij kon niet zeggen waardoor er zoveel animo voor het illegaal huisvesten van Joden was geweest.

Daarmee heeft het Gooi volgens Graaff een zeer bijzondere prestatie geleverd. De burgemeester zei in zijn toespraak dat hij voorstander is van meer onderzoek naar de oorlogsgeschiedenis van Hilversum.

André Roelofs beschreef de Hilversumse geschiedenis van zijn strijdbare moeder en zichzelf als jongen, met onderduikers en huis. Hij moest later ook zelf onderduiken. Hij benadrukte dat Nederland tijdens de oorlog zeer eensgezind anti-Duits was geweest, in tegenstelling tot wat Van der Heijden (foto links) in een eerder boek schreef.

Roelofs wees ook op de Februaristaking, puur gericht tegen de Jodenvervolging, die uniek was in Europa. Als jongen hielp Roelofs 650 gevangenen mannen van de Rotterdamse razzia in Hilversum uit een wachtende trein ontsnappen.

Ook Graaff bekritiseerde Van der Heijdens  werk, waarin zeer belangrijke verzetsmensen niet aan bod komen. Zo mist Graaff bijvoorbeeld 'tante Truus' Wijsmuller-Meijer, die de redding van 10.000 Joodse kinderen organiseerde. Van der Heijden bleek evenmin te weten dat de Duitsers bij hun aanval op Nederland van 10 tot 15 mei 1940 maar liefst 525 vliegtuigen verloren, een wereldrecord dat volgens Graaff nog steeds staat.

Graaff zette dit jaar namens de Bond van Antifascsiten de eerste Hilversumse herdenking van de Februaristaking op. De burgemeester kondigde aan zich volgend jaar graag weer in te zetten voor een grotere de tweede herdenking. Dan zal het 75 jaar na de staking zijn.





Marcel van Dam, 5 jaar, dook onder vanaf 1943




door Arthur Graaff
UTRECHT, 3-05-2015 - Ex-minister Marcel van Dam, geboren in 1938, moest in het laatste jaar van de oorlog
als 5-jarige onderduiken.

Zijn vader was politieman en vakbondsbestuurder en had met 5 collega's geweigerd nog verder mee te werken aan het arresteren van Joden en jonge mannen voor dwangarbeid. Dat zei Van Dam vandaag in het VPRO-programma OVT. De leiding van de politie nam dat niet, en de 6 doken meteen onder.

Het gezin Van Dam bestond uit vader, moeder en 9 kinderen. Vam Dams oudste zus van 18 lag ziek thuis. In 1943 besloot vader Van Dam samen met 5 collega-politiemannen om te weigeren verdere terroristische arrestaties te verrichten, na de oproep van de bisschoppen.

De zes gingen hun
bezwaren voorleggen aan de NSB-politiepresident va  Utrecht, Kerlen,. Deze was razend en accepteerde de weigering niet en gaf de agenten nog één dag bedenktijd. Die bedenktijd namen de agenten niet, maar doken onmiddellijk onder.

Volgens Marcel van Dam kwam er binnen enkele dagen daarna een kapelaan opeens naar hun huis, met de mededeling dat de Ordnungspolizei op weg was het gezin te arresteren.

Foto rechts: vier van de ondergedoken Utrechte politiemannen in 1943. Links op de foto J. van Dam, de vader van Marcel.Verder vlnr:  J.W. Vernooij, J. Körner en R. van Breemen op het onderduikadres van twee van hen bij een boerderij in Snelrewaard.

Marcel van Dam werd iets later door een pastoor meegenomen naar een boederij in Montfoort, waar de pastoor hem binnenbracht, zeggend tegen de boer: "Deze moet je nemen".


Foto links: het bericht in het Utrechts Nieuwsblad van de moord op Kerlen, dd 6 september 1943.

Van Dam had er volgens zijn verhaal een uitstekende tijd en leerde met veel plezier o.m. geiten melken.

Wel werd aan het jongtje verteld dat zijn vader dood was, wat natuurlijk scvhopkkend was, zo stelt van Dam, maar hij zegt er geen nadelige effecten van te hebben overgehouden. De onderduikgevers en de familie konden niet het risico lopen dat marcel per ongekuk zou verraden waar zijn vader was.

Moeder vluchtte met de meste kinderen, maar de uste zieke dochter kon niet weg, en bij bleef een jongere zuster. De oudste zuster werd daarop naar concentratiekamp Vught gestuurd, en zou pas vrijgelaten worden als vader Van Dam zich opgaf. Deze druk op onschuldige  familieleden was toen gebruikeljk geworden .

Het lukte haar volgens haar broer Marcel echter na enige tijd een klein briefje het kamop uit te smokkelen, waar ze aan haar vader schreef dat hij zich nooit aan moest geven. Er boden nog eens 18 politiemannen hun ontslag aan, wat Kerlen weigerde. Ook zij doken toen onder.

Politiepresident Kerlen werd vervolgens begin september vermoord door verzetsvrouw Truus van Lier. Aartsbisschop De Jong vormde in de oorlog het onverzettelijke hoofd en het hart van het verzet van de Nederlandse kerk.


Rond het begin van de Tweede Wereldoorlog startte Van Lier met de studie rechten aan de Universiteit Utrecht.

Kort daarop werd ze lid van de Amsterdamse studentenverzetsgroep CS-6.

Op 3 september 1943 schoot Van Lier bij zijn huis aan het Utrechtse Willemsplantsoen de Utrechtse NSB-hoofdcommissaris van politie G.J. Kerlen dood.

Rijkscommissaris seyss-Inquart, de Utrechtse burgemeester van Ravenswaay en NSB -leider Anton Mussert voerden de volgende dag een overleg waarbij geopperd werd onder meer een tiental Utrechters als represaille te executeren.

De eerste twee genoemden wezen deze vergeldingsmaatregel af.

Wel werd de Landwacht in het leven geroepen.






Oekraïne herdenkt WO2 op Europese wijze
 

KIËV, 02-05-2015 - De Oekraïne gaat de Tweede Wereldoorlog niet herdenken langer zoals Rusland. Voortaan lopen de herdenkingen gelijk met Europa. Dat heeft premier Arseni Jatsenjoek vandaag aangekondigd.


Foto rechts: Kiev in ongeveer 1943, met zware verwoestingen. De stad was twee jaar door nazi's bezet.


Europa herdenkt de capitulatie van nazi-Duitsland op 8 mei. Toen de nazi's in 1945 de overgave ondertekende, was het in Moskou al middernacht, dus 9 mei.


Daarom viert Rusland het einde van de oorlog op di datum. De Oekraïne viert vanf nu beide dagen. 8 mei ter verzoening tussen antinazistrijders en mensen die na de oorlog tegen het communisme hebben gevochten en 9 mei is Overwinningsdag.

Jatsenjoek riep mensen op om als herdenking een klaproos te dragen. Hij noemde het een "Europees symbool''. Britten dragen de klaproos om de Eerste Wereldoorlog te herdenken. Oekraïne gebruikte tot nu toe een oranje-zwart lint, maar dat is een symbool van de pro-Russische opstandelingen geworden.

De Oekraïne verandert wellicht ook de officiële naam van de oorlog. Die wordt nu nog Grote Patriottische Oorlog genoemd, de term die de Sovjet-Unie gebruikte, maar dat zou Tweede Wereldoorlog moeten worden.

Sinds de opstand tegen de pro-Russische ex-president Viktor Janoekovitsj, de annexatie van de Krim en de gevechten in het oosten verwijdert Oekraïne Russische symbolen. Zo worden standbeelden van Lenin weggehaald en straatnamen veranderd.






Nat. Comité 4-5 mei ook tegen nazimonument Schaijk



AMSTERDAM, 1-05-2015 - Het Nationaal Comité 4 en 5 mei is ook tegen het monument voor een gevallen nazisoldaat in Schaijk (N-Br). Dat heeft directeur Jan van Kooten verklaard op een vraag van der AFVN-Bond van Antifascisten.


In februari onthulde de burgemeester Bakermans  (op de foto links) van Landerd een monument voor een omgekomen Luftwaffepiloot in het dorp Schaijk.Daartegen hebben een aantal organisaties geprotesteerd, met het doel het monument weg te krijgen.


Volgens Van Kooten beeft het Nationaal Comité al langer de opvatting, dat er in Nederland in verband met de oorlog alleen maar Nederlandse slachtoffers herdacht dienen te worden, en geen daders.


Van Kooten zegt ook het zeer te betreuren dat er nu door deze discussie opnieuw onrust rond 4 mei ontstaat, wat het comité uitdrukkelijk tracht te vermijden.  Hij benadrukt dat zijn comité overigens geen zeggenschap over gemeenten heeft.


Al eerder hebben 11 organisaties hun steun voor de AFVN uitgesproken in het protest tegen dit monument. Daaronder het Comité International de Dachau, de Fédération Internationale des Résistants, een Europese koepel van verzetsorgansiaties uit 26 landen, en de VVN-BvA, de Duitse zustervereniging van de AFVN.


Woordvoerder Arthur Graaff van de AFVN is erg blij met de verklaring van het Comité. "Deze opstelling is niet nieuw, want zo heeft het comité ook een bijgedragen aan het oplossen van de zaak-Vorden, waar nota bene op 4 mei graven van 10 nazisoldaten werden herdacht, waar de burgemeester aan mee wilde doen. Dat is gelukkig voorkomen. 


In Schaijk hebben goedbedoelende burgers de nadruk willen leggen op de gruwelijkheden van de oorlog, maar op de verkeerde manier. De burgemeester van Landerd, Marnix Bakermans, wilde vorig jaar aldit monument , ook nog op 4 mei, wat toen door Federatief Joods Nederland is voorkomen. Dat het omstreden is, was dus al op voorhand duidelijk en toch heeft de burgemeester dit nu doorgezet. Volkomen onnodig en heel onverstandig."


Debat over WO2 in Hilversum


AFVN-woordvoerder en hoofdredacteur van deze site Arthur Graaff debatteert zaterdag in Hilversum met dr Chris van der Heijden, die hij als zijn ideologische tegenpool beschouwt.

Volgens Graaff heeft Van der Heijden in zijn zeer populaire boek 'Grijs verleden' opzettelijk geen aandacht willen schenken aan de 'enorme prestaties' van het Nederlands verzet in de oorlog.

Graaff:
'Nergens in bezet Europa zijn zoveel mensen - 350.000, de hele stad Utrecht - ondergedoken als in Nederland. In geen enkel bezet land is er een protestaking tegen de Jodenvervolging geweest. En geen enkel land heeft zoveel Israëlische onderscheidingen ontvangen als Nederland. Wie kent tante Truus Wijsmuller-Meijer, de grootste Jodenredster van Nederland, die persoonlijk in Wenen ging onderhandelen met het nazimonster Eichmann, en die zo 600 Joodse kinderen wist los te krijgen? In dat boek komt ze niet eens vóór! De meeste andere grorte verztesmensen ook niet, zoals ds Slomp, die de onderduik organiseerde. Dat heeft Van der Heijen dus allemaal van tafel geveegd en dat is een schande. Hij dient dat boek terug te nemen'

Het debat start om 2 uur, in Museum Hilversum.

 
De Amsterdamse filosoof dr Rik Peels verklaarde gisteren dat ook hij een voorstander is van een dodenherdenking van uitsluitend Nederlands slachtoffer van WO2 zonder daders.


Hij voegde daar aan toe, dat hij het daarom ook niet nodig vindt dat homosexuelen herdacht worden, omdat die in Nederland nooit slachtoffers zijn geworden van het nazibewind.

De groep
'Theater na de Dam', die elk jaar op 4 mei na de Dodenherdenking een voorstelling organiseert over 4 mei, heeft ook verklaard dat concentratie op alleen Nederlandse slachtoffers uit WO2 nodig is, omdat anders de herdenking verwarrend en onduidelijk wordt.  Dit jaar zijn er in heel Nederland op 4 mei om 21 uur meer dan 50 voorstellingen.


Theater Na de Dam is een initiatief van de theatermakers en filosofen Jaïr Stranders en Bo Tarenskeen, die ook de programmering voor hun rekening nemen.


Zij maken zich zorgen over de afnemende zeggingskracht van de Nationale Dodenherdenking. Niet alleen komt volgens hen de Tweede Wereldoorlog steeds verder van de huidige generaties af te staan, ook is het karakter van de herdenking zo algemeen en abstract geworden dat het stilstaan bij die tijd en de daarmee verbonden reflectie op onszelf afwezig dreigen te raken.



Auschwitz-overlevende  en ex-minister Władysław Bartoszewski overleden



WARSCHAU, 27-04-2015 - De Poolse Auschwitz-overlevende, journalist, verzetsstrijder en ex-minister Wladyslaw Bartoszewski is vrijdag op 93-jarige leeftijd overleden.


Hij werd in 1940 als 17-jarige bij aan toevallige razzia gearresteerd samen met Witold Pilecki, moest naar Auschwitz maar werd na zeven maanden vrijgelaten.


Daarna nam hij daal aan de illegale katholieke hulp aan Joden. Hij werd na de val van de muur o.m. twee keer minister van Buitenlandse Zaken en deed veel voor museum Auschwitz.


Hij was ridder in de Orde van de Witte Adelaar,  de hoogste Poolse onderscheiding (net als koningin Beatrix). Zij staatsbegrafenis vindt op 4 mei 2015 plaats op de militaire begraafplaats van Warschau.


Kanselier Merkel heeft heeft deelneming gestuurd. Duitse, Russische en media uit andere landen gedenken hem. Dat heeft de Poolse president Bronislaw Komorowski vrijdag meegedeeld. 'Het is een groot verlies. Een grote Pool heeft ons verlaten", twitterde de president.


Ook de Europese president Tusk twitterde: "het is een trieste dasg voor ons." Onder Tusk was Bartoszewski nog minister. Vorig weekend was hij nog als spreker te zien bij de herdenking van de getto-opstand in Warschau. 


Bartoszewski was "de grootste morele autoriteit in de Poolse politiek" - schrijft de commentator van de "Berliner Zeitung", Frank Herold. "Het is moeilijk om een ​​man te vinden die meer voor de Pools-Duitse verzoening heeft gedaan dan de voormalige Auschwitz gevangene nummer 4427".  Bartoszewski mocht over verzoening spreken in de Bondsdag in 1995.


De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier zei dat hij zeer bedroefd was door het nieuws van de dood van Bartoszewski. "Zijn leven weerspiegelt de verschrikkingen van de twintigste eeuw, maar ook herwonnen vrijheid en geluk", schreef de Duitse minister. "Bartoszewski was een grote Pool en Europeaan, een man van verzoening, vooral tussen Poolse en Duitsland" zei vrijdagavond de voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz.


De katholieke Bartoszewski was tijdens de oorlog actief bij de ondergrondse verzetsorganisatie Zegota, die Joden hielp. Hij ontving daarvoor de onderscheiding Yad Vashem en werd ereburger van Israël. Na de oorlog werd hij journalist en bracht onder het Stalinstische regime in Polen ruim vijf jaar in de gevangenis door.


Later schreef hij als historicus verschillende werken over de relaties tussen Joden, Polen en Duitsers. Hij speelde ook een belangrijke rol bij Duits-Poolse verzoening na de Tweede Wereldoorlog.



Foto boven: Bartosweski in 1940, na zijn arrestatie, in Auschwitz.


Hij was voorzitter van het Internationale Auschwitz Raad, die het staatsmuseum Auschwitz-Birkenau ondersteunt. Hij richtte in 2009 de Auschitz-Birkenau stichting op, die een groot fodns moest scheppen waaruit het museum voorgoed financieel ondersteund kon worden.  De hoofsom zou vast blijven staan en de ente moet de koatdne dekken.


Dit fonds dat tot doel had 100 miljoen bijeen te brengen,  is een succes goworden met o.m. bijdragen van € 60 miljoen van Duitsland, $ 15 miljoen van de VS en van vele andere landen. en de financiële doelen zijn vrijwel bereikt, o.m. door een Nederlandse bijdrage. 


Bartoszewski was tot voor kort nog altijd actief als adviseur van de regering. Vorig weekend nam hij nog deel aan ceremonie waarop de 72ste verjaardag werd herdacht van de joodse opstand in het getto van Warschau.


Bartoszewski was niet eerder ernstig ziek. Hij werd op vrijdag naar het ziekenhuis gebracht omdat hij zich plots duizelig voelde. Daar oveleed hij vrij onverwacht. Hij laat een vrouw en zoon achter.





Liquidaties contraproductief

Rotterdams gewapend verzet ging boekje te buiten

ROTTERDAM, 27-04-2015 Het Rotterdamse gewapende verzet opereerde in de laatste oorlogsjaren niet zo correct als tot nu toe in publicaties naar voren kwam. Dat stelt Albert Oosthoek in zijn proefschrift ‘Nieuw licht op liquidaties. Knokploegen in Rotterdam 1944-1945’.


De verzetsorganisatie Landelijke Knokploegen (LKP) voerde liquidaties uit die niet of nauwelijks te verantwoorden waren en leverden ook niet het beoogde resultaat - het redden van mensenlevens - op. Oosthoek verdedigt zijn proefschrift vrijdag 1 mei 2015 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland naar schatting vijfhonderd personen door het verzet geliquideerd. Het fenomeen liquidatie is daarmee allerminst een randverschijnsel in de bezettingsgeschiedenis.


Dit geldt zeker voor Rotterdam waar circa honderd liquidaties plaatsvonden. Oosthoek interviewde zesenveertig personen, raadpleegde niet eerder gebruikte archieven en deed uitgebreid literatuuronderzoek.


Nuance
'Nieuw licht op liquidaties. Knokploegen in Rotterdam 1944-1945' nuanceert het beeld dat het Rotterdamse verzet zo correct opereerde als tot nu toe in publicaties naar voren komt. Het corrigeert de kleurrijke beeldvorming van het gewapend verzet, zowel in de geschiedschrijving als in de nationale herinnering.


Het levert een bijdrage aan de discussie over de ontmythologisering van de rol en betekenis van het verzet. Oosthoek stelt dat de frequent door de LKP-Rotterdam uitgevoerde liquidaties, die gepleegd werden na de instelling van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in september 1944, niet of nauwelijks zinvol waren voor de lokale oorlogssituatie.


Ze waren in feite contraproductief vanwege de meedogenloze represaillemaatregelen van de bezetter, die bovendien verlammend werkten op de bevolking.

 


Over Albert Oosthoek
Albert Oosthoek was onder meer verbonden aan het Gemeentearchief Rotterdam.


Hij was vanaf 2011 buitenpromovendus aan de Erasmus Universiteit en research fellow bij het lectoraat Dynamiek van de Stad aan de Hogeschool Inholland.


Vanaf 2014 is hij werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Oorlogsnazorg (voorheen Informatiebureau) van het Nederlandse Rode Kruis.


Oosthoek publiceerde onder meer De Rotterdamse arbeidsinzet 1940-1945 (Rotterdam 1994), Uit Trouw geboren. Illegaliteit in Oud-Beijerland (Oud-Beijerland 1995), Kaddisj.


Ter nagedachtenis van de joodse Rotterdamse burgers 1940-1945 (Rotterdam 2000) en samen met Jack Kooistra Recht op wraak. Liquidaties in Nederland 1940-1945 (Leeuwarden 2009).


In 2005 schreef hij in opdracht van het college van B&W Rotterdam als ambtenaar in dienst van het Gemeentearchief Rotterdam het boek Pim Fortuyn en Rotterdam.


Van het proefschrift verschijnt een handelseditie bij Uitgeverij Aspekt
Nieuw licht op liquidaties. Knokploegen in Rotterdam 1944-1945, ISBN 978-94-6153-301-2


Guerilla
In Rotterdam werd in de eindfase van de oorlog het gewapend verzet gedomineerd door de verzetsorganisatie Landelijke Knokploegen.


Deze voerde een meedogenloze guerrillastrijd met de bezetter en raakte steeds meer verwikkeld in harde confrontaties met collaborateurs, verraders en dievenbendes.


In het laatste oorlogsjaar voerde de LKP tegen de richtlijnen van de top van de BS in talrijke liquidaties uit die niet of nauwelijks te verantwoorden waren. Herhaaldelijk gingen de knokploegen over tot buitensporig geweld.


Na de bevrijding
Veel liquidaties waren in het algemeen niet nuttig en hebben niet het beoogde resultaat - het redden van mensenlevens - opgeleverd.


De liquidaties hebben het bezettingsregime, blijkens de bloedige represailles die er op volgden, op scherp gezet.


Zelfs na de bevrijding werden beslissingen genomen die moreel gesproken niet door de beugel konden en vonden er moorden plaats waarvan het motief omstreden was.


De betrokken verzetsmensen hadden onderling afgesproken om over liquidaties te zwijgen. Deze ‘richtlijn doofpot’ is door hen een leven lang in acht genomen. 








Stichting wil graven alle oorlogsdoden behoeden voor ruiming


NIJMEGEN, 17-04-2015  - De stichting In Paradisum wil de Nijmeegse graven van burgerslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in stand houden.


Dat geldt zowel voor Nijmegen waar de stichting zich op richt en actief is, als voor heel Nederland, zo zegt voorzitter Dessenjer. Peter van Schaijk van In Paradisum begon 2 jaar geleden met het in kaart brengen van hun graven.


Foto rechts: begraafplaats Daalseweg, Nijmegen, waar veel slachtoffers van het bombardement op 22 februari 1944 liggen.


In tegenstelling tot graven van militairen en actieve oorlogsdeelnemers zoals verzetsmensen, zijn die van burgerslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog niet beschermd. De nabestaanden dienen grafrechten te betalen, anders worden ze geruimd.


De Nijmeegse stichting wil met een aantal gemeenten en begraafplaatsen overeenkomen dat de graven van ongewilde burgerslachtoffers van de oorlog niet meer worden geruimd.


In Paradisum organiseert 29 mei in het stadhuis in Nijmegen met steun van de gemeente een symposium met allerlei betrokkenen, onder wie eigenaren en beheerders van begraafplaatsen in Nijmegen, Lent en Oosterhout. De stichting heeft ook contact met de oorlogsgravenstichting.


Nijmegen heeft relatief veel oorlogsslachtoffers. Momenteel komt dat getal uit op ruim 3.000. Daarvan stierven er rond 800 mensen bij het geallieerde vergissingsbombardement op Nijmegen op 22 februari 1944.


Plaatsvervangend directeur W.R. Broer van de Oorlogsgravenstichting (OGS) wijst erop dat zijn stichting zich ontfermt over alle graven van actieve oorlogsdeelnemers, die tijdens de o0orlog stierven. Via een netwerk van regionale consuls houdt de OGS bij of er graven van actieve oorlogsdeelnemers geruimd dreigen te worden.


Deze krijgen dan ofwel (militairen) een plek op de Grebbeberg, ofwel (burgers) een plek op het ereveld Loenen bij Apeldoorn. Ook familieleden met wie deze categorie actieve oorlogsslachtoffers een graf eventueel deelde, worden tegenwoordig meeverhuisd. Broer wijst erop, dat de OGS zich uitsluitend bezighoudt met  actieve oorlogsdeelnemers. De OGS beheert nu 50.000 Nederlandse oorlogsgraven, waarvan de helft in Indonesië. oorlogsdoden van wie 100.000 grafloos.


In het bijzonder zet de stichting zich in voor de begraafplaats aan de Daalseweg in Nijmegen. Hier organiseert de stichting ieder jaar op 22 februari, samen met de gemeente Nijmegen, een herdenking voor de vele slachtoffers van het bombardement op 22 februari 1944 die hier begraven liggen. Zie: www.oorlogsdodennijmegen.nl/






Oorlogsschrijver en antinazi Günter Grass overleden



LÜBECK, 15-03-2015 - De Duitse oorlogsoverlevende, schrijver en Nobelprijswinnaar Günter Grass is op 87-jarige leeftijd overleden. De schrijver van onder meer de oorlogsgeschiedenis Die Blechtrommel (1959) gold als de stem van een generatie die opgroeide in de Tweede Wereldoorlog.


Grass stierf maandag in Lübeck, meldde zijn uitgever, aan de gevolgen van een infectie. Hij werd geboren op 16 oktober 1927. Grass volgde na de oorlog  een opleiding tot beeldend kunstenaar en stamde uit Duits-Kasjoebische ouders.


Zijn reputatie was onomstreden, totdat hij laat in zijn leven bekende vanaf zijn 17de en vanaf 10 november 1944 lid te zijn geweest van de Waffen-SS, van de 10de SS-Panzer Division Frundsberg.


Volgens Grass werd hij daar onvrijwillig geplaatst vanuit de Kriegsmarine, waar hij wel vrijwillig had aangemonsterd. Het werd medio 1944 gebruikelijk om ook jongens voor de SS op te roepen, terwijl dat daarvoor een strikte vrijwilligerseenheid was.


Zijn SS-onderdeel was de divisie die o.m. de kust in Normandië verdedigde in juni 1944 en de brug bij Arnhem tijdens de Operation Market Garden in september 1944, waar Grass dus niet bij was.


Grass diende als een zg. 'Flakhelfer' en die moesten bij luchtafweergeschut granaten aanslepen.Hij heeft mogelijk ook een opleiding tot tankschutter gevolgd.


Van deze divisie zijn geen oorlogsmisdaden bekend en evenmin van Grass zelf. Grass werd na een verwonding op 20 april 1945 door de Amerikanen gearresteerd, waarbij hij meldde dat hij Waffen-SS-er was. Het Günther-Grass-Haus in Lübeck toonde in oktober 2014 een tentoonstelling 'Grass als Soldat' waarin zijn oorlogsgeschiedenis werd uiteengezet.


In de jaren zestig werd hij lid van de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) van de sociaaldemocratische bondskanselier Willy Brandt.  In 1965 ontving hij de Georg-Büchner-Preis, de belangrijskste literaire prijs van Duitsland. Zijn Kasjoebische wortels deelde Grass met o.m. de actuele president van de Raad van Europa, Donald Tusk.


Grass geldt als éen van de voornaamste Duitse intellectuele stemmen tegen het nazisme, al sinds de vroege na-oorlogse jaren. Hij schuwde de politieke discussie niet en voerde ook het verzet tegen president Reagans bezoek aan het Duitse kerkhof in Bitburg aan, waar SS-ers begraven waren.


Die Blechtrommel, in het Nederlands vertaald als 'De blikken trommel', was Grass' romandebuut in 1959. Het boek gaat over een trommelspeler die op zijn derde besluit om niet meer te groeien. De verfilming, door Volker Schlöndorff, kreeg in 1980 de Oscar voor
Die Blechtrommel was het eerste deel van een trilogie over Danzig, de stad waar Grass was geboren en die tegenwoordig bij Polen hoort en Gdansk heet.


Hier startte de Tweede Wereldoorlog. De andere delen waren 'Katz und Maus' en Hundejahre. De romans beschrijven onder meer de opkomst van het nazisme in Duitsland en het schuldgevoel dat resteerde na de Tweede Wereldoorlog.


Toen Grass in 1999 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, zei de jury dat Die Blechtrommel voor de Duitse literatuur een nieuw begin aanduidde, 'na decennia van taalkundig en moreel verval. Volgens het Nobelprijscomité schreef Grass "dartele, zwarte fabels die het vergeten gezicht van de geschiedenis portretteren".

Antisemitisme

Dit was niet de laatste controverse rond Grass. In 2012 werd hij beschuldigd van antisemitisme na een kritisch gedicht over het beleid van Israël.


In april 2012 protesteerde hij in een gedicht tegen de levering aan Israël van een Duitse duikboot geschikt voor kernraketten.

Hij noemde daarbij de staat Israël een gevaar voor de wereldvrede en beschuldigde Israël ervan de "uitroeiing van het Iraanse volk" voor te bereiden door een aanvalsoorlog tegen de Iraanse uraniumverrijkingsinstallaties.


Het gedicht werd door sommigen als "antisemitisch" bestempeld, met name door de leiders van Joodse en Israëlische organisaties.


Enkele Duitse politici gingen daarin mee. Bondskanselier Angela Merkel wees echter op de vrijheid van kunstenaren en hun werken.


De toenmalige Israëlische minister van binnenlandse zaken Eli Yishai zei dat Grass Israël niet meer in mocht, zich beroepend op een wet, die het mogelijk maakt ex-nazi's de toegang tot het land te ontzeggen.


In 2006 kwam hij in opspraak door zijn eigen oorlogsverleden dat bleek uit zijn boek 'De rokken van de ui'. Hij bleek te hebben gediend bij de Waffen-SS. Grass zei daar later over dat hij zich had gemeld om te dienen op een onderzeeboot.


Dat was op dat moment niet meer nodig en Grass werd onvrijwillig ingedeeld bij het elitekorps. Ondanks zijn wat late openheid leidde de bekentenis er wel toe dat de schrijver, die zich altijd nadrukkelijk mengde in morele discussies, werd beschuldigd van hypocrisie.


"Günter Grass heeft al vroeg verteld over zijn lidmaatschap van de Waffen-SS tijdens WO II, maar niemand had daar oren naar." Dat zegt auteur Geert van Istendael over het opmerkelijke oorlogsverleden van Günter Grass dat de auteur in 2006 in zijn memoires openbaar maakte.


In 2006 veroorzaakte Günter Grass in binnen- en buitenland een grote controverse toen hij in zijn autobiografie "Beim Häuten der Zwiebel" ("De rokken van de ui") te kennen gaf dat hij tijdens WO II lid was geweest van de Waffen-SS.


Toch had dit toen voor geen nieuws moeten zijn, zo zegt auteur Geert van Istendael in "Nieuwe feiten" op de Vlaamse Radio 1. "Grass heeft al vroeg verteld over zijn lidmaatschap van de Waffen-SS tijdens WO II, maar niemand luisterde. Niemand had er oren naar. Natuurlijk heeft zijn bekentenis in 2006 zijn reputatie als het geweten van Duitsland een flinke knauw gegeven."







Drie vermiste verzetsmensen alsnog na 71 jaar geïdentificeerd